Triumph Tiger Sport 800 (2025) Handleiding

Triumph Motor Tiger Sport 800 (2025)

Bekijk gratis de handleiding van Triumph Tiger Sport 800 (2025) (288 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 14 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Triumph Tiger Sport 800 (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/288
GEBRUIKERSHANDLEIDING
01
Trident660, Trident660-TripleTribute,
TigerSport660, TigerSport800 en Daytona660
Deze handleiding bevat informatie over de Triumph-motorfiets(en) Trident660, Trident660-TripleTribute,
TigerSport660, TigerSport800 en Daytona660. Bewaar deze gebruikershandleiding altijd bij de motorfiets en
raadpleeg de informatie indien nodig.
De informatie in deze uitgave is gebaseerd op de meest recente, op het moment van publicatie beschikbare informatie.
Triumph behoudt zich het recht voor te allen tijde, zonder voorafgaande mededeling of verplichting, wijzigingen aan te
brengen.
Deze publicatie mag niet in zijn geheel, noch gedeeltelijk worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van
Triumph Motorcycles Limited.
© Copyright 01.2025 Triumph Motorcycles Limited, Hinckley, Leicestershire, Engeland.
Publicatie onderdeelnummer 3850649-NL versie 1

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Triumph
Categorie: Motor
Model: Tiger Sport 800 (2025)

Handleiding Triumph Tiger Sport 800 (2025) – volledige tekst

GEBRUIKERSHANDLEIDING01Trident660, Trident660-TripleTribute,TigerSport660, TigerSport800 en Daytona660Deze handleiding bevat informatie over de Triumph-motorfiets(en) Trident 660, Trident 660 - Triple Tribute,Tiger Sport 660, Tiger Sport 800 en Daytona 660. Bewaar deze gebruikershandleiding altijd bij de motorfiets enraadpleeg de informatie indien nodig.De informatie in deze uitgave is gebaseerd op de meest recente, op het moment van publicatie beschikbare informatie.Triumph behoudt zich het recht voor te allen tijde, zonder voorafgaande mededeling of verplichting, wijzigingen aan tebrengen.Deze publicatie mag niet in zijn geheel, noch gedeeltelijk worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming vanTriumph Motorcycles Limited.© Copyright 01.2025 Triumph Motorcycles Limited, Hinckley, Leicestershire, Engeland.Publicatie onderdeelnummer 3850649-NL versie 1

INHOUDSOPGAVE02Deze gebruikershandleiding bevat een aantal verschillende hoofdstukken.Onderstaande inhoudsopgave helpt u het begin van elk hoofdstuk op te zoeken,waar u – in het geval van grotere hoofdstukken – een meer gedetailleerdeinhoudsopgave aantreft, die u helpt het betreffende onderwerp te vinden.03 VOORWOORD09 VEILIGHEID VOOROP18 WAARSCHUWINGSLABELS26 ONDERDELENOVERZICHT39 SERIENUMMERS41 INSTRUMENTEN87 ALGEMENE INFORMATIE127 RIJDEN OP DE MOTORFIETS143 ACCESSOIRES, LADING EN PASSAGIERS149 ONDERHOUD EN AFSTELLING233 REINIGING EN STALLING245 GARANTIE259 SPECIFICATIES281 INDEX286 GOEDKEURINGSINFORMATIE

Dank u voor het kiezen van eenTriumph-motorfiets. Deze motorfiets ishet resultaat van Triumph's toepassingvan beproefde technieken, grondigetests en het voortdurend streven naarsuperieure betrouwbaarheid, veiligheiden prestaties. Lees voordat u gaat rijden dezegebruikershandleiding aandachtig doorom volledig vertrouwd te raken met dewerking van de bedieningselementen, dekenmerken, de capaciteiten en debeperkingen van uw motorfiets. Deze handleiding bevat tips voor veiligrijden, maar beschrijft niet alletechnieken en vaardigheden die nodigzijn om veilig op een motorfiets te rijden. Triumph adviseert motorrijdersnadrukkelijk de nodige lessen te nemenom deze motorfiets veilig te kunnenbedienen. De nieuwste versie van dezegebruikershandleiding met eventuelewijzigingen is verkrijgbaar bij uw lokaledealer en online opwww. triumphmotorcycles. co.

VOORWOORD04QR-codeOm de gebruikershandleiding tedownloaden;Voer het onderstaande adres in eenwebbrowser in:www.triumphmotorcycles.co.uk/handbooksof;Scan de QR-code met uw smartphone:Deze QR-code is ook te vinden op eenpermanent label dat op uw motorfiets isbevestigd, onder het zadel of achter hetzijpaneel.Nadat u het webadres heeft ingevoerdof de QR-code heeft gescand, wordt uwbrowser naar een webpagina geleidwaar u uw gebruikershandleiding kuntselecteren en downloaden.Triumph TechnicalInformation (TTI - technischeinformatie)Voor onderhoudsprocedures waarvoorspecialistische kennis ofonderhoudsgereedschap nodig is, wordtverwezen naar het werkplaatshandboek,dat u kunt vinden opwww.triumphtechnicalinformation.com.of;Scan de QR-code met uw smartphone:Om toegang te krijgen tot de site isregistratie vereist.

VOORWOORD05Gevaren, waarschuwingen,maningen tot voorzichtigheiden mededelingenBijzonder belangrijke informatie wordt inde volgende vorm gepresenteerd: GEVAARDit gevaarsymbool duidt op specialeinstructies of procedures die, als zeniet goed worden opgevolgd,persoonlijk letsel of de dood tot gevolghebben. WAARSCHUWINGDit waarschuwingssymbool duidt opspeciale instructies of procedures die,als ze niet goed worden opgevolgd,persoonlijk letsel of de dood tot gevolgkunnen hebben. VOORZICHTIGDit symbool maant tot voorzichtigheiden gaat vergezeld van specialeinstructies of procedures die, als zeniet strikt worden opgevolgd, licht totmatig letsel tot gevolg kunnen hebben.KENNISGEVINGDit opmerkingssymbool duidt oppunten die belangrijk zijn voor eenefficiëntere en gemakkelijkerebediening.WaarschuwingslabelsBovenstaand symbool wordt opbepaalde plaatsen op de motorfietsweergegeven.

Het symbool betekentVOORZICHTIG: RAADPLEEG DEHANDLEIDING en dit wordt gevolgd dooreen grafische voorstelling van hetbetreffende onderwerp.Probeer nooit op de motorfiets te rijdenof een aanpassing uit te voeren zonderde in deze handleiding beschrevenrelevante instructies te raadplegen.Raadpleeg het gedeelte Locaties van dewaarschuwingslabels in dezehandleiding voor de locatie van allelabels met dit symbool. Dit symboolwordt zo nodig ook weergegeven op depagina's met de relevante informatie.

VOORWOORD06OnderhoudOm een lang, veilig en probleemloosgebruik van uw motorfiets tegaranderen, dient het onderhoud teworden uitgevoerd door een deskundigemet specialistische en technische kennisvan motorfietsen, zoals een erkendeTriumph-dealer.Een erkende Triumph-dealer beschiktover de noodzakelijke kennis,apparatuur en vakkundigheid om uwTriumph-motorfiets goed teonderhouden.Bezoek de Triumph-website opwww.triumph.co.uk of neem telefonischcontact op met de bevoegdedistributeur in uw land voor informatieover de dichtstbijzijnde erkendeTriumph-dealer.

De adressen zijn ookvermeld in het bij deze handleidinggeleverde onderhoudsboekje.GeluiddempingssysteemWijzigen van hetgeluiddempingssysteem is verboden.Eigenaars worden gewaarschuwd dathet wettelijk verboden kan zijn om:▼ onderdelen of designelementen vannieuwe voertuigen die bedoeld zijnvoor geluiddemping, voorafgaand aande verkoop of aflevering aan dekoper of daarna te verwijderen ofbuiten werking te stellen, behalve alsdat nodig is voor onderhoud,reparatie of vervanging, en,▼ het voertuig te gebruiken nadat zo'nonderdeel of designcomponent isverwijderd of buiten werking isgesteld.

VOORWOORD07Onder knoeien worden onder meer devolgende handelingen verstaan:▼ Verwijderen of doorboren van degeluiddemper, schotten,uitlaatbochten of enig anderonderdeel dat uitlaatgassen geleidt.▼ Verwijderen of doorboren van enigonderdeel van het inlaatsysteem.▼ Gebrek aan goed onderhoud.▼ Vervanging van bewegende delenvan het voertuig, of delen van deuitlaat of het inlaatsysteem, dooronderdelen die niet door de fabrikantzijn aangegeven.Praat met TriumphOnze relatie met u stopt niet bij deaankoop van uw Triumph. Uw feedbackover de ervaringen tijdens aankoop enbezit zijn zeer belangrijk voor ons omonze producten en diensten voor u teontwikkelen.U helpt ons daarmee door ervoor tezorgen dat uw erkende Triumph-dealeruw e-mailadres heeft en dat bij onsregistreert.

VEILIGHEID VOOROP09De motorfiets WAARSCHUWINGDeze motorfiets is uitsluitend bedoeldvoor gebruik op de weg.Rijd niet offroad met deze motorfiets.Terreinrijden kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets, wat kanleiden tot ernstig letsel of de dood. WAARSCHUWINGDeze motorfiets is ontworpen voorgebruik als tweewielig voertuig om eenbestuurder met maximaal éénpassagier te vervoeren (mits eenpassagierszadel en achterstevoetsteunen zijn aangebracht).Het totale gewicht van de berijder, eeneventuele passagier, accessoires enbagage mag het in de specificatiesvermelde maximale laadvermogen nietoverschrijden.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.

WAARSCHUWINGDeze motorfiets is uitgerust met eenkatalysator onder de motor, die samenmet het uitlaatsysteem zeer hogetemperaturen kan bereiken wanneerde motor draait.Brandbare materialen zoals gras, hooi/stro, bladeren, kleding en bagagekunnen ontbranden wanneer ze incontact komen met een willekeurigonderdeel van het uitlaatsysteem.Zorg er altijd voor dat brandbarematerialen niet in contact komen methet uitlaatsysteem of de katalysator.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot brand, metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.

VEILIGHEID VOOROP10 WAARSCHUWINGDeze motorfiets is niet ontworpenvoor het trekken van een aanhangerof het gebruik van een zijspan.Het monteren van een zijspan en/ofaanhanger kan de handelbaarheid, destabiliteit of andere aspecten van hetmotorrijden beïnvloeden.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.KENNISGEVINGMotorrijden in extremeomstandigheden, zoals natte enmodderige wegen, op ruw terrein of instoffige en vochtige omgevingen, kanleiden tot bovengemiddelde slijtage enbeschadiging van bepaaldecomponenten.Daarom kan onderhoud en vervangingvan versleten of beschadigdeonderdelen noodzakelijk zijn voordatde geplande datum voor hetperiodieke onderhoud is bereikt.Het is belangrijk dat de motorfietswordt geïnspecteerd na het rijden inextreme omstandigheden en datversleten of beschadigde onderdelenworden onderhouden of vervangen.Brandstof en uitlaatgassen GEVAARNooit de motor starten of latendraaien in een afgesloten ruimte.Gebruik de motorfiets altijd in de openlucht of op een plaats met voldoendeventilatie.Uitlaatgassen zijn giftig en leidenbinnen korte tijd tot bewusteloosheiden de dood.

WAARSCHUWINGBENZINE IS UITERST BRANDBAAR:- Schakel de motor altijd uit wanneer ugaat tanken.- Let goed op en blijf alert tijdens hettanken.- Niet tanken of de vuldop van de tankopenen terwijl u rookt of in de buurtbent van open vuur (vlammen).- Mors tijdens het tanken geenbrandstof op de motor, deuitlaatpijpen of de dempers.- Als brandstof is ingeslikt, ingeademdof in de ogen terechtgekomen is, moetdirect medische hulp wordeningeroepen.- Als benzine op de huid terechtkomt,dient deze onmiddellijk te wordengewassen met water en zeep en metbrandstof verontreinigde kleding dientonmiddellijk te worden uitgetrokken.- Contact met brandstof kanbrandwonden en andere ernstigehuidaandoeningen veroorzaken.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot ernstig letsel ofde dood.

VEILIGHEID VOOROP11Valhelm en kleding GEVAAREen valhelm is een van debelangrijkste uitrustingsstukken,omdat deze bescherming biedt tegenhoofdletsel. Uw valhelm en die van uwpassagier dienen met zorg te wordengekozen en comfortabel en stevig omhet hoofd te passen. Een felgekleurdehelm verhoogt de zichtbaarheid van derijder (of passagier) voor andereweggebruikers aanzienlijk.Een jethelm biedt enige beschermingbij een ongeval, maar eenintegraalhelm biedt beterebescherming.Draag altijd een vizier of eengoedgekeurde beschermende bril voorbeter zicht en ter bescherming van uwogen.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies leidt tot ernstig letsel of dedood.

WAARSCHUWINGTijdens het rijden op de motorfietsdienen de berijder en de passagier (bijmodellen waarop een passagiervervoerd mag worden) altijd geschiktekleding te dragen, waaronder valhelm,oogbescherming, handschoenen,laarzen, broek (nauw aansluitend rondde knieën en de enkels) en eenfelgekleurd jack.Tijdens offroadgebruik (op modellendie geschikt zijn voor offroadgebruik),moet de rijder altijd geschikte kledingdragen, inclusief broek en laarzen.Felgekleurde kleding verhoogt dezichtbaarheid van de rijder (of depassagier) voor andere weggebruikersaanzienlijk.Hoewel volledige bescherming nietmogelijk is, kan het risico op ernstig ofdodelijk letsel worden verminderd doorde juiste beschermende kleding tedragen.

VEILIGHEID VOOROP12Onderhoud en apparatuur WAARSCHUWINGNeem bij twijfel over het juiste ofveilige gebruik van deze motorfietscontact op met een deskundige metspecialistische en technische kennisvan motorfietsen, zoals een erkendeTriumph-dealer.Wanneer wordt doorgereden op eenniet goed werkende motorfiets kaneen defect verergeren en kan deveiligheid in gevaar komen.Doorgaan met het gebruik van eenniet goed werkende motorfiets kan derijeigenschappen, de stabiliteit ofandere aspecten van het rijden op demotorfiets beïnvloeden, wat kan leidentot verlies van controle over demotorfiets met mogelijk ernstig letselof de dood tot gevolg.

VEILIGHEID VOOROP13Parkeren WAARSCHUWINGAltijd de motor uitschakelen en decontactsleutel verwijderen voordat uuw motorfiets onbeheerd achterlaat.Door het verwijderen van decontactsleutel wordt het risico vangebruik door onbevoegde enonervaren personen verkleind.Denk aan het volgende als u uwmotorfiets parkeert:- Zet de motorfiets in de eersteversnelling om te voorkomen dat hijvan de standaard rolt.- De motor, radiateur, hetuitlaatsysteem, de achtervering en deremmen zijn heet na het rijden.Parkeer NOOIT op plaatsen waarvoetgangers, dieren en/of kinderen demotorfiets kunnen aanraken.- Parkeer nooit op een zachteondergrond of op een hellendoppervlak.

WAARSCHUWINGAlle rijders moeten in het bezit zijn vaneen rijbewijs voor motorfietsen.Het zonder rijbewijs besturen van eenmotorfiets is verboden en kangerechtelijke vervolging tot gevolghebben.Het gebruik van de motorfiets zonderformele training in de juisterijtechnieken die nodig zijn om eenrijbewijs te krijgen, is gevaarlijk.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.

WAARSCHUWINGWees altijd bedacht op veranderingenin het wegdek, het verkeer en de winden pas uw rijgedrag hierop aan. Alletweewielige voertuigen zijn onderhevigaan externe krachten die dehandelbaarheid, de stabiliteit of andereaspecten van de motorfiets kunnenbeïnvloeden.Deze factoren zijn onder andere:- windstoten van passerendevoertuigen- gaten in de weg, oneffenheden ofbeschadigingen in het wegdek- slecht weer- fouten van de bestuurder.Rijd altijd met matige snelheid envermijd druk verkeer, totdat u zichvolledig vertrouwd hebt gemaakt metde werking en de rijeigenschappen vande motorfiets. Overschrijd nooit dewettelijk geldende snelheidslimiet.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.

VEILIGHEID VOOROP15Trilling/slingeringEen slingering is een relatief langzame,op en neer gaande beweging van deachterkant van de motorfiets, terwijleen trilling een snelle, soms sterkebeving van het stuur is. Dit zijnverwante, maar apartestabiliteitsproblemen die gewoonlijkveroorzaakt worden door te veelgewicht op de verkeerde plaats of dooreen mechanisch probleem zoalsversleten of loszittende lagers, te slappeof ongelijkmatig versleten banden.De oplossing is in beide gevallenhetzelfde. Houd het stuur stevig vastzonder de armen op slot te zetten of destuurbeweging tegen te gaan. Draai hetgas gelijkmatig terug om geleidelijkvaart te minderen. Rem niet enaccelereer niet in een poging om hettrillen of slingeren te stoppen. Somshelpt het om het lichaamsgewicht naarvoren te verplaatsen door over de tankte buigen.Copyright © 2005 Motorcycle SafetyFoundation.

Alle rechten voorbehouden.Gebruikt met toestemming.Handgrepen en voetsteunen WAARSCHUWINGDe bestuurder dient de motorfietsonder controle te houden door te allentijde de handen aan het stuur tehouden.Als de motorrijder zijn handen van hetstuur haalt, tast dat dehandelbaarheid en de stabiliteit van demotorfiets aan.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg. WAARSCHUWINGDe bestuurder en de passagier (indienvan toepassing) dienen tijdens hetrijden altijd de voetsteunen tegebruiken.Door de voetsteunen te gebruikenwordt voor zowel de bestuurder als depassagier het risico op onbedoeldcontact met onderdelen van demotorfiets verminderd.

VEILIGHEID VOOROP16 WAARSCHUWINGZorg er altijd voor dat depassagiersvoetsteunen volledig zijnuitgetrokken bij het meerijden van eenpassagier.Vervoer nooit een passagier zonderdat hij of zij de volledig uitgetrokkenpassagiersvoetsteunen gebruikt.Onjuiste plaatsing van de voet ergensop de motorfiets in plaats van hetgebruik van de voetsteunen kan ertoeleiden dat:- de voeten of kleding van depassagier bekneld raken- de passagier in contact komt methete uitlaatpijpen.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk materiële schade, ernstigletsel of de dood tot gevolg.

WAARSCHUWINGDe hellingshoekindicators mogen nietworden gebruikt als richtlijn voor demate waarin de motorfiets veiligschuin gelegd kan worden in bochten.Dit is afhankelijk van veel verschillendeomstandigheden, waaronder, maarniet beperkt tot:- Wegdek;- Staat van de banden;- Weer.Overhellen tot een onveilige hoek kanleiden tot verlies van controle over demotorfiets met mogelijk ernstig letselof de dood tot gevolg. WAARSCHUWINGVervang altijd dehellingshoekindicators voordat ze totde slijtagelimiet zijn afgesleten.Wanneer de hellingshoekindicators totvoorbij de slijtagelimiet zijn afgesleten,kan de motorfiets tot een onveiligehoek overhellen.Overhellen tot een onveilige hoek kanleiden tot verlies van controle over demotorfiets met mogelijk ernstig letselof de dood tot gevolg.

VEILIGHEID VOOROP17Onderdelen en accessoires WAARSCHUWINGDe eigenaar dient zich ervan bewustte zijn dat onderdelen, accessoires enaanpassingen voor een Triumph-motorfiets alleen goedgekeurd zijnwanneer ze door Triumph voorzien zijnvan een officiële goedkeuring.We raden aan accessoires te latenaanbrengen en aanpassingen te latenverrichten door een deskundige metspecialistische en technische kennisvan motorfietsen, zoals een erkendeTriumph-dealer.Het is met name bijzonder gevaarlijkom onderdelen of accessoires aan tebrengen of te vervangen waarvoor hetnoodzakelijk is om het elektrische ofhet brandstofsysteem te demonteren,of hierop uitbreidingen aan tebrengen.

Dergelijke aanpassingenkunnen de veiligheid in gevaarbrengen.Het aanbrengen van niet-goedgekeurde onderdelen, accessoiresof aanpassingen kan een nadeligeffect hebben op de handelbaarheid,de stabiliteit en andere aspecten vande werking van de motorfiets, wat kanleiden tot verlies van controle over demotorfiets met mogelijk ernstig letselof de dood tot gevolg.Triumph aanvaardt geenaansprakelijkheid voor gebreken die zijnveroorzaakt door het aanbrengen vanniet-goedgekeurde onderdelen,accessoires of aanpassingen.Triumph aanvaardt geenaansprakelijkheid voor gebreken die zijnveroorzaakt door het verkeerdaanbrengen van goedgekeurdeonderdelen, accessoires ofaanpassingen.

WAARSCHUWINGSLABELS19RechterkantKENNISGEVINGAlle waarschuwingslabels en stickers, met uitzondering van het label voor inrijden,worden op de motorfiets aangebracht met een sterke lijm. In sommige gevallenworden labels aangebracht voorafgaand aan het aanbrengen van de laklaag.Daarom zal elke poging om de waarschuwingslabels te verwijderen, schadeveroorzaken aan lakwerk of carrosserie.3516DAILY SAFETY CHECKSTÄGLICHE SICHERHEITSKONTROLLENCONTROLES DE SECURITE QUOTIDIENSCHEQUEOS DE SEGURIDAD DIARIOSVERIFICAÇÕES DIÁRIAS DE SEGURANÇAVERIFICHE GIORNALIERE DI SICUREZZADAGELIJSKE VEILIGHEIDSINSPECTIESDAGLIG SÄKERHETSKONTROLL運行前点検241. Dagelijkse veiligheidscontrole (pagina125)2. Ongelode brandstof (pagina98) en helm(pagina11)3. Koelvloeistof - vuldop radiateur(pagina166)4. Koplampen (pagina228)5. Bandenspanningscontrolesysteem (TPMS)(indien voorzien) (pagina205)6. Motorolie (pagina158)

WAARSCHUWINGSLABELS21RechterkantKENNISGEVINGAlle waarschuwingslabels en stickers, met uitzondering van het label voor inrijden,worden op de motorfiets aangebracht met een sterke lijm. In sommige gevallenworden labels aangebracht voorafgaand aan het aanbrengen van de laklaag.Daarom zal elke poging om de waarschuwingslabels te verwijderen, schadeveroorzaken aan lakwerk of carrosserie.3617DAILY SAFETY CHECKSTÄGLICHE SICHERHEITSKONTROLLENCONTROLES DE SECURITE QUOTIDIENSCHEQUEOS DE SEGURIDAD DIARIOSVERIFICAÇÕES DIÁRIAS DE SEGURANÇAVERIFICHE GIORNALIERE DI SICUREZZADAGELIJSKE VEILIGHEIDSINSPECTIESDAGLIG SÄKERHETSKONTROLL運行前点検4251. Dagelijkse veiligheidscontrole (pagina125)2. Ongelode brandstof (pagina98) en helm(pagina11)3. Koelvloeistof - vuldop radiateur(pagina166)4. Windscherm (indien voorzien) (pagina239)5. Koplampen (pagina228)6.

WAARSCHUWINGSLABELS23RechterkantKENNISGEVINGAlle waarschuwingslabels en stickers, met uitzondering van het label voor inrijden,worden op de motorfiets aangebracht met een sterke lijm. In sommige gevallenworden labels aangebracht voorafgaand aan het aanbrengen van de laklaag.Daarom zal elke poging om de waarschuwingslabels te verwijderen, schadeveroorzaken aan lakwerk of carrosserie.3617DAILY SAFETY CHECKSTÄGLICHE SICHERHEITSKONTROLLENCONTROLES DE SECURITE QUOTIDIENSCHEQUEOS DE SEGURIDAD DIARIOSVERIFICAÇÕES DIÁRIAS DE SEGURANÇAVERIFICHE GIORNALIERE DI SICUREZZADAGELIJSKE VEILIGHEIDSINSPECTIESDAGLIG SÄKERHETSKONTROLL運行前点検4251. Dagelijkse veiligheidscontrole (pagina125)2. Ongelode brandstof (pagina98) en helm(pagina11)3. Koelvloeistof - vuldop radiateur(pagina166)4. Windscherm (indien voorzien) (pagina239)5. Koplampen (pagina228)6.

WAARSCHUWINGSLABELS25RechterkantKENNISGEVINGAlle waarschuwingslabels en stickers, met uitzondering van het label voor inrijden,worden op de motorfiets aangebracht met een sterke lijm. In sommige gevallenworden labels aangebracht voorafgaand aan het aanbrengen van de laklaag.Daarom zal elke poging om de waarschuwingslabels te verwijderen, schadeveroorzaken aan lakwerk of carrosserie.3516DAILY SAFETY CHECKSTÄGLICHE SICHERHEITSKONTROLLENCONTROLES DE SECURITE QUOTIDIENSCHEQUEOS DE SEGURIDAD DIARIOSVERIFICAÇÕES DIÁRIAS DE SEGURANÇAVERIFICHE GIORNALIERE DI SICUREZZADAGELIJSKE VEILIGHEIDSINSPECTIESDAGLIG SÄKERHETSKONTROLL運行前点検421. Dagelijkse veiligheidscontrole (pagina125)2. Helm (pagina11) en loodvrije brandstof(pagina98)3. Koelvloeistof - vuldop radiateur(pagina166)4. Windscherm (indien voorzien) (pagina239)5. Bandenspanningscontrolesysteem (TPMS)(indien voorzien) (pagina205)6.

SERIENUMMERS39VoertuigIdentificatieNummer (VIN)Het voertuigidentificatienummer (VIN) isin het balhoofd gestempeld.11. VIN-stempel (Trident660 afgebeeld)Noteer het VIN in de daarvoor bestemderuimte in het onderhoudsboekje van demotorfiets.Trident660, Trident660-TripleTributeen TigerSport800Het VIN staat ook op een plaatje op hetbalhoofd.TigerSport660Het VIN staat ook op een plaatje dataan de linkerkant van het frame isbevestigd, naast het zijpaneel.Daytona660Het VIN staat ook op een plaatje dataan de linkerkant van het frame isbevestigd, naast de voetsteun voor depassagier.MotorserienummerHet motorserienummer is direct bovenhet koppelingsdeksel in het bovencartergeslagen.11. Motorserienummer (Trident660 afgebeeld)Noteer het motorserienummer in dedaarvoor bestemde ruimte in hetonderhoudsboekje van de motorfiets.

INSTRUMENTEN47WaarschuwingslampjesKENNISGEVINGAls er een rood waarschuwingslampjewordt weergegeven, moet demotorfiets onmiddellijk tot stilstandworden gebracht.Als er een oranjewaarschuwingslampje wordtweergegeven, hoeft de motorfiets nietonmiddellijk tot stilstand te wordengebracht.Lees eventuelewaarschuwingsberichten en los hetprobleem op.Wanneer het contact wordtingeschakeld, lichten dewaarschuwingslampjes op hetinstrumentenpaneel 1,5 seconde op engaan vervolgens weer uit (behalve delampjes die blijven branden tot de motorwordt gestart, zoals beschreven op devolgende pagina's).Zie voor aanvullende informatie overwaarschuwingen pagina54.StoringslampjemotormanagementsysteemHet storingslampje licht opwanneer het contact wordtingeschakeld (om aan te geven dat hetsysteem werkt), maar mag niet gaanbranden wanneer de motor draait.Als de motor loopt en er een storing inhet motormanagementsysteem is,brandt het storingslampje en knipperthet algemene waarschuwingssymbool.In dat geval schakelt hetmotormanagementsysteem over naarde 'thuisbrengmodus', zodat de rit kanworden voortgezet indien de storingniet zo ernstig is dat de motor niet kandraaien.

WAARSCHUWINGVerlaag de snelheid en rijd niet langerdoor dan noodzakelijk wanneer hetstoringslampje brandt. De storing kande motorprestaties, de uitstoot vanuitlaatgassen en hetbrandstofverbruik beïnvloeden.De storing moet worden gecontroleerden verholpen door een deskundige metspecialistische en technische kennisvan motorfietsen, zoals een erkendeTriumph-dealer.Een gebrekkige werking van de motorkan gevaarlijke rijomstandighedenveroorzaken, wat kan leiden tot verliesvan controle over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.Als het storingslampje knippert wanneerhet contact wordt ingeschakeld, neemdan zo snel mogelijk contact op met eenerkende Triumph-dealer om dezesituatie te verhelpen. Onder dezeomstandigheden zal de motor nietstarten.

Hetwaarschuwingslampje lage oliedruk gaatook branden als het contact wordtingeschakeld en de motor niet draait.KENNISGEVINGAls de oliedruk te laag is, gaat hetwaarschuwingslampje lage-oliedrukbranden.Schakel de motor onmiddellijk uit enonderzoek de situatie wanneer hetcontrolelampje voor lage oliedruk blijftbranden.Indien de motor met een te lageoliedruk draait, ontstaat ernstigemotorschade.Waarschuwingslampje hogekoelvloeistoftemperatuurAls bij draaiende motor dekoelvloeistoftemperatuur gevaarlijkstijgt, gaat het waarschuwingslampjevoor hoge koelvloeistoftemperatuurbranden.KENNISGEVINGSchakel de motor direct uit indien hetwaarschuwingslampje hogekoelvloeistoftemperatuur gaatbranden.De motor niet opnieuw startenvoordat de storing is verholpen.Indien de motor draait terwijl hetwaarschuwingslampje hogekoelvloeistoftemperatuur brandt, kanernstige motorschade ontstaan.

INSTRUMENTEN49Controlelampje startonderbreker/alarminstallatieDeze Triumph-motorfiets isuitgerust met een startonderbreker diegeactiveerd wordt wanneer decontactschakelaar in de stand OFF (UIT)wordt gedraaid.Zonder gemonteerd alarmWanneer de contactschakelaar in destand OFF (UIT) staat, knippert hetlampje van startonderbreker/alarmgedurende 24uur om aan te geven datde startonderbreker ingeschakeld is.Wanneer de contactschakelaar in destand ON (AAN) staat, zijn destartonderbreker en het controlelampjeuitgeschakeld.Als het controlelampje blijft branden,betekent dit dat er een storing in destartonderbreker is die nader moetworden onderzocht.

De storing moetworden gecontroleerd en verholpendoor een deskundige met specialistischeen technische kennis van motorfietsen,zoals een erkende Triumph-dealer.Met alarmHet controlelampje van destartonderbreker/alarminstallatie gaatalleen branden wanneer is voldaan aande voorwaarden zoals beschreven in deinstructies van de originele Triumph-alarminstallatie.Waarschuwingslampjeantiblokkeerremsysteem (ABS) WAARSCHUWINGAls het antiblokkeerremsysteem (ABS)niet werkt, werkt het remsysteemverder als een remsysteem zonderABS.

Rijd niet langer door dannoodzakelijk wanneer het ABS-waarschuwingslampje brandt.De storing moet worden gecontroleerden verholpen door een deskundige metspecialistische en technische kennisvan motorfietsen, zoals een erkendeTriumph-dealer.Te hard remmen kan ertoe leiden datde wielen blokkeren, wat kan leiden totverlies van controle over de motorfietsmet mogelijk ernstig letsel of de doodtot gevolg.

INSTRUMENTEN50KENNISGEVINGTractiecontrole werkt niet bij eenstoring aan het ABS-systeem. In datgeval branden dewaarschuwingslampjes voor de ABS entractiecontrole en het storingslampje.Wanneer de contactschakelaarin de stand ON (AAN) wordt gedraaid, ishet normaal dat hetwaarschuwingslampje voor het ABS-systeem gaat knipperen.

Het lampjeblijft knipperen nadat de motor gestartis, totdat de motorfiets een snelheid vanmeer dan 10km/h heeft bereikt, waarnahet lampje dooft.Het waarschuwingslampje mag pasweer gaan branden als de motor weerwordt gestart, tenzij er een storing is.Als het waarschuwingslampje op enigander moment onder het rijden gaatbranden, betekent dit dat er een storingin het ABS-systeem is opgetreden, dienader moet worden onderzocht.Controlelampje cruisecontrolCruisecontrol kan alleenworden ingeschakeld wanneer demotorfiets een snelheid heeft tussen 30en 160km/u en in de tweede versnellingof hoger geschakeld is. Wanneercruisecontrol is ingeschakeld, brandt hetbijbehorende groene controlelampje.

WAARSCHUWINGCruisecontrol mag alleen wordengebruikt op plaatsen waar u veilig metconstante snelheid kunt rijden.Cruisecontrol mag niet wordengebruikt bij druk verkeer, op wegenmet scherpe/blinde bochten of opgladde wegen.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.

INSTRUMENTEN51Controlelampje tractiecontrole (TC)Het TC-controlelampje wordtgebruikt om aan te geven dat hettractiecontrolesysteem actief is omslippen van het achterwiel te beperkenbij snelle acceleratie of op natte ofgladde wegen. KENNISGEVINGTractiecontrole werkt niet bij eenstoring aan het ABS-systeem. In datgeval branden dewaarschuwingslampjes voor de ABS entractiecontrole en het storingslampje. WAARSCHUWINGAls de tractiecontrole niet werkt, moetvoorzichtigheid in acht wordengenomen bij het accelereren en hetnemen van bochten op een nat of gladwegdek, om doorslippen van hetachterwiel te voorkomen. Rijd nietlanger door dan noodzakelijk wanneerhet storingslampje voor hetmotormanagementsysteem (MIL) enhet waarschuwingslampje van detractiecontrole branden.

De storing moet worden gecontroleerden verholpen door een deskundige metspecialistische en technische kennisvan motorfietsen, zoals een erkendeTriumph-dealer. Bij snel accelereren en hard rijden inbochten kan het achterwieldoorslippen, wat kan leiden tot verliesvan controle over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg. Als tractiecontrole is ingeschakeld:▼ Onder normale rijomstandighedenblijft het tractiecontrolelampje uit. ▼ Het tractiecontrolelampje knippertsnel wanneer hettractiecontrolesysteem in werking isom slippen van het achterwiel tebeperken bij snelle acceleratie of opeen natte of gladde weg. Als tractiecontrole is uitgeschakeld:▼ Het controlelampje brandt niet. Inplaats daarvan gaat hetwaarschuwingslampje 'TCuitgeschakeld' branden.

WaarschuwingslampjeTractiecontrole (TC) uitgeschakeldHet waarschuwingslampjeTractiecontrole (TC) uitgeschakeld magalleen gaan branden bij een storing ofals de tractiecontrole uitgeschakeld is. Als het waarschuwingslampje tijdenshet rijden gaat branden, betekent ditdat er in het tractiecontrolesysteem eenstoring is opgetreden die nader moetworden onderzocht.

INSTRUMENTEN52RichtingaanwijzerlampjeWanneer derichtingaanwijzerschakelaar naar linksof naar rechts wordt gedraaid, knipperthet controlelampje van derichtingaanwijzer in hetzelfde tempo alsde richtingaanwijzer zelf.AlarmknipperlichtenWanneer de knop van dewaarschuwingslampje op aan wordtgezet, knipperen derichtingaanwijzerlampjes van derichtingaanwijzers in hetzelfde tempoals de richtingaanwijzers zelf.Controlelampje grootlichtWanneer het contact wordtingeschakeld en groot licht isingeschakeld, gaat het controlelampjevoor het groot licht branden.Controlelampje dagrijlicht (DRL)(indien gemonteerd)Het controlelampje dagrijlicht(DRL) gaat alleen branden als DRL aanis.Overdag zorgt de dagrijverlichtingervoor dat de motorfiets beter zichtbaaris voor andere weggebruikers.

In anderesituaties moet het dimlicht wordengebruikt, tenzij de verkeerssituatie hetgebruik van grootlicht mogelijk maakt.Als het dimlicht aanstaat, gaat hetcontrolelampje van de dagrijverlichtinguit.Het automatische dimlicht/dagrijlichtwordt met de hand bediend via eenschakelaar op de linkerschakelaarbehuizing.Controlelampje neutraalstandHet controlelampje voor deneutraalstand geeft aan dat detransmissie in de vrijloopstand staat(geen versnelling ingeschakeld). Hetcontrolelampje gaat branden wanneerde transmissie in vrijloop staat terwijl decontactschakelaar in de stand ON (AAN)staat.

INSTRUMENTEN53Waarschuwingslampje laagbrandstofpeilHet controlelampje laagbrandstofpeil gaat branden wanneer hetin het hoofdstuk Specificatiesaangegeven niveau nog ongeveer in detank aanwezig is.Bandenspanningswaarschuwingslampje (mitsbandenspanningscontrolesysteem isingebouwd) WAARSCHUWINGZet de motorfiets stil wanneer hetwaarschuwingslampje voor debandenspanning gaat branden.Rij niet op de motorfiets tot de bandengecontroleerd zijn en de juistebandenspanning hebben in koudetoestand.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.Het waarschuwingslampjevoor de bandenspanning werkt samenmet hetbandenspanningscontrolesysteem(TPMS), zie pagina106.Het waarschuwingslampje gaat alleenbranden wanneer de bandenspanningvoor of achter onder de aanbevolenspanningswaarde ligt.

Het gaat nietbranden wanneer de bandenspanningte hoog is.Wanneer het waarschuwingslampjebrandt, geeft het bandendrukdisplayaan welke band de leeggelopen band is.Het toont ook de bandenspanning.12## ##1. Indicatie bandenspanning achter2. Indicatie bandenspanning voorDe bandenspanning waarbij hetwaarschuwingslampje gaat brandenwordt gecompenseerd tot 20 °C, maarde bijbehorende digitale drukweergaveniet (zie pagina 204). Zelfs wanneer hetdigitale display precies of ongeveer destandaard bandenspanning lijkt aan tegeven wanneer hetwaarschuwingslampje brandt, wordt eenlage bandenspanning aangegeven. Eenlekke band is dan de meestwaarschijnlijke oorzaak.

INSTRUMENTEN54Waarschuwingslampje lageaccuspanningAls onderdelen zoalshandvatverwarming bij stationairtoerental ingeschakeld zijn, kan deaccuspanning na verloop van tijd ondereen bepaalde waarde zakken en wordter in het informatievenster eenwaarschuwing weergegeven.Algemeen waarschuwingssymboolHet waarschuwingssymboolknippert wanneer een storing isopgetreden in het ABS of hetmotormanagement en destoringslampjes voor het ABS en/of hetmotormanagementsysteem branden. Destoring moet worden gecontroleerd enverholpen door een deskundige metspecialistische en technische kennis vanmotorfietsen, zoals een erkendeTriumph-dealer.Waarschuwingen eninformatieberichtenAls zich een storing voordoet kunnen erverschillende waarschuwingen eninformatieberichten verschijnen. In datgeval hebben waarschuwingsberichtenvoorrang boven informatieberichten enwordt het waarschuwingssymbool ophet display weergegeven.

Het aantalactieve waarschuwingsberichten wordtweergegeven in het informatievak.2/21342K W1. Waarschuwingssymbool tractiecontrole(oranje controlelampje)2. Waarschuwingssymboolkoelvloeistoftemperatuur (roodcontrolelampje)3. Koelvloeistoftemperatuurmeter4. Tweede van twee waarschuwingengetoondWanneer er een storing aan demotorfiets wordt gedetecteerd, kunnende volgende waarschuwingen eninformatieberichten wordenweergegeven.

INSTRUMENTEN57SnelheidsmeterDe snelheidsmeter geeft de rijsnelheidvan de motorfiets aan.E F11. SnelheidsmeterKilometertellerDe kilometerteller geeft de totale doorde motorfiets afgelegde afstand weer.De kilometerteller wordt in het vensterService interval weergegeven, ziepagina69.SERVICE-INTERVALmi12/202196110000689miOF11. KilometertellerToerentellerKENNISGEVINGLaat het motortoerental nooit hogerworden dan het maximumtoerental,omdat dit kan leiden tot ernstigemotorschade.De toerenteller geeft het motortoerentalweer in omwentelingen per minuut -rpm (omw/min).Motortoerentallen boven hetmaximumtoerental liggen boven hetbereik voor de beste motorprestaties enkunnen leiden tot motorschade.E F12MPH1. Motortoerental (rpm)2. Maximumtoerental

INSTRUMENTEN58BrandstofmeterDe brandstofmeter geeft de hoeveelheidbrandstof in de tank aan.E F1MPH1. BrandstofmeterBij ingeschakeld contact geeft eendoorgetrokken streep aan hoeveelbrandstof er nog in de tank zit.De aanduidingen van de brandstofmetergeven brandstofniveaus weer tussen E(leeg) en F (vol). Hetwaarschuwingslampje laag brandstofpeilgaat branden wanneer er nog ongeveerzoveel brandstof in de tank resteert alsis aangegeven in het deel Specificaties.U moet dan bij de eerstvolgendegelegenheid tanken.Het bereik tot de tank leeg is en hetactuele brandstofverbruik wordenweergegeven op het schermBrandstofstatus, zie pagina67.KENNISGEVINGNa het tanken worden de gegevensvan de brandstofmeter en deresterende actieradius pas bijgewerktwanneer de motorfiets weer rijdt.Afhankelijk van de rijstijl kan hetbijwerken tot vijf minuten duren.

INSTRUMENTEN59KoelvloeistoftemperatuurmeterKENNISGEVINGStop de motor onmiddellijk als er eenwaarschuwingsbericht voor te hogekoelvloeistoftemperatuur in hetinstrumentenpaneel wordtweergegeven.De motor niet opnieuw startenvoordat de storing is verholpen.Als de motor blijft draaien terwijl hetwaarschuwingslampje voor hogekoelvloeistoftemperatuur brandt, kaner ernstige motorschade ontstaan.De koelvloeistoftemperatuurmeter geeftde temperatuur van demotorkoelvloeistof aan.CH1K W1. KoelvloeistoftemperatuurmeterAls de motor koud wordt gestart, geefthet display grijze blokjes weer.Naarmate de temperatuur oploopt,neemt het aantal verlichte blokjes ophet display toe.

Als de motor warmwordt gestart, toont het display hetbijbehorende aantal verlichte blokjes,afhankelijk van de motortemperatuur.Het normale temperatuurbereik ligttussen K (koud) en W (heet) op hetdisplay.Als de motor draait en dekoelvloeistoftemperatuur gevaarlijk hoogwordt, wordt er in het instrumentenvakeen waarschuwingsberichtweergegeven. Dekoelvloeistoftemperatuurmeter wordtook getoond.123OKK W1. Waarschuwingssymboolkoelvloeistoftemperatuur (roodcontrolelampje)2. Koelvloeistoftemperatuurmeter3. Symbool selectieknop ingedrukt▼ Stop de motor onmiddellijk als er eenwaarschuwingsbericht voor te hogekoelvloeistoftemperatuur in hetinstrumentenpaneel wordtweergegeven.▼ Laat de motor minimaal 30 minutenafkoelen.▼ Controleer het koelvloeistofpeil encorrigeer het zo nodig (ziepagina167 en pagina168).

OmgevingsluchttemperatuurZie pagina 81 om de temperatuur teveranderen in °C of °F.Vorstsymbool WAARSCHUWINGIJzel kan zich al bij temperaturen vanenkele graden boven het vriespunt(0°C) vormen, vooral op bruggen enbeschaduwde plaatsen.Wees altijd extra voorzichtig bij lagetemperaturen en ga langzamer rijdenin potentieel gevaarlijkeomstandigheden, zoals slecht weer.Rijden met te hoge snelheid, hardaccelereren, hard remmen of hardrijden in bochten als de wegen gladzijn, kan leiden tot verlies van controleover de motorfiets met mogelijkernstig letsel of de dood tot gevolg.Het vorstsymbool licht opwanneer deomgevingsluchttemperatuur 4°C (39°F)of lager is.Het vorstsymbool blijft branden tot detemperatuur stijgt tot 6°C (42°F).Er verschijnt ook een bericht in hetinformatievenster.

Geselecteerde versnelling (vijfdeversnelling afgebeeld)De informatie over de geselecteerdeversnelling wordt niet weergegevenwanneer de versnellingsindicator in hetinformatievak wordt weergegeven.Zie pagina 80 voor meer informatieover de weergave van deSchakelindicator.Navigatie in het displayDe onderstaande tabel geeft eenbeschrijving van de pictogrammen enknoppen die gebruikt kunnen wordenom door de in deze handleidingbeschreven instrumentenmenu's tenavigeren.mModusknop.VVVVNavigatieknoppen.Selectieknop.Informatievak - links/rechtsscrollen met denavigatieknoppen.Informatievak - omhoog/omlaag scrollen met denavigatieknoppen.Informatievak - bevestigenmet de selectieknop.

INSTRUMENTEN63Road-modusIn de modus Road zijn de instellingenvan ABS, MAPen TC optimaal voornormaal weggebruik.RoadABS MAP TCROAD ROAD ROADSysteeminstellingenABSRoad – optimale ABS-instelling voor gebruik opde weg.MAPRoad – standaardgaskleprespons.TCRoad – optimale TC-instelling voor gebruik opde weg.SportmodusIn de modus Sport zijn de instellingenvan ABS, MAP en TC optimaal voornormaal sportief gebruik.SportABS MAP TCROAD SPORT SPORTSysteeminstellingenABSRoad – optimale ABS-instelling voor gebruik opde weg.MAPSport – verhoogdegaskleprespons invergelijking met de Road-modus.TCSport – laat een hogereachterwielslip toevergeleken met de Road-instelling.

INSTRUMENTEN64Rijmodi selecteren WAARSCHUWINGOm op een rijdende motor eenrijmodus te selecteren, moet debestuurder de motorfiets kortstondiglaten freewheelen (motorfiets rijdt,motor draait, gas dicht,koppelingshendel ingetrokken enremmen los).Selectie van een rijmodus onder hetrijden mag alleen worden geprobeerd:- Bij lage snelheid- Op plaatsen waar geen anderverkeer is- Op rechte en vlakke wegen ofoppervlakken- Bij goede weg- enweersomstandigheden- Daar waar het veilig is om demotorfiets kortstondig te latenfreewheelen.Selectie van een rijmodus onder hetrijden MAG NIET worden geprobeerd:- Bij hoge snelheid- Te midden van rijdend verkeer- Tijdens het nemen van een bocht ofop bochtige wegen of oppervlakken- Op sterk hellende wegen ofoppervlakken- Bij slechte weg- enweersomstandigheden- Daar waar het onveilig is om demotorfiets kortstondig te latenfreewheelen.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Triumph Tiger Sport 800 (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden