Triumph Rocket 3 Storm GT (2026) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Triumph Rocket 3 Storm GT (2026) (231 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 26 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Triumph Rocket 3 Storm GT (2026) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Triumph |
| Categorie: | Motor |
| Model: | Rocket 3 Storm GT (2026) |
Handleiding Triumph Rocket 3 Storm GT (2026) – volledige tekst
Bewaar deze gebruikershandleiding altijd bij de motorfiets enraadpleeg de informatie indien nodig.De informatie in deze uitgave is gebaseerd op de meest recente, op het moment van publicatie beschikbare informatie.Triumph behoudt zich het recht voor te allen tijde, zonder voorafgaande mededeling of verplichting, wijzigingen aan tebrengen.Deze publicatie mag niet in zijn geheel, noch gedeeltelijk worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming vanTriumph Motorcycles Limited.© Copyright 09.2025 Triumph Motorcycles Limited, Hinckley, Leicestershire, Engeland.Publicatie onderdeelnummer 3850803-NL versie 1
INHOUDSOPGAVE02Deze gebruikershandleiding bevat een aantal verschillende hoofdstukken.Onderstaande inhoudsopgave helpt u het begin van elk hoofdstuk op te zoeken,waar u – in het geval van grotere hoofdstukken – een meer gedetailleerdeinhoudsopgave aantreft, die u helpt het betreffende onderwerp te vinden.03 VOORWOORD07 VEILIGHEID VOOROP16 WAARSCHUWINGSLABELS18 ONDERDELENOVERZICHT21 SERIENUMMERS23 INSTRUMENTEN63 ALGEMENE INFORMATIE103 RIJDEN OP DE MOTORFIETS121 ACCESSOIRES, LADING EN PASSAGIERS129 ONDERHOUD EN AFSTELLING183 REINIGING EN STALLING195 GARANTIE209 SPECIFICATIES223 INDEX228 GOEDKEURINGSINFORMATIE
Dank u voor het kiezen van eenTriumph-motorfiets. Deze motorfiets ishet resultaat van Triumph's toepassingvan beproefde technieken, grondigetests en het voortdurend streven naarsuperieure betrouwbaarheid, veiligheiden prestaties. Lees voordat u gaat rijden dezegebruikershandleiding aandachtig doorom volledig vertrouwd te raken met dewerking van de bedieningselementen, dekenmerken, de capaciteiten en debeperkingen van uw motorfiets. Deze handleiding bevat tips voor veiligrijden, maar beschrijft niet alletechnieken en vaardigheden die nodigzijn om veilig op een motorfiets te rijden. Triumph adviseert motorrijdersnadrukkelijk de nodige lessen te nemenom deze motorfiets veilig te kunnenbedienen. De nieuwste versie van dezegebruikershandleiding met eventuelewijzigingen is verkrijgbaar bij uw lokaledealer en online opwww. triumphmotorcycles. co.
VOORWOORD04QR-codeOm de gebruikershandleiding tedownloaden;Voer het onderstaande adres in eenwebbrowser in:www.triumphmotorcycles.co.uk/handbooksof;Scan de QR-code met uw smartphone:Deze QR-code is ook te vinden op eenpermanent label dat op uw motorfiets isbevestigd, onder het zadel of achter hetzijpaneel.Nadat u het webadres heeft ingevoerdof de QR-code heeft gescand, wordt uwbrowser naar een webpagina geleidwaar u uw gebruikershandleiding kuntselecteren en downloaden.Gevaren, waarschuwingen,maningen tot voorzichtigheiden mededelingenBijzonder belangrijke informatie wordt inde volgende vorm gepresenteerd: GEVAARDit gevaarsymbool duidt op specialeinstructies of procedures die, als zeniet goed worden opgevolgd,persoonlijk letsel of de dood tot gevolghebben.
WAARSCHUWINGDit waarschuwingssymbool duidt opspeciale instructies of procedures die,als ze niet goed worden opgevolgd,persoonlijk letsel of de dood tot gevolgkunnen hebben. VOORZICHTIGDit symbool maant tot voorzichtigheiden gaat vergezeld van specialeinstructies of procedures die, als zeniet strikt worden opgevolgd, licht totmatig letsel tot gevolg kunnen hebben.KENNISGEVINGDit opmerkingssymbool duidt oppunten die belangrijk zijn voor eenefficiëntere en gemakkelijkerebediening.
VOORWOORD05WaarschuwingslabelsBovenstaand symbool wordt opbepaalde plaatsen op de motorfietsweergegeven. Het symbool betekentVOORZICHTIG: RAADPLEEG DEHANDLEIDING en dit wordt gevolgd dooreen grafische voorstelling van hetbetreffende onderwerp.Probeer nooit op de motorfiets te rijdenof een aanpassing uit te voeren zonderde in deze handleiding beschrevenrelevante instructies te raadplegen.Raadpleeg het gedeelte Locaties van dewaarschuwingslabels in dezehandleiding voor de locatie van allelabels met dit symbool.
Dit symboolwordt zo nodig ook weergegeven op depagina's met de relevante informatie.OnderhoudOm een lang, veilig en probleemloosgebruik van uw motorfiets tegaranderen, dient het onderhoud teworden uitgevoerd door een deskundigemet specialistische en technische kennisvan motorfietsen, zoals een erkendeTriumph-dealer.Een erkende Triumph-dealer beschiktover de noodzakelijke kennis,apparatuur en vakkundigheid om uwTriumph-motorfiets goed teonderhouden.Bezoek de Triumph-website opwww.triumph.co.uk of neem telefonischcontact op met de bevoegdedistributeur in uw land voor informatieover de dichtstbijzijnde erkendeTriumph-dealer. De adressen zijn ookvermeld in het bij deze handleidinggeleverde onderhoudsboekje.
VOORWOORD06GeluiddempingssysteemWijzigen van hetgeluiddempingssysteem is verboden.Eigenaars worden gewaarschuwd dathet wettelijk verboden kan zijn om:▼ onderdelen of designelementen vannieuwe voertuigen die bedoeld zijnvoor geluiddemping, voorafgaand aande verkoop of aflevering aan dekoper of daarna te verwijderen ofbuiten werking te stellen, behalve alsdat nodig is voor onderhoud,reparatie of vervanging, en,▼ het voertuig te gebruiken nadat zo'nonderdeel of designcomponent isverwijderd of buiten werking isgesteld.Onder knoeien worden onder meer devolgende handelingen verstaan:▼ Verwijderen of doorboren van degeluiddemper, schotten,uitlaatbochten of enig anderonderdeel dat uitlaatgassen geleidt.▼ Verwijderen of doorboren van enigonderdeel van het inlaatsysteem.▼ Gebrek aan goed onderhoud.▼ Vervanging van bewegende delenvan het voertuig, of delen van deuitlaat of het inlaatsysteem, dooronderdelen die niet door de fabrikantzijn aangegeven.Praat met TriumphOnze relatie met u stopt niet bij deaankoop van uw Triumph.
VEILIGHEID VOOROP07De motorfiets WAARSCHUWINGDeze motorfiets is uitsluitend bedoeldvoor gebruik op de weg.Rijd niet offroad met deze motorfiets.Terreinrijden kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets, wat kanleiden tot ernstig letsel of de dood. WAARSCHUWINGDeze motorfiets is ontworpen voorgebruik als tweewielig voertuig om eenbestuurder met maximaal éénpassagier te vervoeren (mits eenpassagierszadel en achterstevoetsteunen zijn aangebracht).Het totale gewicht van de berijder, eeneventuele passagier, accessoires enbagage mag het in de specificatiesvermelde maximale laadvermogen nietoverschrijden.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.
WAARSCHUWINGDeze motorfiets is uitgerust met eenkatalysator onder de motor, die samenmet het uitlaatsysteem zeer hogetemperaturen kan bereiken wanneerde motor draait.Brandbare materialen zoals gras, hooi/stro, bladeren, kleding en bagagekunnen ontbranden wanneer ze incontact komen met een willekeurigonderdeel van het uitlaatsysteem.Zorg er altijd voor dat brandbarematerialen niet in aanraking kunnenkomen met het uitlaatsysteem of dekatalysator.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot brand, metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.
WAARSCHUWINGDeze motorfiets is niet ontworpenvoor het trekken van een aanhangerof het gebruik van een zijspan.Het monteren van een zijspan en/ofaanhanger kan de handelbaarheid, destabiliteit of andere aspecten van hetmotorrijden beïnvloeden.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.
VEILIGHEID VOOROP08KENNISGEVINGMotorrijden in extremeomstandigheden, zoals natte enmodderige wegen, op ruw terrein of instoffige en vochtige omgevingen, kanleiden tot bovengemiddelde slijtage enbeschadiging van bepaaldecomponenten.Daarom kan onderhoud en vervangingvan versleten of beschadigdeonderdelen noodzakelijk zijn voordatde geplande datum voor hetperiodieke onderhoud is bereikt.Het is belangrijk dat de motorfietswordt geïnspecteerd na het rijden inextreme omstandigheden en datversleten of beschadigde onderdelenworden onderhouden of vervangen.Brandstof en uitlaatgassen GEVAARNooit de motor starten of latendraaien in een afgesloten ruimte.Gebruik de motorfiets altijd in de openlucht of op een plaats met voldoendeventilatie.Uitlaatgassen zijn giftig en leidenbinnen korte tijd tot bewusteloosheiden de dood.
WAARSCHUWINGBENZINE IS UITERST BRANDBAAR:- Schakel de motor altijd uit wanneer ugaat tanken.- Let goed op en blijf alert tijdens hettanken.- Niet tanken of de vuldop van de tankopenen terwijl u rookt of in de buurtbent van open vuur (vlammen).- Mors tijdens het tanken geenbrandstof op de motor, deuitlaatpijpen of de dempers.- Als brandstof is ingeslikt, ingeademdof in de ogen terechtgekomen is, moetdirect medische hulp wordeningeroepen.- Als benzine op de huid terechtkomt,dient deze onmiddellijk te wordengewassen met water en zeep en metbrandstof verontreinigde kleding dientonmiddellijk te worden uitgetrokken.- Contact met brandstof kanbrandwonden en andere ernstigehuidaandoeningen veroorzaken.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot ernstig letsel ofde dood.
VEILIGHEID VOOROP09Valhelm en kleding GEVAAREen valhelm is een van debelangrijkste uitrustingsstukken,omdat deze bescherming biedt tegenhoofdletsel. Uw valhelm en die van uwpassagier dienen met zorg te wordengekozen en comfortabel en stevig omhet hoofd te passen. Een felgekleurdehelm verhoogt de zichtbaarheid van derijder (of passagier) voor andereweggebruikers aanzienlijk.Een valhelm met open voorzijde biedtenige bescherming bij een ongeval,maar een integraalhelm biedt beterebescherming.Draag altijd een vizier of eengoedgekeurde beschermende bril voorbeter zicht en ter bescherming van uwogen.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies leidt tot ernstig letsel of dedood.
WAARSCHUWINGTijdens het rijden op de motorfietsdienen de berijder en de passagier (bijmodellen waarop een passagiervervoerd mag worden) altijd geschiktekleding te dragen, waaronder valhelm,oogbescherming, handschoenen,laarzen, broek (nauw aansluitend rondde knieën en de enkels) en eenfelgekleurd jack.Tijdens offroadgebruik (op modellendie geschikt zijn voor offroadgebruik),moet de rijder altijd geschikte kledingdragen, inclusief broek en laarzen.Felgekleurde kleding verhoogt dezichtbaarheid van de rijder (of depassagier) voor andere weggebruikersaanzienlijk.Hoewel volledige bescherming nietmogelijk is, kan het risico op ernstig ofdodelijk letsel worden verminderd doorde juiste beschermende kleding tedragen.
VEILIGHEID VOOROP10Onderhoud en apparatuur WAARSCHUWINGNeem bij twijfel over het juiste ofveilige gebruik van deze motorfietscontact op met een deskundige metspecialistische en technische kennisvan motorfietsen, zoals een erkendeTriumph-dealer.Wanneer wordt doorgereden op eenniet goed werkende motorfiets kaneen defect verergeren en kan deveiligheid in gevaar komen.Doorgaan met het gebruik van eenniet goed werkende motorfiets kan dehandelbaarheid, de stabiliteit of andereaspecten van het rijden op demotorfiets beïnvloeden, wat kan leidentot verlies van controle over demotorfiets met mogelijk ernstig letselof de dood tot gevolg.
VEILIGHEID VOOROP11Parkeren WAARSCHUWINGAltijd de motor uitschakelen en decontactsleutel verwijderen voordat uuw motorfiets onbeheerd achterlaat.Door het verwijderen van decontactsleutel wordt het risico vangebruik door onbevoegde enonervaren personen verkleind.Denk aan het volgende als u uwmotorfiets parkeert:- Zet de motorfiets in de eersteversnelling om te voorkomen dat hijvan de standaard rolt.- De motor, radiateur, hetuitlaatsysteem, de achtervering en deremmen zijn heet na het rijden.Parkeer NOOIT op plaatsen waarvoetgangers, dieren en/of kinderen demotorfiets kunnen aanraken.- Parkeer nooit op een zachteondergrond of op een hellendoppervlak.
WAARSCHUWINGAlle rijders moeten in het bezit zijn vaneen rijbewijs voor motorfietsen.Het zonder rijbewijs besturen van eenmotorfiets is verboden en kangerechtelijke vervolging tot gevolghebben.Het gebruik van de motorfiets zonderformele training in de juisterijtechnieken die nodig zijn om eenrijbewijs te krijgen, is gevaarlijk.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.
WAARSCHUWINGWees altijd bedacht op veranderingenin het wegdek, het verkeer en de winden pas uw rijgedrag hierop aan. Alletweewielige voertuigen zijn onderhevigaan externe krachten die dehandelbaarheid, de stabiliteit of andereaspecten van de motorfiets kunnenbeïnvloeden.Deze factoren zijn onder andere:- windstoten van passerendevoertuigen- gaten in de weg, oneffenheden ofbeschadigingen in het wegdek- slecht weer- fouten van de bestuurder.Rijd altijd met matige snelheid envermijd druk verkeer, totdat u zichvolledig vertrouwd hebt gemaakt metde werking en de rijeigenschappen vande motorfiets. Overschrijd nooit dewettelijk geldende snelheidslimiet.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.
VEILIGHEID VOOROP13Trilling/slingeringEen slingering is een relatief langzame,op en neer gaande beweging van deachterkant van de motorfiets, terwijleen trilling een snelle, soms sterkebeving van het stuur is. Dit zijnverwante, maar apartestabiliteitsproblemen die gewoonlijkveroorzaakt worden door te veelgewicht op de verkeerde plaats of dooreen mechanisch probleem zoalsversleten of loszittende lagers, te slappeof ongelijkmatig versleten banden.De oplossing is in beide gevallenhetzelfde. Houd het stuur stevig vastzonder de armen op slot te zetten of destuurbeweging tegen te gaan. Draai hetgas gelijkmatig terug om geleidelijkvaart te minderen. Rem niet enaccelereer niet in een poging om hettrillen of slingeren te stoppen. Somshelpt het om het lichaamsgewicht naarvoren te verplaatsen door over de tankte buigen.Copyright © 2005 Motorcycle SafetyFoundation.
Alle rechten voorbehouden.Gebruikt met toestemming.Handgrepen en voetsteunen WAARSCHUWINGDe bestuurder dient de motorfietsonder controle te houden door te allentijde de handen aan het stuur tehouden.Als de motorrijder zijn handen van hetstuur haalt, tast dat dehandelbaarheid en de stabiliteit van demotorfiets aan.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg. WAARSCHUWINGDe bestuurder en de passagier (indienvan toepassing) dienen tijdens hetrijden altijd de voetsteunen tegebruiken.Door de voetsteunen te gebruikenwordt voor zowel de bestuurder als depassagier het risico op onbedoeldcontact met onderdelen van demotorfiets verminderd.
VEILIGHEID VOOROP14 WAARSCHUWINGZorg er altijd voor dat depassagiersvoetsteunen volledig zijnuitgetrokken bij het meerijden van eenpassagier.Vervoer nooit een passagier zonderdat hij of zij de volledig uitgetrokkenpassagiersvoetsteunen gebruikt.Onjuiste plaatsing van de voet ergensop de motorfiets in plaats van hetgebruik van de voetsteunen kan ertoeleiden dat:- de voeten of kleding van depassagier bekneld raken- de passagier in contact komt methete uitlaatpijpen.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk materiële schade, ernstigletsel of de dood tot gevolg.
WAARSCHUWINGDe hellingshoekindicators mogen nietworden gebruikt als richtlijn voor demate waarin de motorfiets veiligschuin gelegd kan worden in bochten.Dit is afhankelijk van veel verschillendeomstandigheden, waaronder, maarniet beperkt tot:- Wegdek;- Staat van de banden;- Weer.Overhellen tot een onveilige hoek kanleiden tot verlies van controle over demotorfiets met mogelijk ernstig letselof de dood tot gevolg. WAARSCHUWINGVervang altijd dehellingshoekindicators voordat ze totde slijtagelimiet zijn afgesleten.Wanneer de hellingshoekindicators totvoorbij de slijtagelimiet zijn afgesleten,kan de motorfiets tot een onveiligehoek overhellen.Overhellen tot een onveilige hoek kanleiden tot verlies van controle over demotorfiets met mogelijk ernstig letselof de dood tot gevolg.
VEILIGHEID VOOROP15Onderdelen en accessoires WAARSCHUWINGDe eigenaar dient zich ervan bewustte zijn dat onderdelen, accessoires enaanpassingen voor een Triumph-motorfiets alleen goedgekeurd zijnwanneer ze door Triumph voorzien zijnvan een officiële goedkeuring.We raden aan accessoires te latenaanbrengen en aanpassingen te latenverrichten door een deskundige metspecialistische en technische kennisvan motorfietsen, zoals een erkendeTriumph-dealer.Het is met name bijzonder gevaarlijkom onderdelen of accessoires aan tebrengen of te vervangen waarvoor hetnoodzakelijk is om het elektrische ofhet brandstofsysteem te demonteren,of hierop uitbreidingen aan tebrengen.
Dergelijke aanpassingenkunnen de veiligheid in gevaarbrengen.Het aanbrengen van niet-goedgekeurde onderdelen, accessoiresof aanpassingen kan een nadeligeffect hebben op de handelbaarheid,de stabiliteit en andere aspecten vande werking van de motorfiets, wat kanleiden tot verlies van controle over demotorfiets met mogelijk ernstig letselof de dood tot gevolg.Triumph aanvaardt geenaansprakelijkheid voor gebreken die zijnveroorzaakt door het aanbrengen vanniet-goedgekeurde onderdelen,accessoires of aanpassingen.Triumph aanvaardt geenaansprakelijkheid voor gebreken die zijnveroorzaakt door het aanbrengen vanniet-goedgekeurde onderdelen,accessoires of aanpassingen.
ONDERDELENOVERZICHT19Rechterkant1 2 491356107811123141. USB-aansluiting (onder het zadel)2. Zekeringdoos (onder het zadel)3. Vloeistofreservoir voorrem4. Stelschroeven voorvering5. Stuurslot6. Voorvork7. Koelvloeistofexpansietank8. Dop koelvloeistofexpansietank9. Schakelpook achterrem10. Vloeistofreservoir achterrem11. Gereedschapskist (achter het zijpaneel)12. Versteller uitgaande demping achtervering(achter het zijpaneel)13. Demper14. Versteller compressiedempingachtervering
SERIENUMMERS21VoertuigIdentificatieNummer (VIN)Het voertuigidentificatienummer (VIN) isin het balhoofd gestempeld.Het VIN staat ook op een plaatje dataan de linkerkant van het frame isbevestigd, naast het balhoofd.11. VIN-stempelNoteer het VIN in de daarvoor bestemderuimte in het onderhoudsboekje van demotorfiets.MotorserienummerHet serienummer van de motor staataan de onderkant op het motorcarter.11. MotorserienummerNoteer het motorserienummer in dedaarvoor bestemde ruimte in hetonderhoudsboekje van de motorfiets.
INSTRUMENTEN27WaarschuwingslampjesWanneer het contact wordtingeschakeld, lichten dewaarschuwingslampjes op hetinstrumentenpaneel 1,5 seconde op engaan vervolgens weer uit (behalve delampjes die blijven branden tot de motorwordt gestart, zoals beschreven op devolgende pagina's).Zie pagina 41 voor aanvullendewaarschuwings- en informatieberichten.StoringslampjemotormanagementsysteemHet storingslampje voor hetmotormanagementsysteem licht opwanneer het contact wordtingeschakeld (om aan te geven dat hetsysteem werkt), maar mag niet gaanbranden wanneer de motor draait.Als de motor loopt en er een storing isin het motormanagementsysteem,brandt de MIL en begint het algemenewaarschuwingssymbool te knipperen. Indat geval schakelt hetmotormanagementsysteem over naarde 'thuisbrengmodus', zodat de rit kanworden voortgezet indien de storingniet zo ernstig is dat de motor niet kandraaien.
WAARSCHUWINGVerlaag de snelheid en rijd niet langerdoor dan noodzakelijk wanneer hetstoringslampje brandt. De storing kande motorprestaties, de uitstoot vanuitlaatgassen en hetbrandstofverbruik beïnvloeden.De storing moet worden gecontroleerden verholpen door een deskundige metspecialistische en technische kennisvan motorfietsen, zoals een erkendeTriumph-dealer.Een gebrekkige werking van de motorkan gevaarlijke rijomstandighedenveroorzaken, wat kan leiden tot verliesvan controle over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.Als het storingslampje knippert wanneerhet contact wordt ingeschakeld, neemdan zo snel mogelijk contact op met eenerkende Triumph-dealer om dezesituatie te verhelpen.
INSTRUMENTEN28KENNISGEVINGAls de oliedruk te laag is, gaat hetwaarschuwingslampje lage-oliedrukbranden.Schakel de motor onmiddellijk uit enonderzoek de situatie wanneer hetcontrolelampje voor lage oliedruk blijftbranden.Indien de motor met een te lageoliedruk draait, ontstaat ernstigemotorschade.Waarschuwingslampje hogekoelvloeistoftemperatuurAls bij draaiende motor dekoelvloeistoftemperatuur gevaarlijkstijgt, gaat het waarschuwingslampjevoor hoge koelvloeistoftemperatuurbranden.KENNISGEVINGSchakel de motor direct uit indien hetwaarschuwingslampje hogekoelvloeistoftemperatuur gaatbranden.De motor niet opnieuw startenvoordat de storing is verholpen.Indien de motor draait terwijl hetwaarschuwingslampje hogekoelvloeistoftemperatuur brandt, kanernstige motorschade ontstaan.Controlelampje startonderbreker/alarminstallatieDeze motorfiets is uitgerust met eenstartonderbreker die geactiveerd wordtwanneer de contactschakelaar in destand OFF (UIT) wordt gedraaid.Zonder alarmWanneer de contactschakelaar in destand OFF (UIT) staat, knippert hetlampje van startonderbreker/alarmgedurende 24uur om aan te geven datde startonderbreker ingeschakeld is.Wanneer de contactschakelaar in destand ON (AAN) staat, zijnstartonderbreker en het controlelampjeuitgeschakeld.Als het controlelampje blijft branden,betekent dit dat er een storing in destartonderbreker is die nader moetworden onderzocht.
INSTRUMENTEN29Waarschuwingslampjeantiblokkeerremsysteem (ABS)Wanneer decontactschakelaar in de stand ON (AAN)wordt gedraaid, is het normaal dat hetwaarschuwingslampje voor het ABS-systeem gaat knipperen. Het lampjeblijft knipperen nadat de motor gestartis, totdat de motorfiets een snelheid vanmeer dan 10km/h heeft bereikt, waarnahet lampje dooft.Tractiecontrole werkt niet bij een storingaan het ABS-systeem. In dat gevalbranden de waarschuwingslampjes voorde ABS en tractiecontrole en hetstoringslampje.Het waarschuwingslampje gaat pasweer branden als de motor weer wordtgestart, tenzij er een storing is.Als er een storing is in het ABS-systeem, gaat het waarschuwingslampjebranden en knippert het algemenewaarschuwingssymbool. WAARSCHUWINGAls het antiblokkeerremsysteem (ABS)niet werkt, werkt het remsysteemverder als een remsysteem zonderABS.
Rijd niet langer door dannoodzakelijk wanneer het ABS-waarschuwingslampje brandt.De storing moet worden gecontroleerden verholpen door een deskundige metspecialistische en technische kennisvan motorfietsen, zoals een erkendeTriumph-dealer.Te hard remmen kan ertoe leiden datde wielen blokkeren, wat kan leiden totverlies van controle over de motorfietsmet mogelijk ernstig letsel of de doodtot gevolg.Controlelampje tractiecontrole (TC)Het TC-controlelampje wordtgebruikt om aan te geven dat hettractiecontrolesysteem actief is en bezigis om slippen van het achterwiel tebeperken bij snelle acceleratie of opnatte of gladde wegen.KENNISGEVINGTractiecontrole werkt niet bij eenstoring aan het ABS-systeem. In datgeval branden dewaarschuwingslampjes voor de ABS entractiecontrole en het storingslampje.
INSTRUMENTEN30 WAARSCHUWINGAls de tractiecontrole niet werkt, moetvoorzichtigheid in acht wordengenomen bij het accelereren en hetnemen van bochten op een nat of gladwegdek, om doorslippen van hetachterwiel te voorkomen.
Rijd nietlanger door dan noodzakelijk wanneerhet storingslampje voor hetmotormanagementsysteem (MIL) enhet waarschuwingslampje van detractiecontrole branden.De storing moet worden gecontroleerden verholpen door een deskundige metspecialistische en technische kennisvan motorfietsen, zoals een erkendeTriumph-dealer.Bij snel accelereren en hard rijden inbochten kan het achterwieldoorslippen, wat kan leiden tot verliesvan controle over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.Als tractiecontrole is ingeschakeld:▼ Onder normale rijomstandighedenblijft het tractiecontrolelampje uit.▼ Het tractiecontrolelampje knippertsnel wanneer hettractiecontrolesysteem in werking isom slippen van het achterwiel tebeperken bij snelle acceleratie of opeen natte of gladde weg.Als tractiecontrole is uitgeschakeld:▼ Het controlelampje brandt niet.
Inplaats daarvan gaat hetwaarschuwingslampje 'TCuitgeschakeld' branden.WaarschuwingslampjeTractiecontrole (TC) uitgeschakeldHet waarschuwingslampjeTractiecontrole (TC) uitgeschakeld magalleen gaan branden bij een storing ofals de tractiecontrole uitgeschakeld is.Als het waarschuwingslampje tijdenshet rijden gaat branden, betekent ditdat er in het tractiecontrolesysteem eenstoring is opgetreden die nader moetworden onderzocht. De storing moetworden gecontroleerd en verholpendoor een deskundige met specialistischeen technische kennis van motorfietsen,zoals een erkende Triumph-dealer.RichtingaanwijzerlampjeWanneer derichtingaanwijzerschakelaar naar linksof naar rechts wordt gedraaid, knipperthet controlelampje van derichtingaanwijzer in hetzelfde tempo alsde richtingaanwijzer zelf.
INSTRUMENTEN31AlarmknipperlichtenWanneer de schakelaar vande alarmknipperlichten op aan wordtgezet, knipperen dewaarschuwingslampjes van derichtingaanwijzers in hetzelfde tempoals de richtingaanwijzers zelf.Controlelampje grootlichtWanneer het contact wordtingeschakeld en groot licht isingeschakeld, gaat het controlelampjevoor het groot licht branden.Controlelampje dagrijlicht (DRL)(indien gemonteerd)Wanneer het contact wordtingeschakeld en de dagrijlichtschakelaarop dagrijlicht is ingesteld, gaat hetcontrolelampje voor het dagrijlichtbranden. Overdag zorgt dedagrijverlichting (DRL) ervoor dat demotorfiets beter zichtbaar is voorandere weggebruikers.
In anderesituaties moet het dimlicht wordengebruikt, tenzij de verkeerssituatie hetgebruik van grootlicht mogelijk maakt.Als het dimlicht wordt ingeschakeld,gaat het controlelampje van dedagrijverlichting uit.De dagrijlichten en dimlichten wordenmet de hand bediend via een schakelaarop de linker schakelaarbehuizing.
WAARSCHUWINGRij niet langer dan noodzakelijk methet dagrijlicht (DRL) als hetomgevingslicht zwak is.Als het donker is, in tunnels, of als deomgevingsverlichting zwak is, kunnende dagrijlichten het zicht belemmerenof andere weggebruikers verblinden.Verblinding van andere weggebruikersof beperkt zicht bij slechte verlichtingkan leiden tot verlies van controle overde motorfiets met mogelijk ernstigletsel of de dood tot gevolg.Waarschuwingslampje laagbrandstofpeilHet controlelampje laagbrandstofpeil gaat branden wanneer hetin het hoofdstuk Specificatiesaangegeven niveau nog ongeveer in detank aanwezig is.
INSTRUMENTEN32Algemeen waarschuwingssymboolAls er een storing is opgetredenin het ABS of het motormanagement ende waarschuwingslampjes voor het ABSen/of het motormanagementsysteembranden, wordt het algemeenwaarschuwingssymbool getoond in hetinformatievak.
De storing moet wordengecontroleerd en verholpen door eendeskundige met specialistische entechnische kennis van motorfietsen,zoals een erkende Triumph-dealer.OmgevingsluchttemperatuurDe luchttemperatuur wordtweergegeven in oC of oF.Wanneer de motorfiets stilstaat, kan dehitte van de motor de nauwkeurigheidvan de temperatuurweergavebeïnvloeden.Zodra de motorfiets weer rijdt, wordt deweergave na korte tijd weer normaal.Zie pagina 58 om de temperatuur weerte geven in °C of °F.Snelheidsmeter enkilometertellerDe snelheidsmeter geeft de rijsnelheidvan de motorfiets aan.De kilometerteller geeft de totale doorde motorfiets afgelegde afstand weer.A15:5312.4 °C10k00 56073443 miOR APR 2019Service Inmi70N211. Snelheidsmeter2. KilometertellerDeze informatie is beschikbaar in hetservicevenster.
INSTRUMENTEN33ToerentellerKENNISGEVINGLaat het motortoerental nooit oplopentot in de 'rode zone', omdat dit kanleiden tot ernstige motorschade.De toerenteller geeft het motortoerentalweer in omwentelingen per minuut -omw/min. Aan het einde van hettoerentellerbereik bevindt zich de rodezone.Toerentallen in het rode gebied liggenboven het aanbevolenmaximumtoerental en ook boven hettoerentalbereik waarbij de motor debeste prestaties levert.12.4 °C0 0 7 4 8 2Trip 1mi0311. Motortoerental (tpm)De toerenteller wordt weergegeven inhet gedeelte van de hoofdcirkel van hetinstrumentenpaneel wanneer hetChronos-thema is geselecteerd.BrandstofmeterDe brandstofmeter geeft de hoeveelheidbrandstof in de tank aan.A15:531/3OK12.4 °CLow Fuelmi42.2mpg RANGE38+N1 231. Brandstofmeter2. Waarschuwingslampje laag brandstofpeil3.
Informatievak laag brandstofpeilDe brandstofmeter wordt weergegevenin het linkerzijpaneel wanneer hetChronos-thema is geselecteerd.Het resterende bereik en het actuelebrandstofverbruik worden weergegevenin het rechterzijpaneel wanneer hetbrandstofmenu is geselecteerd.Bij ingeschakeld contact geeft eendoorgetrokken streep in debrandstofmeter aan hoeveel brandstofer nog in de tank zit.De schaalverdeling van debrandstofmeter geeft verschillendeniveaus in de brandstoftank weer,variërend van leeg tot vol.
INSTRUMENTEN34Het controlelampje laag brandstofpeilgaat branden wanneer het in hethoofdstuk specificaties aangegevenniveau nog ongeveer in de tankaanwezig is. U dient dan zo snel mogelijkte tanken.Er verschijnt een waarschuwingsberichtvoor laag brandstofpeil in hetinformatievak. Druk de joystick in hetmidden in om de waarschuwing voorlaag brandstofpeil te bevestigen en teverbergen.KENNISGEVINGNa het tanken worden de gegevensvan de brandstofmeter en deresterende actieradius pas bijgewerktwanneer de motorfiets weer rijdt.Afhankelijk van de rijstijl kan hetbijwerken tot vijf minuten duren.Weergave versnellingsstandDe versnellingsstandweergave geeft aanwelke versnelling (één t/m zes) eringeschakeld is. Als de transmissie invrijloop staat (er is geen versnellinggekozen) toont het display 'N'.A25:20hh:mm02:250145mphmi15:5312.4 °C0 0 7482Trip 1mi0N11.
Ziepagina 38 voor meer informatie.Wanneer een rijmodus is bewerkt(behalve de modus Rider), verandert hetpictogram zoals hieronder aangegeven.Standaardpic-togramPictogram be-stuurdersaan-passingBeschrijving- RiderRainRoadSportRijmodi selecteren WAARSCHUWINGOm op een rijdende motor eenrijmodus te selecteren, moet debestuurder de motorfiets kortstondiglaten freewheelen (motorfiets rijdt,motor draait, gas dicht,koppelingshendel ingetrokken enremmen los).Selectie van een rijmodus onder hetrijden mag alleen worden geprobeerd:- Bij lage snelheid- Op plaatsen waar geen anderverkeer is- Op rechte en vlakke wegen ofoppervlakken- Bij goede weg- enweersomstandigheden- Daar waar het veilig is om demotorfiets kortstondig te latenfreewheelen.Selectie van een rijmodus onder hetrijden MAG NIET worden geprobeerd:- Bij hoge snelheid- Te midden van rijdend verkeer- Tijdens het nemen van een bocht ofop bochtige wegen of oppervlakken- Op sterk hellende wegen ofoppervlakken- Bij slechte weg- enweersomstandigheden- Daar waar het onveilig is om demotorfiets kortstondig te latenfreewheelen.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.
INSTRUMENTEN36 WAARSCHUWINGAls tractiecontrole is uitgeschakeld inhet hoofdmenu, zoals beschreven inpagina 49, worden de opgeslageninstellingen van alle rijmodionderdrukt.De tractiecontrole blijft, ongeacht uwkeuze van de rijmodus, uitgeschakeldtot deze weer wordt ingeschakeld, hetcontact wordt uitgeschakeld en weeringeschakeld, of wanneer demodusknop ingedrukt wordt gehoudenom terug te keren naar de standaardRoad-modus (waarin detractiecontrole wordt geactiveerdwanneer de motorfiets (bijna)stilstaat).Als de tractiecontrole is uitgeschakeld,gedraagt de motorfiets zich net alsanders, maar zonder tractiecontrole.Door te hard accelereren op een nat/glad wegdek kan het achterwiel gaanslippen, wat kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.
WAARSCHUWINGRijd na het selecteren van eenrijmodus eerst een stukje op eenplaats waar geen verkeer is, omvertrouwd te raken met de nieuweinstellingen.Leen uw motorfiets niet uit aananderen, omdat ze de instellingen vanuw vertrouwde rijmodus kunnenwijzigen.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.Om een rijmodus te selecteren:▼ Druk kort op de modusknop op delinker schakelaarbehuizing om hetinformatievak voor rijmodi en hetrijmodusselectiepaneel te activeren.▼ Het pictogram van de actieverijmodus wordt weergegeven in hetmidden van het instrumentenpaneel.
INSTRUMENTEN37Om van geselecteerde rijmodus tewisselen:▼ Duw de joystick naar links of rechtsof druk herhaaldelijk op demodusknop tot de vereiste modus inhet midden van het display wordtweergegeven, of wordt gemarkeerdin het rijmodusselectiepaneel.▼ Met een korte druk op het middenvan de joystick selecteert u degewenste rijmodus.A15:53RoadROADMAPROADROADTCN524131. Modusknop2. Huidige rijmodus3. Joystick4. Informatievak met instellingen voor derijmodus5.
Rijmodusselectiepaneel▼ Duw de joystick naar links/rechts ofdruk op de modusknop om door debeschikbare rijmodi te bladeren.De geselecteerde modus wordtgeactiveerd zodra aan de volgendevoorwaarden voor moduswijziging isvoldaan:Motorfiets staat stil - motor uit▼ Het contact is ingeschakeld.▼ De motorstopschakelaar staat in destand AAN.Motorfiets staat stil - motor draait▼ De vrijloopstand is geselecteerd.Motorfiets rijdtBinnen 30 seconden na het selecterenvan een rijmodus moet de bestuurdertegelijkertijd de volgende handelingenuitvoeren:▼ De gashendel dichtdraaien.▼ Maak geen gebruik van de remmen(laat de motor 'freewheelen').Als de tractiecontrole uitgeschakeld is,kan de modus RIDER niet worden in- ofuitgeschakeld terwijl de motorfiets rijdt.In dat geval moet de motor tot stilstandgebracht worden alvorens de rijmoduskan worden veranderd.Als een wisseling van rijmodus niet isvoltooid, geeft het pictogramafwisselend de vorige en de onlangsgeselecteerde rijmodus weer tot dewisseling voltooid is of geannuleerdwordt.De selectie van een rijmodus is nuvoltooid en er kan weer normaalgereden worden.
INSTRUMENTEN38Rijmodi configurerenAfhankelijk van de specificatie van het motorfietsmodel zijn verschillende rijmodibeschikbaar. De volgende tabel toont de opties voor ABS, MAP en TC die voor elkerijmodus beschikbaar zijn.RijmodusRider Rain Road SportAntiblokkeerremsysteem (ABS)RoadMAP (gaskleprespons)RainRoadSportTractiecontrole (TC)RainRoadSportUitVerklaring = Standaard (fabrieksinstelling) = Optie niet beschikbaar = Selecteerbare optie = Optie via menuABS-instellingenBeschrijvingen van ABS-instellingenRoad en Sport Optimale ABS-instelling voor gebruik op de weg.Rain Optimale ABS-instelling voor gebruik in de regen.
INSTRUMENTEN39MAP-instellingenBeschrijvingen MAP-instellingenRoad Standaard gaskleprespons.RainGereduceerde gaskleprespons in vergelijking met de Road-modus voor natte of gladde ondergronden.SportVerhoogde gaskleprespons in vergelijking met de Road-modus.Instellingen tractiecontrole WAARSCHUWINGAls de tractiecontrole is uitgeschakeld, gedraagt de motorfiets zich net als anders,maar zonder tractiecontrole.Als u te hard accelereert op een nat/glad wegdek terwijl de tractiecontrole isuitgeschakeld, kan het achterwiel gaan slippen.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle overde motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.Beschrijvingen instellingen tractiecontroleRoadOptimale tractiecontrole-instelling voor gebruik op de weg.Staat een kleine hoeveelheid achterwielslip toe.RainOptimale tractiecontrole-instelling voor natte of gladdeondergronden.
INSTRUMENTEN40Informatievak WAARSCHUWINGAls de motorfiets rijdt, is het alleenonder de volgende voorwaardentoegestaan om de weergave van hetinformatievak te wijzigen of debrandstofinformatie te resetten:- Bij lage snelheid- Op plaatsen waar geen anderverkeer is- Op rechte en vlakke wegen ofoppervlakken- Bij goede weg- enweersomstandigheden.Het niet opvolgen van bovenstaandadvies kan leiden tot verlies vancontrole over de motorfiets metmogelijk ernstig letsel of de dood totgevolg.Het informatievak verschijnt aan deonderzijde van het scherm en biedteenvoudige toegang tot verschillendestatusgegevens van de motorfiets.Om de verschillende items van hetinformatievak te bekijken:▼ Duw de joystick naar links/rechts tothet gewenste item van hetinformatievak wordt weergegeven.KENNISGEVINGOm toegang te krijgen tot hetinformatievak, moeten eerst allewaarschuwingsberichten wordenbevestigd, zie pagina41.Het informatievak bevat de volgendeitems:▼ Waarschuwingen eninformatieberichten, zie pagina41▼ Contrast, zie pagina42▼ Thema-opties, zie pagina42▼ Details, zie pagina43▼ Dagteller, zie pagina44▼ Brandstofinformatie, zie pagina44▼ Koelvloeistoftemperatuur, ziepagina45▼ Aankondiging onderhoudsinterval enkilometerteller, zie pagina46▼ Bandenspanningscontrolesysteem(TPMS) (indien gemonteerd), ziepagina46.Het is mogelijk verschillendegegevensitems te tonen of te verbergenbinnen het informatievak.
INSTRUMENTEN42ContrastVia het informatievenster Contrast kanhet contrast van het display wordengewijzigd. Dek de lichtsensor in hetlinkerpaneel van het display echter nietaf, omdat het schermcontrast dan nietmeer goed werkt.A15:53ContrastSELECTH I G HA U T OL O WN123451. Contrastsymbool2. HOOG contrast3. AUTOMATISCH contrast4. LAAG contrast5. Informatievenster ContrastEr zijn drie mogelijkheden:▼ HOOG - Bij deze optie krijgt hetdisplay voor elk scherm een witteachtergrond voor een maximalezichtbaarheid.▼ AUTO - Bij deze optie wordt delichtsensor van hetinstrumentenpaneel gebruikt om hetcontrast optimaal in te stellen.
Bij felzonlicht wordt dehelderheidsinstelling die te weinigcontrast biedt genegeerd, om ervoorte zorgen dat de instrumenten altijdzichtbaar zijn.▼ LAAG - Bij deze optie krijgt hetdisplay voor elk scherm een donkereachtergrond voor optimalezichtbaarheid gedurende de nacht.Om een optie te selecteren:▼ Duwt u de joystick omlaag/omhoogom de contrastoptie HOOG, AUTO ofLAAG te selecteren en druk dejoystick in de middenstand in om deselectie te bevestigen.▼ Als de door de bestuurder ingesteldehelderheid geschikt is, wordt diegebruikt, zie pagina55.Thema'sMet de opties in informatievensterThema's kunt u verschillende stijlentoepassen op het display.A15:53SELECT2112.4 °C2. QuartzThemeN1321. Thema-symbool2. Informatievenster Thema's3.
Schuifbalk Thema'sOm het thema te veranderen:▼ Duwt u de joystick omlaag/omhoogom het gewenste thema teselecteren en drukt u de joystick inde middenstand in om de selectie tebevestigen.▼ Een schuifbalk in het rechterzijpaneelgeeft ook de keuze van het themaaan.
INSTRUMENTEN43DetailsMet het informatievenster Details kuntu het detailniveau selecteren dat op hetdisplay moet worden weergeven of moetworden verborgen.A15:53SELECT12312.4 °CDetail2. Auto Hide InfoN14321. Detailsymbool2. Linkerzijpaneel3. Informatievak4. RechterzijpaneelEr zijn drie mogelijkheden:▼ Automatisch alles verbergen - Dezeoptie verbergt alle informatie in hetlinkerzijpaneel, rechterzijpaneel enhet informatievenster.▼ Automatisch informatie verbergen -Deze optie verbergt alle informatie inhet linkerzijpaneel en hetrechterzijpaneel.
Informatie wordtwel nog in het informatievensterweergegeven.▼ Toon alles - Deze optie toontinformatie in het linkerzijpaneel,rechterzijpaneel en hetinformatievenster.Om een optie te selecteren:▼ Duw de joystick omlaag/omhoog omde gewenste detailoptie teselecteren.▼ Er is een korte tijdsvertraging tussenhet gebruik van de joystick om deoptie te selecteren, en hetvervolgens daadwerkelijk verbergenof weergegeven van de optie op hetdisplay. Denk eraan dat u de joystickniet vasthoudt terwijl het systeembezig is met het verwerken van hetverzoek de optie te tonen of teverbergen. Als op de joystick wordtgedrukt, verschijnt de informatieopnieuw totdat de volgende optie isgeselecteerd.▼ Zodra de gewenste detailoptie isgekozen, drukt u op het midden vande joystick om te bevestigen.▼ De detailopties zijn ook genummerden worden weergegeven in hetrechterzijpaneel van het display.
INSTRUMENTEN44DagtellersIn het informatievenster kunnen tweedagtellers worden opgeroepen engereset. De teller Trip 2 kan in hetinformatievenster worden weergegevenof verborgen. Zie pagina 54 voor meerinformatie.A25:20hh:mm02:250145mphmi15:530 07 4 8 2Trip 1HOLD TO RESETmi0N123451. Dagtellersymbool2. Afgelegde afstand3. Gereden tijd4. Gemiddelde snelheid5.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Triumph Rocket 3 Storm GT (2026) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor Triumph
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor