Triumph Speed Triple 1200 RS (2023) Handleiding

Triumph Motor Speed Triple 1200 RS (2023)

Bekijk gratis de handleiding van Triumph Speed Triple 1200 RS (2023) (210 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 26 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Triumph Speed Triple 1200 RS (2023) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/210
GEBRUIKERSHANDLEIDING
01
Speed Triple 1200 RR en Speed Triple 1200 RS
Deze handleiding bevat informatie over de Triumph- motorfiets(en) Speed Triple 1200 RR en Speed Triple 1200 RS.
Bewaar deze gebruikershandleiding altijd bij de motorfiets en raadpleeg de informatie indien nodig.
De informatie in deze uitgave is gebaseerd op de meest recente, op het moment van publicatie beschikbare informatie.
Triumph behoudt zich het recht voor te allen tijde, zonder voorafgaande mededeling of verplichting, wijzigingen aan te
brengen.
Deze publicatie mag niet in zijn geheel, noch gedeeltelijk worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van
Triumph Motorcycles Limited.
© Copyright 02.2022 Triumph Motorcycles Limited, Hinckley, Leicestershire, Engeland.
Publicatie onderdeelnummer 3850194- NL versie 1

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Triumph
Categorie: Motor
Model: Speed Triple 1200 RS (2023)

Handleiding Triumph Speed Triple 1200 RS (2023) – volledige tekst

GEBRUIKERSHANDLEIDING01Speed Triple 1200 RR en Speed Triple 1200 RSDeze handleiding bevat informatie over de Triumph- motorfiets(en) Speed Triple 1200 RR en Speed Triple 1200 RS. Bewaar deze gebruikershandleiding altijd bij de motorfiets en raadpleeg de informatie indien nodig.De informatie in deze uitgave is gebaseerd op de meest recente, op het moment van publicatie beschikbare informatie. Triumph behoudt zich het recht voor te allen tijde, zonder voorafgaande mededeling of verplichting, wijzigingen aan te brengen.Deze publicatie mag niet in zijn geheel, noch gedeeltelijk worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van Triumph Motorcycles Limited.© Copyright 02.2022 Triumph Motorcycles Limited, Hinckley, Leicestershire, Engeland.Publicatie onderdeelnummer 3850194- NL versie 1

INHOUDSOPGAVE02Deze gebruikershandleiding bevat een aantal verschillende hoofdstukken. Onderstaande inhoudsopgave helpt u het begin van elk hoofdstuk op te zoeken, waar u – in het geval van grotere hoofdstukken – een meer gedetailleerde inhoudsopgave aantreft, die u helpt het betreffende onderwerp te vinden.03 VOORWOORD07 VEILIGHEID VOOROP14 WAARSCHUWINGSLABELS16 ONDERDELENOVERZICHT18 ONDERDELEN IN BLIKVELD BESTUURDER19 SERIENUMMERS21 ALGEMENE INFORMATIE89 RIJDEN OP DE MOTORFIETS105 ACCESSOIRES, LADING EN PASSAGIERS111 ONDERHOUD173 REINIGING EN STALLING185 GARANTIE197 SPECIFICATIES203 INDEX207 GOEDKEURINGSINFORMATIE

VOORWOORD03Waarschuwingen en opmerkingenIn deze gebruikershandleiding wordt belangrijke informatie op de volgende manier gepresenteerd: WaarschuwingDit waarschuwingssymbool geeft speciale instructies of procedures aan, die persoonlijk letsel of levensgevaar tot gevolg kunnen hebben wanneer ze niet goed worden opgevolgd. VoorzichtigDit symbool maant tot voorzichtig-heid en gaat vergezeld van speciale instructies of procedures die bescha-diging of vernieling van apparatuur tot gevolg kunnen hebben wanneer ze niet strikt worden opgevolgd.Let opDit opmerkingssymbool geeft punten van speciaal belang voor efficiëntere en gemakkelijkere bediening aan.WaarschuwingslabelsBovenstaand symbool wordt op bepaalde plaatsen op de motorfiets weergegeven.

Het symbool betekent VOORZICHTIG: RAADPLEEG DE HAND-LEIDING en dit wordt gevolgd door een grafische voorstelling van het betref-fende onderwerp.Probeer nooit op de motorfiets te rijden of een aanpassing uit te voeren zonder de in deze handleiding beschreven rele-vante instructies te raadplegen.Raadpleeg het gedeelte Locaties van de waarschuwingslabels in deze hand-leiding voor de locatie van alle labels met dit symbool. Dit symbool wordt zo nodig ook weergegeven op de pagina's met de relevante informatie.OnderhoudOm een lang, veilig en probleemloos gebruik van uw motorfiets te garan-deren, dient het onderhoud te worden uitgevoerd door een erkende Triumph- dealer.Alleen een erkende Triumph- dealer beschikt over de noodzakelijke kennis, apparatuur en vakkundigheid om uw Triumph- motorfiets goed te onder-houden.Bezoek de Triumph- website op www. triumph. co.

uk of neem telefonisch contact op met de bevoegde distribu-teur in uw land voor informatie over de dichtstbijzijnde erkende Triumph- dealer. De adressen zijn ook vermeld in het bij deze handleiding geleverde onderhouds-boekje.

VOORWOORD04GeluiddempingssysteemWijzigen van het geluiddempings-systeem is verboden. Eigenaars worden gewaarschuwd dat het wettelijk verboden kan zijn om:1. onderdelen of designelementen van nieuwe voertuigen die bedoeld zijn voor geluiddemping, voorafgaand aan de verkoop of aflevering aan de koper of daarna te verwijderen of buiten werking te stellen, behalve als dat nodig is voor onderhoud, reparatie of vervanging, en,2. het voertuig te gebruiken nadat zo'n onderdeel of designcomponent is verwijderd of buiten werking is gesteld. Onder knoeien worden onder meer de volgende handelingen verstaan:▼ Verwijderen of doorboren van de geluiddemper, schotten, uitlaat-bochten of enig ander onderdeel dat uitlaatgassen geleidt. ▼ Verwijderen of doorboren van enig onderdeel van het inlaatsysteem. ▼ Gebrek aan goed onderhoud.

▼ Vervanging van bewegende delen van het voertuig, of delen van de uitlaat of het inlaatsysteem, door onderdelen die niet door de fabrikant zijn aangegeven. Gebruikershandleiding WaarschuwingDeze gebruikershandleiding en alle overige instructies die bij uw motor-fiets worden geleverd, maken integraal deel uit van uw motorfiets en moeten bij de motorfiets blijven, ook wanneer deze wordt doorverkocht. Iedereen die uw motorfiets gaat berijden, dient deze gebruikershand-leiding en alle overige instructies die bij uw motorfiets worden geleverd, aandachtig te lezen om volledig vertrouwd te raken met de werking van de bedieningselementen, de kenmerken, de capaciteiten en de beperkingen van uw motorfiets.

Leen uw motorfiets niet aan anderen uit, omdat rijden zonder vertrouwd te zijn met de werking van de bedie-ningselementen, de kenmerken, de capaciteiten en de beperkingen van de motorfiets kan leiden tot een ongeval. Dank u voor het kiezen van een Triumph- motorfiets. Deze motorfiets is het resultaat van Triumph's toepassing van beproefde technieken, grondige tests en het voortdurend streven naar superieure betrouwbaarheid, veiligheid en prestaties.

Lees voordat u gaat rijden deze gebruikers handleiding aandachtig door om volledig vertrouwd te raken met de werking van de bedieningselementen, de kenmerken, de capaciteiten en de beperkingen van uw motorfiets. Deze handleiding bevat tips voor veilig rijden, maar beschrijft niet alle tech-nieken en vaardigheden die nodig zijn om veilig op een motorfiets te rijden.

VOORWOORD05Triumph adviseert motorrijders nadrukkelijk de nodige lessen te nemen om deze motorfiets veilig te kunnen bedienen.Deze handleiding is bij uw plaatselijke dealer verkrijgbaar in het:▼ Engels▼ Amerikaans Engels▼ Arabisch▼ Chinese▼ Nederlands▼ Frans▼ Duits▼ Italiaans▼ Japans▼ Portugees▼ Spaans▼ Zweeds▼ Thais▼ Fins (online beschikbaar op www. triumphmotorcycles. com).De beschikbare talen voor deze hand-leiding zijn afhankelijk van het specifieke motorfietsmodel en land.Praat met TriumphOnze relatie met u stopt niet bij de aankoop van uw Triumph. Uw feedback over de ervaringen tijdens aankoop en bezit zijn zeer belangrijk voor ons om onze producten en diensten voor u te ontwikkelen.U helpt ons daarmee door ervoor te zorgen dat uw erkende Triumph- dealer uw e- mailadres heeft en dat bij ons registreert.

U ontvangt dan van ons op uw e- mailadres een uitnodiging voor een online- klanttevredenheidsonderzoek waarmee u ons deze feedback kunt geven.Het Triumph- team.

VEILIGHEID VOOROP07De motorfiets WaarschuwingDeze motorfiets is uitsluitend bedoeld voor gebruik op de weg. Hij is niet geschikt voor gebruik op onverhard terrein.Gebruik in ruw terrein kan het verliezen van de controle over de motorfiets veroorzaken, wat kan leiden tot een ongeval met letsel of de dood als gevolg. WaarschuwingDeze motorfiets is niet ontworpen voor het trekken van een aanhanger of het gebruik van een zijspan.Het gebruik van een zijspan en/of aanhanger kan het verliezen van de controle over de motorfiets of een ongeval tot gevolg hebben.

WaarschuwingDeze motorfiets is uitgerust met een katalysator onder de motor, die samen met het uitlaatsysteem zeer hoge temperaturen kan bereiken wanneer de motor draait.Brandbare materialen zoals gras, hooi/stro, bladeren, kleding en bagage kunnen ontbranden wanneer ze in contact komen met een willekeurig onderdeel van het uitlaatsysteem.Zorg er altijd voor dat brandbare materialen niet in aanraking kunnen komen met het uitlaatsysteem of de katalysator. WaarschuwingDeze motorfiets is bedoeld om als tweewielig voertuig te worden gebruikt voor het vervoeren van één bestuurder/bestuurster.Het totale gewicht van de berijder, een eventuele passagier, accessoires en bagage mag het in de specificaties vermelde maximale laadvermogen niet overschrijden.

VEILIGHEID VOOROP08Brandstof en uitlaatgassen WaarschuwingBENZINE IS UITERST BRANDBAAR:Schakel de motor altijd uit vóór u gaat tanken.Niet tanken of de vuldop van de tank openen terwijl u rookt of in de buurt van open vuur (vlammen).Zorg ervoor dat tijdens het tanken geen brandstof op de motor, de uitlaatpijpen of de dempers wordt gemorst.Indien brandstof wordt ingeslikt, inge-ademd of in de ogen komt, dient direct medische hulp te worden ingeroepen.Indien benzine op de huid terechtkomt, dient deze onmiddellijk te worden gewassen met water en zeep en met brandstof verontreinigde kleding dient onmiddellijk te worden uitgetrokken.Contact met brandstof kan brandwonden en andere ernstige huidaandoeningen veroorzaken.

WaarschuwingNooit de motor starten of laten draaien in een afgesloten ruimte.Uitlaatgassen zijn giftig en kunnen binnen korte tijd bewusteloosheid en de dood tot gevolg hebben.Gebruik de motorfiets altijd in de open lucht of op een plaats met voldoende ventilatie.Valhelm en kleding WaarschuwingTijdens het rijden op de motorfiets dienen de berijder en de passagier (bij modellen waarop een passagier vervoerd mag worden) altijd geschikte kleding te dragen, waaronder valhelm, oogbescherming, handschoenen, laarzen, broek (nauw aansluitend rond de knieën en de enkels) en een felgekleurd jack.Tijdens off- the- roadgebruik (op modellen die geschikt zijn voor off- the- roadgebruik), moet de rijder altijd geschikte kleding dragen, inclusief broek en laarzen.Felgekleurde kleding verhoogt de zichtbaarheid van de rijder (of de passagier) voor andere weggebruikers aanzienlijk.Hoewel volledige bescherming niet mogelijk is, kan het dragen van de juiste beschermende kleding het risico op verwondingen tijdens het rijden verlagen.

VEILIGHEID VOOROP09 WaarschuwingEen valhelm is een van de belang-rijkste uitrustingsstukken, omdat deze bescherming biedt tegen hoofdletsel. Uw valhelm en die van uw passagier dienen met zorg te worden gekozen en comfortabel en stevig om het hoofd te passen. Een felgekleurde helm verhoogt de zichtbaarheid van de rijder (of passagier) voor andere weggebruikers aanzienlijk.Een valhelm met open voorzijde biedt enige bescherming bij een ongeval, maar een integraalhelm biedt betere bescherming.Draag altijd een vizier of een goedge-keurde beschermende bril voor beter zicht en ter bescherming van uw ogen.Parkeren WaarschuwingAltijd de motor uitschakelen en de contactsleutel verwijderen voordat u uw motorfiets onbeheerd achterlaat.

Door het verwijderen van de contact-sleutel wordt het risico van gebruik door onbevoegde en onervaren personen verkleind.Denk aan het volgende als u uw motorfiets parkeert:- Zet de motorfiets in de eerste versnelling om te voorkomen dat hij van de standaard rolt.- De motor en het uitlaatsysteem zijn heet na het rijden. Parkeer NOOIT op plaatsen waar voetgangers, dieren en/of kinderen de motorfiets kunnen aanraken.- Parkeer nooit op een zachte onder-grond of op een hellend oppervlak. Indien de motorfiets onder deze omstandigheden wordt geparkeerd, kan deze omvallen.Zie voor nadere informatie het hoofd-stuk 'Het berijden van de motorfiets' in deze gebruikershandleiding.

VEILIGHEID VOOROP10Onderdelen en accessoires WaarschuwingDe eigenaar dient zich ervan bewust te zijn dat onderdelen, accessoires en aanpassingen voor een Triumph- motorfiets alleen goedgekeurd zijn wanneer ze door Triumph voorzien zijn van een officiële goedkeuring en door een erkende Triumph- dealer op de motorfiets zijn aangebracht. Het is met name bijzonder gevaarlijk om onderdelen of accessoires aan te brengen of te vervangen waarvoor het noodzakelijk is om het elektrische of het brandstofsysteem te demon-teren, of hierop uitbreidingen aan te brengen. Dergelijke aanpassingen kunnen de veiligheid in gevaar brengen. Het aanbrengen van niet- goedgekeurde onderdelen, accessoires of wijzigingen kan een nadelig effect hebben op het rijgedrag, de stabiliteit en andere aspecten van de werking van de motorfiets. Dat kan leiden tot een ongeval met letsel of de dood tot gevolg.

Triumph aanvaardt geen aanspra-kelijkheid voor gebreken die zijn veroorzaakt door het aanbrengen van niet- goedgekeurde onderdelen, accessoires of wijzigingen of door het aanbrengen van goedgekeurde onder-delen, accessoires of wijzigingen door onbevoegd personeel. Onderhoud en apparatuur WaarschuwingRaadpleeg uw erkende Triumph- dealer indien u twijfelt aan de juiste of veilige werking van deze Triumph- motorfiets. Onthoud dat het blijven gebruiken van een niet goed werkende motorfiets een fout kan verergeren en de veilig-heid in gevaar kan brengen. WaarschuwingControleer of alle wettelijk vereiste apparatuur is gemonteerd en correct functioneert. Verwijderen of wijzigen van de verlichting, dempers, uitstoot- en geluiddempingssystemen van de motorfiets kunnen een overtreding van de wet betekenen.

Onjuiste of niet toegestane aanpas-singen kunnen een nadelig effect hebben op het rijgedrag, de stabiliteit en andere aspecten van de werking van de motorfiets, waardoor een ongeval kan worden veroorzaakt met letsel of de dood als gevolg.

WaarschuwingIndien de motorfiets betrokken is bij een ongeval, aanrijding of valpartij dient deze voor inspectie en reparatie naar een erkende Triumph- dealer te worden gebracht. Elk ongeval kan schade aan de motor-fiets veroorzaken, die – indien niet op de juiste wijze gerepareerd – een tweede ongeval kan veroorzaken met letsel of de dood als gevolg.

VEILIGHEID VOOROP11Rijden WaarschuwingNooit op de motorfiets rijden indien u moe bent of onder invloed verkeert van alcohol of andere verdovende middelen. Onder invloed van alcohol of andere verdovende middelen op een motor-fiets rijden is verboden. Het berijden van een motorfiets terwijl u moe bent of onder invloed van alcohol of andere verdovende middelen verkeert, vermindert het vermogen van de berijder om de motorfiets onder controle te houden waardoor een ongeval kan worden veroorzaakt. WaarschuwingAlle rijders moeten in het bezit zijn van een rijbewijs voor motorfietsen. Het zonder rijbewijs besturen van een motorfiets is verboden en kan gerech-telijke vervolging tot gevolg hebben.

Het rijden op een motorfiets zonder formele training in de juiste rijtech-nieken die nodig zijn om een rijbewijs te halen, is gevaarlijk en kan leiden tot verlies van de controle over de motor-fiets en een ongeval. WaarschuwingRijd altijd defensief en draag de elders in dit voorwoord genoemde bescher-mende uitrusting. Onthoud dat een motorfiets bij een ongeval minder bescherming biedt dan een auto. WaarschuwingDeze Triumph- motorfiets mag de wettelijk geldende snelheidslimieten niet overschrijden. Het met hoge snelheid op een motorfiets rijden kan gevaarlijk zijn, aangezien de tijd om op bepaalde verkeerssituaties te reageren bij hogere snelheden aanzienlijk wordt verkort. Neem altijd snelheid terug in eventueel gevaarlijke rijomstandigheden, zoals slecht weer of druk verkeer.

WaarschuwingWees altijd bedacht op veranderingen in het wegdek, het verkeer en de wind en pas uw rijgedrag hierop aan. Alle tweewielige voertuigen zijn onderhevig aan externe factoren die een ongeval kunnen veroorzaken. Deze factoren zijn onder andere:- windstoten van passerende voer-tuigen- gaten in de weg, oneffenheden of beschadigingen in het wegdek- slecht weer- fouten van de bestuurder.

VEILIGHEID VOOROP12Trilling/slingeringEen slingering is een relatief lang-zame, op en neer gaande beweging van de achterkant van de motorfiets, terwijl een trilling een snelle, soms sterke beving van het stuur is. Dit zijn verwante, maar aparte stabiliteits-problemen die gewoonlijk veroorzaakt worden door te veel gewicht op de verkeerde plaats of door een mecha-nisch probleem zoals versleten of loszittende lagers, te slappe of ongelijk-matig versleten banden.De oplossing is in beide gevallen hetzelfde. Houd het stuur stevig vast zonder de armen op slot te zetten of de stuurbeweging tegen te gaan. Draai het gas gelijkmatig terug om geleidelijk vaart te minderen. Rem niet en acce-lereer niet in een poging om het trillen of slingeren te stoppen. Soms helpt het om het lichaamsgewicht naar voren te verplaatsen door over de tank te buigen.Copyright © 2005 Motorcycle Safety Foundation.

Alle rechten voorbehouden. Gebruikt met toestemming.Handgrepen en voetsteunen WaarschuwingDe bestuurder dient de motorfiets onder controle te houden door te allen tijde de handen aan het stuur te houden.De besturing en stabiliteit van de motorfiets worden nadelig beïnvloed als de bestuurder het stuur loslaat. Dit leidt tot verlies van controle over de motorfiets en een ongeval. WaarschuwingDe bestuurder en de passagier (indien van toepassing) dienen tijdens het rijden altijd de voetsteunen te gebruiken.Door de voetsteunen te gebruiken wordt voor zowel de bestuurder als de passagier het risico op onbedoeld contact met onderdelen van de motorfiets verminderd. Ook de kans op verwondingen doordat kledingstukken vast komen te zitten neemt op die manier af.

VEILIGHEID VOOROP13 WaarschuwingZorg er altijd voor dat de passagiers-voetsteunen volledig zijn uitgetrokken bij het meerijden van een passagier.Vervoer nooit een passagier zonder dat hij of zij de volledig uitgetrokken passagiersvoetsteunen gebruiken.Onjuiste plaatsing van de voet ergens op de motorfiets in plaats van het gebruik van de voetsteunen kan ertoe leiden dat:- de voeten of kleding van de passagier bekneld raken- de passagier in contact komt met hete uitlaatpijpen.Onjuiste plaatsing van de voet ergens op de motorfiets in plaats van het gebruik van de voetsteunen kan leiden tot:- ernstige verwonding van de passagier- instabiliteit van de motorfiets wat een ongeluk kan veroorzaken- schade aan de motorfiets- schade aan kleding.

WaarschuwingDe hellingshoekindicators mogen niet worden gebruikt als richtlijn voor de mate waarin de motorfiets veilig schuin gelegd kan worden in bochten.Dat hangt af van vele factoren, waaronder, maar niet beperkt tot, het wegdek, de toestand van de band en het weer.Overhellen tot een onveilige hoek kan instabiliteit, verlies van controle over de motorfiets of een ongeval veroor-zaken. WaarschuwingVervang altijd de hellingshoe-kindicators voordat ze tot de slijtagelimiet zijn afgesleten.Wanneer de hellingshoekindicators tot voorbij de slijtagelimiet zijn afgesleten, kan de motorfiets tot een onveilige hoek overhellen.Overhellen tot een onveilige hoek kan instabiliteit, verlies van controle over de motorfiets of een ongeval veroor-zaken.121. Hellingshoekindicator2. 5 mm slijtagelimiet

WAARSCHUWINGSLABELS14Locaties van de waarschuwingslabelsDe op deze en de volgende pagina's beschreven labels maken u attent op belangrijke veiligheidsinformatie in deze handleiding. Zie erop toe dat iedereen die op de motor-fiets gaat rijden, vooraf alle informatie waarop deze labels betrekking hebben, heeft begrepen en nageleefd. Ter illustratie is hier de Speed Triple 1200 RR afgebeeld.65432N1R.P.M.123478561. Windscherm (indien gemonteerd) (pagina 86)2. Spiegels (pagina 138)3. Inrijden (pagina 86)4. Versnellingen (pagina 93)5. Aandrijfketting (pagina 129)6. Koplamp (pagina 169)7. Bandenspanningscontrolesysteem (TPMS) (indien gemonteerd) (pagina 73)8. Banden (pagina 150)

WAARSCHUWINGSLABELS15Locaties van de waarschuwingslabels (vervolg) VoorzichtigAlle waarschuwingslabels en stickers, met uitzondering van het label voor inrijden, worden op de motorfiets aangebracht met een sterke lijm. In sommige gevallen worden labels aangebracht voorafgaand aan het aanbrengen van de laklaag. Daarom zal elke poging om de waarschuwingslabels te verwijderen, schade veroor-zaken aan lakwerk of carrosserie.DAILY SAFETY CHECKSTÄGLICHE SICHERHEITSKONTROLLENCONTROLES DE SECURITE QUOTIDIENSCHEQUEOS DE SEGURIDAD DIARIOSVERIFICAÇÕES DIÁRIAS DE SEGURANÇAVERIFICHE GIORNALIERE DI SICUREZZADAGELIJSKE VEILIGHEIDSINSPECTIESDAGLIG SÄKERHETSKONTROLL運行前点検1234 6www.triumphmotorcycles.co.uk/handbooks51. Dagelijkse veiligheidscontrole (pagina 87)2. Brandstof (pagina 76)3. Helm (pagina 08)4. Gebruikershandleiding Downloadgegevens (onder stoel)5. Koelvloeistof (pagina 123)6.

SERIENUMMERS19Voertuigidentificatienummer (VIN)11. VoertuigidentificatienummerHet voertuigidentificatienummer (VIN) is aan de rechterkant van het balhoofdge-deelte in het frame geslagen.Noteer het voertuigidentificatienummer in de ruimte hieronder.Motorserienummer11. MotorserienummerHet motorserienummer is direct boven het koppelingsdeksel in het motorcarter geslagen.Noteer het motorserienummer in de ruimte hieronder.

ALGEMENE INFORMATIE23Sleutels VoorzichtigAlle sleutels die worden meegeleverd met de motorfiets zijn specifiek bedoeld voor die individuele motorfiets. Ze kunnen niet op een andere motor-fiets worden gebruikt.Als alle sleutels zoek of beschadigd zijn, moet de regeleenheid van het chassis van de betreffende motorfiets worden vervangen.Om onnodige kosten en tijdsverlies te voorkomen, moeten alle reserve-sleutels op een veilige plaats worden bewaard.Bij de motorfiets worden twee sleutels geleverd; een smartkey en een passieve sleutel.121. Passieve sleutel2.

SmartkeySmartkey VoorzichtigBelangrijke functies, waaronder vergrendelen en ontgrendelen, kunnen worden verstoord door elektronische apparaten, bronnen van elektrische ruis in de omgeving en metalen voor-werpen.Bewaar en gebruik de sleutel niet in de buurt van:- Elektrische zendmasten, radiomasten en infrastructuur voor stroom-distributie- Garagedeuropeners- RFID- toegangskaarten (radiofrequentie- identificatie) of sleu-telhangers- Metalen, metaalhoudende kaarthou-ders en aluminium voorwerpen- Elektronische sleutels van overige voertuigen- In zij- of topkoffers- Draadloze communicatieapparatuur zoals mobiele telefoons, tablets, laptops, draagbare spelsystemen, audiospelers, radio's en opladers.Als de smartkey nog steeds niet werkt nadat u deze uit de buurt van alle elektronische apparaten en metalen voorwerpen hebt gehaald, controleer en vervang (indien nodig) de batterij van de smartkey.

ALGEMENE INFORMATIE24De smartkey bedient het sleutel-loze ontstekingssysteem. Een extra smartkey kunt u aanschaffen via uw Triumph- dealer. Er kunnen echter slechts drie sleutels worden gepro-grammeerd voor uw motorfiets. Dit kan een combinatie zijn van smartkeys en passieve sleutels.Wanneer zich een storing voordoet in de smartkey, of wanneer de batterij van de smartkey leeg is, moet u uw smartkey naar de dichtstbijzijnde Triumph- dealer brengen om dit te laten herstellen.Om veiligheidsredenen moet de smartkey worden uitgeschakeld elke keer dat u deze van de motorfiets verwijdert.De batterij van de smartkey vervangen WaarschuwingBij gebruik van een onjuiste batterij ontstaat explosiegevaar.Gebruik altijd een batterij van het juiste formaat en het juiste type.

Raak alleen de randen van de batterij aan als u deze vasthoudt.De natuurlijke stoffen in uw huid kunnen corrosie veroorzaken en de levensduur van de batterij verkorten.Batterij van smartkey vervangen:▼ Zorg dat de smartkey in de passieve modus staat (rode led).▼ Verwijder de schroef uit het batterij-deksel met een inbussleutel van 1,5 mm.▼ Verwijder het batterijdeksel.▼ Verwijder de batterij na de polariteit genoteerd te hebben.▼ Plaats een nieuwe lithiumbatterij van 3 volt, type CR2032.▼ Plaats het batterijdeksel terug en let op dat het goed op zijn plaats valt.▼ Monteer de schroef in het deksel en draai hem vast met 0,3 Nm.Batterij afvoerenDe gebruikte batterij moet worden ingeleverd bij een milieustraat zodat de gevaarlijke stoffen van de batterij niet in het milieu terechtkomen.

ALGEMENE INFORMATIE25Sleutelloze ontstekingMet het sleutelloze ontstekingssysteem kan de motorfiets worden gestart zonder een mechanische sleutel te gebruiken.Gebruik smart keyOm de motorfiets in te schakelen met de sleutelloze ontsteking:▼ De smartkey moet zich in de directe nabijheid (een meter) van een systeemsensor bevinden. Er bevindt zich een systeemsensor aan de rechterkant van de motorfiets en een andere systeemsensor aan de voorkant van de motorfiets. Wanneer de smartkey buiten bereik van een systeemsensor is, wordt er niet meer op de sleutel gereageerd en kan de sleutelloze ontsteking niet worden gebruikt.211. Statuslampje2. AAN/UIT- knop▼ Druk op de AAN- /UIT- knop op de smartkey om de sleutel aan te zetten.

Het statuslampje in de knop licht kort op om aan te geven dat de smartkey is ingeschakeld.▼ Na een korte druk op de AAN/UIT- knop van de smartkey wordt de status van de smartkey getoond; rood staat voor UIT en groen staat voor AAN.▼ Door langer op de AAN/UIT- knop te drukken wijzigt u de status in UIT of AAN, nadat eerst kort de statuskleur is getoond.▼ Wanneer de batterij van de smartkey leeg is, gebruikt u de smartkey op dezelfde manier als de passieve sleutel.Voor meer informatie over het starten van de motor met de sleutelloze ontste-king, zie pagina 91.Gebruik passieve sleutelOm de motorfiets te starten met de passieve sleutel (of de smartkey wanneer de batterij leeg is):▼ Houd de passieve sleutel op de systeemsensor aan de rechterkant van de motorfiets.

ALGEMENE INFORMATIE26▼ De sleutel moet binnen +/- 10 mm van de systeemsensor worden gehouden. Pas op dat u de lak van de motorfiets niet beschadigt.213410 mm10 mm-+1. Rechter achterpaneel2. Systeemsensor3. Bestuurderszadel4. Passieve sleutel weergegeven▼ Houd de smartkey tegen de systeemsensor terwijl u de start- stopschakelaar van de motor in de stand QUICKSTART (SNELSTART) of Contact AAN/UIT drukt (zie pagina 62).Hoofdschakelaar (indien gemonteerd)HoofdschakelaarDe hoofdschakelaar wordt uitsluitend gemonteerd op motorfietsen voor de Verenigde Staten en Canada. De hoofdschakelaar bevindt zich aan de rechterzijde van de motorfiets.Om de motorfiets te bedienen met de sleutelloze ontsteking, moet de hoofd-schakelaar in stand AAN staan.Wanneer de hoofdschakelaar in stand UIT staat, kan de sleutelloze ontsteking niet worden gebruikt en kan de motor-fiets niet worden gestart.

ALGEMENE INFORMATIE29Waarschuwingslampjes VoorzichtigAls een rood waarschuwingslampje wordt weergegeven, moet de motor-fiets onmiddellijk worden stopgezet. Lees eventuele waarschuwings-berichten en los het probleem op. Als een oranje waarschuwingslampje wordt weergegeven, hoeft de motor-fiets niet onmiddellijk te worden stopgezet. Lees eventuele waarschu-wingsberichten en los het probleem op. Wanneer het contact wordt ingescha-keld, lichten de waarschuwingslampjes op het instrumentenpaneel 1,5 seconde op en gaan vervolgens weer uit (behalve de lampjes die blijven branden tot de motor wordt gestart, zoals beschreven op de volgende pagina's). Zie pagina 34 voor aanvullende waar-schuwings- en informatieberichten.

Storingslampje motormanagementsysteemHet storingslampje voor het motormanagement-systeem licht op wanneer het contact wordt ingeschakeld (om aan te geven dat het systeem werkt), maar mag niet gaan branden wanneer de motor draait. Als de motor loopt en er een storing is in het motormanagementsysteem, brandt de MIL en begint het algemene waarschuwingssymbool te knipperen. In dat geval schakelt het motor-managementsysteem over naar de 'thuisbrengmodus', zodat de rit kan worden voortgezet indien de storing niet zo ernstig is dat de motor niet kan draaien. Als het storingslampje knippert wanneer het contact wordt ingescha-keld, neem dan zo snel mogelijk contact op met een erkende Triumph- dealer om deze situatie te verhelpen. Onder deze omstandigheden zal de motor niet starten. WaarschuwingVerlaag de snelheid en rijd niet langer door dan noodzakelijk wanneer het storingslampje brandt.

De storing kan de motorprestaties, de uitstoot van uitlaatgassen en het brandstofver-bruik negatief beïnvloeden. Verlaagde motorprestaties kunnen gevaarlijke rijomstandigheden veroor-zaken, die kunnen leiden tot verlies van controle en een ongeval. Neem zo snel mogelijk contact op met een erkende Triumph- dealer, om de storing te laten inspecteren en verhelpen.

ALGEMENE INFORMATIE30 VoorzichtigSchakel de motor direct uit indien het waarschuwingslampje lage olie-druk gaat branden. De motor niet opnieuw starten voordat de storing is verholpen. Indien de motor draait terwijl het waarschuwingslampje lage oliedruk brandt, kan ernstige motorschade ontstaan. Controlelampje startonderbreker/alarminstallatieDeze Triumph- motorfiets is uitge-rust met een startonderbreker die geactiveerd wordt wanneer de contact-schakelaar in de stand OFF (UIT) wordt gedraaid. Zonder alarmWanneer de contactschakelaar in de stand OFF (UIT) staat, knippert de lamp van de startonderbreker gedurende 24 uur om aan te geven dat de start-onderbreker ingeschakeld is. Wanneer de contactschakelaar in de stand ON (AAN) staat, zijn startonderbreker en het controlelampje uitgeschakeld.

Als het controlelampje blijft branden, betekent dit dat er een storing in de startonderbreker is, die nader moet worden onderzocht. Neem zo snel mogelijk contact op met een erkende Triumph- dealer, om de storing te laten inspecteren en verhelpen. Met alarmHet controlelampje van de start-onderbreker/alarminstallatie gaat alleen branden wanneer is voldaan aan de voorwaarden zoals beschreven in de instructies van de originele Triumph- alarminstallatie (accessoire). Waarschuwingslampje antiblokkeerremsysteem (ABS)Wanneer het contact wordt ingeschakeld, is het normaal dat het waarschuwingslampje voor het ABS- systeem gaat knipperen. Het lampje blijft knipperen nadat de motor gestart is, totdat de motorfiets een snelheid van meer dan 10 km/h heeft bereikt, waarna het lampje dooft. Tractiecontrole werkt niet bij een storing aan het ABS- systeem.

In dat geval branden de waarschuwingslampjes voor de ABS en tractiecontrole en het storingslampje. Als het ABS- waarschuwingslampje continu brandt, betekent dit dat de ABS- functie niet beschikbaar is omdat:▼ de ABS- functie door de berijder is uitgeschakeld;▼ zich in het ABS- systeem een storing voordoet die onderzocht dient te worden.

ALGEMENE INFORMATIE31Bochten- ABS (OCABS) (indien gemonteerd)Het waarschuwingslampje knippert langzaam als Bochten- ABS (OCABS) wordt uitgeschakeld door de rijmodi OFF- ROAD of OFF- ROAD PRO. Er wordt een waarschuwing in het display weer-gegeven. Als het waarschuwingslampje op enig ander moment onder het rijden gaat branden, betekent dit dat er een storing in het ABS- systeem is opgetreden, die nader moet worden onderzocht. WaarschuwingAls het ABS niet werkt, werkt het remsysteem verder als een remsysteem zonder ABS. Rijd niet langer door dan noodzakelijk wanneer het waarschuwingslampje brandt. Neem zo snel mogelijk contact op met een erkende Triumph- dealer, om de storing te laten inspecteren en verhelpen. In deze situatie kan te hard remmen een blokkering van de wielen veroorzaken, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets en een ongeval.

Controlelampje tractiecontrole (TC)Het TC- controlelampje wordt gebruikt om aan te geven dat het tractiecontrolesysteem actief is en bezig is om slippen van het achterwiel te beperken bij snelle acceleratie of op natte of gladde wegen. Tractiecontrole werkt niet bij een storing aan het ABS- systeem. In dat geval branden de waarschuwingslampjes voor de ABS en tractiecontrole en het storingslampje. WaarschuwingAls de tractiecontrole niet werkt, moet voorzichtigheid in acht worden genomen bij het accelereren en het nemen van bochten op een nat of glad wegoppervlak, om doorslippen van het achterwiel te voorkomen. Rijd niet langer door dan noodzakelijk wanneer het storingslampje voor het motormanagementsysteem (MIL) en het waarschuwingslampje van de tractiecontrole branden. Neem zo snel mogelijk contact op met een erkende Triumph- dealer, om de storing te laten inspecteren.

Snel accelereren en bochten nemen kan in deze situatie doorslippen van het achterwiel veroorzaken, wat kan leiden tot verlies van de controle over de motorfiets en een ongeluk.

Als tractiecontrole is ingeschakeld:▼ Onder normale rijomstandigheden blijft het tractiecontrolelampje uit. ▼ Het tractiecontrolelampje knippert snel wanneer het tractiecontrole-systeem in werking is om slippen van het achterwiel te beperken bij snelle acceleratie of op een natte of gladde weg. Als tractiecontrole is uitgeschakeld:▼ Het controlelampje brandt niet. In plaats daarvan gaat het waar-schuwingslampje 'TC uitgeschakeld' branden.

ALGEMENE INFORMATIE32Waarschuwingslampje Tractiecontrole (TC) uitgeschakeldHet waarschuwingslampje voor uitgeschakelde TC mag alleen gaan branden bij een storing of als de tractie-controle uitgeschakeld is. Als het waarschuwingslampje tijdens het rijden gaat branden, betekent dit dat er in het tractiecontrolesysteem een storing is opgetreden die nader moet worden onderzocht. RichtingaanwijzersWanneer de richtingaanwij-zerschakelaar naar links of naar rechts wordt gedraaid, knippert het waarschuwings-lampje van de richtingaanwijzer in hetzelfde tempo als de richtingaanwijzer zelf. AlarmknipperlichtenOm de alarmknipperlichten aan of uit te zetten, drukt u kort op de alarmknipper-lichtschakelaar. De alarmknipperlichten werken alleen als het contact op ON (AAN) staat.

De alarmknipperlichten blijven aan als het contact wordt uitgeschakeld, totdat de alarmknipperlichtschakelaar weer wordt ingedrukt. GrootlichtlampjeWanneer de grootlichtknop wordt ingedrukt, wordt het grootlicht ingeschakeld. Door nogmaals op de knop te drukken wordt het dimlicht weer inge-schakeld. Als de motorfiets voorzien is van dagrijlicht, heeft de grootlichtknop extra functionaliteit. Als de DRL- schakelaar in de stand dagrijlicht staat, kan het grootlicht worden ingeschakeld door de groot-lichtknop ingedrukt te houden. Dit blijft branden zolang de knop ingedrukt wordt gehouden, en gaat uit zodra de knop wordt losgelaten. Op dit model is geen aan/uit- schakelaar voor verlichting aangebracht. Het achterlicht en de kentekenplaatver-lichting gaan automatisch branden wanneer het contact wordt ingescha-keld. De koplamp gaat branden als het contact wordt ingeschakeld.

De koplamp gaat uit wanneer de startknop wordt ingedrukt, totdat de motor start. Dagrijlichten (DRL) (indien gemonteerd)Wanneer het contact wordt ingeschakeld en de dagrijlicht-schakelaar op dagrijlicht is ingesteld, gaat het waarschu-wingslampje voor dagrijlicht branden.

Overdag zorgt de dagrijverlichting (DRL) ervoor dat de motorfiets beter zichtbaar is voor andere weggebruikers. In andere situaties moet het dimlicht worden gebruikt, tenzij de verkeerssituatie het gebruik van grootlicht mogelijk maakt. De dagrijlichten en dimlichten worden met de hand bediend via een schakelaar op de linker schakelaarbehuizing, zie pagina 32.

ALGEMENE INFORMATIE33 WaarschuwingRij niet langer dan noodzakelijk met het dagrijlicht (DRL) als het omge-vingslicht zwak is.Als het donker is, in tunnels, of als de omgevingsverlichting zwak is, kunnen de dagrijlichten het zicht belemmeren of andere weggebruikers verblinden.Verblinding van andere weggebruikers of beperkt zicht bij slechte verlichting kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets en een ongeval.Waarschuwingslampje brandstofniveau Het waarschuwingslampje voor het brandstofniveau gaat branden wanneer er nog circa 3,5 liter brandstof in de tank aanwezig is.Bandenspanningswaarschuwings-lampje (mits bandenspannings-controlesysteem is ingebouwd) WaarschuwingZet de motorfiets stil wanneer het waarschuwingslampje voor de banden-spanning gaat branden.Rij niet op de motorfiets tot de banden gecontroleerd zijn en de juiste bandenspanning hebben in koude toestand.Let opHet bandspanningscontrolesysteem (TPMS) is beschikbaar als accessoire.Het waarschuwingslampje voor de bandenspanning werkt samen met het bandenspannings-controle systeem (TMPS), zie pagina 73.Het waarschuwingslampje gaat branden wanneer de bandenspanning voor of achter onder de aanbevolen spannings-waarde ligt.

Het gaat niet branden wanneer de bandenspanning te hoog is.Het waarschuwingslampje gaat ook oranje branden als de batterij van de TPMS- sensor bijna leeg is.Wanneer het waarschuwingslampje brandt, wordt op het display auto-matisch het TPMS- symbool getoond. Daaraan is tevens te zien welke band te slap is en wat de druk in die band is.####12:34PM15°C00FENMPHRPM X 100089101112131234567891011121312345671414BANDENSPANNING12 3-psi- -psi-1. Waarschuwingslampje bandenspanning2. Indicatie achterband3. Indicatie voorbandDe bandenspanning waarbij het waar-schuwingslampje gaat branden wordt gecompenseerd tot 20 °C, maar de bijbehorende digitale drukweergave niet, (zie pagina 151). Zelfs wanneer het digitale display precies of ongeveer

ALGEMENE INFORMATIE34de standaard bandenspanning lijkt aan te geven wanneer het waarschu-wingslampje brandt, wordt een lage bandenspanning aangegeven. Een lekke band is dan de meest waarschijnlijke oorzaak.Het waarschuwingslampje banden-spanning brandt ook om aan te geven dat de batterij van de sensor bijna leeg is of dat er een signaalverlies is.Waarschuwingen en informatieberichtenAls zich een storing voordoet kunnen er verschillende waarschuwingen en informatieberichten verschijnen. In dat geval hebben waarschuwingsberichten voorrang boven informatieberichten en wordt het waarschuwingssymbool op het display weergegeven. Het aantal momenteel actieve waarschuwings-berichten wordt ook op het display weergegeven.

Voor meer informatie over waarschuwingen en berichten, zie pagina 53.Wanneer er een storing aan de motor-fiets wordt gedetecteerd, kunnen de volgende waarschuwingen en informatie berichten worden weerge-geven.Symbool WaarschuwingsberichtLAGE OLIEDRUK - ZIE HANDLEIDING (rood controlelampje)STARTMOTOR UITGESCHAKELD - NEEM CONTACT OP MET DEALER (rood controlelampje)CONTROLEER MOTOR (oranje controlelampje)ABS- SYSTEEM UITGESCHAKELD - ZIE HANDLEIDING (oranje controlelampje)LAGE ACCUSPANNING - ZIE HAND-LEIDING (rood controlelampje)SENSORSIGNAAL VOOR- /ACHTER-BAND - ZIE HANDLEIDING (rood controlelampje)LAGE ACCUSPANNING VOOR- /ACHTERBAND - ZIE HANDLEIDING (oranje controlelampje)TC- SYSTEEM UITGESCHAKELD - ZIE HANDLEIDING (oranje controle-lampje)ONDERHOUD NODIG - NEEM CONTACT OP MET DEALER (oranje controlelampje)VOORZICHTIG: LAGE LUCH-TEMPERATUUR - RISICO OP IJS AAN OPPERVLAKTE (blauw of wit controlelampje)

ALGEMENE INFORMATIE35Kilometerteller en snelheidsmeterDe snelheidsmeter geeft de rijsnelheid van de motorfiets aan.5350EFMPHRPM X1000891011121312345671412:34PM15°C11. SnelheidsmeterOm het snelheidsmeterdisplay te openen, drukt u lang op de Home- knop.De kilometerteller geeft de totale door de motorfiets afgelegde afstand weer. De kilometerteller wordt alleen weerge-geven in het service- informatievenster.15°C12:34PM00FENMPHRPM X 100089101112131234567891011121312345671414ONDERHOUD10k MI0 MIOnderhoud over:541 mijlOf:12/2021Kilometerteller:1852 mijl11. KilometertellerToerentellerDe toerenteller geeft het motortoe-rental weer in omwentelingen per minuut (t/min). Aan het einde van het toerentellerbereik bevindt zich de rode zone.

Toerentallen in het rode gebied liggen boven het aanbevolen maximum toerental en ook boven het toerentalbereik waarbij de motor de beste prestaties levert.12:34PM15°C0N0EFMPHRPM X10008910111213123456714121. Motortoerental (t/min) getoond op het display2. Rode zone

ALGEMENE INFORMATIE36BrandstofmeterDe brandstofmeter geeft de hoeveelheid brandstof in de tank aan van E (lege tank) tot F (volle tank).15°C12:34PM0N0EFMPHRPM X1000891011121312345671411. BrandstofmeterAls het contact is ingeschakeld, wordt de resterende brandstof in de brand-stoftank aangegeven door het aantal meetsegmenten dat vol wordt weerge-geven.Wanneer de brandstoftank vol is, worden alle meetsegmenten vol weer-gegeven. Wanneer de brandstoftank leeg is, worden alle meetsegmenten leeg weergegeven. Andere aanduidingen geven brandstofniveaus tussen vol en leeg weer.Na het tanken worden de gegevens van de brandstofmeter en de resterende actieradius pas bijgewerkt wanneer de motorfiets weer rijdt. Afhankelijk van de rijstijl kan het bijwerken tot vijf minuten duren.

Zie voor meer informatie over de brandstofstatusinformatie pagina 61.KoelvloeistoftemperatuurmeterDe koelvloeistoftemperatuurmeter geeft de temperatuur van de motorkoelvloei-stof aan.LowCOOLANTHigh0N0EFMPHRPM X1000891011121312345671412 :3 4PM15Co11. KoelvloeistoftemperatuurmeterWanneer de motor koud wordt gestart, toont de koelvloeistoftemperatuur-meter lege metersegmenten. Naarmate de temperatuur stijgt, worden meer meetsegmenten vol weergegeven. Als de motor warm wordt gestart, toont de meter het bijbehorende aantal verlichte blokjes, afhankelijk van de motor-temperatuur.Het normale temperatuurbereik ligt tussen Laag en Hoog op het display.Als de motor draait en de motorkoel-vloeistoftemperatuur gevaarlijk hoog wordt, gaat het waarschuwingslampje voor hoge koelvloeistoftemperatuur branden op de locatie van het waar-schuwingslampje en wordt er een waarschuwingsbericht weergegeven.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Triumph Speed Triple 1200 RS (2023) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden