Triumph Scrambler 1200 X (2025) Handleiding

Triumph Motor Scrambler 1200 X (2025)

Bekijk gratis de handleiding van Triumph Scrambler 1200 X (2025) (242 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 52 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Triumph Scrambler 1200 X (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/242
GEBRUIKERSHANDLEIDING
01
Scrambler 1200 XE
en Scrambler 1200 X
Deze handleiding bevat informatie over de Triumph- motorfietsen Scrambler 1200 XE en Scrambler 1200 X.
Bewaar deze gebruikershandleiding altijd bij de motorfiets en raadpleeg de informatie indien nodig.
De informatie in
deze uitgave is gebaseerd op de meest recente, op het moment van publicatie beschikbare informatie.
Triumph behoudt zich het recht voor te allen tijde, zonder voorafgaande mededeling of verplichting, wijzigingen aan
te brengen.
Deze publicatie mag niet in zijn geheel, noch gedeeltelijk worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming
van Triumph Motorcycles Limited.
© Copyright 07.2023 Triumph Motorcycles Limited, Hinckley, Leicestershire, Engeland.
Publicatie onderdeelnummer 3850313- NL versie 1

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Triumph
Categorie: Motor
Model: Scrambler 1200 X (2025)

Handleiding Triumph Scrambler 1200 X (2025) – volledige tekst

GEBRUIKERSHANDLEIDING01Scrambler 1200 XE en Scrambler 1200 XDeze handleiding bevat informatie over de Triumph- motorfietsen Scrambler 1200 XE en Scrambler 1200 X. Bewaar deze gebruikershandleiding altijd bij de motorfiets en raadpleeg de informatie indien nodig.De informatie in deze uitgave is gebaseerd op de meest recente, op het moment van publicatie beschikbare informatie. Triumph behoudt zich het recht voor te allen tijde, zonder voorafgaande mededeling of verplichting, wijzigingen aan te brengen.Deze publicatie mag niet in zijn geheel, noch gedeeltelijk worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van Triumph Motorcycles Limited.© Copyright 07.2023 Triumph Motorcycles Limited, Hinckley, Leicestershire, Engeland.Publicatie onderdeelnummer 3850313- NL versie 1

INHOUDSOPGAVE02Deze gebruikershandleiding bevat een aantal verschillende hoofdstukken. Onderstaande inhoudsopgave helpt u het begin van elk hoofdstuk op te zoeken, waar u – in het geval van grotere hoofdstukken – een meer gedetailleerde inhouds-opgave aantreft, die u helpt het betreffende onderwerp te vinden.03 VOORWOORD07 VEILIGHEID VOOROP16 PLAATS VAN DE WAARSCHUWINGSLABELS18 ONDERDELENOVERZICHT23 SERIENUMMERS25 INSTRUMENTEN107 ALGEMENE INFORMATIE129 RIJDEN OP DE MOTORFIETS145 ACCESSOIRES, LADING EN PASSAGIERS149 ONDERHOUD EN AFSTELLING203 REINIGING EN STALLING215 GARANTIE227 SPECIFICATIES233 INDEX239 GOEDKEURINGSINFORMATIE

VOORWOORD03Gebruikershandleiding WAARSCHUWINGDe gebruikershandleiding of snelstart-gids (indien geleverd bij de motorfiets) en alle overige documenten die bij uw motorfiets worden geleverd, maken permanent deel uit van uw motorfiets en moeten bij de motorfiets blijven, ook wanneer deze wordt doorverkocht. Iedereen die op de motorfiets gaat rijden moet de gebruikershand-leiding of snelstartgids en alle andere documenten die bij de motorfiets zijn geleverd lezen om volledig vertrouwd te raken met de werking van de bedieningselementen, de kenmerken, de capaciteiten en de beperkingen van uw motorfiets. Leen uw motorfiets niet aan anderen uit, want rijden zonder vertrouwd te zijn met de bedieningselementen, de kenmerken, de capaciteiten en de beperkingen van de motorfiets kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets, wat kan leiden tot ernstig letsel of de dood.

Dank u voor het kiezen van een Triumph- motorfiets. Deze motorfiets is het resultaat van Triumph's toepassing van beproefde technieken, grondige tests en het voortdurend streven naar superieure betrouwbaarheid, veiligheid en prestaties. Lees voordat u gaat rijden deze gebruikershandleiding aandachtig door om volledig vertrouwd te raken met de werking van de bedieningselementen, de kenmerken, de capaciteiten en de beperkingen van uw motorfiets. Deze handleiding bevat tips voor veilig rijden, maar beschrijft niet alle tech-nieken en vaardigheden die nodig zijn om veilig op een motorfiets te rijden. Triumph adviseert motorrijders nadrukkelijk de nodige lessen te nemen om deze motorfiets veilig te kunnen bedienen. De nieuwste versie van deze gebruikershandleiding met eventuele wijzigingen is verkrijgbaar bij uw lokale dealer en online op www. triumphmotorcycles. co.

VOORWOORD04Gevaren, waarschuwingen, maningen tot voorzichtigheid en mededelingenBijzonder belangrijke informatie wordt in de volgende vorm gepresenteerd: GEVAARDit gevaarsymbool duidt op speciale instructies of procedures die, als ze niet goed worden opgevolgd, persoon-lijk letsel of de dood tot gevolg hebben. WAARSCHUWINGDit waarschuwingssymbool duidt op speciale instructies of procedures die, als ze niet goed worden opgevolgd, persoonlijk letsel of de dood tot gevolg kunnen hebben. VOORZICHTIGDit symbool maant tot voorzichtig-heid en gaat vergezeld van speciale instructies of procedures die, als ze niet strikt worden opgevolgd, licht tot matig letsel tot gevolg kunnen hebben.KENNISGEVINGDit opmerkingssymbool duidt op punten die belangrijk zijn voor een efficiëntere en gemakkelijkere bediening.WaarschuwingslabelsBovenstaand symbool wordt op bepaalde plaatsen op de motorfiets weergegeven.

Het symbool betekent VOORZICHTIG: RAADPLEEG DE HAND-LEIDING en dit wordt gevolgd door een grafische voorstelling van het betreffende onderwerp.Probeer nooit op de motorfiets te rijden of een aanpassing uit te voeren zonder de in deze handleiding beschreven relevante instructies te raadplegen.Raadpleeg het gedeelte Locaties van de waarschuwingslabels in deze hand-leiding voor de locatie van alle labels met dit symbool. Dit symbool wordt zo nodig ook weergegeven op de pagina's met de relevante informatie.OnderhoudOm een lang, veilig en probleemloos gebruik van uw motorfiets te garan-deren, dient het onderhoud te worden uitgevoerd door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph- dealer.Een erkende Triumph- dealer beschikt over de noodzakelijke kennis, appa-ratuur en vakkundigheid om uw Triumph- motorfiets goed te onder-houden.

De adressen zijn ook vermeld in het bij deze handleiding geleverde onderhouds-boekje.GeluiddempingssysteemWijzigen van het geluiddempings-systeem is verboden.Eigenaars worden gewaarschuwd dat het wettelijk verboden kan zijn om:▼ onderdelen of designelementen van nieuwe voertuigen die bedoeld zijn voor geluiddemping, voorafgaand aan de verkoop of aflevering aan de koper of daarna te verwijderen of buiten werking te stellen, behalve als dat nodig is voor onderhoud, reparatie of vervanging, en,▼ het voertuig te gebruiken nadat zo'n onderdeel of designcomponent is verwijderd of buiten werking is gesteld.Onder knoeien worden onder meer de volgende handelingen verstaan:▼ Verwijderen of doorboren van de geluiddemper, schotten, uitlaat-bochten of enig ander onderdeel dat uitlaatgassen geleidt.▼ Verwijderen of doorboren van enig onderdeel van het inlaatsysteem.▼ Gebrek aan goed onderhoud.▼ Vervanging van bewegende delen van het voertuig, of delen van de uitlaat of het inlaatsysteem, door onderdelen die niet door de fabrikant zijn aangegeven.Praat met TriumphOnze relatie met u stopt niet bij de aankoop van uw Triumph.

Uw feedback over de ervaringen tijdens aankoop en bezit zijn zeer belangrijk voor ons om onze producten en diensten voor u te ontwikkelen.U helpt ons daarmee door ervoor te zorgen dat uw erkende Triumph- dealer uw e- mailadres heeft en dat bij ons registreert. U ontvangt dan van ons op uw e- mailadres een uitnodiging voor een online- klanttevredenheidsonderzoek waarmee u ons deze feedback kunt geven.Het Triumph- team.

VEILIGHEID VOOROP07De motorfiets WAARSCHUWINGDeze motorfiets is ontworpen voor gebruik als tweewielig voertuig om een bestuurder met maximaal één passagier te vervoeren (mits een passagierszadel en achterste voetsteunen zijn aangebracht).Het totale gewicht van de berijder, een eventuele passagier, accessoires en bagage mag het in de specificaties vermelde maximale laadvermogen niet overschrijden.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. WAARSCHUWINGDe motorfietsen zijn bedoeld voor gebruik op de weg en licht terrein-rijden.

Onder licht terreinrijden wordt gebruik op ongeplaveide zand- of grindwegen verstaan, maar niet het rijden op een motorcrossbaan, deel-name aan een offroadwedstrijd (zoals motorcross of enduro), of terreinrijden met een passagier.Extreem terreinrijden kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets, wat kan leiden tot ernstig letsel of de dood. WAARSCHUWINGDeze motorfiets is niet ontworpen voor het trekken van een aanhanger of het gebruik van een zijspan.Het monteren van een zijspan en/of aanhanger kan de handelbaarheid, de stabiliteit of andere aspecten van het motorrijden beïnvloeden.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

WAARSCHUWINGOffroadrijden kan leiden tot het losraken van de spaken.Zorg ervoor dat de spaken worden gecontroleerd voor en na het motor-rijden op onverharde wegen. Neem contact op met een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph- dealer.Losse spaken kunnen de handelbaar-heid en de stabiliteit beïnvloeden, wat leidt tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

VEILIGHEID VOOROP08 WAARSCHUWINGControleer de velgen en spaken regel-matig op slijtage en beschadigingen. Controleer de spaakspanning op alle intervallen in het onderhoudsschema. Neem voor het vastzetten van losse spaken contact op met een deskun-dige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph- dealer. Verkeerd aangedraaide spaken kunnen de handelbaarheid en de stabiliteit beïnvloeden, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. KENNISGEVINGMotorrijden in extreme omstandig-heden, zoals natte en modderige wegen, op ruw terrein of in stoffige en vochtige omgevingen, kan leiden tot bovengemiddelde slijtage en beschadi-ging van bepaalde componenten.

Daarom kan onderhoud en vervanging van versleten of beschadigde onder-delen noodzakelijk zijn voordat de geplande datum voor het periodieke onderhoud is bereikt. Het is belangrijk dat de motorfiets wordt geïnspecteerd na het rijden in extreme omstandigheden en dat versleten of beschadigde onderdelen worden onderhouden of vervangen. Brandstof en uitlaatgassen GEVAARNooit de motor starten of laten draaien in een afgesloten ruimte. Gebruik de motorfiets altijd in de open lucht of op een plaats met voldoende ventilatie. Uitlaatgassen zijn giftig en leiden binnen korte tijd tot bewusteloosheid en de dood. WAARSCHUWINGBENZINE IS UITERST BRANDBAAR:- Schakel de motor altijd uit wanneer u gaat tanken. - Let goed op en blijf alert tijdens het tanken. - Niet tanken of de vuldop van de tank openen terwijl u rookt of in de buurt bent van open vuur (vlammen).

- Mors tijdens het tanken geen brand-stof op de motor, de uitlaatpijpen of de dempers. - Als brandstof is ingeslikt, ingeademd of in de ogen terechtgekomen is, moet direct medische hulp worden ingeroepen.

- Als benzine op de huid terechtkomt, dient deze onmiddellijk te worden gewassen met water en zeep en met brandstof verontreinigde kleding dient onmiddellijk te worden uitge-trokken. - Contact met brandstof kan brandwonden en andere ernstige huidaandoeningen veroorzaken. Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot ernstig letsel of de dood.

VEILIGHEID VOOROP09Valhelm en kleding GEVAAREen valhelm is een van de belang-rijkste uitrustingsstukken, omdat deze bescherming biedt tegen hoofdletsel. Uw valhelm en die van uw passagier dienen met zorg te worden gekozen en comfortabel en stevig om het hoofd te passen. Een felgekleurde helm verhoogt de zichtbaarheid van de rijder (of passagier) voor andere weggebruikers aanzienlijk.Een valhelm met open voorzijde biedt enige bescherming bij een ongeval, maar een integraalhelm biedt betere bescherming.Draag altijd een vizier of een goedge-keurde beschermende bril voor beter zicht en ter bescherming van uw ogen.Het niet opvolgen van bovenstaand advies leidt tot ernstig letsel of de dood.

WAARSCHUWINGTijdens het rijden op de motorfiets dienen de berijder en de passagier (bij modellen waarop een passagier vervoerd mag worden) altijd geschikte kleding te dragen, waaronder valhelm, oogbescherming, handschoenen, laarzen, broek (nauw aansluitend rond de knieën en de enkels) en een felge-kleurd jack.Tijdens offroadgebruik (op modellen die geschikt zijn voor offroadgebruik), moet de rijder altijd geschikte kleding dragen, inclusief broek en laarzen.Felgekleurde kleding verhoogt de zichtbaarheid van de rijder (of de passagier) voor andere weggebruikers aanzienlijk.Hoewel volledige bescherming niet mogelijk is, kan het risico op ernstig of dodelijk letsel worden verminderd door de juiste beschermende kleding te dragen.

VEILIGHEID VOOROP10Onderhoud en apparatuur WAARSCHUWINGNeem bij twijfel over het juiste of veilige gebruik van deze motorfiets contact op met een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph- dealer.Wanneer wordt doorgereden op een niet goed werkende motorfiets kan een defect verergeren en kan de veiligheid in gevaar komen.Doorgaan met het gebruik van een niet goed werkende motorfiets kan de handelbaarheid, de stabiliteit of andere aspecten van het rijden op de motor-fiets beïnvloeden, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

WAARSCHUWINGAls de motorfiets bij een ongeval, aanrijding of valpartij betrokken is geweest, dient hij te worden wegge-bracht voor inspectie en reparatie.Inspecties en reparaties moeten worden verricht door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph- dealer.Een ongeval kan schade aan de motor-fiets veroorzaken, die, indien niet op de juiste wijze gerepareerd, een tweede ongeval kan veroorzaken met letsel of de dood tot gevolg.

VEILIGHEID VOOROP11Parkeren WAARSCHUWINGAltijd de motor uitschakelen en de contactsleutel verwijderen voordat u uw motorfiets onbeheerd achterlaat. Door het verwijderen van de contact-sleutel wordt het risico van gebruik door onbevoegde en onervaren personen verkleind.Denk aan het volgende als u uw motorfiets parkeert:- Zet de motorfiets in de eerste versnelling om te voorkomen dat hij van de standaard rolt.- De motor, radiateur, het uitlaatsys-teem, de achtervering en de remmen zijn heet na het rijden. Parkeer NOOIT op plaatsen waar voetgan-gers, dieren en/of kinderen de motorfiets kunnen aanraken.- Parkeer nooit op een zachte onder-grond of op een hellend oppervlak.

Indien de motorfiets onder deze omstandigheden wordt geparkeerd, kan deze omvallen.Zie voor nadere informatie het hoofd-stuk 'Rijden op de motorfiets' in deze gebruikershandleiding.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot materiële schade, ernstig letsel of de dood.Onderdelen en accessoires WAARSCHUWINGDe eigenaar dient zich ervan bewust te zijn dat onderdelen, accessoires en aanpassingen voor een Triumph- motorfiets alleen goedgekeurd zijn wanneer ze door Triumph voorzien zijn van een officiële goedkeuring.We raden aan accessoires te laten aanbrengen en aanpassingen te laten verrichten door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph- dealer.Het is met name bijzonder gevaarlijk om onderdelen of accessoires aan te brengen of te vervangen waarvoor het noodzakelijk is om het elektrische of het brandstofsysteem te demon-teren, of hierop uitbreidingen aan te brengen.

VEILIGHEID VOOROP12Triumph aanvaardt geen aansprakelijk-heid voor gebreken die zijn veroorzaakt door het aanbrengen van niet- goedgekeurde onderdelen, accessoires of aanpassingen.Triumph aanvaardt geen aanspra-kelijkheid voor gebreken die zijn veroorzaakt door het aanbrengen van niet- goedgekeurde onderdelen, acces-soires of aanpassingen.Rijden GEVAARNooit op de motorfiets rijden indien u moe bent of onder invloed verkeert van alcohol of andere verdovende middelen.Rijden onder invloed van alcohol of andere verdovende middelen is verboden.Rijden bij vermoeidheid of onder invloed van alcohol of andere verdo-vende middelen vermindert het vermogen van de berijder om de controle te behouden, wat leidt tot verlies van controle over de motor-fiets met ernstig letsel of de dood tot gevolg.

WAARSCHUWINGAlle rijders moeten in het bezit zijn van een rijbewijs voor motorfietsen.Het zonder rijbewijs besturen van een motorfiets is verboden en kan gerech-telijke vervolging tot gevolg hebben.Het gebruik van de motorfiets zonder formele training in de juiste rijtech-nieken die nodig zijn om een rijbewijs te krijgen, is gevaarlijk.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

VEILIGHEID VOOROP13 WAARSCHUWINGRijd altijd defensief en draag de beschermende uitrusting die elders in dit deel Veiligheid voorop worden genoemd.Onthoud dat een motorfiets bij een ongeval minder bescherming biedt dan een auto.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot ernstig letsel of de dood. WAARSCHUWINGDeze motorfiets mag de wettelijk geldende snelheidslimieten niet over-schrijden.Het met hoge snelheid op een motorfiets rijden kan gevaarlijk zijn, aangezien de tijd om op een gevaar-lijke situatie te reageren bij hogere snelheden aanzienlijk wordt verkort.Neem altijd snelheid terug in eventueel gevaarlijke rijomstandigheden, zoals slecht weer of druk verkeer.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

WAARSCHUWINGWees altijd bedacht op veranderingen in het wegdek, het verkeer en de wind en pas uw rijgedrag hierop aan. Alle tweewielige voertuigen zijn onder-hevig aan externe krachten die de handelbaarheid, de stabiliteit of andere aspecten van de motorfiets kunnen beïnvloeden.Deze factoren zijn onder andere:- windstoten van passerende voer-tuigen- gaten in de weg, oneffenheden of beschadigingen in het wegdek- slecht weer- fouten van de bestuurder.Rijd altijd met matige snelheid en vermijd druk verkeer, totdat u zich volledig vertrouwd hebt gemaakt met de werking en de rijeigenschappen van de motorfiets. Overschrijd nooit de wettelijk geldende snelheidslimiet.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

VEILIGHEID VOOROP14Trilling/slingeringEen slingering is een relatief lang-zame, op en neer gaande beweging van de achterkant van de motorfiets, terwijl een trilling een snelle, soms sterke beving van het stuur is. Dit zijn verwante, maar aparte stabiliteits-problemen die gewoonlijk veroorzaakt worden door te veel gewicht op de verkeerde plaats of door een mecha-nisch probleem zoals versleten of loszittende lagers, te slappe of ongelijk-matig versleten banden.De oplossing is in beide gevallen hetzelfde. Houd het stuur stevig vast zonder de armen op slot te zetten of de stuurbeweging tegen te gaan. Draai het gas gelijkmatig terug om geleidelijk vaart te minderen. Rem niet en acce-lereer niet in een poging om het trillen of slingeren te stoppen. Soms helpt het om het lichaamsgewicht naar voren te verplaatsen door over de tank te buigen.Copyright © 2005 Motorcycle Safety Foundation.

Alle rechten voorbehouden. Gebruikt met toestemming.Handgrepen en voetsteunen WAARSCHUWINGDe bestuurder dient de motorfiets onder controle te houden door te allen tijde de handen aan het stuur te houden.Als de motorrijder zijn handen van het stuur haalt, tast dat de handelbaar-heid en de stabiliteit van de motorfiets aan.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. WAARSCHUWINGDe bestuurder en de passagier (indien van toepassing) dienen tijdens het rijden altijd de voetsteunen te gebruiken.Door de voetsteunen te gebruiken wordt voor zowel de bestuurder als de passagier het risico op onbedoeld contact met onderdelen van de motorfiets verminderd.

VEILIGHEID VOOROP15 WAARSCHUWINGDe hellingshoekindicators mogen niet worden gebruikt als richtlijn voor de mate waarin de motorfiets veilig schuin gelegd kan worden in bochten.Dit is afhankelijk van veel verschillende omstandigheden, waaronder, maar niet beperkt tot:- Wegdek;- Staat van de banden;- Weer.Overhellen tot een onveilige hoek kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. WAARSCHUWINGWanneer de hellingshoekindicator op de voetsteun van de bestuurder tijdens het overhellen de grond raakt, nadert de motorfiets de maximale hellingshoek. Nog verder overhellen is onveilig.De slijtagelimiet wordt aangegeven door een groef op de hellingshoekindi-cator. WAARSCHUWING VervolgOverhellen tot een onveilige hoek kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.11.

PLAATS VAN DE WAARSCHUWINGSLABELS16Scrambler 1200 X AfgebeeldLinkerkantDe op deze en de volgende pagina's beschreven labels maken u attent op belangrijke veiligheidsinformatie in deze handleiding. Zie erop toe dat iedereen die op de motor-fiets gaat rijden, vooraf alle informatie waarop deze labels betrekking hebben, heeft begrepen en nageleefd.R. P. M .MAX LOAD5 kg (11 lbs)DAILY SAFETY CHECKSTÄGLICHE SICHERHEITSKONTROLLENCONTROLES DE SECURITE QUOTIDIENSCHEQUEOS DE SEGURIDAD DIARIOSVERIFICAÇÕES DIÁRIAS DE SEGURANÇAVERIFICHE GIORNALIERE DI SICUREZZADAGELIJSKE VEILIGHEIDSINSPECTIESDAGLIG SÄKERHETSKONTROLL運行前点検67812 35100 KM/H(60 MPH)MAXM S+41. Koplamp (pagina 200)2. Inrijden (pagina 125)3. Helm (pagina 09)4. Modder- en sneeuwbanden (pagina 230)5. Koffers (indien gemonteerd) (pagina 145)6. Koelvloeistof (pagina 160)7. Dagelijkse veiligheidscontrole (pagina 126)8. Banden (pagina 188)

PLAATS VAN DE WAARSCHUWINGSLABELS17RechterkantKENNISGEVINGAlle waarschuwingslabels en stickers, met uitzondering van het label voor inrijden, worden op de motorfiets aangebracht met een sterke lijm. In sommige gevallen worden labels aangebracht voorafgaand aan het aanbrengen van de laklaag. Daarom zal elke poging om de waarschuwingslabels te verwijderen, schade veroor-zaken aan lakwerk of carrosserie.126 5RON/ROZ 95 min. 91E5 E103900691Unleaded fuel onlyCarburant sans plombGasolina sin plomoBleifreies BenzinEndast blyfri bensinBenzina senza piomboOngelode BrandstofCombustival sem schumbo341. Motorolie (pagina 156)2. E5- en E10- brandstof (indien aanwezig) (pagina 117)3. Loodvrije brandstof (pagina 117)4. Spiegels (pagina 179)5. Bandenspanningscontrolesysteem (indien gemonteerd) (pagina 66)6. Aandrijfketting (pagina 167)

SERIENUMMERS23SerienummersVoertuigIdentificatieNummer (VIN)Het voertuigidentificatienummer is in het balhoofdgedeelte van het frame geslagen. Het staat ook op een label ernaast.121. VIN- stempel2. VIN- labelNoteer het voertuigidentificatienummer in het onderhoudsboekje van de motor-fiets.MotorserienummerHet motorserienummer is rechtsachter in het bovenste motorcarter geslagen, vlakbij de achterzijde, en is te zien vanaf de rechterzijde, achter de startmotor.11. MotorserienummerNoteer het motorserienummer in het onderhoudsboekje van de motorfiets.

INSTRUMENTEN26InstrumentenScrambler 1200 XEEr zijn twee verschillende thema's beschikbaar op het instrumentendisplay van de Scrambler 1200 XE.In deze gebruikershandleiding voor de Scrambler 1200 XE wordt omwille van de herkenbaarheid en consistentie het Quartz- thema gebruikt.Quartz- themami25:20hh:mm02:55158215:53mph001 582Trip 1HOLD TO RESETNChronos- themaN25:20hh:mm02:25014515:5312345678000060mphTrip 1EFmphOdometer: 763 milesHOLD TO RESETZie pagina 27 voor de bedieningsin-structies voor het instrumentendisplay.Scrambler 1200 XScrambler 1200 X- modellen zijn uitgerust met een LCD/TFT- instrumenten display (Liquid Crystal Display/Thin Film Transistor).E FZie pagina 72 voor de bedieningsinstruc-ties voor het instrumentendisplay.

INSTRUMENTEN29WaarschuwingslampjesWanneer het contact wordt ingescha-keld, lichten de waarschuwingslampjes op het instrumentenpaneel 1,5 seconde op en gaan ze vervolgens weer uit (behalve de lampjes die blijven branden tot de motor wordt gestart, zoals beschreven op de volgende pagina's). Voor aanvullende waarschuwings- en informatieberichten, zie pagina 41 voor de Scrambler 1200 XE of pagina 77 voor de Scrambler 1200 X. Storingslampje motormanagementsysteemHet storingslampje voor het motormanagement-systeem licht op wanneer het contact wordt ingeschakeld (om aan te geven dat het systeem werkt), maar mag niet gaan branden wanneer de motor draait. Als de motor loopt en er een storing is in het motormanagement-systeem, brandt de MIL en begint het algemene waarschuwingssymbool te knipperen.

In dat geval schakelt het motormanagementsysteem over naar de 'thuisbrengmodus', zodat de rit kan worden voortgezet indien de storing niet zo ernstig is dat de motor niet kan draaien. WAARSCHUWINGVerlaag de snelheid en rijd niet langer door dan noodzakelijk wanneer het storingslampje brandt. De storing kan de motorprestaties, de uitstoot van uitlaatgassen en het brandstof-verbruik beïnvloeden. De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph- dealer. Een gebrekkige werking van de motor kan gevaarlijke rijomstandigheden veroorzaken, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

Als het storingslampje knippert wanneer het contact wordt ingeschakeld, neem dan zo snel mogelijk contact op met een erkende Triumph- dealer om deze situatie te verhelpen. Onder deze omstandigheden zal de motor niet starten. Waarschuwingslampje lage oliedrukAls bij draaiende motor de oliedruk gevaarlijk daalt, gaat het waarschuwingslampje lage oliedruk branden.

INSTRUMENTEN30KENNISGEVINGAls de oliedruk te laag is, gaat het waarschuwingslampje lage- oliedruk branden. Schakel de motor onmiddellijk uit en onderzoek de situatie wanneer het controlelampje voor lage oliedruk blijft branden. Indien de motor met een te lage oliedruk draait, ontstaat ernstige motorschade. Controlelampje start onderbreker/alarminstallatieDeze motorfiets is uitgerust met een start onderbreker die geactiveerd wordt wanneer de contactschakelaar in de stand OFF (UIT) wordt gedraaid. Zonder alarmWanneer de contactschakelaar in de stand OFF (UIT) staat, knippert de lamp van de start onderbreker gedurende 24 uur om aan te geven dat de start-onderbreker ingeschakeld is. Wanneer de contactschakelaar in de stand ON (AAN) staat, zijn start onderbreker en het controlelampje uitgeschakeld.

Als het controlelampje blijft branden, betekent dit dat er een storing in de start onderbreker is, die nader moet worden onderzocht. De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph- dealer. Met alarmHet controlelampje van de start-onderbreker/alarminstallatie gaat alleen branden wanneer is voldaan aan de voorwaarden zoals beschreven in de instructies van de originele Triumph- alarminstallatie (accessoire). Waarschuwingslampje antiblokkeerremsysteem (ABS)Wanneer de contactschakelaar in de stand ON wordt gedraaid, is het normaal dat het waar-schuwingslampje voor het ABS- systeem gaat knipperen. Het lampje blijft knip-peren nadat de motor gestart is, totdat de motorfiets een snelheid van meer dan 10 km/u heeft bereikt, waarna het lampje dooft.

KENNISGEVINGTractiecontrole werkt niet bij een storing aan het ABS- systeem. In dat geval branden de waarschuwings-lampjes voor de ABS en tractiecontrole en het storingslampje. Het waarschuwingslampje mag pas weer gaan branden als de motor weer wordt gestart, tenzij er een storing is.

INSTRUMENTEN31 WAARSCHUWINGAls het antiblokkeerremsysteem (ABS) niet werkt, werkt het remsys-teem verder als een remsysteem zonder ABS. Rijd niet langer door dan noodzakelijk wanneer het ABS- waarschuwingslampje brandt. De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph- dealer. Te hard remmen kan ertoe leiden dat de wielen blokkeren, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. Controlelampje tractiecontrole (TC)Het TC- controlelampje wordt gebruikt om aan te geven dat het tractiecontrolesysteem actief is en bezig is om slippen van het achterwiel te beperken bij snelle acceleratie of op natte of gladde wegen. Tractiecontrole werkt niet bij een storing aan het ABS- systeem.

In dat geval branden de waarschuwingslampjes voor de ABS en tractiecontrole en het storingslampje. WAARSCHUWINGAls de tractiecontrole niet werkt, moet voorzichtigheid in acht worden genomen bij het accelereren en het nemen van bochten op een nat of glad wegdek, om doorslippen van het achterwiel te voorkomen. Rijd niet langer door dan noodzakelijk wanneer het storingslampje voor het motor-managementsysteem (MIL) en het waarschuwingslampje van de tractie-controle branden. De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph- dealer. Bij snel accelereren en hard rijden in bochten kan het achterwiel door-slippen, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

Als tractiecontrole is ingeschakeld:▼ Onder normale rijomstandigheden blijft het tractiecontrolelampje uit. ▼ Het tractiecontrolelampje knippert snel wanneer het tractiecontrole-systeem in werking is om slippen van het achterwiel te beperken bij snelle acceleratie of op een natte of gladde weg.

INSTRUMENTEN32Waarschuwingslampje Tractiecontrole (TC) uitgeschakeldHet waarschuwingslampje Tractiecontrole (TC) uitgescha-keld mag alleen gaan branden bij een storing of als de tractiecontrole uitgeschakeld is. Als het waarschuwingslampje tijdens het rijden gaat branden, betekent dit dat er in het tractiecontrolesysteem een storing is opgetreden die nader moet worden onderzocht. De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph- dealer. RichtingaanwijzerlampjeWanneer de richtingaanwij-zerschakelaar naar links of naar rechts wordt gedraaid, knippert het waarschuwings-lampje van de richtingaanwijzer in hetzelfde tempo als de richtingaanwijzer zelf.

AlarmknipperlichtenWanneer de schakelaar van de alarmknipperlichten op aan wordt gezet, knipperen de waarschuwingslampjes van de richtingaanwijzers in hetzelfde tempo als de richtingaanwijzers zelf. GrootlichtlampjeWanneer het contact wordt ingeschakeld en de dimscha-kelaar op grootlicht is ingesteld, gaat het waarschu-wingslampje voor grootlicht branden. Dagrijlichten (DRL) (indien gemonteerd)Wanneer het contact wordt ingeschakeld en de dagrijlicht-schakelaar op dagrijlicht is ingesteld, gaat het waarschu-wingslampje voor dagrijlicht branden. Overdag zorgt de dagrijverlichting (DRL) ervoor dat de motorfiets beter zichtbaar is voor andere weggebruikers. In andere situaties moet het dimlicht worden gebruikt, tenzij de verkeerssituatie het gebruik van grootlicht mogelijk maakt. Als het dimlicht wordt ingeschakeld, gaat het controlelampje van de dagrij-verlichting uit.

De dagrijlichten en dimlichten worden met de hand bediend via een schakelaar op de linker schakelaarbehuizing. WAARSCHUWINGRij niet langer dan noodzakelijk met het dagrijlicht (DRL) als het omge-vingslicht zwak is.

INSTRUMENTEN33Waarschuwingslampje brandstofniveauHet waarschuwingslampje voor het brandstofniveau gaat branden wanneer er nog circa 3,5 liter brandstof in de tank aanwezig is.Waarschuwingslampje lage accuspanningAls onderdelen zoals handvatver-warming bij stationair toerental ingeschakeld zijn, kan de accuspanning na verloop van tijd onder een bepaalde waarde zakken en wordt er in het informatievenster een waarschuwing weergegeven.Algemeen waarschuwingssymboolHet algemeen waarschuwings-symbool wordt getoond in het informatievak wanneer een storing is opgetreden in de ABS of het motormanagement en de waarschu-wingslampjes voor het ABS en/of het motormanagementsysteem branden.

Neem zo snel mogelijk contact op met een erkende Triumph- dealer, om de storing te laten inspecteren en verhelpen.Waarschuwingen en informatieberichtenAls zich een storing voordoet kunnen er verschillende waarschuwingen en informatieberichten verschijnen. In dat geval hebben waarschuwingsberichten voorrang boven informatieberichten en wordt het waarschuwingssymbool op het display weergegeven. Het aantal actieve waarschuwingsberichten wordt weergegeven op het rechterpaneel.A15:53PREVNEXT1/3WarningTyre Pressure LowVisit Garage NowN12 31. Waarschuwingssymbool (TPMS weergegeven)2. Waarschuwing en/of berichtbeschrijving3.

Waarschuwing en/of berichtentellerWanneer er een storing aan de motor-fiets wordt gedetecteerd, kunnen de volgende waarschuwingen en informa-tieberichten worden weergegeven.Waarschuwingslampjes en berichtenWaarschuwingslampje lage oliedruk(rood controlelampje)Waarschuwingslampje batterijspanning laag/startmotor uitgeschakeld(rood controlelampje)Sensorsignaal bandenspannings-controlesysteem (TPMS) - voor- /achterband(rood of oranje controlelampje)

De teller geeft aan hoeveel waarschuwingen er zijn.▼ Druk op de joy stick om een bericht te bevestigen en te verbergen.KENNISGEVINGDe volgende waarschuwingslampjes en berichten kunnen tijdens normaal gebruik van de motorfiets worden weergegeven.Informatielampjes en berichtenAlarmknipperlichten(rood controlelampje)Lampje laag brandstofpeil(oranje controlelampje)Lampje richtingaanwijzers(groen controlelampje)Controlelampje neutrale stand(groen controlelampje)Controlelampje grootlicht(blauw controlelampje)Waarschuwing: lage luchttemperatuur - risico van oppervlakte- ijs(blauw of wit controlelampje)

INSTRUMENTEN35Snelheidsmeter en kilometertellerDe snelheidsmeter geeft de rijsnelheid van de motorfiets aan.De kilometerteller geeft de totale door de motorfiets afgelegde afstand weer.Quartz- themaA15:5310k00 5 6073443 miOR APR 2019Service Inmi70N121. Snelheidsmeter2. Kilometerteller (in service- informatievak)Chronos- themaN25:20hh:mm02:25014515:5312345678000060mphTrip 1EFmphOdometer: 763 milesHOLD TO RESET121. Snelheidsmeter2. KilometertellerToerentellerKENNISGEVINGLaat het motortoerental nooit oplopen tot in de 'rode zone', omdat dit kan leiden tot ernstige motorschade.De toerenteller geeft het motortoerental weer in omwentelingen per minuut - rpm (omw/min). Aan het einde van het toerentellerbereik bevindt zich de rode zone.

Toerentallen in het rode gebied liggen boven het aanbevolen maximumtoerental en ook boven het toerentalbereik waarbij de motor de beste prestaties levert.Quartz- themaA15:5310k00 5 6073443 miOR APR 2019Service Inmi70N211. Motortoerental (rpm)2. Rode zone

Informatievak laag brandstofpeilKENNISGEVINGDe brandstofmeter wordt weerge-geven in het linkerzijpaneel wanneer het Chronos- thema is geselecteerd.Het resterende bereik en het actuele brandstofverbruik worden weergegeven in het rechterzijpaneel wanneer het brandstofmenu is geselecteerd.Bij ingeschakeld contact geeft een door-getrokken streep in de brandstofmeter aan hoeveel brandstof er nog in de tank zit.De schaalverdeling van de brandstof-meter geeft verschillende niveaus in de brandstoftank weer, variërend van leeg tot vol.Het waarschuwingslampje voor laag brandstofpeil gaat branden wanneer er nog circa 3,5 liter brandstof in de tank zit. U dient dan bij de eerstvolgende mogelijkheid te tanken.Er verschijnt een waarschuwingsbericht voor laag brandstofpeil in het informa-tievak.

Druk de joy stick in het midden in om de waarschuwing voor laag brand-stofpeil te bevestigen en te verbergen.Na het tanken worden de gegevens van de brandstofmeter en de resterende actieradius pas bijgewerkt wanneer de motorfiets weer rijdt. Afhankelijk van de rijstijl kan het bijwerken tot vijf minuten duren.

INSTRUMENTEN37Weergave versnellingsstandDe versnellingsaanduiding geeft aan welke versnelling (één t/m zes) er inge-schakeld is. Als de transmissie in vrijloop staat (er is geen versnelling gekozen) toont het display 'N'.A25:20hh:mm02:250145mphmi15:53007482Trip 1mi0N11. Versnellingsaanduiding (neutrale stand afgebeeld)A25:20hh:mm02:250145mphmi15:530 0 74 82Trip 1mi0311. Versnellingsweergave (derde versnelling afgebeeld)RijmodiMet de rijmodi kunnen de gas klepres-pons (MAP), het antiblokkeerremsysteem (ABS) en de tractiecontrole (TTC) worden aangepast aan verschillende wegom-standigheden en voorkeuren van de bestuurder.

Afhankelijk van de speci-ficatie van het motorfietsmodel zijn tot zes rijmodi beschikbaar.Rijmodi kunnen gemakkelijk worden geselecteerd met behulp van de modusknop en de joy stick op de schake-laarbehuizing aan de linker handgreep, bij stilstaande of rijdende motorfiets.Elke rijmodus is instelbaar. De beschik-baarheid van instellingen voor ABS, MAP en TC verschilt per model. Zie pagina 48 voor meer informatie. Wanneer een rijmodus is bewerkt (behalve de modus Rider), verandert het pictogram zoals hieronder aangegeven.Standaard-pictogramPictogram bestuurders-aanpassingBeschrijving- RiderRainRoadSportOff- RoadOff- Road Pro

INSTRUMENTEN38Rijmodi selecteren WAARSCHUWINGOm op een rijdende motor een rijmodus te selecteren moet de bestuurder de motorfiets kortstondig laten freewheelen (motorfiets rijdt, motor draait, gas dicht, koppelings-hendel ingetrokken en remmen los). Selectie van een rijmodus onder het rijden mag alleen worden geprobeerd:- Bij lage snelheid- Op plaatsen waar geen ander verkeer is- Op rechte en vlakke wegen of opper-vlakken- Bij goede weg- en weersomstandig-heden- Daar waar het veilig is om de motorfiets kortstondig te laten free-wheelen. Selectie van een rijmodus onder het rijden MAG NIET worden geprobeerd:- Bij hoge snelheid- Te midden van rijdend verkeer- Tijdens het nemen van een bocht of op bochtige wegen of oppervlakken- Op sterk hellende wegen of opper-vlakken- Bij slechte weg- en weersomstandig-heden- Daar waar het onveilig is om de motorfiets kortstondig te laten free-wheelen.

Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. WAARSCHUWINGAls tractiecontrole is uitgeschakeld in het hoofdmenu, zoals beschreven in pagina 52, worden de opgeslagen instellingen van alle rijmodi genegeerd. De tractiecontrole blijft, ongeacht uw keuze van de rijmodus, uitgeschakeld tot deze weer wordt ingeschakeld, het contact wordt uitgeschakeld en weer ingeschakeld, of wanneer de modusknop ingedrukt wordt gehouden om terug te keren naar de standaard Road- modus (waarin de tractiecontrole wordt geactiveerd wanneer de motor-fiets (bijna) stilstaat). Als de tractiecontrole is uitgeschakeld, gedraagt de motorfiets zich net als anders, maar zonder tractiecontrole.

In deze situatie kan door te hard accelereren op een nat/glad wegdek het achterwiel gaan slippen, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. WAARSCHUWINGWanneer ABS uitgeschakeld is, werkt het remsysteem als een remsysteem zonder ABS.

INSTRUMENTEN39 WAARSCHUWINGRijd na het selecteren van een rijmodus eerst een stukje op een plaats waar geen verkeer is, om vertrouwd te raken met de nieuwe instellingen.Leen uw motorfiets niet uit aan anderen, omdat ze de instellingen van uw vertrouwde rijmodus kunnen wijzigen.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.Wanneer bij het laatste keer uitscha-kelen van het contact aan de volgende voorwaarden was voldaan:▼ - De modus Off- Road, Off- Road Pro of Rider was actief,▼ - en ABS of TC was ingesteld op Off- Road of OFF,dan schakelt de rijmodus standaard naar modus Road wanneer het contact wordt ingeschakeld.Anders wordt de laatst geselec-teerde rijmodus onthouden en geactiveerd wanneer het contact wordt ingeschakeld.

Controleer of de motorstopschakelaar in de stand AAN staat als de moduspictogrammen niet weergegeven worden bij ingeschakeld contact.Om een rijmodus te selecteren:▼ Druk kort op de modusknop op de linker schakelaarbehuizing om het informatievak voor rijmodi en het rijmodusselectiepaneel te activeren.▼ Het pictogram van de actieve rijmodus wordt weergegeven in het midden van het instrumentenpaneel.Om van geselecteerde rijmodus te wisselen:▼ Duw de joy stick naar boven of naar beneden of druk herhaaldelijk op de modusknop tot de vereiste modus in het midden van het display wordt weergegeven, of wordt gemarkeerd in het rijmodusselectiepaneel.▼ Met een korte druk op het midden van de joy stick selecteert u de gewenste rijmodus.A15:53RoadROADMAPROADROADTCNM524131. Modusknop2. Huidige rijmodus3. Joy stick4. Informatievak met instellingen voor de rijmodus5.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Triumph Scrambler 1200 X (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden