Triumph Bonneville Bobber TFC (2025) Handleiding

Triumph Motor Bonneville Bobber TFC (2025)

Bekijk gratis de handleiding van Triumph Bonneville Bobber TFC (2025) (180 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 32 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Triumph Bonneville Bobber TFC (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/180
GEBRUIKERSHANDLEIDING
01
Bonneville Bobber TFC
Deze handleiding bevat informatie over de Triumph-motorfiets(en) Bonneville Bobber TFC. Bewaar deze gebrui-
kershandleiding altijd bij de motorfiets en raadpleeg de informatie indien nodig.
De informatie in deze uitgave is gebaseerd op de meest recente, op het moment van publicatie beschikbare informatie.
Triumph behoudt zich het recht voor te allen tijde, zonder voorafgaande mededeling of verplichting, wijzigingen aan te
brengen.
Deze publicatie mag niet in zijn geheel, noch gedeeltelijk worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van
Triumph Motorcycles Limited.
© Copyright 07.2024 Triumph Motorcycles Limited, Hinckley, Leicestershire, Engeland.
Publicatie onderdeelnummer 3850484-NL versie 1

Beoordeel deze handleiding

4.4/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Triumph
Categorie: Motor
Model: Bonneville Bobber TFC (2025)

Handleiding Triumph Bonneville Bobber TFC (2025) – volledige tekst

GEBRUIKERSHANDLEIDING01Bonneville Bobber TFCDeze handleiding bevat informatie over de Triumph-motorfiets(en) Bonneville Bobber TFC. Bewaar deze gebrui-kershandleiding altijd bij de motorfiets en raadpleeg de informatie indien nodig.De informatie in deze uitgave is gebaseerd op de meest recente, op het moment van publicatie beschikbare informatie. Triumph behoudt zich het recht voor te allen tijde, zonder voorafgaande mededeling of verplichting, wijzigingen aan te brengen.Deze publicatie mag niet in zijn geheel, noch gedeeltelijk worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van Triumph Motorcycles Limited.© Copyright 07.2024 Triumph Motorcycles Limited, Hinckley, Leicestershire, Engeland.Publicatie onderdeelnummer 3850484-NL versie 1

INHOUDSOPGAVE02Deze gebruikershandleiding bevat een aantal verschillende hoofdstukken. Onderstaande inhoudsopgave helpt u het begin van elk hoofdstuk op te zoeken, waar u – in het geval van grotere hoofdstukken – een meer gedetailleerde inhouds-opgave aantreft, die u helpt het betreffende onderwerp te vinden.03 VOORWOORD07 VEILIGHEID VOOROP16 WAARSCHUWINGSLABELS18 ONDERDELENOVERZICHT21 SERIENUMMERS23 INSTRUMENTEN39 ALGEMENE INFORMATIE65 RIJDEN OP DE MOTORFIETS77 ACCESSOIRES, LADING EN PASSAGIERS83 ONDERHOUD EN AFSTELLING141 REINIGING EN STALLING155 GARANTIE167 SPECIFICATIES173 INDEX177 GOEDKEURINGSINFORMATIE

VOORWOORD03Gebruikershandleiding WAARSCHUWINGDe gebruikershandleiding of snelstart-gids (indien geleverd bij de motorfiets) en alle overige documenten die bij uw motorfiets worden geleverd, maken permanent deel uit van uw motorfiets en moeten bij de motorfiets blijven, ook wanneer deze wordt doorverkocht. Iedereen die op de motorfiets gaat rijden moet de gebruikershandlei-ding of snelstartgids en alle andere documenten die bij de motorfiets zijn geleverd lezen om volledig vertrouwd te raken met de werking van de bedieningselementen, de kenmerken, de capaciteiten en de beperkingen van uw motorfiets. Leen uw motorfiets niet aan anderen uit, want rijden zonder vertrouwd te zijn met de bedieningselementen, de kenmerken, de capaciteiten en de beperkingen van de motorfiets kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets, wat kan leiden tot ernstig letsel of de dood.

Dank u voor het kiezen van een Triumph-motorfiets. Deze motorfiets is het resultaat van Triumph's toepassing van beproefde technieken, grondige tests en het voortdurend streven naar superieure betrouwbaarheid, veiligheid en prestaties. Lees voordat u gaat rijden deze gebrui-kershandleiding aandachtig door om volledig vertrouwd te raken met de werking van de bedieningselementen, de kenmerken, de capaciteiten en de beperkingen van uw motorfiets. Deze handleiding bevat tips voor veilig rijden, maar beschrijft niet alle tech-nieken en vaardigheden die nodig zijn om veilig op een motorfiets te rijden. Triumph adviseert motorrijders nadrukkelijk de nodige lessen te nemen om deze motorfiets veilig te kunnen bedienen. De nieuwste versie van deze gebrui-kershandleiding met eventuele wijzigingen is verkrijgbaar bij uw lokale dealer en online op www. triumphmotor-cycles. co.

VOORWOORD04QR-codeOm de gebruikershandleiding te down-loaden;Voer het onderstaande adres in een webbrowser in:www. triumphmotorcycles. co. uk/hand-booksof;Scan de QR-code met uw smartphone:Deze QR-code is ook te vinden op een permanent label dat op uw motorfiets is bevestigd, onder het zadel of achter het zijpaneel.Nadat u het webadres heeft ingevoerd of de QR-code heeft gescand, wordt uw browser naar een webpagina geleid waar u uw gebruikershandleiding kunt selecteren en downloaden.Gevaren, waarschuwingen, maningen tot voorzichtigheid en mededelingenBijzonder belangrijke informatie wordt in de volgende vorm gepresenteerd: GEVAARDit gevaarsymbool duidt op speciale instructies of procedures die, als ze niet goed worden opgevolgd, persoon-lijk letsel of de dood tot gevolg hebben.

WAARSCHUWINGDit waarschuwingssymbool duidt op speciale instructies of procedures die, als ze niet goed worden opgevolgd, persoonlijk letsel of de dood tot gevolg kunnen hebben. VOORZICHTIGDit symbool maant tot voorzichtig-heid en gaat vergezeld van speciale instructies of procedures die, als ze niet strikt worden opgevolgd, licht tot matig letsel tot gevolg kunnen hebben.KENNISGEVINGDit opmerkingssymbool duidt op punten die belangrijk zijn voor een efficiëntere en gemakkelijkere bedie-ning.

VOORWOORD05WaarschuwingslabelsBovenstaand symbool wordt op bepaalde plaatsen op de motorfiets weergegeven. Het symbool betekent VOORZICHTIG: RAADPLEEG DE HAND-LEIDING en dit wordt gevolgd door een grafische voorstelling van het betref-fende onderwerp.Probeer nooit op de motorfiets te rijden of een aanpassing uit te voeren zonder de in deze handleiding beschreven rele-vante instructies te raadplegen.Raadpleeg het gedeelte Locaties van de waarschuwingslabels in deze handlei-ding voor de locatie van alle labels met dit symbool.

Dit symbool wordt zo nodig ook weergegeven op de pagina's met de relevante informatie.OnderhoudOm een lang, veilig en probleemloos gebruik van uw motorfiets te garan-deren, dient het onderhoud te worden uitgevoerd door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer.Een erkende Triumph-dealer beschikt over de noodzakelijke kennis, appa-ratuur en vakkundigheid om uw Triumph-motorfiets goed te onder-houden.Bezoek de Triumph-website op www. tri-umph. co. uk of neem telefonisch contact op met de bevoegde distributeur in uw land voor informatie over de dichtst-bijzijnde erkende Triumph-dealer. De adressen zijn ook vermeld in het bij deze handleiding geleverde onderhouds-boekje.

VOORWOORD06GeluiddempingssysteemWijzigen van het geluiddempingssys-teem is verboden.Eigenaars worden gewaarschuwd dat het wettelijk verboden kan zijn om:▼ onderdelen of designelementen van nieuwe voertuigen die bedoeld zijn voor geluiddemping, voorafgaand aan de verkoop of aflevering aan de koper of daarna te verwijderen of buiten werking te stellen, behalve als dat nodig is voor onderhoud, reparatie of vervanging, en,▼ het voertuig te gebruiken nadat zo'n onderdeel of designcomponent is verwijderd of buiten werking is gesteld.Onder knoeien worden onder meer de volgende handelingen verstaan:▼ Verwijderen of doorboren van de geluiddemper, schotten, uitlaat-bochten of enig ander onderdeel dat uitlaatgassen geleidt.▼ Verwijderen of doorboren van enig onderdeel van het inlaatsysteem.▼ Gebrek aan goed onderhoud.▼ Vervanging van bewegende delen van het voertuig, of delen van de uitlaat of het inlaatsysteem, door onderdelen die niet door de fabri-kant zijn aangegeven.Praat met TriumphOnze relatie met u stopt niet bij de aankoop van uw Triumph.

Uw feedback over de ervaringen tijdens aankoop en bezit zijn zeer belangrijk voor ons om onze producten en diensten voor u te ontwikkelen.U helpt ons daarmee door ervoor te zorgen dat uw erkende Triumph-dealer uw e-mailadres heeft en dat bij ons registreert. U ontvangt dan van ons op uw e-mailadres een uitnodiging voor een online-klanttevredenheidsonderzoek waarmee u ons deze feedback kunt geven.Het Triumph-team.

VEILIGHEID VOOROP07De motorfiets WAARSCHUWINGDeze motorfiets is uitsluitend bedoeld voor gebruik op de weg. Rijd niet offroad met deze motorfiets. Terreinrijden kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets, wat kan leiden tot ernstig letsel of de dood. WAARSCHUWINGDeze motorfiets is bedoeld om als tweewielig voertuig te worden gebruikt voor het vervoeren van één bestuurder/bestuurster. Het totale gewicht van de berijder, een eventuele passagier, accessoires en bagage mag het in de specificaties vermelde maximale laadvermogen niet overschrijden. Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. WAARSCHUWINGDeze motorfiets is uitgerust met een katalysator onder de motor, die samen met het uitlaatsysteem zeer hoge temperaturen kan bereiken wanneer de motor draait.

Brandbare materialen zoals gras, hooi/stro, bladeren, kleding en bagage kunnen ontbranden wanneer ze in contact komen met een willekeurig onderdeel van het uitlaatsysteem. WAARSCHUWING VervolgZorg er altijd voor dat brandbare materialen niet in aanraking kunnen komen met het uitlaatsysteem of de katalysator. Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot brand, met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. WAARSCHUWINGDeze motorfiets is niet ontworpen voor het trekken van een aanhanger of het gebruik van een zijspan. Het monteren van een zijspan en/of aanhanger kan de handelbaarheid, de stabiliteit of andere aspecten van het motorrijden beïnvloeden. Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

Daarom kan onderhoud en vervanging van versleten of beschadigde onder-delen noodzakelijk zijn voordat de geplande datum voor het periodieke onderhoud is bereikt. Het is belangrijk dat de motorfiets wordt geïnspecteerd na het rijden in extreme omstandigheden en dat versleten of beschadigde onderdelen worden onderhouden of vervangen.

WAARSCHUWINGBENZINE IS UITERST BRANDBAAR:- Schakel de motor altijd uit wanneer u gaat tanken.- Let goed op en blijf alert tijdens het tanken.- Niet tanken of de vuldop van de tank openen terwijl u rookt of in de buurt bent van open vuur (vlammen).- Mors tijdens het tanken geen brand-stof op de motor, de uitlaatpijpen of de dempers.- Als brandstof is ingeslikt, ingeademd of in de ogen terechtgekomen is, moet direct medische hulp worden ingeroepen.- Als benzine op de huid terechtkomt, dient deze onmiddellijk te worden gewassen met water en zeep en met brandstof verontreinigde kleding dient onmiddellijk te worden uitge-trokken.- Contact met brandstof kan brandwonden en andere ernstige huidaandoeningen veroorzaken.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot ernstig letsel of de dood.

VEILIGHEID VOOROP09Valhelm en kleding GEVAAREen valhelm is een van de belang-rijkste uitrustingsstukken, omdat deze bescherming biedt tegen hoofdletsel. Uw valhelm en die van uw passagier dienen met zorg te worden gekozen en comfortabel en stevig om het hoofd te passen. Een felgekleurde helm verhoogt de zichtbaarheid van de rijder (of passagier) voor andere weggebruikers aanzienlijk.Een valhelm met open voorzijde biedt enige bescherming bij een ongeval, maar een integraalhelm biedt betere bescherming.Draag altijd een vizier of een goedge-keurde beschermende bril voor beter zicht en ter bescherming van uw ogen.Het niet opvolgen van bovenstaand advies leidt tot ernstig letsel of de dood.

WAARSCHUWINGTijdens het rijden op de motorfiets dienen de berijder en de passagier (bij modellen waarop een passagier vervoerd mag worden) altijd geschikte kleding te dragen, waaronder valhelm, oogbescherming, handschoenen, laarzen, broek (nauw aansluitend rond de knieën en de enkels) en een felge-kleurd jack.Tijdens offroadgebruik (op modellen die geschikt zijn voor offroadgebruik), moet de rijder altijd geschikte kleding dragen, inclusief broek en laarzen.Felgekleurde kleding verhoogt de zichtbaarheid van de rijder (of de passagier) voor andere weggebruikers aanzienlijk.Hoewel volledige bescherming niet mogelijk is, kan het risico op ernstig of dodelijk letsel worden verminderd door de juiste beschermende kleding te dragen.

VEILIGHEID VOOROP10Onderhoud en apparatuur WAARSCHUWINGNeem bij twijfel over het juiste of veilige gebruik van deze motorfiets contact op met een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer.Wanneer wordt doorgereden op een niet goed werkende motorfiets kan een defect verergeren en kan de veiligheid in gevaar komen.Doorgaan met het gebruik van een niet goed werkende motorfiets kan de handelbaarheid, de stabiliteit of andere aspecten van het rijden op de motor-fiets beïnvloeden, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

WAARSCHUWINGAls de motorfiets bij een ongeval, aanrijding of valpartij betrokken is geweest, dient hij te worden wegge-bracht voor inspectie en reparatie.Inspecties en reparaties moeten worden verricht door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer.Een ongeval kan schade aan de motor-fiets veroorzaken, die, indien niet op de juiste wijze gerepareerd, een tweede ongeval kan veroorzaken met letsel of de dood tot gevolg.

VEILIGHEID VOOROP11Parkeren WAARSCHUWINGAltijd de motor uitschakelen en de contactsleutel verwijderen voordat u uw motorfiets onbeheerd achterlaat. Door het verwijderen van de contact-sleutel wordt het risico van gebruik door onbevoegde en onervaren personen verkleind.Denk aan het volgende als u uw motorfiets parkeert:- Zet de motorfiets in de eerste versnelling om te voorkomen dat hij van de standaard rolt.- De motor, radiateur, het uitlaatsys-teem, de achtervering en de remmen zijn heet na het rijden. Parkeer NOOIT op plaatsen waar voetgan-gers, dieren en/of kinderen de motorfiets kunnen aanraken.- Parkeer nooit op een zachte onder-grond of op een hellend oppervlak.

Indien de motorfiets onder deze omstandigheden wordt geparkeerd, kan deze omvallen.Zie voor nadere informatie het hoofd-stuk 'Rijden op de motorfiets' in deze gebruikershandleiding.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot materiële schade, ernstig letsel of de dood.Rijden GEVAARNooit op de motorfiets rijden indien u moe bent of onder invloed verkeert van alcohol of andere verdovende middelen.Onder invloed van alcohol of andere verdovende middelen op een motor-fiets rijden is verboden.Rijden bij vermoeidheid of onder invloed van alcohol of andere verdo-vende middelen vermindert het vermogen van de berijder om de controle te behouden, wat leidt tot verlies van controle over de motor-fiets met ernstig letsel of de dood tot gevolg.

WAARSCHUWINGAlle rijders moeten in het bezit zijn van een rijbewijs voor motorfietsen.Het zonder rijbewijs besturen van een motorfiets is verboden en kan gerech-telijke vervolging tot gevolg hebben.Het gebruik van de motorfiets zonder formele training in de juiste rijtech-nieken die nodig zijn om een rijbewijs te krijgen, is gevaarlijk.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

VEILIGHEID VOOROP12 WAARSCHUWINGRijd altijd defensief en draag de beschermende uitrusting die elders in dit deel Veiligheid voorop worden genoemd.Onthoud dat een motorfiets bij een ongeval minder bescherming biedt dan een auto.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot ernstig letsel of de dood. WAARSCHUWINGDeze motorfiets mag de wettelijk geldende snelheidslimieten niet over-schrijden.Het met hoge snelheid op een motorfiets rijden kan gevaarlijk zijn, aangezien de tijd om op een gevaar-lijke situatie te reageren bij hogere snelheden aanzienlijk wordt verkort.Neem altijd snelheid terug in eventueel gevaarlijke rijomstandigheden, zoals slecht weer of druk verkeer.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

WAARSCHUWINGWees altijd bedacht op veranderingen in het wegdek, het verkeer en de wind en pas uw rijgedrag hierop aan. Alle tweewielige voertuigen zijn onder-hevig aan externe krachten die de handelbaarheid, de stabiliteit of andere aspecten van de motorfiets kunnen beïnvloeden.Deze factoren zijn onder andere:- windstoten van passerende voer-tuigen- gaten in de weg, oneffenheden of beschadigingen in het wegdek- slecht weer- fouten van de bestuurder.Rijd altijd met matige snelheid en vermijd druk verkeer, totdat u zich volledig vertrouwd hebt gemaakt met de werking en de rijeigenschappen van de motorfiets. Overschrijd nooit de wettelijk geldende snelheidslimiet.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

VEILIGHEID VOOROP13Trilling/slingeringEen slingering is een relatief lang-zame, op en neer gaande beweging van de achterkant van de motorfiets, terwijl een trilling een snelle, soms sterke beving van het stuur is. Dit zijn verwante, maar aparte stabiliteits-problemen die gewoonlijk veroorzaakt worden door te veel gewicht op de verkeerde plaats of door een mecha-nisch probleem zoals versleten of loszittende lagers, te slappe of ongelijk-matig versleten banden.De oplossing is in beide gevallen hetzelfde. Houd het stuur stevig vast zonder de armen op slot te zetten of de stuurbeweging tegen te gaan. Draai het gas gelijkmatig terug om geleidelijk vaart te minderen. Rem niet en acce-lereer niet in een poging om het trillen of slingeren te stoppen. Soms helpt het om het lichaamsgewicht naar voren te verplaatsen door over de tank te buigen.Copyright © 2005 Motorcycle Safety Foundation.

Alle rechten voorbehouden. Gebruikt met toestemming.Handgrepen en voetsteunen WAARSCHUWINGDe bestuurder dient de motorfiets onder controle te houden door te allen tijde de handen aan het stuur te houden.Als de motorrijder zijn handen van het stuur haalt, tast dat de handelbaar-heid en de stabiliteit van de motorfiets aan.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. WAARSCHUWINGDe rijder dient tijdens het motorrijden altijd de voetsteunen te gebruiken.Door de voetsteunen te gebruiken wordt het risico op onbedoeld contact met onderdelen van de motorfiets beperkt.

VEILIGHEID VOOROP14 WAARSCHUWINGDe hellingshoekindicators mogen niet worden gebruikt als richtlijn voor de mate waarin de motorfiets veilig schuin gelegd kan worden in bochten.Dit is afhankelijk van veel verschillende omstandigheden, waaronder, maar niet beperkt tot:- Wegdek;- Staat van de banden;- Weer.Overhellen tot een onveilige hoek kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. WAARSCHUWINGVervang altijd de hellingshoekindica-tors voordat ze tot de slijtagelimiet zijn afgesleten.Wanneer de hellingshoekindicators tot voorbij de slijtagelimiet zijn afgesleten, kan de motorfiets tot een onveilige hoek overhellen.Overhellen tot een onveilige hoek kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

VEILIGHEID VOOROP15Onderdelen en accessoires WAARSCHUWINGDe eigenaar dient zich ervan bewust te zijn dat onderdelen, accessoires en aanpassingen voor een Triumph-mo-torfiets alleen goedgekeurd zijn wanneer ze door Triumph voorzien zijn van een officiële goedkeuring.We raden aan accessoires te laten aanbrengen en aanpassingen te laten verrichten door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer.Het is met name bijzonder gevaarlijk om onderdelen of accessoires aan te brengen of te vervangen waarvoor het noodzakelijk is om het elektrische of het brandstofsysteem te demon-teren, of hierop uitbreidingen aan te brengen.

Dergelijke aanpassingen kunnen de veiligheid in gevaar brengen.Het aanbrengen van niet-goedge-keurde onderdelen, accessoires of aanpassingen kan een nadelig effect hebben op de handelbaarheid, de stabiliteit en andere aspecten van de werking van de motorfiets, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.Triumph aanvaardt geen aansprakelijk-heid voor gebreken die zijn veroorzaakt door het aanbrengen van niet-goed-gekeurde onderdelen, accessoires of aanpassingen.Triumph aanvaardt geen aansprakelijk-heid voor gebreken die zijn veroorzaakt door het aanbrengen van niet-goed-gekeurde onderdelen, accessoires of aanpassingen.

WAARSCHUWINGSLABELS17RechterkantKENNISGEVINGAlle waarschuwingslabels en stickers, met uitzondering van het label voor inrijden, worden op de motorfiets aangebracht met een sterke lijm. In sommige gevallen worden labels aangebracht voorafgaand aan het aanbrengen van de laklaag. Daarom zal elke poging om de waarschuwingslabels te verwijderen, schade veroor-zaken aan lakwerk of carrosserie.15432RON/ROZ 95 min. 91E5 E103900691Unleaded fuel onlyCarburant sans plombGasolina sin plomoBleifreies BenzinEndast blyfri bensinBenzina senza piomboOngelode BrandstofCombustival sem chumbowww.triumphmotorcycles.co.uk/handbooks1. Downloadgegevens gebruikershandleiding (achter rechter zijpaneel)2. E5- en E10-brandstof (indien voorzien) (pagina 49)3. Koelvloeistof - vuldop radiateur (pagina 94)4. Motorolie (pagina 90)5. Banden (pagina 124) en aandrijfketting (pagina 100)

SERIENUMMERS21VoertuigIdentificatieNummer (VIN)Het voertuigidentificatienummer (VIN) is in het balhoofd gestempeld. Het VIN staat ook op een label aan de voorkant van het balhoofd.121. VIN-stempel2. VIN-labelNoteer het VIN in de daarvoor bestemde ruimte in het onderhoudsboekje van de motorfiets.MotorserienummerHet motorserienummer is rechtsachter in het bovenste motorcarter geslagen, aan de achterkant, en is te zien vanaf de rechterzijde van de motorfiets.11. MotorserienummerNoteer het motorserienummer in de daarvoor bestemde ruimte in het onder-houdsboekje van de motorfiets.

INSTRUMENTEN25WaarschuwingslampjesStoringslampje motormanagementsysteemHet storingslampje voor het motormanagementsysteem licht op wanneer het contact wordt ingeschakeld (om aan te geven dat het systeem werkt), maar mag niet gaan branden wanneer de motor draait. Als de motor loopt en er een storing is in het motormanagementsysteem, brandt de MIL en begint het alge-mene waarschuwingssymbool te knipperen. In dat geval schakelt het motormanagementsysteem over naar de 'thuisbrengmodus', zodat de rit kan worden voortgezet indien de storing niet zo ernstig is dat de motor niet kan draaien. WAARSCHUWINGVerlaag de snelheid en rijd niet langer door dan noodzakelijk wanneer het storingslampje brandt. De storing kan de motorprestaties, de uitstoot van uitlaatgassen en het brandstofver-bruik beïnvloeden.

De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer. Een gebrekkige werking van de motor kan gevaarlijke rijomstandigheden veroorzaken, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. Als het storingslampje knippert wanneer het contact wordt ingeschakeld, neem dan zo snel mogelijk contact op met een erkende Triumph-dealer om deze situatie te verhelpen. Onder deze omstandigheden zal de motor niet starten. Waarschuwingslampje lage oliedrukAls bij draaiende motor de oliedruk gevaarlijk daalt, gaat het waarschuwingslampje lage oliedruk in de toerenteller branden. Het waarschuwingslampje lage oliedruk gaat ook branden als het contact wordt ingeschakeld en de motor niet draait.

KENNISGEVINGAls de oliedruk te laag is, gaat het waarschuwingslampje lage-oliedruk branden. Schakel de motor onmiddellijk uit en onderzoek de situatie wanneer het controlelampje voor lage oliedruk blijft branden. Indien de motor met een te lage oliedruk draait, ontstaat ernstige motorschade.

INSTRUMENTEN26KENNISGEVINGSchakel de motor direct uit indien het waarschuwingslampje hoge koelvloei-stoftemperatuur gaat branden.De motor niet opnieuw starten voordat de storing is verholpen.Indien de motor draait terwijl het waarschuwingslampje hoge koelvloei-stoftemperatuur brandt, kan ernstige motorschade ontstaan.Controlelampje startonderbrekerDeze Triumph-motorfiets is uitgerust met een startonder-breker die geactiveerd wordt wanneer de contactschake-laar in de stand OFF (UIT) wordt gedraaid.Wanneer de contactschakelaar in de stand OFF (UIT) staat, knippert het lampje van de startonderbreker gedurende 24 uur om aan te geven dat de startonderbreker ingeschakeld is.

Wanneer de contactschakelaar in de stand ON (AAN) staat, zijn star-tonderbreker en het controlelampje uitgeschakeld.Als het controlelampje blijft branden, betekent dit dat er een storing in de startonderbreker is die nader moet worden onderzocht. De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer.Waarschuwingslampje antiblokkeerremsysteem (ABS)Wanneer de contactschake-laar in de stand AAN wordt gedraaid, is het normaal dat het waarschuwingslampje voor het ABS-systeem gaat knipperen.

Het lampje blijft knipperen nadat de motor gestart is, totdat de motorfiets een snelheid van meer dan 10 km/h heeft bereikt, waarna het lampje dooft.Het waarschuwingslampje gaat pas weer branden als de motor weer wordt gestart, tenzij er een storing is.Als er een storing is in het ABS-sys-teem, gaat het waarschuwingslampje branden en knippert het algemene waarschuwingssymbool.KENNISGEVINGTractiecontrole werkt niet bij een storing aan het ABS-systeem. In dat geval branden de waarschuwings-lampjes voor de ABS en tractiecontrole en het storingslampje.

INSTRUMENTEN27 WAARSCHUWINGAls het antiblokkeerremsysteem (ABS) niet werkt, werkt het remsysteem verder als een remsysteem zonder ABS. Rijd niet langer door dan noodzakelijk wanneer het ABS-waar-schuwingslampje brandt. De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer. Te hard remmen kan ertoe leiden dat de wielen blokkeren, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg. Controlelampje tractiecontrole (TC)Het TC-controlelampje wordt gebruikt om aan te geven dat het tractiecontrolesysteem actief is en bezig is om slippen van het achterwiel te beperken bij snelle acceleratie of op natte of gladde wegen. KENNISGEVINGTractiecontrole werkt niet bij een storing aan het ABS-systeem.

In dat geval branden de waarschuwings-lampjes voor de ABS en tractiecontrole en het storingslampje. WAARSCHUWINGAls de tractiecontrole niet werkt, moet voorzichtigheid in acht worden genomen bij het accelereren en het nemen van bochten op een nat of glad wegdek, om doorslippen van het achterwiel te voorkomen. Rijd niet langer door dan noodzakelijk wanneer het storingslampje voor het motor-managementsysteem (MIL) en het waarschuwingslampje van de tractie-controle branden. De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer. Bij snel accelereren en hard rijden in bochten kan het achterwiel door-slippen, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met moge-lijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

Als tractiecontrole is ingeschakeld:▼ Onder normale rijomstandigheden blijft het tractiecontrolelampje uit. ▼ Het tractiecontrolelampje knippert snel wanneer het tractiecontro-lesysteem in werking is om slippen van het achterwiel te beperken bij snelle acceleratie of op een natte of gladde weg.

INSTRUMENTEN28Waarschuwingslampje Tractiecontrole (TC) uitgeschakeldHet waarschuwingslampje Tractiecontrole (TC) uitgescha-keld mag alleen gaan branden bij een storing of als de trac-tiecontrole uitgeschakeld is. Als het waarschuwingslampje tijdens het rijden gaat branden, betekent dit dat er in het tractiecontrolesysteem een storing is opgetreden die nader moet worden onderzocht. De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer. RichtingaanwijzerlampjeWanneer de richtingaanwij-zerschakelaar naar links of naar rechts wordt gedraaid, knippert het controlelampje van de richtingaanwijzer in hetzelfde tempo als de richtingaanwijzer zelf.

AlarmknipperlichtenWanneer de knop van de waarschuwingslampje op aan wordt gezet, knipperen de richtingaanwijzerlampjes van de richtingaanwijzers in hetzelfde tempo als de richtingaanwijzers zelf. Controlelampje grootlichtWanneer het contact wordt ingeschakeld en groot licht is ingeschakeld, gaat het contro-lelampje voor het groot licht branden. Controlelampje neutraalstandHet controlelampje voor de neutraalstand geeft aan dat de transmissie in de vrijloop-stand staat (geen versnelling ingeschakeld). Het controlelampje gaat branden wanneer de transmissie in vrij-loop staat terwijl de contactschakelaar in de stand ON (AAN) staat. Controlelampje dagrijlicht (DRL) (indien gemonteerd)Wanneer het contact wordt ingeschakeld en de dagrijlicht-schakelaar op dagrijlicht is ingesteld, gaat het controle-lampje voor het dagrijlicht branden.

Overdag zorgt de dagrijverlichting (DRL) ervoor dat de motorfiets beter zichtbaar is voor andere weggebruikers. In andere situaties moet het dimlicht worden gebruikt, tenzij de verkeerssituatie het gebruik van grootlicht mogelijk maakt. Als het dimlicht wordt ingeschakeld, gaat het controlelampje van de dagrij-verlichting uit.

INSTRUMENTEN29 WAARSCHUWINGRij niet langer dan noodzakelijk met het dagrijlicht (DRL) als het omge-vingslicht zwak is.Als het donker is, in tunnels, of als de omgevingsverlichting zwak is, kunnen de dagrijlichten het zicht belemmeren of andere weggebruikers verblinden.Verblinding van andere weggebruikers of beperkt zicht bij slechte verlichting kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.Waarschuwingslampje laag brandstofpeilHet controlelampje laag brandstofpeil gaat branden wanneer het in het hoofdstuk Specificaties aangegeven niveau nog ongeveer in de tank aanwezig is.Algemeen waarschuwingssymboolHet waarschuwingssymbool knippert wanneer een storing is opgetreden in het ABS of het motormanagement en de storings-lampjes voor het ABS en/of het motormanagementsysteem branden.

De storing moet worden gecontroleerd en verholpen door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer.Snelheidsmeter en kilometertellerDe snelheidsmeter geeft de rijsnelheid van de motorfiets aan.De kilometerteller geeft de totale door de motorfiets afgelegde afstand weer.1. Snelheidsmeter2. Kilometerteller

INSTRUMENTEN30ToerentellerKENNISGEVINGLaat het motortoerental nooit hoger worden dan het maximumtoerental, omdat dit kan leiden tot ernstige motorschade.De toerenteller geeft het motortoerental weer in omwentelingen per minuut - omw/min.1. Motortoerental (tpm)VersnellingsstandDe versnellingsaanduiding geeft aan welke versnelling (één t/m zes) er ingeschakeld is. Als de transmissie in neutraalstand staat (geen versnelling gekozen) toont het display een n.211. Symbool van de versnellingsstand2. Geselecteerde versnelling (neutrale stand afgebeeld)

INSTRUMENTEN31Gemiddeld brandstofverbruikDit is een indicatie van het gemiddelde brandstofverbruik. Nadat het display is gereset, geeft het streepjes weer, totdat er 0,1 kilometer is afgelegd.211. Symbool voor 'gemiddeld'2. Gemiddeld brandstofverbruikKENNISGEVINGNa het tanken wordt de informatie over het gemiddelde brandstofverbruik pas bijgewerkt wanneer de motorfiets weer rijdt. Afhankelijk van de rijstijl kan het bijwerken tot vijf minuten duren.BrandstofmeterDe brandstofmeter geeft de hoeveelheid brandstof in de tank aan.1. Waarschuwingslampje laag brandstofpeil2. BrandstofmeterWanneer het contact ingeschakeld is, wordt het brandstofpeil aangegeven door het aantal blokjes dat in het display wordt weergegeven.Als de brandstoftank vol is, worden alle acht blokjes weergegeven en als de tank leeg is worden er geen blokjes weer-gegeven.

Andere meteraanduidingen geven brandstofniveaus tussen vol en leeg weer. Het controlelampje laag brandstofpeil gaat branden wanneer het in het hoofdstuk specificaties aange-geven niveau nog ongeveer in de tank aanwezig is. U dient dan zo snel mogelijk te tanken.KENNISGEVINGNa het tanken worden de gegevens van de brandstofmeter en de reste-rende actieradius pas bijgewerkt wanneer de motorfiets weer rijdt. Afhankelijk van de rijstijl kan het bijwerken tot vijf minuten duren.

INSTRUMENTEN32Resterende actieradiusDit is een aanduiding van de afstand die naar verwachting zal kunnen worden afgelegd op de brandstof die nog in de tank aanwezig is.211. Controlelampje resterende actieradius2. Geschatte resterende afstandAls er nog hooguit één kilometer op de resterende brandstof kan worden gereden, wordt ‘---’ op het display getoond.KENNISGEVINGNa het tanken worden de gegevens van de brandstofmeter en de reste-rende actieradius pas bijgewerkt wanneer de motorfiets weer rijdt.

Afhankelijk van de rijstijl kan het bijwerken tot vijf minuten duren.Dagteller WAARSCHUWINGProbeer tijdens het rijden niet te scha-kelen tussen de weergavemodi van de kilometerteller en de dagteller of de dagteller op nul te stellen.Breng de motorfiets tot stilstand om te schakelen tussen de weergavemodi van de kilometerteller en de dagteller of om de dagteller te resetten.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.Er zijn twee dagtellers. Beide dagtellers tonen de afstand die de motorfiets heeft afgelegd sinds de weergegeven meter voor het laatst op nul gesteld werd.1. Weergave dagteller (trip 1 afgebeeld)Om te schakelen tussen de dagtellers, drukt u de SCROLL-knop op het linker schakelaarblok kort in tot de vereiste dagteller wordt weergegeven.

INSTRUMENTEN33Dagteller resettenVoor het op nul stellen van een dagteller, de betreffende dagteller selec-teren. Houd vervolgens de SCROLL-knop een seconde ingedrukt. Na meer dan een seconde wordt de weergegeven dagteller op nul gesteld.KlokOm de klok weer te geven, drukt u herhaaldelijk op de SCROLL-knop op het linker schakelaarblok tot de klok wordt weergegeven.1. KlokKlok instellen WAARSCHUWINGProbeer niet de klok gelijk te zetten terwijl de motorfiets in beweging is.Stop de motorfiets om de klok in te stellen.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.Met het menu Klok kunt u de klok op de lokale tijd gelijkzetten.Om de klok in te stellen:▼ Selecteer de klokweergave.▼ Houd vervolgens de SCROLL-knop een seconde ingedrukt. De uurweergave van de klok begint te knipperen.

INSTRUMENTEN34Uurweergave instellen:▼ Controleer of de uurweergave nog knippert en druk vervolgens kort op de SCROLL-knop om de instelling te wijzigen. Elke keer indrukken van de knop verandert de instelling met één cijfer.▼ Wanneer de juiste uurweergave wordt getoond, houdt u de SCROLL-knop gedurende een seconde ingedrukt. De uurweergave is nu ingesteld en de minutenweergave begint te knipperen. De minuten-weergave wordt op dezelfde manier ingesteld als de uurweergave.▼ Zodra de uren en minuten correct zijn ingesteld, drukt u de SCROLL-knop een seconde in. De weergave stopt dan met knipperen.OnderhoudsintervalHet onderhoudsinterval is ingesteld op een afstand en/of tijdsperiode.121. Resterende afstand2.

OnderhoudssymboolWanneer het contact wordt ingescha-keld en de afstand tot de volgende onderhoudsbeurt 100 km of minder is, brandt het onderhoudssymbool op het display vijf seconden na inschakeling van het contact. Wanneer de reste-rende afstand 0 km is, of wanneer het onderhoudsinterval is verstreken, blijft het onderhoudssymbool ingeschakeld totdat het onderhoud is uitgevoerd en het systeem gereset is.We raden aan het onderhoudsinterval te laten resetten door een deskundige met specialistische en technische kennis van motorfietsen, zoals een erkende Triumph-dealer.

INSTRUMENTEN35RijmodiHet rijmodussysteem maakt de selectie van rijmodi mogelijk met specifieke trac-tiecontrole en gasresponsinstellingen.Rijmodi worden geselecteerd met de MODUS-knop op het schakelaarblok aan de linkerkant van het stuur.11. MODUS-knopDruk herhaaldelijk op de modusknop om een van de volgende rijmodi te selec-teren.Rijmodus BeschrijvingRAINGereduceerde gaskle-prespons in vergelijking met de ROAD-modus, voor natte of gladde omstandigheden.Optimale ABS-instelling voor gebruik op de weg.Optimale tractiecontro-le-instelling voor natte of gladde omstandig-heden.

Laat minder achterwielslip toe dan de Road-instelling.ROADStandaard gasklepres-pons.Optimale ABS-instelling voor gebruik op de weg.Optimale tractiecon-trole-instelling voor gebruik op de weg.SPORTVerhoogde gasklepres-pons in vergelijking met de ROAD-modus.Optimale ABS-instelling voor gebruik op de weg.Laat meer achter-wielslip toe dan de Road-instelling.Rijmodi kunnen worden geselecteerd bij stilstaande of rijdende motorfiets.Een rijmodus selecteren – bij stilstaande motorfietsDruk herhaaldelijk op de MODUS-knop op het schakelaarblok aan de linker- of rechterkant van het stuur, tot de gewenste rijmodus knippert op het display.

INSTRUMENTEN36De geselecteerde rijmodus wordt één seconde na indrukken van de modus-knop automatisch geactiveerd als aan de volgende voorwaarden is voldaan:Met uitgeschakelde motor▼ Het contact is ingeschakeld.▼ De motorstopschakelaar staat in de stand AAN.Met draaiende motor▼ De vrijloopstand is geselecteerd of de koppeling is ingetrokken.Een rijmodus selecteren – tijdens het rijden op de motorfiets WAARSCHUWINGOm op een rijdende motor een rijmodus te selecteren, moet de bestuurder de motorfiets kortstondig laten freewheelen (motorfiets rijdt, motor draait, gas dicht, koppelings-hendel ingetrokken en remmen los).Selectie van een rijmodus onder het rijden mag alleen worden geprobeerd:- Bij lage snelheid- Op plaatsen waar geen ander verkeer is- Op rechte en vlakke wegen of opper-vlakken- Bij goede weg- en weersomstandig-heden- Daar waar het veilig is om de motorfiets kortstondig te laten free-wheelen.

WAARSCHUWING VervolgSelectie van een rijmodus onder het rijden MAG NIET worden geprobeerd:- Bij hoge snelheid- Te midden van rijdend verkeer- Tijdens het nemen van een bocht of op bochtige wegen of oppervlakken- Op sterk hellende wegen of opper-vlakken- Bij slechte weg- en weersomstandig-heden- Daar waar het onveilig is om de motorfiets kortstondig te laten free-wheelen.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

WAARSCHUWINGRijd na het selecteren van een rijmodus eerst een stukje op een plaats waar geen verkeer is, om vertrouwd te raken met de nieuwe instellingen.Leen uw motorfiets niet uit aan anderen, omdat ze de instellingen van uw vertrouwde rijmodus kunnen wijzigen.Het niet opvolgen van bovenstaand advies kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.

INSTRUMENTEN37Druk herhaaldelijk op de MODUS-knop op het schakelaarblok aan de linker- of rechterkant van het stuur, tot de gewenste rijmodus knippert op het display.Binnen 30 seconden na indrukken van de modusknop moet de bestuurder tegelijkertijd de volgende handelingen uitvoeren:▼ De gashendel dichtdraaien.▼ De koppeling intrekken.▼ Maak geen gebruik van de remmen (laat de motor 'freewheelen').De laatste rijmodus die werd gese-lecteerd voordat het contact werd uitgeschakeld, is dezelfde rijmodus die actief is wanneer het contact opnieuw wordt ingeschakeld.Bij een onvolledige moduswijziging:▼ Breng de motorfiets veilig tot stil-stand.▼ Selecteer de vrijloopstand.▼ Zet het contact uit en weer aan.▼ Selecteer de gewenste rijmodus.▼ Start de motor opnieuw en rij verder.

WAARSCHUWINGSchakel de motor niet uit met de contactschakelaar of motorstopscha-kelaar wanneer de motorfiets rijdt.Breng de motorfiets altijd veilig tot stilstand en schakel hem in de vrij voordat u de motor stopt.Als de motor tijdens het rijden wordt uitgezet via het contact of de motor-stopschakelaar kan het achterwiel blokkeren, wat kan leiden tot verlies van controle over de motorfiets met mogelijk ernstig letsel of de dood tot gevolg.KENNISGEVINGDe motor mag niet gestopt worden door bij rijdende motorfiets de contactschakelaar uit te zetten. De motorstopschakelaar is uitsluitend bedoeld voor gebruik in een noodgeval.Wanneer de motor wordt gestopt terwijl de motorfiets rijdt, kan dat schade aan onderdelen van de motor-fiets toebrengen.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Triumph Bonneville Bobber TFC (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden