Theben CHEOPS control KNX Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Theben CHEOPS control KNX (76 pagina’s), behorend tot de categorie Thermostaat. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 50 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Theben CHEOPS control KNX of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Theben |
| Categorie: | Thermostaat |
| Model: | CHEOPS control KNX |
Handleiding Theben CHEOPS control KNX – volledige tekst
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben 1 Functie- eigenschappen De Cheops Control is een omkeerbare servomotor met geintegreerde EIB-constante temperatuurregelaar en busaankoppelaar. De Cheops Control meet de werkelijke ruimtetemperatuur (verder genoemd “actuele temperatuur”) en stuurt de bijbehorende radiatorafsluiter zodanig aan dat de gewenste ruimtetemperatuur (verder genoemd “streeftemperatuur”) wordt bereikt en onderhouden. De klepstand van de afsluiter (verder genoemd “stelgrootte”) kan op de EIB-bus worden gezet. Wanneer er in één vertrek meerdere verwarmingslichamen zijn, dan kunnen deze worden voorzien van „Cheops Drive“-servomotoren, die worden aangestuurd door de Cheops Control (Master-Slave control). Naast het regelen van de verwarming kan met Cheops Control tevens een Comfort koelsysteem aanstuurd worden.
Om de streeftemperaturen te kunnen aanpassen aan de behoeften met betrekking tot het leefcomfort en energiebesparing, ondersteunt Cheops Control vier bedrijfsmodi: • Comfort • Stand-by • Nachtfunctie (Eco) • Vorstbeveiligingsfunctie Aan elke bedrijfsmodus is een streeftemperatuur toegekend. De comfortmodus wordt gebruikt wanneer er zich mensen in de ruimte ophouden. In de standby-modus temperatuur enigszins verlaagd. Deze bedrijfsmodus wordt de streefwordt toegepast wanneer er zich geen mensen in het vertrek bevinden maar dit op korte termijn te verwachten is. In de nachtmodus wordt de streeftemperatuur sterker verlaagd omdat gedurende meerdere uren n iet te verwachten is dat de ruimte zal worden gebruikt. In de wordt de streeftemperatuur zodanig ingesteld dat beschadiging vorstbeveiligingsmodusvan verwarmingslichamen (radiatoren) door bevriezing wordt voorkomen.
Deze beveiligingsfunctie kan o. a. om navolgende redenen gewenst zijn: - de ruimte wordt meerdere dagen niet gebruikt. - er is een raam opengezet en daardoor wordt er niet meer “normaal” verwarmd.
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben 1. 1 Bediening Voor bediening en statusweergave is de Cheops Control uitgerust met 5 LED’s plus een blauwe en rode druktoets. De bovenste 3 LED‘s zijn rood, de onderste 2 LED‘s blauw. De LED‘s geven de streeftemperatuur (gewenste ruimtetemperatuur) aan. De middelste LED brandt wanneer de temperatuurregeling plaatsvindt op basis van de basisstreeftemperatuur. Met behulp van de 2 druktoetsen kan de streeftemperatuur worden aangepast aan de individuele behoefte. Door op de rode toets te drukken wordt de streeftemperatuur verhoogd met een in de parameters ingestelde stap. Uitgaande van de basisstreeftemperatuur (middelste LED) is dit 2 keer mogelijk. Door op de blauwe toets te drukken kan de streeftemperatuur stapsgewijs worden verlaagd.
Indien de Cheops Control niet in de Comfortmodus staat of reeds twee stappen ten opzichte van de basisstreeftemperatuur is verlaagd, dan brandt de onderste LED. Dit ten teken dat de streeftemperatuur niet verder kan worden verlaagd. Indien op de rode toets wordt gedrukt, vindt de Cheops Control nu automatisch de juiste functie om de streeftemperatuur te verhogen. Dit is afhankelijk van de bedrijfsmodus voordat op deze toets is gedrukt: Tabel 1 Bedrijf voordat rode toets wordt gedrukt Effect nadat rode toets is gedrukt Comfortmodus Streeftemperatuur wordt met één stap verhoogd Stand-by modus Overschakelen naar de Comfortmodus door het activeren (set) van het aanwezigheidsobject, zonder beperking van de tijdsduur Nacht- en vorstbeveiligingsmodus Overschakelen naar de Comfortmodus door het activeren (set) van het aanwezigheidsobject.
de ketelbesturing • Afsluiterbeschermingsprogramma • Externe interface voor raam- en aanwezigheidscontact • Begrenzing van de stelgrootte • Precieze aanpassing aan iedere radiatorafsluiter • Bedrijf zowel met normale(NC) als ook met omgekeerd werkende afsluiters/servomotor combinatie (NO) • Bouwplaatsfunctie voor functioneren zonder applicatie tijdens de bouw • Door grote spindelslag toepasbaar op vrijwel alle merken radiatorafsluiters • Gemakkelijke montage op de afsluiter met bijgeleverde adapters 1. 2. 1 Bijzonderheden • Bewaking van de actuele temperatuur Wanneer de ruimtetemperatuur wordt gemeten via een externe voeler of ontvangen wordt via een Object, dan kan Cheops Control bij het uitvallen van de voeler of de temperatuurzender een noodprogramma starten.
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben 1.4 Verschillen Apparaten t/m 2008 Vanaf 2008: ver sie V 44Vanaf 2008: vanaf V63 / V61Drive • Slechts één ijkstrategie • Na de reste worden de oude posities overgenomen (geen ijkbeweging) • Klepbescherming om de 24 h indien geen stelwaarde is veranderd. • Bouwplaatsfunctie altijd actief (25% na aanpassing) • Foutcode in $1FB • Looplicht bij bekende fout • Nieuwe ijkstrategie: eindpunt via kracht, met vast ingestelde slag. • Cheops voert steeds 2 ijkbewegingen uit en vergelijkt de resultaten • Bouwplaatsfunctie wordt na de 1e download definitief gewist. • Geen foutcodes meer • Gewijzigde LED-weergave tijdens ijkbeweging • Als een fout optreedt, worden automatisch corrigerende maatregelen gestart. • Nieuwe ijkstrategie: beginpunt als positie, eindpunt via kracht.
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben 3. 3. 2 Beschrijving Objecten • Object 0 „Basisstreeftemperatuur“ De basisstreeftemperatuur wordt bij ingebruikneming eerst via de applicatie voorgegeven en in het Object „basisstreeftemperatuur“ opgeslagen. Daarna kan deze waarde op ieder moment worden gewijzigd via het Object 0. Bij het uitvallen van de busspanning wordt dit Object beveiligd; wanneer de spanning op de bus terugkeert, wordt de laatste waarde hersteld. • Object 1 „Handmatige verschuiv ing streeftemperatuur“ Het Object verstuurt en ontvangt een temperatuurverschil in het EIS 5-format. Met dit verschil kan de actuele streeftemperatuur (gewenste ruimtetemperatuur) worden gewijzigd ten opzichte van de basisstreeftemperatuur.
In de comfortmodus (verwarmen) geldt: actuele streeftemperatuur (Object 9) = basisstreeftemperatuur (Object 0) + handmatige verschuiving streeftemperatuur (Object 1) Deze waarde kan stapsgewijs worden veranderd door op de toetsen op de Cheops Control te drukken dan wel via Object 6. De aldus gewijzigde waarde wordt dan verstuurd. Het is echter ook mogelijk om de verschuiving van de streeftemperatuur direct naar dit Object te versturen; deze verschuiving van de streeftemperatuur wordt vervolgens weergegeven door de LED’s. Waarden die buiten het bereik van de parameterinstellingen liggen, worden niet meegerekend. De verschuiving wordt altijd gerelateerd aan de door parameterinstellingen vastgelegde of via Object 0 geprogrammeerde basisstreeftemperatuur en niet aan de actuele streeftemperatuur.
Tabel 4 Keuze: Ingang voor actuele temperatuur Functie Interne ruimtetemperatuurvoeler Verstuurt de actuele temperatuur die door de voeler wordt gemeten (wanneer het versturen door de parameterinstelling is toegestaan) Externe voeler (interface E2) Object actuele temperatuur Ontvangt de actuele temperatuur van een externe EIB-ruimtetemperatuuropnemer via de bus.
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben • Object 3 „Voorkeuze bedrijfsmodus“ / „Nacht Stand-by“ De functie van dit Object is afhankelijk van de parameter „Objecten voor het vastleggen van de bedrijfsmodus“ op de parameterbladzijde „Bedrijfsmodus“. Tabel 5 Objecten voor het vastleggen van de bedrijfsmodus Functie nieuw: bedrijfsmodus, aanwezigheid, status raam Bij deze instelling is dit Object een 1 byte-Object. Daarmee kan een van de vier bedrijfsmodi direct worden geactiveerd. 1 = Comfort, 2 = Stand-by, 3 = Nacht, 4 = vorstbeveiliging (overtemperatuurbeveiliging) De gegevens tussen haakjes hebben betrekking op de koelmodus oud: Comfort, Nacht, Vorst Bij deze instelling is dit Object een 1 bit -Object.
Daarmee kan de bedrijfsmodus Nacht of Stand-by worden geactiveerd 0=Stand by 1=Nacht - * Wordt naar object 3 een andere waarde dan 1...4 gezonden, dan wordt de bedrjifsmodus 1 = Comfort overgenomen • Object 4 „Aanwezigheid“ / „Comfort“ De functie van dit Object is afhankelijk van de parameter „Objecten voor het vastleggen van de bedrijfsmodus“ op de parameterbladzijde „Bedrijfsmodus“. Tabel 6 Objecten voor het vastleggen van bedrijfsmodus Functie nieuw: bedrijfsmodus, aanwezigheid, status raam Via dit Object kan de status van een aanwezigheidsmelder (impulsdrukknop of bewegingsmelder) worden ontvangen. Een 1 op dit Object activeert de Comfortmodus. Indien er een aanwezigheidsmelder is aangesloten op de interface E2, dan wordt de status daarvan via dit Object naar de bus gestuurd. Oud: Comfort, Nacht, Vorst Een 1 op dit Object activeert (set) de Comfortmodus.
Deze bedrijfsmodus heeft prioriteit boven de nacht- en standby-modus. De Comfortmodus wordt gedeactiveerd (reset) door een 0 naar het Object te zenden.
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben • Object 5 „Raamstand“ / „Vorst- /overtemperatuurbeveiliging“ De functie van dit Object is afhankelijk van de parameter „Objecten voor het vastleggen van de bedrijfsmodus“ op de parameterbladzijde „Bedrijfsmodus“. Tabel 7 Objecten voor het vastleggen van de bedrijfsmodus Functie Nieuw: bedrijfsmodus, aanwezigheid, status raam Via dit Object kan de status van een raamcontact worden ontvangen. Een 1 op dit Object -activeert (set) de Vorst/overtemperatuurbeveiligingsmodus. Indien er een raamcontact is aangesloten op de interface E1, dan wordt de status daarvan via dit Object naar de bus gestuurd. oud: Comfort, Nacht, Vorst Een 1 op dit Object activeert (set) de vorstbeveiligingsmodus. Gedurende het in bedrijf zijn van de koelfunctie wordt de bedrijfsmodus overtemperatuurbeveiliging geactiveerd.
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben • Object 6 „Wijziging streeftemperatuur“ / „hoogst gevraagde stelgrootte“ / „werkelijke klepstand afsluiter“ De functie van dit Object is afhankelijk van de parameter „Functie van Object 6“ op de parameterbladzijde „Instellingen apparatuur“. Tabel 8 Functie van Object 6 Functie Actuele streeftemperatuur van de ruimtetemperatuur verhogen/verlagen Met behulp van dit Object kan de actuele streeftemperatuur stapsgewijs worden verhoogd of verlaagd. Een 0 naar het Object zorgt ervoor dat de streeftemperatuur wordt verhoogd en komt overeen met het indrukken van de rode toets. Een 1 naar het Object zorgt ervoor dat de streeftemperatuur wordt verlaagd en komt overeen met het indrukken van de blauwe toets. De grootte van de stap wordt ingesteld op de parameters bladzijde “Bediening”.
De bereikte verschuiving kan door Object 1 worden teruggemeld. Selectie hoogst gevraagde stelgrootte/actuele klepstand Dit Object heeft hier 2 functies: De stelgrootte (klepstand) van de andere servomotoren (in andere vertrekken) ontvangen om ze te kunnen vergelijken met het eigen niveau. De eigen stelgrootte (klepstand), indien hoger dan de anderen, naar de regeling v an de verwarmingsketel zenden. (zie ook: Selectie hoogst gevraagde stelgrootte)Werkelijke stelgrootte (actuele klepstand) van de afsluiter versturen Zendt de actuele stelgrootte (klepstand van de afsluiter (0. 100%). Deze functie kan naar al naar gelang de behoefte (bijv. diagnose) worden vrijgegeven Voor normaal bedrijf is deze functie niet noodzakelijk. • Object 7 „Actuele stelgrootte Verwarmen“ Dit Object is alleen maar beschikbaar wanneer dit op de parameterbladzijde „Regeling Verwarmen“ als volgt is opgeroepen.
Wanneer men Object 7 via de bus wil uitlezen, dan mag Object 8 niet beschikbaar zijn (parameter „gebruikte regelfuncties“ op de parameterbladzijde „Instellingen“ ingesteld op „Alleen verwarmingsregeling). De „Lezen“ flag moet worden geset. - Indien men Object 8 via de bus wil uitlezen, dan moet deze parameter worden ingesteld op „niet beschikbaar“.
Tweetraps verwarming met schakelende tweede trap Verstuurt het schakelbevel voor het aansturen van de extra verwarmingstrap (Aan / Uit)Tweetraps verwarming met modulerende tweede trap Verstuurt de stelgrootte voor de aansturing van de modulerende tweede trap (0..100%) Opmerking: Bij de instelling „Alleen verwarmingsregeling“ is het Object niet beschikbaar, omdat noch de koelfu nctie noch de tweede regelkring aanwezig zijn.Indien men Object 8 via de bus wil uitlezen, moet Object 7 onderdrukt zijn (zie boven) en de ‘Lezen’ vlag geset worden. • Object 9 „Actuele streeftemperatuur“ Dit Object stuurt de actuele streeftemperatuur als telegram (2 byte) naar de bus. -EIS 5 Het zendgedrag kan ingesteld worden op de parameterbladzijde „Regeling Verwarmen“.
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben • Object 11 „Verwarmen/koelen“ Dit Object is beschikbaar wanneer een automatische omschakeling tussen verwarmen en koelen niet gewenst is. Het instellen gebeurt op de parameterbladzijde „Regeling Koelen“ Koelbedrijf wordt bepaald door een 1 en verwarmingsbedrijf door een 0.
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben 3.4 Parameters 3 Instellingen .4.1 Tabel 11 Aanduiding Waarden Betekenis Regeling Standaard Gebruikersspecifiek voor eenvoudige toepassingen voor specifieke instelling van de regelparameters en speciale toepassingen zoals verwarmen/koelen of extra tweede trap verwarmen Gebruikte regelfuncties Alleen verwarmingsregeling Verwarmen en koelen Tweetraps verwarming met schakelende tweede trap Tweetraps verwarming met modulerende tweede trap Gebruikersspecifieke regeling: Alleen verwarmingsfunctie Er moet extra een koel-installatie via de bus worden aangestuurd (Object 8) Aansturen hoofdverwarming (vloerverwarming) en een aan/uit tweede regelkring (radiatoren) Aansturen hoofdverwarming (vloerverwarming) en een modulerende tweede regelkring (radiatoren) Bediening Standaard Gebruikersspecifiek Functie van de LED’s en de toetsen Default- instelling Opent de parameterbladzijde „Bediening“ Bedrijfsmodus Standaard Gebruikersspecifiek Default- instellingen Opent de parameterbladzijde „Bedrijfsmodus“
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben Vervolg Aanduiding Waarden Betekenis Instellingen van apparatuur Standaard Gebruikersspecifiek Default- instellingen opent de parameterbladzijde “Instellingen van apparatuur” Functie van de externe interface geen E1: raamcontact, E2: Aanwezigheid E1: raamcontact, E2: actuele temperatuur E1: raamcontact, E2: geen Hier wordt vastgelegd of aan de externe interface een raam-/aanwezigheidscontact wordt toegekend of dat er een externe temperatuurvoeler wordt aangesloten. Opmerking: Wanneer E2 wordt gedefinieerd als ingang voor de actuele temperatuur, dan kan de keuzemogelijkheid “ingang voor actuele temperatuur” op de parameterbladzijde niet worden gewijzigd.
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben 3.4.2 Streeftemperaturen (gewenste waarden) Tabel 12 Aanduiding Waarden Betekenis Basisstreeftemperatuur na het laden van de applicatie 18°C, 19°C, 20°C, 21°C, 22°C, 23°C, 24°C, 25°C De basisstreeftemperatuur voor de temperatuurregeling. Verlaging in standby-modus (bij verwarmen) 0,5K, 1K, 1,5K 2K, 2,5K, 3K 3,5K, 4K Voorbeeld: bij een basis-streeftemperatuur van 21ºC en een verlaging van 2K in de verwarmingsfunctie, regelt Cheops Control met een actuele streeftemperatuur van 21 – 2 = 19°C Verlaging in nachtmodus (bij verwarmen) 3K, 4K, 5K6K, 7K, 8K Met hoeveel graden moet de streeftemperatuur in de nachtmodus worden verlaagd?
Streeftemperatuur voor vorstbeveiligingsmodus (bij verwarmen) 3°C, 4°C, 5°C 6°C, 7°C, 8°C 9°C, 10°C Streeftemperatuur van de vorstbeveiligingsfunctie in de verwarmingsmodus (Bij de koelfunctie geldt de oververwarmingsfunctie). cyclisch versturen van de actuele streeftemperatuur niet cyclisch versturen elke 2 min. elke 3 min. elke 5 min. elke 10 min. elke 15 min. elke 20 min. elke 30 min. elke 45 min. elke 60 min. Hoe vaak moet de actuele streeftemperatuur worden verstuurd? alleen versturen bij een wijziging. cyclisch versturen
Verhoging in standby-modus (bij koelen) 0,5K, 1K, 1,5K 2K, 2,5K, 3K 3,5K, 4K Bij koelfunctie wordt de temperatuur in de standby-modus verhoogd Verhoging in nachtmodus (bij koelen) 3K, 4K, 5K6K, 7K, 8K zie verhoging in standby-modus Streeftemperatuur voor overtemperatuursmodus (bij koelen) 42°C overtemperatuur-beveiliging niet actief) 29°C, 30°C, 31°C 32°C, 33°C, 34°C 35°C De overtemperatuur-beveiliging geeft de hoogste toegestane temperatuur weer in de geregelde ruimte.De overtemperatuurbeveiliging vervult in de koelmodus dezelfde taak als de vorstbeveiliging tijdens verwarmingsmodus, d.w.z. energie besparen en tegelijkertijd niet toegestane temperaturen voorkomen. Belangrijk: In principe staat de Cheops Control (ook via instelling van de streeftemperatuur via de bus) geen streef-temperatuur boven 42°C toe.
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben Vervolg Aanduiding Waarden Betekenis actuele streeftemperatuur in de Comfortmodus Middenwaarde tussen verwarmen en koelen versturen Daadwerkelijke streeftemperatuur versturen (Verwarmen koelen) bevestiging van de actuele streeftemperatuur via de bus: In de Comfortmodus wordt bij de verwarmingsfunctie en de koelfunctie dezelfde waarde, nl.: Basisstreeftemperatuur + halve dode zone verstuurd, zodat eventuele gebruikers van de ruimte niet geïrriteerd raken. Voorbeeld met streeftemperatuur 21°C en dode zone van 2K: Middenwaarde = 21°+1K = 22°C Geregeld wordt echter op 21º resp. 23°C Er wordt altijd de gewenste waarde verzonden waarop de regeling daadwerkelijk wordt afgestemd.
Voorbeeld met streeftemperatuur 21°C en dode zone van 2K: Bij het verwarmen wordt 21°C en bij het koelen wordt de basisstreeftemperatuur + dode zone (21°C + 2K = 23°C) verstuu rd.Cyclisch versturen van de actuele streeftemperatuur Niet cyclisch zenden Elke 2 min. Elke 3 min. Elke 5 min. Elke 10 min. Elke 15 min. Elke 20 min. Elke 30 min. Elke 45 min. Elke 60 min. Hoe vaak dient de actuele streeftemperatuur te worden verzond en?
Met een geijkte thermometer wordt een ruimtetemperatuur van 21,0°C gemeten. Om de temperatuur van Cheops te verhogen tot 21 °C moet er „7“ (d.w.z. 7 x 0,1K) worden ingevoerd. Cheops verstuurt 21,3°C. Gemeten wordt 20,5°C. Om de temperatuur van Cheops te verlagen tot 20,5 °C moet er „-8“ (d.w.z. -8 x 0,1K) worden ingevoerd.
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben Vervolg Aanduiding Waarden Betekenis Versturen van de actuele temperatuur bij wijziging Niet versturen met 0,2K, met 0,3K met 0,5K, met 0,7K met 1K, met 1,K met 2K Moet de actuele ruimtetemperatuur worden verstuurd? Indien ja, vanaf welke minimale verandering moet deze temperatuur opnieuw worden verstuurd? Deze instelling heeft tot doel om de belasting van de EIB-bus zo laag mogelijk te houden. cyclisch versturen van de actuele temperatuur niet cyclisch versturen elke 2 min. elke 3 min. elke 5 min. elke 10 min. elke 15 min. elke 20 min. elke 30 min. elke 45 min. elke 60 min. Hoe vaak moet de actuele temperatuur worden verstuurd onafhankelijk van temperatuurveranderingen? Parameters voor externe temperatuurvoeler Compensatiewaarde voor externe voeler (in 0,1K, -64... +63) handmatige invoer -64...
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben 3.4.4 Regeling Verwarmen Tabel 14 Aanduiding Waarden BetekenisInstelling van de regelparameters via het type verwarming gebruikersspecifiek Standaardtoepassing Professionele toepassing: zelf parameters instellen voor P/PI- regelaar Type verwarming Radiatorverwarming Vloerverwarming PI- regelaar met: Integratietijd = 150 minuten Proportionele band = 4K Integratietijd = 210 minuten Bandbreedte = 6K Minimale stelgrootte bij verwarmingsfunctie 0%, 5%, 10%15%, 20%, 25% 30%, 40% Kleinste toegestane stelgrootte (klepstand) (uitzondering: stelgrootte 0% wordt altijd uitgevoerd). Gedrag wanneer niveau onder de minimale stelgrootte in de verwarmingsfunctie komt. 0% (sluiten) 0% = 0%, anders minimale stelgrootte Naar klepstand 0% gaan zodra minimale stelgrootte wordt onderschreden.
Naar de waarde van minimale stelgrootte gaan zolang de waarde groter is dan 0% en kleiner of gelijk aan de minimale stelgrootte. Wanneer echter de stelgrootte 0% vereist is (streeftemperatuur bereikt), keert Cheops Control terug naar 0%. Object stelgrootte verwarmen niet beschikbaar beschikbaar De stelgrootte verwarmen moet niet naar de bus worden gestuurd (Object 8 kan worden gelezen). De stelgrootte verwarmen is nodig om andere servo-motoren aan te sturen (Master-slave sturing met Cheops drive). Object 7 wordt toegevoegd.
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben Vervolg Aanduiding Waarden Betekenis Zenden van de stelgrootte (klepstand) verwarmen bij verandering met 1% bij verandering met 2% bij verandering met 3% bij verandering met 5% bij verandering met 7% bij verandering met 10% bij verandering met 15% Na hoeveel % verandering* van de stelgrootte moet de nieuwe waarde worden verstuurd. Kleine waarden verhogen de nauwkeurigheid van het regelen, maar verhogen ook de belasting van de bus. Aanduiding Waarden Betekenis Cyclisch de stelgrootte verwarmen versturen niet cyclisch versturen elke 2 min. elke 3 min. elke 5 min. elke 10 min. elke 15 min. elke 20 min. elke 30 min. elke 45 min. elke 60 min. Hoe vaak moet de actuele stelgrootte verwarmen worden verstuurd, onafhankelijk van wijzigingen?
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben Vervolg Aanduiding Waarden Betekenis Integratietijd van de verwarmingsregelaar Alleen P regelaar- 30 min., 45 min., 60 min. 75 min., 90 min., 105 min. 120 min., 135 min., . 150 min165 min., 180 min., 195 min. 210 min., 225 min. zie bijlage Temperatuurregeling Alleen voor de PI- regelaar: De reactietijd van de regeling wordt mede bepaald door de integratietijd. Voor radiatoren zijn tijden rond de 150 min aan te raden, voor vloerverwarmingen eerder langere perioden rond de 210 minuten. Deze tijden kunnen echter al naar gelang de omstandigheden worden aangepast. Wanneer de verwarmingsinstallatie te groot bemeten is en zodoende te snel, dienen kortere waarden te worden gekozen. Daarentegen zijn voor een krap bemeten verwarming (traag) langere integratietijden van voordeel. *Verandering ten opzichte van laatste verzonden waarde
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben 3.4.5 Regeling Koelen Tabel 15 Aanduiding Waarden BetekenisInstelling van de regelparameters via het type installatie gebruikersspecifiek Standaardtoepassing Profi-toepassing: Zelf parameters instellen voor P/PI- regelaar Type verwarming Koelplafond Fancoil Unit PI- regelaar met: Integratietijd = 90Minuten Proportionele band = 4K Integratietijd = 180Minuten Proportionele band = 4K StelgrootteKoelen versturen bij verandering met 1% bij verandering met 2 % bij verandering met 3 % bij verandering met 5 % bij verandering met 7 % bij verandering met 10 % bij verandering met 15 % Na hoeveel % verandering* van de stelgrootte moet de nieuwe waarde worden verstuurd.Kleine waarden verhogen de nauwkeurigheid van het regelen, maar verhogen ook de belasting van de bus.
Deze tijden kunnen echter al naar gelang de omstandigheden worden aangepast. Wanneer de koelinstallatie te groot bemeten is en zodoende te snel, dienen kortere waarden te worden gekozen. Daarentegen zijn voor een krap bemeten koelsysteem (traag) langere integratietijden voordelig. *Verandering ten opzichte van laatste verzonden waarde
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben 3 Extra verwarmingstrap (tweede regelkring) .4.6 (zie ook de bijlage: Verwarming met twee regelkringen Tabel 16 Aanduiding Waarden Betekenis Hysteresis 0,3K 0,5K 0,7K 1K 1,5K Temperatuurverschil tussen het uitschakelpunt (streeftemperatuur) en het punt waarop opnieuw wordt ingeschakeld (streeftemperatuur – hysteresis). De hysteresis voorkomt dat er met te korte intervallen wordt in- en uitgeschakeld.Terugkoppeling van de hysteresis na schakelpunt Geen 0,1K/min 0,2K/min 0,3K/min De terugkoppeling zorgt ervoor dat de hysteresis mettertijd langzamerhand kleiner wordt. Hierdoor wordt de nauwkeurigheid van de regeling verhoogd. De hysteresis is bij het uitschakelen iedere keer hetzelfde als de waarde in de parameterinstelling en wordt door de terugkoppeling langzamerhand teruggebracht.
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben Vervolg: Aanduiding Waarden Betekenis Cyclisch versturen van de status van de tweede verwarmingstrap niet cyclisch versturen elke 2 min. elke 3 min. elke 5 min. elke 10 min. elke 15 min. elke 20 min. elke 30 min. elke 45 min. elke 60 min. Hoe vaak moet de status van de extra verwarmingstrap worden verstuurd? Aanduiding Waarden BetekenisParameters voor modulerende tweede verwarmingstrap Proportionele band voor extra trap verwarming 2K, 2,5K, 3K 3,5K, , 4,5K 4K5K, 5,5K, 6K 6,5K, 7K, 7,5K 8K, 8,5K Professionele instelling om het regelgedrag aan te passen aan de eigenschappen van gebouw en verwarmingssysteem. Kleine waarden zorgen voor grote wijzigingen van de stelgrootte, grotere waarden zorgen voor een nauw-keurigere aanpassing van de stelgrootte.
Stelgrootte van tweede verwarmingstrap versturen bij verandering met 1% bij verandering met 2 % bij verandering met 3 % bij verandering met 5 % bij verandering met 7 % bij verandering met 10 % bij verandering met 15 % Na hoeveel % verandering* van de stelgrootte moet de nieuwe waarde worden verstuurd. Kleine waarden verhogen de nauwkeurigheid van het regelen, maar verhogen ook de belasting van de bus. *Verandering ten opzichte van laatste verzonden waarde
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben 3.4.8 Bedrijfsmodus Tabel 18 Aanduiding Waarden BetekenisObjecten voor het vastleggen van de bedrijfsmodus nieuw: bedrijfsmodus, aanwezigheid, status raam oud: Comfort, Nacht, Vorst Cheops Control kan nu ook reageren op raam en - aanwezigheidscontact. Traditionele instelling Bedrijfsmodus na Reset Vorstbeveiliging Nachtverlaging Stand by- Comfort Bedrijfsmodus na ingebruikneming, herprogrammering of terugkeer van de busspanning Soort aanwezigheidssensor (op Object 4 en evt. op ext. interface) Aanwezigheidsmelder Impulsdrukknop Door de aanwezigheidssensor wordt de bedrijfsmodus Comfort geactiveerd. Bedrijfsmodus Comfort zolang aanwezigheid wordt herkend.
Bij wijziging van het Object Voorinstelling bedrijfsmodus (Object 3) wordt het aanwezigheids object gereset.- Indien tijdens nachtbedrijf het aanwezigheidsobject wordt “geset”, dan wordt dit na afloop van de - in de parameters ingestelde - verlenging van de comfortmodus - gereset (zie onder). Verlenging Comfortmodus tijdens Nachtbedrijf (bij impulsdrukknop) Verlenging Comfortmodus door rode toets tijdens Nachtbedrijf (bij aanwezigheidsmelder) geen 30 min. 1 uur 1,5 uur 2 uur 2,5 uur 3 uur 3,5 uur Partyschakeling: Hierdoor kan de Cheops Control door middel van de rode toets of door een impulsdrukknop voor een bepaalde tijd van de nachtmodus omschakelen naar de comfortmodus.
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben Vervolg: Aanduiding Waarden Betekenis Cyclisch de actuele bedrijfsmodus zenden Niet cyclisch versturen elke 2 min. elke 3 min. elke 5 min. elke 10 min. elke 15 min. elke 20 min. elke 30 min. elke 45 min. elke 60 min. Hoe vaak moet de actuele bedrijfsmodus worden verstuurd?
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben 3.4.9 Instellingen apparatuur Tabel 19 Aanduiding Waarden BetekenisWerkrichting van de afsluiter Normaal werkend, in ingedrukte staat gesloten (met NC-motor) Omgekeerd werkend, in ingedrukte staat geopend (met NO-motor) Voor -alle gangbare radiatorafsluiters (NC) Aanpassing aan omgekeerd werkende afsluiters (NO) Strategie voor de klepherkenning Standaard Standaardherkenning voor de meeste klepmodellen. Automatisch Alleen voor apparaten vanaf software V63. De klep wordt met vooraf bepaalde kracht gesloten (zie hieronder, parameter „Sluitkracht voor“). De 0 % positie wordt bij elke beweging op de klep gecontroleerd en de “100 % open”-stand wordt bij de klep gemeten. Met gedefinieerde kleplichthoogte Alleen voor apparaten vanaf software V63.
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben Vervogl: Aanduiding Waarden Betekenis Strategie = standaard Extra aandrukking van de rubberen pakking in 1/100 mm 0..79 (Default = 20) De ingestelde waarde bepaalt de extra aandrukking in 1/100 mm. Hiermee kan de klep over een vooraf bepaald traject verder worden dichtgedrukt als het vanwege de eigenschappen van de rubberen pakking niet 100% sluit. Voorzichtig: Om een beschadiging van de pakking te voorkomen, dient de waarde maximaal in stappen van 10 te worden verhoogd. Instelling: 1 komt overeen met 1/100 mm 10 komt overeen met 0,1 mm 20 komt overeen met 0,2 mm etc. Zie bijlage: Kleppen en kleppakkingen Strategie = Automatisch (vanaf SW V63) Sluitkracht voor Normale kleppen Kleppen met hoge veerkracht Deze parameter bepaalt de sluitkracht voor de 0 % stand.
Strategie = met gedefinieerde kleplichthoogte (vanaf SW V63) Sluitkracht voor Normale kleppen Kleppen met hoge veerkracht Zie boven. Kleplichthoogte 2 mm, , 4 mm, 3 mm5 mm, 6 mm Hier wordt het traject van de 0% tot aan de 100 % stand handmatig bepaald. Materiaal klep/zitting van d e regelafsluiterStandaard klepmateriaal Harde klep/zitting Zachte klep/zitting Middelharde klep/zitting Deze parameter dient eigenlijk alleen te worden gewijzigd als de afsluiter bij kleinere stelgrootten niet opent. (zie Troubleshooting)
De afsluiter wordt pas versteld wanneer de stelgrootte ten opzichte van de laatste positie meer dan de ingestelde waarde verandert. Daarmee worden veelvuldige kleine stappen van de stelmotor onderdrukt. Belangrijk: Een te hoge waarde kan een negatieve invloed hebben op de temperatuurregeling Aanduiding Waarden Betekenis Functie van Object 6 Streeftemperatuur verhogen/verlagen Selectie hoogst gevraagde stelgrootte, voor ketelbesturing Werkelijke stand (stelgrootte) van de regelklep zenden via Object 6 de streeftemperatuur stapsgewijs veranderen Object 6 moet deelnemen aan de Selectie hoogst gevraagde stelgrootte Object 6 zend de actuele stand van de regelklep tijdens het bewegen van de motoras. Deze instelling is m.n. bedoeld voor systeemdiagnose
Object 6 verstuurt zijn stelgrootte cyclisch en start daarmee een nieuwe cyclus ter selectie van de hoogst gevraagde stelgrootte Het versturen van de stelgrootte (werkelijke stand van de afsluiter) Niet versturen bij verandering met 1% bij verandering met 2 % bij verandering met 3 % bij verandering met 5 % bij verandering met 7 % bij verandering met 10 % bij verandering met 15 % Verstuurt de nieuwe stelgrootte pas – als na de laatste keer zenden de – waarde met het aangegeven percentage (van de parameterlijst) is veranderd. Aan het eind van het positioneren van de regelklep wordt de stelgrootte altijd verzonden onafhankelijk van het in de parameters aangegeven percentage.
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben Externe interface 3.4.10 Zie ook de bijlage "Externe interface" Tabel 20 Aanduiding Waarden Betekenis Soort aangesloten raamcontact Raam open = contact gesloten Raam open = contact open Maakt het mogelijk om zowel NO/NC (normaal geopend/gesloten) contacten te gebruiken Bij gebruik van meerdere contacten moeten deze parallel worden geschakeld Bij gebruik van meerdere contacten moeten deze in serie worden geschakeld Versturen van de status van het raam Niet zenden Alleen bij wijziging bij wijziging en cyclisch met actuele bedrijfsmodus Moet de status van het aangesloten raamcontact naar de bus worden gestuurd?
Zelfde cyclustijd als bij het versturen van de actuele bedrijfsmodus Soort aangesloten aanwezigheidscontact aanwezig = contact gesloten, aanwezig = contact open Maakt het mogelijk om zowel met rust- als arbeidscontacten te werken Versturen van de aanwezigheidsstatus Niet zenden Alleen bij wijziging bij wijziging en cyclisch met actuele bedrijfsmodus Moet de status van het aangesloten aanwezigheidscontact naar de bus worden gestuurd ? Zelfde cyclustijd als bij het versturen van de actuele bedrijfsmodus
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben Lineaire karakteristiek afsluiter 3.4.11 Deze instelling dient uitsluitend te worden gebruikt voor afsluiters die als lineaire afsluiters gekenmerkt zijn. Opmerking: In deze tabel worden de waarden alleen weergegeven; ze kunnen niet gewijzigd worden. Tabel 21 Aanduiding Waarden BetekenisKleplift in % voor 10 % doorstroomhoeveelheid (1..99) 10 Bij 10% kleplift wordt een doorstroomhoeveelheid van 10% b ereiktKleplift in % voor 20 % doorstroomhoeveelheid (1..99) 20 bij 20% kleplift wordt een doorstroomhoeveelheid van 20% bereikt Kleplift in % voor 30 % doorstroomhoeveelheid (1..99) 30 enz.
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben 3.4.12 Eigen karakteristiek afsluiter Professionele instelling voor speciale afsluiters Deze parameterbladzijde verschijnt alleen maar wanneer op de bladzijde “Instellingen van apparatuur” voor een eigen karakteristiek van de afsluiter gekozen is.Aan de hand van de karakteristiek van de afsluiter (documentatie van de fabrikant) kan hier het gedrag van de servomotor precies op worden aangepast. Deze parameter maakt het mogelijk om Cheops Control aan te passen aan een afsluiter via 9 punten van de karakteristiek (10%... 90%. Voor ieder punt wordt ingesteld bij hoeveel % van de kleplift een bepaalde doorstroomhoeveelheid wordt bereikt. Tabel 22 Aanduiding Waarden Betekenis Kleplift in % voor 10 % doorstroomhoeveelheid (1..99) 1..99 (10) Bij hoeveel % van de kleplift wordt een doorstroom-hoeveelheid van 10% bereikt?
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben In diagram 1 is een karakteristiek van een regelafsluiter (radiatorkraan) afgebeeld die in de praktijk vaak voorkomt.Bij deze karakteristiek levert een kleplift van 10% reeds 30% van de doorstroomhoeveelheid op. Bij een kleplift van 50% bedraagt de doorstroomhoeveelheid reeds meer dan 80%. Diagram 1 Voorbeeld van de klepkarakteristiek van radiatorafsluiters0%20%40%60%80%100% 0% 20% 40% 60% 80% 100%KlepstandHoeveelheid Een lineaire klepkarakteristiek, zie diagram 2, levert in principe een beter regelgedrag op Door een eigen karakteristiek in te voeren, kan een niet-lineaire klepkarakteristiek (softwarematig) lineair worden gemaakt.
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben 4 Inbedrijfstelling BELANGRIJKE AANWIJZINGEN: • Als bij onderhoudswerkzaamheden het CV-systeem niet wordt afgetapt dient de servomotor te worden gedemonteerd en moet de radiatorkraan met bijv. de orginele beschermkap of op een andere manier worden gesloten. Dit is noodzakelijk omdat anders door de regeling of door de beveiliging van de afsluiter de regelklep onverwachts geopend kan worden en zodoende waterschade kan ontstaan. • Bij het downloaden van de applicatie moet de Cheops Control of Cheops drive reeds op de afsluiter gemonteerd zijn, omdat er anders geen automatische adaptatie van de eindstanden kan plaatsvinden. 4. 1 Installatie Eerst wordt de servomotor met behulp van de juiste adapterring op de afsluiter gemonteerd. Daarna kan de EIB-bus(spanning) worden ingeschakeld.
Hierdoor start aansluitend automatisch het vastleggen van de eindstanden (dicht en open) van de regelklep. Wanneer vindt de aanpassing plaats. De automatische aanpassing vindt voor de eerste keer bij het aanleggen van de busspanning in de bouwplaatsfunctie plaats, anders telkens na het downloaden van de applicatie. Een nieuwe ijkbeweging wordt na het resetten en gedurende de verwarmingsperiode met regelmatige tussenpozen uitgevoerd. Om de veranderingen van de in de loop der tijd te compenseren klepeigenschappen(veroudering van de rubberen pakking), wor dt de klep regelmatig automatisch nagemeten. OPMERKINGEN: • Wordt een reeds aangepast apparaat op een andere klep bevestigd, dan moet de aanpassing door het downloaden van de applicatie opnieuw worden uitgevoerd. Na het downloaden zijn de eerder opgeslagen posities gewist.
De ijkbeweging wordt op basis van de plausibiliteitscontrole 2x uitgevoerd. 4. 2 ijkstrategieën Vanaf software V63 / V61 (drive)werden 2 extra ijkstrategieën geïntroduceerd. Het doel van de ijkstrategieën is de aanpassing aan een zo groot mogelijk aantal verschillende kleppen.
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben 4. 2. 1 Strategie 1, standaard Bij de ijkbeweging (bijv. na het resetten) wordt de klep opgemeten en de positie voor „Klep open“ en „Klep gesloten“ opgeslagen. Na het downloaden wordt de ijkbeweging 2x uitgevoerd en wordt de plausibiliteit van de gemeten waarden vergeleken. Als de waarden niet met elkaar overeenstemmen, wordt de ijkbeweging net zolang herhaald totdat 2 op elkaar volgende waardenparen plausibel zijn. Deze waarden worden dan opgeslagen en voor de volgende bewegingen naar de posities gebruikt. Bij de ijkbeweging worden de gemeten waarden met de eerder opgeslagen waarden vergeleken zodat deze procedure bij plausibiliteit slechts één keer plaatsvindt. 4. 2.
2 Strategie 2, Automatisch (alleen voor apparaten vanaf softwareversie 63/ 61 drive) Bij deze variant wordt alleen de „Open“ stand van de klep bij de ijkbeweging bepaald. Om de klep te sluiten, drukt de thermomotor de stoter net zolang naar buiten totdat deze met de ingestelde kracht op de klep drukt. De volgende sluitkrachten zijn instelbaar: Sluitkracht voor Sluitkracht Normale kleppen ca. 100 N Kleppen met hoge veerkracht ca. 120 N Wij raden u aan altijd eerst de instelling „normale kleppen“ te gebruiken, omdat deze voor de meeste kleppen voldoende is. Pas als men daarmee de klep niet kan sluiten, dient de instelling „Kleppen met hoge veerkracht“ worden geprobeerd. Daardoor kan de opgenomen stroom tijdens het aandrukken van de rubberen pakking tot 15 mA stijgen. 4. 2. 3 Strategie 3, met gedefinieerde kleplichthoogte.
(alleen voor apparaten vanaf softwareversie 63 /61 drive) Bij deze variant wordt alleen de Open-stand van de klep door het terugrekenen van een vast traject vanaf de sluitpositie bepaald. Om de klep te sluiten, drukt de thermomotor de stoter net zolang naar buiten totdat deze met de ingestelde kracht (sluitkracht voor normale kleppen/kleppen met hoge veerkracht) op de klep drukt.
Deze ijkstrategie dient vooral te worden toegepast als de stoter van de thermomotor, zelfs als deze helemaal niet binnen is getrokken, de klepstoter raakt, waardoor opmeten niet mogelijk is. Bij volledig onbekende klep is de waarde met sluitkracht voor norma3 mm le kleppen een goed bruikbare beginwaarde. Wij raden u aan altijd eerst de sluitkracht voor normale kleppen te gebruiken. Deze instelling is voor de meeste kleppen meer dan voldoende. Pas als men daarmee de klep niet kan sluiten, dient de instelling voor kleppen met hoge veerkracht worden geprobeerd Daardoor kan de opgenomen stroom tijdens het aandrukken van de rubberen pakking tot 15 mA stijgen. Als deze ijkmethode ook na drie pogingen mislukt, verschijnt het looplicht.
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben 4.3 Bouwplaatsfunctie Zolang Cheops zich in de staat bevindt waarin het is afgeleverd, d.w.z. zolang er nog geen applicatie geladen is, werkt de Cheops Control in de Bouwplaatsmodus. Dankzij deze functie is de Cheops Control op de bouwplaats direct met basisfuncties gebruiksklaar en te bedienen. De streeftemperatuur kan hier direct op het apparaat worden gekozen met behulp van de rode (+) en blauwe toets (- ). Er is keuze uit 5 streeftemperaturen. De ingestelde temperatuur wordt als volgt weergegeven met de LED’s. 22°C20°C18°C16°C 5°C Zodoende kan de Cheops Control reeds gedurende de tijd tussen montage en ingebruikname van het systeem de ruimtetemperatuur zelfstandig regelen. De ETS-database is te vinden op de downloadpagina: http://www.theben.de/downloads/downloads_24.htm.
Servomotor met geïntegreerde temperatuurregelaar theben 5 Appendix 5.1 Bepalen actuele streeftemperatuur De actuele streeftemperatuur kan door het kiezen van de bedrijfsmodus worden aangepast aan de betreffende eisen. De bedrijfsmodus kan worden vastgelegd via de Objecten 3..5. Daarvoor zijn er twee procedures: 5.1.1 Nieuwe bedrijfsmodi Indien op de parameterbladzijde voor de bedrijfsmodus bij de parameter „Vastleggen van de bedrijfsmodus“ Nieuw...
wordt gekozen, dan kan de actuele bedrijfsmodus als volgt worden vastgelegd: Tabel 23 Voorkeuze bedrijfsmodus Object 3 Aanwezigheid Object 4 Status raam Object 5 Actuele bedrijfsmodus Object 10 willekeurig willekeurig 1 Vorst ra-/overtempe -tuurbeveiliging willekeurig 1 0 ComfortComfort 0 0 Comfort Stand-by 0 0 Stand-by Nacht 0 0 Nacht Vorst- -/overtemperatuurbeveiliging 0 0 Vorst- -/overtemperatuurbeveiliging Typische toepassing: Via een schakelklok (bijv. TR 648) wordt via Object 3 ‘s morgens de bedrijfsmodus „Stand-by“ of „Comfort“ geactiveerd en ‘s avonds de bedrijfsmodus „Nacht“. Gedurende de vakantie wordt via een ander kanaal van de schakelklok de vorst- / overtemperatuurbeveiliging gekozen, eveneens via Object 3. Object 4 wordt verbonden met een aanwezigheidsmelder. Indien aanwezigheid herkend wordt, dan schakelt de Cheops Control over naar de bedrijfsmodus Comfort (zie tabel).
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Theben CHEOPS control KNX stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Thermostaat Theben
Handleiding Thermostaat
Nieuwste handleidingen voor Thermostaat