Tams Elektronik LD-W-42.2 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Tams Elektronik LD-W-42.2 (68 pagina’s), behorend tot de categorie Digitale decoder. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 18 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Tams Elektronik LD-W-42.2 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/68
tams elektronik
Lokdecoders
LD-G-42.2 | LD-W-42.2
Handleiding
LD-G-42.2
zonder aansluitkabels
Artikelnr. 41-04480
LD-G-42.2
met aansluitkabels
Artikelnr. 41-04481
LD-G-42.2 met
NEM 652-connector
Artikelnr. 41-04482
LD-W-42.2
zonder aansluitkabels
Artikelnr. 41-05480
LD-W-42.2
met aansluitkabels
Artikelnr. 41-05481
MMDCC
tams elektronik
n n n
DCC-A

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Tams Elektronik
Categorie: Digitale decoder
Model: LD-W-42.2

Handleiding Tams Elektronik LD-W-42.2 – volledige tekst

tams elektronikLD-G-42.2 | LD-W-42.2 tams elektronikVersie 1.0 | Status: 06/2024 © Tams Elektronik GmbHAlle rechten voorbehouden, met name het recht van verveelvoudiging en distributie, alsmedevertaling. Voor kopieën, reproducties en wijzigingen in welke vorm dan ook is de schriftelijketoestemming van Tams Elektronik GmbH vereist. Wij behouden ons het recht voor omtechnische wijzigingen aan te brengen. De handleiding afdrukkenDe opmaak is geoptimaliseerd voor dubbelzijdig afdrukken. De standaard paginagrootte isDIN A5. Als u de voorkeur geeft aan een grotere weergave, wordt het aanbevolen op DIN A4 afte drukken.

Opmerkingen over normenDe volgende RailCommunity normen worden in deze handleiding genoemd:  RCN-217 "DCC terugmeldprotocol – RailCom" RCN-218 "DCC-A - Automatische registratie" RCN-227 "Uitgebreide functietoewijzing DCC" RCN-530 "Inschakelstroombegrenzing voor decoder's & booster's"De normen zijn gepubliceerd op: www.railcommunity.orgOpmerkingen over RailCom®RailCom® is een Duits handelsmerk geregistreerd op naam van Lenz Elektronik voor klasse 9"Electronic Controls" onder nummer 301 16 303 en een handelsmerk geregistreerd voor deklassen 21, 23, 26, 36 en 38 "Electronic Controls for Model Railways" in U.S.A. onder Reg.No.2,746,080. Om de leesbaarheid van de tekst te verbeteren, hebben we ervan afgezien omtelkens naar de term te verwijzen.**Producten van andere fabrikantenIn deze handleiding zijn de volgende fabrikanten en hun producten genoemd: Gebr. MÄRKLIN & Cie.

Onherstelbare schade aan de decoder vermijden. 243. 4. Aansluitingen LD-G-42. 2. 253. 5. Aansluitingen LD-W-42. 2. 263. 6. Gebruik van locdecoders met interface. 273. 7. Gebruik van de LD-G-42. 2 in locs met wisselstroommotoren. 273. 8. Decoders zonder interface inbouwen. 283. 8. 1. Aansluiten van de decoder aan de motor. 283. 8. 2. Aansluiten van verbruikers op de functie-uitgangen. 293. 9. Aansluiting van LED's op de functie-uitgangen. 303. 10. Aansluiten van inductieve verbruikers. 323. 11. Aansluiting van de schakelingang. 333. 12. Aansluiting van een buffercondensator/buffercircuit. 343. 13. Afwerking. 35Inhoud | 3.

tams elektronikLD-G-42. 2 | LD-W-42. 2 tams elektronik4. Programmeren. 354. 1. Programmering met DCC-centrales. 354. 2. Programmering met Motorola-centrales. 365. Configuratievariabelen en registers. 375. 1. Overzicht van configuratievariabelen voor de LD-G-42. 2 en LD-W-42. 2. 375. 2. Basisinstellingen. 395. 3. Instellen van het adres. 405. 4. Instellen van de motorbesturing. 415. 5. Functie mapping. 445. 6. Effecten van de uitgangen. 505. 7. Instellingen voor de schakelingangen. 535. 8. Instellingen voor RailCom en DCC-A. 545. 9. Instellingen voor het rijden. 555. 10. Instellingen voor analoog bedrijf. 575. 11. Gevoeligheid van de overbelastingsbeveiliging. 575. 12. Hulpfuncties. 585. 13. Informaties. 586. Checklist voor het oplossen van problemen en het corrigeren van fouten. 596. 1. Problemen bij het programmeren van de decoder. 596. 2. Problemen in de rijlijn. 596. 3.

tams elektroniktams elektronik LD-G-42. 2 | LD-W-42. 21. StartenDeze handleiding helpt u stap voor stap om de decoder veilig en correct te installeren en inbedrijf te stellen. Voordat u de decoder aansluit en in gebruik neemt, dient u deze handleidingvolledig te lezen, met name de veiligheidsinstructies en het hoofdstuk over mogelijke foutenen het verhelpen daarvan. U weet dan, waar u op moet letten om fouten, die vaak alleen metveel inspanning weer te verhelpen zijn, te vermijden. Bewaar deze handleiding zorgvuldig, opdat u later bij eventuele storingen de werking weerkunt herstellen. Indien u de decoder aan een ander doorgeeft, geef dan ook de handleidingdoor. 1. 1. Inhoud van het pakket  een locdecoder. Attentie: vanwege productiemethoden kan het voorkomen dat de print nietvolledig uitgerust is. Dit is geen fout. Versies (Artikelnummer)Aansluitdraden / Interface41-04480 LD-G-42.

2 zonder kabels / interface41-04481 LD-G-42. 2 met aansluitkabels (kabellengte: 100 mm)41-04482 LD-G-42. 2 met 8-polige stekker volgens NEM 652 41-05480 LD-W-42. 2 zonder kabels / interface41-05481 LD-W-42. 2 met aansluitkabels (kabellengte: 100 mm)1. 2. Benodigde accessoiresGereedschap en verbruiksartikelenVoor het inbouwen en aansluiten van van decoders zonder interface heeft u nodig: een soldeerbout met temperatuurregeling en een dunne punt en een aflegstandaard of eengecontroleerd soldeerstation, een schraper, doek of spons,  een hittebestendig kussen, een kleine zijkniptang en een draadstripper, indien nodig een pincet en een platte neus tang, elektronisch soldeer (bij voorkeur 0,5 t/m 0,8 mm diameter). Voor de aansluiting van decoders zonder interface of gesoldeerde aansluitkabels heb je ookstrandedraad nodig.

tams elektronikLD-G-42.2 | LD-W-42.2 tams elektronikAansluiting van een LD-G-42.2 op een AC-motorWanneer u een LD-G-42.2 (voor gelijkstroommotoren) op een wisselstroommotor wilt aansluiten,heeft u nodig:  een lastregel adapter LRA (bv. art. nr. 70-02105 of 70-02106) of een permanente magneet (art. nr. 70-04100, 70-04200 of 70-04300) of een motor ombouwset (bv. art. nr. 70-40110, 70-40210 of 70-40310)Overbruggen van stroomonderbrekingenVoor het overbruggen van stroomonderbrekingen heeft u nodig:  een elektrolytische condensator met een capaciteit van 100 t/m 470 µF voor exclusief gebruik in digitale systemen: doorlaatspanning > 25 Vvoor gebruik in analoge systemen: doorlaatspanning > 35 V of een buffercircuit, bv.UPS-mini 0.47 (capaciteit 0,47 F, art. nr. 70-02215 of 70-02216),UPS mini 1.0 ( capaciteit 1,0 F, art. nr. 70-02225 of 70-02226),UPS mini 1.5 ( capaciteit 1,5 F, art. nr.

tams elektronik!tams elektronik LD-G-42.2 | LD-W-42.21.3. GebruiksvoorschriftenDe locdecoders LD-G-42.2 en LD-W-42.2 zijn geschikt om volgens deze voorschriften teworden gebruikt in de modelbouw, in´t bijzonder in een digitale modelspoorweg. Ieder andergebruik is niet toegestaan, hierdoor verloopt de garantie overeenkomst. De locdecoders zijn niet geschikt om door kinderen onder de 14 jaar te worden ingebouwd. Bij de gebruiksvoorschriften behoort ook het lezen, begrijpen en volgen van deze handleiding.1.4. VeiligheidsinstructiesDe locdecoders LD-G-42.2 en LD-W-42.2 zijn uitgerust met geïntegreerde schakelingen(IC's). Deze zijn gevoelig voor elektrostatische lading. Raak de decoder daarom niet aanvoordat je jezelf hebt "ontladen".

Hiervoor is bijvoorbeeld een greep op een radiatorvoldoende.Onjuist gebruik en het niet opvolgen van de instructies kan leiden tot onberekenbare gevaren.Voorkom deze gevaren door de volgende maatregelen uit te voeren: Voer installatiewerkzaamheden alleen uit als de decoder spanningsloos is. Neem bijsoldeerwerkzaamheden aan de decoder ook de instructies in hoofdstuk 3.1 en 3.2 in acht. Voer installatiewerkzaamheden alleen uit in gesloten, schone en droge ruimten. Voorkomvocht, nattigheid en spatwater in uw werkomgeving.  Voed de decoder alleen met extra lage spanning zoals aangegeven in de technischegegevens.

In plaats van deverschillende commando's afzonderlijk te verzenden, worden alle commando's samengevaten verzonden in één commando.De kortere zendtijd heeft vooral een positief effect op systemen waar een groot aantaldecoders met veel functies wordt gebruikt. De voorwaarden voor het gebruik van deze methode zijn: het gebruik van een digitale centrale die SDF ondersteunt de installatie van voertuigdecoders die SDF ondersteunen het instellen van de rijstappenmodus 28 / 128 op de decoder.8 | De locdecoders LD-G-42.2 en LD-W-42.2

tams elektronik. tams elektronik LD-G-42. 2 | LD-W-42. 22. 2. Analoge modeDe locdecoders LD-G-42. 2 en LD-W-42. 2 kunnen ook worden gebruikt in analogemodelspoorwegen die met een wisselstroom- of gelijkstroomregelaar worden bediend. Dedecoders detecteren automatisch of een wisselstroom- of gelijkstroomregelaar wordt gebruiktom de modelbaan van stroom te voorzien. Let op:Oude analoge trafo’s (b. v. modellen met blauw huis van Märklin**), zijn niet geschikt voorgebruik van digitale decoders in analoogbedrijf. Deze trafo’s zijn voor de voorheengebruikelijke netspanning van 220 V geproduceerd en verwekken bij het omschakelen van derijrichting zeer hoge overspanningspulsen. Bij gebruik van de hedendaagse normalenetspanning van 230V kunnen zulke hoge overspanningspulsen optreden, dat er schadeontstaat aan de onderdelen van de decoder.

Gebruik daarom uitsluitend rijtrafo’s, die voorde hedendaagse normale netspanning van 230 V zijn geproduceerd. Automatische herkenning van het analoog bedrijfZodra het voertuig op de rails wordt gezet herkent de decoder automatisch of hij door een analoogof digitaal signaal wordt aangestuurd en stelt de overeenkomstige bedrijfsmode in. De automatischeherkenning van het analoog bedrijf kan worden uitgeschakeld, bijv.  als de decoder in digitaal bedrijf plotseling naar analoog bedrijf overschakelt (bijv. alsgevolg van stoorspanningen waarvan de oorzaak moeilijk te lokaliseren is); als een waarde voor de Packet Time Out is geprogrammeerd om een geforceerde stop uitte voeren in geval van uitval of uitschakeling van de baanspanning; als de methode "remmen met gelijkspanning" (Märklin** remsectie) wordt gebruikt.

De effecten die voor de uitgangen zijn ingesteld zijnook actief binnen het analoog bedrijf. Uitgangen die afhankelijk van de richting worden geschakeld, worden in analoog bedrijf inovereenstemming met de rijrichting in- of uitgeschakeld. Bij gebruik op analogegelijkstroombanen geldt dit alleen voor lampen of extra apparaten, waarvan de retourleidingmet de retourdraad voor alle functies van de decoder is vebonden. Andere functies actief in de analoge modusDe instellingen, die zijn opgeslagen in de CV's / registers voor  de maximumsnelheid  de optrek- en remvertraging  en de lastregeling (met LD-G-42. 2)worden ook overgenomen in de analoge modus. De locdecoders LD-G-42. 2 en LD-W-42. 2 | 9.

tams elektronik. LD-G-42. 2 | LD-W-42. 2 tams elektronik2. 3. OverbelastingsbeveiligingDe locdecoders LD-G-42. 2 en LD-W-42. 2 hebben een overbelastingsbeveiliging die zebeschermt tegen schade bij overschrijding van de toegestane totale stroom of kortsluiting aande motoruitgang (de maximale vorm van overbelasting). Als er een overbelasting wordtgedetecteerd, wordt de motor uitgeschakeld en gaan de lampjes die met F0f of F0r wordengeschakeld knipperen. Het bedrijf kan pas worden hervat nadat de decoder spanningsloos isgemaakt (spoorspanning uit). De reactiedrempel van de overbelastingsbeveiliging kan worden aangepast door degevoeligheid te wijzigen, d. w. z. de grootte van de overbelasting waarbij de overbelastingwordt gedetecteerd ("kortsluitgevoeligheid").

Overbelasting bij één uitgangBij kortsluiting aan een van de uitgangen of bij overschrijding van de maximale stroom aaneen van de uitgangen is de overbelastings-beveiliging van de decoder niet effectief zolang detotale stroom van de decoder niet ook wordt overschreden. De uitgang in kwestie zal wordenbeschadigd. Let op: Door het verlagen van de overbelastingsreactiedrempel moet de invloed van kortstondigestoorspanningen van de motor of de aangesloten verbruikers worden verminderd. Hierdoorwordt voorkomen dat de motor wordt uitgeschakeld, hoewel de toegestane totale stroomniet is overschreden. Voordat de reactiedrempel wordt verlaagd, moet de motorstroomaltijd worden gemeten en moet de goede werking van de motor en de reductor wordengecontroleerd.

Let op:Bij een kortsluiting, bij de onderdelen op de decoder onder elkaar of wanneer deze met derailspanning worden kortgesloten, kan de overbelastingsbescherming niet werken.

Voorbeelden:  contact tussen de decoder en de rails of metalen delen van het voertuig;  contact tussen niet geïsoleerde decoderaansluitdraden en de rails of metalen delen van het voertuig;  contact tussen verbruikers, die op de retourdraad voor alle functies van de decoder zijn aangesloten, en de rails of metalen onderdelen van het voertuig. Let op: Defecten aan de locmotor (bv. zogenaamde borstelvonken) kunnen extremestroomstoringen veroorzaken, die onderdelen op de decoder kunnen beschadigen. Ooktegen dergelijke extreem hoge stromen kan de overbelastingsbescherming niet functioneren. 10 | De locdecoders LD-G-42. 2 en LD-W-42. 2.

tams elektroniktams elektronik LD-G-42. 2 | LD-W-42. 22. 4. Motoraansturing Puls breedte modulatie De verschillende decodertypes zijn ontworpen om de respectieve motortypes optimaal aan testuren. Decodertype voor PWM geschikt voor klokanker motorenLD-G-42. 2 gelijkstroommotoren 28 kHz jaLD-W-42. 2 wisselstroommotoren 60 Hz geenLastregelingDe LD-G-42. 2 heeft een lastregeling. De lastregeling beïnvloedt de motorspanning dusdanigdat de snelheid van de loc tijdens het rijden bij een gekozen rijstap constant blijft,onafhankelijk van de belasting (b. v. rijden tegen hellingen, aangekoppelde wagens). Door het wijzigen van een CV van de decoder kan de lastregeling worden in- of uitgeschakeld. De lastregelparameters kunnen door het veranderen van een CV worden gewijzigd, om dedecoder aan te passen op de individuele eigenschappen van de motor.

Lastregelparameters De lastregeling wordt bepaald door drie op elkaar afgestemde parameters (KP, KI en KD) , dieop elkaar afgestemd moeten zijn om optimale rijeigenschappen te verkrijgen. Aan iederelastregelparameter is een CV toegewezen. KP: Het proportionele bestanddeel van de regeling zorgt er direct voor dat het onderscheidtussen de MOET waarde en de IS waarde zo klein mogelijk is. De waarde "0" is onmogelijk. Ditheeft zijn uitwerking op de basissnelheid. Is de ingestelde waarde te klein dan rijdt de loc telangzaam. Is de waarde te groot dan schokt de loc tijdens de rit. KI: Het integrale aandeel van de regeling zorgt ervoor dat het resterende onderscheid tussende MOET en de IS waarde gereduceerd wordt naar 0 en daarmee ook dat kleine afwijkingenworden opgeheven. Is de ingestelde waarde te hoog dan leidt dat tot heftig schokken van deloc tijdens de rit.

Versterkingsfactor De basis voor de invloed van de lastregeling op de motorspanning is de spanning die door demotor wordt teruggegeven tijdens de meetperiode. Afhankelijk van de individuele kenmerkenkunnen deze waarden te hoog of te laag zijn. Het gevolg is dat het voertuig zijn maximalesnelheid al bereikt bij een snelheidsniveau onder het hoogste niveau of helemaal niet bereikt bijhet hoogste snelheidsniveau. Om deze effecten te compenseren, kunnen de door de motorverzonden waarden worden verhoogd of verlaagd door de versterkingsfactor aan te passen. De locdecoders LD-G-42. 2 en LD-W-42. 2 | 11.

tams elektronikLD-G-42.2 | LD-W-42.2 tams elektronikSnelheidskromme Door het instellen van de vertrek-, midden- en maximumsnelheid kan de decoder wordenaangepast aan de rijeigenschappen van de motor en de karakteristieke rijsnelheden van het typelocomotief. Uit deze 3 punten genereert de decoder een snelheidskromme die lineair is tussen devertrek- en middensnelheid en tussen de midden- en maximumsnelheid.Wanneer de rijstappenmode is ingesteld op 28 rijstappen, kan aan de lineairesnelheidskromme aan elk van de 28 rijstappen een willekeurige motorspanning wordentoegewezen. Dit maakt het mogelijk een aan de motor aangepaste snelheidskromme tecreëren.

De ingestelde waarden worden in de alternatieve snelheidskromme opgeslagen.a: Lineaire kromme vanaf start en maximumspanningb: Lineaire kromme vanaf start, midden en maximumspanninga: Lineaire kromme vanaf start en maximumspanningc: Rangeerstand = 50 % vande spanning gedefinieerd in de standaardcurvea: Lineaire kromme vanaf start en maximumspanningd: Alternatieve kromme met individuele toewijzing van despanning aan de 28 rijstappenOptrek-kick Indien overeenkomstig geprogrammeerd, zorgt de optrek-kick ervoor dat de motorspanningtijdens het opstarten kortstondig stijgt om het losbreekkoppel te overwinnen.

De motorspanningwordt onmiddellijk na het opstarten met de ingestelde remfrequentie geregeld tot het werkelijkgeselecteerde snelheidsniveau.RangeerstandMet de functietoewijzing kunnen een of meer functies worden toegewezen aan de specialefunctie "rangeerstand" (RS) waarmee deze wordt in- en uitgeschakeld. Bij levering is defunctie F3 toegewezen aan de speciale functie "RS".In de rangeermode wordt de snelheid van alle rijstappen tot ca. 50% ten opzichte van deingestelde snelheid gereduceerd. 12 | De locdecoders LD-G-42.2 en LD-W-42.2

tams elektroniktams elektronik LD-G-42. 2 | LD-W-42. 2Optrek- en remvertraging Een goed ingestelde optrek- en remvertraging (optrek- en remfrequentie) zorgt voor eenprototypisch, schokvrij optrekken en afremmen van de locomotief. Hiervoor wordt in de CV'safzonderlijk voor het optrekken en afremmen ingesteld hoeveel tijd er moet verstrijkenvoordat de decoder overschakelt naar de volgende hogere of lagere rijstap. De decoderverandert dan achtereenvolgens de rijstap totdat de ingestelde rijstap is bereikt. Hoe hoger dedoelsnelheid of de rijstap wanneer het remproces wordt geactiveerd, hoe langer de start- enremweg. Met de functietoewijzing kan aan de speciale functie "optrek- en remvertraging" (ORV) een ofmeer functies worden toegewezen waarmee deze wordt geactiveerd en gedeactiveerd. Bijlevering is de functie F4 toegewezen aan de speciale functie "ORV".

Het optrekken en remmen is tijdgestuurd: De lengte van de start- en remweg is afhankelijk van dete bereiken rijstap of de rijstap wanneer het remproces wordt geactiveerd. Optreksnelheid RemsnelheidConstante remweg Wanneer de remvertraging actief is, is de lengte van de remweg afhankelijk van deremvertraging die is ingesteld in de CV en van de rijstap op het moment dat het remproceswordt geactiveerd. Een exacte stop op stoppunten is niet mogelijk. Voor de decoders LD-G-42. 2 en LD-W-42. 2 kan een constante remweg worden gedefinieerddie de locomotief moet afleggen bij het overschakelen van een rijstap naar rijstap 0. Deremweg komt overeen met de afstand die de locomotief met de ingestelde remvertraging bijde hoogst mogelijke rijstap aflegt tot hij tot stilstand komt.

Als het remproces bij een lagererijstap wordt geactiveerd, wordt de tijd tot de overgang naar de volgende lagere rijstapautomatisch verlengd. Dit zorgt ervoor dat de remweg altijd hetzelfde is, ongeacht de rijstapop het moment dat het remproces wordt gestart. De lengte van de remweg is altijd gelijk, ongeacht de rijstap wanneer het remproces wordt gestart.

tams elektronikLD-G-42. 2 | LD-W-42. 2 tams elektronik2. 5. Geautomatiseerde bewegingenDe besturingssoftware in de locdecoder maakt het mogelijk om processen te automatiserenen complexe processen in één functie te combineren. De processen kunnen dus wordengeactiveerd met een functie / een functietoets. 2. 5. 1. ABC-remprocedure Met de juiste CV-instelling herkennen de locdecoders LD-G-42. 2 en LD-W-42. 2 bij hetbinnenrijden van een remsectie dat er een asymmetrische railspanning aanwezig is enverminderen dan automatisch de rijsnelheid met de ingestelde remvertraging of de ingestelderemweg. Ze kunnen zo worden ingesteld dat ze reageren op een verlaagde negatievespanning (lagere spanning op de linker rail gezien in de rijrichting) in plaats van een verlaagdepositieve spanning (lagere spanning op de rechter rail gezien in de rijrichting).

Terwijl de locomotief in de remsectie is  kunnen de functies worden omgeschakeld, de CV's van de decoder kunnen worden gewijzigd door middel van hoofdspoorprogrammering (PoM), de rijrichting van de locomotief kan worden veranderd en zo kan de locomotief wordengerangeerd of in tegengestelde richting uit de remsectie worden gereden. Zodra de remsectie wordt opgeheven of de locomotief de remsectie verlaat, accelereert hijmet de ingestelde optrekvertraging tot de ingestelde rijstap. Achtergrondinformatie: ABC-remmethode (Automatic Break Control)De ABC-methode is gebaseerd op het feit dat in de remsectie een asymmetrische spanningop het spoor wordt gezet in plaats van een symmetrische spanning. Om de ABC-remmethode te kunnen gebruiken, moet de booster een zo symmetrisch mogelijkeuitgangsspanning leveren aan de spooruitgang.

Een speciale ABC-remmodule vermindertofwel het positieve ofwel het negatieve deel van de digitale spanning voor de remsectie engenereert zo een asymmetrische baanspanning. In principe werkt de remsectie maar voor één rijrichting tegelijk.

tams elektroniktams elektronik LD-G-42. 2 | LD-W-42. 2Om technische redenen is de spoorspanning op de uitgang van sommige boosters niet 100 %symmetrisch. Sommige typen extra schakelingen die op het spoor zijn aangesloten (bijv. spoorbezetmelders) beïnvloeden ook de spoorspanning op een rail. Om te voorkomen dat delocdecoder zelfs een licht onevenwichtige spoorspanning interpreteert als een ABC remweg,kan de gevoeligheid worden verlaagd. Automatisch pendeltreinbedrijf gebaseerd op de ABC-methodeMet de juiste CV-instelling wordt de ABC-remprocedure gebruikt om het pendeltreinbedrijftussen twee eindstations te automatiseren. Bij het binnenrijden van een ABC-remsectieverlaagt de locdecoder automatisch de rijsnelheid zoals gebruikelijk met de ingestelderemvertraging of de ingestelde remweg.

Na de stop verandert hij echter van rijrichting en rijdthij terug in de tegenovergestelde richting met de ingestelde optrekvertraging. Bij hetbinnenrijden van de ABC-remsectie voor de tegenovergestelde richting wordt de rijsnelheidautomatisch weer verlaagd. 2. 5. 2. Remmen bij gelijkspanning De locdecoders LD-G-42. 2 en LD-W-42. 2 reageren op het aanleggen van een zuiveregelijkspanning (bijv. Märklin** remsectie) met de juiste CV-instelling en verminderen danautomatisch de rijsnelheid met de ingestelde remvertraging of de ingestelde remweg. In deremsectie blijft de status van de geschakelde functies behouden. In tegenstelling tot de ABC-remmethode  kunnen de functies niet worden geschakeld, kunnen de CV's van de decoder niet worden gewijzigd, kan de rijrichting van de locomotief niet worden gewijzigd.

Achtergrondinformatie: Remmen met gelijkspanningDe remmethode die bijvoorbeeld door Märklin wordt gebruikt ("Märklin remsectie") isgebaseerd op het feit dat in de remsectie, in plaats van een afwisselende positieve ennegatieve spanning, alleen een zuiver positieve of negatieve spanning op het spoor wordtgezet. Om kortsluiting bij het binnenrijden van de remsectie te voorkomen, moet tussen de"normale sectie" en de stopsectie een extra overgang sectie worden ingevoegd, die bijgebruik in gelijkstroomsystemen een volledige treinlengte moet zijn. Symmetrische spoorspanning op hetnormale spoorAsymmetrische spoor-spanning in de overgangsectie naar de remsectieZuivere gelijkspanning in de remsectieDe locdecoders LD-G-42. 2 en LD-W-42. 2 | 15.

tams elektronikLD-G-42. 2 | LD-W-42. 2 tams elektronik2. 5. 3. Automatisch ontkoppelen ("ontkoppelwals")Door de CV overeenkomstig te programmeren, kan het volledige ontkoppelingsproces wordengeactiveerd met een functietoets. Na het inschakelen van de functie beweegt de locomotief eerst een stukje tegen de ingestelderijrichting in om de koppeling te ontlasten. Daarna wordt de functie-uitgang waarop dekoppeling is aangesloten gedurende de ingestelde tijd ingeschakeld. Tegelijkertijd wordt derijrichting intern weer veranderd in de ingestelde richting en wordt de motorspanning weeringeschakeld. De locomotief rijdt dan een klein stukje weg van de afgekoppelde wagon.

De volgende parameters van het automatisch ontkoppelen kunnen via CV's worden ingesteld: spanning die tijdens het ontkoppelen op de motor wordt gezet; tijdsduur waarin motor en uitgang (koppeling) van stroom worden voorzien (= kicktijd). 2. 5. 4. RangeerfunctieRangeerstand en rangeerlicht kunnen aan dezelfde functie worden toegewezen. Dan wordthet rangeerlicht (wit voor- en achterlicht) automatisch ingeschakeld bij het overschakelennaar de rangeerstand (en de bijbehorende snelheidsreductie). Tegelijkertijd kan de functie diede rangeerstand inschakelt worden gebruikt om de optrek- en afremvertraging uit teschakelen. Voorbeeld van programmering voor rangeerbedrijf → hoofdstuk 5. 5. 2. 5. 5.

Snelheidsafhankelijk in- en uitschakelenAlle functie-uitgangen waarvoor de functie is geactiveerd, worden automatisch geschakeldwanneer een spanning wordt bereikt die is gedefinieerd in de bijbehorende CV. Het is mogelijkom de uitgang uit te schakelen wanneer de spanning wordt overschreden en in te schakelen wanneerdeze onder de spanning komt, of in te schakelen wanneer de spanning wordt overschreden en uit te schakelen wanneerdeze onder de spanning komt. De spanning wordt ingesteld voor alle uitgangen samen. 2. 5. 6.

Stop/start met een functieMet de functietoewijzing kunnen een of meer functies worden toegewezen aan de specialefunctie "STOP/START met een functie". Bij het inschakelen van de toegewezen functie stoptde locomotief met de ingestelde remvertraging; bij het uitschakelen gaat de locomotief verdermet de ingestelde optrekvertraging. Bij levering is geen functie toegewezen aan de speciale functie "STOP". 16 | De locdecoders LD-G-42. 2 en LD-W-42. 2.

 Rangeerverlichting: Bij omschakelen naar rangeer bedrijf worden gelijktijdig de rangeerlocseinen in- en de seinen voor het normaal bedrijf uitgeschakeld.  Uitschakelen van het eindsein van de locomotief als er wagens zijn bevestigd. Effecten van de functie-uitgangenRichtingsafhankelijk schakelen: Toewijzing afzonderlijk voor elke uitgang. Function MappingRangeerlicht: Toewijzing afzonderlijk voor elke uitgang. Function MappingDimmen: De spanning aan de uitgang wordt verlaagd. Toewijzing afzonderlijk voor elke uitgang. Toepassingsvoorbeeld: Door het verlagen van de spanning kunnen de lampen van oudere voertuigen die voor analoog bedrijf zijn bedoeld, ook in digitaal bedrijf worden gebruikt en hoeft daarom na het inbouwen van de decoder niet te worden vervangen. CV programmerenCV 47.

50Geïnverteerde omschakeling: Bij "aan" wordt de toegewezen uitgang uitgeschakeld, bij "uit" wordt deze ingeschakeld. Toewijzing afzonderlijk voor elke uitgang. CV programmerenCV 55. 58Knipperen: De spanning op de uitgang wordt afwisselend in- enuitgeschakeld. Toewijzing afzonderlijk voor elke uitgang.

Instellen van de knipperfrequentie voor twee uitgangen samen. Door de knipperfunctie toe te wijzen aan twee uitgangen en de functie "geïnverteerde omschakeling" aan een van de twee uitgangen, wordt een afwisselend knipperlicht gegenereerd. CV programmerenCV 55. 58CV 101. 102De locdecoders LD-G-42. 2 en LD-W-42. 2 | 17.

tams elektronikLD-G-42. 2 | LD-W-42. 2 tams elektronikEffecten van de functie-uitgangenOpeenvolgend omhoog en omlaag dimmen: De spanning op de uitgang wordt geleidelijk verhoogd bij inschakelen of geleidelijk verlaagd bij uitschakelen. Toewijzing afzonderlijk voor elke uitgang. Instellen van de tijdsduur voor op- en af dimmen voor alle uitgangen waaraan de functie is toegewezen. Toepassingsvoorbeeld: simulatie van oude olie- of gloeilampen. CV programmerenCV 55. 58CV 100MARs-Light: Om het extra waarschuwingslicht te genereren dat typisch isvoor Amerikaanse locomotieven (in- en uitfaden met korte tussenpozen),moeten de volgende instellingen worden gemaakt voor de uitgang: knipperen en opeenvolgend op en neer dimmen aan korte knipperfrequentie korte tijd voor op- en af dimmen Toewijzing afzonderlijk voor elke uitgang. Instellen van de knipperfrequentie voor twee uitgangen samen.

Instellen van de tijdsduur voor op- en af dimmen voor alle uitgangen waaraan de functie is toegewezen. CV programmerenCV 55. 58CV 100CV 101. 102Kicken: De uitgang krijgt eerst volle spanning gedurende maximaal ca. 25,5 seconden en wordt dan uitgeschakeld. Toewijzing afzonderlijk voor elke uitgang. De kicktijd (= tijd gedurendewelke de maximale spanning op de uitgang staat) samen instellen vooralle uitgangen waaraan de functie is toegewezen. Toepassingsvoorbeeld: sommige types elektrische koppelingen vereisen volledige spanning voor ontkoppeling. Na het ontkoppelen moet de spanning echter worden uitgeschakeld om de koppelingen te beschermen. CV programmerenCV 55. 58CV 99Vuursimulatie: De spanning op de uitgang wordt in korte, onregel-matige intervallen verlaagd/verhoogd, aangesloten LED's of lampen produceren het flikkerende licht dat typisch is voor een open vuur.

58Aan/uit bij een gedefinieerde spanning (snelheid): Standaard wordt de uitgang uitgeschakeld wanneer de spanning wordt overschreden en weer ingeschakeld wanneer de spanning wordt onderschreden. De functie kan worden omgekeerd door de functie om te keren. Toewijzing afzonderlijk voor elke uitgang. De spanning samen instellen voor alle uitgangen waaraan de functie is toegewezen. Toepassingsvoorbeeld: automatisch in- en uitschakelen van de cabineverlichting bij een bepaalde spanning. CV programmerenCV 55. 58CV 6318 | De locdecoders LD-G-42. 2 en LD-W-42. 2.

tams elektroniktams elektronik LD-G-42.2 | LD-W-42.2Uitgang voor buffercircuitEr is een speciale uitgang voorzien voor de aansluiting van een buffercircuit volgens RCN-530(bv. UPS-mini). Deze kan ook worden gebruikt om een andere verbruiker met een maximalestroom van 100 mA aan te sluiten.Standaard wordt de uitgang ingeschakeld na een korte wachttijd na het inschakelen van dedecoder om de buffer te laden. De lengte van de wachttijd varieert willekeurig. Dit voorkomtdat meerdere bufferschakelingen op de modelbaan direct na het inschakelen gelijktijdig hetlaadproces starten en zo de stroomvoorziening onderbreken. Met de function mapping kunnen één of meerdere functies aan deze uitgang wordentoegewezen, waarmee het automatisch laden van de buffer tijdens bedrijf wordt geactiveerden gedeactiveerd. Bij levering is er geen functie toegewezen aan de speciale functie "UPS". 2.7.

De acties activeren Het in- en uitschakelen van de functie-uitgangen en het (de)activeren van de speciale functieswordt uitgevoerd  door de toegewezen functie(s) en/of  automatisch via de schakelingang. De schakelingang wordt geactiveerd via externecontacten, bijvoorbeeld via reedcontacten of Hall-sensoren in combinatie met permanentemagneten in het spoor.Toewijzing van acties aan functies (functietoewijzing)De toewijzing van de door de decoder aangestuurde acties aan de functies is vrij te kiezen,afzonderlijk voor vooruit en achteruit. Acties DCC-format MM-FormatUitgangen F0f, F0r, AUX1, AUX2 aan/uitF0 t/m F28 F0 t/m F4 Ononderbroken voeding (UPS) aan/uitStop/start (STOP) met één functie actief/inactiefRangeerstand (RS) actief/inactiefOptrek- en remvertraging (ORV) actief/inactiefDe locdecoders LD-G-42.2 en LD-W-42.2 | 19

tams elektronikLD-G-42. 2 | LD-W-42. 2 tams elektronik2. 8. Terugmelding met RailComRailCom-zenderDe locdecoders LD-G-42. 2 en LD-W-42. 2 zijn RailCom zenders en voldoen aan de eisen van deRailCommunity standaard RCN-217 "RailCom DCC terugmelder" voor mobiele decoders(voertuigdecoders). Het verzenden van RailCom-berichten is alleen mogelijk op modelspoor-wegen waar een DCC-signaal op de rails aanwezig is. Het gebruik van de RailCom-functie in een pure Motorolaomgeving is niet mogelijk. Achtergrond informatie: RailCom meldingen van voertuigdecoders In kanaal 1 sturen de voertuigdecoders na elke DCC-opdracht hun DCC-adres naar eenwillekeurige voertuigdecoder. Kanaal 1 kan "dynamisch" worden ingesteld, d. w. z. dat de decoderalleen zijn adres in kanaal 1 uitzendt totdat er een DCC-commando naartoe wordt gestuurd.

Ditmaakt het kanaal vrij voor de berichten van andere decoders waarnaar nog geen commando isverzonden of die nog niet bekend zijn bij het systeem. In kanaal 2 sturen de voertuigdecoders hun feedback zodra een DCC-opdracht naar hunadres wordt gestuurd. Achtergrond informatie: Dynamische RailCom informatieOnder "dynamische informatie" worden CV waardes (RailCom CV's 64-127) verstaan, welkezich tijdens het bedrijf veranderen (b. v. echte snelheid, ontvangststatistiek, tankinhoud). Deze worden naar behoefte spontaan van de decoder verstuurd. De ontvangststatistiek wordt door voertuigdecoders berekend als aantal foute datapakkettenin verhouding tot het totaal van datapakketten beschikbaar gesteld. Deze kwaliteitsmeldingmaakt het mogelijk vast te stellen hoe de ontvangstkwaliteit is tussen het voertuig en derails. Dynamische RailCom informaties van de locdecoderDe locdecoders LD-G-42.

Automatische registratie volgens RCN-218 (DCC-A)DCC-A is een automatische registratieprocedure voor DCC, waarmee de essentiële kenmerkenvan een decoder onmiddellijk na het omleiden van het voertuig worden doorgegeven aan dedigitale centrale en daar direct beschikbaar zijn. De toewijzing van adressen en de toewijzingvan functies wordt daardoor aanzienlijk vereenvoudigd. Opmerkingen voor het gebruik van DCC-A Voorwaarde voor het gebruik is het gebruik van een digitale centrale die ook de procedureondersteunt. De automatische registratie kan worden uitgeschakeld in CV 28. Voor een probleemlozewerking met digitale centrales die DCC-A niet ondersteunen, is het echter niet van belang ofde registratieprocedure al dan niet is geactiveerd. 20 | De locdecoders LD-G-42. 2 en LD-W-42. 2.

tams elektroniktams elektronik LD-G-42.2 | LD-W-42.2Overdracht van decoderparameters in de DCC-A registratieprocedureDe registratie van de decoder bij de centrale vindt automatisch plaats zodra het voertuig op debaan wordt geplaatst. Sommige parameters kunnen individueel worden ingesteld met behulpvan de centrale eenheid.Waarde AanpassingenPrincipe-symbool en symboolbijv.: Aan de decoder kan een principieel symbool eneen symbool uit het in de centrale opgeslagen bestand worden toegewezen.Gewenst adres 3 Adres volgens de instellingen in CV 1 of 17/18Adres bijv. 1000 Het adres wordt door de centrale aan de decoder toegewezen en kan niet worden gewijzigd. Indien geen voertuigdecoder met hetzelfde adres beschikbaar is, wordt het in de CV's ingestelde gewenste adres overgenomen.Naam en korte naamLD-G-42.2 LD-W-42.2De decoder kan een eigen naam en/of korte naam (max. 8 tekens) krijgen.

tams elektronik. LD-G-42. 2 | LD-W-42. 2 tams elektronik3. Aansluitingen3. 1. VeiligheidsvoorschriftenLet op: De decoder is voorzien van geïntegreerde schakelingen (ICs). Deze zijn gevoelig voorstatische elektriciteit. Raak daarom de onderdelen niet aan voordat u zichzelf heeft ontladen. Het is meestal voldoende om b. v. de radiator even aan te raken. Mechanische gevarenAfgeknipte draden en uiteinden kunnen scherpe punten hebben, die bij onvoorzichtigvastpakken huidverwondingen kunnen opleveren. Pas daarom op voor scherpe punten bij hetvastpakken. Zichtbare beschadigingen van onderdelen kunnen tot niet calculeerbare gevaren leiden. Bouwbeschadigde onderdelen niet in, maar verwijder deze zoals voorgeschreven en vervang zedoor nieuwe.

Elektrische gevaren Aanraken van onder spanning staande delen, aanraken van geleidende delen, die in geval van fouten onder spanning staan, kortsluitingen en aansluiten aan een niet geschikte spanning, ontoelaatbaar hoge luchtvochtigheid en vorming van condenswaterkan tot gevaarlijke lichaamsstromen leiden en daardoor verwondingen aanrichten. Voorkom ditgevaar door de volgende maatregelen te nemen: Voer bedradingwerkzaamheden alleen uit in een spanningsloze toestand.  Installeer de decoder alleen in gesloten, schone en droge ruimtes. Vermijd in de werkomgevingvocht en nattigheid.  Voed de decoder alleen met extra lage spanning zoals aangegeven in de technischegegevens. Gebruik daarvoor uitsluitend goedgekeurde transformatoren of netvoedingen.  Steek de netstekker van transformatoren / netvoedingen en soldeerbouten /soldeerstations alleen in goed geïnstalleerde wandcontactdozen.

Deze kan een brand veroorzaken en daardoor levensgevaarlijke verwondingenveroorzaken door verbranding en rookvergiftiging. Steek de netstekker van de soldeerbout ofhet soldeerstation alleen in het stopcontact gedurende de tijd die u voor het solderen nodigheeft. Houdt de soldeerpunt nooit in de buurt van brandbare materialen. Gebruik een goedesoldeerbouthouder. Laat de hete soldeerbout nooit zonder toezicht liggen. 22 | Aansluitingen.

tams elektronik. tams elektronik LD-G-42. 2 | LD-W-42. 2Thermische gevarenWanneer per ongeluk de hete soldeerpunt met uw huid in aanraking komt, of wanneervloeibare soldeertin op de huid springt, bestaat het gevaar van huidverbranding. Voorkom ditgevaar door: bij uw werkzaamheden een hittebestendige onderlegger te gebruiken, de soldeerbout altijd op een goede soldeerbouthouder weg te leggen, bij het solderen op een juiste behandeling van de soldeerstift te letten, vloeibare soldeertin met een dikke vochtige lap of spons van de soldeerstift af te strijken. OmgevingsgevarenEen te klein, ongeschikt werkoppervlak en beperkte ruimteverhoudingen kunnen per ongelukhuidverbrandingen of brand teweegbrengen. Voorkom dit gevaar door een toereikend, schoonwerkoppervlak in te richten met voldoende bewegingsvrijheid.

Andere gevarenKinderen kunnen uit onachtzaamheid of door een gemis aan verantwoordelijkheidsgevoel allehiervoor beschreven gevaren veroorzaken. Om gevaar voor lijf en leden te voorkomen mogenkinderen onder de 14 jaar voertuigdecoders niet inbouwen. Let op:Kleine kinderen kunnen zeer kleine onderdelen met scherpe draadeinden inslikken. LEVENSGEVAARLIJK. Zorg er daarom voor dat onderdelen niet in handen van kleine kinderenkomen. In scholen, opleidingsinstituten, hobby- en zelfhulpwerkplaatsen moet de montage, installatieen bediening van elektronische modules door geschoold personeel worden begeleid. In commerciële voorzieningen moeten de relevante voorschriften ter voorkoming vanongevallen in acht worden genomen. 3. 2. Goed en degelijk solderenLet op: Bij ondeskundig solderen kan er brandgevaar optreden.

Vermijd dit gevaar: lees hoofdstukVeiligheidsmaatregelen goed door en volg de aanwijzingen op.  Gebruik een soldeerbout met temperatuurregeling, die u instelt op ca. 300 °C.  Gebruik alleen elektronisch soldeer met een flux.  Gebruik nooit soldeervloeistof of soldeervet bij het solderen van elektronische schakelingen.

Deze bevatten een zuur dat componenten en geleidingsbanen vernietigt.  Soldeer snel: te lang solderen kan soldeerpads of -sporen losmaken of zelfs onderdelenvernielen.  Houd de soldeerstift op het soldeerpunt, zodat deze tegelijkertijd de draad en het padraakt. Voeg (niet te veel) soldeer tegelijkertijd toe. Zodra het soldeer begint te vloeien,verwijdert u het van het soldeerpunt. Wacht dan even tot het soldeer goed vloeit voordat ude soldeerbout uit de soldeerverbinding haalt.  Verplaats de gemaakte soldeerverbinding niet voor ongeveer 5 seconden. Aansluitingen | 23.

tams elektronik. LD-G-42. 2 | LD-W-42. 2 tams elektronik Een schone, niet-geoxideerde soldeerstift is essentieel voor een perfecte soldeerverbindingen een goede soldering. Veeg daarom voor elke soldering overtollig soldeer en vuil af meteen vochtige spons, een dikke vochtige doek of een siliconenwisser.  Controleer na het solderen (bij voorkeur met een loep) of er per ongeluk verbindingen ofsporen zijn overbrugd met soldeer. Dit kan leiden tot storingen of vernieling van onderdelenof, in het ergste geval, van het volledige circuit. Met de schone hete soldeerstift kunt uovertollig soldeer opnieuw vloeibaar maken. Het soldeer vloeit dan van de plank naar desoldeerstift. 3. 3. Onherstelbare schade aan de decoder vermijden. Let op: Om (in het ergste geval) onherstelbare schade aan de decoder te voorkomen, dient u devolgende instructies in acht te nemen:1.

Geen geleidende verbindingen met metalen onderdelen of rails. Vermijd alle geleidende verbindingen tussen de decoder of de verbruikers die op deretourleiding voor alle functies zijn aangesloten enerzijds en de metalen onderdelen van hetvoertuig of de rails anderzijds. Aansluitingen worden bijv. veroorzaakt door onvoldoendegeïsoleerde aansluitkabels (ook aan de gestripte uiteinden van ongebruikte aansluitkabels. )of onvoldoende bevestiging en isolatie van de decoder of verbruikers. Gevaar voorkortsluiting. In dit geval is de overbelastingsbeveiliging van de decoder niet effectief. 2. De retourleiding niet aan op de massa van het voertuig aansluiten. In geen geval mag u de retourleiding voor alle functies op de decoder op de voertuiggrondaansluiten. Gevaar voor kortsluiting. 3. Overbelasting uitsluiten.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Tams Elektronik LD-W-42.2 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden