Tamron 18-200mm f/3.5-6.3 Di II VC Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Tamron 18-200mm f/3.5-6.3 Di II VC (4 pagina’s), behorend tot de categorie Lens. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 18 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Tamron 18-200mm f/3.5-6.3 Di II VC of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Tamron |
| Categorie: | Lens |
| Model: | 18-200mm f/3.5-6.3 Di II VC |
| Kleur van het product: | Zwart |
| Gewicht: | 400 g |
| Automatisch scherpstellen: | Ja |
| Diameter: | 75 mm |
| Brandpuntbereik: | 18 - 200 mm |
| Beeldstabilisator: | Ja |
| Lensstructuur (elementen/groepen): | 16/14 |
| Lengte: | - mm |
| Dichtstbijzijnde focus afstand: | 0.49 m |
| Maximum aperture number: | 40 |
| Minimum aperture number: | 3.5 |
| Maat filter: | 62 mm |
| Lens kapje: | Ja |
| Component voor: | SLR |
| Aantal diafragma bladen: | 7 |
| Maximum vergroting: | 4 x |
| Compatibele camera merken: | Sony |
Handleiding Tamron 18-200mm f/3.5-6.3 Di II VC – volledige tekst
NEDERLANDSWij feliciteren u met de aanschaf van dit Tamron-objectief ter uitbreiding van uw foto-uitrusting. Voordat u uw nieuwe objectief gaat gebruiken wordt u verzocht deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door te lezen om uzelf vertrouwd te maken met de mogelijkheden van het objectief en kennis te nemen van de fototechnische aanbevelingen, zodat u verzekerd bent van de beste resultaten. Indien u de nodigde zorgvuldigheid betracht, zult u vele jaren plezier hebben van uw Tamron-objectief en zult u de prachtigste foto’s kunnen maken. • Verklaart de voorzorgen die u kunt nemen om problemen te voorkomen. • Verklaart dingen die nuttig zijn om te weten, naast de basisbediening. NAMEN VAN ONDERDELEN (Zie Fig. indien niet vermeld)?① ② Zonnekap Merkteken voor zonnekapaansluiting③ ④ Kap-bevestigd- indicator Filter ring⑤ ⑥ Bajonetring voor zonnekap Zoomring ⑦ Zoomringvergrendeling (Fig. & )? ?
Zowel de eigenschappen als de uitvoering van de objectieven die in deze gebruiksaanwijzing zijn opgenomen mogen zonder voorafgaande inkennisstelling worden gewijzigd. HET BEVESTIGEN EN VERWIJDEREN VAN HET OBJECTIEFBevestigen van het objectiefVerwijder de achterste objectiefkap.
Plaats het merkteken op het objectief tegenover met ⑬het merkteken op de cameravatting en plaats het objectief op de camera. Draai het objectief met de klok mee tot het vastklikt. Op Nikon-camera’s dient u het merkteken op het objectief tegenover de stip op de camera te plaatsen en het objectief tegen de klok in te draaien tot het vastklikt. Verwijderen van het objectiefDruk de ontgrendelingsknop op de camera in, draai het objectief tegen de klok in (bij Nikon-camera's met de klok mee), en til het objectief van de cameravatting. Zorg dat de camera is uitgeschakeld wanneer u het objectief bevestigt of verwijdert. Voor nadere informatie verwijzen wij naar de gebruiksaanwijzing van uw camera. SCHERPSTELLEN (Autofocus - AF) (Fig. & )?, ? ?In het geval van een Nikon- of Canon-camera, zet u de AF/MF-schakelaar van de lens op AF ⑫(g. ?).
In het geval van een Nikon-camera met een selectieknop voor de scherpstellingsfunctie, zet u de scherpstellingsfunctie op S, C of A, en zet u vervolgens de AF/MF-schakelaar ⑫ van de lens op AF. Druk de ontspanknop gedeeltelijk in terwijl u door de zoeker van de camera kijkt; de lens stelt automatisch scherp. Een scherpstelmarkering licht op wanneer de lens scherpgesteld is op het hoofdonderwerp. Druk de ontspanknop volledig in om een foto te nemen. In het geval van een Sony-camera, zet u de AF/MF-schakelaar ⑫ van de lens op AF (g. ) en zet ?u de scherpstellingsfunctie van de camera op automatische scherpstelling (AF). Druk de ontspanknop gedeeltelijk in terwijl u door de zoeker van de camera kijkt; de lens stelt automatisch scherp. Een scherpstelmarkering licht op wanneer de lens scherpgesteld is op het hoofdonderwerp. Druk de ontspanknop volledig in om een foto te nemen.
& )?, ? ?In het geval van een Nikon- of Canon-camera, zet u de AF/MF-schakelaar van de lens op MF ⑫(g. ?). In het geval van een Nikon-camera met een selectieknop voor de scherpstellingsfunctie, zet u de scherpstellingsfunctie op M, en zet u vervolgens de AF/MF-schakelaar ⑫ van de lens op MF. Stel handmatig scherp met de scherpstelring ⑩ terwijl u door de zoeker van de camera kijkt (g. ?). Wanneer het te fotograferen onderwerp scherp is in de zoeker, is de lens correct scherpgesteld. In het geval van een Sony-camera, zet u de AF/MF-schakelaar ⑫ van de lens op MF (g. ) en ?zet u de scherpstellingsfunctie van de camera op handmatige scherpstelling (MF). Stel handmatig scherp met de scherpstelring ⑩ terwijl u door de zoeker van de camera kijkt (g. ?). Wanneer het te fotograferen onderwerp scherp is in de zoeker, is de lens correct scherpgesteld.
Als u in de stand MF de scherpstelring draait terwijl u de ontspanknop gedeeltelijk indrukt, gaat het ⑩scherpstel-hulplampje branden wanneer het beeld is scherpgesteld. Stel scherp op het verste onderdeel van het te fotograferen onderwerp. Het beschikt over een zekere exibiliteit waardoor ook andere onderdelen binnen het scherpgestelde gedeelte scherp worden weergegeven. Voor nadere informatie verwijzen wij naar de gebruiksaanwijzing van uw camera. VC-MECHANISME (Fig. & ?, ? ?) (Bevestigd voor Nikon- en Canonmodellen)De VC (Trillingscompensatie) is een mechanisme dat maakt dat foto’s minder onscherp verschijnen bij het maken van foto's zonder gebruik van statief. Hoe het VC-mechanisme gebruiken 1) Actieveer de VC-knop ⑪. *Deactiveer de VC wanneer u deze niet gaat gebruiken. 2) Druk de sluiterknop tot de helft in om het effect van de VC te controleren.
De VC is voornamelijk nuttig voor het nemen van foto’s in de volgende omstandigheden: Plaatsen met beperkte verlichting Plaatsen waar het gebruik van een itser verboden is Situaties waarbij de fotograaf het evenwicht moeizaam kan handhaven Panoramische opnames maken van een bewegend objectDe VC kan niet volledig effectief zijn in de volgende gevallen: Wanneer een foto vanuit een voertuig is genomen dat hevig beweegt. Fotograferen wanneer de camera bijzonder veel beweegt. Schakel de VC uit als u foto’s maakt met lange belichtingstijden. Als de VC hierbij geactiveerd is, kunnen er fouten optreden. Om wille van het werkingsprincipe van de VC zal het beeld op de display trillen onmidellijk na het indrukken van de sluiterknop. Dit is geen toestelfout. Wanneer de VC geactiveerd is, verbruikt de camera energie en er kunnen dus minder opnames gemaakt worden.
Het zoekerbeeld beweegt wanneer de camera in en uit wordt geschakeld. Dit is geen toestelfout. Wanneer u een opname maakt met een statief, schakelt u het apparaat in om over de compositie te beslissen. Zet de VC-schakelaar op OFF wanneer u een statiefgondel gebruikt. Het duurt nog ongeveer twee seconden na het loslaten van de sluiterknop vooraleer de VC stopt met bewegen en het blokkeringsmechanisme in werking treedt. Wanneer de VC in de OFF-stand staat, is het VC-objectief elektromagnetisch vergrendeld in het midden en wordt op dat moment nog steeds energie verbruikt. Daarom kan het afhankelijk van de gebruikte fotosoftware gebeuren dat de EXIF-gegevens "VC ON" vermelden, ook al werd de opname gemaakt bij "VC OFF".
Wanneer de lens van de camera afgenomen wordt, terwijl VC geactiveerd is, is het mogelijk dat de lens een klikgeluid maakt als de lens aan een schok blootgesteld wordt. Dit is geen toestelfout. Breng het objectief opnieuw aan op de camera en schakel de camera aan. Het geluid zou nu moeten verdwijnen.
De VC is in werking wanneer de sluiterknop voor de helft ingedrukt is (en blijft in werking tot een tweetal seconden nadat de sluiterknop losgelaten wordt. ) De VC kan worden gebruikt in modus AF of MF. ZOOMEN (Fig. & )? ?Draai de zoomring van het objectief terwijl u de camera d. m. v. de zoeker op het onderwerp ⑥richt en kader het onderwerp uit bij de gekozen brandpuntsafstand. ZOOMVERGRENDELINGSKNOP (Fig. & )?, ? ?De Modellen B018 zijn voorzien van een zoomvergrendelingsmechanisme dat voorkomt dat het objectief door zijn eigen gewicht gaat 'uitzakken' wanneer de camera aan de schouderriem wordt meegevoerd. De objectieven worden op 18mm vastgezat om spontaan uitdraaien te voorkomen. De zoomvergrendelingsknop activeren1) Vergrendelen: stel het objectief in op 18mm. Beweeg de knop in de richting van de ⑦camera tot de indexlijnen tegenover elkaar staan.
Het objectief is nu vergrendeld en kan niet door zijn eigen gewicht 'uitzakken'. 2) Ontgrendelen: beweeg de knop van de camera af. Het objectief is nu ontgrendeld en klaar om in te zoomen. De schakelaar kan niet worden bediend wanneer het objectief niet op 18mm is ingesteld. Forceer de schakelaar niet en probeer niet in te zoomen w anneer - het objectief is vergrendeld. Het vergrendelingsmechanisme is bedoeld om het 'uitzakken' van het objectief tegen te gaan wanneer de camera aan de schouderriem wordt meegevoerd. Als de lens in een lage of hoge hoekpositie wordt gebruikt, kan de lens tijdens een lange belichting zijn brandpuntafstand veranderen. Het objectief is in vergrendelde toestand op 18mm te gebruiken. ZONNEKAP (Fig. - )?, ? ?Als standaard-accessoire wordt een zonnekap met bajonetaansluiting (hieronder "zonnekap" genoemd) meegeleverd.
Wanneer u itsopnames maakt met een ingebouwde its wordt het gebruik van de zonnekap afgeraden (mogelijke schaduwvorming in het kader). Het bevestigen van de zonnekap (Fig. )? & ?Zorg ervoor dat Merkteken voor zonnekapaansluiting op de zonnekap tegenover het ②corresponderende indexteken ⑤ op het objectief staat en schuif ze tegen elkaar. Draai de zonnekap en druk deze gelijkmatig in de bajonetvatting (Fig. ?) en draai deze vervolgens met de klok mee (Fig. ?). Draai de zonnekap totdat het merkteken "TAMRON " naar boven wijst ?(Fig. ?) en op zijn plaats vastklikt. Bij het aanbrengen van de zonnekap dient u de scherpstel- en zoomring vast te houden zodat ze niet verdraaien. Zie er in het bijzonder bij groothoekopnames (35mm of minder) op toe dat de zonnekap op de juiste wijze is aangebracht. Bij onjuist gebruik kan het voorkomen dat de hoeken van uw opname van een schaduw worden voorzien.
Opbergen van de zonnekap (Fig. )?1) Keer de zonnekap om. Richt het objectief op de opening en plaatst vervolgens het merkteken voor de zonnekap op het objectief ③ tegenover het merkteken (TAMRON ) op ?de zonnekap. 2) Draai de zonnekap met de klok mee totdat het merkteken (•) naar boven wijst. (Fig. ?).
AANWIJZINGEN VOOR DE PRAKTIJK Het optisch ontwerp van de Di II houdt rekening met de diverse eigenschappen van digitale spiegelreex camera’s. Echter, als gevolg van het ontwerp van digitale spiegelreexcamera’s, kan zelfs als de nauwkeurigheid van de AF-scherpstelling binnen de specicaties ligt, het brandpunt iets voor of achter het optimale punt liggen wanneer u onder bepaalde omstandigheden met behulp van automatische scherpstelling foto’s neemt. De beeldcirkels van Di II-lenzen zijn ontworpen om te passen bij de digitale SLR-camera’s die beeldsensoren gebruiken die gelijkwaardig zijn aan APS-C (approx. 15,523,2mm). Gebruik geen Di II-lenzen met cameraÅfs die beeldsensoren gebruiken die groter zijn dan APS-C. Het gebruik van Di II-lenzen met zulke camera’s kan vignetteren op het beeld tot gevolg hebben.
Het Tamron-objectief dat hier wordt beschreven, maakt gebruik van een inwendig scherpstellingssysteem (IF-systeem). De eigenschappen van dit optische systeem maken dat de gezichtshoek (m. u. v. de stand oneindig) breder is dan die van objectieven die gebruik maken van een conventioneel scherpstelsysteem. Wanneer de ingebouwde its van uw camera wordt gebruikt, kan het voorkomen dat onregelmatige belichting plaatsvindt, in het bijzonder bij groothoekopnames. Dit is te wijten aan het beperkte bereik van de its en/of de plaatsing van de its t. o. v. het objectief (schaduwvorming). Het is aan te bevelen een andere its te gebruiken. Voor nadere informatie verwijzen wij u naar de gebruiksaanwijzing van uw camera. Bepaalde camera’s vermelden de minimale en maximale lensopening in afgeronde getallen. Dit wijst niet noodzakelijkerwijs op een fout.
Wanneer u een speciaal lter gebruikt, zoals een PL-lter, gebruik dan lage proellters. De dikke rand van een normaal lter kan vervloeiende randen veroozraken. HET BEHOUD VAN UW OBJECTIEF Raak nooit het lenselement of oculair aan met uw vingers.
Om stof te verwijderen kunt u een zacht objectiefkwastje gebruiken. Als het objectief niet in gebruik is voorziet u het van lensdoppen. Om hardnekkig vuil of vingerafdrukken van glasoppervlakken te verwijderen kunt u een druppeltje lenscleaner op een lenstissue doen en vanuit het midden met een draaiende beweging het geheel reinigen. Siliconendoekjes zijn uitsluitend geschikt voor reiniging van de niet-glazen onderdelen van het objectief. Vochtinwerking is de grootste vijand van uw objectief. Maak de lens altijd schoon en droog nadat u op vochtige locaties heeft gefotografeerd. Berg uw objectief schoon, koel en droog op. Als u het objectief in een paraattas opbergt, voeg dan een zakje silicaatgel bij om vochtinwerking tegen te gaan. Als blijkt dat het inwendige van het objectief condensvorming vertoont, dient u het naar een erkende reparateur te brengen.
Raak de aansluitcontacten nooit aan; stof, vuil en/of oxidatie kan een slecht contact tussen camera en objectief tot gevolg hebben. Als u uw uitrusting in sterk wisselende temperaturen wenst te gebruiken, berg deze dan in een fototas of plasticzak en las een acclimatisatieperiode in. Hiermee voorkomt u mogelijke storingen aan toestel en objectief.
■HOE VERMIJD IK HET BEWEGEN VAN DE CAMERAWanneer u met de telelens fotografeert, dient u ervoor te zorgen dat de camera niet wordt bewogen. Activeer de functie VC (Trillingscompensatie) voor het verminderen van de trillingen. Om de vervorming van de foto te reduceren zonder VC, moet u volgende stappen volgen:Om het bewegen van de camera te vermijden, stelt u hogere ISO-waarden in bij digitale fotocamera’s, en bij lmcamera’s gebruikt u lm met hogere ISO-waarden om een hogere sluitersnelheid te krijgen. Het gebruik van een statief is ook doeltreffend. Wanneer u met de camera vanuit de hand fotografeert, sta dan stil en zet de benen enigszins uit elkaar, houdt de ellebogen stevig tegen de borst en de camera stevig tegen het gezicht. Indien mogelijk, leun ergens tegenaan om uzelf te steunen of plaats de camera ergens op om beter houvast te krijgen.
U fotografeert ook beter vanuit de hand wanneer u uw adem inhoudt, terwijl u de sluiter langzaam en stevig indrukt. ■HET GEBRUIK VAN HET INGEBOUWDE FLITSAPPARAATWanneer u de ingebouwde its van de camera gebruikt, realiseer u dan dat de lenskap of het lenshuis het licht kan blokkeren en vignetteren van het beeld tot gevolg hebben. Gebruik geen lenskap wanneer u de ingebouwde its gebruikt. Zelfs zonder een lenskap kan vignetteren (boogvormige schaduw) plaatsvinden wanneer het licht geblokkeerd wordt door het lenshuis. Het is dus aan te raden een optisch itsapparaat te gebruiken (bevestiging op voet of beugel op camera). De condities, zoals de brandpuntsafstand en de scherpstelling, die vignettering veroorzaken variëren afhankelijk van het type camera. Het is aanbevolen om dit uit te proberen voor elke brandpuntsafstand en scherpstelling.
Bewaar deze na lezing op een plaats waar ze, zonodig, gemakkelijk kunnen worden ingezien. In deze gebruiksaanwijzing zijn de veiligheidsinstructies ingedeeld in de volgende twee categorieën: WAARSCHUWING:Wanneer de aanwijzingen die op deze manier worden aangegeven niet worden opgevolgd, kan dit leiden tot ernstig letsel of de dood. INSTRUCTIE:Wanneer de aanwijzingen die op deze manier worden aangegeven niet worden opgevolgd, kan dit leiden tot lichamelijk letsel of fysieke schade. WAARSCHUWING(1) Kijk met de lens niet direct in de zon. Dit kan resulteren in blindheid. (2) Houd de lens buiten het bereik van jonge kinderen. De lens kan vallen, waardoor het kind mogelijk letsel oploopt. De riem kan zich om de nek van het kind wikkelen, met eventuele verstikking tot gevolg. INSTRUCTIE(1) Laat de lens niet achter op plaatsen die blootstaan aan direct zonlicht.
Het licht dat door de lens wordt gereflecteerd kan zich richten op een object dat zich in de omgeving bevindt, waardoor brand kan ontstaan. Haal de lenskap van de lens wanneer hij niet in gebruik is. Belangrijk bij het gebruik van Tamron lenzen(2) Zorg ervoor dat u de lens goed bevestigt en vergrendelt wanneer u hem op de camera zet. Als de lens niet goed bevestigd is, kan hij vast komen te zitten, en wanneer hij niet goed vergrendeld is, kan hij van de camera vallen. Hierdoor kunnen de lens en de camera beschadigd worden of kan er lichamelijk letsel ontstaan. (3) Breng geen veranderingen of wijzigingen aan de lens aan. Hieroor kan de lens of de camera beschadigd raken. (4) Tijdens het maken van foto’s dient de lenskap op de lens bevestigd te zijn, zodat deze beschermd is tegen schadelijke lichtstralen. * De kap kan niet worden bevestigd wanneer bepaalde filters op de lens zijn geplaatst.
* Verwijder de kap wanneer hij bij het gebruik van flitslicht schaduwen aan de rand van het beeld veroorzaakt. (5) Belast de lens niet te zwaar wanneer hij op de camera is geplaatst.
Hierdoor kan het bevestigingsgedeelte van de lens en de camera beschadigd raken. Grote lenzen kunnen een zware belasting vormen voor het bevestigingsgedeelte. Houd de lens daarom altijd vast bij het bedienen en bewegen van de camera. (6) Tijdens de werking van de auto focus draait de focusring rond. Zorg ervoor dat hij vrij kan draaien en forceer de ring niet door er met de hand aan te draaien wanneer de camera in de auto focus modus staat. Hierdoor kan de lens of het binnenwerk van de camera beschadigd raken. (7) Gebruik de lens uitsluitend om te fotograferen. FotografeergebiedSchaduw die door lenskap en lenshuis wordt veroorzaaktDoor itslicht verlicht gebiedHet gebruik van het ingebouwde itsapparaat.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Tamron 18-200mm f/3.5-6.3 Di II VC stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Lens Tamron
Handleiding Lens
Nieuwste handleidingen voor Lens