Tallas D-DWP 1000 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Tallas D-DWP 1000 (120 pagina’s), behorend tot de categorie Waterpomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 10 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Tallas D-DWP 1000 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Tallas |
| Categorie: | Waterpomp |
| Model: | D-DWP 1000 |
Handleiding Tallas D-DWP 1000 – volledige tekst
NEDERLANDS 62 INHOUD 1. TOEPASSINGEN. 622. LIQUIDI POMPABILI. 623. TECHNISCHE GEGEVENS EN GEBRUIKSBEPERKINGEN. 624. BEHEER. 634. 1 Opslag. 634. 2 Transport. 634. 3 Gewicht en afmetingen. 635. WAARSCHUWINGEN. 636. INSTALLATIE. 637. ELEKTRISCHE AANSLUITING. 648. STARTEN. 649. VOORZORGSMAATREGELEN. 6410. ONDERHOUD EN REINIGING. 6410. 1 Reiniging van het aanzuigrooster. 6510. 2 Pulizia della girante. 6511. PROBLEMEN OPSPOREN. 6512. GARANtie. 65 WAARSCHUWINGEN Lees deze documentatie aandachtig door vóór de installatie. Trek steeds de stekker uit het stopcontact alvorens enige interventie uit te voeren. Vermijd absoluut de droge werking: de pomp mag enkel worden aangeschakeld wanneer hij is ondergedompeld in het water. Wanneer het water is weggezogen moet de pomp onmiddellijk worden uitgeschakeld door de stekker uit het stopcontact te trekken. 1.
TOEPASSINGEN Krachtige dompelpompen voor draineren, ledigen en kleinschalige irrigatie; ze kunnen ook met vuil water met maximaal 38 mm grote voorwerpen in suspensie gebruikt worden. Pompen voor huishoudelijk gebruik, met manuele of automatische werking, voor het droogleggen van kelders en ondergrondse garages die kunnen onderlopen, voor het leegpompen van zinkputten, straatkolken of regenwaterputten aangesloten op dakgoten, enz. Dankzij hun compacte, goed te hanteren vorm kunnen deze pompen ook worden gebruikt als draagbare pompen voor bijzondere toepassingen in noodgevallen, zoals het oppompen van water uit tanks of rivieren, het leegpompen van zwembaden en fonteinen of van afgravingen en onderdoorgangen. De pomp is ook geschikt voor tuinieren en hobby’s in het algemeen.
Volgens de normen voor ongevallenpreventie die op dit gebied van kracht zijn, mogen deze pompen niet worden gebruikt in zwembaden, vijvers, bassins waar zich mensen bevinden, of voor het pompen van koolwaterstoffen (benzine, gasolie, stookolie, oplosmiddelen enz. ).
Zij werden niet ontworpen voor continu gebruik, maar voor gebruik in noodsituaties met beperkte duur. Maak de pomp schoon alvorens ze terug op te bergen: zie hoofdstuk “Onderhoud en Schoonmaak”. 2. POMPBARE VLOEISTOFFEN Schoon water Regenwater Grijs afvalwater Afvalwater Ongezuiverd verontreinigd water dat vaste voorwerpen met lange vezels bevat o Fonteinwater Water van rivieren of meren Max. afmetingen deeltjes [mm] Ø 38 Geschikt o Niet geschikt De pomp is waterdicht en moet in de vloeistof worden ondergedompeld tot op een max. diepte van 7 m. Zie Tabel 3. 3. TECHNISCHE GEGEVENS EN GEBRUIKSBEPERKINGEN Voedingsspanning: 220-240V, zie het plaatje met elektriciteitsgegevens Vertraagde lijnzekeringen (versie van 220-240V): waarden bij benadering (ampère) Temperatuurbereik van de vloeistof: -10°C +40°C Lijnzekeringen 220-240V 50Hz 3 Tabel 1 Tabel 2.
1 Tabel 3 Als de pomp geen ondersteuning heeft kan hij het gewicht van de leidingen niet dragen; dit gewicht moet derhalve op een andere manier worden ondersteund. 4. BEHEER 4. 1 Opslag Alle pompen moeten worden opgeslagen in een overdekte, droge ruimte met een zo mogelijk constante luchtvochtigheid, zonder trillingen en stof. Ze worden geleverd in hun oorspronkelijke verpakking, waarin ze tot aan het moment van installatie moeten blijven. 4. 2 Transport Voorkom dat er onnodig tegen de producten wordt gestoten en gebotst. 4. 3 Gewicht en afmetingen De sticker aangebracht op de verpakking vermeldt het totaalgewicht en de afmetingen van de elektropomp. 5. WAARSCHUWINGEN De pompen mogen niet worden verplaatst, worden opgeheven of werken terwijl ze opgehangen zijn aan de voedingskabel. Gebruik hiervoor enkel het specifiek handvat. De pomp mag nooit droog draaien.
De pomp moet zodanig geplaatst zijn dat de openingen van de aanzuigvoet niet geheel of gedeeltelijke door vuil verstopt raken. De afdichting bevat een niet-giftig smeermiddel, dat echter de eigenschappen van het water kan aantasten (als het gaat om zuiver water) in het geval dat de pomp zou lekken. De pomp is voorzien van een thermische motorbeveiliging.
In geval van een eventuele oververhitting van de motor, stopt de thermische motorbeveiliging de pomp automatisch. Na een afkoeltijd van ongeveer 15-20 minuten gaat de pomp automatisch weer aan. Na inwerkingtreding van de thermische motorbeveiliging, moet in ieder geval de oorzaak daarvan opgespoord en verholpen worden. Raadpleeg Het Opsporen van Storingen. 6. INSTALLATIE Draai de elleboogbuis met slangaansluiting, aanwezig in de verpakking, vast. De versie voor vuil water beschikt enkel over een aansluiting voor buizen met afmeting 1’’1/2. Indien men een buis wenst te gebruiken met grotere diameter, dan moet de elleboogbuis worden vervangen. Gebruik tevens een klemring om de buis te bevestigen aan de aansluiting. Het gebruik van buizen met een interne diameter van minstens 38 mm wordt aanbevolen, om de vermindering van de pompprestaties en het ontstaan van verstoppingen te vermijden.
Indien de putbodem waarop de pomp steunt erg vuil is, is het nuttig een verhoogde steun te plaatsen om te vermijden dat het rooster aan de aanzuigzijde verstopt wordt (Fig. 1).
NEDERLANDS 64 Dompel de pomp volledig in het water. De put moet de volgende minimale afmetingen hebben: Min. afmetingen basis min. (mm) 400x400 / min. hoogte (mm) 400 De vlotter moet vrij kunnen bewegen, laat minstens 5 cm afstand tot de wand van de put. De afmetingen van de put moeten steeds in verhouding zijn met de hoeveelheid aangevoerd water en het pompdebiet, zodat de motor niet te vaak moet opstarten per uur. Het wordt strikt aanbevolen om niet meer dan 20 keer op te starten per uur. De pomp moet worden geïnstalleerd in verticale positie 7. ELEKTRISCHE AANSLUITING De lengte van de voedingskabel die op de pomp aanwezig is beperkt de maximale dompeldiepte bij het gebruik van de pomp zelf. Respecteer de aanduidingen op het typeplaatje en in deze handleiding, tabel 3. 8.
STARTEN Er bestaan twee werkmodi: MANUEEL (A) De elektropompen zijn voorzien van een vlotter, maar kunnen tevens in de manuele werkmodus werken, zie Afbeelding. 2 1) Bevestig de vlotterschakelaar zodat hij in een verticale positie blijft boven de pomp (met de kabel naar beneden) (a). Zolang de vlotterschakelaar omhoog blijft, blijft de pomp werkzaam onafhankelijk van het waterpeil. 2) Steek de stekker van de voedingskabel in een 220-240V stopcontact. 3) De pomp zal nu beginnen werken: controleer dat ze steeds is ondergedompeld in de aan te zuigen vloeistof. Let op: de pomp zal niet automatisch uitschakelen. Eens het minimumpeil werd bereikt moet de gebruiker de pomp manueel uitschakelen of de stekker uit het stopcontact verwijderen of de vlotter terug omlaag brengen (automatische werking). Het maximum aanzuigpeil wordt enkel bereikt tijdens de manuele werking.
AUTOMATISCH (B) De modellen uitgerust met een vlotterschakelaar worden automatisch in werking gesteld wanneer het waterpeil stijgt en zullen analoog worden uitgeschakeld wanneer het minimumpeil wordt bereikt (Afbeelding. 3). 1) Zorg ervoor dat de vlotter vrij kan bewegen. 2) Steek de stekker van de voedingskabel in een 220-240V stopcontact. 3) Wanneer de vlotter het ON-peil heeft bereikt zal de pomp worden opgestart en blijven werken totdat het OFF-peil werd bereikt. Afstellen hoogte start/stop: (Raadpleeg het hoofdstuk Technische Gegevens om de minimumhoogte voor aan- en uitschakeling te kennen. ) De kabellengte moet enerzijds voldoende zijn om ervoor te zorgen dat de vlotterschakelaar vrij kan bewegen en anderzijds vermijden dat deze zich op de bodem ophoopt. Het stukje kabel tussen de vlotterschakelaar en kabelstopgroef mag niet korter zijn dan 10 cm.
Hoe korter het stukje kabel tussen vlotterschakelaar en kabelstopgroef, hoe lager de starthoogte en hoe hoger de stophoogte. Het bevestigingspunt kan worden gewijzigd, bijvoorbeeld tot op de onderste clip. Met eenzelfde lengte zal dan een lagere stop- en starthoogte worden bekomen (Afbeelding. 4). De pomp is voorzien van een klemring (Afbeelding. 5) voor bevestiging van de vlotterkabel en ter verhindering van de verplaatsing van de clip. Indien men het vrije deel van de vlotterkabel wenst te verlengen of verkorten moet de klemring op analoge wijze worden verplaatst. Indien dit niet mogelijk is moet hij worden vervangen. De eenfasemotoren zijn uitgerust met een ingebouwde thermische en amperometrische beveiliging en kunnen rechtstreeks worden uitgerust op het voedingsnet. NB: de motor stopt automatisch bij overbelasting.
Na afkoeling start hij automatisch terug op zonder dat er interventies vereist zijn. De filter werd zo ontworpen dat er een vrije doorgang is van 30 mm tot 5 mm. Bij gebruik in schoon water volstaat het hem te verdraaien en omlaag te brengen. 9.
VOORZORGSMAATREGELEN BEVRIEZINGSGEVAAR: wanneer de pomp buiten werking blijft bij een temperatuur lager dan 0°C, moet men er voor zorgen dat er geen waterresten in de pomp kunnen bevriezen, waardoor er barsten zouden kunnen ontstaan in de plastic onderdelen. Indien de pomp werd gebruikt met vloeistoffen die neerslaan of met bleekwater, dan moet ze na gebruik worden gespoeld met behulp van een krachtige waterstraal, om neerslag- of korstvorming te vermijden, wat zou leiden tot de vermindering van de pompprestaties. 10. ONDERHOUD EN REINIGING Bij de normale werking vereist de elektropomp geen enkel onderhoud In ieder geval mogen alle reparaties en onderhoudswerkzaamheden pas worden uitgevoerd nadat de pomp is afgekoppeld van het voedingsnet.
NEDERLANDS 65 10. 1 Reiniging van het aanzuigrooster (Afbeelding. 6) De elektrische voeding van de pomp uitschakelen. De pomp aftappen. Draai de bevestigingsschroeven op de filter (b) los. Het aanzuigrooster verwijderen (c). Het aanzuigrooster reinigen en weer terugplaatsen. 10. 2 Reiniging van de rotor(Afbeelding. 7) De elektrische voeding van de pomp uitschakelen. De pomp aftappen. Draai de bevestigingsschroeven op de filter (b) los. Het aanzuigrooster verwijderen (c). De pomp afwassen met schoon water om vuil dat mogelijk tussen de motor en de pompmantel zit te verwijderen (d). De rotor schoonmaken (d). Controleren of de rotor vrij kan draaien. De onderdelen in elkaar zetten door de demontagewerkzaamheden omgekeerd uit te voeren. 11.
PROBLEMEN OPSPOREN Voordat begonnen wordt met het opsporen van storingen, moet de pomp eerst losgekoppeld worden van het elektriciteitsnet (door de stekker uit het stopcontact te halen). Indien de voe-dingskabel of een elektrisch onderdeel van de pomp beschadigd zijn, mogen deze alleen door de fabrikant of diens technische klantenservice of door een iemand met gelijke bevoegdheid. STORINGEN CONTROLES (mogelijke oorzaken) OPLOSSINGEN 1 De motor start niet en maakt geen geluiden. A. Controleren of er spanning op de motor staat. B. De veiligheidszekeringen contro-leren. C. De schakelaar wordt niet geactiveerd door de vlotter. A. Controleer dat de stekker correct in het stopcontact steekt. B. Hen vervangen als ze doorgebrand zijn. C. - Nagaan of de vlotter vrij kan bewegen. Breng hem omhoog. - De diepte van de put vergroten. 2 Het debiet van de pomp is onvoldoende. A.
Vervang de pomp met één met een hogere opvoerhoogte. D. Wacht minstens 1 minuut totdat de lucht wordt verwijderd. 3 De pomp stopt Niet. A. De schakelaar wordt niet gedeactiveerd door de vlotter. A. Nagaan of de vlotter vrij kan bewegen. 4 Het debiet is Onvoldoende. A. Nagaan of het aanzuigrooster niet gedeeltelijk verstopt zit. B. Nagaan of de rotor of de persleiding niet Gedeeltelijk verstopt zitten of aangekoekt zijn. C. Controleren of de terugslagklep (indien aanwezig) niet gedeeltelijk verstopt zit. A. Eventuele verstop-pingen opheffen. B. Eventuele verstop-pingen opheffe. C. De terugslagklep grondig scho-onmaken. 5 De pomp stopt na korte tijd te hebben gewerkt. A. De thermische/ampèro-metri-sche beveiliging laat de pomp stoppe. A. Nagaan of de te pompen vloeistof geen te grote dichtheid heeft, want daardoor raakt de motor oververhit. B.
Controleren of de temperatuur van het water niet te hoog is. C. Controleer of de waaier niet door een vast lichaam geblokkeerd wordt. 12. GARANTIE Elke wijziging waarvoor geen voorafgaande toestemming verkregen is, ontheft de fabrikant van iedere verantwoor-delijkheid. Alle vervangingsonderdelen die worden gebru-ikt bij reparaties moeten originele onderdelen zijn, en alle accessoires moeten geautoriseerd zijn door de fabrikant, zodanig dat de maximale veiligheid van de machines en van de installaties waarop zij gemonteerd kunnen wor-den, wordt gewaarborgd. Dit product wordt gedekt door een wettelijk voorziene garantie (in de Europese Gemeenschap gedurende 24 maanden, met ingang op de aankoopdatum) voor alle storingen te wijten aan fabricagefouten of gebruikt materiaal.
Het product kan gratis worden vervangen door een perfect werkend product of gratis worden hersteld wanneer de volgende condities zich voordoen: Het product correct werd gebruikt, conform de instructies en er geen poging werd ondernomen voor herstelling door de koper zelf of derden.
Het product werd overhandigd aan het verkooppunt, samen met het aankoopbewijs (factuur of kassabon) en een korte beschrijving van het opgetreden probleem. Het vliegwiel en de onderdelen onderhevig aan slijtage worden niet gedekt door de garantie. De uitvoering van interventies tijdens de garantieperiode resulteert nooit in de verlening van deze periode.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Tallas D-DWP 1000 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Waterpomp Tallas
Handleiding Waterpomp
Nieuwste handleidingen voor Waterpomp