Tallas D-ECONCEPT 1000 Handleiding

Tallas Waterpomp D-ECONCEPT 1000

Bekijk gratis de handleiding van Tallas D-ECONCEPT 1000 (224 pagina’s), behorend tot de categorie Waterpomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 11 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Tallas D-ECONCEPT 1000 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/224
INSTRUCTIONS FOR INSTALLATION AND MAINTENANCE (GB)
ISTRUZIONI PER L'INSTALLAZIONE E LA MANUTENZIONE (IT)
INSTALLATIONS- UND WARTUNGSANLEITUNGEN (DE)
INSTRUCTIONS POUR L'INSTALLATION ET LA MAINTENANCE (FR)
INSTRUCCIONES DE INSTALACIÓN Y MANTENIMIENTO (ES)
NÁVOD K INSTALACI A ÚDRŽBĚ (CZ)
ASENNUS- JA HUOLTO-OHJEET (FI)
INSTRUCTIES VOOR INSTALLATIE EN ONDERHOUD (NL)
ИНСТРУКЦИИПО МОНТАЖУ И ТЕХОБСЛУЖИВАНИЮ (RU)
POKYNY K INŠTALÁCII A ÚDRŽBE (SK)

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Tallas
Categorie: Waterpomp
Model: D-ECONCEPT 1000

Handleiding Tallas D-ECONCEPT 1000 – volledige tekst

6 HO: Teller aantal uren aangeschakeld. 1635. 1. 7 HW: Teller aantal bedrijfsuren van elektropomp. 1635. 1. 8 NR: Aantal starten. 1635. 1. 9 EN: Meter opgenomen energie. 1635. 1. 10 ES: Besparing. 1635. 1. 11 FC: Volumemeter gepompte vloeistof. 1635. 1. 12 VE: weergave van de versie. 1635. 1. 13 FF: weergave storingen en waaarschuwingen (geschiedenis). 1645. 2 Menu Monitor. 1645. 2. 1 CT: contrast van het display. 1645. 2. 2 BK: helderheid van het display. 1645. 2. 3 TK: inschakeltijd achterverlichting. 1645. 2. 4 TE: weergave dissipatortemperatuur. 1645. 3 Menu Setpoint. 1645. 3. 1 SP: instelling van de setpointdruk. 1645. 4 Menu Handbediening. 1645. 4. 1 RI: snelheidsinstelling. 1655. 4. 2 VP: weergave van de druk. 1655. 4. 3 VF: weergave van de stroming. 1655. 4. 4 PO: weergave van het opgenomen vermogen. 1655. 4. 5 C1: weergave van de fasestroom. 1655.

NEDERLANDS 155 5. 6. 8 AF: activering antibevriezingsfunctie. 1675. 7 RF: reset van storingen en waarschuwingen. 1676. VEILIGHEIDSSYSTEMEN. 1676. 1 Beschrijving van de blokkeringen. 1686. 1. 1 “BL” Anti Dry-Run (beveiliging tegen droog lopen). 1686. 1. 2 Anticycling (beveiliging tegen continu in- en uitschakelen zonder vraag van de gebruikspunten) 1686. 1. 3 Anti-Freeze (beveiliging tegen bevriezing van het water in het systeem). 1686. 1. 4 “BP1” Blokkering wegens defect in de druksensor op de perszijde (drukopbouw installatie). 1686. 1. 5 “PB” Blokkering wegens voedingsspanning buiten grenzen. 1686. 1. 6 “SC” Blokkering wegens kortsluiting tussen de motorfasen. 1696. 2 Handmatige reset van foutcondities. 1696. 3 Automatisch herstel van foutcondities. 1697. RESET EN FABRIEKSINSTELLINGEN. 1697. 1 Algemene reset van het systeem. 1697. 2 Fabrieksinstellingen. 1697.

3 Herstel van de fabrieksinstellingen. 1698. BIJZONDERE INSTALLATIES. 1709. ONDERHOUD. 1719. 1 Meegeleverd gereedschap. 1719. 2 Schoonmaak van de geïntegreerde filter. 1729. 2 Legen van het systeem. 1729. 3 Terugslagklep. 1729. 4 Motoras. 17310. OPLOSSEN VAN PROBLEMEN. 17411. AFVOER ALS AFVAL. 17512. GARANTIE. 175 LEGENDA In deze publicatie zijn de volgende symbolen gebruikt: Situatie met algemeen gevaar. Het niet in acht nemen van de voorschriften die na dit symbool volgen kan persoonlijk letsel of materiële schade tot gevolg hebben. Situatie met gevaar voor elektrische schok. Veronachtzaming van de voorschriften die na dit symbool volgen kan een situ-atie met ernstig risico voor de gezondheid van personen tot gevolg hebben. Opmerkingen WAARSCHUWINGEN Lees deze documentatie aandachtig door vóór de installatie.

Gepompte vloeistoffen De machine is ontworpen en gebouwd om water zonder ex-plosieve stoffen, vaste partikels of vezels te pompen, met een dichtheid van 1000 kg/m3 en een kinematische viscositeit die gelijk is aan 1 mm2/s, en vloeistoffen die niet chemisch agressief zijn. Het niet in acht nemen van de waarschuwingen kan gevaarlijke situaties veroorzaken voor personen of voorwerpen, en doet de garantie op het product vervallen. 1. ALGEMENE INFORMATIE Toepassingen Voor vaste of draagbare installatie in watervoorzienings- of druksystemen voor huishoudelijk gebruik, kleine landbouwbedrijven, moestuinen of tuinen, huishoudelijke noodsituaties en doe-het-zelfdoeleinden in het algemeen.

Dit product is een geïntegreerd systeem bestaande uit een zelfaanzuigende elektrische centrifugaalpomp met meerdere stadia, met een elektronisch stuurcircuit (inverter) en een filter voor verwijdering van onzuiverheden aan de ingang. De installatie heeft de volgende interfacepunten voor de gebruiker, zie Afb. 1:.

NEDERLANDS 156 1. Aanzuigaansluiting (ingang). 2. Persaansluiting (uitgang). 3. Vulopening en onderhoud filter. 4. Afvoeropening. 5. Ontluchtingsopening en buitengewoon onderhoud antihevelklep. 6. Bedieningspaneel en display voor weergave staat. 7. Handgreep voor verplaatsing en transport. 8. Opening voor buitengewoon onderhoud motoras. Afb. 1 1. 1 Geïntegreerde inverter De geïntegreerde elektronische besturing van het systeem is van het type met inverter en maakt gebruik van stromings-, druk- en temperatuursen-soren, die eveneens in het systeem zijn geïntegreerd. Door middel van deze sensoren schakelt het systeem zichzelf automatisch in en uit, volgens de eisen van de gebruiker, en is het in staat storingscondities te detecteren, te voorkomen en te signaleren.

De besturing door middel van een inverter waarborgt diverse functies, waarvan, voor de pompsystemen, het handhaven van een constante druk aan de perszijde en energiebesparing de belangrijkste zijn.  De inverter is in staat de druk van een hydraulisch circuit constant te houden door de draaisnelheid van de elektropomp te variëren. Bij werking zonder inverter kan de elektropomp niet moduleren, en wan-neer het gevraagde debiet stijgt neemt de druk noodzakelijkerwijze af, of omgekeerd; hierdoor is de druk te hoog bij lage debieten of is de druk te laag wanneer het gevraagde debiet toeneemt.  Door de draaisnelheid te variëren in functie van de momentele vraag van het gebruikspunt, beperkt de inverter het vermogen dat wordt afgegeven aan de elektropomp tot de druk die minimaal noodzakelijk is om te verzekeren dat aan de vraag wordt voldaan.

De werking zonder inverter voorziet dat de elektropomp altijd is ingeschakeld, en uitsluitend op het maximale vermogen. Zie voor de configuratie van de parameters de hoofdstukken 4-5. 1. 2 Geïntegreerde elektropomp Het systeem omvat een elektrische centrifugaalpomp met meerdere ro-toren die wordt aangedreven door een watergekoelde driefasige elektro-motor.

De koeling van de motor door water in plaats van lucht zorgt voor minder lawaai van het systeem en maakt het mogelijk hem ook in niet-geventileerde ruimten te plaatsen. De grafiekdie staat afgebeeld in Afb. 2 toont de curve van de hydraulische prestaties. Door automatisch de draaisnelheid van de elektropomp te moduleren maakt de inverter het de pomp mogelijk om zijn werkpunt zoals nodig is te verplaatsen naar een willekeurig deel van het gebied onder de eigen curve, om de ingestelde constante druk (SP) te handhaven. De rode curve duidt het verloop van het systeem aan met setpoint ingesteld op 3. 0 bar. Afb. 2 Hieruit volgt dat het systeem, als SP = 3,0 bar, in staat is om een constante druk te verzekeren op de gebruikspunten die debieten vragen van tussen 0 en 55 liter/minuut.

Voor hogere debieten werkt het systeem volgens de karakteristieke curve van de elektropomp op maximale draaisnelheid. Voor debieten onder bovengenoemde grenzen verzekert het systeem de constante druk, maar reduceert het het opgenomen vermogen en dus het energieverbruik. De hierboven vermelde prestaties gelden bij een omgevings- en watertemperatuur van ongeveer 20 °C, gedurende de eerste 10 minuten waarin de motor werkt, en met het waterniveau bij de aanzuiging op een diepte van niet meer dan 1 meter.

NEDERLANDS 157 Naarmate de aanzuigdiepte toeneemt, nemen de prestaties van de elektropomp af. 1.3 Geïntegreerde filter De installatie is uitgerust met een filterpatroon aan de pompingang die mogelijke onzuiverheden in het water tegenhoudt. Het wasbare filterpatroon met net heeft een schakel van 0,5 mm. De vulopening (3-Afb.1) leidt tot het filterpatroon voor het buitengewoon onderhoud (par.9.2). Via het doorschijnende gedeelte van de vulopening kan u nagaan of het patroon moet worden gewassen. 1.4 Technische kenmerken Onderwerp ParameterValore 1000 ELEKTRISCHE VOEDING Spanning 1 ~ 220-240 VAC Frequentie 50/60 Hz Max. vermogen 1000 W Maximale stroomsterkte 4.8 [Arms] Aardlekstroom

NEDERLANDS 158 Het systeem kan niet weerstaan aan het gewicht van de leidingen en moet derhalve op een andere wijze ondersteund worden. Gevaar voor stijging van de watertemperatuur in de pomp: als de pomp lange tijd functioneert zonder of met weinig waterafgifte, kan de watertemperatuur in de zodanig pomp stijgen dat er materiële schade of persoonlijk letsel kan worden veroorzaakt op het moment van de afgifte. Deze situatie doet zich over het algemeen voor na een lange serie opeenvolgende in- en uitschakelingen van de pomp.

Dit gebeurt typisch in starre systemen (zonder expansievat), en de oorzaken kunnen zijn: - een klein lek (ook slechts enkele druppels) dat een zodanige drukdaling veroorzaakt dat de pomp opnieuw wordt gestart, maar er onvoldoende waterverversing plaatsvindt - te lage RP-waarden die geen drukstabilisatie en reguliere uitschakeling mogelijk maken - onjuiste instelling van de versterkingen GI en GP die schommeling van de regeling veroorzaakt De situatie wordt verergerd in het geval van: - een hoog setpoint (SP) waardoor er een groter vermogen wordt afgegeven naar het water; - zeer lange uitschakeltijden T2 waardoor er langer vermogen wordt afgegeven aan het water. Plaats de installatie best zo dicht mogelijk bij de te pompen vloeistof. Laat het systeem enkel werken in een horizontaal vlak en wanneer het stabiel steunt op zijn rubber steunvoetjes.

In geval van een vaste installatie moet u een positie uitkiezen die toegang en visibiliteit garandeert naar het stuur- en bedieningsbord (6-Afb. 1). In geval van een vaste installatie moet u voorzien in voldoende vrije ruimte voor het gewoon onderhoud van de geïntegreerde filter (par. 9. 2). In geval van een vaste installatie raden wij aan een afsluiter te monteren zowel op de aanzuigzijde als op de perszijde. Daarmee kan de lijn voor en achter het systeem correct worden afgesloten wanneer dit nodig is voor onderhoudsinterventies en schoonmaak of gedurende periodes van buitendienststelling.

In geval van een vaste installatie raden wij aan een expansievat aan te sluiten op de persleiding, zodat het systeem elastisch wordt en beschermd wordt tegen leidingslagen. Het volume van het expansievat is niet bindend (1 liter is voldoende), de aanbevolen voorbelasting bedraagt 1bar lager dan het ingestelde setpoint. Indien water moet worden gepompt waarin aanzienlijk veel vreemde lichamen aanwezig zijn en u het aantal schoonmaakinterventies van de geïntegreerde filter wenst te verminderen, zorg dan voor installatie van een extra externe filter aan de ingang van het systeem, geschikt om de onzuiverheden tegen te houden.

Door een filteraan te brengen op de aanzuiging nemen de hy-draulische prestaties van het systeem af in verhouding tot het belastingverlies dat door het filterzelf wordt veroorzaakt (in het algemeen geldt dat hoe groter het filtervermogen,des te sterker de daling van de prestaties. 2. 1 Hydraulische aansluitingen De installatie verzekert enkel de vermelde prestaties indien aan de ingang en uitgang leidingen worden gebruikt met een diameter van minstens die van de openingen van het systeem (1”). Voor wat betreft de positie ten opzichte van het water dat gepompt moet wor-den, kan de installatie van het systeem “boven waterniveau” of “onder water-niveau” worden genoemd. In het bijzonder wordt een installatie “boven wa-terniveau” genoemd wanneer de pomp op een niveau boven dat van het te pompen water wordt geplaatst (bv.

pomp aan het oppervlak en water in de put); omgekeerd wordt een installatie “onder waterniveau” genoemd wanneer de pomp op een niveau onder dat van het te pompen water wordt geplaatst (bv. hangende tank en pomp eronder). Als de installatie van het type “boven waterniveau” is, moet de aanzuigleiding vanaf de waterbron naar de pomp aflopendwor-den gemonteerd, om de vorming van zwanehalzen of sifons te vermijden.

Plaats de aanzuigslang niet boven pompniveau (om te voorkomen dat er zich luchtbellen in de aanzuigslang vor-men). De aanzuigslang moet aan zijn ingang op minstens 30 cm onder het waterniveau aanzuigen, en moet over de hele lengte waterdicht zijn, tot aan de ingang van de elektropomp. Voor diepte opzuiging boven de vier meter of met aanzienlijk horizontale trajecten,het is de toepassing van een opzuigingsbuis aan te raden van grotere diameter dan diegene van de pomp opzuigingsmond. Indien de aanzuigbuis vervaardigd is in rubber of in een flexibel materiaal, moet u steeds controleren dat dit versterkt is en vacuumbestendig, om te vermijden dat deze zou vernauwen ten gevolge van de aanzuiging. Vermijd bij installatie onder waterniveau zwanenhalzen en sifons in de aanzuigleidingen en controleer dat deze hermetisch dicht zijn.

De aanzuig- en persleidingen moeten aangesloten worden op de installatie via de voorziene schroefdraad: 1 inch buitendraad op draaikoppeling in technopolymeer. Wanneer voor de hermetische dichting van de aansluiting hulpmateriaal (bv. teflon, jute,…) wordt gebruikt, moet u opletten dat u niet overdrijft met de hoeveelheid materiaal in de dichting: onder invloed van een correct spankoppel (bv. pijptang met lange arm), kan de overmaat aan materiaal zorgen voor een abnormale belasting op de koppeling in technopolymeer en deze definitief beschadigen. Draaikoppelingen zorgen voor een eenvoudigere installatie van het systeem. 2. 2 Vulwerkzaamheden Installatie boven en onder waterniveau Installatie “boven het water” (par. 2. 1): draai de vuldop (3-Afb. 1) handmatig of met behulp van het bijgeleverd gereedschap los en verwijder de vuldop; verwijder ook de ontluchtingsdop (5-Afb.

NEDERLANDS 159 schroevendraaier of het bijgeleverd gereedschap; vul vervolgens de installatie met schoon water via de vulopening (ongeveer 1 liter). Wanneer het water uit de ontluchtingsbuis loopt moet u de dop terug en met zorg vastdraaien, nogmaals bijvullen via de vuldop en de vuldop volledig terug vastdraaien. Geadviseerd wordt de terugslagklep aan het uiteinde van de aanzuigleiding te monteren (bodemklep), zodat ook deze helemaal kan worden gevuld bij de vulwerkzaamheden. In dit geval is de hoeveelheid water die nodig is voor het vullen afhankelijk van de lengte van de aanzuigleiding. Installatie “onder waterniveau” (par. 2. 1): als er tussen de watervoorraad en het systeem geen afsluitkleppen aanwezig zijn (of als deze open zijn), wordt het systeem automatisch gevuld zodra de opgesloten lucht naar bu-iten kan. Nadat de ontluchtingsdop (5-Afb.

1) een beetje werd losgedraaid (zodat de lucht kan ontsnappen), kan het systeem volledig worden gevuld. Volg deze handeling goed op en sluit de ontluchtingopening van zodra er water uitloopt (wij raden aan hoe dan ook een afsluitventiel te installeren op de aanzuigleiding en deze te gebruiken tijdens de vulfase met open dop). Als alternatief, indien de aanzuigleiding is afgesloten door een gesloten ventiel, kan de vulfase op een analoge wijze worden uitgevoerd zoals beschreven voor de installatie boven waterniveau. 3. INBEDRIJFSTELLING 3. 1 Elektrische aansluitingen Om de immuniteit tegen mogelijk uitgestraald geluid naar andere ap-paraten te verbeteren, wordt geadviseerd een aparte elektriciteitsleiding te gebruiken voor de voeding van het product. Let op: neem altijd de veiligheidsvoorschriften in acht.

De elektrische installatie moet worden uitgevoerd door een er-varen erkende elektricien, die alle verantwoordelijkheid hiervoor op zich neemt. Geadviseerd wordt om de installatie correct en veilig te aarden, zoals wordt vereist door de geldende normen op dit gebied.

De lijndruk kan veranderen bij het starten van de elektropomp. De spanning op de lijn kan veranderingen ondergaan afhankelijk van andere inrichtingen die met de lijn verbonden zijn en de kwaliteit van de lijn zelf. De aardlekschakelaar ter bescherming van de installatie moet correcte afmetingen hebben in functie van de eigenschappen van de tabel 1. Wij raden het gebruik aan van een aardlekschakelaar type F beschermd tegen onbedoelde activering. Indien de aanwijzingen uit deze handleiding tegenstrijdig zijn met de geldende normen, volg dan de betreffende normen. De magnetothermische veiligheidsschakelaar moet correct gedi-mensioneerd zijn (Zie Technische eigenschappen). 3. 2 Configuratie van de geïntegreerde inverte Het systeem is door de fabrikant geconfigureerdom te voldoen aan de meestvoorkomende installatiesituaties waarin wordt gewerkt met constan-te druk.

De belangrijkste parameters die in de fabriek zijn ingesteld zijn als volgt:  Set-Point (waarde van de gewenste constante druk): SP = 3,0 bar / 43. 5 psi.  Verlaging van de druk voor herstart RP = 0,3 bar / 4. 3 psi.  Anticyclingfunctie: Uitgeschakeld. Deze en andere parameters kunnen echter voor elke installatie op zich door de gebruiker worden ingesteld. Zie par. 4-5 voor de specificatie. Voor de bepaling van de parameters SP en RP heeft de druk waarbij het systeem start de volgende waarde: Pstart = SP – RP Voorbeeld: 3,0 – 0,3 = 2,7 bar in de standaardconfigurati. De installatie werkt niet wanneer het gebruikspunt zich op een hoogte bevindt groter dan het aantal meter waterkolom van Pstart (beschouw 1 bar = 10 m. c. a. ): voor de defaultconfiguratie, indien het gebruikspunt zich op een hoogte bevindt van minstens 27 m boven de installatie, dan zal deze niet opstarten. 3.

3 Vooraanzuiging et vooraanzuiging van een pomp wordt de fase bedoeld gedurende wel-ke de machine probeert het huis en de aanzuigleiding te vullen met water. Als dit goed verloopt, kan de machine naar behoren functioneren.

Nadat de pomp gevuld is (par. 2. 2) en het apparaat geconfig-reerd (par. 3. 2), kan de elektrische voeding worden aangesloten nadat er minstens één gebruikspunt op het persgedeelte is geopend. De installatie start op en controleert of er water aanwezig is aan de perszijde. De pomp is correct “aanzuigend” wanneer er een waterstroom wordt gedetecteerd aan de perszijde. Dit is typisch voor de installazione onder het waterniveau (par. 2. 1). Het open gebruikspunt van de perszijde waaruit het gepompte water stroomt kan worden gesloten. Indien na 10 seconden er geen correct debiet werd gedetecteerd aan de perszijde, zal het systeem een droge werking signaleren (alarm BL). Bij de volgende manuele reset van de blokken (toetsen “+” en “-“) start de aanzuigprocedure (typische installatiewijze boven het waterniveau par 2. 1. Het systeem kan max.

NEDERLANDS 160 Op voorwaarde dat een aanzuigleiding van minstens 1” wordt gebruikt en dat deze goed gedicht is (zonder openingen of samenvoegingen waaruit lucht kan ontsnappen), werd het systeem ontworpen om te kunnen aanzuigen in condities tot 8 m diepte, in minder dan 5 minuten. Wanneer het systeem een continu debiet detecteert aan de perszijde, zal de aanzuigprocedure worden afgesloten en vangt de normale werkzijde aan. Het open gebruikspunt waaruit het gepompte water loopt kan nu worden gesloten. Indien na 5 minuten het product nog niet werd aangezogen, zal het systeem een droge werking signaleren op het display. In dit geval moet u de voeding loskoppelen, 10 minuten wachten en de aanzuigprocedure herhalen.

Werking Nadat de elektropomp vooraangezogen is, begint het systeem normaal te werken volgens de geconfigureerdeparameters: hij start automatisch wan-neer de kraan wordt geopend, levert water met de ingestelde druk (SP), houdt de druk ook constant wanneer er andere kranen worden geopend, en stopt automatisch na de tijd T2 nadat de uitschakelomstandigheden zijn bereikt (T2 kan worden ingesteld door de gebruiker, fabriekswaarde 10 sec). 4. TOETSENBORD EN DISPLAY Afb. 3: Uiterlijk van de gebruikersinterface De gebruikersinterface bestaat uit een toetsenbord met LCD-scherm en led voor signalering POWER, COMMUNICATION, ALARM, zie Figuur 3. Het display geeft de grootheden en de status-sen van het apparaat weer met indicaties omtrent de functionaliteit van de verschillende parameters. (Tabel 2). Met de MODE-toets is verplaatsing mogelijk over de diverse items binnen een menu.

Door deze toets minstens 1 sec in te drukken verspringt het display naar het vorige menu-item. Met de SET-toets kan het huidige menu worden afgesloten. Verlaagt de huidige parameter (als een parameter wijzigbaar is). Verhoogt de huidige parameter (als een parameter wijzigbaar is).

Tabel 2: Functies van de toetsen Door de toets “+” of de toets “-” lang in te drukken is automatische ver-hoging/verlaging van de geselecteerde parameter mogelijk. Nadat de toets “+” of de toets “-” 3 seconden lang is ingedrukt, neemt de snelheid van de automatische verhoging/verlaging toe. Bij het indrukken van de toets “+” of de toets “-” wordt de gese-lecteerde grootheid gewijzigd en onmiddellijk opgeslagen in het permanente geheugen (EEprom). Als de machine in deze fase uitgeschakeld wordt, ook al gebeurt dit onopzettelijk, heeft dat geen verlies van de zojuist ingestelde parameter tot gevolg. De SET-toets dient alleen om het huidige menu te verlaten en het is niet nodig de aangebrachte wijzigingen op te slaan. Alleen in bijzondere gevallen, die beschreven zijn in de volgende para-grafen, worden enkele grootheden toegepast bij het indrukken van “SET” of “MODE”.

Signaleringsleds  Power Witte led. Led brandt vast wanneer de machine gevoed wordt. Knippert wanneer de machine uitgeschakeld is.  Alarm Rode led. Brandt vast wanneer de machine geblokkeerd is van-wege een fout. Menu De volledige structuur van alle menu’s en alle items waaruit deze bestaan wordt weergegeven in Tabel 4.

NEDERLANDS 161 4.1 Toegang tot menu’s Het gewenste menu wordt rechtstreeks geopend door tegelijkertijd de toet-sencombinatie ingedrukt te houden gedurende de vereiste tijd (bijvoor-beeld MODE SET om het menu Setpoint te openen) en de verschillende menu-items kunnen worden doorlopen met de MODE-toets.Tabel 3 toont de menu’s die bereikbaar zijn met de toetsencombinaties.

NAAM VAN HET MENU SNELTOETSEN INDRUKTIJD Gebruiker Bij het loslaten van de knop Monitor 2 Sec Setpoint 2 Sec Handbedie-ning 3 Sec Instellingen 3 Sec Gevorderde instellingen 3 Sec Herstel van de fabriekswaar-den 2 Sec na inschakeling van het apparaat Reset 2 Sec Tabel 3: Toegang tot de menu’s Hoofdmenu Menu Gebruiker mode Menu Monitor set-meno Menù Setpoint mode-set Menu Handbediening set-min-plus Menu Instellingen set-min-plus Menu Gevorderde instellingen mode-set-plus MAIN (Hoofdpagina) RS Toeren per minuut CT Contrast SP Setpointdruk RI Snelheidsinstelling RP Drukverlaging voor herstart TB Blokkeringstijdwatergebrek VP Druk BK Achterverlichting VP Druk OD Type installatie T2 Vertraging uitschakeling VF Weergave van de stroom TK Inschakeltijd van de achtergrondverlichting VF Weergave van de stroom MS Matenstelsel GP Proportionele versterking.

NEDERLANDS 162 FF Storingen en waar-schuwingen (Geschiedenis) Tabel 4 Structuur van de menu’s 4. 2 Structuur van de menupagina’s Bij aanschakeling verschijnt de hoofdpagina. De verschillende toetsencombinaties (zie par 4. 1 Toegang tot menu’s) zorgen voor de toegang tot de menu’s van de machine. Het icoon van het menu dat is geopend verschijnt bovenaan op het scherm. Op de hoofdpagina verschijnen altijd: Staat: bedrijfstoestand (bv. standby, go, Fault) Druk: waarde in [bar] of [psi] afhankelijk van het ingestelde matenstelsela. Vermogen: waarde in [kW] van het vermogen dat wordt opgenomen door het apparaat. Als er zich een incident voordoet, kan het volgende verschijnen: Storingsindicaties Indicatie van de functies die aan de ingangen gekoppeld zijn Specifieke pictogramme De foutcondities worden aangegeven in Tabel 9. De andere weergaven worden vermeld in Tabel 5.

Fout- en statuscondities die op de hoofdpagina worden weergegeven Identificato Beschrijving Motor in bedrijf Motor gestopt Motorstatus handmatig gedeactiveerd Aanwezigheid van een fout die aansturing van de elektropomp verhindert EE chrijven en opnieuw lezen op EEprom van de fabrieksinstellingen Waarschuwing wegens ontbreken voedingsspanning Aanzuiging Tabel 5: Status- en foutberichten op de hoofdpagina De andere menupagina’s variëren naargelang de functies die eraan gekop-peld zijn en worden achtereenvolgens beschreven naar type indicatie of instelling. Elke pagina van het menu vermeldt onderaan de druk van de installatie en de symbolen bovenaan vermelden het menu waarin men zich bevindt. Afb.

Op alle pagina’s van het menu, met uitzondering van alle pagina’s van het gebruikersmenu, is een functie actief die na 3 minuten na de laatste indrukking van een toets automatisch de hoofdpagina doet verschijnen. 4. 3 Activering/deactivering van de motor In normale bedrijfsomstandigheden heeft het indrukken en vervolgens los-laten van beide toetsen “+” en “-” blokkering/deblokkering van de motor tot gevolg (retentief ook na uitschakeling). Bij activering van een alarm zal de bovenstaande handeling dit alarm resetten. De uitgeschakelde motorstatus wordt aangetoond door de knipperende witte LED. Dit commando kan vanaf elke menupagina worden geactiveerd, behalve RF.

NEDERLANDS 163 5. BETEKENIS VAN DE AFZONDERLIJKE PARAMETERS De inverter laat het systeem op constante druk werken. Deze regeling wordt benut als de hydraulische installatie na het sys-teem naar behoren gedimensioneerd is. Installaties die zijn uit-gevoerd met leidingen met een te kleine doorsnede zorgen voor belastingverliezen die de apparatuur niet kan compenseren; het resultaat is dat de druk constant is op de sensoren maar niet op de gebruikspunten. Installaties die te sterk vervormbaar zijn kunnen leiden tot schommelingen, als dit zich zou voordoen kan het probleem wor-den opgelost met behulp van de parameters “GP” en “GI” (zie par 5. 6. 3 - GP: proportionele versterkings-coëfficiënten 5. 6. 4 - GI: integrerende versterkingscoëfficiënt. 5.

1 Menu Gebruiker Door vanuit het hoofdmenu op de toets MODE te drukken (of door het selectiemenu te gebruiken door op “+” of “-” te drukken), wordt het MENU GEBRUIKER geopend. In het menu is het met de toets MODE mogelijk om door de diverse pagina’s van het menu te scrollen. De weergegeven grootheden zijn als volgt. 5. 1. 1 RS: weergave van de draaisnelheid Draaisnelheid die wordt aangedreven door de motor in rpm. 5. 1. 2 VP: weergave van de druk Druk van de installatie gemeten in [bar] of [psi], al naargelang het gebrui-kte matenstelsel. 5. 1. 3 VF: weergave van de stroming Geeft de momentane stroming weer in [liter/min] of [gal/min], al naargelang het ingestelde matenstelsel. 5. 1. 4 PO: weergave van het opgenomen vermogen Vermogen dat wordt opgenomen door de elektropomp in [kW].

Indien het maximaal opgenomen vermogen wordt overschreden en de vermogensbeveiliging wordt ingeschakeld, zal het symbool van de parameter PO knipperen. 5. 1. 5 C1: weergave van de fasestroom Fasestroom van de motor in [A].

Bij tijdelijke overschrijding van de maximale stroomsterkte zal het symbool C1 knipperen, wat duidt op een overbelasting van de motor en op het feit dat indien het systeem blijft doorwerken onder deze condities de beveiliging zal worden geactiveerd. 5. 1. 6 HO: Teller aantal uren aangeschakeld Duidt het aantal uren aan dat het systeem elektrisch wordt gevoed. Elke 2 seconden verschijnt afwisselend de partiële en totale tellers van het aantal aangeschakelde uren. Naast de meeteenheid verschijnt een “T” bij weergave van de totale teller en een “P” bij weergave van de partiële teller. De partiële teller kan worden gereset door minstens 2 seconden de toets “-“ in te drukken. 5. 1. 7 HW: Teller aantal bedrijfsuren van elektropomp Duidt het aantal bedrijfsuren aan van de pomp. Elke 2 seconden verschijnt afwisselend de partiële en totale tellers van het aantal bedrijfsuren van de elektropomp.

Naast de meeteenheid verschijnt een “T” bij weergave van de totale teller en een “P” bij weergave van de partiële teller. De partiële teller kan worden gereset door minstens 2 seconden de toets “-“ in te drukken. 5. 1. 8 NR: Aantal starten Duidt het aantal motorstarten aan. 5. 1. 9 EN: Meter opgenomen energie Duidt de elektrische energie aan opgenomen van het net en uitgedrukt in kW. Elke 2 seconden verschijnt afwisselend de partiële en totale meters van de opgenomen energie. Naast de meeteenheid verschijnt een “T” bij weergave van de totale meter en een “P” bij weergave van de partiële meter. De partiële meter kan worden gereset door minstens 2 seconden de toets “-“ in te drukken. 5. 1. 10 ES: Besparing Duidt de percentuele besparing aan ten opzichte van dezelfde pomp bestuurd door een on/off systeem in plaats van een inverter.

De berekende waarde kan worden gereset door indrukking van de toets “-“ voor minstens 2 seconden. 5. 1. 11 FC: Volumemeter gepompte vloeistof Duidt het volume aan van de vloeistof gepompt door het systeem.

Elke 2 seconden verschijnt afwisselend de partiële en totale volumemeters van de vloeistof. Naast de meeteenheid verschijnt een “T” bij weergave van de totale meter en een “P” bij weergave van de partiële meter. De partiële meter kan worden gereset door minstens 2 seconden de toets “-“ in te drukken. 5. 1. 12 VE: weergave van de versie Versie van de hardware en software waarmee het apparaat is uitgerust.

NEDERLANDS 164 5. 1. 13 FF: weergave storingen en waaarschuwingen (geschiedenis) Chronologische weergave van de storingen die zijn opgetreden tijdens de werking van het systeem. Onder het symbool FF verschijnen twee getallen x/y die respectievelijk de weergegeven storing (x) en het totale aantal aanwezige storingen (y) aangeven; rechts van deze getallen staat een aanwijzing omtrent het type weergegeven storing. De toetsen “+” en “–” verschuiven de lijst van storingen: door op de toets “-” te drukken gaat u achteruit in de geschiedenis tot aan de oudste aan-wezige storing, door op de toets “+” te drukken gaat u vooruit in de ge-schiedenis tot aan de meest recente storing. De storingen worden chronologisch weergegeven, vanaf de storing die het langst geleden is verschijnen (x=1) tot de meest recente storing (x=y).

Er kunnen maximaal 64 storingen worden weergegeven; nadat dit aantal bereikt is, worden de oudste storingen overschreven. Dit menu-item geeft een lijst van storingen weer, maar maakt geen reset mogelijk. De reset kan enkel gebeuren via het specifieke commando RF in het MENU GEVORDERDE INSTELLINGEN. Noch een handmatige reset, noch een uitschakeling van het apparaat, noch herstel van de fabriekswaarden wist de storingengeschiedenis; dit gebeurt alleen met de hierboven beschreven procedure. 5. 2 Menu Monitor Door vanaf het hoofdmenu gelijktijdig gedurende 2 seconden de toetsen “SET” en “-“ (min) in te drukken gaat u naar het MENU MONITOR. Door vanuit het menu op de toets MODE te drukken verschijnen achter-eenvolgens de volgende grootheden. 5. 2. 1 CT: contrast van het display Regelt het contrast van het display. 5. 2.

2 BK: helderheid van het display Regelt de achterverlichting van het display op een schaal van 0 tot 100. 5. 2. 3 TK: inschakeltijd achterverlichting Stelt de inschakeltijd van de achterverlichting in na de laatste druk op een toets. Toegestane waarden: van 20 sec tot 10 min of ‘altijd ingeschakeld‘.

Wanneer de achterverlichting permanent is aangeschakeld verschijnt het opschrift “ON” op het scherm. Wanneer de achterverlichting uit is, heeft de eerst druk op een willekeurige toets alleen tot gevolg dat de achterverlichting opnieuw wordt ingeschakeld. 5. 2. 4 TE: weergave dissipatortemperatuur 5. 3 Menu Setpoint Houd vanuit het hoofdmenu de toetsen “MODE” en “SET” tegelijkertijd in-gedrukt totdat “SP” op het display verschijnt (of gebruik het selectiemenu door op “+” of “-” te drukken). De toetsen “+” en “-” maken het respectievelijk mogelijk de druk voor drukopbouw in de installatie te verhogen of te verlagen. Om het huidige menu af te sluiten en terug te keren naar het hoofdmenu, druk op SET. Het regelbereik is 1-5 bar (14- 80 psi). 5. 3. 1 SP: instelling van de setpointdruk Druk waarbij de installatie onder druk wordt gezet.

De herstartdruk van de pomp is behalve aan de ingestelde druk SP ook gebonden aan RP. RP drukt de drukverlaging uit ten opzichte van “SP” , die de herstart van de pomp veroorzaakt. Voorbeeld: SP = 3,0 [bar]; RP = 0,3 [bar]; Tijdens de normale werking wordt de druk in de installatie opgebouwd met 3,0 [bar]. De herstart van de elektropomp vindt plaats wanneer de druk onder 2,7 [bar] daalt. Instelling van een te hoge druk (SP) ten opzichte van de pomp-prestaties kan valse fouten wegens watergebrek BL veroorzak-en; in dit geval moet de ingestelde druk worden verlaagd. Let op: de instelling van bijzondere waarden van deze parameter in relatie tot het systeem kan bijdragen aan gevaarlijke situaties doordat het water in de pomp hoge temperaturen bereikt (zie Waarschuwingen van hoofdstuk 2). 5.

Houd vanuit het hoofdmenu de toetsen “SET” en “+” en “-“ tegelijkertijd ingedrukt totdat op het display de pagina van het menu Handbediening verschijnt (of gebruik het selectiemenu door op “+” of “-” te drukken). Met het menu kunnen diverse configuratieparametersworden weerge-geven en gewijzigd: met de toets MODE kan door de menupagina’s wor-den gescrold, met de toetsen “+” en “-” kan de waarde van de betreffende parameter respectievelijk worden verhoogd en verlaagd. Om het huidige menu af te sluiten en terug te keren naar het hoofdmenu, druk op SET. Het openen van het handbedieningsmenu door indrukken van de toetsen “SET” “+” “-” brengt de machine in een geforceerde STOP-conditie. Deze functie kan worden gebruikt om stopzetting van de machine af te dwingen. In de handbedieningsmodus is het, ongeacht de weergegeven parameter, mogelijk de volgende opdrachten uit te voeren:.

NEDERLANDS 165  Tijdelijke start van de elektropomp.  Permanente start van de pomp.  Wijziging van het toerental in de manuele modus. Gelijktijdig indrukken van de toetsen MODE en “+” heeft tot gevolg dat de pomp start op de snelheid RI en het bedrijf duurt zolang de twee toetsen ingedrukt blijven. Wanneer de opdracht pomp AAN of pomp UIT wordt ge-geven, wordt dit gecommuniceerd op het display. Start van de pomp Gelijktijdig indrukken van de toetsen “MODE” “-” “+” gedurende 2 sec veroorzaakt het starten van de pomp op de snelheid RI. Het bedrijf duurt totdat de toets SET wordt ingedrukt. Opnieuw indrukken van SET heeft afsluiting van het handbedieningsmenu tot gevolg. Wanneer de opdracht pomp AAN of pomp UIT wordt gegeven, wordt dit gecommuniceerd op het display.

Bij werking in deze modaliteit voor langer dan 5’ zonder debiet zal de machine halt houden en wordt een alarm PH gegenereerd. Nadat de fout PH verdwenen is, zal de reset uitsluitend op automatische wijze plaatsvinden. De resettijd is 15’; als de fout PH meer dan 6 maal achtereen optreedt, neemt de resettijd toe tot 1 uur. Na de reset die volgt op deze fout, blijft de pomp in stop totdat de gebruiker hem start met de toetsen “MODE” “-” “+”. Let op: het gebruik van deze werkingswijze kan bijdragen aan gevaarlijke situaties doordat het water in de pomp hoge temperaturen bereikt (zie Waarschuwingen van hoofdstuk 2). 5. 4. 1 RI: snelheidsinstelling Stelt de motorsnelheid in in tpm. Hiermee wordt het toerental op een voor-ingestelde waarde geforceerd.

Indien het uitgevoerde toerental verschilt van het ingestelde toerental “RI” zal afwisselend het ingestelde en uitgevoerde toerental worden weergegeven. Bij weergave van het uitgevoerde toerental verschijnt de letter “A” naast de meeteenheid. Bij elke indrukking van “+” of “-“, voor wijziging van het RI, zal automatisch het ingestelde toerental verschijnen. 5. 4.

2 VP: weergave van de druk Druk van de installatie gemeten in [bar] of [psi], al naargelang het gebrui-kte matenstelsel. 5. 4. 3 VF: weergave van de stroming Geeft de stroming weer in de gekozen meeteenheid. De meeteenheid kan [l/min] of [gal/min] zijn, zie par. 5. 5. 3 - MS: Matenstelsel. 5. 4. 4 PO: weergave van het opgenomen vermogen Vermogen dat wordt opgenomen door de elektropomp in [kW]. Indien het maximaal opgenomen vermogen wordt overschreden en de vermogensbeveiliging wordt ingeschakeld, zal het symbool van de parameter PO knipperen. 5. 4. 5 C1: weergave van de fasestroom Fasestroom van de motor in [A]. Bij tijdelijke overschrijding van de maximale stroomsterkte zal het symbool C1 knipperen, wat duidt op een overbelasting van de motor en op het feit dat indien het systeem blijft doorwerken onder deze condities de beveiliging zal worden geactiveerd. 5.

5 Menu instellingen Druk in het hoofdmenu gelijktijdig op de toetsen “MODE” & “SET” & “-“ totdat de eerste parameter van het menu instellingen verschijnt op het scherm. Met het menu kunnen diverse configuratieparametersworden weergegeven en gewijzigd: met de toets MODE kan door de menupa-gina’s worden gescrold, met de toetsen “+” en “-” kan de waarde van de betreffende parameter respectievelijk worden verhoogd en verlaagd. Om het huidige menu af te sluiten en terug te keren naar het hoofdmenu, druk op SET. 5. 5. 1 RP: instelling van de drukverlaging voor herstart Drukt de drukverlaging ten opzichte van de SP-waarde uit die herstart van de pomp veroorzaakt. Als de setpointdruk bijvoorbeeld 3,0 [bar] bedraagt en RP is 0,5 [bar], vindt de herstart plaats bij 2,5 [bar]. RP kan worden ingesteld van een minimum van 0,1 tot een maximum van 1,5 [bar].

Let op: de instelling van bijzondere waarden van deze parameter in relatie tot het systeem kan bijdragen aan gevaarlijke situaties doordat het water in de pomp hoge temperaturen bereikt (zie Waarschuwingen van hoofdstuk 2). 5. 5. 2 OD: type installatie Mogelijke waarden zijn “R” en “E” , hetgeen staat voor een starre of een elast-ische installatie. Bij het verlaten van de fabriek is de waarde “R” ingesteld, die geschikt is voor de meeste installaties. Als er sprake is van drukschommelingen die niet gestabiliseerd kunnen worden aan de hand van de parameters GI en GP, moet de waarde 2 worden ingesteld.

NEDERLANDS 166 BELANGRIJK: in de twee configuratiesveranderen ook de waarden van de regelparameters GP en GI. Daarnaast zijn de waarden van GP en GI die zijn ingesteld in modus 1 ondergebracht in een ander geheugen dan de waarden van GP en GI die zijn ingesteld in modus 2. De waarde van GP in modus 1 wordt derhalve bij overgang naar modus 2 vervangen door de waarde van GP in modus 2, maar wordt bewaard en kan worden teruggevonden bij terugkeer in modus 1. Een zelfde waarde die te zien is op het display heeft een ander gewicht in de ene of de andere modus, aangezien het controle-algoritme verschilt. 5. 5. 3 MS: matenstelsel Hiermee wordt het matenstelsel van de meeteenheden ingesteld, te weten het internationale of het Britse stelsel. De weergegeven grootheden wor-den weergegeven in Tabel 6.

OPMERKING: De stroming in Britse meeteenheden (gal/ min) wordt uitgedrukt met een conversiefactor van 1 gal = 4,0 liter, hetgeen over-eenkomt met een metrische gallon. Weergegeven meeteenhedenGrootheid Meeteenheid internationaal Meeteenheid Brits Druck bar psi Temperatuur °C °F Flusso lpm gpm Tabel 6: Matenstelsel meeteenheden Gli acronimi lpm e gpm indicano rispettivamente litri/min e galloni/min. 5. 5. 4 FY: Activering blokkering gepompt volume Activeert de blokkering van het volume van de gepompte vloeistof FH. 5. 5. 5 TY: Activering blokkering pomptijd Activeert de blokkering van de effectieve pomptijd TH. 5. 5. 6 TY: FH: Gepompt volume Voor instelling van het volume gepompte vloeistof waarna het systeem stopt met werken. Indien de functie is ingesteld (parameter FY), zie par 5. 5.

4, meet de inverter het volume gepompte vloeistof en bij het bereiken van de waarde FH ingesteld door de gebruiker wordt de pomp uitgeschakeld. Het systeem blijft geblokkeerd tot aan een manuele reset. Reset kan gebeuren vanaf alle pagina’s van het menu door gelijktijdige indrukking en daarop volgende loslating van de toetsen “+” en “-“.

De status van de teller en van de blokkering worden opgeslagen en behouden na uitschakeling en terug aanschakeling. Bij activering van de “blokkering gepompt volume” verschijnt de bijbehorende teller op de hoofdpagina, die vertrekkende vanaf de ingestelde waarde aftelt tot 0. Wanneer de teller de waarde nul bereikt, zal het systeem halt houden en begint de teller te knipperen. De telling begint vanaf het ogenblik van activering van FY of vanaf de laatste instelling van FH, of vanaf de reset van de blokkering met de toetsen “+” en “-“. De geactiveerde blokkering wordt niet geregistreerd in de foutenwachtrij. FH kan worden ingesteld op een waarde gelegen tussen 10 liter (2,5 gal) en 32000 liter (8000 gal). 5. 5. 7 TH: Pomptijd Voor instelling van de pomptijd waarna het systeem stopt met werken. Indien de functie is ingesteld (parameter TY), zie par 5. 5.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Tallas D-ECONCEPT 1000 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden