Suzuki V-Strom 1050 (2024) Handleiding

Suzuki Motor V-Strom 1050 (2024)

Bekijk gratis de handleiding van Suzuki V-Strom 1050 (2024) (369 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 11 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Suzuki V-Strom 1050 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/369

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Suzuki
Categorie: Motor
Model: V-Strom 1050 (2024)

Handleiding Suzuki V-Strom 1050 (2024) – volledige tekst

VOORWOORDMotorrijden is een van de meest opwin-dende sporten, en om zeker te zijn van uwrijplezier doet u er goed aan om de informa-tie in deze gebruikershandleiding aandach-tig door te nemen voordat u op uwmotorfiets gaat rijden.In deze handleiding worden de juiste verzor-ging en het onderhoud van uw motorfietsbeschreven. Door deze aanwijzingen pre-cies op te volgen, kunt u er zeker van zijndat uw motorfiets een lang leven heeft zon-der ongemakken. Uw dealer heeft ervarentechnici die opgeleid zijn om uw motorfietsmet de best mogelijke zorg te omringen, metde juiste gereedschappen en het juistemateriaal.Alle informatie, afbeeldingen en specifica-ties die u in deze handleiding vindt, zijn vol-ledig bijgewerkt tot het ogenblik vanpublicatie.

Tengevolge van verbeteringen ofandere veranderingen zouden er tegenstrij-digheden kunnen voorkomen tussen deinformatie in deze handleiding en uw motor-fiets. Suzuki behoudt zich het recht voor omte allen tijde veranderingen aan te brengen.Deze handleiding is van toepassing op allespecificaties of op alle respectievelijkebestemmingen en geeft uitleg over al hetmateriaal. Het is daarom mogelijk dat uwmodel afwijkende kenmerken heeft dan dievermeld in deze handleiding.

BELANGRIJKE INFORMATIEINFORMATIE I.V.M. DE INRIJPERIODE VAN UW MOTORFIETSDe eerste 1600 km zijn de belangrijkste voorde levensduur van uw motorfiets. Een cor-rect nagevolgde inrijperiode verzekert eenmaximale duurzaamheid en een optimalewerking van uw nieuwe motorfiets. Suzuki-onderdelen zijn vervaardigd van materialenvan hoge kwaliteit en deze zijn in de fabriekafgewerkt met het oog op nauwkeurigbepaalde belastingen. Een correct nage-volgde inrijperiode zorgt ervoor dat de afge-werkte oppervlakken elkaar smeren en zichharmonieus aan elkaar aanpassen.De betrouwbare werking van uw motorfietshangt af van de speciale zorg en het navol-gen van de beperkingen tijdens de inrijperi-ode. Let er vooral op de motor niet teoverbelasten om oververhitting van demotoronderdelen te voorkomen.Zie het hoofdstuk HET INRIJDEN voor ver-dere aanbevelingen en voorschriften betref-fende het inrijden.

WAARSCHUWING/VOORZICHTIG/LET OP/OPMERKINGLees deze handleiding zorgvuldig door envolg alle aanwijzingen zorgvuldig op. Om denadruk te leggen op speciale informatie,hebben het symbool  en de woordenWAARSCHUWING, VOORZICHTIG, LETOP en OPMERKING alle een speciale bete-kenis. Meldingen die beginnen met de vol-gende signaalwoorden zijn bijzonderbelangrijk:OPMERKING: Geeft speciale informatieaan die het onderhoud vergemakkelijkt of deinstructies duidelijker maakt. WAARSCHUWINGGeeft een potentieel gevaarlijke situatieaan die kan resulteren in ernstig of fataalletsel. VOORZICHTIGGeeft een potentieel gevaarlijke situatieaan die kan resulteren in licht of matigletsel.LET OPGeeft een potentieel gevaarlijke situatieaan die kan resulteren in beschadigingvan het voertuig of het materiaal.

1-2VEILIGHEIDSINFORMATIEVEILIGHEIDSRICHTLIJNENDE MEEST ONGEVALLEN KUNNEN WORDEN VOORKOMENVolg de basisvoorzorgsmaatregelenbeschreven in dit hoofdstuk met betrekkingtot dagelijks gebruik en zorg ervoor dat uvoorzichtig rijdt. Let altijd goed op tijdens het rijden om bot-singen te voorkomen.• Soms gebeuren er motorfietsongevallenomdat andere weggebruikers u nietopmerken. Let tijdens het rijden op hetvolgende.- Houd er rekening mee dat ongevallenvaak voorkomen wanneer een auto dienaar een motorfiets rijdt links voor demotorfiets draait.- Rijd niet in de dode hoek van andereweggebruikers.• Draai het stuur niet snel en rijd niet metéén hand, omdat u hierdoor kunt slippenof vallen.• Draag beschermende uitrusting, zoals eenhelm en handschoenen, om letsel doorvallen of ongevallen tot een minimum tebeperken.

1-3• De accessoires die u met uw motorfietsgebruikt en de manier waarop u uw uitrus-ting op de fiets laadt, kunnen gevaren ver-oorzaken. Aerodynamica, besturen,balans en speling in bochten kunnen ach-teruitgaan en de ophanging en bandenkunnen overbelast raken. Lees het deel“GEBRUIK VAN ACCESSOIRES ENBELADING VAN DE MOTORFIETS” oppagina 1-29.Routinecontroles en periodieke inspec-tiesVoer routinecontroles en periodieke inspec-ties uit om ongevallen of pech te voorko-men. Als de motorfiets een ongewoon geluidmaakt, vreemd ruikt of vloeistof lekt, laathem dan nakijken door een dealer.

Voorinformatie over routinecontroles en perio-dieke inspecties, zie “INSPECTIE ENONDERHOUD” op pagina 3-2. WAARSCHUWINGAls u met zeer hoge snelheid met demotorfiets rijdt, neemt de kans dat u decontrole over de motorfiets verliest toe,wat kan resulteren in een ongeluk.Rijd altijd met een snelheid die geschiktis voor het terrein, uw zicht, de omge-vingsomstandigheden, en uw vaardig-heid en ervaring.

1-4BESCHERMENDE KLEDINGOmschrijvingZowel de bestuurder als de passagier moetenzeker een helm dragen, evenals kleding enbeschermende uitrusting die een hoog niveauvan bescherming bieden. Raadpleeg het vol-gende bij het aanschaffen van deze uitrusting. WAARSCHUWINGAls u zelfs maar één hand of voet van demotorfiets neemt, neemt de kans dat ude controle over de motorfiets verliesttoe. U zou uw balans kunnen verliezenen van de motorfiets kunnen vallen. Ditkan letsel veroorzaken of resulteren ineen ongeluk.Houd het stuur met beide handen vasten houd beide voeten op de voetsteunenvan de motorfiets terwijl u rijdt.Om het risico op letsel te verminderen:• Draag een helm, oogbescherming en beschermende kleding.• Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door.WAARSCHUWING

1-5Helm• Draag een helm en trek het riempje ste-vig aan. Kies een helm die goed op jehoofd past maar geen overmatige drukuitoefent. • Draag een helmschild of een veiligheids-bril. Deze beschermen het gezichtsveldtegen de wind, en beschermen ook deogen tegen insecten, stof en kleinesteentjes die door voertuigen die voor urijden worden opgeworpen. WAARSCHUWINGAls u geen helm draagt, neemt de kansop overlijden of ernstig letsel bij een bot-sing toe. Als u een helm draagt die nietgoed past of niet goed is vastgemaakt,biedt de helm wellicht niet de bescher-ming waarvoor deze is ontworpen.De bestuurder en de passagier dieneneen helm te dragen die goed past engoed is vastgemaakt.

1-6Rij-uitrusting• Draag beschermende uitrusting en kle-ding die een hoog beschermingsniveaubieden. Draag een helder, opvallendebovenkleding met lange mouwen en eenlange broek die zo min mogelijk huidblootstellen. Dit vermindert de impact ophet lichaam bij onverwachte ongevallen.Loszittende, nette kleding kan ongemak-kelijk en onveilig zijn bij het motorrijden.Kies motorkleding van goede kwaliteitwanneer u motorrijdt.• Zorg dat u handschoenen draagt. Hand-schoenen van wrijvingsbestendig leerzijn geschikt.• Draag schoenen waarmee u de motor-fiets makkelijk kunt bedienen en die deenkels bedekken.• Draag waar nodig een jas en een broekvoorzien van beschermingen. WAARSCHUWINGAls de passagier een lange jas draagt,kan deze het achterlicht verdoezelen ofde richtingaanwijzer bedekken. Dit isgevaarlijk omdat voertuigen die achter urijden u mogelijk niet zien.

Passagiers kunnen indien mogelijk betergeen lange jassen dragen. Als dergelijkekledingstukken worden gedragen, moetmen op het loshangende deel gaan zit-ten zodat deze het achterlicht of de rich-tingaanwijzers niet kan bedekken.

1-7Uitrusting van een passagierEen passagier heeft dezelfde beschermingnodig als u, inclusief een helm en de juistekleding. De passagier mag geen langeschoenveters hebben of een losse broekdragen die verstrikt zou kunnen raken in hetwiel of de ketting.SPECIALE SITUATIES VEREISEN SPECIALE ZORGWinderige dagBij het rijden in een sterke zijwind, watmogelijk is bij de ingang van een tunnel, opeen brug, of bij het passeren van of gepas-seerd worden door grote vrachtwagens, kande motorfiets worden geblazen door zijwind.

1-8Regenachtige dag, sneeuwachtige dag• Wanneer het wegdek nat, los of ruw is,moet u voorzichtig remmen. De remaf-stand neemt op een regenachtige dagtoe. Geverfde pijlen op de weg, putdek-sels en vettige weggedeelten kunnen bij-zonder glad zijn. Wees extra voorzichtigbij spoorwegovergangen en op ijzerenplaten en bruggen. Als het begint te rege-nen, stijgt olie of vet op de weg naar hetwateroppervlak. Stop langs de kant vande weg en wacht een paar minuten totdatdeze laag olie is weggespoeld voordat uverder rijdt. Verminder snelheid bij enigetwijfel over de staat van de weg!• Vertraag voordat u bochten ingaat. Indeze situaties is de tractie tussen uwbanden en het wegdek beperkt. Vermijdremmen wanneer u in een hoek naareen zijkant leunt. Ga weer rechtop rijdenvoordat u remt.

1-9Ondergelopen wegRijd niet met uw motorfiets op ondergelopenwegen.Als u met uw motorfiets op een over-stroomde weg rijdt, controleer dan lang-zaam de remwerking. Vraag uw dealer nahet rijden op een overstroomde weg het vol-gende te controleren:• Remefficiëntie• Natte connectoren, bedrading en waterin de accubak• Slechte smering voor lagers, enz.• Niveau en uiterlijk van tranmissie-olie(als de olie witachtig is, zit er water in deolie en moet de olie worden ververst)LET OPAls u met de motorfiets op een over-stroomde weg rijdt, kan de motor stop-pen met draaien en kunnen elektrischeonderdelen defect raken, de aan-drijfriem slippen en de motor kanbeschadigd raken. Rijd niet met uw motorfiets op onderge-lopen wegen.

1-10KEN UW GRENZENRijd altijd binnen de grenzen van uw eigenvaardigheden. Door deze grenzen te ken-nen en altijd binnen deze grenzen te blijvenkunt u ongelukken voorkomen.Een belangrijke oorzaak van ongevallenwaarbij alleen een motorfiets is betrokken(en geen auto’s) is te hard door een bochtgaan. Voordat u een bocht ingaat, kiest ueen geschikte lage snelheid en geschiktebochthoek.Rijd zelfs op rechte wegen met een snelheiddie geschikt is voor het verkeer, het zicht ende wegomstandigheden, uw motorfiets enuw ervaring.Veilig motorrijden vereist dat uw mentale enfysieke vaardigheden volledig deel uitmakenvan de ervaring. Probeer geen motorvoer-tuig te besturen, vooral een met twee wie-len, als u moe bent of onder invloed vanalcohol of andere drugs.

1-11OEFEN BUITEN HET VERKEERUw rijvaardigheid en uw mechanische ken-nis van de motorfiets vormen de basis voorveilig rijden. Wij raden u aan om eerst wat teoefenen met uw motorfiets op een plaatswaar geen verkeer kan komen, totdat u vol-ledig vertrouwd bent met uw machine en debedieningsorganen.RIJDEN MET EEN PASSAGIERDeze motorfiets heeft een capaciteit vantwee personen. Rijd niet met meer dan éénpassagier. Dit is zeer gevaarlijk.Rijden met een passagierRijden met een passagier, mits dit op juistewijze wordt gedaan, is een geweldigemanier om het genot van motorrijden tedelen. U zult uw rijstijl enigszins moetenaanpassen omdat het extra gewicht van eenpassagier de wegligging en remwerking zalbeïnvloeden.

1-12Voordat u gaat rijden met een passagierachterop, moet u goed bekend zijn met debediening van de motorfiets.Zorg ervoor dat passagiers het volgendebegrijpen voordat ze met u meerijden.• De passagier moet altijd uw taille of heu-pen vasthouden, of de veiligheidsgordelof handgreep vasthouden, indien uitge-rust.• Vraag uw passagier om geen plotselingebewegingen te maken. Wanneer u in eenbocht naar de zijkant leunt, dient de pas-sagier met u mee te leunen.• De passagier moet altijd zijn of haar voe-ten op de voetsteunen houden, zelfswanneer u voor een stoplicht bentgestopt. Waarschuw uw passagier ombij het op- of afstappen niet in contact tekomen met de uitlaatpijp of knaldemper,om brandwonden te voorkomen.OVER KOOLMONOXIDEStart de motor op een goed geventileerdeplaats om koolmonoxidevergiftiging te voor-komen.

Koolmonoxide, dat zich in uitlaatgas bevindt,is een kleurloos, geurloos gas en wordt dusniet gemakkelijk opgemerkt.  WAARSCHUWINGUitlaatgassen bevatten koolmonoxide,een gevaarlijk gas dat nauwelijks waar-neembaar is omdat het kleurloos en reu-kloos is. Het inademen vankoolmonoxide kan de dood of ernstig let-sel veroorzaken.Start de motor niet binnen en laat dezeniet binnen draaien of in een ruimte metweinig tot geen ventilatie.

1-13WEES SLIM OP DE WEGHoud u altijd aan de snelheidslimieten,lokale wetten en de basisregels van de weg.Geef een goed voorbeeld voor anderen dooreen beleefde houding en een verantwoorderijstijl te tonen.CONCLUSIEOm ongevallen te voorkomen, is voorzichtig-heid en een goede inschatting van uwomgeving vereist. Naast de toestand van hetverkeer, de weg en het weer, verandert ookde staat van de motorfiets. Bovendien is debeweging van andere voertuigen moeilijk tevoorspellen, dus wees altijd oplettend.Onbeheersbare omstandigheden kunnenleiden tot een ongeval. U moet zich voorbe-reiden op het onverwachte door een helmen andere beschermende kleding te dragen,en door technieken voor plotseling remmenen uitwijken te leren om schade aan u en uwmotorfiets te minimaliseren.

1-14VOORZORGSMAATREGELEN TIJDENS HET RIJDENHET INRIJDENOmschrijvingDe eerste 1600 km zijn de belangrijkste voorde levensduur van uw motorfiets. Het juiste gebruik tijdens deze inrijperiodehelpt bij het verzekeren van een maximalelevensduur en de beste prestaties van uwnieuwe motorfiets.Vermijd tijdens de inrijperiode onnodig stati-onair draaien, plotseling versnellen of ver-tragen, abrupt sturen of plotseling remmen. De volgende richtlijnen betreffen de juisteinrijprocedures.Aanbevolen maximaal motortoerentalDe onderstaande tabel toont het aanbevolenmaximale motortoerental tijdens de inrijperi-ode.Wissel het motortoerental afWissel het motortoerental af tijdens de inrij-periode. Zodoende worden de onderdelen“met druk belast” (hulp bij het samenwer-kingsproces) en vervolgens “ontlast” (nodigvoor het afkoelen van de onderdelen).

1-15Inrijden van de nieuwe bandenVoor een optimale prestatie dient u denieuwe banden, net zoals de motor, goed inte rijden. Voor het inrijden van het loopvlakvan de banden moet u de hellingshoek bijhet nemen van bochten geleidelijk laten toe-nemen gedurende de eerste 160 km, voor-dat u probeert om de maximale prestaties tebehalen. Vermijd snel optrekken, scherpebochten maken en hard remmen tijdens deeerste 160 km.Eerste en belangrijkste onderhoudsbeurtDe eerste onderhoudsbeurt (onderhouds-beurt na de inrijperiode) is de meest belang-rijke onderhoudsbeurt voor uw motorfiets.Tijdens de inrijperiode hebben de afge-werkte oppervlakken elkaar ingesmeerd enzich harmonieus aan elkaar aangepast. Bijde eerste onderhoudsbeurt worden alle ver-stellingen gecorrigeerd, alle bevestigingsde-len worden opnieuw aangehaald en deafgewerkte olie wordt ververst.

Het tijdig uit-voeren van deze onderhoudsbeurt zalgarant staan voor een lange levensduur entopprestatie van uw motor.OPMERKING: De 1000 km onderhouds-beurt moet worden uitgevoerd volgens derichtlijnen in het hoofdstuk INSPECTIE ENONDERHOUD in deze handleiding. Schenkspeciale aandacht aan alle VOORZICHTIGen WAARSCHUWINGsinformatie in dathoofdstuk. WAARSCHUWINGAls u de banden niet inrijdt, kan dit lei-den tot slippen en verlies van controleover de motorfiets.U dient extra voorzichtig te zijn wanneeru nieuwe banden inrijdt. Rijd de bandengoed in zoals beschreven in dit gedeelteen vermijd snel optrekken, het scherpnemen van bochten en hard remmengedurende de eerste 160 km.

1-16OP HEUVELSRijden op een helling• Bij het beklimmen van steile hellingenkan de motorfiets langzamer gaan rijdenen als het ware gaan sloffen. Op datmoment moet u in een lagere versnellingterugschakelen zodat de motor binnenzijn normale bereik kan werken. Schakelsnel om te voorkomen dat de motorfietste veel snelheid verliest.• Bij het afrijden van een lange, steile hel-ling kunt u door terug te schakelenafremmen met de motor.

Als de normaleremmen continu worden gebruikt, kun-nen deze oververhit raken waardoor deremprestatie afneemt.• Pas op dat u de motor niet te snel laatdraaien bij het afdalen van een helling. WAARSCHUWINGContinu gebruik van de remmen gedu-rende langere tijd kan leiden tot overver-hitting van de remmen en huneffectiviteit verminderen, wat een onge-val kan veroorzaken.Neem voldoende gas terug voordat u eenhelling nadert.LET OPWanneer de motorfiets op een hellingwordt gestopt en op zijn plaats wordtgehouden met behulp van de gasgreepen de koppelingshendel, kan de koppe-ling van de motorfiets worden bescha-digd.Gebruik de remmen om de motorfiets opeen helling te stoppen.

1-17PARKERENParkerenOm diefstal te voorkomen, moet u het stuurvergrendelen en de sleutel verwijderen wan-neer u de motorfiets verlaat. Zie “CON-TACTSLOT” op pagina 2-109. • Parkeer de motorfiets op een plaatswaar deze het verkeer niet hindert. • Parkeer niet waar dit niet is toegestaan. • Raak de knaldemper of de motor nietaan wanneer de motor draait of gedu-rende enige tijd nadat deze is gestopt. • Parkeer de motorfiets op een vlakkelocatie en draai het stuur helemaal naarlinks. Parkeer de motorfiets niet met hetstuur naar rechts gedraaid. • Parkeer de motorfiets op een locatiewaar andere mensen de uitlaatpijp, deknaldemper of de motor niet kunnenaanraken.• Wanneer het parkeren van de motorfietsop een onstabiele ondergrond zoals eenhelling, op grind, op een oneffen onder-grond of op een zachte ondergrondonvermijdelijk is, wees dan voorzichtigbij het hellen of verplaatsen.

1-18 WAARSCHUWINGDe katalysator die in de knaldemper isgeïnstalleerd, wordt zeer warm en kanbrand veroorzaken als deze in de buurtvan brandbaar materiaal wordt geplaatstwanneer de motorfiets wordt gepar-keerd. Controleer bij het parkeren of er geenontvlambaar materiaal zoals droog gras,hout, papier of olie in de buurt is. VOORZICHTIGHete uitlaatpijpen en knaldempers kun-nen ernstige brandwonden veroorzaken.De uitlaatpijp of knaldemper blijft ookeen tijd nadat u de motor hebt afgezetnog zo heet dat u zich eraan kunt ver-branden.Parkeer de motorfiets op een plaats waarvoetgangers of kinderen de uitlaatpijp ofknaldemper niet snel zullen aanraken.

1-19OPMERKING: • Wanneer de motorfiets op de zijstan-daard op een niet te steile helling wordtgeparkeerd, dient u te zorgen dat hetvoorwiel van de motorfiets heuvelop-waarts gericht staat. Dit om te voorko-men dat de motorfiets heuvelafwaartsvan de zijstandaard af kan rollen. Tevensis het raadzaam om de motorfiets in deeerste versnelling te laten staan. Zet deversnelling in de vrijstand voordat u demotor start.• Als u de motorfiets tegen diefstal hebtbeveiligd met een beugelslot, kettingslotof schijfremslot, vergeet dan niet eersthet slot los te maken voordat u de motor-fiets verplaatst.BIJ HET DUWEN VAN DE MOTORFIETSSchakel het contactslot uit wanneer u demotorfiets duwt.

1-20OVER DE REMMENWAT IS ABS?ABS is een mechanisme dat tijdens het rij-den het remmen regelt om te voorkomen datde wielen blokkeren.De traagheidsmeeteenheid (IMU) zorgt voorABS-regeling op basis van de helling vanhet wegdek om te voorkomen dat de achter-band optilt wanneer de voorrem krachtigwordt aangetrokken. Remmen wordt uitgevoerd met gebruik vande remhendel en het rempedaal op dezelfdemanier als op een motorfiets zonder ABS. ABS regelt de remdruk elektronisch. Dit sys-teem bewaakt de rotatiesnelheid van dewielen en werkt om wielblokkering te voor-komen door de remdruk te verminderenwanneer wielblokkering wordt gedetecteerd.Er is geen speciale remwerking vereist, aan-gezien het ABS continu werkt, behalve bijlage snelheden onder 8 km/h en wanneerde accu leeg is.

De remhendel en het rem-pedaal trillen zachtjes wanneer het ABSwordt geactiveerd om te voorkomen dat dewielen blokkeren als de remmen wordengebruikt. Dit is geen afwijking. Blijf de rem-men bedienen.De remafstand met een ABS kan langer zijndan die van een motorfiets zonder ABS,afhankelijk van verkeerde inschattingen,onjuiste bediening, het wegdek en deweersomstandigheden. Word niet te afhan-kelijk van het ABS.Het wijzigen van de bandenmaat beïnvloedtde rotatiesnelheid van de wielen, zodat hetABS mogelijk niet correct functioneert. Zorgdat u banden met de opgegeven maatgebruikt. Zie “BANDEN” op pagina 3-73.

1-21Bij deze motorfiets kunt u het interventieni-veau van de ABS-regeling wijzigen. U kuntselecteren uit onderstaande modi. • Rear-OFF (Achter uit) (V-STROM 1050 DE)• Mode-1 (Modus-1)• Mode-2 (Modus-2)Voor meer informatie over het schakelenvan de ABS-stand, zie “ABS-STAND” oppagina 2-61.OPMERKING: In sommige situaties kan eenmotorfiets met ABS een langere remweg nodighebben om te stoppen op een losse of ongelijk-matige ondergrond dan een gelijkwaardigemotorfiets zonder ABS.

Bovendien geldt, net alsbij een motorfiets zonder ABS, hoe gladder hetoppervlak, hoe langer de remweg. WAARSCHUWINGOok bij het ABS kan het gevaarlijk zijn wan-neer u de verkeerssituatie niet goed inschat.Het ABS kan niet compenseren voor slechtewegomstandigheden, een verkeerde beoor-deling van de verkeerssituatie of een foutiefgebruik van de remmen.Vergeet niet dat het ABS u niet kan helpen bijeen slechte beoordeling van de verkeerssitua-tie, verkeerde remtechnieken of de noodzaakom snelheid te minderen bij het rijden overslechte wegen of bij ongunstige weersomstan-digheden. Neem de veiligheid in acht en rijdnooit sneller dan de omstandigheden toestaan.

1-22MOTION TRACK REMSYSTEEM Dit model is uitgerust met een systeem datwordt aangeduid als het “Motion Track rem-systeem”. Dit systeem regelt ABS-remmenop basis van de hoek van het zijwaarts over-hellen terwijl de motorfiets in bochten rijdt.Het systeem voorkomt wielblokkering, bin-nen een bepaald bereik, bij buitensporighard of abrupt remmen. Hierdoor wordt derijder geholpen in het volgen van debedoelde rijlijn.Alhoewel het ABS voorkomt dat de wielenblokkeren, moet u nog steeds voorzichtig zijnwanneer u in een bocht remt. Hard remmen tij-dens het maken van een bocht kan slippenvan het wiel en verlies van de macht over hetstuur veroorzaken, of uw motorfiets nu wel ofniet is uitgerust met ABS.Het ABS mag niet beschouwd worden alseen excuus voor roekeloos rijden.

Met hetABS kan niet gecompenseerd worden vooreen slechte beoordeling van de verkeerssi-tuatie, verkeerde remtechnieken of de hetnegeren van de noodzaak om snelheid teminderen bij het rijden over slechte wegenof bij ongunstige weersomstandigheden.U moet altijd verstandig rijden en alert blij-ven. WAARSCHUWINGHet Motion Track remsysteem regeltABS-remmen op basis van de hoek vande helling wanneer de remmen wordenbediend tijdens het rijden in bochten.Het is echter niet in staat om horizontaalglijden voorbij fysieke grenzen te rege-len. Overmatig vertrouwen op ABS kanonvoorziene ongevallen veroorzaken. Rijd voorzichtig, zonder te veel op ABSte vertrouwen.

1-23WAT IS HET LASTAFHANKELIJK REGELSYSTEEM? Het lastafhankelijk regelsysteem regelt deremkracht van de voor- en achterremmenop basis van het aantal passagiers en delaadtoestand van de motorfiets.Over het algemeen is harder remmen ver-eist wanneer de motorfiets zwaar is in ver-gelijking met wanneer deze licht is. Hetvoorste en achterste gekoppelde remsy-steem gebruikt de ABS-eenheid om de ach-terremkracht te regelen op basis van deinvoer van de voorrem door de bestuurderom verschillen in remkracht als gevolg vanhet verschil in motorfietsgewicht te vermin-deren.Het systeem leert de remkracht die overeen-komt met het gewicht van de motorfiets enhet regelt de remmen volgens de remkrach-ten berekend op basis van de aangeleerdegegevens.

Gewichtsschommelingen als gevolg van hetaantal passagiers en de belading van demotorfiets treden vaak op wanneer het con-tactslot wordt uitgeschakeld en de vereisteremkracht ook verandert, dus de aange-leerde gegevens worden gereset telkenswanneer het contactslot wordt uitgescha-keld.

1-24OPMERKING: • Het lastafhankelijk regelsysteem startwanneer het contactslot wordt ingescha-keld. • Hoe meer er wordt aangeleerd nadat hetcontactslot is ingeschakeld, hoe dichterhet lastafhankelijk regelsysteem ervoorzorgt dat de remkracht de kracht bena-dert die geschikt is voor het gewicht vande motorfiets. • Het lastafhankelijk regelsysteem werktniet als er geen aangeleerde gegevenszijn, zoals wanneer de remmen voor heteerst worden bediend nadat het contact-slot is ingeschakeld. Aangezien dezebesturing beperkt is, moet u er niet teveel op vertrouwen tijdens het remmen. • Wanneer er een fout optreedt in het las-tafhankelijk regelsysteem, gaan hetABS-verklikkerlampje en het hoofdwaar-schuwingscontrolelichtje branden. Indeze situatie werkt het ABS niet. Neemonmiddellijk contact op met uw dealerals de indicatoren gaan branden.HET GEBRUIK VAN HET REMSYSTEEM1.

Extremevoorzichtigheid is geboden bij het rijdenop gladde of slecht onderhouden wegenwanneer de motorfiets naar de zijkantwordt gekanteld. WAARSCHUWINGAls u een ander voertuig te dicht volgt,kan dit leiden tot een botsing. Naarmatede snelheid van een voertuig toeneemt,wordt de remweg langer.Zorg voor een veilige stopafstand tussenuw motorfiets en het voertuig voor u.

1-26RICHTLIJNEN VOOR DE BRANDSTOFGebruik premium loodvrije benzine met eenoctaangetal van 95 of hoger (zoals dooronderzoek bepaald). Het gebruik van lood-vrije premium benzine verlengt de levens-duur van bougies en onderdelen van hetuitlaatsysteem. (Canada)Uw motorfiets vereist premium loodvrijebenzine met een minimum pompoctaangetalvan 90 ((R+M)/2 methode).

In sommigegebieden is alleen geoxygeneerde brandstofverkrijgbaar.Gebruikte brandstof: Loodvrije premiumbenzineCapaciteit brandstoftank: 20,0 L WAARSCHUWINGAls u hard remt terwijl u een bochtneemt, kan dit ertoe leiden dat de wielenslippen en dat u de controle over demotorfiets verliest en/of dat u omvalt.Rem voordat u de bocht aansnijdt. WAARSCHUWINGRemmen tijdens het maken van eenbocht kan gevaarlijk zijn, of uw motor-fiets nu wel of niet is uitgerust met ABS.Het ABS heeft geen controle over slip-pen van de wielen in zijwaartse richting,wat kan optreden wanneer u hard remttijdens het maken van een bocht. Dit kanvervolgens resulteren in verlies van demacht over het stuur.Rem voldoende af voordat u een bocht aan-snijdt en vermijd remmen, behalve zacht rem-men, tijdens het maken van de bocht.

1-27OPMERKING: • De motor van dit model is ontworpen ompremium loodvrije benzine te gebruiken.• Als er een storing in de motor ontstaatzoals gebrek aan acceleratie of onvol-doende vermogen, kan dit veroorzaaktworden door de brandstof. Probeer in ditgeval bij een ander benzinestation tegaan tanken. Als dit het probleem nietoplost, moet u contact opnemen met uwdealer.Aanbevolen geoxygeneerde brandstof(Canada, VK, EU, Brazilië)Zuurstofhoudende brandstof die voldoet aanhet minimum octaangehalte en aan deonderstaande vereisten mag ook gebruiktworden, zonder dat hierdoor de voorzienin-gen van de Beperkte garantie voor eennieuw voertuig (New Vehicle Limited War-ranty) of de Garantie voor het emissieregel-systeem (Emission Control SystemWarranty) in gevaar worden gebracht.OPMERKING: Geoxygeneerde brandstof isbrandstof die zuurstofdragende toevoegin-gen bevat zoals alcohol.

1-28Benzine/ethanolmengselsMengsels van loodvrije benzine en ethanol(graanalcohol), ook bekend als “GASOHOL”,zijn in sommige gebieden verkrijgbaar. Dezemengsels mogen ook in uw motorfiets wor-den gebruikt, mits ze niet meer dan 10%ethanol (Canada, EU) of 27% ethanol (Bra-zilië) bevatten. Zorg dat het benzine-etha-nolmengsel een octaangetal heeft dat nietlager is dan het octaangetal aanbevolenvoor benzine.Gebruik de aanbevolen benzine die voldoetaan de volgende etiketten. (VK, EU)OPMERKING: • Om luchtvervuiling tegen te gaan,beveelt Suzuki aan om zuurstofhou-dende brandstof te gebruiken.• Zorg dat de geoxygeneerde brandstofdie u gebruikt het aanbevolen octaange-tal heeft.• Als u niet tevreden bent met de presta-ties van uw motorfiets wanneer u eengeoxygeneerde brandstof gebruikt of alsde motor klopt, gebruik dan brandstofvan een ander merk, omdat er verschilbestaat tussen de merken.

1-29GEBRUIK VAN ACCESSOIRES EN BELADING VAN DE MOTORFIETSACCESSOIRESEen goede keuze makenHet installeren van verkeerde accessoireskan een ongeluk veroorzaken. Voor veilig rij-den wordt het aanbevolen gebruik te makenvan originele Suzuki accessoires. Een dea-ler kan accessoires installeren die geschiktzijn voor uw motorfiets. Neem voor hetinstalleren van accessoires contact op meteen dealer.Zorg er bij het bevestigen van accessoiresbovendien voor dat deze binnen het draag-vermogen liggen. Voor informatie over hetlaadvermogen, zie “BELADING” oppagina 1-32.LET OPGemorste benzine die alcohol bevat kande gelakte delen van uw motorfiets aan-tasten.Zorg ervoor dat u geen brandstof morstbij het vullen van de brandstoftank. Veeggemorste benzine onmiddellijk op.LET OPGebruik geen loodhoudende benzine.Bij gebruik van loodhoudende benzinekan de katalysator defect raken.

1-30Richtlijnen voor de montage van acces-soires • Accessoires die van invloed zijn op dewindgevoeligheid zoals stroomlijnkap-pen, windschermen, rugsteunen, zadel-tassen en reiskoffers moeten zo laagmogelijk en zo dicht mogelijk bij demotorfiets en zo dicht mogelijk bij hetzwaartepunt worden gemonteerd. Zorgdat de bevestigingsbeugels en hetandere bevestigingsmateriaal stevig zijnaangebracht.• Controleer op de juiste grondspeling ende schuinte van de zit. Let er tevens opdat de accessoires de werking van devering, stuurinrichting en andere bedie-ningsorganen niet hinderen. WAARSCHUWINGVerkeerde montage van accessoires ofmodificaties aan de motorfiets kunnende hantering beïnvloeden, wat kan resul-teren in een ongeluk.Gebruik geen ongeschikte accessoiresen let op dat de gebruikte accessoiresgoed worden aangebracht.

1-31• Accessoires die aan het stuur of de voor-vork worden gemonteerd, kunnen eenzeer nadelige invloed op de stabiliteithebben. Door het extra gewicht zal uwmotorfiets minder goed reageren op uwstuurbediening. Het extra gewicht kanook trillingen in het voorgedeelte veroor-zaken en kan zodoende leiden tot min-der stabiliteit. Accessoires aan het stuurof de voorvork moeten zo licht mogelijkzijn en dienen beperkt te worden tot eenminimum.• Trek geen aanhangwagen of eenzijspan. Deze motorfiets is niet ontwor-pen voor het trekken van een aanhang-wagen of zijspan. • Sommige accessoires kunnen het moei-lijk maken om de juiste rijpositie te berei-ken of zorgen ervoor dat debruikbaarheid verslechtert. Controleer ofu de juiste rijpositie kunt bereiken. • Kies alleen elektronische accessoiresdoe de capaciteit van het elektrisch sys-teem van de motorfiets niet overschrij-den.

1-32BELADINGBeladingslimiet• Als de motorfiets wordt beladen, heeftdat invloed op de rijeigenschappen ende veiligheid van de motorfiets. • Overschrijd nooit het MTT. (maximaal toe-laatbaar totaalgewicht) van deze motor-fiets. Het MTT is het totalemaximumgewicht van de machine, acces-soires, nuttige belastingen, de bestuurderen de passagier tezamen. Denk bij het uit-kiezen van accessoires aan het gewichtvan de bestuurder en ook aan het gewichtvan de andere accessoires. Het extragewicht van de accessoires kan niet alleenonveilige rijomstandigheden veroorzaken,maar kan ook een nadelige invloed heb-ben op de stabiliteit van het rijden.

1-33Richtlijnen voor de beladingDeze motorfiets kan voornamelijk kleinevoorwerpen vervoeren wanneer u niet meteen passagier rijdt. Volg de onderstaanderichtlijnen voor de belading: • Wanneer u bagage op het achterzadelplaatst, zet het dan stevig op zijn plaatsvast met riemen, enz. Niet overbeladenmet bagage. • Verdeel de lading gelijk over de linker-en de rechterkant van de motorfiets enmaak deze goed vast. • Zorg dat het gewicht van de bagage zolaag mogelijk is en houd dit ook zo dichtmogelijk bij het midden van de motor-fiets. • Verstel indien nodig de instellingen voorde vering. • Bevestig geen grote of zware voorwer-pen aan het stuur, de voorvork of hetachterspatscherm.• Plaats geen bagageruimte, dozen, ofandere voorwerpen die verder uitstekendan het achterste punt van de carrosse-rie van de motorfiets.

1-34WIJZIGINGENBreng geen onjuiste wijzigingen aan. Wijzigingen met betrekking tot de structuur ofwerking van deze motorfiets kunnen demanoeuvreerbaarheid beïnvloeden, hetlawaai van de uitlaat verhogen of zelfs delevensduur van de motorfiets verkorten. Naasthet overtreden van de wet, kunnen dergelijkewijzigingen voor anderen hinderlijk zijn. Het frame van deze motorfiets is van een alu-miniumlegering vervaardigd. Breng daaromnooit wijzigingen aan in het frame door middelvan boren, lassen e.d., aangezien de sterkte enstevigheid van het frame hierdoor aanzienlijkworden aangetast. Dit zou kunnen resulteren ineen onveilige gebruikstoestand van de motor-fiets, wat kan leiden tot een ongeluk. Suzukistelt zich op generlei wijze aansprakelijk voorpersoonlijk letsel of schade aan de motorfiets,veroorzaakt door in het frame aangebrachtewijzigingen.

Accessoires die op het frame wor-den geschroefd en het frame op geen enkelemanier wijzigen, mogen worden geïnstalleerd,op voorwaarde dat u de in dit gedeeltebeschreven beladingslimiet niet overschrijdt. WAARSCHUWINGAls de bagage een hete knaldemper ofmotor raakt, kan de bagage of motorfietsvlam vatten. Wanneer u bagage op de motorfietsplaatst, mag dit niet in aanraking komenmet hete onderdelen. WAARSCHUWINGPlaatsen van voorwerpen in de ruimteachter de stroomlijnkap kan het sturenbelemmeren en kan leiden tot verlies vande controle over de motorfiets.Plaats geen voorwerpen in de ruimteachter de stroomlijnkap.

1-35Wijzigingen aan de motorfiets vallen nietonder de garantie. • Deze motorfiets voldoet aan de regelge-ving qua emissies. Het is uitgerust meteen katalysator die uitlaatgassen rei-nigt. Het veranderen van de knaldemperkan ertoe leiden dat deze motorfiets nietvoldoet aan de emissievoorschriften.Raadpleeg een dealer wanneer u deknaldemper vervangt. • Knaldempers zijn gegraveerd met een“Suzuki”-teken om aan te geven dat hetechte Suzuki-onderdelen zijn. • Stel de motor niet zelf af en verwijdergeen onderdelen. Neem contact op meteen dealer voor het afstemmen van demotor. • We raden u aan originele Suzuki-onder-delen en gespecificeerde/aanbevolenoliën en smeermiddelen voor uw motor-fiets te gebruiken. Originele onderdelenworden grondig geïnspecteerd en zijngeschikt gemaakt voor Suzuki-motorfiet-sen.

• Houd u aan de laadlimieten bij hetbevestigen van bagage of accessoiresaan de motorfiets. WAARSCHUWINGWijzigingen aan een frame van alumini-umlegering, zoals boren of lassen, ver-zwakken het frame. Dit zou kunnenresulteren in een onveilige gebruikstoe-stand van de motorfiets, wat kan leidentot een ongeluk.Maak nooit aanpassingen aan het frame.

(ON/OFF)2 INFO• WARNING LIST (waarschuwingslijst)( 2-86)U kunt informatie over een defect of eenstoring controleren.• NEXT SERVICE (volgend onderhoud)( 2-88)U kunt de instellingen voor onderhouds-herinneringen controleren.3 SETTING (instelling)• BRIGHTNESS (helderheid) ( 2-91)Voor het instellen van de helderheid vanhet LCD-scherm.• DAY / NIGHT (dag/nacht) ( 2-94)Instelling van de achtergrondkleur vanhet LCD-display.• UNIT (eenheid) ( 2-97)Voor het instellen van de eenheid.• DATE / TIME (datum/tijd) ( 2-100)Voor het instellen van de datum en tijd.• DEFAULT SET (standaardinstellingen)( 2-106)MENU-instellingen op hun standaard-waarden instellen.• SYSTEM INFO (systeeminfo) ( 2-108)Controleer de informatie van elk sys-teem.

2-27RICHTINGAANWIJZER-VERKLIKKERLAMPJE “” Als u de richtingaanwijzerschakelaar rechtsof links gebruikt, gaat het richtingaanwijzer-verklikkerlampje knipperen.VRIJSTAND-VERKLIKKERLAMPJE “N”Het groene lampje gaat branden wanneerde versnelling in de vrijstand wordt gezet.Het lampje gaat uit wanneer in een andereversnelling dan de vrijstand wordt gescha-keld.GROOTLICHT-VERKLIKKERLAMPJE “” Dit blauwe controlelichtje gaat branden wan-neer het grootlicht wordt ingeschakeld.DEFECTVERKLIKKERLAMPJE “ ” Wanneer het contactslot wordt ingescha-keld, gaat het defectverklikkerlampje 3seconden branden ter controle van hetlampje en gaat vervolgens uit.• (VK, EU)Wanneer er een storing optreedt in deemissiestuurinrichting of elektrischemotorinrichting of wanneer er wordtgedetecteerd dat de motor overslaat, zalhet storingslampje gaan branden ofknipperen.

Als het defectverklikkerlampje gaat bran-den of knipperen, verschijnt “FI” gelijktij-dig op het meterdisplay. • (Behalve voor VK, EU)Wanneer er een storing optreedt in eenemissiestuurinrichting of elektrischemotorinrichting, gaat het storingslampjebranden.Als het defectverklikkerlampje gaat bran-den, verschijnt “FI” gelijktijdig op hetmeterdisplay.Voor meer informatie, zie “POP-UPVEN-STER” op pagina 2-30.

2-28OPMERKING: Neem onmiddellijk contactop met uw dealer als het defectverklikker-lampje brandt of knippert.LET OPDe motor laten draaien terwijl het sto-ringscontrolelichtje brandt of knippertkan de emissierichting of het rijgedragbeïnvloeden.Als het lampje knippert terwijl de motordraait, stop de motorfiets dan onmidde-lijk op een veilige plaats om schade aande katalysator te voorkomen. (VK, EU) Als u in deze situatie op de motorfietsrijdt, rijd dan op lage snelheid zonder degashendel grotendeels te openen en laatuw motorfiets dan onmiddellijk door uwdealer inspecteren.

2-29HOOFDWAARSCHUWINGSCONTROLELICHTJE “ ”Wanneer het contactslot wordt ingescha-keld, gaat het hoofdwaarschuwingscontrole-lichtje 3 seconden branden ter controle vanhet lampje en gaat vervolgens uit.Wanneer er een probleem optreedt metbetrekking tot het volgende, gaat hethoofdwaarschuwingscontrolelichtje bran-den:• Motorgerelateerd defect• ABS gerelateerd defect• Motorfiets valt om• Defect stuurschakelaarsVoor meer informatie, zie “POP-UPVEN-STER” op pagina 2-30OPMERKING: Neem onmiddellijk contactop met uw dealer als het hoofdwaarschu-wingscontrolelichtje brandt of knippert.HOOFDWAARSCHUWINGSLAMPJE (wit) “”Wanneer er een probleem optreedt metbetrekking tot het volgende, gaat hethoofdwaarschuwingslampje branden:• Storing in datacommunicatie• Sleutelgerelateerd defect• Motorgerelateerd defect• Motorfiets valt om• Hill hold-functie defect• Defect stuurschakelaarsVoor meer informatie, zie “POP-UPVEN-STER” op pagina 2-30.OPMERKING: Neem onmiddellijk contactop met uw dealer als het hoofdwaarschu-wingslampje brandt of knippert.

2-30POP-UPVENSTEROp basis van de gedetecteerde informatieverschijnt er een pop-upvenster aan derechterkant van het display.1 Accuspanning is laag2 Communicatie tussen controllers is mis-lukt3 Startonderbreker niet goedgekeurd (Model met startblokkering)4 Motorgerelateerde storing gedetecteerd5 Motorfiets is omgevallen

2-32OPMERKING: De motor kan niet wordengestart wanneer “CHECK!” (controle) wordtweergegeven. Inspecteer de items hieron-der. Als de weergave van “CHECK!” (con-trole) niet verdwijnt, laat uw motorfiets dannakijken door een dealer. • Zijn er zekeringen doorgebrand? • Zijn de meterconnectors aangesloten?OPMERKING: • Het is mogelijk dat de pop-upweergave-functie niet werkt, afhankelijk van derijomgeving (hoogte, temperatuur, enz.).• Gebruik “WARNING LIST” (waarschu-wingslijst) om pop-upfouten te bekijken.Voor meer informatie, zie “WARNINGLIST (waarschuwingslijst)” op pagina 2-86.ABS-VERKLIKKERLAMPJE “”• Dit verklikkerlampje gaat gewoonlijkbranden wanneer het contactslot aange-zet wordt en gaat uit wanneer de rijsnel-heid hoger dan 5 km/h wordt.• Als er een probleem is met het ABS(antiblokkeersysteem), gaat het lampjebranden.

Het ABS werkt niet wanneerhet ABS-verklikkerlampje brandt. WAARSCHUWINGHet ABS werkt niet wanneer het ABS-verklikkerlampje brandt. Plotseling en tekrachtig remmen wanneer het ABS-verk-likkerlampje brandt, kan de wielen blok-keren, wat kan leiden tot verlies vancontrole. Laat uw motorfiets meteen door een dea-ler nakijken.

2-33OPMERKING: • Het ABS-verklikkerlampje gaat soms uitwanneer u de motor met hoog toerentallaat draaien voordat u gaat rijden. Alshet ABS-verklikkerlampje uitgaat nadatde motor is gestart maar voordat u gaatrijden, moet u de werking van het ABS-verklikkerlampje controleren door hetcontactslot op “OFF” (uit) en dan weerop “ON” (aan) te zetten. Als het ABS-verklikkerlampje niet gaat branden wan-neer het contactslot wordt aangezet,moet u het systeem zo spoedig mogelijkdoor een dealer laten nakijken. WAARSCHUWINGRijden met de motorfiets terwijl het ABS-verklikkerlampje brandt, kan gevaarlijkzijn.Als het ABS-verklikkerlampje knippert ofgaat branden tijdens het rijden, parkeertu de motorfiets op een veilige plaats enzet u het contactslot uit.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Suzuki V-Strom 1050 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden