Suzuki SV650A (2021) Handleiding

Suzuki Motor SV650A (2021)

Bekijk gratis de handleiding van Suzuki SV650A (2021) (137 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 68 mensen. Heb je een vraag over Suzuki SV650A (2021) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/137

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Suzuki
Categorie: Motor
Model: SV650A (2021)

Handleiding Suzuki SV650A (2021) – volledige tekst

BELANGRIJKE INFORMATIEBELANGRIJKE RICHTLIJNEN I.V.M. DE INRIJPERIODEDe eerste 1600 km zijn de belangrijk-ste voor de levensduur van uw motor-fiets. Een strict nagevolgdeinrijperiode verzekert een maximaleduurzaamheid en een optimale wer-king van uw nieuwe motorfiets.Suzuki onderdelen zijn vervaardigdvan materialen van hoge kwaliteit endeze zijn in de fabriek afgewerkt methet oog op nauwkeurig bepaaldebelastingen. Correcte bediening zorgtervoor dat de afgewerkte oppervlak-ken elkaar insmeren en zich harmoni-eus aan elkaar aanpassen.De betrouwbare werking van uwmotorfiets hangt af van de specialezorg en het navolgen van de beper-kingen tijdens de inrijperiode.

Let ervooral op de motor niet te overbelas-ten om oververhitting van de motoron-derdelen te voorkomen.Zie het hoofdstuk HET INRIJDENvoor verdere aanbevelingen en voor-schriften betreffende het inrijden.WAARSCHUWING/VOORZICHTIG/LET OP/OPMERKINGLees deze handleiding zorgvuldigdoor en volg alle aanwijzingen op. Wijleggen er de nadruk op dat in dezehandleiding het symbool  en dewoorden WAARSCHUWING, VOOR-ZICHTIG, LET OP en OPMERKINGalle een speciale betekenis hebbenen dat er nauwkeurig aandacht aandient te worden besteed.

VOORWOORDMotorrijden is een van de meestopwindende sporten, en om zeker tezijn van uw rijplezier doet u er goedaan om de informatie in deze handlei-ding aandachtig door te nemen voor-dat u op uw motorfiets gaat rijden.In deze handleiding worden de ver-zorging en het onderhoud van uwmotorfiets beschreven. Door dezeaanwijzingen precies op te volgenkunt u er zeker van zijn dat uw motor-fiets een lang leven heeft zonderongemakken. Uw officiële Suzuki-dealer heeft ervaren technici dieopgeleid zijn om uw motorfiets met debest mogelijke zorg te omringen, metde juiste gereedschappen en de juisteuitrusting.Alle informatie, afbeeldingen en spe-cificaties die u in deze handleidingvindt, zijn volledig bijgewerkt tot hetogenblik van publicatie. Tengevolgevan verbeteringen of andere verande-ringen zouden er tegenstrijdighedenkunnen voorkomen tussen de infor-matie in deze handleiding en uwmotorfiets.

Suzuki behoudt zich ech-ter het recht voor om te allen tijde ver-anderingen aan te brengen.Deze handleiding is van toepassingop alle specificaties voor alle respec-tievelijke bestemmingen en geeft uit-leg over al het materiaal. Het isdaarom mogelijk dat uw model ken-merken heeft die afwijken van die inde handleiding vermeld staan.

1-2INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKERGEBRUIK VAN ACCESSOIRES EN BELADING VAN DE MOTORFIETSGEBRUIK VAN ACCESSOIRESDe veiligheid kan minder worden bijmontage of toevoeging van onge-schikte accessoires. Het is onmogelijkvoor Suzuki om elk accessoire dat teverkrijgen is of om combinaties vanalle leverbare accessoires te testen,maar uw dealer kan u helpen bij hetuitkiezen van kwaliteitsonderdelen ende montage ervan. Betracht uiterstevoorzichtigheid bij het uitkiezen enmonteren van accessoires voor uwmotorfiets en raadpleeg uw Suzuki-dealer als u vragen hebt. RICHTLIJNEN VOOR DE MONTAGE VAN ACCESSOIRES• Accessoires die van invloed zijnop de windgevoeligheid zoalsstroomlijnen, windschermen, rug-steunen, zadeltassen en reiskof-fers, moeten zo laag mogelijkworden gemonteerd en ook zodicht mogelijk bij het zwaartepunt.

Zorg dat de bevestigingsbeugelsen het andere bevestigingsmateri-aal stevig is aangebracht. • Controleer de tussenruimte tus-sen de motorfiets en de grond, ende schuinte van de zit. Let ertevens op dat de accessoires dewerking van de vering, stuurinrich-ting en andere bedieningsorganenniet hinderen. • Accessoires die aan het stuur ofde voorvork worden gemonteerd,kunnen een zeer nadelige invloedop de stabiliteit hebben. Door hetextra gewicht zal uw motorfietsminder goed reageren op uwbesturing. Het extra gewicht kanook trillingen in het voorgedeelteveroorzaken en kan zodoende lei-den tot minder stabiliteit. Eventu-ele accessoires aan het stuur ofde voorvork moeten zo lichtmogelijk zijn en dienen beperkt teworden tot een minimum. • Door sommige accessoires wordtde motorrijder gedwongen omzijn/haar normale rijhouding teveranderen.

Gebruik geen ongeschikte acces-soires en let op dat de gebruikteaccessoires goed worden aange-bracht. Alle onderdelen en acces-soires voor de motorfiets moetenoriginele Suzuki onderdelen zijnof gelijkwaardige onderdelen dieontworpen zijn voor gebruik metdeze motorfiets. Monteer engebruik de accessoires overeen-komstig de bijgeleverde instruc-ties. Raadpleeg uw Suzuki-dealerals u vragen hebt.

1-3• Extra elektrische accessoires kun-nen het bestaande elektrischesysteem overbelasten. Zwareoverbelasting kan de bedradingbeschadigen of kan gevaar ople-veren als gevolg van het uitvallenvan de stroom wanneer de motor-fiets in gebruik is. • Trek geen aanhangwagen of eenzijspan. Deze motorfiets is nietontworpen voor het trekken vaneen aanhangwagen of zijspan. LAADLIMIETOverschrijd nooit het maximaal toe-laatbare totaalgewicht (MTT) vandeze motorfiets. Het MTT is het totalegewicht van de machine, accessoires,nuttige belastingen, de bestuurder ende passagier tesamen. Denk bij hetuitkiezen van accessoires aan hetgewicht van de bestuurder en ookaan het gewicht van de andere acces-soires. Het extra gewicht van deaccessoires kan niet alleen onveiligerijomstandigheden veroorzaken, maarkan ook een nadelige invloed hebbenop de stabiliteit van de motorfiets.

MTT: 420 kgbij bandenspanning (indien koud)Voor: 225 kPa (2,25 kgf/cm2)Achter: 250 kPa (2,50 kgf/cm2)RICHTLIJNEN VOOR DE BELADINGDeze motorfiets kan kleine voorwer-pen vervoeren wanneer u niet meteen passagier rijdt. Volg de onder-staande richtlijnen voor de belading:• Verdeel de bagage gelijk over delinker- en de rechterkant van demotorfiets en maak deze goedvast. • Zorg dat het gewicht van debagage zo laag mogelijk is enhoud dit ook zo dicht mogelijk bijhet midden van de motorfiets. • Bevestig geen grote of zwarevoorwerpen aan het stuur, devoorvork of het achterspatscherm. • Monteer geen bagagedrager ofeen bagagekoffer die over hetachtereind van de motorfiets uit-steekt. • Vervoer ook geen voorwerpen dieover het achtereind van de motor-fiets uitsteken. • Controleer of beide banden dejuiste bandenspanning hebbenvoor de belading van de motor-fiets. Zie blz. 6-39.

1-4WIJZIGINGENHet aanbrengen van wijzigingen aande motorfiets of het verwijderen vanoorspronkelijk aangebrachte onder-delen kan het voertuig onveilig ofonwettelijk maken.VEILIGHEIDSADVIES VOOR MOTORRIJDERSMotorrijden is een geweldige enopwindende sport. Er moeten echterook enkele voorzorgsmaatregelengenomen worden om de veiligheidvan de bestuurder en de passagier tewaarborgen. Deze voorzorgsmaatre-gelen zijn:DRAAG ALTIJD EEN HELMVeiligheidsuitrusting voor de motor-fiets begint met een veiligheidshelmvan goede kwaliteit. Een van demeest ernstige verwondingen die ukunt oplopen is een verwonding aanhet hoofd. Draag ALTIJD een goedge-keurde helm. Ook is het aan te radenom passende oogbescherming tedragen.MOTORKLEDINGLoszittende vrijetijdskleding kanongemakkelijk en onveilig zijn bij hetmotorrijden.

Kies motorkleding vangoede kwaliteit wanneer u motorrijdt.CONTROLE VÓÓR HET RIJDENLees nog eens grondig de instructiesdoor in het hoofdstuk CONTROLEVÓÓR HET RIJDEN in deze handlei-ding. Vergeet niet een algehele veilig-heidscontrole uit te voeren om deveiligheid van bestuurder en passa-gier te waarborgen.

1-5MAAK UZELF VERTROUWD MET DE MOTORFIETSUw rijvaardigheid en uw kennis vanhet mechanisme van de motorfietsvormen de basis voor veilig rijden. Wijraden u aan om eerst wat te oefenenmet uw motorfiets op een plaats waargeen verkeer kan komen, totdat u vol-ledig vertrouwd bent met uw machineen de bedieningsorganen. Oefeningbaart kunst!KEN UW GRENZENRijd binnen de grenzen van uw eigenvaardigheid. Door deze grenzen tekennen en altijd binnen deze grenzente blijven kunt u ongelukken voorko-men.DENK AAN EXTRA VEILIGHEID BIJ SLECHT WEERRijden bij slecht weer, vooral bij natweer, vereist extra voorzichtigheid. Deremafstand is bij regen tweemaal zogroot. Geverfde pijlen op de weg, put-deksels en vettige weggedeelten kun-nen bijzonder glad zijn. Wees extravoorzichtig bij het rijden over rails,ijzeren platen en bruggen.

1-6PLAATS VAN DE SERIENUMMERS(SV650)(SV650X)De serienummers op het frame en/ofde motor worden gebruikt om demotorfiets te registreren. Zij komenook van pas wanneer uw dealeronderdelen bestelt of om te verwijzennaar speciale service-informatie. Hetframenummer 1 is op de balhoofd-buis geslagen. Het motornummer 2is op het motorcarter geslagen.Noteer de serienummers in hetonderstaande vakje zodat deze latergemakkelijk teruggevonden kunnenworden.Framenummer:Motornummer:

1-7LAWAAI-ONDERDRUKKINGSSYSTEEM (ALLEEN VOOR AUSTRALIE)WIJZIGINGEN AANBRENGEN IN HET LAWAAI-ONDERDRUKKINGSSYSTEEM IS VERBODENU wordt erop attent gemaakt dat dewet de volgende zaken verbiedt:(a) Het verwijderen of ongeschiktmaken, behalve wanneer ditgebeurt voor het verrichten vanonderhoud, reparatie ofvervanging, van enigerleiuitrusting of systeem die tot doelheeft lawaai te verminderen, endie in een nieuw voertuig isingebouwd voordat het voertuigwerd verkocht of aan deuiteindelijke gebruiker werdgeleverd, of terwijl het voertuig ingebruik is; en(b) Het gebruik van het voertuignadat dergelijke uitrusting ofsystemen zijn verwijderd ofongeschikt zijn gemaakt.

2-5SLEUTEL(EU)Deze motorfiets is voorzien van eenhoofdcontactsleutel en een reserve-sleutel. Bewaar de reservesleutel opeen veilige plaats.CONTACTSLOTHet contactslot heeft vier standen:UIT-STAND “OFF”Alle elektrische circuits zijn uitgescha-keld. De motor kan niet gestart wor-den. De sleutel kan uit het contactslotworden getrokken.AAN-STAND “ON”Het ontstekingscircuit is ingescha-keld en de motor kan nu gestart wor-den. De koplamp, het parkeerklicht(indien uitgerust), de snelheidsmeter,de kentekenplaatverlichting en hetachterlicht zullen automatisch gaanbranden wanneer de contactsleutel indeze stand wordt gezet.

In deze standkan de sleutel niet uit het contactslotworden getrokken.OPMERKING: Start de motor meteennadat u de sleutel in de “ON” standhebt gezet, anders moet de accuonnodig stroom leveren voor het ver-bruik door de koplamp, het parkeer-licht (indien uitgerust), desnelheidsmeter, de kentekenplaatver-lichting en het achterlicht.ONOFFLOCKPIGNITIONPUSH

2-6STUURSLOT-STAND “LOCK”Om het stuur te vergrendelen, draait udit eerst helemaal naar links. Duw desleutel omlaag, draai deze naar de“LOCK” stand en trek de sleutel uithet slot. Alle elektrische circuits zijnuitgeschakeld.OPMERKING: • Beweeg het stuur naar rechts ennaar links om er zeker van te zijndat het goed vergrendeld is.• Als het niet gemakkelijk kan wor-den vergrendeld, draai de sleuteldan naar de “LOCK”-stand terwijlu het stuur lichtjes naar rechtsbeweegt.PARKEERSTAND “P”Wilt u de motorfiets parkeren, ver-grendel dan het stuur en draai desleutel in de “P” stand. De sleutel kannu verwijderd worden, maar het par-keerlicht (indien uitgerust), de kente-kenplaatverlichting en het achterlichtblijven branden terwijl het stuur ver-grendeld is.

U zou uwevenwicht kunnen verliezen envallen, of u zou de motorfiets kun-nen laten vallen.Stop de motorfiets en zet deze opde zijstandaard, indien uitgerust,voordat u het stuur vergrendelt.Probeer nooit om de motorfiets tebewegen terwijl het stuur is ver-grendeld. WAARSCHUWINGAls de motorfiets omvalt alsgevolg van een slip of botsing,kan een eventuele beschadigingvan de motorfiets ertoe leiden datde motor blijft draaien wat kanresulteren in brand of in letseldoor draaiende onderdelen zoalshet achterwiel.Als de motorfiets omvalt, moet hetcontact onmiddellijk worden afge-zet. Vraag een officiële Suzuki-dealer om de motorfiets op nietzichtbare schade te inspecteren.

2-9Alle LCD-segmenten verschijnen entonen dan het normale scherm.• De volgende lampjes gaan 3seconden branden.- Defectverklikkerlampje 8- Hoofdwaarschuwingslampje(EU, VK) J• De volgende lampjes gaan bran-den.- Koelvloeistoftemperatuur-ver-klikkerlampje/oliedrukverklikker-lampje (behalve voor EU, VK)G- Koelvloeistoftemperatuur-ver-klikkerlampje/oliedrukverklikker-lampje/accuspanning-waarschuwingslampje (EU, VK)G- ABS-verklikkerlampje HWanneer het contactslot wordt aan-gezet, worden alle LCD-segmentenweergegeven. Als nu alleen km (km/uur) op het LCD wordt weergegeven,kan niet naar de mijl (mijl/uur) aandui-ding worden overgeschakeld omdatde meter alleen geschikt is voor km-weergave.TOERENTELLER 3De toerenteller geeft het motortoeren-tal in omwentelingen per minuut(omw/min) aan.Houd de SEL toets 1 ingedrukt enzet het contactslot aan.

Houd de SELtoets 1 voor 4 seconden ingedruktom over te schakelen naar de instel-lingsmodus voor het toerentelleraan-duidingspatroon.Druk op de SEL toets 1 om het aan-duidingspatroon te veranderen. Hetaanduidingspatroon verandert in deonderstaande volgorde.Normaal → Piek vasthouden → Nor-maalDruk op de ADJ toets 2 om de instel-lingsmodus voor het toerentelleraan-duidingspatroon te verlaten.SNELHEIDSMETER 4De snelheidsmeter geeft de rijsnel-heid in kilometer per uur of in mijl peruur aan.OPMERKING: • Stel de meter A in op de kilome-terteller en houd dan de SEL toets1 2 seconden ingedrukt voor hetomschakelen tussen km/uur enmijl/uur.

2-10SCHAKELSTANDINDICATOR 5De schakelstandindicator geeft deingeschakelde versnelling aan. Deindicator geeft “N” aan wanneer deversnelling in z’n vrij staat.OPMERKING: Wanneer het display“CHEC” aangeeft in het kilometertel-ler-displaygebied, zal de versnellings-stand-indicator geen nummer tonen,maar alleen “–”.OLIEDRUK-VERKLIKKERLAMPJE “” 6Wanneer het contactslot in de “ON”stand wordt gezet maar de motor nogniet wordt gestart, gaan het symbool“” 6 in het display en het verklik-kerlampje G branden.

Zodra demotor wordt gestart, moeten het sym-bool “” 6 en het verklikkerlampjeuitgaan.Wanneer de oliedruk beneden hetnormale bereik daalt, verschijnt het symbool op het display 6 engaat het verklikkerlampje G branden.RICHTINGAANWIJZER-VERKLIKKERLAMPJE “” 7Dit lampje gaat knipperen wanneer derechter of linker richtingaanwijzer inwerking wordt gesteld.OPMERKING: Als een richtingaanwij-zer niet werkt als gevolg van eendefecte lamp of een defect circuit, zalhet verklikkerlampje sneller knipperenom u erop attent te maken dat er eenstoring is.LET OPAls u na het starten van de motorde gasgreep opendraait of met demotorfiets rijdt terwijl het oliedruk-verklikkerlampje brandt, kan dit eennadelige invloed hebben op demotor.Zorg dat het oliedrukverklikker-lampje uit is voordat u de gasgreepbedient of met de motorfiets rijdt.LET OPRijd niet met de motorfiets terwijlhet oliedruk-verklikkerlampjebrandt, want dit kan resulteren inernstige beschadiging van demotor en de transmissie.Wanneer het oliedruk-verklikker-lampje oplicht, duidt dit op eenlage oliedruk en moet u de motoronmiddellijk afzetten.

Controleerhet oliepeil en vul indien nodigolie bij. Als er volop olie is, maarhet lampje nog niet dooft, brengt ude motorfiets naar een officiëleSuzuki-dealer of een bevoegdmonteur om de motorfiets te latennakijken.

2-11DEFECTVERKLIKKERLAMPJE “” 8 (Behalve voor EU, VK)Als het brandstofinspuitsysteem uit-valt, gaat het defectverklikkerlampje8 branden en toont het display “FI” inhet kilometerteller-displaygebied viade volgende twee aanduidingen:A. Het display A in het kilometertel-ler-displaygebied toont afwisse-lend “FI” en de kilometerteller/dagteller-aflezing, en het defect-verklikkerlampje 8 licht op enblijft branden.B.

Het display A in het kilometertel-ler-displaygebied toont continu“FI” en het defectverklikkerlampje8 knippert.Bij aanduiding A is het mogelijk dat demotor blijft werken, maar bij aandui-ding B zal de motor niet meer werken.OPMERKING: • Als het display continu “FI” aan-geeft en het defectverklikker-lampje knippert, kan de motor nietgestart worden.• Als het defectverklikkerlampjegaat branden en 3 maal snel knip-pert, is de accuspanning te laag.Vraag een officiële Suzuki-dealerom de motorfiets te inspecteren.Wanneer het display “CHEC” aan-geeft in het kilometerteller-displayge-bied, moet u controleren of aan devolgende voorwaarden is voldaan:• Let op dat de motorstopschake-laar in de “” stand staat.• Zorg dat de versnelling in de vrij-stand staat of de zijstandaard vol-ledig omhooggeklapt is.Als het display na het zeker stellenvan de bovenstaande punten nogsteeds “CHEC” aangeeft, controleerdan de ontstekingszekering en destekkers van de verbindingskabels.LET OPHet defectverklikkerlampje gaatbranden als er een probleem ismet het brandstofinspuitsysteem.Wanneer het display “FI” aangeeften het defectverklikkerlampjeoplicht, moet u een officiëleSuzuki-dealer of een vakkundigemonteur zo spoedig mogelijk hetbrandstofinspuitsysteem latencontroleren.

2-12DEFECTVERKLIKKERLAMPJE “ ” 8/HOOFDWAARSCHUWINGSLAMPJE“ ” J (EU, VK)Als er een storing optreedt in de motorfiets, gaat het defectverklikkerlampje“” 8 of het hoofdwaarschuwingslampje “ ” J branden.

Tevens wordt er“FI”, “to” en “IG” elke 2 seconden op het kilometertellerdisplay A aangegeven.NOTE: • Neem onmiddellijk contact op met uw Suzuki-dealer als het defectverklik-kerlampje of het hoofdwaarschuwingslampje brandt.• Wanneer het kilometertellerdisplay "CHEC" aangeeft, moet u de volgendepunten controleren:- De ontstekingszekering is niet gesprongen.- De stekkers van de verbindingskabels zijn aangesloten.Defectverklikkerlampje Hoofdwaarschuwing-slampjeKilometertellerdisplayMotorsysteemstoring (uitlaatgas gerelateerd)Gaat branden –Motorsysteemstoring (niet uitlaatgas gerela-teerd)– Gaat brandenMotorfiets kantelt of storing in TO (kantel)-sensor– Gaat brandenStoring in contactslot/Diefstalpreventie– Gaat brandenStoring in regelaarcom-municatie––

2-13GROOTLICHT-VERKLIKKERLAMPJE “” 9Dit blauwe lampje gaat branden wan-neer het grootlicht wordt ingescha-keld.KLOK 0De tijd wordt aangegeven wanneerhet contactslot in de “ON” stand staat.De klok heeft een 12-uurs tijdsaandui-ding. Volg de onderstaande aanwij-zingen om de klok gelijk te zetten.Om de klok gelijk te zetten, houdt ude SEL toets 1 en de ADJ toets 2tegelijk 2 seconden lang ingedrukttotdat de tijdsaanduiding begint teknipperen.1. Druk op de SEL toets 1 om hetuur in te stellen.2. Druk op de ADJ toets 2 om deminuten in te stellen.3.

Houd de SEL toets 1 en de ADJtoets 2 tegelijk 2 seconden langingedrukt om terug te keren naarde tijdsaanduiding.OPMERKING: • Als de SEL toets 1 of de ADJtoets 2 wordt ingedrukt en vast-gehouden, wordt de aanduidingcontinu verhoogd.• De klok kan worden ingesteldwanneer het contactslot in de“ON” stand staat.• De klok wordt gevoed door deaccu van de motorfiets. Als u demotorfiets langer dan twee maan-den niet gebruikt, raden wij u aande accu te verwijderen zodat dezeniet onnodig wordt verbruikt.

2-14KILOMETERTELLER/DAGTELLER/HELDERHEID VAN INSTRUMENTENPANEELVERLICHTING AHet display heeft 4 functies; het kande kilometerteller, twee dagtellers ende helderheid van de instrumenten-paneelverlichting tonen. Wanneer hetcontactslot in de “ON” stand wordtgezet, zal het onderstaande testpa-troon 3 seconden lang op het displayworden aangegeven.

Nadat het test-patroon is weergegeven, toont hetdisplay de functie die werd weergege-ven de laatste keer dat het contactslotwerd uitgeschakeld.OPMERKING: • Stel de meter A in op de kilome-terteller en houd dan de SEL toets1 2 seconden ingedrukt voor hetomschakelen tussen km en mijl.De snelheidsmeter schakelt omtussen km/uur en mijl/uur, en demeter voor het huidig/gemiddeldbenzineverbruik schakelt om tus-sen km/liter (liter/100 km) en mijl/gallon.• Kies km of mijl overeenkomstig degebruikte afstandeenheid.• Controleer de km en mijl display-aanduiding na het instellen vanhet instrumentenpaneeldisplay.TRIPA BTRIP

2-15Druk op de SEL toets 1 om tussende aanduidingen om te schakelen. Dedisplay-aanduiding verandert in deonderstaande volgorde.KILOMETERTELLERDe kilometerteller geeft de totaalafgelegde afstand van de motorfietsaan. Het bereik van de kilometertellerloopt van 0 tot 999999.De aanduiding van de kilometertellerstopt bij 999999 wanneer de totaalafgelegde afstand meer dan 999999bedraagt.DAGTELLERSDe twee dagtellers zijn kilometertel-lers die teruggesteld kunnen worden.De dagtellers werken onafhankelijkvan elkaar. De dagteller A kan bijvoor-beeld gebruikt worden voor het bij-houden van de afstand van eenbepaalde rit en de dagteller B kangebruikt worden om de afstand tus-sen twee benzinestops te registreren.Om een dagteller op nul terug te stel-len, houdt u SEL toets 1 2 secondenlang ingedrukt terwijl het display dedagteller toont, A of B, die u wiltterugstellen.

Het tekentje ensegment knipperen wanneer het ben-zinepeil beneden 1,7 liter zakt.OPMERKING: • De benzinepeil-indicator geeft hetpeil niet juist aan wanneer demotorfiets op de zijstandaardstaat. Zet het contactslot in de“ON” stand terwijl de motorfietsrecht overeind wordt gehouden.• Als het benzinetekentje knippert,moet u meteen gaan tanken. Ookzal het laatste segment van debenzinepeil-indicator knipperenwanneer de benzinetank bijnaleeg is. WAARSCHUWINGBedien het display niet tijdens hetrijden; dat is gevaarlijk. Wanneer uuw hand van het stuur afneemt,ontstaat een bijzonder gevaarlijkesituatie.Schakel nooit tijdens de rit de aan-duidingen om. Houd beide handenaan het stuur.BenzinetankOngeveer1,7 literOngeveer4,2 literVolSegmentKnippert  tekentjeKnippert Knippert

2-17METER VOOR HUIDIG BENZINEVERBRUIK/METER VOOR GEMIDDELD BENZINEVERBRUIK/RIJBEREIKMETER C (Behalve voor EU, VK)Het display heeft 3 functies: metervoor huidig benzineverbruik, metervoor gemiddeld benzineverbruik enrijbereikmeter. Wanneer het contact-slot in de “ON” stand wordt gezet, zalhet onderstaande testpatroon 3seconden lang op het display wordenaangegeven.Nadat het testpatroon is weergege-ven, toont het display de functie diewerd weergegeven de laatste keerdat het contactslot werd uitgescha-keld.Druk op de ADJ toets 2 om tussende aanduidingen om te schakelen. Dedisplay-aanduiding verandert in deonderstaande volgorde.km/L/100kmRANGEMPGUSIMPAVGABAVGARANGERijbereikmeterHuidig benzineverbruikDagteller A of B gemiddeld benzineverbruik

2-18Meter voor huidig benzineverbruik en meter voor gemiddeld benzineverbruikVoor omschakelen tussen “km/L (L/100 km)” en “MPG” zet u de meter Aop de kilometerteller en houdt dan deSEL toets 1 2 seconden ingedrukt.De kilometerteller zal tegelijkertijdomschakelen tussen km en mijl.Voor omschakelen tussen “km/L” en“L/100 km”, “MPG IMP” en “MPG US”zet u de meter C op de meter voorhuidig benzineverbruik of de metervoor gemiddeld benzineverbruik enhoudt dan de ADJ toets 2 2 secon-den ingedrukt.Meter voor huidig benzineverbruikDe meter voor het huidig benzinever-bruik toont de waarde voor het benzi-neverbruik alleen wanneer demotorfiets rijdt. Wanneer de motor-fiets stopt, toont de benzineverbruik-meter “– – . –”. Deze meter loopt van0,1 tot 50,0 (km/L), van 2,0 tot 50,0(L/100 km) of van 0,1 tot 99,9 (MPGIMP, US).OPMERKING: De waarden op hetdisplay zijn een benadering.

De aan-duidingen komen mogelijk niet altijdovereen met de werkelijke waarden.Meter voor gemiddeld benzineverbruikDe meter voor het gemiddeld benzi-neverbruik toont het gemiddeld benzi-neverbruik van dagteller A of dagtellerB. Het bereik van de meter voor hetgemiddeld benzineverbruik loopt van0,1 tot 50,0 (km/L), van 0,1 tot 99,9(MPG IMP, US) of van 2,0 tot 50,0 (L/100 km). De meter voor het gemid-deld benzineverbruik geeft “– – . –”aan wanneer de dagteller 0,0 aan-geeft. Om de benzineverbruikmeterterug te stellen, zet u de dagteller opnul.OPMERKING: De waarden op hetdisplay zijn een benadering. De aan-duidingen komen mogelijk niet altijdovereen met de werkelijke waarden.

2-19RijbereikmeterDe rijbereikmeter toont het geschatterijbereik (afstand) gebaseerd op deresterende hoeveelheid benzine bin-nen een bereik van 1 tot 999 km(mijl). Het rijbereik wordt opnieuwberekend wanneer u tankt, maar deaanduiding verandert mogelijk nietwanneer slechts weinig benzine wordtgetankt.Het rijbereik wordt niet opnieuw bere-kend wanneer de motorfiets op de zij-standaard staat. Controleer hetgeschatte rijbereik (afstand) wanneerde zijstandaard omhooggeklapt is.Wanneer de accu wordt losgekop-peld, wordt de rijbereikmeter terugge-steld. Als dit gebeurt, geeft de meter“– – –” aan totdat de motorfiets weereen bepaalde afstand heeft gereden.OPMERKING: • Het rijbereik (afstand) is eengeschatte waarde.

De aanduidingis mogelijk niet precies hetzelfdeals het feitelijke rijbereik.• De meter maakt geen gebruik vande waarde voor het gemiddeldbenzineverbruik om het rijbereik(afstand) te berekenen en deberekende waarde correspon-deert wellicht niet met de waardeaangegeven door de meter voorhet gemiddeld benzineverbruik.• Om te voorkomen dat u zonderbenzine komt te zitten, mag u nietblijven rijden totdat de geschattewaarde tot 1 is gedaald.METER VOOR HUIDIG BRANDSTOFVERBRUIK/METER VOOR GEMIDDELD BRANDSTOFVERBRUIK/VOLTMETER/RIJBEREIKMETER C (EU, VK)Het display heeft 4 functies; metervoor huidig brandstofverbruik, metervoor gemiddeld brandstofverbruik,voltmeter en rijbereikmeter.

Wanneerhet contactslot in de “ON” stand wordtgezet, zal het onderstaande testpa-troon 3 seconden lang op het displayworden aangegeven.Nadat het testpatroon is weergege-ven, toont het display de functie diewerd weergegeven de laatste keerdat het contactslot werd uitgescha-keld. km/L/100kmRANGEPGUSIMPAVGAB

2-20Druk op de ADJ toets 2 om de dis-play-aanduiding te wijzigen. De dis-play-aanduiding verandert in deonderstaande volgorde.Meter voor huidig brandstofverbruik en meter voor gemiddeld brandstofverbruikOm tussen “km/L (L/100 km)” en“MPG” om te schakelen, stelt u demeterfunctie A in op de kilometertel-ler en houdt dan de SEL toets 1ingedrukt voor 2 seconden. De kilo-meterteller zal tegelijkertijd omscha-kelen tussen km en mijl.Om tussen “km/L” en “L/100 km”, of“MPG IMP” en “MPG US” om te scha-kelen, stelt u de meterfunctie C in opde meter voor het huidig brandstof-verbruik of de meter voor het gemid-deld brandstofverbruik en houdt dande ADJ toets 2 ingedrukt voor 2seconden.Meter voor huidig brandstofverbruikDe meter voor het huidig brandstofve-bruik toont de waarde voor het brand-stofverbruik alleen wanneer demotorfiets rijdt.

Wanneer de motor-fiets stopt, toont de brandstofverbruik-meter “--.-”. Deze meter loopt van 0,1tot 50,0 (km/liter), van 2,0 tot 50,0(liter/100 km) of van 0,1 tot 99,9(MPG IMP, US).OPMERKING: De waarden op hetdisplay zijn een benadering. De aan-duidingen komen mogelijk niet altijdovereen met de werkelijke waarden.AVGARANGERijbereikmeterHuidig benzineverbruikDagteller A of B gemiddeld benzineverbruikVoltmeter

2-21Meter voor gemiddeld benzineverbruikDe meter voor het gemiddeld benzi-neverbruik toont het gemiddeld benzi-neverbruik van dagteller A of dagtellerB. Het bereik van de meter voor hetgemiddeld benzineverbruik loopt van0,1 tot 50,0 (km/L), van 0,1 tot 99,9(MPG IMP, US) of van 2,0 tot 50,0 (L/100 km). De meter voor het gemid-deld benzineverbruik geeft “– –. –”aan wanneer de dagteller 0,0 aan-geeft. Om de benzineverbruikmeterterug te stellen, zet u de dagteller opnul. OPMERKING: De waarden op hetdisplay zijn een benadering. De aan-duidingen komen mogelijk niet altijdovereen met de werkelijke waarden. VoltmeterDe voltmeter toont de accuspanningbinnen een bereik van 10,0 tot 16,0 V. OPMERKING: • De weergegeven waarde kan ver-schillen van de waarde vanandere instrumenten. • Als een spanning onder 12,0 Vvaak wordt weergegeven, laat demotorfiets dan nakijken door eenerkende Suzuki-dealer.

ActieradiusmeterDe actieradiusmeter toont degeschatte actieradius (afstand) geba-seerd op de resterende brandstof bin-nen een bereik van 1 tot 999 km(mijl). De actieradius wordt opnieuwberekend wanneer u tankt, maar hetis mogelijk dat de aanduiding niet ver-andert wanneer slechts een kleinehoeveelheid brandstof wordt getankt. De actieradius wordt niet opnieuwberekend wanneer de motorfiets opde zijstandaard staat. Controleer degeschatte actieradius (afstand) nadatde zijstandaard omhoog is geklapt. Wanneer de accu wordt losgekop-peld, wordt de actieradiusmeterteruggesteld. In dit geval geeft demeter “– – –” aan totdat de motorfietsweer een stuk heeft gereden. OPMERKING: • De actieradius (afstand) is eengeschatte waarde. De aanduidingkomt mogelijk niet altijd overeenmet het feitelijke rijbereik.

• De meter maakt geen gebruik vande waarde voor het gemiddeldbrandstofverbruik om de actiera-dius (afstand) te berekenen en deuitkomst is wellicht niet hetzelfdeals de aanduiding van de metervoor het gemiddeld brandstofver-bruik.

2-22KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR-INDICATOR “” DDe koelvloeistoftemperatuur wordtaangegeven door de LCD-segmenttemperatuurindicator D, het water-temperatuurtekentje E en het verklik-kerlampje G.Wanneer de koelvloeistoftempera-tuur boven de 116°C stijgt, lichten allezes LCD-segmenten op. Wanneer dekoelvloeistoftemperatuur tot 120°Cstijgt, gaat het watertemperatuurte-kentje E knipperen en licht het ver-klikkerlampje G op. Als alle zes LCD-segmenten voor de temperatuuraan-duiding D oplichten, zet u de motoruit, wacht dan tot de motor is afge-koeld en controleert daarna het koel-vloeistofpeil.VRIJSTAND-VERKLIKKERLAMPJE “N” FDit groene lampje gaat branden wan-neer de versnelling in de vrijstandwordt gezet.

Het lampje dooft wan-neer vanuit de vrijstand in een ver-snelling wordt geschakeld.LET OPRijden met de motorfiets terwijlhet koelvloeistoftemperatuur-ver-klikkerlampje brandt, kan leidentot ernstige motorschade dooroververhitting.Als het koelvloeistoftemperatuur-verklikkerlampje gaat branden,moet u de motor onmiddellijkafzetten en laten afkoelen. Laat demotor pas weer draaien wanneerhet koelvloeistoftemperatuur-ver-klikkerlampje is gedoofd.

2-23ABS-VERKLIKKERLAMPJE “” HDit verklikkerlampje gaat gewoonlijkbranden wanneer het contactslot naar“ON” wordt gedraaid en dooft wanneerde rijsnelheid hoger dan 10 km/uurwordt.Als er een probleem is met het ABS(antiblokkeersysteem), gaat het ver-klikkerlampje knipperen of blijft hetlampje branden. Het ABS werkt nietwanneer het ABS-verklikkerlampjebrandt of knippert.OPMERKING: Als het ABS-verklik-kerlampje uitgaat nadat de motor isgestart maar voordat u gaat rijden,moet u de werking van het ABS-ver-klikkerlampje controleren door hetcontactslot uit en dan weer aan te zet-ten. Het ABS-verklikkerlampje gaatsoms uit wanneer u de motor methoog toerental laat draaien voordat ugaat rijden.

Als het ABS-verklikker-lampje niet gaat branden wanneer hetcontact wordt aangezet, moet u hetsysteem zo spoedig mogelijk dooreen officiële Suzuki-dealer latennakijken.ACCUSPANNING-WAARSCHUWINGSLAMPJE “ ” I (EU, VK)Dit lampje gaat branden wanneer deprestatie van de accu laag is, watbetekent dat de accu geïnspecteerdof opgeladen moet worden.OPMERKING: Neem contact op meteen Suzuki-dealer voor het inspecte-ren en opladen van de accu. WAARSCHUWINGRijden met de motorfiets terwijlhet ABS-verklikkerlampje brandt,kan gevaarlijk zijn.Als het ABS-verklikkerlampjeknippert of gaat branden tijdenshet rijden, parkeert u de motor-fiets op een veilige plaats en zetdan het contact af.

Zet het con-tactslot na een poosje weer op“ON” en controleer of het verklik-kerlampje gaat branden.• Als het verklikkerlampje dooftnadat u weer bent gaan rijden, ishet ABS in orde.• Als het lampje niet uitgaat nadatu bent gaan rijden, werkt hetABS niet en werken de remmenals een normaal remsysteem.Laat het systeem in dit geval zospoedig mogelijk door een offi-ciële Suzuki-dealer nakijken.

2-24LINKER HANDVAT(EU, Australië)KOPPELINGSHENDEL 1De koppelingshendel wordt gebruiktom de aandrijving via het achterwielte onderbreken wanneer u de motorstart of wanneer u van versnellingverandert. De koppeling wordt ont-koppeld door de hendel in te knijpen.DIMLICHTSCHAKELAAR 2“” standHet dimlicht van de koplamp gaatbranden.“” standHet grootlicht van de koplamp gaatbranden. Tevens gaat het grootlicht-verklikkerlampje branden.LET OPWanneer u de dimlichtschakelaartussen de “” en “” standhoudt, zullen de hoge en lage kop-lampbundels beide tegelijk bran-den. Deze stand kan schade aande koplamp van de motorfiets ver-oorzaken.Gebruik de dimlichtschakelaaralleen in de “” of “” stand.LET OPHet aanbrengen van plakband ofandere voorwerpen voorop dekoplamp kan de hittestraling vande koplamp blokkeren.

Druk de schake-laar in om de richtingaanwijzer stop tezetten.CLAXONSCHAKELAAR “” 4Druk op deze schakelaar om teclaxonneren.INHAALLICHTSCHAKELAAR 5 (EU, Australië)Druk op deze schakelaar om de kop-lamp te laten knipperen.ALARMKNIPPERLICHTSCHAKELAAR “” 6 (EU, Australië)Wanneer deze schakelaar wordt aan-gezet terwijl het contactslot in de “ON”of “P” stand staat, zullen alle vier derichtingaanwijzers en de verklikker-lampjes gelijktijdig gaan knipperen.Gebruik de alarmknipperlichtinstalla-tie om het andere verkeer te waar-schuwen wanneer uw motorfiets eengevaar kan opleveren bij noodparke-ren e.d. WAARSCHUWINGHet kan gevaarlijk zijn om de rich-tingaanwijzer niet te gebruiken alsu een bocht wilt nemen en om derichtingaanwijzer niet uit te scha-kelen nadat u een bocht hebtgenomen.

2-26RECHTER HANDVATMOTORSTOPSCHAKELAAR 1“” standHet ontstekingscircuit is uitgescha-keld. De motor zal nu niet starten ofdraaien.“” standHet ontstekingscircuit is ingescha-keld en de motor kan draaien.VOORREMHENDEL 2Om de voorrem te gebruiken, trekt ude remhendel zachtjes in de richtingvan de gasgreep in. Deze motorfietsis uitgerust met een schijfrem en er isgeen grote kracht voor nodig om demachine op de juiste wijze tot stil-stand te brengen. Wanneer de rem-hendel wordt ingetrokken, gaat hetremlicht branden.Afstellen van de voorremhendelDe afstand tussen de gasgreep en devoorremhendel kan in een van 5mogelijke posities worden afgesteld.Druk de remhendel naar voren endraai de afsteller in de gewenstestand.

Controleer na afstelling van deremhendel altijd of de afsteller in debetreffende stand is vergrendeld; hetuitsteeksel op het draaipunt van deremhendel moet in de uitholling vande afsteller vallen. De motorfietswordt afgeleverd met de afsteller instand 3.LET OPAls de motorstopschakelaar tij-dens het rijden van  naar  ofvan  naar  naar  wordtgezet, kan de motor of de kataly-sator (indien uitgerust) wordenbeschadigd.Gebruik de motorstopschakelaaruitsluitend in een noodgeval. WAARSCHUWINGHet is gevaarlijk wanneer de posi-tie van de voorremhendel tijdenshet rijden wordt afgesteld. Wan-neer u uw hand van het stuurafneemt, ontstaat een bijzondergevaarlijke situatie.Verstel nooit tijdens de rit destand van de voorremhendel.Houd beide handen aan het stuur.

2-27ELEKTRISCHE STARTSCHAKELAAR “” 3Deze schakelaar wordt gebruikt omde motor te starten. Wanneer hetcontactslot in de “ON” stand is gezet,de motorstopschakelaar op “” staaten de versnelling in de vrijstand isgeplaatst, kunt u op de elektrischestartschakelaar drukken om de motorte starten.OPMERKING: Deze motorfiets is uit-gerust met een blokkeersysteem voorhet contactslot en het startcircuit.

Demotor kan alleen gestart worden als:• De versnelling in de vrijstandstaat, of• Een versnelling is ingeschakeld,de zijstandaard volledig is inge-klapt en de koppelingshendel isingetrokken.OPMERKING: De koplamp gaat uitwanneer de elektrische startschake-laar wordt ingedrukt.LET OPAls de startmotor langer dan vijfseconden achtereen draait, kan erschade aan de startmotor enbedrading ontstaan door overver-hitting.Laat de startmotor niet langer danvijf seconden achtereen draaien.Als de motor na verscheidenepogingen niet aanslaat, dient u debrandstoftoevoer en het ontste-kingssysteem te controleren.Raadpleeg het hoofdstuk STO-RINGZOEKEN in deze handlei-ding.LET OPAls het vrijstand-verklikkerlampjeen de versnellingsstand-indicatorniet de juiste aanduidingen geven,kan er bij het starten van de motorernstige motorschade worden ver-oorzaakt.Controleer de volgende puntenalvorens de motor te starten:• Wanneer het vrijstand-verklik-kerlampje brandt, moet de ver-snellingsstand-indicator “N”(vrijstand) aangeven.• Wanneer het vrijstand-verklik-kerlampje uit is, moet de ver-snellingsstand-indicator “1”,“2”, “3”, “4”, “5” of “6” aange-ven.• Raadpleeg uw Suzuki-dealer alshet vrijstand-verklikkerlampjeen de versnellingsstand-indica-tor niet juist werken.

2-28Suzuki Easy Start systeem(Suzuki Easy Start System)Met het Suzuki Easy Start systeemkunt u de motor starten door eenenkele druk op de elektrische start-schakelaar. Wanneer de versnelling inde vrij staat, kan de motor wordengestart zonder dat de koppelingshen-del wordt ingeknepen. Wanneer deversnelling in een andere stand dande vrij staat, kan de motor wordengestart door de koppelingshendel inte knijpen.OPMERKING: Wanneer de elektri-sche startschakelaar wordt inge-drukt, blijft de startmotor een paarseconden draaien ook als u uw handvan de schakelaar neemt. Na eenpaar seconden, of wanneer de motoraanslaat, zal de startmotor automa-tisch stoppen.GASGREEP 4Het motortoerental wordt bepaalddoor de stand van de gasgreep. Draaide gasgreep naar u toe om het toe-rental te verhogen.

Draai de gasgreepvan u af om het toerental te verlagen.DOP VAN BENZINETANKOm de dop van de benzinetank teopenen, steekt u de contactsleutel inhet slot van de dop en draait de sleu-tel dan naar rechts. Terwijl de sleutelop zijn plaats blijft, haalt u de dop vande benzinetank met de sleutelomhoog. Om de dop van de benzine-tank te sluiten, duwt u de dop stevigomlaag met de sleutel in het slot vande dop.Gebruik altijd verse benzine om debenzinetank te vullen. Gebruik geenoude benzine die vervuild is met vuil,stof, water of een andere vloeistof.Wees voorzichtig dat bij het tankengeen vuil, stof of water in de benzine-tank terechtkomt.Capaciteit brandstoftank: 14,5 L

2-291 Benzineniveau2 VulhalsVERSNELLINGSPEDAALDeze motorfiets heeft 6 versnellingendie u als volgt bedient. Om op dejuiste wijze te schakelen, knijpt u dekoppelingshendel in en neemt u gasterug op hetzelfde moment dat u hetversnellingspedaal bedient. Beweeghet versnellingspedaal omhoog voorhet overschakelen in een hogere ver-snelling en omlaag om terug te scha-kelen. De vrijstand bevindt zichtussen de eerste en de tweede ver-snelling. Om de motor stationair telaten draaien, zet u het versnellings-pedaal in de stand tussen de eersteen de tweede versnelling.OPMERKING: Wanneer de versnel-ling in de vrijstand staat, brandt hetgroene verklikkerlampje op het instru-mentenpaneel. Ook al brandt hetlampje, laat de koppeling toch altijdvoorzichtig en langzaam los om uit tevinden of de versnelling werkelijk inde vrijstand staat.Verminder uw snelheid voordat uterugschakelt.

Geef gas om de motorharder te laten draaien wanneer uterugschakelt. Hierdoor voorkomt uonnodige slijtage van de onderdelenvan de aandrijfas en het achterwiel. WAARSCHUWINGAls u de benzinetank te ver vult,kan die overstromen wanneer debenzine uitzet door de hitte van demotor of van de zon. Benzine dieuit de tank stroomt kan gemakke-lijk vlam vatten.Stop met bijvullen wanneer debenzine de onderzijde van de vul-hals bereikt. WAARSCHUWINGAls u de veiligheidsmaatregelenniet in acht neemt bij het bijvullenvan benzine, kan er brand ont-staan of is het mogelijk dat u gif-tige dampen inademt.Tank uitsluitend in een goedgeventileerde ruimte. Zorg dat demotor is afgezet en let op dat ergeen benzine op een warme motorwordt gemorst. Rook niet en houdopen vuur en vonken uit de buurt.Vermijd benzinedampen in te ade-men.

2-30ACHTERREMPEDAALDruk het achterrempedaal naar bene-den om de achterwielschijfrem in wer-king te stellen. Het remlicht gaatbranden wanneer de achterremgebruikt wordt.ZADELSLOTOm het zadelslot te ontgrendelen,steekt u de contactsleutel in het sloten draait de sleutel dan naar rechts.Om het zadel te vergrendelen, schuiftu de zadelhaken in de houders envervolgens drukt u stevig op het zadeltotdat dit op zijn plaats vergrendelt. WAARSCHUWINGIndien het zadel niet stevig ver-grendeld is, kan dit gaan verschui-ven waardoor de rijder de controleover de motorfiets verliest.Zorg ervoor dat het zadel in dejuiste positie is en goed is ver-grendeld.

2-31BAGAGERIEMENDe bagageriemen liggen opgevouwenonder het zadel. Neem de riemen uitde haken en monteer het zadel metde riemen naar buiten. Haak bandenaan de riemen om bagage op hetzadel vast te maken.ZIJSTANDAARDEr is een blokkeersysteem aange-bracht om het contactcircuit te onder-breken als de zijstandaard uitgeklaptis of de versnelling in een anderestand dan de vrijstand geschakeld is.Het zijstandaard/contactcircuit-blok-keersysteem werkt als volgt:• De motor kan niet gestart wordenals de zijstandaard uitgeklapt isen de versnelling ingeschakeld is.• De motor slaat af als metdraaiende motor en de zijstan-daard uitgeklapt, de versnellingingeschakeld wordt.• De motor slaat af als metdraaiende motor en de versnellingingeschakeld, de zijstandaard uit-geklapt wordt.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Suzuki SV650A (2021) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden