Suzuki GSX-R750 (2016) Handleiding

Suzuki Motor GSX-R750 (2016)

Bekijk gratis de handleiding van Suzuki GSX-R750 (2016) (145 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 84 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Suzuki GSX-R750 (2016) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/145
Deze handleiding dient te worden beschouwd als een onderdeel
van de motorfiets en moet bij verkoop samen met de motorfiets
aan de nieuwe eigenaar worden overhandigd. De handleiding
bevat belangrijke veiligheidsinformatie en instructies die
zorgvuldig dienen te worden doorgelezen voordat de motorfiets
in gebruik wordt genomen.

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (7 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Suzuki
Categorie: Motor
Model: GSX-R750 (2016)

Handleiding Suzuki GSX-R750 (2016) – volledige tekst

Deze handleiding dient te worden beschouwd als een onderdeel van de motorfiets en moet bij verkoop samen met de motorfiets aan de nieuwe eigenaar worden overhandigd. De handleiding bevat belangrijke veiligheidsinformatie en instructies die zorgvuldig dienen te worden doorgelezen voordat de motorfiets in gebruik wordt genomen.

BELANGRIJKE INFORMATIEBELANGRIJKE RICHTLIJNEN I.V.M. DE INRIJPERIODEDe eerste 1600 km zijn de belangrijk-ste voor de levensduur van uw motor-fiets. Een strict nagevolgdeinrijperiode verzekert een maximaleduurzaamheid en een optimale wer-king van uw nieuwe motorfiets.Suzuki onderdelen zijn vervaardigdvan materialen van hoge kwaliteit endeze zijn in de fabriek afgewerkt methet oog op nauwkeurig bepaaldebelastingen. Correcte bediening zorgtervoor dat de afgewerkte oppervlak-ken elkaar insmeren en zich harmo-nieus aan elkaar aanpassen.De betrouwbare werking van uwmotorfiets hangt af van de specialezorg en het navolgen van de beper-kingen tijdens de inrijperiode.

Let ervooral op de motor niet te overbelas-ten om oververhitting van de motoron-derdelen te voorkomen.Zie het hoofdstuk HET INRIJDENvoor verdere aanbevelingen en voor-schriften betreffende het inrijden.WAARSCHUWING/ VOORZICHTIG/LET OP/OPMERKINGLees deze handleiding zorgvuldigdoor en volg alle aanwijzingen op. Wijleggen er de nadruk op dat in dezehandleiding het symbool  en dewoorden WAARSCHUWING, VOOR-ZICHTIG, LET OP en OPMERKINGalle een speciale betekenis hebbenen dat er nauwkeurig aandacht aandient te worden besteed.

VOORWOORDMotorrijden is een van de meestopwindende sporten, en om zeker tezijn van uw rijplezier doet u er goedaan om de informatie in deze handlei-ding aandachtig door te nemen voor-dat u op uw motorfiets gaat rijden.In deze handleiding worden de ver-zorging en het onderhoud van uwmotorfiets beschreven. Door dezeaanwijzingen precies op te volgenkunt u er zeker van zijn dat uw motor-fiets een lang leven heeft zonderongemakken. Uw officiële Suzuki-dealer heeft ervaren technici dieopgeleid zijn om uw motorfiets met debest mogelijke zorg te omringen, metde juiste gereedschappen en de juisteuitrusting.Alle informatie, afbeeldingen en spe-cificaties die u in deze handleidingvindt, zijn volledig bijgewerkt tot hetogenblik van publicatie. Tengevolgevan verbeteringen of andere verande-ringen zouden er tegenstrijdighedenkunnen voorkomen tussen de infor-matie in deze handleiding en uwmotorfiets.

Suzuki behoudt zich ech-ter het recht voor om te allen tijde ver-anderingen aan te brengen.Deze handleiding is van toepassingop alle specificaties voor alle respec-tievelijke bestemmingen en geeft uit-leg over al het materiaal. Het isdaarom mogelijk dat uw model ken-merken heeft die afwijken van die inde handleiding vermeld staan.

1-2INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKERGEBRUIK VAN ACCESSOIRES EN BELADING VAN DE MOTORFIETSGEBRUIK VAN ACCESSOIRESDe veiligheid kan minder worden bijmontage of toevoeging van onge-schikte accessoires. Het is onmogelijkvoor Suzuki om elk accessoire dat teverkrijgen is of om combinaties vanalle leverbare accessoires te testen,maar uw dealer kan u helpen bij hetuitkiezen van kwaliteitsonderdelen ende montage ervan. Betracht uiterstevoorzichtigheid bij het uitkiezen enmonteren van accessoires voor uwmotorfiets en raadpleeg uw Suzuki-dealer als u vragen hebt. RICHTLIJNEN VOOR DE MONTAGE VAN ACCESSOIRES• Accessoires die van invloed zijnop de windgevoeligheid zoalsstroomlijnen, windschermen, rug-steunen, zadeltassen en reiskof-fers, moeten zo laag mogelijkworden gemonteerd en ook zodicht mogelijk bij het zwaartepunt.

Zorg dat de bevestigingsbeugelsen het andere bevestigingsmateri-aal stevig is aangebracht. • Controleer de tussenruimte tus-sen de motorfiets en de grond, ende schuinte van de zit. Let ertevens op dat de accessoires dewerking van de vering, stuurinrich-ting en andere bedieningsorganenniet hinderen. • Accessoires die aan het stuur ofde voorvork worden gemonteerd,kunnen een zeer nadelige invloedop de stabiliteit hebben. Door hetextra gewicht zal uw motorfietsminder goed reageren op uwstuurbediening. Het extra gewichtkan ook trillingen in het voorge-deelte veroorzaken en kanzodoende leiden tot minder stabili-teit. Eventuele accessoires aanhet stuur of de voorvork moetenzo licht mogelijk zijn en dienenbeperkt te worden tot een mini-mum. • Kies accessoires uit die de bewe-ging van de bestuurder nietbelemmeren.

• Bij het uitkiezen van elektrischeaccessoires moet u erop lettendat deze het elektrische systeemvan de motorfiets niet overbelas-ten. Zware overbelasting kan debedrading beschadigen of hetelektrische systeem zou kunnenuitvallen met een gevaarlijkesituatie tot gevolg.

 WAARSCHUWINGVerkeerde montage van accessoi-res of modificaties aan de motor-fiets kunnen destuureigenschappen beïnvloeden,wat kan resulteren in een ongeluk. Gebruik geen ongeschikte acces-soires en let op dat de gebruikteaccessoires goed worden aange-bracht. Alle onderdelen en acces-soires voor de motorfiets moetenoriginele Suzuki onderdelen zijnof gelijkwaardige onderdelen dieontworpen zijn voor gebruik metdeze motorfiets. Monteer engebruik de accessoires overeen-komstig de bijgeleverde instruc-ties. Raadpleeg uw Suzuki-dealerals u vragen hebt.

1-3• Trek geen aanhangwagen of eenzijspan. Deze motorfiets is nietontworpen voor het trekken vaneen aanhangwagen of zijspan. LAADLIMIET• Overschrijd nooit het maximaaltoelaatbare totaalgewicht (MTT)van deze motorfiets. Het MTT ishet totale gewicht van demachine, accessoires, nuttigebelastingen, de bestuurder en depassagier tesamen. Denk bij hetuitkiezen van accessoires aan hetgewicht van de bestuurder en ookaan het gewicht van de andereaccessoires. Het extra gewichtvan de accessoires kan niet alleenonveilige rijomstandigheden ver-oorzaken, maar kan ook eennadelige invloed hebben op destabiliteit van de motorfiets. MTT: 380 kgbij bandenspanning (indien koud)Voor: 250 kPa (2,50 kgf/cm2)Achter: 290 kPa (2,90 kgf/cm2)RICHTLIJNEN VOOR DE BELADINGDeze motorfiets kan kleine voorwer-pen vervoeren wanneer u niet meteen passagier rijdt.

Volg de onder-staande richtlijnen voor de belading:• Verdeel de bagage gelijk over delinker- en de rechterkant van demotorfiets en maak deze goedvast. • Zorg dat het gewicht van debagage zo laag mogelijk is enhoud dit ook zo dicht mogelijk bijhet midden van de motorfiets. • Bevestig geen grote of zwarevoorwerpen aan het stuur, devoorvork of het achterspatscherm. • Controleer of beide banden dejuiste bandenspanning hebbenvoor de belading van de motor-fiets. Zie blz. 6-40. • Een verkeerde belading heeft eennadelige invloed op de balans ende stuureigenschappen van demotorfiets. Minder uw snelheid enrijd nooit harder dan 130 km/uurwanneer u bagage meeneemt ofals er accessoires zijn aange-bracht. • Wijzig indien nodig de instellin-gen voor de vering.  WAARSCHUWINGOverbelading of verkeerde bela-ding kan resulteren in verlies vande controle over de motorfiets meteen ongeluk tot gevolg.

1-4WIJZIGINGENHet aanbrengen van wijzigingen aande motorfiets of het verwijderen vanoorspronkelijk aangebrachte onder-delen kan het voertuig onveilig ofonwettelijk maken. Het frame van deze motorfiets is vaneen aluminiumlegering vervaardigd. Breng nooit wijzigingen aan in hetframe door middel van boren, lassene. d. , aangezien de sterkte en stevig-heid van het frame hierdoor aanzien-lijk worden aangetast. Het niet in achtnemen van deze waarschuwing kanresulteren in een onveilig gebruik vande motorfiets, met een ongeluk alsmogelijk gevolg. Suzuki stelt zich opgenerlei wijze aansprakelijk voor per-soonlijk letsel of schade aan demotorfiets, veroorzaakt door in hetframe aangebrachte wijzigingen. Accessoires mogen op het frame wor-den gemonteerd (met bouten), opvoorwaarde dat het frame geenszinswordt gewijzigd en het maximaaltotaalbaar totaalgewicht (MTT) nietwordt overschreden.

Zie voor hetMTT het hoofdstuk GEBRUIK VANACCESSOIRES EN BELADING VANDE MOTORFIETS in deze handlei-ding. VEILIGHEIDSADVIES VOOR MOTORRIJDERSMotorrijden is een geweldige enopwindende sport. Er moeten echterook enkele voorzorgsmaatregelengenomen worden om de veiligheidvan de bestuurder en de passagier tewaarborgen. Deze voorzorgsmaatre-gelen zijn:DRAAG ALTIJD EEN HELMVeiligheidsuitrusting voor de motor-fiets begint met een veiligheidshelmvan goede kwaliteit. Een van demeest ernstige verwondingen die ukunt oplopen is een verwonding aanhet hoofd. Draag ALTIJD een goedge-keurde helm. Ook is het aan te radenom passende oogbescherming tedragen. MOTORKLEDINGLoszittende vrijetijdskleding kanongemakkelijk en onveilig zijn bij hetmotorrijden. Kies motorkleding vangoede kwaliteit wanneer u motorrijdt.

CONTROLE VÓÓR HET RIJDENLees nog eens grondig de instructiesdoor in het hoofdstuk “CONTROLEVÓÓR HET RIJDEN” in deze handlei-ding. Vergeet niet een algehele veilig-heidscontrole uit te voeren om deveiligheid van bestuurder en passa-gier te waarborgen.

1-5MAAK UZELF VERTROUWD MET DE MOTORFIETSUw rijvaardigheid en uw kennis vanhet mechanisme van de motorfietsvormen de basis voor veilig rijden. Wijraden u aan om eerst wat te oefenenmet uw motorfiets op een plaats waargeen verkeer kan komen, totdat u vol-ledig vertrouwd bent met uw machineen de bedieningsorganen. Oefeningbaart kunst!KEN UW GRENZENRijd binnen de grenzen van uw eigenvaardigheid. Door deze grenzen tekennen en altijd binnen deze grenzente blijven kunt u ongelukken voorko-men.DENK AAN EXTRA VEILIGHEID BIJ SLECHT WEERRijden bij slecht weer, vooral bij natweer, vereist extra voorzichtigheid. Deremafstand is bij regen tweemaal zogroot. Geverfde pijlen op de weg, put-deksels en vettige weggedeelten kun-nen bijzonder glad zijn. Wees extravoorzichtig bij het rijden over rails,ijzeren platen en bruggen.

Vermindersnelheid bij enige twijfel over de staatvan de weg!RIJD DEFENSIEFDe meeste ongelukken met motorfiet-sen gebeuren wanneer een tege-moetkomende auto plotseling vlakvoor de motorfiets afslaat. Rijd voor-zichtig en defensief. Een verstandigemotorrijder gaat er voor de zekerheidvan uit dat hij of zij zelf onzichtbaar isvoor de andere weggebruikers, zelfsop klaarlichte dag. Draag felle, reflec-terende kleding. Schakel de koplampen het achterlicht altijd in, ook alschijnt de zon, opdat u zo opvallendmogelijk bent. En vermijd vooral deblinde hoek van automobilisten.LABELSLees alle labels op de motorfiets envolg de instructies op. Zorg dat u alleaanwijzingen van de labels goedbegrijpt. Verwijder nooit enig label vande motorfiets.

1-6PLAATS VAN DE SERIENUMMERSDe serienummers op het frame en/ofde motor worden gebruikt om demotorfiets te registreren. Zij komenook van pas wanneer uw dealeronderdelen bestelt of om te verwijzennaar speciale service-informatie. Hetframenummer 1 is op de balhoofd-buis geslagen. Het motornummer 2is op het motorcarter geslagen.Noteer de serienummers in hetonderstaande vakje zodat deze latergemakkelijk teruggevonden kunnenworden.

LAWAAI-ONDERDRUKKINGSSYSTEEM (ALLEEN VOOR AUSTRALIE)WIJZIGINGEN AANBRENGEN IN HET LAWAAI-ONDERDRUKKINGS-SYSTEEM IS VERBODENU wordt erop attent gemaakt dat dewet de volgende zaken verbiedt:(a) Het verwijderen of ongeschiktmaken, behalve wanneer ditgebeurt voor het verrichten vanonderhoud, reparatie of vervan-ging, van enigerlei uitrusting ofsysteem die tot doel heeft lawaaite verminderen, en die in eennieuw voertuig is ingebouwd voor-dat het voertuig werd verkocht ofaan de uiteindelijke gebruikerwerd geleverd, of terwijl het voer-tuig in gebruik is; en(b) Het gebruik van het voertuignadat dergelijke uitrusting of sys-temen zijn verwijderd of onge-schikt zijn gemaakt.Framenummer:Motornummer:

2-5SLEUTELBij deze motorfiets worden twee iden-tieke contactsleutels geleverd.Bewaar de reservesleutel op een vei-lige plaats.SLEUTEL (Model uitgerust met startonderbreker)Bij deze motorfiets worden twee iden-tieke contactsleutels geleverd.Bewaar de reservesleutel op een vei-lige plaats. Als alle sleutels verlorenzijn gegaan, moet de ECM vervangenworden. WAARSCHUWINGAls gevolg van de plaats van destuurdemper, kunnen sommigesleutelhangers tussen de stuur-demper en de stuursteelmoergeklemd komen te zitten. Dit kanhinderen bij het sturen waardooreen gevaarlijke situatie ontstaat.Gebruik uw contactsleutel zondersleutelhanger, sleutelmapje ofandere sleutels eraan bevestigd. WAARSCHUWINGAls gevolg van de plaats van destuurdemper, kunnen sommigesleutelhangers tussen de stuur-demper en de stuursteelmoergeklemd komen te zitten.

2-6OPMERKING: • In de sleutel is een startonderbre-ker-identificatiecode geprogram-meerd. Dit betekent dat eensleutel die bij een normale sleutel-maker is gemaakt niet zal werken.Ga naar uw Suzuki-dealer als ueen nieuwe sleutel wilt latenmaken.• Als u de sleutel verliest, dient u uwSuzuki-dealer de verloren sleutelte laten deactiveren.• Als u meerdere voertuigen bezitmet startonderbrekersleutels,dient u de betreffende sleutels uitde buurt van het contactslot tehouden wanneer u de motorfietsgebruikt, want die sleutels zoudenkunnen interfereren met het star-tonderbrekersysteem van uwmotorfiets.• Oorspronkelijk zijn er twee sleu-tels in het startonderbrekersys-teem geregistreerd. Indiengewenst, kunt u nog twee extrasleutels registreren.

Vraag uwSuzuki-dealer om extra sleutels temaken en te registreren.CONTACTSLOTHet contactslot heeft 4 standen:“OFF” STANDAlle elektrische circuits zijn uitgescha-keld. De motor kan niet gestart wor-den. De sleutel kan uit het contactslotworden getrokken.“ON” STANDHet ontstekingscircuit is ingescha-keld en de motor kan nu gestart wor-den. De koplamp en het achterlichtzullen automatisch gaan brandenwanneer de contactsleutel in dezestand wordt gezet. In deze stand kande sleutel niet uit het contactslot wor-den getrokken.OPMERKING: Start de motor meteennadat u de sleutel in de “ON” standhebt gezet, anders moet de accuonnodig stroom leveren als gevolgvan het verbruik door de koplamp enhet achterlicht.“LOCK” (Stuurslot) STANDOm het stuur te vergrendelen, draait udit eerst helemaal naar links.

2-7“P” (Parkeren) STANDWilt u de motorfiets parkeren, ver-grendel dan het stuur en draai desleutel in de “P” stand. De sleutel kannu verwijderd worden, maar het par-keerlicht en het achterlicht blijvenbranden terwijl het stuur vergrendeldis. In deze stand is de motorfiets beterzichtbaar wanneer u bijvoorbeeld ’savonds langs de weg parkeert.Het contactslot kan worden afgedektmet een draaibaar deksel. WAARSCHUWINGHet is gevaarlijk wanneer u hetcontactslot in de “P”(Parkeren) of“LOCK” (Stuurslot) stand zet ter-wijl de motorfiets in beweging is.Het kan gevaarlijk zijn om demotorfiets te bewegen wanneerhet stuur is vergrendeld. U zou uwevenwicht kunnen verliezen envallen, of u zou de motorfiets kun-nen laten vallen.Stop de motorfiets en zet deze opde zijstandaard voordat u hetstuur vergrendelt.

Probeer nooitom de motorfiets te bewegen ter-wijl het stuur is vergrendeld. WAARSCHUWINGAls de motorfiets als gevolg vanslippen of een ongeluk omvalt, ishet mogelijk dat de motor dooreen plotseling opgetredenbeschadiging blijft draaien, watkan resulteren in brand of in even-tueel letsel door bewegendeonderdelen zoals het achterwiel.Als de motorfiets omvalt, moet uhet contact meteen afzetten. Neemcontact op met een officiëleSuzuki-dealer om de motorfiets opniet zichtbare beschadigingen telaten controleren.

2-8Breng de opening van het dekselboven de opening van het contactslot,voordat u de sleutel insteekt.INSTRUMENTENPANEELHet indicatielampje van het elektro-nisch regelsysteem 7, het benzine-verklikkerlampje 8, hetkoelvloeistoftemperatuur-verklikker-lampje/oliedrukverklikkerlampje E,de toerentalindicatielampjes F. G, deLCD’s en de toerentellernaald werkenals volgt om te kijken of ze in orde zijnwanneer het contactslot in de “ON”stand wordt gedraaid.• Het indicatielampje van het elek-tronisch regelsysteem 7, het ben-zineverklikkerlampje 8, hetkoelvloeistoftemperatuur-verklik-kerlampje/oliedrukverklikker-lampje E en detoerentalindicatielampjes F, Ggaan ongeveer 3 seconden bran-den.• De toerentellernaald doorloopt hetvolledige schaalbereik en keertdan terug naar de uitgangsstand.• Alle LCD-segmenten zullen evenafwisselend oplichten en tonendan hun normale werking.

2-9Als de toerentellernaald niet naar nulwijst, volg dan de onderstaande aan-wijzingen om de toerenteller terug testellen.1. Houd de ADJ toets 1 ingedrukten zet het contactslot aan.2. Houd de ADJ toets 1 3 – 5seconden ingedrukt.3. Laat de ADJ toets 1 los. Tiktweemaal op de ADJ toets.OPMERKING: Stap 1 t/m stap 3 vande terugstelprocedure moet binnen10 seconden worden uitgevoerd.RICHTINGAANWIJZER-VERKLIKKERLAMPJE “” 2Dit lampje gaat knipperen wanneer derechter of linker richtingaanwijzer inwerking wordt gesteld.OPMERKING: Als de richtingaanwij-zer niet werkt als gevolg van eendefecte lamp of een defect circuit, zalhet verklikkerlampje sneller knipperenom u erop attent te maken dat er eenstoring is.TOERENTELLER 3De toerenteller geeft het motortoeren-tal in omwentelingen per minuut (omw/min) aan.SCHAKELSTANDINDICATOR 4De schakelstandindicator geeft deingeschakelde versnelling aan.

Deindicator geeft “0” aan wanneer deversnelling in de vrijstand staat.OPMERKING: Wanneer het display“CHEC” aangeeft in het kilometertel-ler-displaygebied, zal de schakelstan-dindicator geen nummer tonen, maaralleen “–”.SNELHEIDSMETER 6De snelheidsmeter geeft de rijsnel-heid in kilometer per uur of in mijl peruur aan.OPMERKING: • Stel de meter A in op de kilome-terteller en houd dan de toetsenADJ 1 en SEL B 3 secondeningedrukt voor het omschakelentussen km/uur en mijl/uur. Tegelij-kertijd schakelt ook de kilometer-teller om tussen km en mijl.(Behalve voor Canada en Midden-Oosten)• Kies km/uur of mijl/uur overeen-komstig de gebruikte afstandeen-heid.• Controleer de km/uur en mijl/uurdisplay-aanduiding na het instel-len van het instrumentenpaneel-display.

2-10INDICATOR VAN HET ELEKTRONISCH REGELSYSTEEM 7Als het elektronisch regelsysteem uit-valt, gaat het rode indicatielampje 7branden en toont het display de aan-duiding “FI” of “Sd” in het kilometertel-ler-displaygebied op de volgende 2wijzen;A. Het display A in het kilometertel-ler-displaygebied toont afwisse-lend “FI” of “Sd” en demodusuitlezing, en het rode ver-klikkerlampje 7 licht op en blijftbranden. Bij deze aanduiding ishet mogelijk dat de motor blijftwerken. Het display A toont her-haaldelijk “FI”, “Sd” en degetoonde aanduiding wanneerzowel het brandstofinspuitsys-teem als het stuurdempersysteemdefect zijn.B. Het display A in het kilometertel-ler-displaygebied toont continu“FI” of “Sd” en het rode verklikker-lampje 7 knippert. Bij deze aan-duiding zal de motor niet werken.OPMERKING: De indicator toont “FI”wanneer het brandstofinspuitsys-teem defect is.

De indicator toont “Sd”wanneer er een probleem is met destuurdempersolenoïde, de accuspan-ning of de snelheidssensor.Bij aanduiding A is het mogelijk dat demotor blijft werken, maar bij aandui-ding B zal de motor niet meer werken.LET OPDe indicator van het elektronischregelsysteem gaat branden als ereen probleem is met het elektro-nisch regelsysteem. Rijd niet metde motorfiets terwijl de indicatorvan het elektronisch regelsysteembrandt, want dit kan leiden totschade aan de motor en de trans-missie.Als het display “FI” of “Sd” aan-geeft en het rode indicatielampjebrandt, moet u een officiëleSuzuki-dealer of een bevoegdmonteur zo spoedig mogelijk hetelektronisch regelsysteem latencontroleren.

2-11OPMERKING: • Als het display afwisseled “FI” of“Sd” en de getoonde aanduidingaangeeft, en het rode indicatie-lampje oplicht en blijft branden,moet u de motor laten draaien enuw motorfiets naar een officiëleSuzuki-dealer brengen.

Als demotor afslaat, kunt u proberen omde motor opnieuw te starten nadatu het contact uit en dan weer aanhebt gezet.• Als het display continu “FI” of “Sd”aangeeft en het rode indicatie-lampje knippert, kan de motor nietgestart worden.Wanneer het display “CHEC” aan-geeft in het kilometerteller-displayge-bied, moet u controleren of aan devolgende voorwaarden is voldaan:• Let op dat de motorstopschake-laar in de “” stand staat.• Zorg dat de versnelling in de vrij-stand staat of de zijstandaard vol-ledig omhooggeklapt is.Als het display na het uitvoeren vande bovenstaande aanwijzingen nogsteeds “CHEC” aangeeft, controleerdan de ontstekingszekering en destekkers van de verbindingskabels.BENZINEVERKLIKKERLAMPJE “” 8Dit verklikkerlampje gaat 3 secondenbranden wanneer het contactslot inde “ON” stand wordt gezet en zal dandoven als er genoeg benzine in detank is.

Dit verklikkerlampje gaat knip-peren wanneer er minder dan 3,9 literbenzine in de tank is. Het verklikker-lampje gaat aan en blijft brandenwanneer er minder dan 1,5 liter ben-zine in de tank is. OPMERKING: Wanneer het benzine-verklikkerlampje gaat branden, moetu zo spoedig mogelijk benzine gaantanken.VRIJSTAND-VERKLIKKERLAMPJE “N” 9Dit groene lampje gaat branden wan-neer de versnelling in de vrijstandwordt gezet. Het lampje dooft wan-neer vanuit de vrijstand in een ver-snelling wordt geschakeld.GROOTLICHT-VERKLIKKERLAMPJE “” 0Dit blauwe lampje gaat branden wan-neer het grootlicht wordt ingescha-keld.

2-12KILOMETERTELLER/DAGTELLERS/RESERVEBENZINE-VERBRUIKSTELLER/KLOK/HELDERHEID VAN DE INSTRUMENTENPANEELVERLICH-TING/RONDETIJDTELLER AHet display heeft 7 functies; het kande kilometerteller, 2 dagtellers, dereservebenzine-verbruiksteller, deklok, de helderheid van de instrumen-tenpaneelverlichting en de rondetijd-teller tonen. Wanneer het contactslotin de “ON” stand wordt gezet, zal hettestpatroon worden aangegeven. Dedisplay-aanduiding wordt in hetgeheugen vastgelegd wanneer hetcontact wordt afgezet en de vastge-legde display-aanduiding zal opnieuwverschijnen wanneer het contact weerwordt aangezet.Druk op de SEL toets B of op derechter stuurschakelaar van de rond-etijdtellerschakelaar om de display-aanduiding te veranderen.

Dagteller 1 kan bijvoorbeeldgebruikt worden voor het bijhoudenvan de afstand van een bepaalde riten dagteller 2 kan gebruikt wordenom de afstand tussen twee benzine-stops te registreren.Om een dagteller terug te stellen,drukt u de ADJ toets 1 of METER of METER 2 seconden in terwijl dedagteller die u wilt terugstellen, 1 of 2,in het display wordt aangegeven.OPMERKING: Als de afgelegdeafstand 9999,9 overschrijdt, begint dedagteller weer vanaf 0,0 te tellen.OPMERKING: De dagteller wordt ookteruggesteld wanneer de accu wordtverwijderd of de accu leeg is.Reservebenzine-verbruikstellerDe reservebenzine-verbruiksteller teltde afstand vanaf het punt waarop dereservebenzine gebruikt gaat wordentot het moment waarop de benzine-tank weer gevuld wordt.

De benzine-peil-indicator begint te knipperen ende reservebenzine-verbruikstellerstart met tellen wanneer de motorfietsop de reservebenzine begint te lopen.Deze teller wordt automatisch op nulteruggesteld wanneer de benzinetanktot voorbij het halfvol-peil wordtgevuld en de motorfiets weer begintte rijden. De reservebenzine-ver-bruiksteller kan handmatig wordenteruggesteld door de ADJ toets 1 ofMETER of METER langer dan5 seconden ingedrukt te houden ter-wijl de benzinetank tot voorbij hethalfvol-peil is gevuld. WAARSCHUWINGVeranderen van de display-aan-duiding tijdens het rijden isgevaarlijk. Wanneer u uw handvan het stuur afneemt, ontstaateen bijzonder gevaarlijke situatie.Verander de display-aanduidingnooit tijdens het rijden. Houd altijdbeide handen aan het stuur.

2-14Klok De klok heeft een 12-uren teller. Volgde onderstaande aanwijzingen om deklok gelijk te zetten.1. Houd de SEL toets B 3 secondeningedrukt totdat de uur-aandui-ding begint te knipperen.2. Stel het uur in door op de ADJtoets 1 te drukken.OPMERKING: Als de ADJ toets 1ingedrukt wordt gehouden, zal deaanduiding continu vooruitlopen.3. Druk op de SEL toets B ofMETER of METER om deminuten-aanduiding te selecteren.4. Stel de minuten in door op de ADJtoets 1 te drukken.5. Druk op de SEL toets B ofMETER of METER omterug te keren naar de klokstand.Helderheid van instrumentenpaneelverlichtingBij indrukken van de ADJ toets 1 ver-andert de helderheid van de instru-mentenpaneelverlichting in 5stappen. De helderheidsindicatorgeeft de helderheid aan van “”(minimaal) tot “” (maxi-maal).RondetijdtellerDe rondetijdteller kan de tijden van 99ronden en de totale tijd meten.

Deaanduiding van de rondetijdtellerloopt van 00:00”00 tot 99:59”99.1. Gebruik van de rondetijdtellerDruk op de SEL toets B, METER of METER om de rondetijdteller teselecteren. Wanneer de rondetijdtel-ler wordt geselecteerd, gaat in hetdisplay 00:00”00 knipperen of degeheugengegevens. De rondetijdtel-ler kan niet bediend worden wanneerde display-aanduiding knippert.METER

2-163. Controleren van de rondetijd-geheugengegevens1.Houd de SEL toets B langer dan3 seconden ingedrukt. Het dis-play toont afwisselend het ronde-nummer en de rondetijd.2.Druk op METER of METER om het rondenummer te verho-gen of verlagen.3.L – F geeft de laagste rondetijdaan.4.Houd de SEL toets B langer dan3 seconden ingedrukt. De ronde-tijdteller keert terug naar hetmeten van de rondetijd.3METERMETER3

2-174. Wissen van de rondetijd-geheu-gengegevens1.Houd de ADJ toets 1 langer dan3 seconden ingedrukt om derondetijd-geheugengegevens tewissen.2.De rondetijdteller toont 00:00”00.STARTONDERBREKER-VERKLIKKERLAMPJE “” C (indien uitgerust)Het startonderbreker-verklikker-lampje knippert 2 maal wanneer hetcontact wordt aangezet. Vervolgensgaat het lampje 2 seconden branden,waarna het lampje dooft.Het startonderbrekersysteem isbedoeld om diefstal van de motorfietste voorkomen door het motorstartsys-teem elektronisch te deactiveren. Demotor kan alleen gestart worden meteen van de originele sleutels waarinde juiste elektronische identificatie-code is geprogrammeerd.

De sleutelgeeft de identificatiecode door aan destartonderbreker-regeleenheid wan-neer de sleutel in de “ON” stand wordtgedraaid.OPMERKING: • De motor kan niet gestart wordenwanneer het verklikkerlampje blijftknipperen.• Als het lampje blijft knipperen,betekent dit dat er een communi-catiefout tussen het startonder-brekersysteem en deregeleenheid is of dat er een ver-keerde sleutel wordt gebruikt. Zethet contact af en dan opnieuwaan, zodat het startonderbreker-systeem weer juist werkt.• Oorspronkelijk zijn er twee con-tactsleutels in het startonderbre-kersysteem geregistreerd. Indiengewenst, kunt u nog twee extrasleutels registreren. Bij hetinschakelen van het contact geefthet aantal knipperingen van hetverklikkerlampje het aantal gere-gistreerde sleutels aan.• Het verklikkerlampje blijft 24 uurknipperen nadat het contact isafgezet.3

2-18SUZUKI RIJSTAND-INDICATOR DDe Suzuki rijstand-indicator geeft derijstand aan (A of B) wanneer deSuzuki rijstandschakelaar is geacti-veerd. Zie de paragraaf LINKERHANDVAT voor verdere informatie.OPMERKING: De letter “C” kan zicht-baar zijn bij direct zonlicht. Dezemotorfiets heeft echter twee instellin-gen, A een B.KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR-INDICATOR/OLIEDRUKINDICATOR EHet display H en het verklikker-lampje E hebben twee functies:koelvloeistoftemperatuur-indicator enoliedrukindicator. Het display H geeftgewoonlijk de koelvloeistoftempera-tuur aan. Het oliedruksymbool “”wordt geactiveerd wanneer de olie-druk erg laag is.

2-19Koelvloeistoftemperatuur-indicatorWanneer het contactslot in de “ON”stand wordt gezet, zal het testpatroonvoor 3 seconden in het display wor-den aangegeven. Daarna toont hetdisplay de koelvloeistoftemperatuur-indicator. Wanneer de koelvloeistof-temperatuur lager dan 19°C is, zal hetdisplay geen getal aangeven maar “–– –”. Wanneer de koelvloeistoftempera-tuur hoger dan 120°C wordt, gaan detemperatuur en het symbool “”knipperen en licht het verklikker-lampje E op. Wanneer de koelvloei-stoftemperatuur hoger dan 140°Cwordt, toont het display “HI”, het sym-bool “” knippert en het verklikker-lampje E blijft branden. Wanneer hetkoelvloeistoftemperatuur-verklikker-lampje gaat branden, moet u demotor afzetten en het koelvloeistofni-veau controleren nadat de motor isafgekoeld.

OliedrukindicatorWanneer het contactslot in de “ON”stand staat maar de motor nog nietgestart is, zal het “” symbool inhet display oplichten en het indicatie-lampje E branden. Zodra de motorwordt gestart, moeten het symbool“” en het indicatielampje uitgaan. Wanneer de motoroliedruk benedenhet normale werkingsbereik daalt,verschijnt het “” symbool in hetdisplay en licht het indicatielampje Eop. LET OPRijden met de motorfiets terwijlhet lampje voor de koelvloeistof-temperatuur brandt, kan leiden toternstige motorschade door over-verhitting. Als het koelvloeistoftemperatuur-verklikkerlampje gaat branden,moet u de motor onmiddellijkafzetten en laten afkoelen. Laat demotor pas weer draaien wanneerhet koelvloeistoftemperatuur-ver-klikkerlampje is gedoofd.

LET OPRijd niet met de motorfiets terwijlhet oliedruk-verklikkerlampjebrandt, want dit kan resulteren inernstige beschadiging van demotor en de transmissie. Als het oliedruk-verklikkerlampjegaat branden, duidt dit op eenlage oliedruk en moet u de motoronmiddellijk afzetten. Controleerhet oliepeil en vul indien nodigolie bij.

2-20MOTORTOERENTAL-INDICATOR F, GDe LED’s van de motortoerental-indicator gaan branden of knipperen wanneerhet motortoerental het vooringestelde motortoerental bereikt.OPMERKING: Zorg dat u de motortoerental-indicator in het instrumentenpa-neel terugstelt wanneer de accuklemmen opnieuw worden aangesloten.Oranje LED Witte LEDLED1 LED2 LED3Wanneer de witte LED op 10000 t/min is ingesteld en het oranje LED-bereik op500 t/min is ingesteld.Motortoerental en vooringesteld motortoerental (t/min)Oranje LED FWitte LED GLED1 LED2 LED3Motortoerental < 8500 – – – –8500  Motortoerental < 9000–– –9000  Motortoerental < 9500––9500  Motortoerental < 10000–10000  MotortoerentalKnippe-ren

2-21De LED-instelling verandert als volgt:1. Witte LED Oplichten → 2. Witte LED Helderheid → 3. Witte LED Vooringe-steld motortoerental → 4. Oranje LED Vooringesteld motortoerentalbereik1. Witte LED Oplichten1.Houd de SEL toets B ingedrukt en zet het contactslot aan. Blijf de SELtoets B langer dan 2 seconden ingedrukt houden.2.Druk op de ADJ toets 1 om de oplichtingsmodus te veranderen. Demodus verandert als volgt: LIGHT → BLINK → NO LIGHT → LIGHT. Dewitte LED gaat branden in de in de LIGHT modus en knippert in de BLINKmodus. De motortoerental-indicatormarkering “” gaat branden wanneerde LIGHT of BLINK modus wordt gekozen. Wanneer de SEL toets B in deNO LIGHT modus wordt ingedrukt, komt de selectiemodus te vervallen enwordt er teruggekeerd naar de normale display-aanduiding.2.

Witte LED Helderheid1.Druk op de SEL toets B vanaf de witte LED oplichtingsmodus om de witteLED helderheidsmodus te veranderen.2.Bij indrukken van de ADJ toets 1 verandert de helderheid in 5 stappen.De helderheidsindicator verandert van “” (minimaal) tot “”(maximaal).3. Witte LED Vooringesteld motortoerental1.Druk op de SEL toets B vanaf de witte LED helderheidsmodus om hetwitte LED vooringesteld motortoerental te veranderen. De witte LED lichtbij de gekozen instelling op en de toerenteller geeft het vooringesteldemotortoerental aan.2.Druk op de ADJ toets 1 om het vooringestelde toerental te veranderenvan 7000 t/min naar 10000 t/min in stappen van 250 t/min en van 10000 t/min naar 14250 t/min in stappen van 50 t/min. Wanneer de ADJ toets 1ingedrukt wordt gehouden, verandert het vooringestelde motortoerentalcontinu.LIGHT BLINK NO LIGHTWitte LED Knipperen–Indicatormarkering –

2-22Oranje LED Witte LEDLED1 LED2 LED34. Oranje LED Vooringesteld motortoerentalbereik1.Druk op de SEL toets B vanaf de witte LED vooringestelde motortoeren-talmodus om het oranje LED vooringesteld motortoerentalbereik te veran-deren.2.Druk op de ADJ toets 1 om het oranje LED vooringesteld motortoerental-bereik als volgt te veranderen: 250 t/min → 500 t/min → 1000 t/min → 250t/minWanneer de witte LED op 10000 t/min is vooringesteld.3.Druk op SEL toets B om vanaf de instellingsmodus terug te keren naar denormale display-aanduiding.Het motortoerental-indicatiesysteem houdt de gekozen instelling vast wanneerhet contactslot wordt afgezet.

2-23LINKER HANDVATKOPPELINGSHENDEL 1De koppelingshendel wordt gebruiktom de aandrijving via het achterwielte onderbreken wanneer u de motorstart of wanneer u van versnellingverandert. De koppeling wordt ont-koppeld door de hendel in te knijpen.DIMLICHTSCHAKELAAR 2“” standHet dimlicht van de koplamp en hetachterlicht gaan branden.“” standHet grootlicht van de koplamp, hetdimlicht van de koplamp en het ach-terlicht gaan branden.

Tevens gaathet grootlicht-verklikkerlampje bran-den.InhaallichtschakelaarDruk op de dimlichtschakelaar van de“” stand om het grootlicht van dekoplamp even in te schakelen.ALARMKNIPPERLICHTSCHAKE-LAAR “” 3Wanneer deze schakelaar wordt aan-gezet terwijl het contactslot in de “ON”of “P” stand staat, zullen alle vier derichtingaanwijzers en de verklikker-lampjes gelijktijdig gaan knipperen.Gebruik de alarmknipperlichtinstalla-tie om het andere verkeer te waar-schuwen wanneer uw motorfiets eengevaar kan opleveren bij noodparke-ren e.d.LET OPHet aanbrengen van plakband ofandere voorwerpen voorop dekoplamp kan de hittestraling vande koplamp blokkeren.

2-24SUZUKI RIJSTANDKEUZEKNOP 4Met de rijstandkeuzeknop kunt u kie-zen uit 2 instellingen voor de rijstand,om de eigenschappen van het motor-vermogen aan te passen aan dediverse rijomstandigheden en devoorkeur van de rijder.Werking van de Suzuki rijstandkeuzeknopDe rijstand wordt op modus A inge-steld wanneer het contactslot en demotorstopschakelaar worden aange-zet. De Suzuki rijstandindicator geeftdan niets aan. Volg de onderstaandeaanwijzingen om de Suzuki rijstand-keuzeknop te bedienen.1. Zet het contactslot en de motor-stopschakelaar aan.2. Houd de Suzuki rijstandkeuze-knop ingedrukt totdat de Suzukirijstandindicator de aanduiding Atoont.3. Druk op de Suzuki rijstandkeuze-knop om van rijstand te verande-ren.

De Suzuki rijstandindicatorgeeft de feitelijke rijstand aan.OPMERKING: • Wanneer u de Suzuki rijstandkeu-zeknop bedient tijdens het rijdenmet vol gas, zal het motortoeren-tal veranderen omdat de eigen-schappen van het motorvermogenveranderen.• De Suzuki rijstandindicator knip-pert wanneer het omschakelenvan de rijstand is mislukt.• Bij het afzetten van het contactslotof de motorstopschakelaar komtde rijstand weer in stand A testaan. Start de motor en stel derijstand opnieuw in.AB

2-25RijstandMotorvermogenGasgreepstandModus ABij modus A wordt een scherpe res-pons bij alle gasgreepstanden verkre-gen, om een maximaalmotorvermogen te bewerkstellen.Modus BModus B biedt een gematigde res-pons in alle gasgreepstanden doorvermindering van het motorvermo-gen.CLAXONSCHAKELAAR “” 5Druk op deze schakelaar om teclaxonneren.RICHTINGAANWIJZERSCHAKE-LAAR “” 6Schuif de schakelaar in de “” standom de linker knipperlichten in te scha-kelen. Schuif de schakelaar in de “”stand om de rechter knipperlichten inte schakelen. Het verklikkerlampje zalook gaan knipperen. Druk de schake-laar in om de richtingaanwijzer stop tezetten.AB WAARSCHUWINGHet kan gevaarlijk zijn om de rich-tingaanwijzer niet te gebruiken alsu een bocht wilt nemen en om derichtingaanwijzer niet uit te scha-kelen nadat u een bocht hebtgenomen.

2-26RECHTER HANDVATMOTORSTOPSCHAKELAAR 1“” standHet ontstekingscircuit is uitgescha-keld. De motor zal nu niet starten ofdraaien.“” standHet ontstekingscircuit is ingescha-keld en de motor kan draaien.VOORREMHENDEL 2Om de voorrem te gebruiken, trekt ude remhendel zachtjes in de richtingvan de gasgreep in. Deze motorfietsis uitgerust met een schijfrem en er isgeen grote kracht voor nodig om demachine op de juiste wijze tot stil-stand te brengen. Wanneer de rem-hendel wordt ingetrokken, gaat hetremlicht branden.Afstellen van de voorremhendelDe afstand tussen de gasgreep en devoorremhendel kan in een van 6mogelijke posities worden afgesteld.Druk de remhendel naar voren endraai de afsteller in de gewenstestand.

Controleer na afstelling van deremhendel altijd of de afsteller in debetreffende stand is vergrendeld; hetuitsteeksel op het draaipunt van deremhendel moet in de uitholling vande afsteller vallen. De motorfietswordt afgeleverd met de afsteller instand 3.METER WAARSCHUWINGHet is gevaarlijk wanneer de posi-tie van de voorremhendel tijdenshet rijden wordt afgesteld. Wan-neer u uw hand van het stuurafneemt, ontstaat een bijzondergevaarlijke situatie.Stel de positie van de voorrem-hendel nooit tijdens het rijden af.Houd altijd beide handen aan hetstuur.

2-27ELEKTRISCHE STARTSCHAKELAAR “” 3Deze schakelaar wordt gebruikt omde motor te starten. Wanneer hetcontactslot in de “ON” stand is gezet,de motorstopschakelaar op “” staaten de versnelling in de vrijstand isgeplaatst, trek de koppelingshendel inen kunt u op de elektrische startscha-kelaar drukken om de startmotor teactiveren en de motor te starten.OPMERKING: Deze motorfiets is uit-gerust met blokkeersysteem voor hetcontactslot en het startcircuit. Demotor kan alleen gestart worden als:• De versnelling in de vrijstand staaten de koppelingshendel is inge-trokken, of• Een versnelling is ingeschakeld,de zijstandaard volledig is inge-klapt en de koppelingshendel isingetrokken.OPMERKING: De koplamp gaat uitwanneer de elektrische startschake-laar wordt ingedrukt.RONDETIJDTELLER-SCHAKELAAR 4Druk op de rondetijdteller-schakelaarom de display-aanduiding te wijzi-gen.

Zie de paragraaf INSTRUMEN-TENPANEEL voor verdere informatie.GASGREEP 5Het motortoerental wordt bepaalddoor de stand van de gasgreep. Draaide gasgreep naar u toe om het toe-rental te verhogen. Draai de gasgreepvan u af om het toerental te verlagen. LET OPAls de startmotor langer dan vijfseconden achtereen draait, kan erschade aan de startmotor enbedrading ontstaan door overver-hitting.Laat de startmotor niet langer danvijf seconden achtereen draaien.Als de motor na verscheidenepogingen niet aanslaat, dient u debrandstoftoevoer en het ontste-kingssysteem te controleren.Raadpleeg het hoofdstuk STO-RINGZOEKEN in deze handlei-ding.

2-28DOP VAN BENZINETANKOm de dop van de benzinetank teopenen, steekt u de contactsleutel inhet slot van de dop en draait de sleu-tel dan naar rechts. Terwijl de sleutelop zijn plaats blijft, haalt u de dop vande benzinetank met de sleutelomhoog. Om de dop van de benzine-tank te sluiten, duwt u de dop stevigomlaag met de sleutel in het slot vande dop.Vul de brandstoftank altijd met versebenzine. Gebruik geen benzine die aleen tijd staat en vervuild kan zijn doorstof, vuil, water of andere vloeistoffen.Let bij het vullen van de tank goed opdat er geen stof, vuil of water in debrandstoftank kan komen.1 Benzineniveau2 Vulhals WAARSCHUWINGAls u de benzinetank te ver vult,kan die overstromen wanneer debenzine uitzet door de hitte van demotor of van de zon.

Benzine dieuit de tank stroomt kan gemakke-lijk vlam vatten.Stop met bijvullen wanneer debenzine de onderzijde van de vul-hals bereikt. WAARSCHUWINGAls u de veiligheidsmaatregelenniet in acht neemt bij het bijvullenvan benzine, kan er brand ont-staan of is het mogelijk dat u gif-tige dampen inademt.Tank uitsluitend in een goedgeventileerde ruimte. Zorg dat demotor is afgezet en let op dat ergeen benzine op een warme motorwordt gemorst. Rook niet en houdopen vuur en vonken uit de buurt.Vermijd benzinedampen in te ade-men. Houd kinderen en huisdierenuit de buurt van de motorfietswanneer u benzine bijvult.

2-29VERSNELLINGSPEDAALDeze motorfiets heeft 6 versnellingendie u als volgt bedient. Om op dejuiste wijze te schakelen, trekt u dekoppelingshendel in en neemt u gasterug op hetzelfde moment dat u hetversnellingspedaal bedient. Beweeghet versnellingspedaal omhoog voorhet overschakelen in een hogere ver-snelling en omlaag om terug te scha-kelen. De vrijstand bevindt zichtussen de eerste en de tweede ver-snelling. Om de motor stationair telaten draaien, zet u het versnellings-pedaal in de stand tussen de eersteen de tweede versnelling.OPMERKING: Wanneer de versnel-ling in de vrijstand staat, brandt hetgroene verklikkerlampje op het instru-mentenpaneel. Ook al brandt hetlampje, laat de koppeling toch altijdvoorzichtig en langzaam los om uit tevinden of de versnelling werkelijk inde vrijstand staat.Verminder uw snelheid voordat uterugschakelt.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Suzuki GSX-R750 (2016) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden