Suzuki S-Cross (2022) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Suzuki S-Cross (2022) (726 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 36 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Suzuki S-Cross (2022) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Suzuki |
| Categorie: | Auto |
| Model: | S-Cross (2022) |
Handleiding Suzuki S-Cross (2022) – volledige tekst
Dit instructieboekje is van toepassing op de S-CROSS-serie.65T01080OPMERKING: Het afgebeelde model is een van de modellen uit de S-CROSS-serie.Copyright © 2022 Alle rechten voorbehoudenDit document mag niet, geheel of gedeeltelijk, worden gekopieerd of gereproduceerd in welke vorm of met gebruik van welke middelen dan ook, zonder voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van de Magyar Suzuki Corporation Ltd.
VOORWOORDDit instructieboekje dient te wordenbeschouwd als een permanent onderdeelvan de auto en moet in de auto blijven wan-neer deze wordt verkocht of op een anderewijze van eigenaar verandert. Lees hetinstructieboekje zorgvuldig door voordat uuw nieuwe SUZUKI-voertuig in gebruikneemt en raadpleeg het boekje wanneer uiets niet weet betreffende uw auto.
Hetinstructieboekje bevat belangrijke informatiebetreffende de veiligheid, de bediening enhet onderhoud van de auto.Alle informatie in dit instructieboekjewas actueel op het tijdstip van uitgave.Als gevolg van verbeteringen of wijzi-gingen kunnen er verschillen bestaantussen de beschrijvingen in het boekjeen de werkelijke uitvoering van de auto.MAGYAR SUZUKI CORPORATION LTD.behoudt zich het recht voor te allentijde wijzigingen aan te brengen in debouw van de auto’s, zonder vooraf-gaande kennisgeving en zonder ver-plichting dezelfde of gelijksoortige wij-zigingen aan te brengen aan auto’s dievoorheen zijn gebouwd of verkocht.Het kan voorkomen dat deze auto nietvoldoet aan de normen of eisen vanbepaalde landen.
Controleer alle betref-fende voorschriften en breng eventueelnoodzakelijke wijzigingen aan, alvorensde auto voor registratie aan te melden.BELANGRIJKWAARSCHUWING/ VOORZICHTIG/LET OP/OPMERKINGLees het instructieboekje zorgvuldig dooren volg de hierin gegeven aanwijzingennauwkeurig op. Het symbool en dewoorden WAARSCHUWING, VOORZICH-TIG, LET OP en OPMERKING wordengebruikt om bepaalde zaken te benadruk-ken. De hierop volgende tekst moet metbijzondere zorg worden gelezen:OPMERKING:Geeft speciale informatie om het onder-houd te vereenvoudigen of instructies teverduidelijken.WAARSCHUWINGWijst op een gevaarlijke situatie diezou kunnen leiden tot de dood of ern-stig letsel.VOORZICHTIGWijst op een gevaarlijke situatie diezou kunnen leiden tot gering ofbeperkt letsel.LET OPWijst op een gevaarlijke situatie diezou kunnen leiden tot beschadigingvan de auto.
75F135Het bovenstaande symbool, de cirkel meteen streep erdoor, dat in deze handleidingwordt gebruikt, betekent "Dit mag u nietdoen" of "Deze situatie moet u vermijden".WAARSCHUWING TEN AANZIEN VAN WIJZIGINGENWAARSCHUWINGEr mogen geen wijzigingen aan deauto doorgevoerd worden. Wijzigin-gen kunnen de veiligheid, bestu-ringskarakteristieken, prestaties enduurzaamheid nadelig beïnvloeden,terwijl ze in strijd kunnen zijn met dewettelijke voorschriften voor de ver-keersveiligheid. Bovendien zullenschade of problemen voortvloeienduit doorgevoerde wijzigingen nietdoor de garantie gedekt worden.LET OPEen verkeerde installatie van mobielecommunicatieapparatuur zoals mo-biele telefoons, CB (Citizen’s Band)-radio’s of andere draadloze zenderskan leiden tot elektronische interfe-rentie met het ontstekingssysteemvan uw auto of andere elektronischesystemen met een minder goedemotorprestatie als gevolg.
Raad-pleeg daarom een SUZUKI-dealer ofgekwalificeerde specialist.LET OPDe diagnose-aansluiting van uw autois uitsluitend bestemd voor het speci-fieke diagnosegereedschap voorinspectie- en servicedoeleinden.Wanneer ander gereedschap of eenander apparaat wordt aangesloten,kan dit de werking van andere elek-tronische onderdelen verstoren en deaccu uitputten.
VERKLARING VAN ENGELSE TERMEN IN DEZE HANDLEIDINGContactslotACC: AccessoirestandLOCK: StuurslotON: Alle elektrische systemen aanSTART: Motor startenStoelverwarmingsschakelaarLO: Lage verwarmingsstandHI: Hoge verwarmingsstandVeiligheidsgordelCENTER: Staat op de gesp voor de veiligheidsgordel middenachterPRESS: Drukken (op de rode knop om de veiligheidsgordel los te maken)KeuzehendelD: VooruitL: AutomatischM: HandschakelingN: NeutraalP: ParkerenR: AchteruitVloeistofC: Lage temperatuur (motorkoelvloeistof)E: Leeg (brandstof)F: Vol (brandstof)H: Hoge temperatuur (motorkoelvloeistof)FULL: Hoog niveau (motorkoelvloeistof)LOW: Laag niveau (motorkoelvloeistof)MAX: Maximaal niveau (remvloeistof)MIN: Minimaal niveau (remvloeistof)RuitenwisserHI: Vaste hoge wissnelheidINT: IntervalstandINT TIME: Instelling intervalLO: Vaste lage wissnelheidMIST: Continue lage wissnelheidOFF: UitschakelenON: Ruitenwisser achter aanDashboardECO MODE: Modusschakelaar voor zuinig rijdenENG A-STOP "OFF": Automatisch stop-startsysteem van de motor uitENG A-STOP: Automatisch stop-startsysteem van de motorESP "OFF": ESP uitESS: NoodstopsignaalPASSENGER AIRBAG OFF: Bijrijdersairbag uitgeschakeldPASSENGER AIRBAG ON: Bijrijdersairbag ingeschakeldREADY: Het krachtige hybride systeem is gereed om te draaienVerlichtingAUTO: Verlichting gaat automatisch aan en uitOFF: Verlichting uitBinnenverlichtingDOOR: Binnenverlichting alleen aan als een portier openstaatOFF: Binnenverlichting uitON: Binnenverlichting aan
RijmodiAUTO: Automatisch naar 4WD schakelenECO: Modus zuinig rijdenEV: Modus elektrisch voertuigLOCK: Als de auto in modder of sneeuw vastzitPUSH AUTO: Druk op de knop om de rijmodus "AUTO" te selecterenSNOW: Stand voor sneeuw of glad wegdekSPORT: SportstandAdaptive cruise control-systeemCANCEL: Constante snelheid uitzettenCRUISE: Cruise control-systeem aan- en uitzettenLIMIT: Snelheidsbegrenzer aan- en uitzetten (maximale snelheid)RES +: Met de vorige ingestelde snelheid rijden/constante snelheid verhogenSET: Controlelampje geeft aan dat een constante snelheid is ingesteldSET –: Constante snelheid instellen/constante snelheid verlagenSchuifdakCLOSE: Schuifdak sluitenOPEN: Schuifdak openenPUSH TILT: Op de schakelaar drukken om het schuifdak te kantelenKlimaatregelingA/C: AirconditioningAUTO: Automatische klimaatregelingDUAL: Wisselen tussen individuele en gecombineerde regelmodusUSE WITH: Gebruik metHI: Maximaal verwarmenLO: Maximaal koelenMODE: Wisselen tussen A/C-functiesOFF: UitschakelenOverige2WD: 2-wielaandrijving4WD: 4-wielaandrijvingAGS: Automatische versnellingspookAT: Automatische versnellingsbakMT: Handgeschakelde versnellingsbakSHVS: Smart Hybrid Vehicle by SuzukiInstelmodus12H: 12-uurs indeling24H: 24-uurs indelingAdjust clock: De tijd instellenAdjust date: De datum instellenAntitheft: Antidiefstal-alarmsysteemBack: TerugBSM setting: Instelling dodehoekmonitorCalendar dis: KalenderweergaveCalendar form: Vorm van de kalenderClock setting: Tijd instellenComfort: ComfortComfort Mode: Comfort-modusDefault: StandaardDisplay item: De weergegeven items instellenDisplay prio: WeergaveprioriteitDistance unit: Eenheden van afstand voor kilometerteller / dagteller instellenDoor Lock: Portierslot instellenDriving mode: RijmodusEco Mode: Eco-modusEconomy: Zuinig gebruikFoot light: Verlichting voetenruimte instellenFuel eco hist: BrandstofverbruiksgeschiedenisFuel economy: Eenheden van het brandstofverbruik instellen
INTRODUCTIEHartelijk dank dat u voor dit product van SUZUKI hebt gekozen en welkom bij onze steeds groter wordende familie. Uw keuze was eenwijs besluit; de waardevolle producten van SUZUKI zullen u de komende jaren veel rijgenot verschaffen.Dit instructieboekje is opgesteld zodat u een veilig, plezierig en probleemloos gebruik van uw SUZUKI-voertuig kunt ervaren. U vindt indit instructieboekje hoe het voertuig werkt en wat de veiligheidsvoorzieningen en onderhoudseisen zijn. Lees het zorgvuldig door voor-dat u uw voertuig in gebruik neemt. Leg deze handleiding daarna in het handschoenenkastje als naslagwerk.Mocht u uw voertuig verkopen, laat deze handleiding dan erin liggen voor de volgende eigenaar.Naast dit instructieboekje worden in een ander boekje de garantiebepalingen van uw SUZUKI-voertuig uitgelegd.
Wij adviseren dat udeze ook leest zodat u van deze belangrijke informatie op de hoogte bent.Wanneer u regulier onderhoud aan uw SUZUKI-voertuig laat uitvoeren adviseren wij u om hiervoor uw lokale SUZUKI-dealer te bezoe-ken. Zijn door de fabriek opgeleide technici zullen u de best mogelijke service geven en er worden alleen originele SUZUKI-onderdelenen -accessoires of gelijkwaardige producten gebruikt.OPMERKING:"SUZUKI-dealer" staat voor een erkende SUZUKI-dealer en een erkende werkplaats van SUZUKI in Europa.
AANBEVELING VOOR HET GEBRUIK VAN ORIGINELE SUZUKI-ONDERDELEN EN -ACCESSOIRESSUZUKI raadt u met klem aan uitsluitend originele SUZUKI-onderdelen* en -accessoires te gebruiken. Originele SUZUKI-onderdelen en-accessoires zijn vervaardigd volgens de strengste normen voor kwaliteit en prestaties, en zijn zo ontworpen dat ze exact voldoen aande specificaties van uw auto. Tegenwoordig zijn er ook veel niet-originele vervangingsonderdelen en -accessoires verkrijgbaar voor SUZUKI-auto's. Het gebruik vandeze onderdelen en accessoires kan nadelige gevolgen hebben voor de prestaties en de levensduur van uw auto. Daarom wordt hetmonteren van niet-originele SUZUKI-onderdelen en -accessoires niet gedekt door de garantie. Niet-originele SUZUKI-onderdelen en -accessoiresSommige onderdelen en accessoires zijn mogelijk goedgekeurd door bepaalde instanties in uw land.
Sommige onderdelen en accessoires worden verkocht als door SUZUKI goedgekeurde vervangingsonderdelen en -accessoires. Som-mige originele SUZUKI-onderdelen en -accessoires worden verkocht als tweedehands onderdelen en accessoires. Deze onderdelen enaccessoires zijn niet-originele SUZUKI-onderdelen en -accessoires, en het gebruik ervan wordt niet gedekt door de garantie. Hergebruik van originele SUZUKI-onderdelen en -accessoiresHet opnieuw verkopen of hergebruik van de volgende artikelen is uitdrukkelijk verboden omdat hierdoor gevaar voor de veiligheid vangebruikers kan ontstaan:• onderdelen van het airbagsysteem en alle andere pyrotechnische artikelen, alsook de onderdelen waaruit deze zijn samengesteld(zoals airbags, regeleenheden en sensoren);• het veiligheidsgordelsysteem, alsook de onderdelen waaruit dit is samengesteld (zoals gordels, gespen en oprolmechanismen).
Deze onderdelen dienen op de aangewezen manierte worden verwijderd en afgevoerd door personeel van een erkende SUZUKI-werkplaats of een door SUZUKI erkend sloopbedrijf, om tevoorkomen dat zich bij het slopen van het voertuig explosies voordoen. *Onderdelen die met goedkeuring van SUZUKI geschikt zijn gemaakt voor hergebruik, mogen in Europa als originele SUZUKI-onderde-len worden gebruikt.
Registratie van voertuiggegevensVerschillende onderdelen van uw voertuig (het "voertuig") bevatten gegevensopslagmodules of -geheugens, die tijdelijk of permanent dehieronder weergegeven technische gegevens opslaan. Deze gegevens zijn uitsluitend technisch en dienen voor (i) het identificeren encorrigeren van storingen die optreden in het voertuig en/of (ii) het optimaliseren van functies van het voertuig.Opgeslagen gegevens (de "Opgeslagen gegevens")• Defecten, storingen en fouten in belangrijke systeemcomponenten (bijv. verlichting, remmen). • Reacties van het voertuig in bepaalde situaties (bijv. ontsteking van SRS-airbags, inschakeling van het stabiliteitscontrolesysteem). • Bedrijfsomstandigheden van systeemcomponenten (bijv. vulniveaus). • Statusmeldingen van het voertuig en afzonderlijke voertuigcomponenten (bijv.
Gegevensgebruik (het "Gegevensgebruik")SUZUKI en de partijen kunnen de opgeslagen gegevens in de modules of de geheugens gebruiken ten behoeve van:• Diagnose-, service-, reparatie- en garantieprocedures• Onderzoek en verdere voertuigontwikkelingen • Uitvoeren van of onderzoek voor buitendienstacties, waaronder terugroeping en onderhoudscampagnes• Kwaliteitsverbeteringen enz. Nadat een fout is gecorrigeerd, worden de gegevens met betrekking tot een dergelijke fout in principe verwijderd uit de foutopslagmo-dule of het geheugen, terwijl bepaalde gegevens worden overschreven of bewaard.
Voorwaarden waaronder SUZUKI en de partijen de opgeslagen gegevens kunnen bekendmaken of doorgeven aan derdenSUZUKI en de partijen kunnen (een deel van) de opgeslagen gegevens bekendmaken of doorgeven aan derden onder een van de vol-gende voorwaarden:• Er is toestemming verkregen van de eigenaar/gebruiker(s) of de leasenemer van het voertuig (bij leasevoertuigen). • Het is officieel aangevraagd door politie, openbare aanklager, rechtbank of andere autoriteiten. • Het wordt geleverd aan een onderzoeksinstituut voor statistisch onderzoek na verwerking op een manier waardoor eigenaar/gebrui-ker(s) van het voertuig niet kunnen worden geïdentificeerd. • Het wordt gebruikt door SUZUKI of de partijen of hun directeuren, functionarissen of medewerkers voor de doelstellingen die beschre-ven staan in het gedeelte Gegevensgebruik. • Het wordt gebruikt door SUZUKI of de partijen in een rechtszaak.
• Alle andere gevallen die toegestaan zijn door toepasselijke wetgeving en richtlijnen. Indien noodzakelijk kunt u meer informatie ontvangen van de afzonderlijke partijen, naast de leveranciers. OPMERKING:• De gegevens kunnen niet worden gebruikt om de bewegingen van het voertuig vast te stellen. • De gegevens die opgeslagen zijn in de gegevensopslagmodules of geheugens verschillen op basis van de uitvoering of het model vanhet voertuig.
• In geen enkel geval zullen gesprekken of geluiden worden opgenomen. • In sommige gevallen worden de gegevens niet opgenomen. Als deze technische gegevens gecombineerd worden met andere informatie (bijv. ongeval of getuigenverslag, schade aan het voertuig,enz. ) kan het voorkomen dat met dergelijke gegevens een specifieke persoon kan worden geïdentificeerd.
LOCATIE VAN CONTROLEPUNTEN1. Motorkap (zie hoofdstuk 7)2. Koelvloeistof (zie hoofdstuk 9)3. Ruitensproeiervloeistof (zie hoofdstuk 9)4. Peilstok (zie hoofdstuk 9)5. Accu (zie hoofdstuk 9)6. Brandstof (zie hoofdstuk 7)7. Bandenspanning (zie bandeninformatie-etiket op de slotstijl van het bestuurdersportier)8. Gereedschap voor het vervangen van een wiel (zie hoofdstuk 10)9. Reservewiel (zie hoofdstuk 9)/ Bandenherstelkit (zie hoofdstuk 10)65T01101LHD: met stuurinrichting linksRHD: met stuurinrichting rechts51 61 6771324981051432LHDRHDRHDLHDVOORBEELD
1-2BEKNOPTE HANDLEIDINGBinnenkant, zijkant(1) Binnenverlichting (P.7-7, 9-68)(2) Zijgordijnairbag (P.2-49)(3) Schuifdakschakelaar (indien uitgerust) (P.7-12)(4) "SOS"-knop (indien uitgerust) (P.5-201)(5) Handsfree-microfoon (indien uitgerust) (P.7-39)(6) Zonneklep (P.7-6) /Waarschuwingslabel voor voorairbag voor de bijrijder (P.2-53) *1, *2(7) Dual sensor (indien uitgerust) (P.5-89)(8) Achteruitkijkspiegel (P.2-11)(9) Zijairbag (P.2-49)(10) Opbergvak van voorstoel (P.7-16)(11) Veiligheidsgordel (P.2-20)(12) Opbergvak dakconsole (P.7-19)(13) Voorstoel (P.2-6)*1: Zorg ervoor dat u de gedetailleerde infor-matie op de doelpagina hebt gelezenvoordat u een kinderzitje gebruikt.*2: Monteer NOOIT een naar achteren gericht kinderzitje op een stoel die aan de voorkant voorzien is van een ACTIEVE AIRBAG, dit kan leiden tot de DOOD of ERNSTIG LETSEL van het KIND.72M0015065T01020(1)(5)(1) (2) (3) (4) (8)(9) (11)(13)(10) (12)(6)(7)(6)
1-9BEKNOPTE HANDLEIDINGType B65T01140• Als er een waarschuwingslampje knippert of blijft branden is er mogelijk een probleem met de auto of het systeem. Lees de volgendeinformatie zorgvuldig door en raadpleeg een SUZUKI-dealer of een erkende werkplaats.• Als er een waarschuwingslampje of indicator knippert, kan een bericht op het informatiedisplay in het instrumentenpaneel wordenweergegeven.• Het wordt als normaal beschouwd dat de waarschuwingslampjes en indicatoren aangegeven met een asterisk (*) gaan branden wan-neer het contactslot naar de "ON"-stand wordt gedraaid of de startknop wordt ingedrukt om de contactmodus op aan te zetten (bijv. hetwaarschuwingslampje hoge motorkoelvloeistoftemperatuur gaat in eerste instantie rood branden).
Als zulke lampjes niet gaan bran-den, raadpleeg dan een SUZUKI-dealer of een erkende werkplaats.• Er kan een waarschuwingslampje of indicator gaan branden als er iets aan de hand is met het ENG A-STOP-systeem.(16)(1) (6)(13) (19) (20)(7)(8)(14)(2)(12) (15) (3) (5) (11)(4)(9)(10)(18)(17)
1-17BEKNOPTE HANDLEIDINGWaarschuwingszoemer• *1 Het hoofdcontrolelampje in het instrumentenpaneel knippert. Op hetzelfde moment wordt een bericht op het informatiedisplaygetoond om de bestuurder te informeren over de toestand van de auto en de oplossing.• *2 Het bericht wordt op het informatiedisplay getoond om de bestuurder te informeren over de toestand van de auto en de oplossing. Wanneer Waarschuwingszoemer Instrumentenpaneel Oorzaak en oplossingWanneer één vande portieren open isBinnenzoemerKnippert om de 2 secondenDe waarschuwing van het beveiligingssysteem wordt geacti-veerd.
U kunt de waarschuwing uitschakelen door één van devolgende handelingen uit te voeren:• Ontgrendel de portieren met de afstandsbediening van hetsleutelloze druk-startsysteem of de bedieningsschakelaar.• Draai het contactslot naar de "ON"-stand of druk de start-knop in om de contactmodus op aan te zetten.• Pieptoon met korteintervallen gedurendeongeveer 10 secondenWanneer het con-tactslot naar de"ON"-stand wordtgedraaid of de start-knop wordt ingedruktom de contactmodusop aan te zettenBinnenzoemerKnippert snel gedurende ongeveer 8 secondenGeeft aan dat een beveiligingssysteem is geactiveerd terwijlde auto is geparkeerd; controleer de auto om er zeker van tezijn dat er niet is ingebroken en er niks gestolen is.• Pieptoon 4 keerBinnenzoemer*1Het stuurslot is niet vrijgegeven.
1-19BEKNOPTE HANDLEIDINGTijdens het rijden BinnenzoemerKnippert*1De bestuurder heeft zijn/haar veiligheidsgordel niet om. Stopde auto op een veilige plaats en doe uw veiligheidsgordel om.De bijrijder heeft zijn/haar veiligheidsgordel niet om. Doe deveiligheidsgordel om.• Pieptoon met korteintervallen gedurendeongeveer 95 secondenKnippertDe achterpassagier heeft zijn/haar veiligheidsgordel niet om. Doe de veiligheidsgordel om.BinnenzoemerGaat branden*1De handrem is niet vrijgegeven. Stop de auto op een veiligeplaats en geef de handrem vrij.• 3 herhalende pieptonenmet korte intervallenBinnenzoemerGaat branden*1Eén van de portieren is niet goed gesloten. Stop de auto opeen veilige plaats en sluit alle portieren volledig.• Geluidssignaal (1 keer)Wanneer het bestuurdersportier wordt geopendBinnenzoemerGaat branden*1De koplampen of standlichten branden.
1-20BEKNOPTE HANDLEIDINGWanneer de autowordt gestopt of ach-teruit wordt geredenBinnenzoemerIndicatieDe keuzehendel staat in de stand "R".Controleer de stand van de keuzehendel.• Pieptoon met korteintervallenWanneer de start-knop wordt ingedruktom de contactmodusop vergrendelen tezettenBinnenzoemer*1U kunt de contactmodus niet op vergrendelen zetten, want eris mogelijk een storing in de keuzehendel. Raadpleeg daaromeen SUZUKI-dealer of een erkende werkplaats.• Geluidssignaal (1 keer)Wanneer Waarschuwingszoemer Instrumentenpaneel Oorzaak en oplossing
1-21BEKNOPTE HANDLEIDINGWanneer de motorautomatisch stoptdoor het ENG A-STOP-systeem.Binnenzoemer*2De motor is vanzelf opnieuw gestart, omdat één van de vol-gende omstandigheden zich heeft voorgedaan.• Het verschil tussen de ingestelde temperatuur van de air-conditioning en de binnentemperatuur werd te groot.• De ontwaseming is ingeschakeld.• De vacuümdruk van de rembekrachtiger is laag.• De accu blijft ontladen.• Pieptoon (1 keer)Binnenzoemer*2Nadat de motor automatisch is gestopt, slaat hij af.Om de motor opnieuw te starten, volgt u de onderstaande pro-cedure.1) Trek de handrem stevig aan en zet de keuzehendel in destand "P".2) Sluit de motorkap stevig.3) Druk op de startknop om de motor opnieuw te starten.• Pieptoon met korteintervallenBinnenzoemerofGaat branden*2De motor is vanzelf opnieuw gestart, omdat één van de vol-gende handelingen is uitgevoerd.• Wanneer de veiligheidsgordel van de bestuurder is losge-maakt.• Het bestuurdersportier geopend is.Alvorens weg te rijden, sluit u het portier en maakt u de veilig-heidsgordel vast.
1-22BEKNOPTE HANDLEIDINGWanneer de start-knop in de contact-modus op aan staatBinnenzoemerKnippert om de seconde*1Er kan een probleem zijn met het sleutelloze druk-startsys-teem.Vraag een SUZUKI-dealer of een erkende werkplaats om hetsysteem te laten controleren.• Pieptoon (1 keer)Wanneer de start-knop bediend wordtBinnenzoemerGaat branden*1De afstandsbediening kan zich buiten de auto bevinden of debatterij is mogelijk leeg.Plaats de afstandsbediening in de auto of raak de startknopaan met de afstandsbediening.• Pieptoon (2 keer)Wanneer het con-tactslot naar de"ON" / "ACC"-standgedraaid wordt of destartknop ingedruktwordt om de con-tactmodus op aan ofin de accessoires-tand te zettenBuiten- en/of binnenzoe-mersKnippert*1Wanneer het contactslot naar de "ON" / "ACC"-stand gedraaidwerd of de startknop ingedrukt werd om de contactmodus opaan of in de accessoirestand te zetten, werd de afstandsbe-diening gedetecteerd.
Na het starten van de motor is deafstandsbediening echter niet gedetecteerd. Plaats deafstandsbediening in het werkgebied in de auto en druk danopnieuw op de startknop. • 5 herhalende pieptonenmet korte intervallenBinnenzoemer• Geluidssignaal (1 keer)Wanneer één vande portieren wordtgeopend of geslotenBuiten- en/of binnenzoe-mersKnippert*1De afstandsbediening kan zich buiten de auto bevinden.Plaats de afstandsbediening in de auto.• 5 herhalende pieptonenmet korte intervallenWanneer Waarschuwingszoemer Instrumentenpaneel Oorzaak en oplossing
1-23BEKNOPTE HANDLEIDINGWanneer het bestuurdersportier wordt geopendBinnenzoemer–Draai het contactslot in de stand "LOCK" of druk de startknopin om de contactmodus van de accessoirestand in de standVERGRENDELEN (stuurslot) te zetten.• Pieptoon met korte intervallenBinnenzoemer–Het stuurslot wordt niet geactiveerd door een fout in het sys-teem wanneer het contactslot in de stand "LOCK" wordtgedraaid of de startknop wordt ingedrukt om de contactmodusop vergrendelen te zettenLaat de auto door een SUZUKI-dealer of een erkende werk-plaats nakijken.• Ononderbroken korte pieptonen Wanneer de bedie-ningsschakelaarwordt ingedruktBuitenzoemer–De startknop staat in de contactmodus aan of in de accessoi-restand.
Druk op de startknop om de contactmodus op ver-grendelen te zetten.• Pieptoon met korteintervallen gedurendeongeveer 2 seconden–De afstandsbediening is in het voertuig achtergebleven.Plaats de afstandsbediening buiten de auto.Gaat branden*2Een willekeurig portier (met inbegrip van de achterklep) isopen.Sluit alle portieren volledig.Als de knop VER-GRENDELEN wordtingedrukt op deafstandsbedieningBinnenzoemerGaat branden*2Een willekeurig portier (met inbegrip van de achterklep) isopen.Sluit alle portieren volledig.• Pieptoon met korteintervallen gedurendeongeveer 2 secondenTijdens het rijden BinnenzoemerKnippertHet Dual Sensor Brake Support-systeem (DSBS) is geacti-veerd.Trap het rempedaal stevig in.• Ononderbroken pieptoonWanneer Waarschuwingszoemer Instrumentenpaneel Oorzaak en oplossing
1-25BEKNOPTE HANDLEIDINGVoertuigen met het krachtige hybride systeem (indien uitgerust)Wanneer Waarschuwingszoemer Instrumentenpaneel Oorzaak en oplossingTijdens het rijden BinnenzoemerKnippertDe positie van de keuzehendel en de werkelijke versnellingverschillen.Als de versnellingsstand op de informatiedisplay niet naenkele seconden verandert, trap dan het rempedaal in enbedien de keuzehendel opnieuw.• Als de versnellingsstand op de informatiedisplay niet veran-dert, vraag dan een SUZUKI-dealer of een erkende werk-plaats om het systeem te laten nakijken.• Ononderbroken kortepieptonen BinnenzoemerGaat brandenDe hoogspanningsonderbreker wordt geactiveerd of er issprake van een ongebruikelijke storing in het krachtigehybride systeem.
Neem contact op met een SUZUKI-dealer ofeen erkende werkplaats om het systeem te laten nakijken.• 5 herhalende pieptonenmet korte intervallenBinnenzoemerGaat brandenEr is sprake van een ongebruikelijke storing in het krachtigehybride systeem. Stop de auto op een veilige plaats en neemcontact op met een SUZUKI-dealer of een erkende werk-plaats.• 3 herhalende pieptonenmet korte intervallenBinnenzoemerGaat brandenEr is sprake van een storing in het krachtige hybride systeem.Neem contact op met een SUZUKI-dealer of een erkendewerkplaats.• De kruipfunctie wordt mogelijk niet geactiveerd. Trek dehandrem aan wanneer u op een helling staat. Zie voor meerinformatie "Handremhendel" in het gedeelte BEDIENINGVAN DE AUTO.• Geluidssignaal (1 keer)Binnenzoemer–De laadtoestand van de hoogspanningsaccu is laag. Laad deaccu op door te rijden in stand "D".• De kruipfunctie wordt mogelijk niet geactiveerd.
1-26BEKNOPTE HANDLEIDINGTijdens het rijden BinnenzoemerGaat brandenofKnippert• Terwijl de auto vooruit reed, werd de keuzehendel van standD, M of N naar stand R gezet zonder het rempedaal in tetrappen.• Terwijl de auto achteruit reed, werd de keuzehendel vanstand R of N naar stand D of M gezet zonder het rempedaalin te trappen.Trap het rempedaal in om de auto volledig te stoppen enbedien de keuzehendel opnieuw.• Ononderbroken kortepieptonen (1 seconde)BinnenzoemerKnippertEr is een probleem met het systeem. Als er sprake is van eenstoring, kunnen de volgende problemen optreden. Vraag eenSUZUKI-dealer of een erkende werkplaats om het systeem telaten controleren.• Er kan niet worden geschakeld, ook niet als de keuzehendelwordt bediend terwijl de auto in beweging is.• Wanneer de auto 10 km/h (6 mph) of minder rijdt, wordtautomatisch overgeschakeld naar stand "N".
1-27BEKNOPTE HANDLEIDINGVeelgestelde vragenVraag en antwoordRaadpleeg de volgende lijst voor veelgestelde vragen.Portier openen / sluitenV. Het sleutelloos vergrendelingssysteem werkt niet. Wat moet ik doen?A. Het is mogelijk dat iets de functie van het sleutelloze vergrendelingssysteem verstoort. Zie "Sleutelloos vergrende-lingssysteem" in het gedeelte ALVORENS WEG TE RIJDEN.A. Als de batterij van de zender van het sleutelloze vergrendelingssysteem leeg is, vervang deze dan. Zie "De accuvervangen" in het gedeelte ALVORENS WEG TE RIJDEN.V. Er klinkt een luid alarm wanneer het portier wordt geopend. Wat betekent dit?A. Het beveiligingssysteem is geactiveerd. Draai het contactslot naar de "ON"-stand of druk de startknop in om de con-tactmodus op aan te zetten om het alarm uit te schakelen. Zie "Antidiefstal-alarmsysteem" in het gedeelte ALVO-RENS WEG TE RIJDEN voor de juiste werkwijze.V.
Ik kan het portier niet vergrendelen met de schakelaar voor één actie.A. U kunt het portier ontgrendelen met de schakelaar voor één actie. U kunt het portier echter niet vergrendelen met deschakelaar voor één actie. Gebruik de afstandsbediening of de bedieningsschakelaar als u het portier wilt sluiten.
1-28BEKNOPTE HANDLEIDINGRuitenV. Hoe kan ik condens aan de binnenzijde van de voorruit en de portierruiten verwijderen?A. Gebruik de ontwasemingsschakelaar. Zie "Handmatig verwarmings- en airconditioningsysteem" of "Automatischeverwarming en airconditioningsysteem" in het gedeelte OVERIGE BEDIENINGSFUNCTIES EN UITRUSTING.V. Hoe kan ik condens aan de binnenzijde van de achterruit verwijderen?A. Gebruik de schakelaar achterruitverwarming. Zie "Schakelaar achterruitverwarming" in het gedeelte ALVORENSWEG TE RIJDEN.BandenV. Ik heb een lekke band. Wat moet ik doen?A. Afhankelijk van de conditie van de banden kunt u de lekke band herstellen met de bandenherstelkit. Zie "Banden-herstelkit" in het gedeelte PECH ONDERWEG.Loodzuuraccu is bijna leegV. De loodzuuraccu raakt leeg en de motor start niet. Wat moet ik doen?A. Sluit de loodzuuraccu van een hulpauto aan op startkabels en start de motor.
Zie "Instructies voor het starten methulpstartkabels" in het gedeelte PECH ONDERWEG.MotorolieV. Ik wil de motorolie vervangen. Wat moet ik doen?A. Zie "Motorolie en filter" in het gedeelte INSPECTIE EN ONDERHOUD en "Specificaties" in het gedeelte SPECIFICATIES.
1-29BEKNOPTE HANDLEIDINGENG A-STOP-systeemV. Het ENG A-STOP-systeem werkt niet. Wat moet ik doen?A. Zie "ENG A-STOP-systeem" in het gedeelte BEDIENING VAN DE AUTO.SUZUKI SAFETY SUPPORTV. Hoe weet ik of SUZUKI SAFETY SUPPORT wel/niet geactiveerd is?A. Raadpleeg "SUZUKI SAFETY SUPPORT" in het gedeelte BEDIENING VAN DE AUTO.Elektrische apparatuurV. De mistlichten of richtingaanwijzer gaan niet branden. Wat moet ik doen?A. Controleer de lampen. Zie "Vervangen van lampen" in het gedeelte INSPECTIE EN ONDERHOUD en "Specificaties" inhet gedeelte SPECIFICATIES.V. Ik kan een elektrisch apparaat niet gebruiken. Wat moet ik doen?A. Controleer de zekeringen. Zie "Zekeringen" in INSPECTIE EN ONDERHOUD voor details.V. De elektrische ruit aan de bestuurderszijde kan niet automatisch volledig worden geopend en gesloten.A.
Daardoor zijn de matten op dejuiste wijze onder uw voeten bevestigd.Als u de vloermatten in de auto vervangtdoor een ander type, bijvoorbeeld vloer-matten voor elk weertype, raden we aanom originele SUZUKI-vloermatten tegebruiken, zodat ze goed passen.(1) (2)VOORBEELDVOORBEELDWAARSCHUWINGWanneer u de volgende voorzorgs-maatregelen niet in acht neemt, kandit ertoe leiden dat de vloermat debediening van de pedalen belemmerten u de controle over het stuur ver-liest of een ongeluk veroorzaakt.Beschrijving van het waarschu-wingslabel• Een vloermat die naarvoren geschoven is, kande bediening van de peda-len hinderen en tot eenongeval leiden.• Controleer of de ogenvan de vloermat in debevestigingen haken.• Plaats vloermatten nooitop elkaar omdat de beves-tigingen anders niet vast-gemaakt kunnen wordenen de vloermat naar vorenkan schuiven.• Zie het instructieboekjevoor meer details.• Gebruik nooit een vloermat die nietbinnen de contouren van de vloer past.
2-2VEILIG RIJDENLeegmaken van de vloer69RHS157Veiligheidsgordels en kinderzitjes65D23159RN02390WAARSCHUWINGLaat geen lege blikjes, enz. bij uwvoeten liggen. Deze kunnen bedie-ning van de pedalen verhinderen wattot ongelukken kan leiden.WAARSCHUWING• Draag altijd veiligheidsgordels.• Een airbag biedt in aanvulling op deveiligheidsgordels extra beveiligingin geval van een frontale botsing. Debestuurder en alle passagiers dienenechter altijd hun veiligheidsgordelste dragen, ongeacht of hun zitplaatswel of niet van een airbag is voor-zien, om bij een botsing de kans opernstig letsel of de dood tot een mini-mum te beperken.(Vervolg)WAARSCHUWING(Vervolg)• Wijzig, verwijder of demonteer deveiligheidsgordels niet. Als u ditwel doet, kan dit ertoe leiden dat zeniet goed werken en een risico opernstig of dodelijk letsel bij eenbotsing veroorzaken.Over de buik
2-3VEILIG RIJDEN59RN0240059RN02380Laag over de heupZo laag mogelijk over de heupWAARSCHUWING• Laat nooit iemand plaatsnemen inde bagageruimte van de auto. Bijeen ongeval is de kans op letselveel groter dan wanneer dezelfdepersoon op een stoel en met de vei-ligheidsgordel om in de auto zouhebben plaatsgenomen.• De veiligheidsgordels moeten altijdals volgt worden afgesteld:– de heupgordel moet laag over deheup lopen, niet om uw middel.– de schouderriemen mogen alleenover de buitenste schouder lopenen nooit onder de arm.– de schouderriemen mogen niet tedicht bij uw gezicht en hals zijn,maar ook niet van uw schouderafglijden.(Vervolg)WAARSCHUWING(Vervolg)• De veiligheidsgordels mogen nooitworden gedragen terwijl zegedraaid zijn, en moeten zo strakals comfortabel is worden aange-spannen om de bescherming tebieden waarvoor ze werden ont-worpen.
Een losse gordel biedtminder bescherming dan een strakaangespannen gordel.• Controleer of de slotplaat van deveiligheidsgordel (tong) in de juistegesp is gestoken, met name op deachterbank. Op de achterbank ishet niet mogelijk om de slotplatenin de verkeerde gespen te steken.(Vervolg)
2-4VEILIG RIJDENWAARSCHUWING(Vervolg)• Zwangere vrouwen moeten de gor-del dragen, hoewel er specifiekeaanbevelingen kunnen wordengegeven door de arts van de vrouw. Denk erom dat het onderste deelvan de gordel zo laag mogelijk overde heup moet worden gedragen,zoals afgebeeld. • Draag uw veiligheidsgordel niet overharde of breekbare voorwerpen inuw zakken of kleding. Bij een onge-val kunnen voorwerpen als brillen,pennen enz. onder de veiligheidsgor-del letsel veroorzaken. 59RN02440(Vervolg)WAARSCHUWING(Vervolg)• Passagiers mogen geen kinderen opschoot houden. Zelfs bij een passa-gier die het kind stevig vasthoudt, isde ondersteuning onvoldoende tij-dens een ongeval, wat ernstig letselbij het kind kan veroorzaken. • Gebruik nooit dezelfde veiligheids-gordel voor meer dan een persoonen plaats de veiligheidsgordelnooit om een kind dat op schoot zit.
Dergelijk gebruik van de veilig-heidsgordel kan tot ernstig letselleiden bij een ongeval. • Controleer de veiligheidsgordelsvan tijd tot tijd op slijtage enbeschadiging. De veiligheidsgor-dels moeten vervangen worden alsde band begint te rafelen, vervuildof beschadigd is. Het is erg belang-rijk dat veiligheidsgordels die tij-dens een aanrijding zijn gedragen,worden vervangen, ook al is ergeen schade aan de gordel. • Kinderen van 12 jaar of jonger die-nen op de achterbank te zitten enop de juiste wijze te zijn vastge-maakt. (Vervolg)WAARSCHUWING(Vervolg)• Baby’s en kinderen mogen niet ver-voerd worden zonder de vereistebeveiligingssystemen. Veiligheids-systemen voor kleine kinderen zijnin de handel verkrijgbaar en zijnvoor gebruik aanbevolen. Contro-leer wel of het betreffende systeemaan de veiligheidsvoorschriftenvoldoet.
Volg de door de fabrikantbij het systeem verstrekte instruc-ties nauwgezet op. • Als de veiligheidsgordel bij kinde-ren de nek of het gezicht irriteert,gebruik dan een kinderzitje datgeschikt is voor het kind.
2-5VEILIG RIJDENAfstelling voorafgaand aan het rijden80J014Juist gebruik van de veiligheidsgordel69RHS158a• Zet de stoel in de juiste positie. Ga goedop de stoel zitten.• Controleer of de veiligheidsgordel nietgedraaid is.• Zorg dat u het heupgedeelte van de gor-del zo laag mogelijk over de heupplaatst.• Het bovenste gedeelte van de gordelrust in het gebied tussen de schouder enonderaan de hals.• Controleer of de gordel niet gedraaid isen aangespannen is.WAARSCHUWING(Vervolg)• Steek geen items, zoals munten enklemmetjes in de gespen van deveiligheidsgordels, en laat er ookgeen vloeistof in lopen. Als ervreemd materiaal in de gespen vande veiligheidsgordels terechtkomt,zal de veiligheidsgordel mogelijkniet goed werken.• De rugleuningen dienen in eenrechte stand te staan tijdens het rij-den, omdat anders de veiligheids-gordels minder goed werken.
Vei-ligheidsgordels bieden slechts devereiste bescherming als de rug-leuningen rechtop geplaatst zijn.WAARSCHUWING• Stel het stuurwiel (alleen bij aan-pasbaar type met bepaalde specifi-caties), de zitting, de achteruitkijk-spiegel of de buitenspiegels niet aftijdens het rijden. Anders kan hetstuurwiel onjuist worden bediendof bent u zich minder bewust vanwat er voor u gebeurt, wat tot onge-lukken kan leiden.• Kantel de rugleuning niet verdernaar achteren dan noodzakelijk.Anders werken de hoofdsteun ende veiligheidsgordel niet zoalsbedoeld.
2-6VEILIG RIJDENVoorstoelenAfstellen stoelenWAARSCHUWING• Als u uw veiligheidsgordel nietgoed vastmaakt, wordt uw lichaammogelijk niet tegengehouden als erplotseling wordt geremd of bij eenbotsing. Dat kan tot ernstig letselleiden. Maak uw veiligheidsgordel altijdgoed vast voordat u gaat rijden. • Als passagiers hun veiligheidsgor-del niet goed vastmaken, wordt hunlichaam mogelijk niet tegengehou-den als er plotseling wordt geremdof bij een botsing. Dat kan tot ern-stig letsel leiden. Vraag alle passagiers op de bijrij-dersstoel en de achterzittingen omhun veiligheidsgordel goed vast temaken voordat u gaat rijden. WAARSCHUWING• De stand van de bestuurdersstoelof rugleuning mag nooit veranderdworden tijdens het rijden. Door eenplotse beweging van de stoel ofrugleuning kunt u de controle overhet stuur verliezen.
Zorg dat u,voordat u wegrijdt, de juiste standvoor de stoel en rugleuning hebtingesteld. • De stoelen moeten worden inge-steld voordat de veiligheidsgordelsworden omgedaan, omdat slechtzittende gordels niet de beoogdebescherming zullen bieden. • De rugleuningen dienen in eenrechte stand te staan tijdens het rij-den, omdat anders de veiligheids-gordels minder goed werken. Vei-ligheidsgordels bieden slechts devereiste bescherming als de rug-leuningen rechtop geplaatst zijn. (Vervolg)WAARSCHUWING(Vervolg)• Als u een kussen of iets dergelijkstussen de rugleuning en uw rugplaatst, kunt u de auto mogelijk nietin de juiste houding besturen. Enmogelijk werken de veiligheidsgor-del en de hoofdsteun onder dieomstandigheden niet goed. Dat kanbij een ongeval ernstig letsel ver-oorzaken. Plaats daarom geen kussen of ietsdergelijks tussen de rugleuning enuw rug.
– De lithium-ionaccu of de DC/DC-omvormer die zich onder devoorstoel bevindt van een modeldat uitgerust is met SHVS (SmartHybrid Vehicle by Suzuki) of hetkrachtige hybride systeem, raaktbeschadigd. • Laat geen sigarettenaanstekers ofspuitbussen op de vloer liggen. Alser een sigarettenaansteker of spuit-bus op de vloer ligt, kan deze perongeluk ontbranden wanneer bagagewordt geladen of de stoel wordt afge-steld, waardoor brand ontstaat.
2-7VEILIG RIJDEN65T02010Verstelhendel stoel (1)Trek de hendel omhoog en verschuif destoel.65T02020Verstelhendel hoek rugleuning (2)Trek de hendel omhoog en verplaats derugleuning.65T02030Verstelhendel stoelhoogte (3) (indien uitgerust)Trek de hendel omhoog om de stoel hogerte zetten. Duw de hendel omlaag om destoel lager te zetten.Beweeg de stoel en rugleuning na hetafstellen een paar keer heen en weer omte controleren of deze vergrendeld zijn.Hoofdsteunen80J001De hoofdsteunen zijn ontworpen om bijeen ongeval het risico van nekletsels tebeperken. Stel de hoofdsteun zo in dat hetmidden van de hoofdsteun het dichtst bijde bovenkant van uw oren komt. Als ditvoor erg lange passagiers onmogelijk is,plaatst u de hoofdsteun zo hoog mogelijk.(1)(2)(3)
2-8VEILIG RIJDENOPMERKING:Het kan nodig zijn de rugleuning iets naarachteren te kantelen om voldoende ruimtete krijgen voor het verwijderen van dehoofdsteun.61MM0A032aOm de hoofdsteun van de voorstoel omhoogte brengen, trekt u de hoofdsteun omhoogtot deze vastklikt. Om de hoofdsteun omlaagte brengen, duwt u de hoofdsteun omlaagterwijl u de vergrendelknop (1) ingedrukthoudt. Om een hoofdsteun te verwijderen(als deze schoongemaakt, vervangen, enz.moet worden), drukt u de vergrendelknop (1)in en trekt u de hoofdsteun volledig uit.Voorstoelverwarming65T02040(1) Schakelaar linker voorstoelverwar-ming(2) Schakelaar rechter voorstoelverwar-ming(3) "LO" kant(4) "HI" kantWanneer het contactslot in de "ON"-standstaat of de contactmodus op aan staat,drukt u een (of beide) stoelverwarmings-schakelaar(s) in om de desbetreffendestoel(en) te verwarmen.
• Wanneer een stoelverwarmingsschake-laar is ingedrukt, functioneert de verwar-ming in de desbetreffende stoel.WAARSCHUWING• Als u rijdt zonder hoofdsteunen, kanbij een botsing van achteren nietworden voorkomen dat een passa-gier naar achteren klapt en kan deimpact op het hoofd van de passa-gier niet worden verminderd bij plot-seling remmen of een botsing. Datkan tot ernstig letsel leiden.
Rijd nooit met de auto zolang dehoofdsteunen niet aangebracht zijn.• Als hoofdsteunen achterstevorenzijn geplaatst of niet goed vastzit-ten, werken deze niet optimaal ineen noodgeval, met ernstig letselals gevolg.Als hoofdsteunen achterstevorenzijn geplaatst, kunt u de hoogteervan niet afstellen en deze nietgoed vastzetten.Plaats de hoofdsteunen stevig inde juiste richting.• Als uw aandacht wordt afgeleiddoor tijdens het rijden de hoofd-steun af te stellen, kan dat tot onge-lukken leiden.De hoogte van de hoofdsteun magnooit tijdens het rijden veranderdworden.(1)VOORBEELD(3)(1)(2)(4)VOORBEELD
2-9VEILIG RIJDEN• Druk, om de lage verwarmingsstand tekiezen, op de "LO" kant (3) van de scha-kelaar. Het controlelampje aan die kantgaat branden wanneer de verwarmingingeschakeld is.• Druk, om de hoge verwarmingsstand tekiezen, op de "HI" kant (4) van de scha-kelaar. Het controlelampje aan die kantgaat branden wanneer de verwarmingingeschakeld is.• Voor het uitschakelen van de verwar-ming, zet u de schakelaar terug in dehorizontale stand. Controleer of het con-trolelampje dooft.59RN02260VOORZICHTIGEen verkeerd gebruik van de stoel-verwarming kan gevaarlijk zijn. Alsde inzittende een dunne broek of rokdraagt en de verwarming lang aanstaat, kan de persoon brandwondenoplopen, zelfs wanneer de verwar-ming op een lage temperatuur isingesteld.Vermijd het gebruik van de stoelver-warming bij de volgende personen:• Bij personen die minder gevoelhebben in de benen, bijv.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Suzuki S-Cross (2022) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Suzuki
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto