Suzuki Hayabusa GSX-1300R (2023) Handleiding

Suzuki Motor Hayabusa GSX-1300R (2023)

Bekijk gratis de handleiding van Suzuki Hayabusa GSX-1300R (2023) (233 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Suzuki Hayabusa GSX-1300R (2023) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/233

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Suzuki
Categorie: Motor
Model: Hayabusa GSX-1300R (2023)

Handleiding Suzuki Hayabusa GSX-1300R (2023) – volledige tekst

BELANGRIJKE INFORMATIEINFORMATIE I.V.M. DE INRIJPERIODE VAN UW MOTORFIETSDe eerste 1600 km zijn de belangrijk-ste voor de levensduur van uw motor-fiets. Een correct nagevolgdeinrijperiode verzekert een maximaleduurzaamheid en een optimale wer-king van uw nieuwe motorfiets.Suzuki-onderdelen zijn vervaardigdvan materialen van hoge kwaliteit endeze zijn in de fabriek afgewerkt methet oog op nauwkeurig bepaaldebelastingen. Een correct nagevolgdeinrijperiode zorgt ervoor dat de afge-werkte oppervlakken elkaar smerenen zich harmonieus aan elkaar aan-passen.De betrouwbare werking van uwmotorfiets hangt af van de specialezorg en het navolgen van de beper-kingen tijdens de inrijperiode.

Let ervooral op de motor niet te overbelas-ten om oververhitting van de motoron-derdelen te voorkomen.Zie het hoofdstuk HET INRIJDENvoor verdere aanbevelingen en voor-schriften betreffende het inrijden.WAARSCHUWING/VOORZICHTIG/LET OP/OPMERKINGLees deze handleiding zorgvuldigdoor en volg alle aanwijzingen zorg-vuldig op. Om de nadruk te leggen opspeciale informatie, hebben het sym-bool  en de woorden WAARSCHU-WING, VOORZICHTIG, LET OP enOPMERKING alle een speciale bete-kenis.

VOORWOORDMotorrijden is een van de meestopwindende sporten, en om zeker tezijn van uw rijplezier doet u er goedaan om de informatie in deze gebrui-kershandleiding aandachtig door tenemen voordat u op uw motorfietsgaat rijden.In deze handleiding worden de juisteverzorging en het onderhoud van uwmotorfiets beschreven. Door dezeaanwijzingen precies op te volgen,kunt u er zeker van zijn dat uw motor-fiets een lang leven heeft zonderongemakken. Uw erkende Suzuki-dealer heeft ervaren technici dieopgeleid zijn om uw motorfiets met debest mogelijke zorg te omringen, metde juiste gereedschappen en hetjuiste materiaal.Alle informatie, afbeeldingen en spe-cificaties die u in deze handleidingvindt, zijn volledig bijgewerkt tot hetogenblik van publicatie.

Tengevolgevan verbeteringen of andere verande-ringen zouden er tegenstrijdighedenkunnen voorkomen tussen de infor-matie in deze handleiding en uwmotorfiets. Suzuki behoudt zich hetrecht voor om te allen tijde verande-ringen aan te brengen.Deze handleiding is van toepassingop alle specificaties of op alle respec-tievelijke bestemmingen en geeft uit-leg over al het materiaal. Het isdaarom mogelijk dat uw model afwij-kende kenmerken heeft dan die ver-meld in deze handleiding.

1-2VEILIGHEIDSINFORMATIEVEILIGHEIDSRICHTLIJNENDE MEEST ONGEVALLEN KUNNEN WORDEN VOORKOMENVolg de basisvoorzorgsmaatregelenbeschreven in dit hoofdstuk metbetrekking tot dagelijks gebruik enzorg ervoor dat u voorzichtig rijdt. Let altijd goed op tijdens het rijdenom botsingen te voorkomen.• Soms gebeuren er motorfietson-gevallen omdat andere wegge-bruikers u niet opmerken. Lettijdens het rijden op het volgende.- Houd er rekening mee datongevallen vaak voorkomenwanneer een auto die naar eenmotorfiets rijdt links voor demotorfiets draait.- Rijd niet in de dode hoek vanandere weggebruikers.• Draai het stuur niet snel en rijdniet met één hand, omdat u hier-door kunt slippen of vallen.• Draag beschermende uitrusting,zoals een helm en handschoenen,om letsel door vallen of ongevallentot een minimum te beperken.

Voorinformatie over geschikte uitrustingen kleding, zie “BESCHERMENDEKLEDING” op pagina 1-4.• Houd tijdens het rijden het stuurmet beide handen vast en plaatsuw voeten op de voetsteunen. Pas-sagiers moeten het lichaam van debestuurder stevig met beide han-den vastpakken of de veiligheids-gordel of handgreep vasthouden,indien uitgerust, en hun voeten opde achterste voetsteunen houden. • Lees alle labels op de motorfiets envolg de aanwijzingen op. Zorg dat ude informatie op de labels begrijpt.Verwijder geen labels van de motor-fiets.• De accessoires die u met uw motor-fiets gebruikt en de manier waaropu uw uitrusting op de fiets laadt,kunnen gevaren veroorzaken. Aero-dynamica, besturen, balans en spe-ling in bochten kunnenachteruitgaan en de ophanging enbanden kunnen overbelast raken.Lees het deel “GEBRUIK VANACCESSOIRES EN BELADINGVAN DE MOTORFIETS” oppagina 1-21.

1-3Routinecontroles en periodiekeinspectiesVoer routinecontroles en periodiekeinspecties uit om ongevallen of pechte voorkomen. Als de motorfiets een ongewoongeluid maakt, vreemd ruikt of vloeistoflekt, laat hem dan nakijken door eenSuzuki-dealer. Voor informatie overroutinecontroles en periodiekeinspecties, zie “INSPECTIE ENONDERHOUD” op pagina 3-2. WAARSCHUWINGAls u met zeer hoge snelheid metde motorfiets rijdt, neemt de kansdat u de controle over de motor-fiets verliest toe, wat kan resulte-ren in een ongeluk.Rijd altijd met een snelheid diegeschikt is voor het terrein, uwzicht, de omgevingsomstandighe-den, en uw vaardigheid en erva-ring. WAARSCHUWINGAls u zelfs maar één hand of voetvan de motorfiets neemt, neemt dekans dat u de controle over demotorfiets verliest toe. U zou uwbalans kunnen verliezen en van demotorfiets kunnen vallen.

1-4BESCHERMENDE KLEDINGOmschrijvingZowel de bestuurder als de passagiermoeten zeker een helm dragen, even-als kleding en beschermende uitrus-ting die een hoog niveau vanbescherming bieden. Raadpleeg hetvolgende bij het aanschaffen vandeze uitrusting.Helm• Draag een helm en trek het riem-pje stevig aan. Kies een helm diegoed op je hoofd past maar geenovermatige druk uitoefent. • Draag een helmschild of een vei-ligheidsbril. Deze beschermen hetgezichtsveld tegen de wind, enbeschermen ook de ogen tegeninsecten, stof en kleine steentjesdie door voertuigen die voor u rij-den worden opgeworpen.Om het risico op letsel te verminderen:• Draag een helm, oogbescherming en beschermende kleding.• Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door.WAARSCHUWING WAARSCHUWINGAls u geen helm draagt, neemt dekans op overlijden of ernstig letselbij een botsing toe.

Als u een helmdraagt die niet goed past of nietgoed is vastgemaakt, biedt dehelm wellicht niet de beschermingwaarvoor deze is ontworpen.De bestuurder en de passagierdienen een helm te dragen diegoed past en goed is vastge-maakt.

1-5Rij-uitrusting• Draag beschermende uitrustingen kleding die een hoog bescher-mingsniveau bieden. Draag eenhelder, opvallende bovenkledingmet lange mouwen en een langebroek die zo min mogelijk huidblootstellen. Dit vermindert deimpact op het lichaam bij onver-wachte ongevallen. Loszittende,nette kleding kan ongemakkelijken onveilig zijn bij het motorrijden.Kies motorkleding van goedekwaliteit wanneer u motorrijdt.• Zorg dat u handschoenen draagt.Handschoenen van wrijvingsbe-stendig leer zijn geschikt.• Draag schoenen waarmee u demotorfiets makkelijk kunt bedie-nen en die de enkels bedekken.• Draag waar nodig een jas en eenbroek voorzien van beschermin-gen.Uitrusting van een passagierEen passagier heeft dezelfdebescherming nodig als u, inclusiefeen helm en de juiste kleding.

Depassagier mag geen lange schoenve-ters hebben of een losse broek dra-gen die verstrikt zou kunnen raken inhet wiel of de ketting. WAARSCHUWINGAls de passagier een lange jasdraagt, kan deze het achterlichtverdoezelen of de richtingaanwij-zer bedekken. Dit is gevaarlijkomdat voertuigen die achter u rij-den u mogelijk niet zien. Passagiers kunnen indien moge-lijk beter geen lange jassen dra-gen. Als dergelijke kledingstukkenworden gedragen, moet men ophet loshangende deel gaan zittenzodat deze het achterlicht of derichtingaanwijzers niet kan bedek-ken.

1-6SPECIALE SITUATIES VEREISEN SPECIALE ZORGWinderige dagBij het rijden in een sterke zijwind, watmogelijk is bij de ingang van een tun-nel, op een brug, of bij het passerenvan of gepasseerd worden door grotevrachtwagens, kan de motorfiets wor-den geblazen door zijwind. Houd uw snelheid onder controle enhoud het stuur stevig vast tijdens hetrijden.Regenachtige dag, sneeuwachtigedag• Wanneer het wegdek nat, los ofruw is, moet u voorzichtig remmen.De remafstand neemt op eenregenachtige dag toe. Geverfdepijlen op de weg, putdeksels envettige weggedeelten kunnen bij-zonder glad zijn. Wees extra voor-zichtig bij spoorwegovergangen enop ijzeren platen en bruggen. Alshet begint te regenen, stijgt olie ofvet op de weg naar het waterop-pervlak. Stop langs de kant van deweg en wacht een paar minutentotdat deze laag olie is wegge-spoeld voordat u verder rijdt.

Ver-minder snelheid bij enige twijfelover de staat van de weg!• Vertraag voordat u bochteningaat. In deze situaties is de trac-tie tussen uw banden en het weg-dek beperkt. Vermijd remmenwanneer u in een hoek naar eenzijkant leunt. Ga weer rechtop rij-den voordat u remt.  WAARSCHUWINGPlotselinge zijwind, zoals kanvoorkomen wanneer u wordtgepasseerd door grotere voertui-gen, bij de uitgang van een tunnelof tussen de heuvels, kan zo hardaankomen dat u de controle overde motorfiets verliest.Verminder uw snelheid en houdaltijd rekening met de kans opplotselinge zijwind.

1-7OPMERKING: Nadat de motorfiets isgewassen of wanneer deze door plas-sen is gereden, kunnen de remmenslecht vastgrijpen. Als de remmenslecht vastgrijpen, rij dan met lagesnelheid terwijl u voldoende aandachtbesteedt aan de voor- en achterzijdevan de motorfiets en bedien de rem-men licht totdat ze stevig vastgrijpen.Ondergelopen wegRijd niet met uw motorfiets op onder-gelopen wegen.Als u met uw motorfiets op een over-stroomde weg rijdt, controleer danlangzaam de remwerking.

Vraag uwSuzuki-dealer na het rijden op eenoverstroomde weg het volgende tecontroleren:• Remefficiëntie• Natte connectoren, bedrading enwater in de accubak• Slippen van de aandrijfriem• Slechte smering voor lagers, enz.• Niveau en uiterlijk van tranmissie-olie (als de olie witachtig is, zit erwater in de olie en moet de olieworden ververst) WAARSCHUWINGDoor overmatig remmen wanneerde tractie beperkt is, zullen uwbanden slippen, waardoor u decontrole over de richting kunt ver-liezen of u en uw motorfiets kun-nen omvallen.Rem voorzichtig wanneer de trac-tie beperkt is.LET OPAls u met de motorfiets op eenoverstroomde weg rijdt, kan demotor stoppen met draaien enkunnen elektrische onderdelendefect raken, de aandrijfriem slip-pen en de motor kan beschadigdraken. Rijd niet met uw motorfiets opondergelopen wegen.

1-8KEN UW GRENZENRijd altijd binnen de grenzen van uweigen vaardigheden. Door deze gren-zen te kennen en altijd binnen dezegrenzen te blijven kunt u ongelukkenvoorkomen.Een belangrijke oorzaak van ongeval-len waarbij alleen een motorfiets isbetrokken (en geen auto’s) is te harddoor een bocht gaan. Voordat u eenbocht ingaat, kiest u een geschiktelage snelheid en geschikte bocht-hoek.Rijd zelfs op rechte wegen met eensnelheid die geschikt is voor het ver-keer, het zicht en de wegomstandig-heden, uw motorfiets en uw ervaring.Veilig motorrijden vereist dat uw men-tale en fysieke vaardigheden volledigdeel uitmaken van de ervaring. Pro-beer geen motorvoertuig te besturen,vooral een met twee wielen, als umoe bent of onder invloed van alcoholof andere drugs.

Alcohol, illegaledrugs en zelfs sommige voorgeschre-ven en zelfzorggeneesmiddelen kun-nen slaperigheid, verlies vancoördinatie, verlies van evenwicht envooral verlies van gezond verstandveroorzaken. Als u moe bent of onderinvloed bent van alcohol of anderedrugs, RIJD DAN NIET met uw motor-fiets.OEFEN BUITEN HET VERKEERUw rijvaardigheid en uw mechanischekennis van de motorfiets vormen debasis voor veilig rijden. Wij raden uaan om eerst wat te oefenen met uwmotorfiets op een plaats waar geenverkeer kan komen, totdat u volledigvertrouwd bent met uw machine ende bedieningsorganen.

1-9RIJDEN MET EEN PASSAGIERDeze motorfiets heeft een capaciteitvan twee personen. Rijd niet metmeer dan één passagier. Dit is zeergevaarlijk.Rijden met een passagierRijden met een passagier, mits dit opjuiste wijze wordt gedaan, is eengeweldige manier om het genot vanmotorrijden te delen. U zult uw rijstijlenigszins moeten aanpassen omdathet extra gewicht van een passagierde wegligging en remwerking zalbeïnvloeden.

Mogelijk moet u ook de bandenspan-ning en ophanging aanpassen; zievoor meer informatie hierover deparagraaf Bandenspanning en belas-ting en de paragraaf Vering.• BANDENSPANNING EN BELAS-TING: ( 3-49)• VERSTELLEN VAN DE VERING: ( 2-96)• BELASTINGSLIMIET: ( 1-23)Voordat u gaat rijden met een passa-gier achterop, moet u goed bekendzijn met de bediening van de motor-fiets.Zorg ervoor dat passagiers het vol-gende begrijpen voordat ze met umeerijden.• De passagier moet altijd uw tailleof heupen vasthouden, of de vei-ligheidsgordel of handgreep vast-houden, indien uitgerust.• Vraag uw passagier om geen plot-selinge bewegingen te maken.Wanneer u in een bocht naar dezijkant leunt, dient de passagiermet u mee te leunen.• De passagier moet altijd zijn ofhaar voeten op de voetsteunenhouden, zelfs wanneer u voor eenstoplicht bent gestopt.

1-10OVER KOOLMONOXIDEStart de motor op een goed geventi-leerde plaats om koolmonoxidevergif-tiging te voorkomen. Koolmonoxide, dat zich in uitlaatgasbevindt, is een kleurloos, geurloosgas en wordt dus niet gemakkelijkopgemerkt. WEES SLIM OP DE WEGHoud u altijd aan de snelheidslimie-ten, lokale wetten en de basisregelsvan de weg. Geef een goed voor-beeld voor anderen door eenbeleefde houding en een verant-woorde rijstijl te tonen.CONCLUSIEOm ongevallen te voorkomen, is voor-zichtigheid en een goede inschattingvan uw omgeving vereist. Naast detoestand van het verkeer, de weg enhet weer, verandert ook de staat vande motorfiets. Bovendien is de bewe-ging van andere voertuigen moeilijk tevoorspellen, dus wees altijd oplet-tend.Onbeheersbare omstandighedenkunnen leiden tot een ongeval.

Umoet zich voorbereiden op het onver-wachte door een helm en anderebeschermende kleding te dragen, endoor technieken voor plotseling rem-men en uitwijken te leren om schadeaan u en uw motorfiets te minimalise-ren. WAARSCHUWINGUitlaatgassen bevatten koolmo-noxide, een gevaarlijk gas datnauwelijks waarneembaar isomdat het kleurloos en reukloosis. Het inademen van koolmo-noxide kan de dood of ernstig let-sel veroorzaken.Start de motor niet binnen en laatdeze niet binnen draaien of in eenruimte met weinig tot geen ventila-tie.

1-11VOORZORGSMAATREGELEN TIJDENS HET RIJDENHET INRIJDENOmschrijvingDe eerste 1600 km zijn de belangrijk-ste voor de levensduur van uw motor-fiets. Het juiste gebruik tijdens deze inrijpe-riode helpt bij het verzekeren van eenmaximale levensduur en de besteprestaties van uw nieuwe motorfiets.Vermijd tijdens de inrijperiode onno-dig stationair draaien, plotseling ver-snellen of vertragen, abrupt sturen ofplotseling remmen. De volgende richtlijnen betreffen dejuiste inrijprocedures.Aanbevolen maximaal motortoerentalDe onderstaande tabel toont het aan-bevolen maximale motortoerental tij-dens de inrijperiode.Wissel het motortoerental afWissel het motortoerental af tijdensde inrijperiode. Zodoende worden deonderdelen “met druk belast” (hulp bijhet samenwerkingsproces) en vervol-gens “ontlast” (nodig voor het afkoe-len van de onderdelen).

Om hetaanpassingsproces mogelijk temaken, is het van belang dat demotoronderdelen belast worden tij-dens de inrijperiode, maar u moet erwel op letten dat u de motor niet over-belast.Inrijden van de nieuwe bandenVoor een optimale prestatie dient u denieuwe banden, net zoals de motor,goed in te rijden. Voor het inrijden vanhet loopvlak van de banden moet ude hellingshoek bij het nemen vanbochten geleidelijk laten toenemengedurende de eerste 160 km, voordatu probeert om de maximale prestatieste behalen.

1-12Eerste en belangrijkste onderhoudsbeurtDe eerste onderhoudsbeurt (onder-houdsbeurt na de inrijperiode) is demeest belangrijke onderhoudsbeurtvoor uw motorfiets. Tijdens de inrijpe-riode hebben de afgewerkte opper-vlakken elkaar ingesmeerd en zichharmonieus aan elkaar aangepast. Bijde eerste onderhoudsbeurt wordenalle verstellingen gecorrigeerd, allebevestigingsdelen worden opnieuwaangehaald en de afgewerkte oliewordt ververst. Het tijdig uitvoerenvan deze onderhoudsbeurt zal garantstaan voor een lange levensduur entopprestatie van uw motor.OPMERKING: De 1000 km onder-houdsbeurt moet worden uitgevoerdvolgens de richtlijnen in het hoofdstukINSPECTIE EN ONDERHOUD indeze handleiding.

Schenk specialeaandacht aan alle VOORZICHTIG enWAARSCHUWINGsinformatie in dathoofdstuk.OP HEUVELSRijden op een helling• Bij het beklimmen van steile hel-lingen kan de motorfiets langza-mer gaan rijden en als het waregaan sloffen. Op dat momentmoet u in een lagere versnellingterugschakelen zodat de motorbinnen zijn normale bereik kanwerken. Schakel snel om te voor-komen dat de motorfiets te veelsnelheid verliest.• Bij het afrijden van een lange,steile helling kunt u door terug teschakelen afremmen met demotor.

Als de normale remmencontinu worden gebruikt, kunnendeze oververhit raken waardoorde remprestatie afneemt.• Pas op dat u de motor niet te snellaat draaien bij het afdalen vaneen helling. WAARSCHUWINGAls u de remmen continu gebruiktop lange afdalingen, kunnen deremmen oververhit raken, wat huneffectiviteit vermindert.Gebruik motorremvermogen oplange afdalingen en vermijd con-tinu remmen.

1-13PARKERENParkerenOm diefstal te voorkomen, moet u hetstuur vergrendelen en de sleutel ver-wijderen wanneer u de motorfiets ver-laat. Zie “CONTACTSLOT” oppagina 2-72. • Parkeer de motorfiets op eenplaats waar deze het verkeer niethindert.• Parkeer niet waar dit niet is toege-staan.• Raak de uitlaatpijp, knaldemper ofde motor niet aan wanneer demotor draait of gedurende enigetijd nadat deze is gestopt.• Parkeer de motorfiets op eenvlakke locatie en draai het stuurhelemaal naar links.

Parkeer demotorfiets niet met het stuur naarrechts gedraaid.• Parkeer de motorfiets op een loca-tie waar andere mensen de uit-laatpijp, de knaldemper of demotor niet kunnen aanraken.• Wanneer het parkeren van demotorfiets op een onstabieleondergrond zoals een helling, opgrind, op een oneffen ondergrondof op een zachte ondergrondonvermijdelijk is, wees dan voor-zichtig bij het hellen of verplaat-sen.LET OPWanneer de motorfiets op een hel-ling wordt gestopt en op zijnplaats wordt gehouden metbehulp van de gasgreep en dekoppelingshendel, kan de koppe-ling van de motorfiets wordenbeschadigd.Gebruik de remmen om de motor-fiets op een helling te stoppen.

1-14OPMERKING: • Wanneer de motorfiets op de zij-standaard op een niet te steilehelling wordt geparkeerd, dient ute zorgen dat het voorwiel van demotorfiets heuvelopwaarts gerichtstaat. Dit om te voorkomen dat demotorfiets heuvelafwaarts van dezijstandaard af kan rollen. Tevensis het raadzaam om de motorfietsin de eerste versnelling te latenstaan. Zet de versnelling in de vrij-stand voordat u de motor start.• Als u de motorfiets tegen diefstalhebt beveiligd met een beugelslot,kettingslot of schijfremslot, ver-geet dan niet eerst het slot los temaken voordat u de motorfietsverplaatst.BIJ HET DUWEN VAN DE MOTORFIETSSchakel het contactslot uit wanneer ude motorfiets duwt. WAARSCHUWINGDe katalysator die in de knaldem-per is geïnstalleerd, wordt zeerwarm en kan brand veroorzakenals deze in de buurt van brandbaarmateriaal wordt geplaatst wanneerde motorfiets wordt geparkeerd.

Controleer bij het parkeren of ergeen ontvlambaar materiaal zoalsdroog gras, hout, papier of olie inde buurt is. VOORZICHTIGHete uitlaatpijpen en knaldem-pers kunnen ernstige brandwon-den veroorzaken. De uitlaatpijp ofknaldemper blijft ook een tijdnadat u de motor hebt afgezet nogzo heet dat u zich eraan kunt ver-branden.Parkeer de motorfiets op eenplaats waar voetgangers of kinde-ren de uitlaatpijp of knaldemperniet snel zullen aanraken.

1-15OVER DE REMMENWAT IS ABS. ABS is een mechanisme dat tijdenshet rijden het remmen regelt om tevoorkomen dat de wielen blokkeren. De traagheidsmeeteenheid (IMU)zorgt voor ABS-regeling op basis vande helling van het wegdek om te voor-komen dat de achterband optilt wan-neer de voorrem krachtig wordtaangetrokken. Remmen wordt uitgevoerd metgebruik van de remhendel en hetrempedaal op dezelfde manier als opeen motorfiets zonder ABS. ABS regelt de remdruk elektronisch. Dit systeem bewaakt de rotatiesnel-heid van de wielen en werkt om wiel-blokkering te voorkomen door deremdruk te verminderen wanneerwielblokkering wordt gedetecteerd. Er is geen speciale remwerking ver-eist, aangezien het ABS continuwerkt, behalve bij lage snelhedenonder 8 km/h en wanneer de acculeeg is.

De remhendel en het rempe-daal trillen zachtjes wanneer het ABSwordt geactiveerd om te voorkomendat de wielen blokkeren als de rem-men worden gebruikt. Dit is geenafwijking. Blijf de remmen bedienen. De remafstand met een ABS kan lan-ger zijn dan die van een motorfietszonder ABS, afhankelijk van ver-keerde inschattingen, onjuiste bedie-ning, het wegdek en deweersomstandigheden. Word niet teafhankelijk van het ABS. Het ABS-systeem werkt mogelijk nietgoed als de banden worden vervan-gen door niet-gespecificeerde ban-den. Om ervoor te zorgen dat hetABS-systeem correct functioneert,mogen voor en achter alleen degespecificeerde banden wordengebruikt. Zie “BANDEN” op pagina 3-47. OPMERKING: In sommige situatieskan een motorfiets met ABS een lan-gere remweg nodig hebben om testoppen op een losse of ongelijkma-tige ondergrond dan een gelijkwaar-dige motorfiets zonder ABS.

Het ABS kan nietcompenseren voor slechte wegom-standigheden, een verkeerde beoor-deling van de verkeerssituatie of eenfoutief gebruik van de remmen. Vergeet niet dat het ABS u niet kanhelpen bij een slechte beoordelingvan de verkeerssituatie, verkeerderemtechnieken of de noodzaak omsnelheid te minderen bij het rijdenover slechte wegen of bij ongun-stige weersomstandigheden. Neemde veiligheid in acht en rijd nooitsneller dan de omstandigheden toe-staan.

1-16MOTION TRACK REMSYSTEEMDit model is uitgerust met een sys-teem dat wordt aangeduid als het“Motion Track remsysteem”. Dit sys-teem regelt ABS-remmen op basisvan de hoek van het zijwaarts over-hellen terwijl de motorfiets in bochtenrijdt. Het systeem voorkomt wielblok-kering, binnen een bepaald bereik, bijbuitensporig hard of abrupt remmen.Hierdoor wordt de rijder geholpen inhet volgen van de bedoelde rijlijn.Alhoewel het ABS voorkomt dat de wie-len blokkeren, moet u nog steeds voor-zichtig zijn wanneer u in een bochtremt.

Hard remmen tijdens het makenvan een bocht kan slippen van het wielen verlies van de macht over het stuurveroorzaken, of uw motorfiets nu wel ofniet is uitgerust met ABS.Het ABS mag niet beschouwd wordenals een excuus voor roekeloos rijden.Met het ABS kan niet gecompenseerdworden voor een slechte beoordelingvan de verkeerssituatie, verkeerderemtechnieken of de het negeren vande noodzaak om snelheid te minde-ren bij het rijden over slechte wegenof bij ongunstige weersomstandighe-den.U moet altijd verstandig rijden en alertblijven. WAARSCHUWINGHet Motion Track remsysteemregelt ABS-remmen op basis vande hoek van de helling wanneer deremmen worden bediend tijdenshet rijden in bochten. Het is echterniet in staat om horizontaal glijdenvoorbij fysieke grenzen te regelen.Overmatig vertrouwen op ABSkan onvoorziene ongevallen ver-oorzaken. Rijd voorzichtig, zonder te veel opABS te vertrouwen.

1-17HET GEBRUIK VAN HET REMSYSTEEM1. Draai de gasgreep helemaal van uaf om het gas helemaal te sluiten.2. Gebruik de voor- en achterremgelijktijdig en in gelijke mate.3. Schakel terug wanneer de snel-heid afneemt.4. Zet de versnelling in de vrijstandmet de koppeling ingetrokken(ontkoppelde stand) net voordatde motorfiets volledig tot stilstandkomt. WAARSCHUWINGOnervaren rijders hebben de nei-ging te weinig gebruik te makenvan de voorrem. Dit kan ertoe lei-den dat uw remweg zeer langwordt en kan resulteren in eenongeluk.

Naarmate de snelheid vaneen voertuig toeneemt, wordt deremweg langer.Zorg voor een veilige stopafstandtussen uw motorfiets en het voer-tuig voor u. WAARSCHUWINGAls u hard remt terwijl u een bochtneemt, kan dit ertoe leiden dat dewielen slippen en dat u de con-trole over de motorfiets verliesten/of dat u omvalt.Rem voordat u de bocht aansnijdt.

1-18NOODSTOPSIGNAAL (ESS) (indien uitgerust)ESS staat voor “Emergency Stop Sig-nal”.ESS is een functie die het voertuigachter de motorfiets waarschuwt dooralle richtingaanwijzers sneller dannormaal te laten knipperen wanneeraan alle onderstaande voorwaardenis voldaan. Richtingaanwijzer-verklik-kerlampjes in het instrumentenpa-neel knipperen op dit moment ooksynchroon.• De remhendel of het rempedaalwordt krachtig ingedrukt wanneerde snelheid van de motorfiets tenminste 55 km/h bedraagt • ABS wordt geactiveerd of de remwordt krachtig ingedrukt, zodatABS wordt geactiveerdESS stopt met functioneren in de vol-gende omstandigheden.• Snelheid daalt aanzienlijk• Rempedaal of remhendel is losge-laten• ABS-activering stopt• Alarmknipperlichtschakelaar isingeschakeld WAARSCHUWINGRemmen tijdens het maken vaneen bocht kan gevaarlijk zijn, ofuw motorfiets nu wel of niet is uit-gerust met ABS.

Het ABS heeftgeen controle over slippen van dewielen in zijwaartse richting, watkan optreden wanneer u hard remttijdens het maken van een bocht.Dit kan vervolgens resulteren inverlies van de macht over hetstuur.Rem voldoende af voordat u eenbocht aansnijdt en vermijd rem-men, behalve zacht remmen, tij-dens het maken van de bocht.

1-19OPMERKING: • Hoewel ESS helpt bij het voorko-men van kop-staartbotsingen doorvoertuigen achter de motorfiets tewaarschuwen wanneer er plotse-ling wordt geremd, kan het nietalle kop-staartbotsingen voorko-men.• De ESS-functie kan niet wordenuitgeschakeld.• ESS wordt soms niet geactiveerdbij het rijden op de volgendewegen en ABS wordt slechts kort-stondig geactiveerd.- Rijden op gladde wegen- Rijden over hobbels of andereverhoogde oppervlakken zoalsnaden in de wegRICHTLIJNEN VOOR DE BRANDSTOFGebruik premium loodvrije benzinemet een octaangetal van 95 of hoger(zoals door onderzoek bepaald). Hetgebruik van loodvrije premium ben-zine verlengt de levensduur van bou-gies en onderdelen van hetuitlaatsysteem. (Canada)Uw motorfiets vereist premium lood-vrije benzine met een minimum pom-poctaangetal van 90 ((R+M)/2methode).

In sommige gebieden isalleen geoxygeneerde brandstof ver-krijgbaar.Gebruikte brandstof: Loodvrijepremium benzineCapaciteit brandstoftank: 20,0 LOPMERKING: • De motor van dit model is ontwor-pen om premium loodvrije ben-zine te gebruiken.• Als er een storing in de motor ont-staat zoals gebrek aan acceleratieof onvoldoende vermogen, kan ditveroorzaakt worden door debrandstof. Probeer in dit geval bijeen ander benzinestation te gaantanken. Als dit het probleem nietoplost, moet u contact opnemenmet uw Suzuki-dealer.

1-20Aanbevolen geoxygeneerde brandstof(Canada, VK, EU, India, Brazilië)Zuurstofhoudende brandstof die vol-doet aan het minimum octaangehalteen aan de onderstaande vereistenmag ook gebruikt worden, zonder dathierdoor de voorzieningen van deBeperkte garantie voor een nieuwvoertuig (New Vehicle Limited War-ranty) of de Garantie voor het emis-sieregelsysteem (Emission ControlSystem Warranty) in gevaar wordengebracht.OPMERKING: Geoxygeneerdebrandstof is brandstof die zuurstofdra-gende toevoegingen bevat zoals alco-hol.Benzine/ethanolmengselsMengsels van loodvrije benzine enethanol (graanalcohol), ook bekendals “GASOHOL”, zijn in sommigegebieden verkrijgbaar. Deze meng-sels mogen ook in uw motorfiets wor-den gebruikt, mits ze niet meer dan10% ethanol (Canada, VK, EU), 20%ethanol (India), 27% ethanol (Brazilië)bevatten.

Zorg dat het benzine-etha-nolmengsel een octaangetal heeft datniet lager is dan het octaangetal aan-bevolen voor benzine.Gebruik de aanbevolen benzine dievoldoet aan de volgende etiketten.(VK, EU)OPMERKING: • Om luchtvervuiling tegen te gaan,beveelt Suzuki aan om zuurstof-houdende brandstof te gebruiken.• Zorg dat de geoxygeneerdebrandstof die u gebruikt het aan-bevolen octaangetal heeft.• Als u niet tevreden bent met deprestaties van uw motorfiets wan-neer u een geoxygeneerde brand-stof gebruikt of als de motor klopt,gebruik dan brandstof van eenander merk, omdat er verschilbestaat tussen de merken.

1-21GEBRUIK VAN ACCESSOIRES EN BELADING VAN DE MOTORFIETSACCESSOIRESEen goede keuze makenDe veiligheid kan minder worden bijmontage of toevoeging van onge-schikte accessoires. Het is onmogelijkvoor Suzuki om elk accessoire dat teverkrijgen is op de markt of om com-binaties van alle leverbare accessoi-res te testen, maar uw dealer kan uhelpen bij het uitkiezen van kwaliteits-accessoires en de montage ervan.Betracht uiterste voorzichtigheid bijhet uitkiezen en monteren van acces-soires voor uw motorfiets en raad-pleeg uw Suzuki-dealer als u vragenhebt. Zorg er bij het bevestigen van acces-soires bovendien voor dat deze bin-nen het draagvermogen liggen. Voorinformatie over het laadvermogen, zie“BELADING” op pagina 1-23.LET OPGemorste benzine die alcoholbevat kan de gelakte delen van uwmotorfiets aantasten.Zorg ervoor dat u geen brandstofmorst bij het vullen van de brand-stoftank.

1-22Richtlijnen voor de montage vanaccessoires • Accessoires die van invloed zijnop de windgevoeligheid zoalsstroomlijnkappen, windschermen,rugsteunen, zadeltassen en reis-koffers moeten zo laag mogelijken zo dicht mogelijk bij de motor-fiets en zo dicht mogelijk bij hetzwaartepunt worden gemonteerd.Zorg dat de bevestigingsbeugelsen het andere bevestigingsmateri-aal stevig zijn aangebracht.• Controleer op de juiste grondspe-ling en de schuinte van de zit. Leter tevens op dat de accessoiresde werking van de vering, stuurin-richting en andere bedieningsor-ganen niet hinderen.• Accessoires die aan het stuur ofde voorvork worden gemonteerd,kunnen een zeer nadelige invloedop de stabiliteit hebben. Door hetextra gewicht zal uw motorfietsminder goed reageren op uwstuurbediening. Het extra gewichtkan ook trillingen in het voorge-deelte veroorzaken en kanzodoende leiden tot minder stabili-teit.

Accessoires aan het stuur ofde voorvork moeten zo lichtmogelijk zijn en dienen beperkt teworden tot een minimum. WAARSCHUWINGVerkeerde montage van accessoi-res of modificaties aan de motor-fiets kunnen de hanteringbeïnvloeden, wat kan resulteren ineen ongeluk.• Gebruik geen ongeschikteaccessoires en let op dat degebruikte accessoires goedworden aangebracht. • Alle onderdelen en accessoiresvoor de motorfiets moeten origi-nele Suzuki-onderdelen zijn dieontworpen zijn voor gebruik metdeze motorfiets. • Monteer en gebruik de acces-soires overeenkomstig de bijge-leverde instructies. • Raadpleeg uw Suzuki-dealer alsu vragen hebt.

1-23• Afhankelijk van het extra schermkan het scherm zonlicht opvangenen schade aan de motorfiets ver-oorzaken. Neem bij het installerenvan het extra scherm de volgendevoorzorgsmaatregelen in acht:- Vermijd parkeren in direct zon-licht. Als u in direct zonlicht par-keert, gebruik dan eencarrosserie- of schermhoes.- Verwijder de hoezen voordat ugaat rijden.• Trek geen aanhangwagen of eenzijspan. Deze motorfiets is nietontworpen voor het trekken vaneen aanhangwagen of zijspan. • Sommige accessoires kunnen hetmoeilijk maken om de juiste rijpo-sitie te bereiken of zorgen ervoordat de bruikbaarheid verslechtert.Controleer of u de juiste rijpositiekunt bereiken. • Kies alleen elektronische acces-soires doe de capaciteit van hetelektrisch systeem van de motor-fiets niet overschrijden.

Zwareoverbelasting kan de bedradingbeschadigen of het elektrischesysteem zou kunnen uitvallen meteen gevaarlijke situatie tot gevolg.Gebruik originele Suzuki-acces-soires.BELADINGBeladingslimiet• Als de motorfiets wordt beladen,veranderen de kenmerken voorgebruik en veiligheid ten opzichtevan een onbeladen motorfiets. • Overschrijd nooit het MTT. (maxi-maal toelaatbaar totaalgewicht) vandeze motorfiets. Het MTT is hettotale maximumgewicht van demachine, accessoires, nuttigebelastingen, de bestuurder en depassagier tezamen. Denk bij het uit-kiezen van accessoires aan hetgewicht van de bestuurder en ookaan het gewicht van de andereaccessoires. Het extra gewicht vande accessoires kan niet alleenonveilige rijomstandigheden veroor-zaken, maar kan ook een nadeligeinvloed hebben op de stabiliteit vanhet rijden.

1-24Richtlijnen voor de beladingDeze motorfiets kan voornamelijkkleine voorwerpen vervoeren wan-neer u niet met een passagier rijdt.Volg de onderstaande richtlijnen voorde belading: • Wanneer u bagage op het achter-zadel plaatst, zet het dan stevigop zijn plaats vast met riemen,enz. Niet overbeladen metbagage. • Verdeel de lading gelijk over delinker- en de rechterkant van demotorfiets en maak deze goedvast. • Zorg dat het gewicht van debagage zo laag mogelijk is enhoud dit ook zo dicht mogelijk bijhet midden van de motorfiets. • Verstel indien nodig de instellin-gen voor de vering. • Bevestig geen grote of zwarevoorwerpen aan het stuur, devoorvork of het achterspatscherm.• Plaats geen bagageruimte, dozen,of andere voorwerpen die verderuitsteken dan het achterste puntvan de carrosserie van de motor-fiets.

• Controleer of beide banden dejuiste bandenspanning hebbenvoor de belading van de motor-fiets. Zie “BANDENSPANNINGEN BELASTING” op pagina 3-49.• Een verkeerde belading heeft eennadelige invloed op de balans ende stuureigenschappen van demotorfiets. Rij langzamer metbagage of met accessoires beves-tigd. WAARSCHUWINGAls de bagage een hete uitlaatpijp,knaldemper of motor raakt, kan debagage of motorfiets vlam vatten.Wanneer u bagage op de motor-fiets plaatst, mag dit niet in aanra-king komen met hete onderdelen. WAARSCHUWINGPlaatsen van voorwerpen in deruimte achter de stroomlijnkapkan het sturen belemmeren en kanleiden tot verlies van de controleover de motorfiets.Plaats geen voorwerpen in deruimte achter de stroomlijnkap.

1-25WIJZIGINGENBreng geen onjuiste wijzigingen aan. Wijzigingen met betrekking tot de struc-tuur of werking van deze motorfietskunnen de manoeuvreerbaarheid beïn-vloeden, het lawaai van de uitlaat ver-hogen of zelfs de levensduur van demotorfiets verkorten. Naast het overtre-den van de wet, kunnen dergelijke wijzi-gingen voor anderen hinderlijk zijn. Het frame van deze motorfiets is vaneen aluminiumlegering vervaardigd. Breng daarom nooit wijzigingen aan inhet frame door middel van boren, lassene. d. , aangezien de sterkte en stevigheidvan het frame hierdoor aanzienlijk wor-den aangetast. Dit zou kunnen resulte-ren in een onveilige gebruikstoestandvan de motorfiets, wat kan leiden tot eenongeluk. Suzuki stelt zich op generleiwijze aansprakelijk voor persoonlijk let-sel of schade aan de motorfiets, veroor-zaakt door in het frame aangebrachtewijzigingen.

Accessoires die op hetframe worden geschroefd en het frameop geen enkele manier wijzigen, mogenworden geïnstalleerd, op voorwaardedat u de in dit gedeelte beschreven bela-dingslimiet niet overschrijdt. Wijzigingen aan de motorfiets vallenniet onder de garantie. • Deze motorfiets voldoet aan deregelgeving qua emissies. Het isuitgerust met een katalysator dieuitlaatgassen reinigt. Aanbrengenvan wijzigingen aan de uitlaatpijpof knaldemper kan ertoe leidendat deze motorfiets niet meer aande emissieregelgeving voldoet. Raadpleeg een Suzuki-dealerwanneer u de uitlaatpijp of knal-demper vervangt. • Knaldempers zijn gegraveerd meteen “Suzuki”-teken om aan tegeven dat het echte Suzuki-onder-delen zijn. • Stel de motor niet zelf af en verwij-der geen onderdelen. Neem con-tact op met een Suzuki-dealervoor het afstemmen van de motor.

2-8Hoofddisplay“SDMS”-scherm “ACTIVE DATA” (actieve gegevens)-schermKiezen van de hoofddisplay-aanduiding ( 2-30)1 SDMS-α (Suzuki rijstand-keuzeknop alfa)* ( 2-31)2 Indicator van het rij-ondersteuningssysteem ( 2-33)3 Versnellingsstandindicator ( 2-37)4 Voorwaartse/achterwaartse versnelling ( 2-39)5 Maximale hellingshoek ( 2-38)6 Piekvasthoudbalk hellingshoek ( 2-38)7 Hellingshoek ( 2-38)8 Gasgreepstand ( 2-38)9 Voorremdruk ( 2-39)0 Achterremdruk ( 2-39)*SDMS-α wordt afgekort en weergegeven als SDMS op het instrumentenpaneel. Indeze gebruikershandleiding wordt SDMS ook in de beschrijving gebruikt om de con-sistentie met het display op het instrumentenpaneel te behouden.

2-9MENU-displayMENU-scherm ( 2-29)1 DISPLAY ( 2-50)Wordt gebruikt om het standaard weergegeven scherm in te stellen.2 RIDING SET (rij-instellingen) ( 2-39)Wordt gebruikt om één van de drie gebruikersinstellingsmodi te selecterenen het regelniveau van verschillende systemen in te stellen.3 RPM SET (rpm instellen) ( 2-42)Stelt de timing van de verlichting van het motortoerentalcontrolelichtje enandere instellingen in.4 HILL HOLD SET (hill hold instellen) ( 2-46)Stelt de hill hold-regeling in.5 BRIGHTNESS (helderheid) ( 2-47)Wordt gebruikt om de helderheid van de achtergrondverlichting van het TFTaan te passen.6 USER SEL/UNIT (gebruikersselectie/eenheid) ( 2-48)Stelt de eenheid in.7 DATE/TIME (datum/tijd) ( 2-50)Stelt de datum en tijd in.8 SERVICE ( 2-51)Wordt gebruikt om de instellingen van de serviceherinnering te controleren.9 DEFAULT SET (standaardinstellingen) ( 2-52)MENU-instellingen op hun standaardwaarden instellen.0 EXIT (afsluiten)Terug naar het hoofddisplay.

2-10INSTRUMENTENPANEELEERSTE METERDISPLAYWanneer u het contactslot op AANzet, zal de meter als volgt reageren.• De openingshandeling duurtongeveer 3 seconden, zoals aan-gegeven via het TFT LCD-scherm, de naalden en de verlich-ting.• De volgende lampjes gaan 2seconden branden.- Storingslampje 4- Hoofdwaarschuwingscontrole-lichtje 2- Motortoerentalcontrolelichtje 3- Benzineverklikkerlampje 7- Koelvloeistoftemperatuur-verk-likkerlampje 8• De volgende lampjes gaan bran-den.- Oliedruk-verklikkerlampje 6 - ABS-controlelichtje 1- Tractieregelingslampje 5OPMERKING: Zie de uitleg bij debetreffende lampjes in dit hoofdstukvoor de uitschakelingstoestand.Op momenten als deze...Voer de volgende handelingen uit alseen naald in het instrumentenpaneelin de volgende stand staat wanneerhet contactslot wordt uitgezet.• De naald van de snelheidsmeterof toerenteller staat niet in denulstand.• De naald van de brandstofmeteren van de koelvloeistoftempera-tuurmeter zijn zichtbaar.1.

2-11BENZINEMETERDe benzinemeter geeft de resterendehoeveelheid benzine in de benzine-tank aan. Het “E”-merkteken geeftaan dat de benzinetank leeg of bijnaleeg is. Het “F”-merkteken geeft aandat de benzinetank vol is. Dezemotorfiets is uitgerust met een benzi-neverklikkerlampje 1.OPMERKING: De benzinemeter geefthet peil niet juist aan wanneer demotorfiets op de zijstandaard staat.Zet het contactslot in de “ON”-standterwijl de motorfiets recht overeindwordt gehouden.BenzineverklikkerlampjeHet verklikkerlampje gaat brandenwanneer er minder dan ongeveer 5,0liter benzine is. Dit verklikkerlampjebrandt gedurende 2 seconden wan-neer het contactslot in de “ON”-standwordt gezet en zal dan doven als ergenoeg benzine in de tank is.LET OPWanneer alle brandstof in de tankwordt verbruikt, zal de katalysator(indien uitgerust) beschadigdraken.Vul benzine bij voordat het op is.

2-12TOERENTELLERDe toerenteller geeft het motortoeren-tal in omwentelingen per minuut(omw/min) aan. De rode zone 1 geeft aan dat hetmotortoerental hoger is dan het toe-gestane motortoerental. Om de motorte beschermen, moet u zodanig rijdendat de naald niet in de rode zonekomt.

Let erop dat het motortoerentalbovenmatig kan toenemen als u bijeen hoge rijsnelheid terugschakelt.RICHTINGAANWIJZER-VERKLIKKERLAMPJE “” Als u de richtingaanwijzerschakelaarrechts of links gebruikt, gaat het rich-tingaanwijzer-verklikkerlampje knip-peren.OPMERKING: Als een richtingaanwij-zer niet goed werkt als gevolg vaneen open circuit, zal het controle-lichtje sneller knipperen om de berij-der erop attent te maken dat er eenstoring is, behalve wanneer de ESSwerkt.ABS-VERKLIKKERLAMPJE “”• Dit verklikkerlampje gaat gewoon-lijk branden wanneer het contact-slot in de “ON” stand wordtgedraaid en gaat uit wanneer derijsnelheid hoger dan 5 km/hwordt.• Als er een probleem is met hetABS (antiblokkeersysteem), gaathet lampje branden.

Het ABSwerkt niet wanneer het ABS-verk-likkerlampje brandt. WAARSCHUWINGRijden met de motorfiets terwijlhet ABS-verklikkerlampje brandt,kan gevaarlijk zijn.Als het ABS-verklikkerlampjeknippert of gaat branden tijdenshet rijden, parkeert u de motor-fiets op een veilige plaats en zet uhet contactslot uit. Wacht een paarminuten, zet het contactslot op“ON” en controleer of het contro-lelichtje gaat branden.• Als het verklikkerlampje uitgaatnadat u weer bent gaan rijden, ishet ABS in orde.• Als het verklikkerlampje niet uit-gaat nadat u weer bent gaan rij-den, werkt het ABS niet. Laathet systeem in dit geval zospoedig mogelijk door eenerkende Suzuki-dealer nakijken.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Suzuki Hayabusa GSX-1300R (2023) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden