Suzuki Burgman 200 (2017) Handleiding

Suzuki Motor Burgman 200 (2017)

Bekijk gratis de handleiding van Suzuki Burgman 200 (2017) (109 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Suzuki Burgman 200 (2017) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/109
Deze handleiding dient te worden beschouwd als een onderdeel
van de motorfiets en moet bij verkoop samen met de motorfiets
aan de nieuwe eigenaar worden overhandigd. De handleiding
bevat belangrijke veiligheidsinformatie en instructies die
zorgvuldig dienen te worden doorgelezen voordat de motorfiets
in gebruik wordt genomen.
Top
3rd cover2nd cover
Black
4/1
4 mm
VZR1800/BZ (99011-48G71-01H)

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Suzuki
Categorie: Motor
Model: Burgman 200 (2017)

Handleiding Suzuki Burgman 200 (2017) – volledige tekst

Deze handleiding dient te worden beschouwd als een onderdeel van de motorfiets en moet bij verkoop samen met de motorfiets aan de nieuwe eigenaar worden overhandigd. De handleiding bevat belangrijke veiligheidsinformatie en instructies die zorgvuldig dienen te worden doorgelezen voordat de motorfiets in gebruik wordt genomen.Top3rd cover2nd coverBlack4/14 mmVZR1800/BZ (99011-48G71-01H)

BELANGRIJKE INFORMA-TIERICHTLIJNEN BETREFFENDE DE INRIJPERIODE VAN UW MOTORFIETSDe eerste 1600 km zijn de belangrijk-ste voor de levensduur van uw motor-fiets. Een strict nagevolgdeinrijperiode verzekert een maximaleduurzaamheid en een optimale wer-king van uw nieuwe motorfiets.Suzuki onderdelen zijn vervaardigdvan materialen van hoge kwaliteit endeze zijn in de fabriek afgewerkt methet oog op nauwkeurig bepaaldebelastingen. Correcte bediening zorgtervoor dat de afgewerkte oppervlak-ken elkaar insmeren en zich harmo-nieus aan elkaar aanpassen.De betrouwbare werking van uwmotorfiets hangt af van de specialezorg en het navolgen van de beper-kingen tijdens de inrijperiode.

Let ervooral op de motor niet te overbelas-ten om oververhitting van de motoron-derdelen te voorkomen.Zie het hoofdstuk HET INRIJDENvoor verdere aanbevelingen en voor-schriften betreffende het inrijden.WAARSCHUWING/VOORZICHTIG/LET OP/OPMERKINGLees deze handleiding zorgvuldigdoor en volg alle aanwijzingen op. Wijleggen er de nadruk op dat in dezehandleiding het symbool  en dewoorden WAARSCHUWING, VOOR-ZICHTIG, LET OP en OPMERKINGalle een speciale betekenis hebbenen dat er nauwkeurig aandacht aandient te worden besteed.

VOORWOORDMotorrijden is een van de meestopwindende sporten, en om zeker tezijn van uw rijplezier doet u er goedaan om de informatie in deze handlei-ding aandachtig door te nemen voor-dat u op uw motorfiets gaat rijden.In deze handleiding worden de ver-zorging en het onderhoud van uwmotorfiets beschreven. Door dezeaanwijzingen precies op te volgenkunt u er zeker van zijn dat uw motor-fiets een lang leven heeft zonderongemakken. Uw officiële Suzuki-dealer heeft ervaren technici dieopgeleid zijn om uw motorfiets met debest mogelijke zorg te omringen, metde juiste gereedschappen en de juisteuitrusting.Alle informatie, afbeeldingen en spe-cificaties die u in deze handleidingvindt, zijn volledig bijgewerkt tot hetogenblik van publicatie. Tengevolgevan verbeteringen of andere verande-ringen zouden er tegenstrijdighedenkunnen voorkomen tussen de infor-matie in deze handleiding en uwmotorfiets.

1-2INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKERGEBRUIK VAN ACCESSOIRES EN BELADING VAN DE MOTORFIETSGEBRUIK VAN ACCESSOIRESDe veiligheid kan minder worden bijmontage of toevoeging van onge-schikte accessoires. Het is onmogelijkvoor Suzuki om elk accessoire dat teverkrijgen is of om combinaties vanalle leverbare accessoires te testen,maar uw dealer kan u helpen bij hetuitkiezen van kwaliteitsonderdelen ende montage ervan. Betracht uiterstevoorzichtigheid bij het uitkiezen enmonteren van accessoires voor uwmotorfiets en raadpleeg uw Suzuki-dealer als u vragen hebt. RICHTLIJNEN VOOR DE MONTAGE VAN ACCESSOIRES• Accessoires die van invloed zijnop de windgevoeligheid zoalsstroomlijnen, windschermen, rug-steunen, zadeltassen en reiskof-fers, moeten zo laag mogelijkworden gemonteerd en ook zodicht mogelijk bij het zwaartepunt.

Zorg dat de bevestigingsbeugelsen het andere bevestigingsmateri-aal stevig is aangebracht. • Controleer de tussenruimte tus-sen de motorfiets en de grond, ende schuinte van de zit. Let ertevens op dat de accessoires dewerking van de vering, stuurinrich-ting en andere bedieningsorganenniet hinderen. • Accessoires die aan het stuur ofde voorvork worden gemonteerd,kunnen een zeer nadelige invloedop de stabiliteit hebben. Door hetextra gewicht zal uw motorfietsminder goed reageren op uwstuurbediening. Het extra gewichtkan ook trillingen in het voorge-deelte veroorzaken en kanzodoende leiden tot minder stabili-teit. Eventuele accessoires aanhet stuur of de voorvork moetenzo licht mogelijk zijn en dienenbeperkt te worden tot een mini-mum. • Kies accessoires uit die de bewe-ging van de bestuurder nietbelemmeren.

• Bij het uitkiezen van elektrischeaccessoires moet u erop lettendat deze het elektrische systeemvan de motorfiets niet overbelas-ten. Zware overbelasting kan debedrading beschadigen of hetelektrische systeem zou kunnenuitvallen met een gevaarlijkesituatie tot gevolg.

 WAARSCHUWINGVerkeerde montage van accessoi-res of modificaties aan de motor-fiets kunnen destuureigenschappen beïnvloeden,wat kan resulteren in een ongeluk. Gebruik geen ongeschikte acces-soires en let op dat de gebruikteaccessoires goed worden aange-bracht. Alle onderdelen en acces-soires voor de motorfiets moetenoriginele Suzuki onderdelen zijnof gelijkwaardige onderdelen dieontworpen zijn voor gebruik metdeze motorfiets. Monteer engebruik de accessoires overeen-komstig de bijgeleverde instruc-ties. Raadpleeg uw Suzuki-dealerals u vragen hebt.

1-3• Trek geen aanhangwagen of eenzijspan. Deze motorfiets is nietontworpen voor het trekken vaneen aanhangwagen of zijspan. LAADLIMIETOverschrijd nooit het maximaal toe-laatbare totaalgewicht (MTT) vandeze motorfiets. Het MTT is het totalegewicht van de machine, accessoires,nuttige belastingen, de bestuurder ende passagier tesamen. Denk bij hetuitkiezen van accessoires aan hetgewicht van de bestuurder en ookaan het gewicht van de andere acces-soires. Het extra gewicht van deaccessoires kan niet alleen onveiligerijomstandigheden veroorzaken, maarkan ook een nadelige invloed hebbenop de stabiliteit van de motorfiets. MTT: 350 kgbij bandenspanning (indien koud)Voor: 200 kPa (2,00 kgf/cm2)Achter: 280 kPa (2,80 kgf/cm2)RICHTLIJNEN VOOR DE BELADINGDeze motorfiets kan kleine voorwer-pen vervoeren wanneer u niet meteen passagier rijdt.

Volg de onder-staande richtlijnen wanneer u eenpassagier of bagage vervoert:• Verdeel de bagage gelijk over delinker- en de rechterkant van demotorfiets en maak deze goed vast. • Zorg dat het gewicht van debagage zo laag mogelijk is enhoud dit ook zo dicht mogelijk bijhet midden van de motorfiets. • Bevestig geen grote of zwarevoorwerpen aan het stuur, devoorvork of het achterspatscherm. • Monteer geen bagagedrager of eenbagagekoffer die over het achter-eind van de motorfiets uitsteekt. • Vervoer ook geen voorwerpen dieover het achtereind van de motor-fiets uitsteken. • Controleer of beide banden dejuiste bandenspanning hebbenvoor de belading van de motor-fiets. Zie blz. 6-28. • Een verkeerde belading heeft eennadelige invloed op de balans en destuureigenschappen van de motor-fiets.

1-4WIJZIGINGENHet aanbrengen van wijzigingen aande motorfiets of het verwijderen vanoorspronkelijk aangebrachte onder-delen kan het voertuig onveilig ofonwettelijk maken. Neem alle plaatse-lijke en landelijke bepalingen acht. VEILIGHEIDSADVIES VOOR MOTORRIJDERSMotorrijden is een geweldige enopwindende sport. Er moeten echterook enkele voorzorgsmaatregelengenomen worden om de veiligheidvan de bestuurder en de passagier tewaarborgen. Deze voorzorgsmaatre-gelen zijn:DRAAG ALTIJD EEN HELMVeiligheidsuitrusting voor de motor-fiets begint met een veiligheidshelmvan goede kwaliteit. Een van demeest ernstige verwondingen die ukunt oplopen is een verwonding aanhet hoofd. Draag ALTIJD een goedge-keurde helm. Ook is het aan te radenom passende oogbescherming tedragen. MOTORKLEDINGLoszittende vrijetijdskleding kanongemakkelijk en onveilig zijn bij hetmotorrijden.

Kies motorkleding vangoede kwaliteit wanneer u motorrijdt. CONTROLE VÓÓR HET RIJDENLees nog eens grondig de instructiesdoor in het hoofdstuk “CONTROLEVÓÓR HET RIJDEN” in deze handlei-ding. Vergeet niet een algehele veilig-heidscontrole uit te voeren om deveiligheid van bestuurder en passa-gier te waarborgen. MAAK UZELF VERTROUWD MET DE MOTORFIETSUw rijvaardigheid en uw kennis vanhet mechanisme van de motorfietsvormen de basis voor veilig rijden. Wijraden u aan om eerst wat te oefenenmet uw motorfiets op een plaats waargeen verkeer kan komen of waarandere hindernissen zijn, totdat u vol-ledig vertrouwd bent met uw motor-fiets en de bedieningsorganen. Oefening baart kunst. KEN UW GRENZENRijd binnen de grenzen van uw eigenvaardigheid. Door deze grenzen tekennen en altijd binnen deze grenzente blijven kunt u ongelukken voorko-men.

1-5RIJD DEFENSIEFDe meeste ongelukken met motorfiet-sen gebeuren wanneer een tege-moetkomende auto plotseling vlakvoor de motorfiets afslaat. Rijd voor-zichtig en defensief. Een verstandigemotorrijder gaat er voor de zekerheidvan uit dat hij of zij zelf onzichtbaar isvoor de andere weggebruikers, zelfsop klaarlichte dag. Draag felle, reflec-terende kleding. Schakel de koplampen het achterlicht altijd in, ook alschijnt de zon, opdat u zo opvallendmogelijk bent. En vermijd vooral deblinde hoek van automobilisten.LABELSLees alle labels op de motorfiets envolg de instructies op. Zorg dat u alleaanwijzingen van de labels goedbegrijpt. Verwijder nooit enig label vande motorfiets.PLAATS VAN DE SERIENUMMERSDe serienummers op het frame en/ofde motor worden gebruikt om demotorfiets te registreren.

1-6LAWAAI-ONDERDRUKKINGSSYSTEEM (ALLEEN VOOR AUSTRALIE)WIJZIGINGEN AANBRENGEN IN HET LAWAAI-ONDERDRUKKINGS-SYSTEEM IS VERBODENU wordt erop attent gemaakt dat dewet de volgende zaken verbiedt:(a) Het verwijderen of ongeschiktmaken, behalve wanneer ditgebeurt voor het verrichten vanonderhoud, reparatie of vervan-ging, van enigerlei uitrusting ofsysteem die tot doel heeft lawaaite verminderen, en die in eennieuw voertuig is ingebouwd voor-dat het voertuig werd verkocht ofaan de uiteindelijke gebruikerwerd geleverd, of terwijl het voer-tuig in gebruik is; en(b) Het gebruik van het voertuignadat dergelijke uitrusting of sys-temen zijn verwijderd of onge-schikt zijn gemaakt.

2-5SLEUTELBij deze motorfiets worden twee iden-tieke contactsleutels geleverd.Bewaar de reservesleutel op een vei-lige plaats.CONTACTSLOTHet contactslot heeft 4 standen:“OFF” (uit) standAlle elektrische circuits zijn uitgeschakeld.De motor kan niet gestart worden. Desleutel kan uit het contactslot wordengetrokken.“ON” (aan) standHet ontstekingscircuit is ingeschakeld ende motor kan nu gestart worden. De sleu-tel kan niet uit het contactslot wordengetrokken.OPMERKING: Start de motor meteennadat u de sleutel in de “ON” stand hebtgezet, anders moet de accu onnodigstroom leveren voor het verbruik door dekoplamp en het achterlicht.“LOCK” (stuurslot) standOm het stuur te vergrendelen, draait u diteerst helemaal naar links. Duw de sleutelomlaag, draai deze naar “LOCK” en trekde sleutel naar buiten.

Alle elektrische cir-cuits zijn uitgeschakeld.“P” (parkeren) standWilt u de motorfiets parkeren, vergrendeldan het stuur en draai de sleutel in de “P”stand. De sleutel kan nu verwijderd wor-den, maar het parkeerlicht en het achter-licht blijven branden terwijl het stuurvergrendeld is. In deze stand is de motor-fiets beter zichtbaar wanneer u bijvoor-beeld ’s avonds langs de weg parkeert.

2-6Zadelslot-ontgrendelingDraai de sleutel naar links om hetzadelslot te ontgrendelen.INSTRUMENTENPANEELRICHTINGAANWIJZER-VERKLIK-KERLAMPJE “” 1Dit lampje gaat knipperen wanneer derechter of linker richtingaanwijzer inwerking wordt gesteld.OPMERKING: Als de richtingaanwij-zer niet werkt als gevolg van eendefecte lamp of een defect circuit, zalhet verklikkerlampje sneller knipperenom u erop attent te maken dat er eenprobleem is.WAARSCHUWINGHet is gevaarlijk om de contact-sleutel in de “P” of “LOCK” standte zetten terwijl de motorfiets inbeweging is. Het kan gevaarlijkzijn om de motorfiets te bewegenwanneer het stuur is vergrendeld.U zou uw evenwicht kunnen ver-liezen en vallen, of u zou demotorfiets kunnen laten vallen.Stop de motorfiets en zet deze opde zijstandaard voordat u hetstuur vergrendelt.

Probeer nooitom de motorfiets te bewegen ter-wijl het stuur is vergrendeld.WAARSCHUWINGAls de motorfiets als gevolg vanslippen of een ongeluk omvalt, ishet mogelijk dat de motor dooreen plotseling opgetredenbeschadiging blijft draaien, watkan resulteren in brand of in even-tueel letsel door bewegendeonderdelen zoals het achterwiel.Als de motorfiets omvalt, moet uhet contact meteen afzetten. Neemcontact op met een officiëleSuzuki-dealer om de motorfiets opniet zichtbare beschadigingen telaten controleren.

2-7SNELHEIDSMETER 2De snelheidsmeter geeft de rijsnel-heid in km/uur aan.KLOK 3De tijd wordt weergegeven wanneerhet contact in de stand “ON” staat. Deklok heeft een 12-uurs tijdsaandui-ding. Volg de onderstaande proce-dure om de klok in te stellen.Wanneer u de tijd wilt instellen, houdtu de SEL A en ADJ C toetsen tege-lijk 2 seconden lang ingedrukt totdatde tijdsaanduiding begint te knippe-ren. Druk op de SEL toets A om hetuur in te stellen. Druk op de ADJ toetsC om de minuten in te stellen. Houdde SEL A en ADJ C toetsen weertegelijk 2 seconden lang ingedrukt omterug te keren naar de tijdsaandui-ding.OPMERKING: • Wanneer de toets ingedrukt wordtgehouden, zal de tijdsaanduidingcontinu verhoogd worden.• De klok kan worden ingesteldwanneer het contactslot in de“ON” stand staat.• De klok wordt gevoed door deaccu van de motorfiets.

2-8STORINGSLAMPJE “ ” 4Als het brandstofinspuitsysteem uit-valt, gaat het storingslampje 4 bran-den en geeft het display 7 “FI” aanop de volgende twee manieren:A. Het display 7 geeft afwisselend“FI” en de kilometerteller/dagtel-ler weer, en het storingslampje 4gaat aan en blijft branden.B. Het display 7 geeft continu “FI”aan en het storingslampje 4 knip-pert.Bij aanduiding A is het mogelijk dat demotor blijft werken, maar bij aandui-ding B zal de motor waarschijnlijk nietmeer werken.OPMERKING: • Als het display afwisselend “FI” ende kilometerteller/dagteller weer-geeft en het storingslampje aan-gaat en blijft branden, laat demotor dan draaien en breng uwmotorfiets naar een officiëleSuzuki-dealer.

Als de motor afs-laat, kunt u proberen om de motoropnieuw te starten nadat u hetcontact uit en dan weer aan hebtgezet.• Als het display continu “FI” aange-eft en het storingslampje knippert,dan kan de motor niet wordengestart.Wanneer het display 7 “CHEC” aan-geeft in het kilometerteller-display,moet u controleren of aan de vol-gende voorwaarden is voldaan:LET OPHet storingslampje gaat brandenals er een probleem is met hetbrandstofinspuitsysteem. Rijd nietmet de motorfiets terwijl het sto-ringslampje brandt, want dit kanleiden tot schade aan de motor ende transmissie.Wanneer het display “FI” aangeeften het storingslampje gaat bran-den, moet u een officiële Suzuki-dealer of een vakkundige monteurzo spoedig mogelijk het brandsto-finspuitsysteem laten controleren.

2-9• Let op dat de motorstopscha-kelaar in de “” stand staat. • Zorg ervoor dat de zijstandaardvolledig omhoog is geklapt. Als het display na het zeker stellenvan de bovenstaande punten nogsteeds “CHEC” aangeeft, controleerdan de ontstekingszekering en destekkers van de verbindingskabels. ABS-INDICATIELAMPJE “” 5(UH125A/200A)Dit indicatielampje gaat gewoonlijkbranden wanneer het contactslot inde “ON” stand wordt gedraaid endooft wanneer de rijsnelheid hogerdan 10 km/uur wordt. Als er een probleem is met het ABS(antiblokkeersysteem), gaat het indi-catielampje knipperen of blijft hetlampje branden. Het ABS werkt nietwanneer het ABS-indicatielampjebrandt of knippert en het remsysteemfunctioneert dan als een normaalremsysteem.

OPMERKING: • Als het ABS-indicatielampje dooftvoordat de motorfiets is gestart,moet u de werking van het ABS-indicatielampje controleren doorhet contactslot uit en dan weeraan te zetten. Het ABS-indicatie-lampje gaat soms uit wanneer demotor zwaar is belast voordat demotorfiets wordt gestart. Als hetABS-indicatielampje niet gaatbranden wanneer het contactwordt aangezet, moet u het sys-teem zo spoedig mogelijk dooreen officiële Suzuki-dealer latennakijken. • Wanneer de motorfiets metdraaiende motor op de midden-standaard wordt gezet nadat demotorfiets heeft gereden en u demotor met hoog toerental laatdraaien, kan het ABS-indicatie-lampje gaan branden. In dat gevalmoet u controleren of het ABS-indicatielampje gaat branden wan-neer het contact uit en dan weeraan wordt gezet.

Daarna contro-leert u of het ABS-indicatielampjedooft wanneer de rijsnelheid vande motorfiets hoger wordt dan 10km/uur. Als het ABS-indicatie-lampje niet dooft, moet u het sys-teem zo spoedig mogelijk dooreen officiële Suzuki-dealer latennakijken. WAARSCHUWINGRijden met de motorfiets terwijlhet ABS-indicatielampje brandt,kan gevaarlijk zijn.

Als het ABS-indicatielampje knip-pert of gaat branden tijdens het rij-den, parkeert u de motorfiets opeen veilige plaats en zet dan hetcontact af. Zet het contactslot naeen poosje weer op “ON” en con-troleer of het indicatielampje gaatbranden. • Als het indicatielampje dooftnadat u weer bent gaan rijden, ishet ABS in orde. • Als het niet dooft nadat u begintte rijden, werkt het ABS niet enwerken de remmen als een nor-maal remsysteem. Laat het sys-teem zo spoedig mogelijk dooreen officiële Suzuki-dealer nakij-ken.

2-10KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR- VERKLIKKERLAMPJE “” 6Dit lampje gaat branden wanneer detemperatuur van de koelvloeistof totboven de 120°C (248°F) stijgt.Wanneer het koelvloeistoftempera-tuur-verklikkerlampje gaat branden,moet u de motor afzetten en het koel-vloeistofniveau controleren nadat demotor is afgekoeld.KILOMETERTELLER/DAGTELLER 7Het display heeft twee functies. Hetkan de kilometerteller tonen en dedagteller.Druk op de SEL toets A om tussende aanduidingen om te schakelen. Dedisplay-aanduiding verandert in deonderstaande volgorde:LET OPRijden met de motorfiets terwijlhet koelvloeistoftemperatuur-ver-klikkerlampje brandt, kan leidentot ernstige motorschade dooroververhitting.Als het koelvloeistoftemperatuur-verklikkerlampje gaat branden,moet u de motor onmiddellijkafzetten en laten afkoelen.

2-11KilometertellerDe kilometerteller geeft de totaal afge-legde afstand van de motorfiets aan.Het bereik van de kilometerteller is 0tot 999999 km of 0 tot 924999 miles.OPMERKING: Het display van dekilometerteller loopt vast bij 999999km of 924999 miles wanneer de totaleafstand 999999 km of 924999 milesoverschrijdt.DagtellerDe dagteller is een kilometerteller dieu op nul kunt terugstellen. Gebruik dedagteller om de afstand van eenbepaalde rit of het aantal afgelegdekilometers tussen twee benzinestopste meten.

Houd de ADJ toets C 2seconden ingedrukt om de dagtellerop nul terug te stellen.OPMERKING: Als de afgelegdeafstand 9999,9 overschrijdt, begint dedagteller weer vanaf 0,0 te tellen.TOERENTELLER 8De toerenteller geeft het motortoeren-tal in omwentelingen per minuut(omw/min) aan.GROOTLICHT-VERKLIKKER-LAMPJE “” 9Dit blauwe lampje gaat branden wan-neer het grootlicht wordt ingeschakeld.OLIEVERVERSING-VERKLIKKER-LAMPJE 0Het olieverversing-verklikkerlampjegaat branden om u eraan te herinne-ren dat de motorolie ververst moetworden.Het verklikkerlampje gaat branden nade eerste 1000 km en daarna op devooraf ingestelde intervallen.

(UH125A)Het interval is instelbaar tussen 500km en 4000 km, in stappen van 500km.(UH200/A)Het interval is instelbaar tussen 500km en 5000 km, in stappen van 500km.Reset het verklikkerlampje na het ver-versen van de olie zodat het lampjedooft.Resetten van het olieverversing-ver-klikkerlampje:1. Zet het contact af.2. Houd de SEL toets A ingedrukt,zet het contactslot in de “ON”stand en houd de SEL toets Adan nog 2 seconden ingedrukt.3. De olieverversingsteller wordtgereset en het OIL CHANGE ver-klikkerlampje 0 knippert 3 maalen dooft daarna.WAARSCHUWINGBedien het display niet tijdens hetrijden; dat is gevaarlijk. Wanneer uuw hand van het stuur afneemt,ontstaat een bijzonder gevaarlijkesituatie.Schakel nooit tijdens de rit de aan-duidingen om. Houd beide handenaan het stuur.

Houd de SEL A en ADJ C toet-sen 2 seconden ingedrukt.OPMERKING: • Het olieverversingsinterval kan pasworden ingesteld nadat de kilome-terteller de 1000 km is gepasseerd.• Reset het verklikkerlampje nadatde olie de eerste maal is ververst.• Na het verversen van de olie moetde reset-procedure altijd wordenuitgevoerd, ook wanneer het ver-klikkerlampje niet oplicht.• Er vindt geen reset van het verklik-kerlampje plaats wanneer het inge-stelde interval wordt gewijzigd.• Het interval is in de fabriek afge-steld op 4000 km.(UH200/A)1. Schakel de kilometerteller in enhoud dan de ADJ toets C 2seconden ingedrukt totdat deINTERVAL F en OIL CHANGE Everklikkerlampjes gaan knipperen.2. Houd de SEL toets A 2 secondeningedrukt om het interval in stap-pen van 500 km te verlagen van5000 km naar 500 km.3. Druk op de ADJ toets C om hetinterval in stappen van 500 km teverhogen van 500 km naar 5000km.4.

Houd de SEL A en ADJ C toet-sen 2 seconden ingedrukt.OPMERKING: • Het olieverversingsinterval kanpas worden ingesteld nadat dekilometerteller de 1000 km isgepasseerd.• Reset het verklikkerlampje nadatde olie de eerste maal is ververst.• Na het verversen van de olie moetde reset-procedure altijd wordenuitgevoerd, ook wanneer het ver-klikkerlampje niet oplicht.• Er vindt geen reset van het ver-klikkerlampje plaats wanneer hetingestelde interval wordt gewij-zigd.• Het interval is in de fabriek afge-steld op 5000 km.

2-13BENZINEVERBRUIKMETER BDe benzineverbruikmeter geeft hetbenzineverbruik voor dagteller A endagteller B weer. Het bereik van debenzineverbruikmeter loopt van 0,1tot 99,9 (km/L, MPG IMP). De meterblokkeert bij 99,9. De benzinever-bruikmeter toont “– – . –” wanneer dedagteller 0,0 aangeeft.OPMERKING: • De waarden op het display zijneen benadering. De aanduidingenkomen mogelijk niet altijd over-een met de werkelijke waarden.• Het model voor Groot-Brittannië isvast ingesteld op imperial gallon.Omschakelen tussen km/L en L/100km(Behalve voor Groot-Brittannië)Houd de SEL toets A 2 secondeningedrukt om van de “km/L” standover te schakelen naar de “L/100 km”stand.“km/L” stand“L/100 km” standWAARSCHUWINGBedien het display niet tijdens hetrijden; dat is gevaarlijk.

Wanneer uuw hand van het stuur afneemt,ontstaat een bijzonder gevaarlijkesituatie.Schakel nooit tijdens het rijden deaanduidingen om. Houd beidehanden aan het stuur.

2-14BENZINEMETER “” DDe benzinemeter geeft de resterendehoeveelheid benzine in de benzine-tank aan. De benzinemeter toont alle5 segmenten wanneer de benzine-tank vol is. Het tekentje knippert wan-neer het benzinepeil lager wordt dan3,0 L. Het tekentje en segment knip-peren wanneer het benzinepeil lagerwordt dan 1,5 L. OPMERKING: • De benzinemeter geeft het peilniet juist aan wanneer de motor-fiets op de zijstandaard staat. Zethet contactslot in de “ON” standterwijl de motorfiets recht overeindwordt gehouden. • Als het benzinetekentje knippert,vul dan onmiddellijk de bezinetank. Het laatste segment van de bezi-nemeter knippert ook wanneer debezinetank bijna leeg is. INDICATIELAMPJE VOOR ECO-RIJDEN “ ” EDe UH200/125A/200A heeft een indi-catielampje voor eco-rijden om eenrijstijl aan te moedigen waarbij hetmilieu zo min mogelijk wordt belast.

Het indicatielampje voor eco-rijden,dat zich op het instrumentenpaneelbevindt, gaat branden wanneer demotorfiets op een brandstof-efficiëntewijze wordt gebruikt en kan rijdershelpen om rijtechnieken te ontwikke-len waarbij een zo gunstig mogelijkbenzineverbruik wordt verkregen. Het systeem bewaakt het feitelijkebenzineverbruik van de motorfiets enlaat het indicatielampje voor eco-rij-den oplichten wanneer het verbruiklager is dan het vooraf bepaalde ben-zineverbruik. Het indicatielampje voor eco-rijdenverbetert niet automatisch het benzi-neverbruik maar kan rijders helpenom hun technieken te verfijnen en zohet benzineverbruik te verbeteren. Het benzineverbruik wordt door velefactoren van buitenaf beïnvloed zoalsde afgelegde afstand en de verkeers-omstandigheden waarbij bijvoorbeeldgedacht moet worden aan het aantalkeren dat vanuit stilstand wordt opge-trokken.

2-15LINKER HANDVATACHTERREMHENDEL 1Om de achterrem te gebruiken, trektu de achterremhendel zachtjes in derichting van de handgreep in. Wan-neer de remhendel wordt ingetrokken,gaat het remlicht branden.INHAALLICHTSCHAKELAAR 2Druk op deze schakelaar om de kop-lamp te laten knipperen.DIMLICHTSCHAKELAAR 3“” standHet dimlicht van de koplamp en hetachterlicht gaan branden.“” standHet grootlicht van de koplamp en hetachterlicht gaan branden. Tevensgaat het grootlicht-verklikkerlampjebranden.CLAXONSCHAKELAAR “” 4Druk op deze schakelaar om teclaxonneren.LET OPWanneer u de dimlichtschakelaartussen de “” en “” standhoudt, zullen de hoge en lage kop-lampbundels beide tegelijk bran-den.

De motor zal nu niet starten ofdraaien.“” standHet ontstekingscircuit is ingescha-keld en de motor kan draaien.ALARMKNIPPERLICHTSCHAKELAAR “” 2Wanneer deze schakelaar wordt aan-gezet terwijl het contactslot in de “ON”of “P” stand staat, zullen alle vier derichtingaanwijzers en de verklikker-lampjes gelijktijdig gaan knipperen.Gebruik de alarmknipperlichtinstalla-tie om het andere verkeer te waar-schuwen wanneer uw motorfiets eengevaar kan opleveren bij noodparke-ren e.d.VOORREMHENDEL 3Om de voorrem te gebruiken, trekt ude voorremhendel zachtjes in de rich-ting van de handgreep in. Wanneerde remhendel wordt ingetrokken, gaathet remlicht branden.WAARSCHUWINGHet kan gevaarlijk zijn om de richtin-gaanwijzer niet te gebruiken als u eenbocht wilt nemen en om de richtin-gaanwijzer niet uit te schakelen nadatu een bocht hebt genomen.

2-17GASGREEP 4Het motortoerental wordt bepaalddoor de stand van de gasgreep. Draaide gasgreep naar u toe om het toe-rental te verhogen. Draai de gasgreepvan u af om het toerental te verlagen.ELEKTRISCHE STARTKNOP “” 5Druk op de elektrische startknop omde startmotor in werking te stellen.OPMERKING: Als de remhendel nietwordt ingetrokken, zal de startmotorniet werken.OPMERKING: Deze motorfiets is uit-gerust met blokkeercircuits voor hetcontactslot en het startcircuit. Demotor kan alleen gestart worden wan-neer de zijstandaard volledig is inge-klapt.OPMERKING: De koplamp gaat uitwanneer de elektrische startknopwordt ingedrukt.DOP VAN BENZINETANKDruk op de knop om het deksel teopenen.Steek de sleutel naar binnen draaideze naar rechts om de dop van debenzinetank te openen. Til de dop metde sleutel omhoog en verwijder dedop.

Om de dop van de benzinetankaan te brengen, richt u het driehoekjenaar u toe en lijnt dan de geleidepen-nen van de dop van de benzinetankuit. Duw op de dop van de benzine-tank totdat de vergrendelpennen opde plaats vastklikken. De sleutel moetin het slot van de dop zitten voordat dedop weer wordt aangebracht.Vul de brandstoftank altijd met versebenzine.

Gebruik geen benzine die aleen tijd staat en vervuild kan zijn doorstof, vuil, water of andere vloeistoffen.Let bij het vullen van de tank goed opdat er geen stof, vuil of water in debrandstoftank kan komen.LET OPAls de startmotor langer dan vijfseconden achtereen draait, kan erschade aan de startmotor enbedrading ontstaan door overver-hitting.Laat de startmotor niet langer danvijf seconden achtereen draaien.Als de motor na verscheidenepogingen niet aanslaat, dient u debrandstoftoevoer en het ontste-kingssysteem te controleren.Raadpleeg het hoofdstuk STO-RINGZOEKEN in deze handlei-ding.

Benzine dieuit de tank stroomt kan gemakke-lijk vlam vatten.Stop met bijvullen wanneer debenzine de onderzijde van de vul-hals bereikt.WAARSCHUWINGAls u de veiligheidsmaatregelenniet in acht neemt bij het bijvullenvan benzine, kan er brand ont-staan of is het mogelijk dat u gif-tige dampen inademt.Tank uitsluitend in een goedgeventileerde ruimte. Zorg dat demotor is afgezet en let op dat ergeen benzine op een warme motorwordt gemorst. Rook niet en houdopen vuur en vonken uit de buurt.Vermijd benzinedampen in te ade-men. Houd kinderen en huisdierenuit de buurt van de motorfietswanneer u benzine bijvult.

2-19VOORKOFFEROpenen van het deksel:1. Steek de contactsleutel naar bin-nen en draai deze naar links omde sluithendel te ontgrendelen.2. Trek aan de sluithendel.Sluiten van het deksel:1. Druk flink op het deksel totdat hetslot vastspringt.2. Draai de contactsleutel naarrechts om de sluithendel te ver-grendelen.3. Verwijder de sleutel.4. Trek aan de sluithendel en contro-leer of het deksel vergrendeld is.Het draagvermogen van het opberg-vak is 1,5 kg.WAARSCHUWINGAls het deksel niet vergrendeld is,kan dit tijdens het rijden open-gaan.Zorg dat het deksel dicht is en ste-vig vergrendeld.WAARSCHUWINGOpenen van het deksel tijdens hetrijden is gevaarlijk. Wanneer u uwhand van het stuur afneemt, ont-staat een bijzonder gevaarlijkesituatie.Houd tijdens het rijden altijd beidehanden aan het stuur.

2-20KLEIN OPBERGVAK AAN DE VOORZIJDEOpenen van het deksel:1. Druk op de knop om het deksel teontgrendelen.2. Draai het deksel naar buiten.Sluiten van het deksel:1. Draai het deksel naar binnen.2. Duw het deksel omlaag totdat hetvergrendelt.Het draagvermogen van het opberg-vak is 0,5 kg.KOFFERHet draagvermogen van de koffer is10 kg.

OPMERKING: Let op dat er geenwater in de koffer terechtkomt of datde koffer wordt beschadigd.OPMERKING: • Berg geen warmtegevoelige voor-werpen in de koffer op want dekoffer kan heet worden.• Let op dat er geen waardevollevoorwerpen in de koffer zijn wan-neer u de motorfiets onbeheerdachterlaat.• Doe geen waardevolle voorwer-pen in de koffer want de koffer isniet waterdicht.• Duw op het achtereind van hetzadel wanneer het zadel niet ont-grendeld wordt bij gebruik van desleutel.Plaats de helmen zoals afgebeeld,want anders is het mogelijk dat hetzadel niet goed vergrendeld kan wor-den.WAARSCHUWINGOpenen van het deksel tijdens hetrijden is gevaarlijk.

Wanneer u uwhand van het stuur afneemt, ont-staat een bijzonder gevaarlijkesituatie.Houd tijdens het rijden altijd beidehanden aan het stuur.WAARSCHUWINGOverbelading van de motorfietsvermindert de rijstabiliteit en kanresulteren in verlies van de con-trole over de motorfiets.Overschrijd het draagvermogenniet.

Wanneer zich water in het helm-vak heeft verzameld, kunt u dezeschroeven verwijderen om hetwater af te voeren.STANDAARDDeze motorfiets is uitgerust met eenmiddenstandaard en een zijstan-daard.MIDDENSTANDAARD 1Om de motorfiets op de middenstan-daard te zetten, plaatst u uw voet opde verlenging van de standaard enschommelt de motorfiets dan naarachteren en omhoog door met uwrechterhand aan de passagiershan-drail te trekken terwijl u het stuur metuw linkerhand in de rechtvooruitstandhoudt.ZIJSTANDAARD 2De motor is uitgerust met een blok-keerschakelaar om het contactcircuitte onderbreken wanneer de zijstan-daard uitgeklapt is.De zijstandaard/contactcircuit-blok-keerschakelaar werkt als volgt:• De motor kan niet gestart wordenals de zijstandaard uitgeklapt is.• De motor slaat af als metdraaiende motor de zijstandaarduitgeklapt wordt.

2-22ACHTERWIELVERINGAFSTELLEN VAN DE VERINGRECHTSLINKSWAARSCHUWINGAls de zijstandaard niet volledig isingeklapt, kan dit resulteren in eenongeluk wanneer u een bocht naarlinks maakt.Controleer de werking van het zij-standaard/contactcircuit-blokkeer-systeem voordat u wegrijdt. Zorgervoor dat de zijstandaard volledigis ingeklapt voordat u wegrijdt.LET OPParkeer de motorfiets op een ste-vige, vlakke ondergrond omervoor te zorgen dat de motorfietsniet omvalt. Als u moet parkeren op een hel-ling, dient u de voorkant van demotorfiets bergop te richten en demotorfiets op de middenstandaardte zetten. Bij gebruik van de zij-standaard kan de motorfiets vande standaard afrollen.

2-23Om de voorspanning van de vering afte stellen, moet u de afsteller naarrechts of links draaien tot degewenste stand is bereikt. Bij stand 1wordt de zachtste voorspanning ver-kregen en bij stand 5 wordt de stugstevoorspanning verkregen. De motor-fiets wordt afgeleverd met de afstellerin stand 2.STROOMUITGANGSAANSLUITINGDe UH200/125A/200A is uitgerust met eenstroomuitgangsaansluiting waarop u 12 Velektrische accessoires kunt aansluiten.

Hettotale opgenomen vermogen van de elektri-sche accessoires moet minder zijn dan 36 W.Controleer het voltage en het opgenomenvermogen van de accessoires voordat u dezeop de stroomuitgangsaansluiting aansluit.OPMERKING: Wanneer een lange stek-ker in de stroomuitgangsaansluiting wordtgestoken, is het mogelijk dat het kof-ferdeksel niet vergrendeld kan worden.WAARSCHUWINGOngelijke instelling van de veringkan de stuureigenschappen en destabiliteit van de motorfiets nade-lig beïnvloeden.Zorg ervoor dat de rechter en delinker schokdemper gelijk staaningesteld.LET OPBij gebruik van verkeerde elektrischeaccessoires kan uw motorfiets wordenbeschadigd. Als het opgenomen vermogenmeer is dan 36 W of het voltage niet gelijkis aan 12 V, kunnen de elektrische installa-tie en het accessoire worden beschadigd.Controleer het voltage en het opgenomenvermogen voordat u de elektrische acces-soires aansluit.

3-2AANBEVOLEN BENZINE, MOTOROLIE EN KOEL-VLOEISTOFOCTAANGETAL VAN DE BENZINEGebruik loodvrije benzine met eenoctaangetal van 91 of hoger (zoalsdoor onderzoek bepaald). Loodvrijebenzine zal de levensduur van debougie en van de onderdelen van hetuitlaatsysteem verlengen.(Canada)Uw motorfiets vereist loodvrije ben-zine met een minimum pompoctaan-getal van 87 ((R+M)/2 methode). Insommige gebieden is alleen geoxyge-neerde brandstof verkrijgbaar.OPMERKING: Als er een storing inde motor ontstaat zoals gebrek aanacceleratie of onvoldoende vermo-gen, kan dit veroorzaakt worden doorde gebruikte brandstof. Probeer in ditgeval bij een ander benzinestation tegaan tanken.

Als dit het probleem nietoplost, moet u contact opnemen metuw Suzuki-dealer om het voertuig telaten nakijken.AANBEVOLEN GEOXYGENEERDE BRANDSTOF(Canada en EU)Geoxygeneerde brandstof die vol-doet aan het minimum octaangehalteen aan de onderstaande vereistenmag ook gebruikt worden, zonder dathierdoor de voorzieningen van deBeperkte garantie voor een nieuwvoertuig (New Vehicle Limited War-ranty) of de Garantie voor het emis-sieregelsysteem (Emission ControlSystem Warranty) in gevaar wordengebracht.OPMERKING: Geoxygeneerdebrandstof is brandstof die zuurstofdra-gende toevoegingen bevat zoalsMTBE of alcohol.

Benzine met MTBEU mag in uw motorfiets loodvrije ben-zine gebruiken die MTBE (Methyl Ter-tiary Butyl Ether) bevat, mits hetMTBE-gehalte niet meer is dan 15%.Deze geoxygeneerde brandstof bevatgeen alcohol.Benzine/ethanol-mengselsMengsels van loodvrije benzine enethanol (graanalcohol), ook bekendals “GASOHOL”, zijn in sommigegebieden verkrijgbaar. Deze meng-sels mogen ook in uw motorfiets wor-den gebruikt, mits ze niet meer dan10% ethanol ( ) bevatten. Zorgervoor dat het gebruikte benzine-ethanol mengsel een octaangetalheeft dat niet lager is dan het octaan-getal aanbevolen voor benzine.

Suzuki kan hiervoorniet verantwoordelijk worden gestelden het is mogelijk dat de Beperktegarantie voor een nieuw voertuig(New Vehicle Limited Warranty) of deGarantie voor het emissieregelsys-teem (Emission Control System War-ranty) geen dekking geeft.OPMERKING: • Om luchtvervuiling tegen te gaan,beveelt Suzuki aan om een geoxy-geneerde brandstof te gebruiken.• Zorg dat de geoxygeneerdebrandstof die u gebruikt het aan-bevolen octaangetal heeft.• Als u niet tevreden bent met deprestaties van uw motorfiets wan-neer u een geoxygeneerde brand-stof gebruikt of als de motor klopt,gebruik dan benzine van eenander merk, omdat er verschilbestaat tussen de merken.LET OPGemorste benzine die alcoholbevat kan de gelakte delen van uwmotorfiets aantasten.Zorg ervoor dat u geen benzinemorst bij het vullen van de benzi-netank.

3-4MOTOROLIE EN TANDWIELOLIEGebruik originele Suzuki motorolie ofeen gelijkwaardig product. Als origi-nele Suzuki motorolie niet verkrijg-baar is, kiest u een geschiktemotorolie uit overeenkomstig de vol-gende richtlijn.De kwaliteit van de olie bepaalt inbelangrijke mate de prestatie en delevensduur van de motor. Gebruikaltijd motorolie van goede kwaliteit.Gebruik olie van een API (AmericanPetroleum Institute) klasse SG ofhoger en JASO klasse MB.API: American Petroleum InstituteJASO: Japanese Automobile Stan-dards OrganizationSAE motorolie-viscositeitSuzuki beveelt het gebruik van SAE10W-40 motorolie aan. Als SAE 10W-40 motorolie niet verkrijgbaar is, kaneen andere olie worden gebruikt over-eenkomstig de volgende tabel.JASO T903De JASO T903 norm is een maatstafvoor het kiezen van motoroliën voor4-taktmotoren van motorfietsen enATV’s.

3-5Energiebesparend (Energy Conserving)Suzuki raadt het gebruik van oliënmet de aanduiding “ENERGY CON-SERVING” of “RESOURCE CON-SERVING” af. Sommige motoroliëndie API klasse SH of hoger zijn, heb-ben de aanduiding “ENERGY CON-SERVING” of “RESOURCECONSERVING” in het donutvormigeAPI classificatiemerkteken. Dezeolieën kunnen een nadelige invloedhebben op de levensduur van demotor en de prestatie van de koppe-ling.API SG of hogerAanbevolenAPI van SH tot SM API SN of hogerNiet aanbevolenKOELVLOEISTOFGebruik “SUZUKI SUPER LONGLIFE COOLANT” of “SUZUKI LONGLIFE COOLANT”.

Wanneer “SUZUKISUPER LONG LIFE COOLANT” en“SUZUKI LONG LIFE COOLANT”niet verkrijgbaar zijn, gebruik dan eenantivriesmiddel op glycolbasis datcompatibel is met de aluminium radia-tor, gemengd met gedistilleerd waterin een verhouding van 50:50.APISERVICESJSAE10W-40ENERGYCONSERVINGAPISERVICESJSAE10W-40RESOURCECONSERVINGAPISERVICESNSAE10W-40WAARSCHUWINGMotorkoelvloeistof is schadelijken mogelijk zelfs fataal wanneerdeze wordt gedronken of de dam-pen ervan worden ingeademd. Devloeistof kan giftig zijn voor die-ren.Drink geen antivries of koelvloei-stofoplossing. Indien de vloeistofper ongeluk wordt gedronken,moet u geen braakneigingenopwekken. Neem onmiddellijkcontact op met een vergiftiging-informatiecentrum of een arts.Vermijd inademen van nevel ofhete dampen. Indien dit tochgebeurt, moet u frisse lucht inade-men.

Als koelvloeistof in uw ogenterechtkomt, moet u de ogen over-vloedig met water spoelen en dehulp van een arts inroepen. Wasuw handen grondig na het werkenmet remvloeistof. Buiten hetbereik van kinderen en dierenhouden.

3-6AntivriesDe koelvloeistof werkt als antivries,maar heeft ook de functie roest tevoorkomen en de waterpomp te sme-ren. Daarom dient de koelvloeistof teallen tijde gebruikt te worden, ook alis de buitentemperatuur niet onderhet vriespunt.SUZUKI SUPER LONG LIFE COOLANT (Blauw)“SUZUKI SUPER LONG LIFECOOLANT” is voorgemengd in dejuiste verhouding. Voeg alleen“SUZUKI SUPER LONG LIFECOOLANT” toe als het koelvloeistof-niveau lager wordt.

Het is niet nodigom “SUZUKI SUPER LONG LIFECOOLANT” te verdunnen wanneer dekoelvloeistof wordt ververst.SUZUKI LONG LIFE COOLANT (Groen)Vermenging met waterGebruik alleen gedistilleerd water.Water dat niet gedistilleerd is, kan inde aluminium radiateur corrosie ofverstopping veroorzaken.Voorgeschreven hoeveelheid water/koelvloeistofVolume van de koelvloeistofoplossing(totaal): 1600 mlOPMERKING: Dit mengsel met 50%koelvloeistof beschermt het koelsys-teem tegen bevriezing bij temperaturenboven –31°C. Indien u verwacht dat demotorfiets zal worden blootgesteld aantemperaturen beneden –31°C, dient ude mengverhouding te verhogen tot55% (–40°C) of 60% (–55°C). Demengverhouding mag de 60% nietoverschrijden.LET OPGemorste motorkoelvloeistof kande gelakte delen van uw motor-fiets aantasten.Zorg ervoor dat u geen koelvloei-stof morst bij het vullen van deradiateur.

4-2HET INRIJDEN EN DE CON-TROLE VÓÓR HET RIJDENHieronder volgt een uiteenzetting overhet belang van de inrijperiode vooreen maximale duurzaamheid en opti-male werking van uw nieuwe Suzuki.De volgende richtlijnen betreffen dejuiste inrijprocedures.AANBEVOLEN MAXIMALE TOERENTALDe onderstaande tabel toont het aan-bevolen maximale motortoerental tij-dens de inrijperiode.WISSEL HET MOTORTOERENTAL AFHoud het toerental niet constant,maar wissel het af. Zodoende wordende onderdelen met druk belast envervolgens ontlast, waardoor deonderdelen kunnen afkoelen.

Op diemanier kunnen de onderdelen zichgemakkelijker aan elkaar aanpassen.Om dit aanpassingsproces mogelijkte maken, is het van uitzonderlijkbelang dat de motoronderdelenbelast worden tijdens de inrijperiode.Let er wel op dat de motor niet over-belast wordt.INRIJDEN VAN DE NIEUWE BANDENVoor een optimale prestatie dient u denieuwe banden, net zoals de motor,goed in te rijden. Voordat u probeertom de maximale prestatie te behalen,moet u het profiel van de banden inrij-den door de helllingshoek bij hetnemen van bochten geleidelijk telaten toenemen gedurende de eerste160 km.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Suzuki Burgman 200 (2017) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden