Suzuki Address 125 (2024) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Suzuki Address 125 (2024) (181 pagina’s), behorend tot de categorie Motor. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Suzuki Address 125 (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Suzuki |
| Categorie: | Motor |
| Model: | Address 125 (2024) |
Handleiding Suzuki Address 125 (2024) – volledige tekst
VOORWOORDMotorrijden is een van de meest opwin-dende sporten, en om zeker te zijn van uwrijplezier doet u er goed aan om de informa-tie in deze gebruikershandleiding aandach-tig door te nemen voordat u op uwmotorfiets gaat rijden.In deze handleiding worden de juiste verzor-ging en het onderhoud van uw motorfietsbeschreven. Door deze aanwijzingen pre-cies op te volgen, kunt u er zeker van zijndat uw motorfiets een lang leven heeft zon-der ongemakken. Uw erkende Suzuki-dea-ler heeft ervaren technici die opgeleid zijnom uw motorfiets met de best mogelijkezorg te omringen, met de juiste gereed-schappen en het juiste materiaal.Alle informatie, afbeeldingen en specifica-ties die u in deze handleiding vindt, zijn vol-ledig bijgewerkt tot het ogenblik vanpublicatie.
Tengevolge van verbeteringen ofandere veranderingen zouden er tegenstrij-digheden kunnen voorkomen tussen deinformatie in deze handleiding en uw motor-fiets. Suzuki behoudt zich het recht voor omte allen tijde veranderingen aan te brengen.Deze handleiding is van toepassing op allespecificaties of op alle respectievelijkebestemmingen en geeft uitleg over al hetmateriaal. Het is daarom mogelijk dat uwmodel afwijkende kenmerken heeft dan dievermeld in deze handleiding.
BELANGRIJKE INFORMATIEINFORMATIE I.V.M. DE INRIJPERIODE VAN UW MOTORFIETSDe eerste 1600 km zijn de belangrijkste voorde levensduur van uw motorfiets. Een cor-rect nagevolgde inrijperiode verzekert eenmaximale duurzaamheid en een optimalewerking van uw nieuwe motorfiets. Suzuki-onderdelen zijn vervaardigd van materialenvan hoge kwaliteit en deze zijn in de fabriekafgewerkt met het oog op nauwkeurigbepaalde belastingen. Een correct nage-volgde inrijperiode zorgt ervoor dat de afge-werkte oppervlakken elkaar smeren en zichharmonieus aan elkaar aanpassen.De betrouwbare werking van uw motorfietshangt af van de speciale zorg en het navol-gen van de beperkingen tijdens de inrijperi-ode. Let er vooral op de motor niet teoverbelasten om oververhitting van demotoronderdelen te voorkomen.Zie het hoofdstuk HET INRIJDEN voor ver-dere aanbevelingen en voorschriften betref-fende het inrijden.
WAARSCHUWING/VOORZICHTIG/LET OP/OPMERKINGLees deze handleiding zorgvuldig door envolg alle aanwijzingen zorgvuldig op. Om denadruk te leggen op speciale informatie,hebben het symbool en de woordenWAARSCHUWING, VOORZICHTIG, LETOP en OPMERKING alle een speciale bete-kenis. Meldingen die beginnen met de vol-gende signaalwoorden zijn bijzonderbelangrijk:OPMERKING: Geeft speciale informatieaan die het onderhoud vergemakkelijkt of deinstructies duidelijker maakt. WAARSCHUWINGGeeft een potentieel gevaarlijke situatieaan die kan resulteren in ernstig of fataalletsel. VOORZICHTIGGeeft een potentieel gevaarlijke situatieaan die kan resulteren in licht of matigletsel.LET OPGeeft een potentieel gevaarlijke situatieaan die kan resulteren in beschadigingvan het voertuig of het materiaal.
1-2VEILIGHEIDSINFORMATIEVEILIGHEIDSRICHTLIJNENDE MEEST ONGEVALLEN KUNNEN WORDEN VOORKOMENVolg de basisvoorzorgsmaatregelenbeschreven in dit hoofdstuk met betrekkingtot dagelijks gebruik en zorg ervoor dat uvoorzichtig rijdt.Let altijd goed op tijdens het rijden om bot-singen te voorkomen.• Soms gebeuren er motorfietsongevallenomdat andere weggebruikers u nietopmerken. Let tijdens het rijden op hetvolgende.- Houd er rekening mee dat ongevallenvaak voorkomen wanneer een auto dienaar een motorfiets rijdt links voor demotorfiets draait.- Rijd niet in de dode hoek van andereweggebruikers.• Draai het stuur niet snel en rijd niet metéén hand, omdat u hierdoor kunt slippenof vallen.• Draag beschermende uitrusting, zoalseen helm en handschoenen, om letseldoor vallen of ongevallen tot een mini-mum te beperken.
Als de motorfiets een ongewoon geluidmaakt, vreemd ruikt of vloeistof lekt, laathem dan nakijken door een Suzuki-dealer.Voor informatie over routinecontroles enperiodieke inspecties, zie “INSPECTIE ENONDERHOUD” op pagina 3-2. WAARSCHUWINGAls u met zeer hoge snelheid met demotorfiets rijdt, neemt de kans dat u decontrole over de motorfiets verliest toe,wat kan resulteren in een ongeluk.Rijd altijd met een snelheid die geschiktis voor het terrein, uw zicht, de omge-vingsomstandigheden, en uw vaardig-heid en ervaring.
1-4BESCHERMENDE KLEDINGOmschrijvingZowel de bestuurder als de passagier moe-ten zeker een helm dragen, evenals kledingen beschermende uitrusting die een hoogniveau van bescherming bieden. Raadpleeghet volgende bij het aanschaffen van dezeuitrusting. WAARSCHUWINGAls u zelfs maar één hand of voet van demotorfiets neemt, neemt de kans dat ude controle over de motorfiets verliesttoe. U zou uw balans kunnen verliezenen van de motorfiets kunnen vallen. Alsu uw voet van de voetsteun afneemt, kanuw voet of been in contact komen methet achterwiel. Dit kan letsel veroorza-ken of resulteren in een ongeluk.Houd het stuur met beide handen vasten houd beide voeten op de voetsteunenvan de motorfiets terwijl u rijdt.WAARSCHUWINGOm het risico op letsel te verminderen:• Draag een helm, oogbescherming en beschermende kleding.• Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door.
1-5Helm• Draag een helm en trek het riempje ste-vig aan. Kies een helm die goed op jehoofd past maar geen overmatige drukuitoefent. • Draag een helmschild of een veiligheids-bril. Deze beschermen het gezichtsveldtegen de wind, en beschermen ook deogen tegen insecten, stof en kleinesteentjes die door voertuigen die voor urijden worden opgeworpen. WAARSCHUWINGAls u geen helm draagt, neemt de kansop overlijden of ernstig letsel bij een bot-sing toe. Als u een helm draagt die nietgoed past of niet goed is vastgemaakt,biedt de helm wellicht niet de bescher-ming waarvoor deze is ontworpen.De bestuurder en de passagier dieneneen helm te dragen die goed past engoed is vastgemaakt.
1-6Rij-uitrusting• Draag beschermende uitrusting en kle-ding die een hoog beschermingsniveaubieden. Draag een helder, opvallendebovenkleding met lange mouwen en eenlange broek die zo min mogelijk huidblootstellen. Dit vermindert de impact ophet lichaam bij onverwachte ongevallen.Loszittende, nette kleding kan ongemak-kelijk en onveilig zijn bij het motorrijden.Kies motorkleding van goede kwaliteitwanneer u motorrijdt.• Zorg dat u handschoenen draagt. Hand-schoenen van wrijvingsbestendig leerzijn geschikt.• Draag schoenen waarmee u de motor-fiets makkelijk kunt bedienen en die deenkels bedekken.• Draag waar nodig een jas en een broekvoorzien van beschermingen.Uitrusting van een passagierEen passagier heeft dezelfde beschermingnodig als u, inclusief een helm en de juistekleding.
De passagier mag geen langeschoenveters hebben of een losse broekdragen die verstrikt zou kunnen raken in hetwiel. WAARSCHUWINGAls de passagier een lange jas draagt,kan deze het achterlicht verdoezelen ofde richtingaanwijzer bedekken. Dit isgevaarlijk omdat voertuigen die achter urijden u mogelijk niet zien. Passagiers kunnen indien mogelijk betergeen lange jassen dragen. Als dergelijkekledingstukken worden gedragen, moetmen op het loshangende deel gaan zit-ten zodat deze het achterlicht of de rich-tingaanwijzers niet kan bedekken.
1-7SPECIALE SITUATIES VEREISEN SPECIALE ZORGWinderige dagBij het rijden in een sterke zijwind, watmogelijk is bij de ingang van een tunnel, opeen brug, of bij het passeren van of gepas-seerd worden door grote vrachtwagens, kande motorfiets worden geblazen door zijwind. Houd uw snelheid onder controle en houdhet stuur stevig vast tijdens het rijden.Regenachtige dag, sneeuwachtige dag• Wanneer het wegdek nat, los of ruw is,moet u voorzichtig remmen. De remaf-stand neemt op een regenachtige dagtoe. Geverfde pijlen op de weg, putdek-sels en vettige weggedeelten kunnen bij-zonder glad zijn. Wees extra voorzichtigbij spoorwegovergangen en op ijzerenplaten en bruggen. Als het begint te rege-nen, stijgt olie of vet op de weg naar hetwateroppervlak. Stop langs de kant vande weg en wacht een paar minuten totdatdeze laag olie is weggespoeld voordat uverder rijdt.
Verminder snelheid bij enigetwijfel over de staat van de weg!• Vertraag voordat u bochten ingaat. Indeze situaties is de tractie tussen uwbanden en het wegdek beperkt. Vermijdremmen wanneer u in een hoek naareen zijkant leunt. Ga weer rechtop rijdenvoordat u remt. WAARSCHUWINGPlotselinge zijwind, zoals kan voorko-men wanneer u wordt gepasseerd doorgrotere voertuigen, bij de uitgang vaneen tunnel of tussen de heuvels, kan zohard aankomen dat u de controle over demotorfiets verliest.Verminder uw snelheid en houd altijdrekening met de kans op plotselinge zij-wind.
1-8OPMERKING: Nadat de motorfiets isgewassen of wanneer deze door plassen isgereden, kunnen de remmen slecht vastgrij-pen. Als de remmen slecht vastgrijpen, rijdan met lage snelheid terwijl u voldoendeaandacht besteedt aan de voor- en achter-zijde van de voertuigen en bedien de rem-men licht totdat ze stevig vastgrijpen.Ondergelopen wegRijd niet met uw motorfiets op ondergelopenwegen.Als u met uw motorfiets op een over-stroomde weg rijdt, controleer dan lang-zaam de remwerking.
Vraag uw Suzuki-dealer na het rijden op een overstroomdeweg het volgende te controleren:• Remefficiëntie• Slippen van de aandrijfriem• Slechte smering voor lagers, enz.• Niveau en uiterlijk van tranmissie-olie(als de olie witachtig is, zit er water in deolie en moet de olie worden ververst) WAARSCHUWINGDoor overmatig remmen wanneer detractie beperkt is, zullen uw banden slip-pen, waardoor u de controle over derichting kunt verliezen of u en uw motor-fiets kunnen omvallen.Rem voorzichtig wanneer de tractiebeperkt is.
1-9KEN UW GRENZENRijd altijd binnen de grenzen van uw eigenvaardigheden. Door deze grenzen te ken-nen en altijd binnen deze grenzen te blijvenkunt u ongelukken voorkomen.Een belangrijke oorzaak van ongevallenwaarbij alleen een motorfiets is betrokken(en geen auto’s) is te hard door een bochtgaan. Voordat u een bocht ingaat, kiest ueen geschikte lage snelheid en geschiktebochthoek.Rijd zelfs op rechte wegen met een snelheiddie geschikt is voor het verkeer, het zicht ende wegomstandigheden, uw motorfiets enuw ervaring.LET OPAls u met de motorfiets op een over-stroomde weg rijdt, kan de motor stop-pen met draaien en kunnen elektrischeonderdelen defect raken, de aan-drijfriem slippen en de motor kanbeschadigd raken. Rijd niet met uw motorfiets op onderge-lopen wegen.
1-10Veilig motorrijden vereist dat uw mentale enfysieke vaardigheden volledig deel uitmakenvan de ervaring. Probeer geen motorvoer-tuig te besturen, vooral een met twee wie-len, als u moe bent of onder invloed vanalcohol of andere drugs. Alcohol, illegaledrugs en zelfs sommige voorgeschreven enzelfzorggeneesmiddelen kunnen slaperig-heid, verlies van coördinatie, verlies vanevenwicht en vooral verlies van gezond ver-stand veroorzaken. Als u moe bent of onderinvloed bent van alcohol of andere drugs,RIJD DAN NIET met uw motorfiets.OEFEN BUITEN HET VERKEERUw rijvaardigheid en uw mechanische ken-nis van de motorfiets vormen de basis voorveilig rijden. Wij raden u aan om eerst wat teoefenen met uw motorfiets op een plaatswaar geen verkeer kan komen, totdat u vol-ledig vertrouwd bent met uw machine en debedieningsorganen.
1-11RIJDEN MET EEN PASSAGIERDeze motorfiets heeft een capaciteit vantwee personen. Rijd niet met meer dan éénpassagier. Dit is zeer gevaarlijk.Rijden met een passagierRijden met een passagier, mits dit op juistewijze wordt gedaan, is een geweldigemanier om het genot van motorrijden tedelen. U zult uw rijstijl enigszins moetenaanpassen omdat het extra gewicht van eenpassagier de wegligging en remwerking zalbeïnvloeden.
Mogelijk moet u ook de bandenspanningaanpassen; zie voor meer informatie hier-over de paragraaf Bandenspanning enbelasting.• BANDENSPANNING EN BELASTING: ( 3-54)• BELADING: ( 1-25)Voordat u gaat rijden met een passagierachterop, moet u goed bekend zijn met debediening van de motorfiets.Zorg ervoor dat passagiers het volgendebegrijpen voordat ze met u meerijden.• De passagier moet altijd uw taille of heu-pen vasthouden, of de veiligheidsgordelof handgreep vasthouden, indien uitge-rust.• Vraag uw passagier om geen plotselingebewegingen te maken. Wanneer u in eenbocht naar de zijkant leunt, dient de pas-sagier met u mee te leunen.• De passagier moet altijd zijn of haar voe-ten op de voetsteunen houden, zelfswanneer u voor een stoplicht bentgestopt. Waarschuw uw passagier ombij het op- of afstappen niet in contact tekomen met de knaldemper, om brand-wonden te voorkomen.
1-12OVER KOOLMONOXIDEStart de motor op een goed geventileerdeplaats om koolmonoxidevergiftiging te voor-komen.Koolmonoxide, dat zich in uitlaatgas bevindt,is een kleurloos, geurloos gas en wordt dusniet gemakkelijk opgemerkt. WEES SLIM OP DE WEGHoud u altijd aan de snelheidslimieten,lokale wetten en de basisregels van de weg.Geef een goed voorbeeld voor anderen dooreen beleefde houding en een verantwoorderijstijl te tonen. WAARSCHUWINGUitlaatgassen bevatten koolmonoxide,een gevaarlijk gas dat nauwelijks waar-neembaar is omdat het kleurloos en reu-kloos is. Het inademen vankoolmonoxide kan de dood of ernstig let-sel veroorzaken.Start de motor niet binnen en laat dezeniet binnen draaien of in een ruimte metweinig tot geen ventilatie.
1-13CONCLUSIEOm ongevallen te voorkomen, is voorzichtig-heid en een goede inschatting van uwomgeving vereist. Naast de toestand van hetverkeer, de weg en het weer, verandert ookde staat van de motorfiets. Bovendien is debeweging van andere voertuigen moeilijk tevoorspellen, dus wees altijd oplettend.Onbeheersbare omstandigheden kunnenleiden tot een ongeval. U moet zich voorbe-reiden op het onverwachte door een helmen andere beschermende kleding te dragen,en door technieken voor plotseling remmenen uitwijken te leren om schade aan u en uwmotorfiets te minimaliseren.VOORZORGSMAATREGELEN TIJDENS HET RIJDENHET INRIJDENOmschrijvingDe eerste 1600 km zijn de belangrijkste voorde levensduur van uw motorfiets.
Het juiste gebruik tijdens deze inrijperiodehelpt bij het verzekeren van een maximalelevensduur en de beste prestaties van uwnieuwe motorfiets.Vermijd tijdens de inrijperiode onnodig stati-onair draaien, plotseling versnellen of ver-tragen, abrupt sturen of plotseling remmen. De volgende richtlijnen betreffen de juisteinrijprocedures.
1-14Aanbevolen maximumstand van de gashendelDe onderstaande tabel toont de maximalegasgreepstand tijdens de inrijperiode.Wissel het motortoerental afWissel het motortoerental af tijdens de inrij-periode. Zodoende worden de onderdelen“met druk belast” (hulp bij het samenwer-kingsproces) en vervolgens “ontlast” (nodigvoor het afkoelen van de onderdelen). Omhet aanpassingsproces mogelijk te maken,is het van belang dat de motoronderdelenbelast worden tijdens de inrijperiode, maar umoet er wel op letten dat u de motor nietoverbelast.Inrijden van de nieuwe bandenVoor een optimale prestatie dient u denieuwe banden, net zoals de motor, goed inte rijden. Voor het inrijden van het loopvlakvan de banden moet u de hellingshoek bijhet nemen van bochten geleidelijk laten toe-nemen gedurende de eerste 160 km, voor-dat u probeert om de maximale prestaties tebehalen.
1-15Eerste en belangrijkste onderhoudsbeurtDe eerste onderhoudsbeurt (onderhouds-beurt na de inrijperiode) is de meest belang-rijke onderhoudsbeurt voor uw motorfiets.Tijdens de inrijperiode hebben de afge-werkte oppervlakken elkaar ingesmeerd enzich harmonieus aan elkaar aangepast. Bijde eerste onderhoudsbeurt worden alle ver-stellingen gecorrigeerd, alle bevestigingsde-len worden opnieuw aangehaald en deafgewerkte olie wordt ververst. Het tijdig uit-voeren van deze onderhoudsbeurt zalgarant staan voor een lange levensduur entopprestatie van uw motor.OPMERKING: De 1000 km onderhouds-beurt moet worden uitgevoerd volgens derichtlijnen in het hoofdstuk INSPECTIE ENONDERHOUD in deze handleiding.
Schenkspeciale aandacht aan alle VOORZICHTIGen WAARSCHUWINGsinformatie in dathoofdstuk.OP HEUVELSRijden op een hellingBij het afrijden van een lange, steile hellinggebruikt u de motorcompressie om de rem-men te ondersteunen. Als de normale rem-men continu worden gebruikt, kunnen dezeoververhit raken waardoor de remprestatieafneemt. WAARSCHUWINGContinu gebruik van de remmen gedu-rende langere tijd kan leiden tot overver-hitting van de remmen en huneffectiviteit verminderen, wat een onge-val kan veroorzaken.Neem voldoende gas terug voordat u eenhelling nadert.
1-16PARKERENParkerenOm diefstal te voorkomen, moet u het stuurvergrendelen en de sleutel verwijderen wan-neer u de motorfiets verlaat. Zie “CONTACT-SLOT” op pagina 2-21. • Parkeer de motorfiets op een plaatswaar deze het verkeer niet hindert. • Parkeer niet waar dit niet is toegestaan. • Raak de knaldemper of de motor nietaan wanneer de motor draait of gedu-rende enige tijd nadat deze is gestopt. • Parkeer de motorfiets op een vlakkelocatie en draai het stuur helemaal naarlinks. Parkeer de motorfiets niet met hetstuur naar rechts gedraaid. LET OPWanneer de motorfiets op een hellingwordt gestopt en op zijn plaats wordtgehouden met behulp van de gasgreep,kan de koppeling van de motorfiets wor-den beschadigd.Gebruik de remmen om de motorfiets opeen helling te stoppen.
1-17• Parkeer de motorfiets op een locatiewaar andere mensen de knaldemper ofde motor niet kunnen aanraken.• Wanneer het parkeren van de motorfietsop een onstabiele ondergrond zoals eenhelling, op grind, op een oneffen onder-grond of op een zachte ondergrondonvermijdelijk is, wees dan voorzichtigbij het hellen of verplaatsen. WAARSCHUWINGDe katalysator die in de knaldemper isgeïnstalleerd, wordt zeer warm en kanbrand veroorzaken als deze in de buurtvan brandbaar materiaal wordt geplaatstwanneer de motorfiets wordt gepar-keerd. Controleer bij het parkeren of er geenontvlambaar materiaal zoals droog gras,hout, papier of olie in de buurt is. VOORZICHTIGU kunt zich ernstig verbranden aan eenhete geluiddemper.
De geluiddemperblijft ook een tijd nadat u de motor hebtafgezet nog zo heet dat u zich eraan kuntverbranden.Parkeer de motorfiets op een plaats waarvoetgangers of kinderen de geluiddem-per niet snel zullen aanraken.
1-18OPMERKING: • Wanneer de motorfiets op de zijstan-daard op een niet te steile helling wordtgeparkeerd, dient u te zorgen dat hetvoorwiel van de motorfiets heuvelop-waarts gericht staat. Dit om te voorko-men dat de motorfiets heuvelafwaartsvan de zijstandaard af kan rollen.• Als u de motorfiets tegen diefstal hebtbeveiligd met een beugelslot of schijf-remslot, vergeet dan niet eerst het slotlos te maken voordat u de motorfiets ver-plaatst.BIJ HET DUWEN VAN DE MOTORFIETSSchakel het contactslot uit wanneer u demotorfiets duwt.OVER DE REMMENHet gebruik van het remsysteem1. Draai de gasgreep helemaal van u af omhet gas helemaal te sluiten.2.
Gebruik de remmen gelijkmatig en tege-lijkertijd. WAARSCHUWINGAls u hard remt op een natte, losse, ruweof anderszins gladde ondergrond, kandit ertoe leiden dat de wielen slippen endat u de controle over de motorfiets ver-liest.Rem licht en voorzichtig op een gladdeof onregelmatige ondergrond.
1-19 WAARSCHUWINGPlotseling remmen kan de rijstabiliteitbeïnvloeden en kan leiden tot slippen inzijwaartse richting en valpartijen. Ver-mijd onnodig plotseling remmen. Extreme voorzichtigheid is geboden bijhet rijden op gladde of slecht onderhou-den wegen wanneer de motorfiets naarde zijkant wordt gekanteld. WAARSCHUWINGAls u een ander voertuig te dicht volgt,kan dit leiden tot een botsing. Naarmatede snelheid van een voertuig toeneemt,wordt de remweg langer.Zorg voor een veilige stopafstand tussenuw motorfiets en het voertuig voor u. WAARSCHUWINGAls u hard remt terwijl u een bochtneemt, kan dit ertoe leiden dat de wielenslippen en dat u de controle over demotorfiets verliest en/of dat u omvalt.Rem voordat u de bocht aansnijdt.LET OPLaat de motor niet langdurig draaien ter-wijl de remmen zijn aangetrokken.De koppeling kan oververhit raken eneen defect veroorzaken.
1-20RICHTLIJNEN VOOR DE BRANDSTOFGebruik loodvrije benzine met een octaan-getal van 91 of hoger (zoals door onderzoekbepaald). Loodvrije benzine zal de levens-duur van de bougie en van de onderdelenvan het uitlaatsysteem verlengen.Gebruikte brandstof: Loodvrije benzineCapaciteit brandstoftank: 5,0 LOPMERKING: • Als er een storing in de motor ontstaatzoals gebrek aan acceleratie of onvol-doende vermogen, kan dit veroorzaaktworden door de brandstof. Probeer in ditgeval bij een ander benzinestation tegaan tanken.
Als dit het probleem nietoplost, moet u contact opnemen met uwSuzuki-dealer.• Als u vaststelt dat de motor klopt, ver-vang dan de benzine door een met eenhoger octaangetal of probeer benzinevan een ander merk, omdat er verschilbestaat tussen de merken.Aanbevolen geoxygeneerde brandstof(VK, EU)Geoxygeneerde brandstof die voldoet aanhet minimale octaangehalte en aan deonderstaande vereisten mag ook gebruiktworden, zonder dat hierdoor de voorzienin-gen van de Beperkte garantie voor eennieuw voertuig (New Vehicle Limited War-ranty) of de Garantie voor het emissieregel-systeem (Emission Control SystemWarranty) in gevaar worden gebracht.OPMERKING: Geoxygeneerde brandstof isbrandstof die zuurstofdragende toevoegin-gen bevat zoals alcohol.
1-21Benzine/ethanolmengselsMengsels van loodvrije benzine en ethanol(graanalcohol), ook bekend als “GASOHOL”,zijn in sommige gebieden verkrijgbaar. Dezemengsels mogen ook in uw motorfiets wor-den gebruikt, mits ze niet meer dan 10%ethanol bevatten. Zorg dat het benzine-etha-nolmengsel een octaangetal heeft dat nietlager is dan het octaangetal aanbevolenvoor benzine.Gebruik de aanbevolen benzine.OPMERKING: • Om luchtvervuiling tegen te gaan,beveelt Suzuki aan om een geoxyge-neerde brandstof te gebruiken.• Zorg dat de geoxygeneerde brandstofdie u gebruikt het aanbevolen octaange-tal heeft.• Als u niet tevreden bent met de presta-ties van uw motorfiets wanneer u eengeoxygeneerde brandstof gebruikt of alsde motor klopt, gebruik dan brandstofvan een ander merk, omdat er verschilbestaat tussen de merken.
1-22GEBRUIK VAN ACCESSOIRES EN BELADING VAN DE MOTORFIETSACCESSOIRESEen goede keuze makenHet installeren van verkeerde accessoireskan een ongeluk veroorzaken. Voor veilig rij-den wordt het aanbevolen gebruik te makenvan originele Suzuki accessoires. EenSuzuki-dealer kan accessoires installerendie geschikt zijn voor uw motorfiets. Neemvoor het installeren van accessoires contactop met een Suzuki-dealer.Zorg er bij het bevestigen van accessoiresbovendien voor dat deze binnen het draag-vermogen liggen. Voor informatie over hetlaadvermogen, zie “BELADING” oppagina 1-25.LET OPGemorste benzine die alcohol bevat kande gelakte delen van uw motorfiets aan-tasten.Zorg ervoor dat u geen brandstof morstbij het vullen van de brandstoftank. Veeggemorste benzine onmiddellijk op.LET OPGebruik geen loodhoudende benzine.Bij gebruik van loodhoudende benzinekan de katalysator defect raken.
1-23Richtlijnen voor de montage van accessoires • Accessoires die van invloed zijn op dewindgevoeligheid zoals stroomlijnkap-pen, windschermen, rugsteunen, zadel-tassen en reiskoffers moeten zo laagmogelijk en zo dicht mogelijk bij demotorfiets en zo dicht mogelijk bij hetzwaartepunt worden gemonteerd. Zorgdat de bevestigingsbeugels en hetandere bevestigingsmateriaal stevig zijnaangebracht.• Controleer op de juiste grondspeling ende schuinte van de zit. Let er tevens opdat de accessoires de werking van devering, stuurinrichting en andere bedie-ningsorganen niet hinderen. WAARSCHUWINGVerkeerde montage van accessoires ofmodificaties aan de motorfiets kunnende hantering beïnvloeden, wat kan resul-teren in een ongeluk.• Gebruik geen ongeschikte accessoi-res en let op dat de gebruikte acces-soires goed worden aangebracht.
1-24• Accessoires die aan het stuur of de voor-vork worden gemonteerd, kunnen eenzeer nadelige invloed op de stabiliteithebben. Door het extra gewicht zal uwmotorfiets minder goed reageren op uwstuurbediening. Het extra gewicht kanook trillingen in het voorgedeelte veroor-zaken en kan zodoende leiden tot min-der stabiliteit. Accessoires aan het stuurof de voorvork moeten zo licht mogelijkzijn en dienen beperkt te worden tot eenminimum.• Trek geen aanhangwagen of eenzijspan. Deze motorfiets is niet ontwor-pen voor het trekken van een aanhang-wagen of zijspan. • Sommige accessoires kunnen het moei-lijk maken om de juiste rijpositie te berei-ken of zorgen ervoor dat debruikbaarheid verslechtert. Controleer ofu de juiste rijpositie kunt bereiken. • Kies alleen elektronische accessoiresdoe de capaciteit van het elektrisch sys-teem van de motorfiets niet overschrij-den.
1-25BELADINGBeladingslimiet• Als de motorfiets wordt beladen, veran-deren de kenmerken voor gebruik enveiligheid ten opzichte van een onbela-den motorfiets. • Overschrijd nooit het MTT. (maximaal toe-laatbaar totaalgewicht) van deze motor-fiets. Het MTT is het totalemaximumgewicht van de machine, acces-soires, nuttige belastingen, de bestuurderen de passagier tezamen. Denk bij het uit-kiezen van accessoires aan het gewichtvan de bestuurder en ook aan het gewichtvan de andere accessoires. Het extragewicht van de accessoires kan niet alleenonveilige rijomstandigheden veroorzaken,maar kan ook een nadelige invloed heb-ben op de stabiliteit van het rijden.
1-26Richtlijnen voor de beladingDeze motorfiets kan voornamelijk kleinevoorwerpen vervoeren wanneer u niet meteen passagier rijdt. Volg de onderstaanderichtlijnen voor de belading: • Wanneer u bagage op het zadel plaatst,zet het dan stevig op zijn plaats vast metrubberen riemen, enz. Niet overbeladenmet bagage. • Verdeel de lading gelijk over de linker-en de rechterkant van de motorfiets enmaak deze goed vast. • Zorg dat het gewicht van de bagage zolaag mogelijk is en houd dit ook zo dichtmogelijk bij het midden van de motor-fiets. • Bevestig geen grote of zware voorwer-pen aan het stuur, de voorvork of hetachterspatscherm.• Plaats geen bagageruimte, dozen, ofandere voorwerpen die verder uitstekendan het achterste punt van de carrosse-rie van de motorfiets. • Controleer of beide banden de juistebandenspanning hebben voor de bela-ding van de motorfiets.
Zie “BANDEN-SPANNING EN BELASTING” oppagina 3-54.• Een verkeerde belading heeft een nade-lige invloed op de balans en de stuurei-genschappen van de motorfiets. Rijlangzamer met bagage of met accessoi-res bevestigd. WAARSCHUWINGAls de bagage een hete knaldemper ofmotor raakt, kan de bagage of motorfietsvlam vatten. Wanneer u bagage op de motorfietsplaatst, mag dit niet in aanraking komenmet hete onderdelen.
1-27WIJZIGINGENBreng geen onjuiste wijzigingen aan. Wijzigingen met betrekking tot de structuurof werking van deze motorfiets kunnen demanoeuvreerbaarheid beïnvloeden, hetlawaai van de uitlaat verhogen of zelfs delevensduur van de motorfiets verkorten.Naast het overtreden van de wet, kunnendergelijke wijzigingen voor anderen hinder-lijk zijn. Wijzigingen aan de motorfiets vallen nietonder de garantie. • Deze motorfiets voldoet aan de regelge-ving qua emissies. Het is uitgerust meteen katalysator die uitlaatgassen rei-nigt. Het veranderen van de knaldemperkan ertoe leiden dat deze motorfiets nietvoldoet aan de emissievoorschriften.Raadpleeg een Suzuki-dealer wanneeru de knaldemper vervangt. • Knaldempers zijn gegraveerd met een“Suzuki”-teken om aan te geven dat hetechte Suzuki-onderdelen zijn. • Stel de motor niet zelf af en verwijdergeen onderdelen.
2-10INSTRUMENTENPANEELEERSTE METERDISPLAYWanneer u het contactslot op AAN zet, zalde meter als volgt reageren.• Alle LCD 1-segmenten verschijnen entonen dan het normale scherm.• De volgende lampjes gaan 3 secondenbranden.- Defectverklikkerlampje 2- Hoofdwaarschuwingscontrolelichtje 3• De ECO-rijverlichting 4 gaat branden.• De snelheidsmeternaald 5 doorloopthet volledige schaalbereik en keert danterug naar de uitgangsstand.OPMERKING: Zie de uitleg bij de betref-fende lampjes in dit hoofdstuk voor de uit-schakelingstoestand.RICHTINGAANWIJZER-VERKLIKKERLAMPJE “” Als u de richtingaanwijzerschakelaar rechtsof links gebruikt, gaat het richtingaanwijzer-verklikkerlampje knipperen.OPMERKING: Als een richtingaanwijzer nietgoed werkt als gevolg van een defecte lampof een defect circuit, zal het controlelichtjesneller knipperen om de berijder erop attentte maken dat er een storing is.
2-11ECO-RIJVERLICHTINGDeze motorfiets is uitgerust met de ECO-rij-verlichting om het rijden met minder milieu-impact te bevorderen. Wanneer het contact-slot in de “ON”-stand wordt gezet, gaat deECO-rijverlichting branden. De kleur van deECO-rijverlichting is normaal blauw. Alswordt vastgesteld dat u met een goedbrandstofverbruik rijdt, verandert de ECO-rijverlichting van blauw in groen. Wanneer het systeem het real-time brand-stofverbruik controleert en de werking bin-nen het vooraf bepaalde brandstofverbruikwordt uitgevoerd, verandert de kleur van deECO-rijverlichting van blauw in groen. De ECO-rijverlichting verbetert het brand-stofverbruik niet automatisch, maar helptwel om een efficiënte werking met een goedbrandstofverbruik te bereiken. Het brand-stofverbruik hangt af van verschillendeexterne factoren.
2-12DEFECTVERKLIKKERLAMPJE “ ” / HOOFDWAARSCHUWINGSCONTROLELICHTJE “ ”Als er een storing optreedt in de motorfiets, gaat het defectverklikkerlampje “ ” of hethoofdwaarschuwingscontrolelichtje “ ” branden. Ook geeft het kilometertellerdisplay aan zoalsin de volgende tabel.DefectverklikkerlampjeHoofdwaarschuwingscon-trolelichtjeKilometertellerdisplayMotorsysteemstoring(Gerelateerd aan uitlaatgas)Gaat branden –Motorsysteemstoring (Niet gerelateerd aan uitlaatgas)– Gaat brandenStoring in contactslot – Gaat brandenStoring in regelaarcommunicatie – –
2-13OPMERKING: • Neem onmiddellijk contact op met uw Suzuki-dealer als het defectverklikkerlampje of hethoofdwaarschuwingscontrolelichtje brandt.• Als het defectverklikkerlampje knippert terwijl de motor draait, stop dan de motorfiets enzet de motor onmiddellijk stil, want de katalysator kan beschadigd zijn. Als u geen anderekeus hebt dan door te rijden, draai dan de gashendel niet volledig open en rijd met eenlage snelheid. Laat de motorfiets daarna onmiddellijk door een officiële Suzuki-dealernakijken.• Wanneer het kilometertellerdisplay “CHEC” aangeeft, moet u de volgende punten contro-leren:- De ontstekingszekering is niet gesprongen.- De stekkers van de verbindingskabels zijn aangesloten.
2-14COMBINATIESYSTEEMDISPLAYHet combinatiesysteemdisplay omvat devolgende onderdelen.Kilometerteller• De kilometerteller geeft de totaal afge-legde afstand van de motorfiets aan. Hetbereik van de kilometerteller loopt van00000 tot 999999.• Als de aanduiding op de snelheidsmeterzowel in “mph” als in “km/h” staat, staatde aanduiding op de kilometerteller in“mile” (mijl). Als de aanduiding op desnelheidsmeter alleen in “km/h” staat,staat de aanduiding op de kilometertellerin “km”.OPMERKING: Het display van de kilometer-teller vergrendelt bij 999999 wanneer detotale afstand 999999 overschrijdt. WAARSCHUWINGBedien het display niet tijdens het rijden;dat is gevaarlijk. Wanneer u uw hand vanhet stuur afneemt, neemt de kans dat ude controle over de motorfiets verliesttoe.Verander tijdens het rijden nooit het dis-play. Wijzig of bevestig de instellingenwanneer de motorfiets is gestopt.
2-15Dagtellers• De dagteller wordt weergegeven in een-heden van kilometer (Behalve voor VK)of mijl (VK).• Na het resetten wordt de afgelegdeafstand weergegeven in km of mijlen.• Er zijn 2 standen, TRIP A (dagteller A)en TRIP B (dagteller B). Het weergave-bereik is 0,0 – 9999,9. • Wanneer 9999,9 wordt overschreden,keert het display terug naar 0,0.• Om een dagteller op nul terug te stellen,houdt u de schakelaar 2 seconden langingedrukt terwijl het display de dagtellertoont, A of B, die u wilt terugstellen.OPMERKING: Wanneer de dagteller de9999,9 overschrijdt, begint de dagteller weervanaf 0,0 te tellen.
2-16KlokDe tijd wordt aangegeven wanneer het con-tactslot in de “ON”-stand staat. De klok heefteen 12-uurs tijdsaanduiding.Volg de onderstaande aanwijzingen om deklok in te stellen.1. Houd de schakelaar gedurende 2seconden ingedrukt totdat de uuraandui-ding begint te knipperen.2. Stel het uur in door op de schakelaar tedrukken.3. Houd de schakelaar gedurende 2seconden ingedrukt totdat de minuten-aanduiding begint te knipperen. 4. Stel de minuten in door op de schake-laar te drukken.5. Houd de schakelaar gedurende 2seconden ingedrukt om terug te kerennaar de klokaanduiding.OPMERKING: • De klok kan worden ingesteld wanneerhet contactslot in de “ON”-stand staat.• De klok wordt gevoed door de accu vande motorfiets. Als u de motorfiets langerdan twee maanden niet gebruikt, radenwij u aan de accu te verwijderen zodatdeze niet onnodig wordt verbruikt.
2-17VoltmeterDe voltmeter toont de accuspanning binneneen bereik van 10,0 tot 16,0 V.OPMERKING: • De weergegeven waarde kan verschillenvan de waarde van andere instrumen-ten.• Als een spanning onder 12,0 V vaakwordt weergegeven, laat de motorfietsdan nakijken door een erkende Suzuki-dealer.Helderheid ECO-rijverlichtingEen van de drie niveaus; HI (hoog), MI (mid-den) en LO (laag), kan gekozen wordenvoor de helderheid van de ECO-rijverlich-ting. Druk op de schakelaar om “BRIGHT” (hel-der) aan te duiden. Houd de schakelaaringedrukt om het display te veranderen.Wanneer u telkens op de schakelaar drukt,verandert de helderheid als “LO” (laag) →“HI” (hoog) → “MI” (midden) → “LO” (laag).
2-18OLIEVERVERSING-VERKLIKKERLAMPJEHet olieverversing-verklikkerlampje gaatbranden om u eraan te herinneren dat demotorolie ververst moet worden. Het verklik-kerlampje gaat branden bij de eerste 1000km (Behalve voor VK) of 600 mijl (VK). Hetvooraf ingestelde interval is instelbaar tus-sen 500 km (Behalve voor VK) of 300 mijl(VK) en 4000 km (Behalve voor VK) of 2400mijl (VK) in stappen van 500 km (Behalvevoor VK) of 300 mijl (VK).Resetten van het olieverversing-verklikker-lampje: 1. Zet het contact af.2. Houd de schakelaar ingedrukt, draai hetcontactslot naar de “ON”-stand en houdde schakelaar nog 4 seconden ingedrukt.3. De olieverversingsteller wordt gereset enhet OLIEVERVERSING-verklikker-lampje knippert 3 maal en gaat dan uit.Instellen van het olieverversingsinterval:1.
2-19OPMERKING: • Reset het verklikkerlampje nadat de oliede eerste maal is ververst.• Na het verversen van de olie moet dereset-procedure altijd worden uitge-voerd, ook wanneer het verklikker-lampje niet oplicht.• Er vindt geen reset van het verklikker-lampje plaats wanneer het ingesteldeinterval wordt gewijzigd.• Bij het verlaten van de fabriek is hetinterval op 1000 km ingesteld.BRANDSTOFPEILINDICATOR “”De brandstofpeilindicator geeft de reste-rende hoeveelheid brandstof in de brand-stoftank aan. • De brandstofpeilindicator toont alle 5segmenten wanneer de brandstoftankvol is. • Het benzinepompteken 1 knippert wan-neer het brandstofpeil daalt tot minderdan 1,4 L.• Het teken en het segment knipperenwanneer het benzinepeil beneden 0,8 Lkomt.Brandstof-tankOngeveer 0,8 L Ongeveer 1,4 L VolSegmentenKnippert markeringKnippert Knippert
2-20OPMERKING: • De brandstofpeilindicator geeft het peilniet juist aan wanneer de motorfiets opde zijstandaard staat. Zet het contactslotin de “ON”-stand terwijl de motorfietsrecht overeind wordt gehouden.• Als het brandstofteken knippert, moet umeteen gaan tanken. Ook zal het laatstesegment van de brandstofpeilindicatorknipperen wanneer de brandstoftankbijna leeg is.GROOTLICHT-VERKLIKKERLAMPJE “” Dit blauwe lampje gaat branden wanneerhet grootlicht wordt ingeschakeld.LET OPWanneer alle brandstof in de tank wordtverbruikt, zal de katalysator beschadigdraken. Vul benzine bij voordat het op is.
2-21CONTACTSLOTSLUITER VAN DE CONTACTSLOT-OPENINGSluiten van de sluiter van de contactslot-opening:Druk op de knop van de sluiter van de con-tactslot-opening om de sluiter van de con-tactslot-opening te sluiten.OPMERKING: Soms sluit de sluiter van decontactslot-opening niet helemaal, zelfs alsde knop wordt ingedrukt, wat te wijten is aanaanhechting van zand of stof aan de sluitervan de contactslot-opening. Als de sluitervan de contactslot-opening moeilijk te slui-ten is, lijnt u de kop van de contactsleutel uitmet het vierkante gat en draait u hem naarlinks door de knop naar beneden te druk-ken.Openen van de sluiter van de contactslot-opening:1. Lijn de kop van de contactsleutel uit methet vierkante gat in het contactslot.2. Draai de sleutel naar rechts.
2-22STANDENEr zijn 4 standen voor het contactslot; ON 1, OFF 2, LOCK 3 en P* 4.*VK WAARSCHUWINGAan de sleutel draaien terwijl de motor-fiets rijdt, kan een ongeluk veroorzaken.Draai alleen aan de sleutel nadat demotorfiets is gestopt. WAARSCHUWINGValpartijen veroorzaakt door stoten ofslippen kunnen leiden tot defecten vande motorfiets. Storingen van de motor-fiets kunnen brand veroorzaken of kun-nen verwondingen veroorzaken doorbewegende delen zoals het achterwiel. Als de motorfiets valt, zet u het contact-slot onmiddellijk uit en stopt u alle appa-raten. Omdat bij vallen onderdelen dieniet zichtbaar zijn kunnen beschadigen,moet u uw motorfiets laten nakijken dooreen Suzuki-dealer.
2-23OFF (“OFF”-stand)• De motor stopt. • De lampen gaan uit. • De sleutel kan uit het contactslot wordengetrokken.Draai de sleutel naar links om het zadelslotte ontgrendelen.ON (“ON”-stand)• De motor kan starten en er kan met demotorfiets worden gereden. • De volgende lampjes gaan branden. - Koplamp - Achterlicht - Parkeerlicht- Kentekenplaatverlichting• De sleutel kan niet uit het contactslotworden getrokken.LET OPAls u aan het contactslot draait terwijl demotorfiets rijdt, stopt de motor soepel tewerken en kan dit een negatieve invloedhebben op de motor en de katalysator. Draai niet aan het contactslot terwijl demotorfiets rijdt.
2-24LOCK (“LOCK”-stand)• Het stuur vergrendelt. • De lichten gaan niet aan. • De sleutel kan uit het contactslot wordengetrokken.Vergrendel het stuur bij het verlaten van demotorfiets om diefstal te voorkomen. 1. Draai het stuur helemaal naar links.2. Terwijl u de sleutel indrukt, draait u dezevan OFF naar LOCK.3. Trek de sleutel eruit.OPMERKING: • Beweeg het stuur naar links en rechts encontroleer of hij goed is vergrendeld. • Als het stuur moeilijk te vergrendelen is,draait u aan de sleutel terwijl u hem ietsnaar rechts draait.Steek de sleutel in en terwijl u deze indrukt,draait u deze van LOCK naar OFF.OPMERKING: Verplaats vóór het rijden hetstuur naar rechts en links en controleer of zeevenveel in beide richtingen draaien. P (“PARKING”-stand) (VK)Wilt u de motorfiets parkeren, vergrendeldan het stuur en draai de sleutel in de “P”-stand.
De sleutel kan nu verwijderd worden,maar het parkeerlicht, de kentekenplaatver-lichting en het achterlicht blijven brandenterwijl het stuur vergrendeld is. In dezestand is de motorfiets beter zichtbaar wan-neer u bijvoorbeeld ’s avonds langs de wegparkeert.
2-25STUURSCHAKELAARSDIMLICHTSCHAKELAAR“”-standHet dimlicht van de koplamp gaat branden.“”-standHet grootlicht van de koplamp gaat branden.Tevens gaat het grootlicht-verklikkerlampjebranden. WAARSCHUWINGHet is gevaarlijk om het contactslot in de“P”- (PARKEREN) of “LOCK”-stand tezetten terwijl de motorfiets in bewegingis. Het kan gevaarlijk zijn om de motor-fiets te bewegen wanneer het stuur isvergrendeld. U zou uw evenwicht kun-nen verliezen en vallen, of u zou demotorfiets kunnen laten vallen.Stop de motorfiets en zet deze op demiddenstandaard of de zijstandaardvoordat u het stuur vergrendelt. Probeernooit om de motorfiets te bewegen ter-wijl het stuur is vergrendeld.LET OPDe hitte van de koplamp kan de lensdoen smelten of voorwerpen beschadi-gen. Laat geen voorwerpen voor de koplampof het achterlicht liggen of bedek de kop-lamp of het achterlicht niet met eendoek, enz.
2-27HORN-SCHAKELAAR “” Terwijl de schakelaar wordt ingedrukt, klinktde claxon.MOTORSTOPSCHAKELAAR/ELEKTRISCHE STARTSCHAKELAARMotorstopschakelaarStop de motor onmiddellijk in noodsituatieszoals een val. Door de motorstopschakelaarin de stand “” (STOP) te zetten wordt demotor gestopt. Laat het normaal gesprokenin de “” stand.“”-stand Elektrische circuits met betrekking tot demotor zijn aangesloten. • De motor kan worden gestart en kandraaien.“”-standElektrische circuits met betrekking tot demotor zijn niet aangesloten. • De motor stopt. • De motor kan niet worden gestart. WAARSCHUWINGAls u de richtingaanwijzer aan laat, kun-nen anderen uw beoogde rijrichting ver-keerd begrijpen, wat ongelukken kanveroorzaken.De richtingaanwijzerschakelaar wordtniet automatisch uitgeschakeld. Druk nagebruik op de schakelaar om de richting-aanwijzer uit te schakelen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Suzuki Address 125 (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Motor Suzuki
Handleiding Motor
Nieuwste handleidingen voor Motor