Stiga A 8 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Stiga A 8 (82 pagina’s), behorend tot de categorie Robotmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 33 mensen. Heb je een vraag over Stiga A 8 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/82
A 500
A 750
A 1000
A 1500
A 3000
A 5000
A 7500
A 10000
A 300
A 4
A 8
HandleidingNL

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Stiga
Categorie: Robotmaaier
Model: A 8

Handleiding Stiga A 8 – volledige tekst

iiINHOUDSOPGAVENLINHOUDSOPGAVE1. MODELLEN EN TECHNISCHE GEGEVENS 11. 1. MODELLEN. 11. 2. TECHNISCHE GEGEVENS. 22. VEILIGHEID 52. 1. INFORMATIE IN VERBAND MET DE VEILIGHEID. 52. 2. VEILIGHEIDSINSTRUCTIES. 72. 2. 1. VEILIGE WERKWIJZEN. 72. 2. 2. WERKING. 72. 3. DE ROBOTMAAIER VEILIG STOPPEN EN UITSCHAKELEN. 92. 4. VERPLAATSING. 93. INLEIDING 103. 1. ALGEMENE INLEIDING. 103. 1. 1. DOEL VAN DE HANDLEIDING. 103. 1. 2. INSTRUCTIES VOOR HET LEZEN VANAF EEN SMARTPHONE. 103. 2. OVERZICHT VAN HET PRODUCT. 113. 2. 1. ALGEMENE BESCHRIJVING. 113. 2. 2. HOOFDCOMPONENTEN. 123. 3. UITPAKKEN. 133. 4. SYMBOLEN EN PLAATJES. 143. 5. ALGEMENE INSTRUCTIES VOOR HET LEZEN VAN DE HANDLEIDING. 164. INSTALLATIE 174. 1. ALGEMENE INFORMATIE VOOR DE INSTALLATIE. 174. 2. ONDERDELEN VOOR DE INSTALLATIE. 174. 3. CONTROLE VAN DE VEREISTEN VOOR DE INSTALLATIE. 184. 3,1. CONTROLE VAN DE TUIN:. 184. 3. 2.

CONTROLES VOOR DE INSTALLATIE VAN HET LAADSTATION EN DE VOEDING. 184. 3. 3. CONTROLES VOOR DE DEFINITIE VAN VIRTUELE GRENZEN. 244. 4. CRITERIA VOOR DE AFBAKENING VAN WERKGEBIEDEN EN TRANSFERROUTES. 264. 4. 1. MINIMUMAFSTANDEN VAN DE VIRTUELE GRENZEN EN AFSTANDEN VOOR DE AFBAKENING. 264. 4. 2. SMALLE DOORGANGEN. 284. 4. 3. GESLOTEN GEBIEDEN. 284. 4. 4. TRANSFERROUTES. 294. 5. IDENTIFICATIE VAN DE ONDERDELEN. 304. 5. 1. INSTALLATIE LAADSTATION. 314. 5. 2. INSTALLATIE VAN HET SATELLIET REFERENTIESTATION. 334. 5. 3. ROBOTMAAIER OPLADEN NA DE INSTALLATIE. 374. 6. PROGRAMMERING VAN DE VIRTUELE GRENZEN, VAN DE TRANSFERROUTES EN VAN DE TE VERMIJDEN ZONES. 374. 7. INSTELLINGEN VAN HET PRODUCT. 394. 7. 1. PRELOGIN. 394. 7. 2.  REGISTRATIE(SIGNUP). 394. 7. 3.  APPARAATASSOCIATIE(PAIRING). 394. 7. 4. CONNECTIVITEIT OP AFSTAND EN ACTIVERING SIMKAART. 404. 7. 5.

1NL1. MODELLEN EN TECHNISCHE GEGEVENS1. MODELLEN EN TECHNISCHE GEGEVENS1.1. MODELLEN A4, A8, A300, A500, A750, A1000, A1500(TYPE SRSA01)A3000, A5000, A7500, A10000(TYPE SRBA01)OPMERKING: De instructies in deze handleiding zijn van toepassing op autonome robotmaaiermodellen. De afbeeldingen, indien niet gespeciceerd, verwijzen naar het SRSA01 platform.

5NL2. VEILIGHEID2. VEILIGHEID2. 1. INFORMATIE OVER DE VEILIGHEIDBij het ontwerp van de apparatuur is bijzondere aandacht besteed aan de aspecten die risico's kunnen opleveren voor de veiligheid en gezondheid van mensen. Het doel van deze informatie is om gebruikers te sensibiliseren om elk risico te voorkomen en om gedrag te vermijden dat niet voldoet aan de aangegeven vereisten. GEVAAR:Voordat u de robotmaaier gebruikt, moet u alle informatie in dit document kennen. GEVAAR:Deze robotmaaier is niet bedoeld voor gebruik door kinderen en mensen met verminderde fysieke, sensorische of mentale vermogens of gebrek aan ervaring en kennis. ELEKTRISCH GEVAAR:Schakel de stroomtoevoer uit en activeer de veiligheidsvoorziening voordat u afstellingen of onderhoud uitvoert. ELEKTRISCH GEVAAR:Gebruik de robotmaaier niet met een beschadigd netsnoer van de transformator.

Een beschadigde kabel kan contact met de delen onder spanning veroorzaken. De kabel moet worden vervangen door de fabrikant of zijn assistentiedienst of door een persoon metvoldoendekwalicatiesomelkrisicotevoorkomen. ELEKTRISCH GEVAAR:Gebruik alleen de acculader en voeding die door de fabrikant zijn geleverd. Het gebruik van een ongeschikte oplader en voeding kan elektrische schokken en of oververhitting veroorzaken. WAARSCHUWING:Alservloeistofuitdeacculekt,moetendebetreendeonderdelenwordengewassenmet water/neutralisator. Vermijd elk direct contact met accuvloeistof. In geval van aanraking met de ogen, dient men een geneesheer te raadplegen. WAARSCHUWING:Tijdens de werking van de robotmaaier dient men zich ervan te verzekeren dat er in de werkzone geen personen, en vooral geen kinderen en/of huisdieren aanwezig zijn.

WAARSCHUWING:Het werkgebied en in het algemeen de gebieden waarin de robotmaaier kan rijden, moet afgebakend worden door een niet-begaanbaar hek. WAARSCHUWING:Het werkgebied of de routes die door de machine worden gebruikt voor de transfer, moeten zo zijn ingericht dat er geen openbare ruimten om schade aan mensen, dingen of ongevallen met voertuigen te vermijden. WAARSCHUWING:Om veiligheidsredenen mag het satellietreferentiestation nooit worden verplaatst na het programmeren van de virtuele grenzen, transferroutes en te vermijden gebieden. De robotmaaier zou het geprogrammeerde werkgebied kunnen verlaten. Als het satellietreferentiestation verplaatst wordt, moet het opnieuw geprogrammeerd worden.

6 NL2. VEILIGHEIDWAARSCHUWING:Raak het maaimechanisme niet aan tijdens het afstellen van de maaihoogte.WAARSCHUWING:Voor zijn eigen veiligheid en om schade aan mensen, dieren of dingen te voorkomen, moet de bestuurder eerst het gebied kennen waarin de robotmaaier handmatig geleid wordt (bijvoorbeeld tijdens de installatiefase). Loop tijdens het besturen van de robot voorzichtig om te voorkomen dat u valt.WAARSCHUWING:Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.WAARSCHUWING:Breng geen wijzigingen aan, knoei niet, omzeil de geïnstalleerde veiligheidsvoorzieningen niet en verwijder ze niet.LET OP:Controleer of er geen speelgoed, gereedschap, takken, kleding of andere voorwerpen op het gazon zijn die de apparatuur kunnen beschadigen.VERBOD:Ga niet op de grasmaaier zitten. VERBOD:Til de robotmaaier nooit op om het mes te inspecteren of om het te verplaatsen als hij in werking is.

Plaats uw handen en voeten niet onder de apparatuur.VERBOD:Gebruik de robotmaaier niet als er een sproeier draait.VERBOD:Was de robotmaaier niet met waterstralen onder hoge druk en dompel hem niet geheel of gedeeltelijk onder in water.VERBOD:Gebruik de robotmaaier niet als deze niet volledig intact is in al zijn onderdelen. Vervang bijbeschadigingdebetreendeonderdelen.VERBOD:Het is absoluut verboden de robotmaaier op te laden of te gebruiken in explosieve of ontvlambare omgevingen.VERPLICHTING:Controleer de robotmaaier regelmatig visueel om u ervan te verzekeren dat de messen en het snijmechanisme niet versleten of beschadigd zijn. Zorg ervoor dat de robotmaaier in goede staat verkeert.VERPLICHTING:Lees de hele handleiding aandachtig, vooral alle veiligheidsinformatie, en zorg ervoor dat u deze volledig begrijpt.

7NL2. VEILIGHEIDHANDSCHOENEN VEREIST:Gebruik de persoonlijke beschermingsmiddelen die voorzien zijn door de Fabrikant en, in het bijzonder wanneer men aan het snijmechanisme werkt, dient men beschermende handschoenen te dragen. 2. 2. VEILIGHEIDSINSTRUCTIESVERPLICHTING:Voor gebruik zorgvuldig lezen en bewaren voor toekomstig gebruik. 2. 2. 1. VEILIGE WERKWIJZENOpleidinga. Lees de instructies aandachtig, ken de commando's en gebruik de machine correct. b. Sta nooit toe dat kinderen, mensen met verminderde fysieke, sensorische of mentale vermogens, of zonder ervaring en kennis, of mensen die niet bekend zijn met deze instructies, de machine gebruiken. Lokale voorschriften kunnen de leeftijd van de bediener beperken. c. De bediener of gebruiker moet verantwoordelijk worden gehouden voor ongevallen of gevaren waarbij apparatuur van derden of apparatuur van derden is betrokken. Voorbereidinga.

Zorg ervoor dat de automatische afrastering correct is geprogrammeerd zoals aangegeven. b. Inspecteer regelmatig het gebied waar de machine wordt gebruikt en verwijder stenen, stokken, kabels en andere vreemde voorwerpen die de werking ervan kunnen belemmeren. c. Voer regelmatig een visuele inspectie uit van de messen, van de bouten van de messen en van het maaielement om te controleren of ze niet versleten of beschadigd zijn. Vervang versleten of bescha-digde messen en bouten per paar om de balans van de machine te behouden. d. Waarschuwingsborden moeten rond het werkgebied van de machine worden geplaatst als deze in openbare ruimtes wordt gebruikt of open is voor het publiek. De borden moeten de volgende tekst hebben: “Let op. Automatische grasmaaier. Houd u op afstand van de machine. Houd toezicht op de kinderen. ”. 2. 2. 2. WERKINGAlgemene informatiea.

Gebruik de machine niet met defecte afschermingen of veiligheidsvoorzieningen die niet aanwezig zijn, bijvoorbeeld zonder beveiligingen. b. Steek uw handen of voeten nooit nabij of onder de draaiende delen.

Blijf steeds op afstand van de aaatopening. c. Raak de bewegende delen van de machine niet aan voordat ze volledig tot stilstand gekomen zijn. d. Draag altijd stevige schoenen en een lange broek wanneer u de machine bedient. e. Hef de robotmaaier niet op en vervoer hem niet terwijl de motor in werking is. f. Verwijder het uitschakelapparaat van het apparaat: - Voordat u een obstructie verwijdert; - Vóórdat u de machine controleert, schoonmaakt of eraan werkt; - Als de machine wordt geraakt door een vreemd voorwerp, controleer dan of de machine beschadigd is; - Als de machine abnormaal begint te trillen, controleer dan op schade voordat u de machine opnieuw opstart;g. Laat de machine niet onbeheerd achter in de buurt van huisdieren, kinderen of andere mensen. Onderhoud en opslaga. Draai alle moeren, bouten en schroeven stevig vast om de machine veilig te bedienen. b.

8 NL2. VEILIGHEIDd. Zorg ervoor dat de messen alleen worden vervangen door geschikte reserveonderdelen. e. Zorg ervoor dat de accu’s opgeladen worden met de juiste oplader die door de fabrikant aanbevolen wordt. Onjuist gebruik kan elektrische schokken, oververhitting of lekkage van bijtende vloeistof uit de accu veroorzaken. f. In geval van elektrolytlekkage, wassen met water / neutralisatiemiddel en medische hulp inroepen in geval van contact met ogen, enz. g. Onderhoud van de machine moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de instructies van de fabrikant. Extra risico's• Hoewel het product voldoet aan alle veiligheidseisen, kunnen er toch extra risico's ontstaan door onjuiste installatie en/of onvoorziene situaties.

Het is daarom noodzakelijk om het gebied waar het product werkt vrij te houden van voorwerpen, mensen en dieren en om alle personen die toegang kunnen hebben, zelfs af en toe, tot het werkgebied te informeren over de mogelijke gevaren. • In geval van onweer met kans op blikseminslag en in het algemeen in afwachting van slechte weersom-standigheden, wordt aanbevolen het product niet te gebruiken en alle randapparatuur los te koppelen van de voeding. Om het product te gebruiken, sluit u de randapparatuur opnieuw aan op de voeding volgens de instructies in de handleiding. Accu / acculader LET OP: Lithium-ionaccu's kunnen exploderen of brand veroorzaken als ze worden gedemonteerd, worden blootgesteld aan water, vuur of hoge temperaturen of in geval van kortsluiting. Ga voorzichtig om met de accu, demonteer ze niet en vermijd elke vorm van onjuiste elektrische of mechanische belasting.

Stel de accu niet bloot aan direct zonlicht. OPMERKING: Het wordt aanbevolen om alleen en uitsluitend originele producten van de fabrikant te gebruiken. Niet-originele of niet geschikte producten kunnen schade aan de robotmaaier of gevaar voor mensen, dieren en dingen veroorzaken. a.

De accu mag alleen door de dealer of een servicecentrum worden geïnstalleerd en/of verwijderd uit de robotmaaier. b. Bewaar de ongebruikte accu op een veilige plaats uit de buurt van warmtebronnen of voorwerpen die kortsluiting kunnen veroorzaken (haringen, schroeven, verschillende soorten metalen voorwerpen). c. Gebruik de acculader uit de buurt van brandbare oppervlakken of stoen en bij voorkeur op droge plaatsen. d. Vervoer de accu en acculader in hun originele verpakking. OPMERKING: De accu van de robotmaaier is een bederfelijk onderdeel en de oplaadcapaciteit neemt in de loop van de tijd af, waardoor de werkautonomie van de robotmaaier afneemt zonder de werking ervan in gevaar te brengen.

Bescherming van de omgevingOPMERKING: De milieubescherming moet een belangrijk en prioritair aspect vormen voor het gebruik van de machine, ten gunste van de civiele samenleving en de omgeving waarin we leven. a. Gooi de verpakking en beschadigde onderdelen weg zoals vereist door de plaatselijke voorschriften in het land van gebruik. b. Gooi elektrische apparatuur (robotmaaier, accu, voedingen, enz. ) weg volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU en in overeenstemming met de nationale normen. Neem voor meer gedetailleerde infor-matie over het weggooien contact op met de bevoegde autoriteit voor de verwijdering van huishoudelijk afval of met uw dealer. c. Gescheiden inzameling van producten en verpakkingen wordt aanbevolen.

9NL2. VEILIGHEID2.3. DE ROBOTMAAIER VEILIG STOPPEN EN UITSCHAKELENVERPLICHTING: Schakel de robotmaaier altijd in veilige omstandigheden uit voordat u reinigings-, transport- of onderhoudswerkzaamheden uitvoert. Vereisten en verplichtingen:• Contactsleutel.Procedure:1. Druk op de "STOP" -knop (A) om de robotmaaier veilig te stoppen en open de beschermkap (B).2. Druk enkele seconden op de uitschakelknop (E) en wacht tot de LED op dezelfde knop uitgaat.3. Schakel pas nadat de LED (E) is uitgegaan de veiligheidssleutel (C) uit om de robotmaaier veilig uit te schakelen.4. Sluit de beschermkap (B).5. De robotmaaier is veilig gestopt of uitgeschakeld.CABE2.4. VERPLAATSINGVERPLICHTING: De robotmaaier moet veilig worden uitgeschakeld voordat deze wordt opgetild of vervoerd.

LET OP:Controleer of er geen speelgoed, gereedschap, takken, kleding of andere voorwerpen op het gazon zijn die de apparatuur kunnen beschadigen.Procedure:1. Schakel de robotmaaier uit in een veilige toestand (zie Par. 2.3).2. Til de robotmaaier op aan het handvat (D) en draag hem, waarbij u ervoor zorgt dat het maaimes uit de buurt van het lichaam blijft.DA C B

10 NL3. INLEIDING3. INLEIDING3. 1. ALGEMENE INLEIDING3. 1. 1. DOEL VAN DE HANDLEIDINGDeze handleiding maakt integraal deel uit van de apparatuur en is bedoeld om de informatie te verstrekken die nodig is voor het gebruik ervan. Bewaar deze handleiding gedurende de gehele levensduur van de apparatuur, zodat deze altijd beschikbaar is indien nodig. De ontvanger van de handleiding is de gebruiker van de apparatuur, die de informatie erin zorgvuldig moet lezen en deze strikt moet toepassen om de veiligheid van mensen te beschermen en schade te voorkomen. De informatie is geschreven in de oorspronkelijke taal van de fabrikant (Italiaans) en vertaald in andere talen voor wettelijke en/of commerciële vereisten. De volgende symbolen zijn gebruikt om teksten van aanzienlijk belang te markeren.

GEVAAR \ WAARSCHUWING \ LET OP:De pictogrammen in een driehoek met een gele achtergrond en een zwarte lijn geven een gevaar \ waarschuwing \ aandachtspunt aan. VERBOD:De pictogrammen in een doorgestreepte cirkel met een witte achtergrond en een rode streep geven een verbod aan. VERPLICHTING: De pictogrammen in een cirkel met een blauwe achtergrond geven een verplichting aan. OPMERKING: De teksten in dit formulier geven technische informatie aan die van bijzonder belang is en die niet over het hoofd mag worden gezien. 3. 1. 2. INSTRUCTIES VOOR HET LEZEN VANAF EEN SMARTPHONE Voor een betere leesbaarheid van de gebruikershandleiding is het raadzaam om de smartphone horizontaal te houden, zoals weergegeven in de afbeelding. 1. 2 Panoramica del prodotto1. 2.

11NL3. INLEIDING3. 2. OVERZICHT VAN HET PRODUCT3. 2. 1. ALGEMENE BESCHRIJVINGDe robotmaaier (A) is ontworpen en gebouwd om automatisch het gras van tuinen op eender welk uur van de dag en van de nacht te maaien. Afhankelijk van de verschillende kenmerken van het te maaien oppervlak, kan de robotmaaier worden geprogrammeerd om te werken op verschillende gebieden begrensd door een virtuele grens en verbonden door virtuele transferroutes. Tijdens de werking, maait de robotmaaier het gras van de zone binnen de zone afgebakend door de virtuele grens (B). Wanneer de robotmaaier zich in de buurt van de virtuele grens (B) bevindt of een obstakel (C) tegenkomt, verandert hij van baan volgens de gekozen navigatiestrategie. De robotmaaier maait het aangegeven grasveld automatisch en volledig.

Het product werkt via satellietsignaal en vereist de installatie van een laadstation (F) met een geïntegreerd referentiestation (G), dat ook afzonderlijk geïnstalleerd kan worden. De robotmaaier en het referentiesatellietstation communiceren met elkaar via 3G/4G-modules die zijn uitgerust met een simkaart. De bedieningstechnologie van de robotmaaier is gebaseerd op datacommunicatie tussen de STIGA Cloud en de robot zelf. Er is ook een mobiel apparaat (smartphone) vereist om het product te gebruiken. Eender welk ander gebruik kan gevaarlijk zijn en schade berokkenen aan personen en/of zaken. Onder oneigenlijk gebruik vallen (als voorbeeld, maar niet uitsluitend): het vervoeren van mensen, kinderen of dieren op de machine; zich door de machine laten trekken; de machine gebruiken om lasten te trekken of te duwen; de machine gebruiken voor het maaien van niet-grasaardige vegetatie.

12 NL3. INLEIDING(A) Robotmaaier(B) Accu(‘s) (afhankelijk van het model)(C) Laadstation(D) Referentiestation (in het laadstation)(E) Voeding laadstation(F1) Handleiding(F2) Bevestigingsschroeven van het laadstation(F3) Blister met mesjes en borgschroeven(F6) Label App Lock(F5) Contactsleutel(F6) Bevestigingsbeugel, U-bout en schroeven(F7) Verlengkabel van 5 mVoor de modellen A4 en A8, zijn de items (F3), (F4), (F7) niet inbegrepen.3.2.2. BELANGRIJKSTE ONDERDELENAPP LOCKF1F2F3FCF4BADEF5F6F7

13NL3. INLEIDING3.3. UITPAKKENHieronder staan alle stappen voor het correct uitpakken:1. Open de doos van de robotmaaier;2. Verwijder de doos van de voedingseenheid;3. Haal de bovenste doos uit;4. Haal de grasmaaier uit;5. Haal het laadstation uit.LET OP:Zorg ervoor dat u al het verpakkingsmateriaal van de robotmaaier verwijdert voordat u deze gebruikt.LET OP:Om letsel of schade te voorkomen, moet u voorzichtig zijn bij het uitpakken van de robotmaaier en contact met de snijmessen of andere gevaarlijke elementen vermijden.1 2 34 5

14 NL3. INLEIDING3.4. SYMBOLEN EN PLAATJESSymbolen op het veiligheidslabel:LET OP:Lees de gebruiksaanwijzingen voordat u met de bediening van het product begint.LET OP:Gevaar voor projecties van voorwerpen tegen het lichaam.Houd tijdens het gebruik een veilige afstand tot de machine.0LET OP:Steek uw handen en voeten niet in de holte van de snij-inrichting.Verwijder het uitschakelmechanisme voordat u aan de machine gaat werken of deze optilt.LET OP:Steek uw handen en voeten niet in de holte van de snij-inrichting.Klim niet op de machine.VERBOD:Gebruik geen hogedrukreinigers op de machine om deze schoon te maken of te wassen.VERBOD:Zorg ervoor dat er geen mensen (vooral kinderen, ouderen of gehandicapten) en huisdieren in het werkgebied zijn als de machine in werking is.Houd kinderen, huisdieren en andere personen op veilige afstand wanneer de robotmaaier in werking is.

15NL3. INLEIDINGSymbolen op modellabels:Apparaat met isolatieklasse III, gevoed door batterij (grasmaaierrobot) of via speciale voedingseenheid (laadbasis en referentiestation).Gebruikdeoriginelevoedingmetdespecicatiesophettypeplaatje.Symbool voor gelijkstroomvoeding.Beschermingsgraadtegenhetbinnendringenvanvastestoenenwater.Afval van elektrische en elektronische apparatuur dat moet worden afgeleverd bij geschikte faciliteiten voor recycling en verwijdering.Gegarandeerd geluidsvermogensniveauHierna volgen alle symbolen op de accu:LET OP:Lees de gebruiksaanwijzingen voordat u met de bediening van het product begint.Gooi de accu niet bij het normale huisvuil.Deponeer de accu bij de daartoe erkende inzamelingscentra.Gooi de accu niet in vuur en stel ze niet bloot aan warmtebronnen.Dompel de accu niet onder in water en stel ze niet bloot aan vocht.

16 NL3. INLEIDING3.5. ALGEMENE INSTRUCTIES VOOR HET LEZEN VAN DE HANDLEIDINGDe criteria die zijn gevolgd bij het opstellen van dit document worden hieronder beschreven.1. Titel van het onderwerp (A).2. Vereisten en uitrusting voor het uitvoeren van de procedure (B).3. Beschrijving van de procedure (C).4. Beschrijvende afbeeldingen van de procedure (D).11IT 2. SICUREZZA2.3. ISTRUZIONI DI SICUREZZA PER IL FUNZIONAMENTORequisiti e attrezzatura:• Consolle di comando• Chiave di sicurezzaProcedura:1. -mette il funzionamento del Robot.2. di protezione (C) della consolle di comando (D).3. Robot.4. 5. i sensori di inclinazione (Inclinometro) arrestano il robot.6. CABABCD

17NL4. INSTALLATIE4. INSTALLATIE4.1. ALGEMENE INFORMATIE VOOR DE INSTALLATIEWAARSCHUWING:Breng geen wijzigingen aan, knoei niet, omzeil de geïnstalleerde veiligheidsvoorzieningen niet en verwijder ze niet.OPMERKING: Neem voor meer informatie over de installatie van het product contact op met een STIGA wederverkoper.4.2. ONDERDELEN VOOR DE INSTALLATIE (DESTANDAARDUITRUSTINGKANVERANDERENINFUNCTIEVANHETMODEL)(A) Laadstation (B) Voedingseenheid(C) Satelliet-referentiestation (D) Bevestigingsschroeven oplaadbasis (E) Beugel voor afzonderlijke bevestiging van het satelliet-referentiestation(E) Voedingseenheid voor de afzonderlijke installatie van het satelliet-referentiestation (optioneel)(G) Verlengkabel van 5 m(H) Mobiel apparaat (niet inbegrepen)Zie Hfdst. 9 “Toebehoren”ACFBEHDG

18 NL4. INSTALLATIE4. 3. CONTROLE VAN DE VEREISTEN VOOR DE INSTALLATIEHieronder ziet u hoe u de noodzakelijke vereisten kunt controleren en de tuin kunt voorbereiden voordat u doorgaat met de installatie. 4. 3. 1. CONTROLE VAN DE TUIN:• Voer een inspectie uit van het hele gebied voor een juiste detectie van de toestand van de tuin, obstakels en uit te sluiten gebieden. • Controleer of het te maaien gazon gelijkmatig is, vrij van gaten, stenen of andere obstakels en voer indien nodig de nodige herstelwerkzaamheden uit. • Egaliseer de grond zodat er geen plassen ontstaan als gevolg van regen. • Bij de eerste installatie moet de aanvankelijke hoogte van het gras binnen het werkbereik van de robotmaaier liggen: 20-60mm. Bereid indien nodig de tuin voor met een traditionele grasmaaier. De robotmaaier werkt via satellietsignaal.

De nauwkeurigheid van het satellietsignaal kan beïnvloed worden door:• Aanwezigheid van obstakels langs de perimeter van de installatie of binnen het werkgebied, zoals: bomen met dicht gebladerte, heggen, grensmuren, metalen hekken, gebouwen en reecterende oppervlakken zoals glazen of metalen wanden. • Ongunstige weersomstandigheden, zoals: dichte mist, hoge bewolking, hevige regen of sneeuw. Verplaats het satellietreferentiestation in het geval van een storing naar een ander gebied zonder obstakels en/of sluit het gebied uit van het werkgebied van de robotmaaier. 4. 3. 2. CONTROLES VOOR DE INSTALLATIE VAN HET LAADSTATION EN DE VOEDING:ELEKTRISCH GEVAAR: Om de elektrische verbinding uit te voeren, moet er nabij de zone van installatie een stekker voorzien zijn. Verzeker u ervan dat de verbinding aan het voedingsnet overeenstemt met de geldende wetten van het Land van gebruik.

ELEKTRISCH GEVAAR: Sluit de voeding niet aan op een stopcontact als de stekker of de kabel beschadigd zijn. Sluit een beschadigde kabel niet aan en raak deze niet aan voordat deze is losgekoppeld van de voeding.

Een beschadigde kabel kan contact met de delen onder spanning veroorzaken. ELEKTRISCH GEVAAR: Het geleverde circuit moet worden beschermd door een dierentiaalschakelaar(RCD)meteenactiveringsstroom van maximaal 30 mA. Procedure:• Bereid een vlak gebied voor om de oplaadbasis (A) te plaatsen. De oplaadbasis moet worden geïnstalleerd op een locatie die door het satellietsignaal kan worden bereikt, bij voorkeur op een plek in de tuin waar de lucht goed zichtbaar is en dicht bij een stopcontact. • Zorg ervoor dat er voldoende ruimte is om het laadstation te installeren, zodat er in het gebied ervoor een obstakelvrije strook is van minimaal 2 meter breed en minimaal 3 meter lang. De grond moet perfect vlak en compact zijn om vervorming van het oppervlak van het laadstation te voorkomen.

19NL4. INSTALLATIELET OP: De voedingskabel (B), de voedingseenheid, de verlengkabel en alle andere elektrische kabels die niet bij het product horen, moeten buiten het maaigebied blijven om ze uit de buurt van gevaarlijke bewegende delen te houden en om schade aan de kabels te voorkomen waardoor ze in contact kunnen komen met onder spanning staande onderdelen.• De terugkeer naar de basis van de robotmaaier vindt plaats via een virtueel retourpad, dat een manoeuvreerzone omvat die zich 1 m rechts en 1 m links van het geregistreerde pad (A) uitstrekt en zich 50 cm achter het laadstation (B) uitstrekt.

20 NL4. INSTALLATIE• Als de bovenstaande afstanden niet gerespecteerd kunnen worden, moeten de virtuele retourpaden en het gebied achter het laadstation afgebakend worden met onbegaanbare barrières (I), als deze nog niet aanwezig zijn.• Het gebied waar de voedingskabel van het laadstation doorheen loopt, moet buiten het maaigebied liggen.• Bij het verlaten van het laadstation draait de robotmaaier normaal gesproken 180° onmiddellijk nadat hij van de laadcontacten losgekoppeld is. In sommige speciale gevallen, waar het strikt noodzakelijk is om het laadstation te installeren:- in de buurt van verticale structuren die de kwaliteit van het satellietsignaal kunnen verminderen.- in gebieden met verminderde wendbaarheid, die in elk geval afgebakend moeten worden door onbegaanbare barrières.Hetis mogelijk om een lange achteruitrijmanoeuvre (Long Exit) te activeren via de app.

In dat geval voert de robotmaaier een achteruitrijmanoeuvre uit van 2 m lang voordat hij 180° draait, zodat hij zich in een betere positie bevindt om zowel de manoeuvre uit te voeren als het satellietsignaal te ontvangen.De lange achteruitrijfunctie (Long Exit) moet beschouwd worden als een hulpmiddel in bepaalde speciale installatieomstandigheden en mag in geen geval gebruikt worden om het laadstation onder luifels of in gesloten ruimten te installeren.OPMERKING: In sommige gevallen kan de robotmaaier zich na de manoeuvre van 2 meter achteruit nog steeds in niet-optimale omstandigheden voor de ontvangst van satellietsignalen bevinden. In dit geval moet het laadstation elders geïnstalleerd worden.I

21NL4. INSTALLATIE• Het laadstation (A) met satellietreferentiestation (B) moet in een gebied geplaatst worden waar de hemel volledig zichtbaar is. Als er obstakels zijn zoals: dichte bomen, heggen, grensmuren, metalen hekken, gebouwen en reecterende oppervlakken zoals glazen of metalen muren, moet het laadstation met satellietreferentiestation uit de buurt van deze storende elementen worden geïnstalleerd, op een locatie waar de hemel volledig zichtbaar is.OPMERKING: De hemel moet als volledig zichtbaar worden beschouwd wanneer deze vrij is voor een hoek van ten minste 120 graden in alle richtingen. • Als het laadstation (A) met satellietreferentiestation (B) niet in een gebied wordt geplaatst waar de hemel volledig zichtbaar is, moet het satellietreferentiestation (B) van het laadstation (A) worden verwijderd en in een gebied worden geïnstalleerd waar de hemel volledig zichtbaar is.

Het satellietreferentiestation (B) moet gepositioneerd worden boven storende elementen zoals: bomen met dicht gebladerte, heggen, grensmuren, metalen hekken, gebouwen en reecterende oppervlakken zoals glazen of metalen wanden. Aansluiting op een stopcontact kan nodig zijn (zie Par. 4.5.2).120°30°30°120°10°120°10°AB

23NL4. INSTALLATIE• Zorg ervoor dat het gebied dat wordt gekozen voor de installatie van het laadstation (D), ten minste 400 cm verwijderd is van het laadstation (E) van een tweede robotmaaier.LET OP: Overmatige afstand tussen twee laadstations kan interferentie veroorzaken.• Bereid het installatiegebied van de stroomvoorziening (B) voor zodat het beschermd is tegen zonnestralen en zodat het onder geen enkele weersomstandigheden in water kan worden ondergedompeld.OPMERKING: Het verdient de voorkeur en wordt aanbevolen om de voedingseenheid (B) in een afgesloten compartiment te installeren, beschermd tegen weersinvloeden, op een plaats die niet gemakkelijk toegankelijk is voor onbevoegde personen zoals kinderen (X > 160 cm).BxDE

Respecteer de regels weergegeven in de volgende afbeeldingen:a) als de helling ≤ 20% is, is het mogelijk om de virtuele grens te plaatsen zoals weergegeven in de afbeelding;b) als de helling> 20% en ≤ 45% (50%) is, moet de installatie het hellende gebied omvatten met inachtneming van de afstand aangegeven in de  guur;c) indien de helling > 20% is en het hellende gebied geen deel uitmaakt van het te maaien deel van de tuin, moet de afstand aangegeven in de afbeelding gerespecteerd worden;d) als de helling > 45% (50%) is, moet het hellende gebied uitgesloten worden met inachtneming van de afstand aangegeven in de  guur.0÷20%Ea20÷45% (50%)≥ 35cmbE>20%≥ 35cmcE≥ 35cm45% (50%)>dE

25NL4. INSTALLATIELET OP: De robot kan oppervlakken maaien met een maximale helling van 45% of 50%, afhankelijk van het model. Als de instructies niet worden opgevolgd, kan de robot uitglijden en de werkzone verlaten.LET OP: De zones met niet toegestane hellingen kunnen niet gemaaid worden. Plaats de virtuele grens voor de helling, om dat deel van het gazon uit te sluiten.2. Controleer het volledige werkoppervlak: evalueer de obstakels en gebieden die moeten worden uitgesloten van het werkgebied (F), die geprogrammeerd moeten als uit te sluiten zones (G).GF

26 NL4. INSTALLATIE4. 4. CRITERIA VOOR DE AFBAKENING VAN WERKGEBIEDEN EN TRANSFERROUTES4. 4. 1. MINIMUMAFSTANDEN VAN DE VIRTUELE GRENZEN EN AFSTANDEN VOOR DE AFBAKENINGProcedure:1. Bij aanwezigheid van een voetpad of een pad (A) op hetzelfde niveau als het gazon, kan de virtuele grens samenvallen met de rand van het voetpad. Het is ook mogelijk om de virtuele grens te programmeren door met de grasmaaierrobot over de rand van het trottoir te rijden. 2. Bij aanwezigheid van een zwembad, vijver of uitgraving (B) dient de virtuele begrenzing op een afstand van minimaal 1 meter te worden geprogrammeerd. Als het zwembad, de vijver of de uitgraving zich aan het einde van een helling bevindt, moet de virtuele grens worden geprogrammeerd op een afstand van minimaal 1,5 meter. 3.

Bij bomen met uitstekende wortels (C) moet de virtuele grens zo worden geprogrammeerd dat de robotmaaier niet over losgekoppelde oppervlakken kan rijden. 4. De virtuele grens moet zo worden geprogrammeerd dat de robotmaaier op een afstand van minimaal 30 cm blijft van gebieden met grind of steenslag (D). 5. In het geval van hellende gebieden moet worden voldaan aan Par. 4. 3. 3. 6. Bij doorlopende bouwelementen (muren, schuttingen, hagen, etc. ) met een hoogte van meer dan 50 cm moet de virtuele grens op een afstand van minimaal 40 cm daarvan geprogrammeerd worden (E). 7. In alle andere gevallen kan de virtuele grens worden bepaald op basis van de grootte van de machine, rekening houdend met een minimale afstand van 30 cm tussen de robotmaaier en het obstakel (F). 8.

In het geval van afbakening van obstakels die minder dan 150 cm (G) van elkaar verwijderd zijn, begrens deze als een enkel obstakel met inachtneming van de hierboven aangegeven afstanden. WAARSCHUWING: Het werkgebied en in het algemeen de gebieden waarin de robotmaaier kan rijden, moet afgebakend worden door een niet-begaanbaar hek.

29NL4. INSTALLATIE4.4.4. TRANSFERROUTESAls er delen van de tuin zijn die van elkaar gescheiden zijn door delen die niet gemaaid mogen worden of waar geen grasmat ligt, zoals harde oppervlakken op hetzelfde niveau als de tuin, is het mogelijk om de delen die gemaaid moeten worden met elkaar te verbinden door middel van transferroutes. De robotmaaier zal van het ene gebied naar het andere gaan terwijl het maaimechanisme uitgeschakeld blijft.De transferroute kan ook gebruikt worden om het laadstation te bereiken wanneer dit niet in een werkgebied is geïnstalleerd.Procedure:1. Bepaal tussen de mogelijke doorgangen de gemakkelijkste transferroute waarmee u de grootste afstand tot eventuele obstakels kunt houden en die niet door gebieden gaat die gewoonlijk gebruikt worden voor parkeren, het doorrijden van voertuigen of waar groepen mensen door stappen.2.

De transfertroute omvat een manoeuvreerzone die zich 1 m naar rechts en 1 m naar links van de geregistreerde route (A) uitstrekt. De volgende minimumafstanden tussen het manoeuvreergebied en de verschillende tuinelementen moeten in acht worden genomen:- 30 cm van obstakels begrensd door virtuele perimeters of zones zonder insnijdingen (B); - 30 cm van vaste, onbegrensde obstakels of doorlopende structurele elementen (C); - 1m van openbare wegen (D); - 1m van zwembaden (E); - 1m van voetpaden (F); - 1m van kli en of steile hellingen (G).3. Transferpaden moeten de maximale helling van 20% respecteren.4.

In het geval van smalle doorgangen waar de bovenstaande afstanden niet kunnen worden gerespecteerd, moet de doorgang worden afgebakend met niet-betreedbare barrières, indien deze nog niet aanwezig zijn.OPMERKING: Transferpaden die zijn opgenomen in smalle doorgangen kunnen onvoldoende satellietsignaalontvangst hebben, waardoor de nauwkeurigheid van de bediening van de maairobot wordt beïnvloed.1m1m≥ 30cm≥ 1m ≥ 1m ≥ 1m≥ 1m≥ 30cmABCDEFG

30 NL4. INSTALLATIE4.5. IDENTIFICATIE VAN DE ONDERDELENELEKTRISCH GEVAAR: Gebruik alleen de acculader en voeding die door de fabrikant zijn geleverd. Oneigen gebruik kan elektrische schokken en of oververhitting veroorzaken.WAARSCHUWING: Het geleverde circuit moet worden beschermd door een dierentiaalschakelaar(RCD)met een activeringsstroom van maximaal 30 mA.ELEKTRISCH GEVAAR:Om de elektrische verbinding uit te voeren, moet er nabij de zone van installatie een stekker voorzien zijn. Verzeker u ervan dat de verbinding aan het voedingsnet overeenstemt met de geldende wetten van het Land van gebruik.ELEKTRISCH GEVAAR:Sluit de voeding pas aan aan het einde van alle installatiewerkzaamheden.

Schakel indien nodig tijdens de installatie de algemene stroomtoevoer uit.WAARSCHUWING: Gevaar voor snijwonden aan de handen.WAARSCHUWING: Gevaar voor stof in de ogen.HANDSCHOENEN VEREIST: Gebruik beschermende handschoenen om snijgevaar aan de handen te voorkomen.VERPLICHT EEN BRIL TE GEBRUIKEN:Gebruik een beschermende bril om het gevaar voor stof in de ogen te voorkomen.

Schakel indien nodig tijdens de installatie de algemene stroomtoevoer uit.Vereisten en Verplichtingen:• Vlak terrein • Compact terrein• Laadstation • Bevestigingsschroeven• Voedingseenheid • Handschoenen• BrilHANDSCHOENEN VEREIST: Gebruik beschermende handschoenen om snijgevaar aan de handen te voorkomen.VERPLICHT EEN BRIL TE GEBRUIKEN:Gebruik een beschermende bril om het gevaar voor stof in de ogen te voorkomen.Het laadstation kan in het werkgebied worden geïnstalleerd of in een gebied dat er via een transferroute op is aangesloten.Zorg ervoor dat er voldoende ruimte is om het laadstation te installeren, zodat er in het gebied ervoor een obstakelvrije strook is van minimaal 2 meter breed en minimaal 3 meter lang.Procedure:1. Controleer de installatievereisten zoals aangegeven in Par. 4.3.2.

Bereid indien nodig de grond voor zodat het oppervlak van het laadstation (A) gelijk is met het gazon (B), de grond moet perfect vlak en compact zijn om vervorming van het oppervlak van het laadstation te voorkomen.BA

32 NL4. INSTALLATIE3. Bevestig het laadstation (L) op de grond met de borgschroeven (M).4. Controleer of het satellietreferentiestation (A) via de connector is aangesloten op het laadstation:5. Sluit de voeding aan op het laadstation en schroef de connector vast.6. Verbind de stekker van de voedingseenheid aan het stopcontact.7. Controleer of wanneer de robotmaaier niet in het laadstation staat, het indicatielampje op het laadstation (N) brandt (zie Par.

5.4).LET OP:De voedingskabel, de voedingseenheid, de verlengkabel en alle andere elektrische kabels die niet bij het product horen, moeten buiten het maaigebied blijven om ze uit de buurt van gevaarlijke bewegende delen te houden en om schade aan de kabels te voorkomen waardoor ze in contact kunnen komen met onder spanning staande onderdelen.OPMERKING: Indien nodig kunt u de kabel die het laadstation van stroom voorziet, verlengen met verlengkabels. Men mag maximaal twee verlengkabels van 5 meter of één verlengkabel van 15 meter gebruiken (zie Hfdst. 9 “Toebehoren”).LET OP:De robotmaaier moet het satellietsignaal ook ontvangen terwijl hij zich in het laadstation bevindt. Indien u een beschermhoes over het laadstation wilt installeren, gebruik dan alleen originele STIGA-hoezen. Plaats nooit metalen afdekkingen over het laadstation.M NCLA

33NL4. INSTALLATIE4. 5. 2. INSTALLATIE VAN HET SATELLIETREFERENTIESTATIONELEKTRISCH GEVAAR: Gebruik alleen de acculader en voeding die door de fabrikant zijn geleverd. Oneigen gebruik kan elektrische schokken en of oververhitting veroorzaken. WAARSCHUWING: Het geleverde circuit moet worden beschermd door een dierentiaalschakelaar(RCD)met een activeringsstroom van maximaal 30 mA. ELEKTRISCH GEVAAR:Om de elektrische verbinding uit te voeren, moet er nabij de zone van installatie een stekker voorzien zijn. Verzeker u ervan dat de verbinding aan het voedingsnet overeenstemt met de geldende wetten van het Land van gebruik. ELEKTRISCH GEVAAR:Sluit de voeding pas aan aan het einde van alle installatiewerkzaamheden. Schakel indien nodig tijdens de installatie de algemene stroomtoevoer uit.

Het satellietreferentiestation (A) wordt geleverd met het laadstation en wordt onder de beschermkap (B) geïnstalleerd. Hij wordt gevoed door het laadstation via een connector (C). Als het laadstation (D) niet in een gebied wordt geplaatst waar de hemel volledig zichtbaar is, moet het satellietreferentiestation (A) van het laadstation worden verwijderd en in een gebied worden geïnstalleerd waar de hemel volledig zichtbaar is. In dit geval moet de installatie van het satellietreferentiestation (A) worden uitgevoerd via de bevestigingsbeugel (E). Voor de toevoer kunnen de volgende elementen gebruikt worden:• een verlengkabel van 5 meter (L) (inbegrepen voor sommige modellen - zie par. 3. 2. 2);• een verlengkabel van 15 meter die apart kan worden aangeschaft (L);• een voedingseenheid (F) die apart kan worden aangeschaft en aansluiting op een stopcontact.

Bereid het installatiegebied van de stroomvoorziening (F) voor zodat het beschermd is tegen zonnestralen en zodat het onder geen enkele weersomstandigheden in water kan worden ondergedompeld.

LET OP:De voedingskabel, de voedingseenheid, de verlengkabel en alle andere elektrische kabels die niet bij het product horen, moeten buiten het maaigebied blijven om ze uit de buurt van gevaarlijke bewegende delen te houden en om schade aan de kabels te voorkomen waardoor ze in contact kunnen komen met onder spanning staande onderdelen. LET OP:De voedingskabel en de voeding moeten zo worden geplaatst dat ze geen gevaar opleveren voor kinderen, mensen of dieren. WAARSCHUWING:Om veiligheidsredenen mag het satellietreferentiestation nooit worden verplaatst na het programmeren van de virtuele grenzen, transferroutes en te vermijden gebieden. De robotmaaier zou het geprogrammeerde werkgebied kunnen verlaten. Als het satellietreferentiestation verplaatst wordt, moet het opnieuw geprogrammeerd worden.

35NL4. INSTALLATIEVereisten en Verplichtingen:• Satelliet-referentiestation (A).• verlengkabel van 5 meter (L) (inbegrepen voor sommige modellen - zie par. 3.2.2).• ofwel een verlengkabel van 15 meter (apart verkocht)(L).• Ofwel een voedingseenheid (F) (apart verkocht).• Bevestigingsbeugel (E).• Schroeven om het satellietreferentiestation op de beugel (G) te bevestigen.• U-bout voor bevestiging van de beugel aan de paal (H) of schroeven voor bevestiging aan de muur (niet meegeleverd).Vereisten en Verplichtingen:1. Controleer de installatievereisten in Par. 4.3.2.2. Open het deksel (B).3. Koppel de connector (C) van het satellietreferentiestation (A) los van het laadstation (D).4. Draai de bevestigingsschroeven (I) los en verwijder het satellietreferentiestation (A) van het laadstation (D).5.

Bevestig de beugel (E) aan een wand (N) met behulp van de bevestigingsschroeven (niet meegeleverd), en zorg ervoor dat deze waterpas staat. Gebruik bij montage op een paal (M) de meegeleverde U-bout (H) om de beugel (E) te bevestigen.6. Bevestig het satellietreferentiestation (A) aan de beugel (E) met de connector (C) naar beneden gericht met behulp van de schroeven (G). Zorg ervoor dat het station perfect horizontaal is. Sluit het satellietreferentiestation aan op de voeding (F) of aan de verlengkabel via de connector (C) en draai de ringmoer vast.7. Zet het netsnoer zo vast dat het niet beschadigd of gevaarlijk kan worden.8. Verbind de stekker van de voedingseenheid (F) aan het stopcontact.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Stiga A 8 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden