Stiebel Eltron AVF 6 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Stiebel Eltron AVF 6 (44 pagina’s), behorend tot de categorie Niet gecategoriseerd. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 12 mensen. Heb je een vraag over Stiebel Eltron AVF 6 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Stiebel Eltron |
| Categorie: | Niet gecategoriseerd |
| Model: | AVF 6 |
Handleiding Stiebel Eltron AVF 6 – volledige tekst
Montageaanwijzing voor de installateur 142.1 Opbouw van het toestel 142.2 Zubehör 142.3 Leveringspakket en speciale 142.4 Technische gegevens 152.5 Bediening en werking 202.6 Onderhoud en reiniging 202.7 Beschrijving van het toestel 202.8 Voorschriften en bepalingen 202.9 Montage 202.10 Elektrische aansluiting 232.11 Overzicht ingebruikname 312.12 Eerste inbedrijfname 332.13 Ingebruikname per parameter 332.14 Maatregelen bij storingen 402.15 Inbedrijfnamelijst 41 Garantie 42 Milieu en recycling 42 Checklist warmtepompen 43WPF 5 (S), WPF 7 (S), WPF 10 (S), WPF 13, WPF 16Brine/water-warmtepomp ELTRON®Gebruiks- en montageaanwijzingDe montage (watertechnische en elektrische installatie) alsmede de eerste inbedrijfname en het onderhoud van dit toestel mogen alleen door een bevoegde installateur in overeenstemming met deze instructies uitgevoerd worden.26_03_01_0189
21 Gebruiksaanwijzing voor de gebruiker en de installateur1. 2 Beschrijving van het toestelDe WPF is een verwarmingswarmtepomp, die voor het gebruik als brine/water-warmtepomp geschikt is. Aan het warmtebronmedium brine wordt door de warmtepomp op een laag temperatuurniveau warmte onttrokken, die vervolgens samen met de door de compressor opgenomen energie op een hoger temperatuurniveau aan het verwarmingswater wordt afgegeven. Al naar gelang de temperatuur van de warmtebron kan het verwarmingswater tot een aanvoertemperatuur van max. 60 °C verwarmd worden. In de WPF zijn de verwarmingscirculatiepomp en een driewegafsluiter voor de schakeling tussen de verwarmingscirculatie en de circulatie voor de warmwaterverwarming ingebouwd.
Het warme water wordt verwarmd doordat het door de warmtepomp verwarmde verwarmingswater door een warmtewisselaar in de warmwaterboiler gepompt wordt en daarbij zijn warmte aan het warme water afgeeft. De WPF wordt geregeld d. m. v. een ingebouwde, van de buitentemperatuur afhankelijke retourtemperatuurregeling. De WPMiw (WPF 3-fase) WPMi (WPF 1-fase) stuurt ook de tapwaterverwarming aan tot de juiste temperatuur is bereikt. Mocht de hogedruksensor of heetgasbeveiliging van de warmtepomp tijdens het verwarmen uitslaan, dan wordt de tapwaterverwarming automatisch afgesloten door een ingebouwde elektrische naverwarmer, tenzij de ECO-functie geactiveerd is. Als de ECO-functie is geactiveerd, wordt de verwarming van het tapwater beëindigd. Dan wordt de streefwaarde van het tapwater vervangen door de bereikte temperatuur van het tapwater.
Bijzonderheden bij de WPF met WPAC De WPAC is een module met ingebouwde so-lepomp en een viertal omschakelventielen. Met de ventielen wordt de verwarmingskring over de verdamper van de warmtepomp en het broncircuit over de condensor van de warmtepomp geleid. Daardoor kan het koelcircuit voor de koeling van het gebouw worden gebruikt, waarbij de vrijgekomen warmte wordt afgegeven aan het bronsysteem.
zBij verwarming door middel van radiatoren moeten de afmetingen van de radiato-ren zo worden gekozen dat de maximale aanvoertemperatuur van 45 °C niet wordt overschreden. zDoor de regelaarparameter 'Pompcycli' te activeren, kan het energieverbruik van de circulatiepomp worden gereduceerd. Neem hiervoor contact op met uw installateur. zBij het activeren van de parameter 'WW ECO' verwarmt uw warmtepomp het tapwater uitsluitend met behulp van de warmtepomp, zonder dat de elektrische naverwarmer wordt gebruikt. In dat geval blijft de temperatuur van het tapwater automatisch beperkt tot de waarde die kan worden bereikt met de warmtepomp. Om te voorkomen dat de legionellabacterie zich kan nestelen, moet de gehele buffer elke dag eenmaal tot 60 °C worden verwarmd. Hiervoor moet de parameter 'Antilegio-nelle' worden geactiveerd. Neem hiervoor contact op met uw installateur.
31. 7 Bedienings- en montagevoor-schriftenNaast deze gebruiksaanwijzing dient u ook te letten op de aanwijzingen die behoren bij de gebruikte componenten. Afhankelijk van de installatie moeten bovendien de gebruiks- en montageaanwijzingen van de onderdelen die bij het apparaat horen, worden opgevolgd. 1. 3 Belangrijke aanwijzingenDe warmtepompmanager mag uitsluitend door erkende installatiebedrijven geïnstalleerd en onderhouden worden. Wat niet is toegestaan:z het gebruik van niet uitdrukkelijk vrijgegeven warmtemediaz de verwarming van andere vloeistoffen dan verwarmingswaterz de opstelling van het toestel a) in de open lucht b) in ruimten met bevriezingsgevaar c) in natte ruimten zoals de badkamer d) in ruimten met explosiegevaarz het gebruik van het toestel a) uiten de temperatuur-inzetgrenzen b) zonder een minimale circulatiehoeveel-heid aan de warmtebron en warmteopne-mer1.
4 BedieningDe bediening is in drie niveaus onderverdeeld. Het 1e en 2e bedieningsniveau zijn zowel voor de gebruiker als voor de vakman toegankelijk. Het 3e bedieningsniveau is aan de vakman voorbehouden:1e Bedieningsniveau (klepje gesloten)Hier kunnen de bedrijfstoestanden zoals de ”stand-by”-stand, programmafunctie, conti-nue dag- en nachtfunctie etc. ingesteld wor-den. (zie hfdst. 2. 1). 2e Bedieningsniveau (klepje open)Hier kunnen de installatieparameters zoals ruimtetemperaturen, warmwatertemperatu-ren, verwarmingsprogramma’s etc. ingesteld worden (zie hfdst. 2. 2). 3e Bedieningsniveau (alleen voor de vakman)Dit niveau is met een code beveiligd en mag alleen door de vakman gebruikt worden. Hier worden data vastgelegd die specifiek betrek-king hebben op warmtepompen en installaties (Zie uitsnede 2.
10) Het belangrijkste in het kortInstellingenAlle instellingen verlopen volgens hetzelfde schema:Bij het openen van het klepje wordt de manager in de programmeerstand gescha-keld. Onder op de display op de installatie- parameter ruimtetemp. 1 verschijnt een wij-zersymbool.
Door aan de -knop te draaien kunt u de wijzer op de installatieparameter brengen die u wilt wijzigen. Druk, om de waarden van de installatiepa-rameters te wijzigen, de PRG-toets in. Zodra het rode controlelampje boven de PRG-toets gaat branden, kunt u met de draaiknop de actuele waarde wijzigen. Druk vervolgens opnieuw de PRG-toets in. Het controlelamp-je gaat uit en de nieuwe ingestelde waarde is opgeslagen. Als het rode controlelampje, boven de PRG-toets, na het opslaan niet uitgaat, kunnen andere waarden bij deze parameter door het nogmaals indrukken van de PRG-toets gewijzigd worden. Pas als het rode controlelampje uit is, kan het program-meren worden beëindigd. Programmeren beëindigenNa het invoeren en opslaan van de gewenste parameterwijzigingen, kunt u het proces beëindigen door het klepje te sluiten.
Wilt u echter nog meer wijzigingen uitvoeren, draai dan aan de draaiknop tot in het dis-play de melding TERUG verschijnt en druk vervolgens de PRG-toets in. Zo keert u terug naar het vorige niveau. Als het klepje met de PRG-toets gesloten wordt, terwijl het con-trolelampje nog brandt, keert de manager terug naar de uitgangspositie. De gewijzigde waarde is niet opgeslagen. Bij de eerste ingebruikname wordt er een installatiecheck uitgevoerd, d. w. z. alle voelers die op dat moment zijn aangesloten, worden bij het opvragen op de display weergegeven. Voelers die niet voor het aanbrengen van de spanning aan-gesloten zijn, worden door de manager niet geregistreerd en dus niet weergegeven. Het wijzersymbool slaat de installatieparameter over. 1. 5 Wat te doen indien. er geen warm water beschikbaar is of de verwarming koud blijft:Controleer de zekering in uw zekeringskast.
Onderhoudswerkzaamheden, zoals de controle van elektrische aanslui-tingen, mogen alleen worden uitgevoerd door een vakman. Tijdens het inbouwen dient het apparaat tegen stof en vuil be-schermd te worden. De kunststof onderdelen kunnen met een vochtige doek worden gereinigd. Gebruik geen reinigingsmiddelen die schuren of oplossen. Gevaar voor verwondingen. Als kinderen of personen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of gees-telijke mogelijkheden het toestel moeten bedienen, dient u ervoor te zorgen dat dit enkel gebeurt onder toezicht of na een de-gelijke opleiding door een voor hun veilig-heid bevoegde persoon. Hou altijd toezicht op kinderen en zorg er-voor dat ze nooit met het toestel spelen.
4Display-weergave (met alle display-symbolen)2 Instellingen2. 1 Bedrijfstoestanden (1e bedieningsniveau)De bedrijfstoestanden kunnen gewijzigd wor-den door bediening van de -knop bij een gesloten klepje. ”Stand-by”-standDe vorstbeveiligingsmodus is geactiveerd voor de verwarmings- en warmwatermodus. Bij gesloten klepje wordt in het display VORSTBEVEIL weergegeven. De warmwatertemperatuur wordt vast ingesteld op 10 °C, de ingestelde verwarmingsaanvoertemperatuur wordt berekend aan de hand van een ingestelde ruimtetemperatuur van 5 °C, zie punt 3. Gebruik: tijdens langere afwezigheid, bijv. vakantie. Automatische modusVerwarmen volgens timerprogramma (geldt voor VK1 en VK2), wisselen tussen dag- en nachttemperatuur. Warmwaterbereiding timerprogramma, wisselen tussen dag- en nachttemperatuur, zie punt 4.
Bij deze bedrijfstoestand wordt in het display met een extra zon of maan afgebeeld of verwarmingscircuit 1 zich in de dag- of in de nachtstand bevindt. De afstandsbediening is alleen in deze bedrijfstoestand werkzaam. Gebruik: als er verwarmd moet worden en warm water moet worden aangemaakt. Continue daginstellingVerwarmingscircuit wordt voortdurend op dagtemperatuur gehouden (geldt voor VK1 en VK2). Warm water volgens timerprogramma. Gebruik: in energiezuinige huizen waar niet op de nachtstand moet worden overgegaan. Continue nachtinstelling Verwarmingscircuit wordt voortdurend op nachttemperatuur gehouden (geldt voor VK1 en VK2). Warm water volgens timerprogramma. Gebruik: bij afwezigheid tijdens het weekend. WarmwaterfunctieWarm water volgens timerprogramma, wisselen tussen dag- en nachttempera-tuur. De vorstbeveiligingsmodus is geac-tiveerd voor de verwarmingsmodus.
Gebruik: de stookperiode is beëindigd, er mag alleen nog warm water worden aangemaakt (zomerinstelling). 2e warmtebronBij deze instelling wordt de noodfunctie geactiveerd.
51. 8. 2 Menu (2e bedieningsniveau)Selecteer met de draaiknop het gewenste menupunt. Om de diverse menupunten in te stellen , dient u naar bladzijde 6 te gaan. Onder menupunt RUIMTETEMP VK1 kunt u, voor verwarmingscircuit 1, de ruimtetemperatuur voor dag- en nachtinstelling vastleggen. Zodra de afstandsbediening FE7 of FEK aangesloten is en aan verwarmingscircuit 1 is toegewezen, kan bovendien de werkelijke ruimtetemperatuur worden opgevraagd. Onder menupunt RUIMTETEMP VK2 kunt u, voor verwarmingscircuit 2, de ruimtetemperatuur voor dag- en nachtinstelling vastleggen. De indicatie RUIMTETEMP VK2 verschijnt alleen als de aan-voertemperatuurvoeler in het mengcircuit voor het 2e verwarmingscircuit aangesloten is. Zodra de afstandsbediening FE7 of FEK aangesloten is en aan verwarmingscircuit 2 is toegewezen, kan bovendien de werkelijke ruimtetemperatuur worden opgevraagd.
Onder menupunt WARMWATERTEMP kunt u de temperatuur in de warmwaterboiler indelen bij een ingestelde dag- of nachtwaarde. Onder menupunt EINDDATUM kunt u de klok en de zomertijd corrigeren. De zomertijd is in de fa-briek ingesteld en loopt van 25 maart t/m 25 oktober. Onder menupunt VAKANTIE BEDR loopt de warmtepomp-installatie in de nachtstand. De vorstbe-veiligingsmodus voor de warmwaterboiler is actief. Onder menupunt PARTY BEDR kunt u de daginstelling met enkele uren verlengen. Onder menupunt INFO TEMP kunt u voelertemperaturen van de warmtepomp resp. de warmte-pomp-installatie en de vergelijking tussen werkelijke waarde en ingestelde waarde, bijv. het ver-schil tussen werkelijke en ingestelde stooklijn, etc. aflezen. Onder menupunt STOOKLIJN kunt u voor zowel verwarmingscircuit 1 als 2 een stooklijn instellen.
Onder menupunt PROGR-STOOKL kunt u voor de verwarmingscircuits 1 en 2 de passende stooklij-nen instellen. Onder menupunt WW_PRG kunnen de tijden van de dag- en nachttemperaturen voor de warmwa-terbereiding worden ingesteld. Bij INZETGEBIED moeten, naast de instellingen in het 2e bedieningsniveau, ook de installatie-specifieke parameters worden vastgelegd. Deze worden ingesteld in het 3e niveau dat beschermd wordt met een code. Alle parameters dienen door uw specialist achtereenvolgens te worden getest. De ingestelde waarden worden in de desbetreffende kolom (installatiewaarde) van de inbedrijfnamelijst inge-voerd. RUIMTETEMP VK1WW TEMPTIJD/DATUMVAKANTIE/PARTYTEMPERATURENSTOOKLIJNPROGR STOOKLWW PROGINZETGEBIEDRUIMTETEMP VK21. 8. 3 Bij de WPF met WPAC 1 wordt de ruimtetemperatuur voor de koeling wordt in het 3e bedieningsniveau door uw specialist ingesteld.
Er wordt gekoeld wanneer de ingestelde ruimtetemperatuur wordt overschreden. Het koelen wordt beëindigd wanneer een waarde wordt bereikt die 2 °C lager ligt dan de ingestelde ruimtetemperatuur. Voor het koelen van grote oppervlaktes (vloerverwarming, wandverwarming) dient u aanvullend te beschikken over de afstandsbediening FEK (best. -nr. 22 01 93). Voor het koelen via ventilatorconvectoren dient u aanvullend te beschikken over de afstandsbediening FEK (best. -nr. 22 01 93) of de afstandsbediening FE7 (best. -nr. 18 55 79). Het koelen via radiatoren is niet mogelijk.
6 Ruimtetemperatuur VK 1Onder menupunt RUIMTETEMP-VK1 kunt u, voor verwarmingscircuit 1, de ruimtetemperatuur voor dag- en nachtinstelling vastleggen. Een wijziging van deze parameter heeft een parallelle verschuiving van de stooklijn tot gevolg. Zodra de afstandsbediening FE7 of FEK is aangesloten en aan verwarmingscircuit 1 is toegewezen, kan bovendien de werkelijke ruimtetemperatuur worden opgevraagd. WarmwatertemperatuurOnder menupunt WARMWATERTEMP kunt u de temperatuur in de warmwaterboiler instellen op een dag- en nachttemperatuur.Klepje openen!Klepje openen! Ruimtetemperatuur VK 2Met het menupunt RUIMTETEMP-VK2 kunt u, voor verwarmingscircuit 2, de ruimtetemperatuur voor dag- en nachtinstelling vastleggen. Is het in de ruimtes te koud of te warm, dan kunt u de ruimtetemperatuur veranderen.
De indicatie RUIMTETEM-VK2 verschijnt alleen als de aanvoertemperatuurvoeler in het mengcircuit is aangesloten. Zodra de afstandsbediening FE7 of FEK is aangesloten en aan verwarmingscircuit 2 is toegewezen, kan bovendien de werkelijke ruimtetemperatuur worden opgevraagd.Klepje openen!Instellingen in het 2e bedieningsniveau voor zowel gebruiker als installateurRUIMTETEMP-VK1RUIMTETEMP-VK2WARMWATERTEMPGEVR-DAGTEMPGEVR-DAGTEMPGEVR-NACHTTEMPGEVR-NACHTTEMPACT-RUIMTETEMPTERUGRUIMTETEMP- VK1GEVR-DAGTEMPGEVR-DAGTEMPGEVR-NACHTTEMPTERUGRUIMTETEMP-VK2ACT-RUIMTETEMPGEVR-WW-TEMP-DGEVR-WW-TEMP-DGEVR-NACHTTEMP
8VAKANTIE/PARTYJAAR EINDEMAAND EINDEDAG EINDEVAKANTIETERUGTemperaturenIn het menupunt Temperaturen kunt u waar-den van de warmtepomp of van de wamte-pompinstallatie aflezen. Open de bedieningsklep!TERUGTEMPERATURENTEMPERATURENBUITENEr wordt geen nominale of reële waarde aan-gegeven als de overeenkomstige sensoren niet aangesloten zijn.Voorbeeld:Warmtehoeveelheid van de compressor in verwarmingswerking voor de laatste 24 uur in KWhDisplayWH DAG KWh Vakantie- en partymodusIn de vakantiemodus loopt de warmtepomp-installatie in nachtinstelling en de vorstbeveilgingsmodus voor de warmwaterbereiding is actief. De vakantiemodus wordt bij gesloten klepje op het display weergegeven.Voor het begin van de vakantie wordt het jaar, de maand en de dag ingevoerd. Voor het einde van de vakantie wordt eveneens jaar, maand en dag ingevoerd. Start- en eindtijd is altijd om 24:00 uur van de ingevoerde datum.
Na afloop van de vakantie functioneert de warmtepomp-installatie weer volgens het voorheen ingestelde verwarmings- en warmwaterprogramma.In de party-modus kan de daginstelling voor de verwarming met enkele uren worden verlengd. De party-modus wordt bij gesloten klepje in het display weergegeven.Als bijv. het verwarmingsprogramma om 22:00 op de nachtinstelling zou schakelen en u heeft de party-modus op 2 uur ingesteld, dan wordt de nachtinstelling pas om 24:00 gestart.Klepje openen!JAAR AANVANGMAAND AANVANGDAG AANVANGVAKANTIE/PARTYVAKANTIE
Hierbij is de ingestelde ruimtetemperatuur (nachtinstelling) op 15 °C ingesteld, waardoor er een parallelle verschuiving van de stooklijn ontstaat. Aanpassing van een stooklijnVoorbeeld:Bij een verwarmingsinstallatie is de retour-, resp. aanvoertemperatuur in de overgangstijd, bij een buitentemperatuur van tussen 5 °C tot 15 °C, te laag. Bij buitentemperaturen van d 0 °C is deze temperatuur in orde. Dit probleem wordt met een parallelle verschuiving en gelijktijdige verkleining van de stooklijn verholpen. De stooklijn 1,0, gebaseerd op een ingestelde ruimtetemperatuur van 20 °C, is van tevoren ingesteld. De stippellijn geeft de veranderde stooklijn weer met een waarde van 0,83 en een veranderde ingestelde temperatuur van 23,2 °C.
Het is daarom van groot belang dat u de juiste stooklijn kiest. Aanwijzing: uw installateur heeft aan de hand van uw gebouw en installatie voor elk verwarmingscircuit de optimale stooklijn ingesteld. Deze stooklijn is bij verwarmingscircuit 1 gebaseerd op de WP-retourtemperatuur en bij verwarmingscircuit 2 op de aanvoertemperatuur in het mengcircuit. Bij het verstellen van de stooklijn op de WPMiw, wordt boven in de indicatie de berekende ingestelde retour-, resp.
aanvoertemperatuur en de ingestelde ruimtetemperatuur weergegevenC26_03_01_0076Bezogen auf +20 °C AußentemperaturBezogen auf 0 °C AußentemperaturBezogen auf -20 °CAußentemperaturTag-Betrieb Heizkreis 1Bezogen auf +20 °C AußentemperaturBezogen auf 0 °C AußentemperaturBezogen auf -20 °CAußentemperaturAbsenk-BetriebVerwarmingscircuit 1DaginstellingNachtinstellingGebaseerd op +20 °C Gebaseerd op 0 °C Gebaseerd op -20 °C buitentemperatuur buitentemperatuur buitentemperatuurGebaseerd op +20 °C Gebaseerd op 0 °C Gebaseerd op -20 °C buitentemperatuur buitentemperatuur buitentemperatuurZodra er in het 3e bedieningsniveau, met de parameter VASTE WAARDE, een temperatuur gekozen is, verdwijnt stooklijn 1 van het display en wordt de ingestelde vaste waarde met de overeenkomstige temperatuur weergegeven.
11Klepje openen!STOOKLIJNSTOOKLIJNTERUGKlepje openen!VERW SYSTEM 1 oder VERW SYSTEM 2 Verwarmingsprogramma’sOnder menupunt PROGR-STOOKL kunt u voor de verwarmingscircuits 1 en 2 de bijbehorende verwarmingsprogramma’s instellen. U kunt uw verwarming instellen voor:– elke afzonderlijke dag van de week (maandag t/m zondag)– maandag t/m vrijdag (ma - vrij)– zaterdag en zondag (za - zo)– de hele week (ma - zo)Voor elk van deze mogelijkheden kunt u drie schakelperiodes (I, II, III) instellen.Zo legt u vast wanneer en hoe vaak de waterpomp-installatie tijdens de daginstelling moet verwarmen. Tijdens de andere periodes verwarmt de waterpomp volgens de nachtinstelling.
De overeenkomstige waarden voor de dag- en nachtinstelling heeft u onder menupunt RUITETEMP VK1/VK2 al ingesteld.Voorbeeld:Voor verwarmingscircuit 1 moet uw verwarming in de periode van maandag t/m vrijdag elke dag gedurende twee verschillende tijden in gebruik zijn, en wel van 5:30 tot 8:30 en van 14:00 tot 22:00. Tijdens het weekend moet uw verwarming van ‘s morgens 8:30 tot ‘s avonds 21:00 verwarmen.PROGR-STOOKLVERW SYSTEM 1MA-VRVERW BEGINVERW BEGINVERW BEGINVERW BEGINVERW EINDEVERW EINDEVERW EINDEZA - ZOVERW BEGIN
12Klepje openen! Warmwaterprogramma’sOnder menupunt WW-PRG kunnen de tijden van de dag- en nachttemperaturen voor de warmwaterbereiding worden ingesteld. U kunt de warmwaterbereiding instellen voor:– elke afzonderlijke dag van de week (maandag t/m zondag)– maandag t/m vrijdag (ma - vrij)– zaterdag en zondag (za - zo)– de hele week (ma - zo)Voor elk van deze mogelijkheden kunt u drie schakelperiodes (I, II, III) instellen. Uitzondering: als u het warme water van ‘s avonds 22:00 tot de daaropvolgende dag, ‘s morgens 6:00 wilt verwarmen, dienen er 2 schakelperiodes ingesteld te worden.Zo legt u vast wanneer en hoe vaak de waterpomp-installatie tijdens de daginstelling warm water moet bereiden.
13Verwarmings- en warmwaterprogramma’sIn deze tabellen kunt u de door u geprogrammeerde afzonderlijke waarden invullenStandaardinstellingenDe warmtepompmanager is in de fabriek in de volgende standaardinstellingen voorgeprogrammeerd:Schakeltijden1) voor verwarmingscircuits 1 en 2 H1/H2 (daginstelling) maandag - vrijdag 6:00 - 22:00zaterdag - zondag 7:00 - 23:00Ruimtetemp. 1 / 22)Ruimtetemperatuur in daginstelling 20 °CRuimtetemperatuur in nachtverlagingsfunctie 20 °CSchakeltijden3) voor warmwaterprogramma (daginstelling)maandag- zondag 00:00 - 24:00WarmwatertemperatuurWarmwater dagtemp. 47 °CWarmwater nachttemp. 10 °CSteilheid stooklijnStooklijn 1 0,6Stooklijn 2 0,21) Alleen voor 1e schakelperiode: 2e en 3e schakelperiode zijn niet voorgeprogrammeerd. 2) Standaardinstellingen zijn, zoals door STIEBEL ELTRON geadviseerd, zonder nachtverlaging. 3) Vanwege gunstige stroomprijzen tussen bijv.
10 Afstandsbediening FEKBij de WPF met WPAC 1 is bij koeling van grote oppervlakten door middel van vloerverwarming of convectoren abso-luut de FEK noodzakelijk. Deze berekent behalve de ruimtetempera-tuur tevens de dauwpunttemperatuur om de vorming van condenswater tegen te gaan. 26_03_01_0106Met de afstandsbediening FEK kan de bedrijfstoestand en de ingestelde ruimtetemperatuur voor verwarmingscircuit 1 of verwarmingscircuit 2 met ± 5 °C worden veranderd. De FEK heeft de volgende bedieningselementenz een draaischakelaar voor de instelling van de ruimtetemperatuur:z een toets met de standen Automatische functie Constante nachtverlaging Constante dagfunctieWanneer de FEK vooraf wordt inge-steld op een desbetreffend verwar-mingscircuit, worden de parameters Stook-lijn, Ruimtetemperatuur en Verwarmings-programma op het display van de warmte-pompmanager WPMiw weergegeven.
202. 5 Bediening en werkingDe in de WPF ingebouwde warmtepompmanager WPMiw regelt de complete verwarmingsinstallatie. Op de WPMiw worden alle vereiste instellingen vóór en tijdens het bedrijf doorgevoerd. Alle instellingen in de inbedrijfnamelijst van de warmtepompmanager WPMiw dienen te worden uitgevoerd door de installateur. Normaliter hoeft de installatie in de zomer niet te worden uitgeschakeld, omdat de WPMiw is voorzien van een automatische zomer-/winteromschakeling. Als de installatie buiten bedrijf wordt gesteld, dient de WPMiw op stand-by te worden gezet. Zo blijven de beveiligingsfuncties van de installatie gehandhaafd (b. v. vorstbeveiliging). Bij vorstgevaar in de opstellingsruimte van de warmtepomp moet de installatie waterzijdig worden afgetapt. Het water in de condensor kan afgetapt worden m. b. v.
de vul- en aftapkranen, die na het verwijderen van de voorkap toegankelijk zijn. 2. 6 Onderhoud en reiniging2. 6. 1 OnderhoudDe warmtepomp werkt volautomatisch en heeft geen speciaal onderhoud nodig. Indien energiemeters zijn ingebouwd, moeten de zich daarin bevindende filters, die gemakkelijk verstopt raken, regelmatig worden gereinigd. 2. 6. 2 ReinigingCondensorBij storingen in de werking van de warmtepomp (b. v. activering van de HD-beveiliging) ten gevolge van afzettingen van corrosieproducten (roestmodder) in de condensor, dient de storingsdienst te worden geraadpleegd; deze kan de afzettingen chemisch verwijderen met behulp van geschikte oplosmiddelen. 2. 7 Beschrijving van het toestelWerkingsprincipeHet warmtemedium (water of brine) stroomt de verdamper van de warmtepomp in.
Hier wordt er warmte aan onttrokken, zodat het medium vervolgens op een lagere temperatuur de warmtepomp verlaat. De energie die door de warmtepomp bruikbaar gemaakt is, wordt in de condensor op het verwarmingswater overgedragen. Het verwarmingswater geeft zijn warmte vervolgens aan het verwarmingscircuit af, of het wordt voor de verwarming van het warme water gebruikt.
In dit geval wordt het verwarmingswater d. m. v een driewegafsluiter naar een warmtewisselaar omgeleid die in een drinkwaterreservoir is ingebouwd. De elektrische naverwarming (interne 2e WB) wordt geactiveerd als er voor de warmwater-verwarming hogere temperaturen nodig zijn dan de maximale aanvoertemperatuur van de warmtepomp. Bovendien kan deze naver-warming, indien de warmtebehoefte van het verwarmingssysteem groter is dan de verwar-mingscapaciteit van de warmtepomp, in de resterende warmtebehoefte voorzien. 2. 8 Voorschriften en bepalingenWater:DIN 4751 blz. 1 en 2: Veiligheidstechnische uitrusting van warmwaterverwarmingen. DIN 1988: Technische regels voor drinkwaterinstallaties. TRD 721: Veiligheidsvoorzieningen tegen drukoverschrijding - veiligheidsventielen. Elektrisch:NEN 1010: Bepalingen voor het installeren van sterkstroominstallaties met nominale spanning van max. 1000 V.
VDE 0701: Bepalingen voor het repareren, wijzigen en testen van gebruikte elektrische apparaten. DIN-EN 60335 Teil 2-40TAB: Technische aansluitvoorwaarden voor aansluiting op het laagspanningsnet. Koelmiddel:EN 378: Veiligheidstechnische en milieutechnische voorwaarden. DIN 7003 in ontwerp. Algemeen:Combinatie van technische eisen aan stookruimten, b. v. richtlijnen voor stookruimten, nationale en lokale bouwvoorschriften, industriële en brandweer- en politievoorschriften en voorschriften voor de uitstoot van gevaarlijke stoffen. „TA-Lärm“: Technische richtlijn ter bescherming tegen geluidsoverlast. 2. 9 Montage2. 9. 1 TransportOm te voorkomen dat het toestel beschadigd raakt, dient het verticaal in de verpakking getransporteerd te worden. Opslag en transport bij temperaturen beneden -20 °C en boven +50 °C zijn niet toegestaan. 2. 9.
2 OpstellingDe warmtepomp mag in geen geval in al of niet tijdelijk vochtige ruimtes worden geplaatst. 1. Het toestel van de pallet nemen en plaatsen. 2. De acht schroeven aan het voetstuk van het toestel uitdraaien (Abb.
3) en de behuizing op de bodem laten zakken. De behuizing moet geheel los van de bodemmontageplaat op de grond staan. Dit betekent: dat de acht bevesti-gingsschroeven verwijderd moeten worden. Condities op de plaats van opstelling controlerenDe ruimte waarin de WPF geïnstalleerd dient te worden, moet aan de volgende voorwaarden voldoen:zVorstvrij. zBelastbare vloer (gewicht van de WPF ca. 150 kg). zHorizontale, vlakke en solide ondergrond, omdat de voetstukken van de warmtepomp niet verstelbaar zijn. zBij een zwevende estrikvloer dienen voor een geluidsarme werking van de warmtepomp de estrikvloer en de contactgeluidsisolatie rondom de opstellingsplaats van de warmtepomp uitgespaard te worden (afb. 6). z In de ruimte mag geen sprake zijn van explosiegevaar door stof, gassen of dampen.
zHet grondoppervlak van de opstellingsruimte moet tenminste 3 m2 bedragen, waarbij het volume van 6 m3 niet minder mag worden. zAls de WPF samen met andere verwarmingstoestellen in een stookruimte wordt opgesteld, dient gegarandeerd te worden, dat de werking van de andere verwarmingstoestellen niet nadelig wordt beïnvloed. zHet grondoppervlak van de opstellingsruimt2. 9. 3 Installeren van de warmtebroninstallatie voor WPF met warmtebron brine. De warmtebroninstallatie voor de brine/water-warmtepomp moet worden uitgevoerd volgens de ontwerpgegevens van Stiebel Eltron. Toegestane brine:– Ethylenglykol– Propylenglykol– Wärmeträgerflüssigkeit als Konzentrat Bestell-Nr. : 161696– Wärmeträgerflüssigkeit als Fertiggemisch Bestell-Nr. : 1854722. 9. 3.
1 Circulatiepomp en benodigde volumestroomVoor het brinetransport dient een circulatiepomp met ingegoten wikkelingen te worden gebruikt, ter vermijding van aardsluiting door condenswater in het elektrisch pompgedeelte (koudwateruitvoering). De circulatiepomp dient in overeenstemming met de installatiespecifieke omstandigheden ontworpen te worden, d. w. z.
er dient rekening gehouden te worden met de nominale volumestroom en de drukverliezen (zie „Technische gegevens“ pag. 14). Bij elke mogelijke brinetemperatuur moet gegarandeerd zijn dat de volumestroom groot genoeg is, d. w. z. :– nominale volumestroom bij brinetemperatuur 0 °C met een tolerantie van + 10 %. 2. 9. 4. 2 Aansluiting en brinevullingAlvorens de warmtepomp wordt aangesloten,.
22dient het broncircuit op dichtheid gecontroleerd en grondig doorgespoeld te worden. Na het vullen van de installatie met solevloeistof en voor de in bedrijfname moet de vul - en aftapkraan ( Pos. 17afb1 blz. 13) zolang worden geopend, tot er solevloeistof uitkomt. Er mag beslist geen water in de leiding naar de vul- en aftapkraan zitten. Bepaal het volume van het broncircuit. Het brinevolume in de warmtepomp kan met behulp van de onderstaande tabel vastgesteld worden. Warmtepomp BrinevolumeWPF 5 (S) 5,84 lWPF 7 (S) 6,45 lWPF 10 (S) 7,06 lWPF 13 7,06 lWPF 16 7,06 lHet totale volume komt overeen met de benodigde brinehoeveelheid, die moet bestaan uit 33 vol. % onverdund Ethylenglykol en 67 vol. % water. Mengverhouding1 eenheid onverdund Ethylenglykol met 2 eenheden water (max. chloridegehalte van het water 300 ppm) vermengen en pas dan de installatie hiermee vullen.
rineconcentratie controleren. De dichtheid van het Ethylenglykol-watermengsel vaststellen (b. v. met areometer). Aan de hand van de gemeten dichtheid en temperatuur kan de aanwezige concentratie van de grafiek (afb. 7) worden afgelezen. De genoemde capaciteitsgegevens hebben betrekking op het Ethylen-glykol. Bij toepassing van propyleenglycol en de Stiebel Eltron solevloeistof (best. nr: 185472) wijken de genoemde capaci-teitsgegevens (zie „Technische gegevens“) enigszins af. Om geruis zoveel mogelijk te vermijden, dient het broncircuit met flexibele drukslangen op de warmtepomp te worden aangesloten (bestelnr. zie par. 2. 3). 2. 9. 4. 3 Controle van de volumestroom (uitvoeren bij eerste inbedrijfname warmtepomp)De aanvoer- en retourtemperatuur aan de bronzijde meten.
232. 9. 4 Installeren van de warmtebenuttingsinstallatie2. 9. 4. 1 De warmtebenutttingsinstallatie (verwarmingscircuit) dient overeenkomstig de geldende technische richtlijnen uitgevoerd te worden. Voor de veiligheidstechnische uitrusting dient DIN 4751 blad 2 in acht genomen te worden. Voor de aansluiting op de warmtepomp dient de verwarmingsinstallatie op dichtheid gecontroleerd, grondig doorgespoeld, gevuld en zorgvuldig ontlucht te worden. Bij het vullen van de installatie met verwarmingswater moet rekening worden gehouden met VDI 2035, blad 1.
Dit betekent dus datz tijdens de levensduur van de installatie de som van het totale vul- en suppletiewater het drievoudige van het nominale volume van de verwarmingsinstallatie niet mag overschrijden,z de som van de aardalkaliën in het water < 3,0 mol/m³ moet zijn,z de totale hardheid van het water < 16,8° d moet zijn enz als de hierboven vermelde vereisten niet vervuld zijn, het water moet worden onthard. Als het specifieke installatievolume > 20 l/kW verwarmingsvermogen is (bijv. bij installaties met bufferreservoir), moet het verwarmingswater algemeen worden onthard. Er dient voor gezorgd te worden dat de verwarmingsaanvoer- en retourleiding op de juiste manier zijn aangesloten (afb. 5). Om de geluidsoverdracht van de installatie aan de waterzijde te reduceren, zijn flexibele drukslangen vereist (voor bestelnr. zie hfdst. 2. 3).
De warmte-isolatie dient overeenkomstig de verordening voor verwarmingsinstallaties uitgevoerd te worden. 2. 9. 4. 2 BufferreservoirOm een storingsvrije werking van de warmtepomp te garanderen, is het gebruik van een bufferreservoir aan te bevelen. Het bufferreservoir dient voor de hydraulische ontkoppeling van de volumestromen in het warmtepompcircuit en het verwarmingscircuit. Wordt b. v. de volumestroom in het verwarmingscircuit via thermostaatkleppen gereduceerd, dan blijft de volumestroom in het warmtepompcircuit constant.
Wanneer een buffervat wordt toegepast, moet bij de inbedrijfname van de WPF de parameter Continuloop WP-circulatiepomp op UIT wor-den ingesteld. 2. 9. 4. 3 Circulatiepomp (bufferpomp)De bufferpomp is in de WPF ingebouwd. Bij het ontwerp van de trillingsdempers en het leidingwerk tussen de warmtepomp en het bufferreservoir dient rekening gehouden te worden met de beschikbare externe opvoerhoogte van 2,8 m. Bij het gebruik van de WPF voor de warm- waterbereiding dient de koppeling tussen de warmtepomp en de warmwaterboiler zodanig uitgevoerd te worden, dat het totale drukverlies buiten de warmtepomp geringer is dan de beschikbare externe opvoerhoogte van 2,8 m. 2. 9. 4. 4 Circulatiepomp (verwarmingspomp)Wordt er geen buffervat (bufferreservoir) gebruikt, dan dient bij het ontwerp van het verwarmingscircuit rekening gehouden te worden met de maximaal beschikbare externe druk van 280 hPa.
De nominale volumestroom van de warmtepomp dient door de inbouw van een overstroomklep bij elke bedrijfstoestand van de verwarmingsinstallatie gegarandeerd te zijn. 2. 9. 4. 5 Warmte-energiemetersBij de inbouw van warmte-energiemeters bij de verwarmingszijde dient rekening gehouden te worden met het bijkomende drukverlies. De vuilopvangsystemen in de warmteverbruiksmeters raken door de in het verwarmingscircuit meegevoerde verontreinigde deeltjes gemakkelijk verstopt, waardoor het drukverlies nog groter wordt. 2. 9. 4. 6 ZuurstofdiffusieBij niet-diffusiedichte vloerverwarmingen van kunststofbuizen of bij open verwarmingsinstallaties kan bij het gebruik van stalen verwarmingselementen, stalen buizen of buffervaten door zuurstofdiffusie corrosie aan de stalen onderdelen ontstaan. De corrosieproducten, zoals b. v.
Het gebruik van de warmtepomp van het type WPF in verbinding met nietdiffusiedichte leidingen is daarom niet toegestaan. 2. 9. 4. 7 KalkafzettingBepalend voor de afzetting van kalksteen in warmwatertoestellen zijn: de watercon-ditie, werkingscondities en het volume. Om schade aan ventielen, warmtewisselaar en verwarmingselement te voorkomen, is de waterkwaliteit te testen en volgens VDI 2035 te controleren. Opmerking. : De kennis omtrent de hard-heid van het water alleen is niet voldoende. Belangrijk voor de kalksteenvorming is de concentratie aan Calciumhydrogeencarbonaat. Deze waarde kan men opvragen bij het wa-terbedrijf. 2. 9. 4. 8 WarmwaterbereidingVoor de verwarming van warm water is een warmwaterboiler met een inwendige wisselaar nodig (zie speciale appendages op pag. 13). Het benodigde oppervlak van de warmtewisselaar is tenminste 3 m2.
In de WPF is een driewegafsluiter voor de schakeling tussen het warmwaterverwarmingscircuit en het verwarmingscircuit ingebouwd. De bovenste wisselaaraansluiting van 2. 10 Elektrische aansluitingDe elektrische aansluiting moet bij het verantwoordelijke energiebedrijf aangemeld worden. De aansluitwerkzaamheden mogen alleen door een erkende installateur overeenkomstig deze instructies uitgevoerd worden. Het toestel voor het begin van de werkzaamheden op de schakelkast spanningsvrij schakelen. Neem VDE 0100 en de voorschriften van het plaatselijke energiebedrijf in acht. De WPF moet m. b. v. een extra voorziening over een minimale afstand van 3 mm alpolig van het net kunnen worden losgekoppeld. Hiervoor kunnen veiligheidsschakelaars, functieschakelaars, zekeringen etc. gebruikt worden, die aan de installatiezijde aangebracht moeten worden.
Bij de verwijdering van de voorkap dient men erop te letten, dat er geen scheurtjes ontstaan in de leidingen die de warmtepompmanager met de schakelkast verbinden. Om het toestel elektrisch te kunnen aansluiten, moet alleen nog het deksel (afb. 3) gedemonteerd worden. Bij het aanbrengen van de voorkap moet, zoals in afb. 4 weergegeven, de bevestigingsstrip met de bijbehorende schroeven en tandschijven (in de extra verpakking) gemonteerd worden. Alle aansluitleidingen en de voelerleidingen moeten door de speciale doorvoeren in de achterwand geleid worden (pos. 7 in afb. 5). De compressor mag uitsluitend in één draairichting lopen. Wanneer bij het starten van de compressor op het display van de WPMiw de storingsmelding Geen vermogen verschijnt, dient u de rich-ting van het draaiveld te wijzigen door twee fasen te verwisselen.
Nadat alle electrische verbindingen zijn gemaakt, kan de aansluitstrip (X3) afgedekt en verzekerd worden (Afb. 9 of 10). Aansluitvermogen van de bijverwarming,Op de sticker onder het typeplaatje moet het hokje van het betreffendevermogen worden gemarkeerd. de warmwaterboiler dient aan de warmwateraanvoerleiding van de WPF (zie afb. 5) gekoppeld te worden. De onderste wisselaaraansluiting van de warmwaterboiler dient aan de retourleidingaansluiting van de WPF gekoppeld te worden. Daartoe moet achter de trillingsdemper, die rechtstreeks op de WPF moet worden aangesloten, een T-stuk geplaatst worden, dat de retourleidingen van het verwarmingscircuit en van het warmwaterverwarmingscircuit bijeenbrengt.
242. 9. 5. 10 VoelermontageDe temperatuurvoelers zijn van beslissende invloed op het functioneren van de verwarmingsinstallatie. Daarom dient er op een correcte zitting en goede isolering van de voelers gelet te worden. Buitenvoeler AFS 2 (in de extra verpakking)Breng de buitenvoeler op een noordelijke of noordoostelijke wand aan. Minimale afstanden: 2,5 m van de grond, 1 m zijwaarts van ramen en deuren. De buitentemperatuurvoeler dient weerbestendig, onbeschermd en niet boven ramen, deuren en luchtkokers aangebracht en niet direct aan zonlicht blootgesteld te worden. De buitentemperatuurvoeler dient op de klem X2/6(T (A)) en het Groundklemblok X26 van de WPF aangesloten te worden. Montage:Deksel verwijderen, onderste gedeelte met meegeleverde schroef bevestigen, leiding inbrengen en aansluiten, deksel plaatsen en hoorbaar inklikken. Aanlegvoeler AVF 6 (bestelnr.
: 165341)Deze voeler is nodig bij het gebruik van een tweede warmtebron of van een mengcircuit. Montageaanwijzing: buis goed schoonmaken, warmtegeleidingspasta aanbrengen. Voeler met spanband bevestigen. PTC Dompelvoeler TF 6A (bestelnr. : 165342)De dompelvoeler is nodig als er met de WPF water verwarmd moet worden. De voeler dient in de dompelbuis van de warmwaterboiler gestoken worden. Diameter: 6 mmLengte 1 mWeerstandswaarden PTC voelerDe in de WPF ingebouwde voelers (retour-, aanvoer- en brontemperatuurvoelers), de buitenvoeler AFS 2, de aanlegvoeler AVF 6 en de PTC-dompelvoeler TF 6A hebben allemaal dezelfde weerstandswaarden. Temperatuur in °C Wederstand in :– 20 1367– 10 14950 163010 177220 192225 200030 208040 224550 241760 259770 278580 298090 3182100 3392Afstandsbediening FEK (bestel nr: 22 01 93)Bij de WPF met WPAC is bij het koelen van grote oppervlaktes, bijv.
Met de afstandsbediening FEK kan de bedrijf-stoestand en de ingestelde ruimtetemperatuur voor verwarmingscircuit 1 of verwarmings-circuit 2 met ± 5 °C worden veranderd. De afstandsbediening dient op de klemmen H, L, I en + op aansluitklem X2 van de WPC. cool te worden aangesloten. De FEK heeft de volgende bedieningselementenz een draaischakelaar voor de instelling van de ruimtetemperatuur:z een toets met de standen Automatische functie Constante nachtverlaging Constante dagfunctieAfstandsbediening FE 7 (bestelnr. : 18 55 79) AansluittekeningFernb. 3Fernb. 112326_21_01_0008Met de afstandsbediening FE7 kan de inge-stelde ruimtetemperatuur voor verwarmings-circuit 1 of verwarmingscircuit 2 uitsluitend in de automatische modus met ± 5 °C worden veranderd. Bovendien kan de bedrijfstoestand worden gewijzigd. De aansluiting wordt ge-maakt via de klemmen: Fernb. 1 en Fernb.
= Afstandsbediening3/PE~400/503/N/PE~400/501/N/PE~230/50Bij het aansluiten van een brine-pomp moeten de WP en DHC op dezelfde aardlekschakelaar zijn aangesloten. Als er geen DHC is aangesloten, moet N (X3/4) van de voeding WP zijn aangesloten.*
308-^-30#22#,3/...ETZANSCHLUSS.0%6,22#.8./.37ËRMEPUMPE70!"Elektrische aansluiting WPF S (enkelfasig) met WPABOm de aanloopstroom van de WPF S te begrenzen, kan in de meterkast de WPAB geïnstalleerd worden.De bedrading is volgens afbeelding 11 uit te voeren.De WPAB begrenst de aanloopstroom tot een waarde zoals genoemd bij de technische infoAls de WPAB wordt aangesloten, moet de brug tussen R en RC worden verwijderd.Als de WPAB wordt gebruikt, moet voor L (klem X3) van de compressor en L (klem X4) van de sturing dezelfde fase worden gebruikt en beveiligd zijn met een aardlekschakelaar.26_03_01_0256Afb. 11Warmtepomp
332. 12 Eerste inbedrijfnameDe eerste inbedrijfname van het toestel en de instruering van de operator mogen alleen door een erkende installateur plaatsvinden. De WPC dient volgens deze gebruiks- en mon-tageaanwijzing in bedrijf te worden gesteld. Voor de inbedrijfname kan men onze service-dienst om kostenloze ondersteuning vragen. Vóór de inbedrijfname dienen de volgende punten gecontroleerd te worden:z VerwarmingsinstallatieIs de verwarmingsinstallatie op de juiste druk gevuld en de snelontluchter ge-opend. z WarmwaterinstallatieWarmwaterboiler vullen, ontluchten en grondig spoelen. Werking van veiligheidsventiel controle-ren. z TemperatuurvoelersZijn de buitenvoeler en de retourvoeler (in combinatie met bufferreservoir) op de juiste manier aangesloten en geplaatst. z NetaansluitingIs de netaansluiting vakkundig gereali-seerd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Stiebel Eltron AVF 6 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden