Staiger MTB Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Staiger MTB (33 pagina’s), behorend tot de categorie Fiets E-bike. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 62 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Staiger MTB of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag


Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Staiger
Categorie: Fiets E-bike
Model: MTB

Handleiding Staiger MTB – volledige tekst

1Informatie onlineWegwijzerIn deze wegwijzer krijgt u een overzicht van alle symbolen en tekens die in deze originele gebruiksaanwijzing worden gebruikt. Voor een grotere verstaanbaarheid wordt de originele gebruiksaanwijzing hierna gebruiksaanwijzing genoemd.1 Informatie onlineAanvullende informatie over instellingen en ook over de reiniging en het onderhoud vindt u in de downloadzone op www.winora-group.de/manuals. Hier kunt u een uitgebreide gebruiksaanwijzing over uw voertuig downloaden.Meer informatie over de respectieve merken vindt u op:Internetpagina Merk(en)www.winora.de Winorawww.haibike.com Haibikewww.staiger-fahrrad.de Staiger, Sinus2 WaarschuwingenDe volgende signaalsymbolen en -woorden worden in de gebruiksaanwijzing gebruikt om te waarschuwen voor lichamelijke en materiële schade.Waarschuwingen moeten de aandacht trekken naar de mogelijke gevaren.

Het niet nale-ven van een waarschuwing kan leiden tot verwondingen bij uzelf of andere personen en ook materiële schade veroorzaken. Gelieve alle waarschuwingen te lezen en na te leven.GEVAARDeze waarschuwing wijst op een gevaar met een hoog risico, die de meest ernstige verwondingen en zelfs de dood tot gevolg heeft wanneer het risico niet wordt vermeden.WAARSCHUWINGDeze waarschuwing wijst op een gevaar met een gematigd risico, die ernstige verwondingen tot gevolg heeft wanneer het risico niet wordt vermeden.

2Verklaring van de tekens WegwijzerVOORZICHTIGDeze waarschuwing wijst op een gevaar met een laag risico, die de geringe of gematigde verwondingen tot gevolg heeft wanneer het risico niet wordt vermeden.LET OPDeze waarschuwing wijst op mogelijke materiële schade.3 Verklaring van de tekensDe volgende symbolen kunnen in deze originele gebruiksaanwijzing, op componenten van het voertuig of op verpakkingen worden gebruikt.Symbool VerklaringDit symbool geeft u nuttige bijkomende informatie over de instellingen of het gebruik.Dit symbool betekent dat u de gebruiksaanwijzing moet lezen.Met dit symbool gemarkeerde producten vervullen alle toe te passen communautaire voorschriften van Europese Economische Ruimte.Dit symbool wijst op de goedkeuring door ouders voor kleine kinderen.Dit symbool geeft bij wijze van voorbeeld het maximaal toegestane totaal gewicht van het voertuig aan.

Het maximaal toegestane totaal gewicht van uw voertuig verneemt u op het etiket op uw voertuig.Dit symbool geeft bij wijze van voorbeeld de categorie van het voertuig aan. De voertuigcategorie verneemt u op het etiket van uw voertuig. Een uitvoerige beschrijving van de voertuigcatergorieën vindt u in de gebruiksaanwijzing voertuig in het hoofdstuk “Voertuigcategorieën”.

3AfbeeldingenWegwijzer4 AfbeeldingenDe afbeeldingen in de gebruiksaanwijzing zijn voorbeelden en kunnen afwijken van de werkelijke uitvoering van uw voertuig. Als u niet beschikt over de noodzakelijke vakken-nis over uw model van voertuig, kunt u zich richten tot uw handelaar. Voorbeeld voor een afbeelding:Afb.: Samenstelling van de afbeeldingen1 Afbeelding bij wijze van voorbeeld2 BijschriftAfb.: Correcte stuurpositie125 Verklaring van de begrippenDe volgende begrippen worden indien de gebruiksaanwijzing gebruikt:5.1 Pedelec/EPACTegen de norm in worden EPAC’s (= Electrically Power Assisted Cycle) in deze gebruiks-aanwijzing Pedelecs (=Pedal electric cycle) genoemd. Pedelecs zijn voertuigen met een elektrische hulpmotor die een ondersteuning tot maximaal 25 km/h levert als u op de pedalen trapt.

Een duwhulp kan het voertuig naargelang van de ingestelde versnelling tot 6 km/h doen versnellen.Pedelecs zijn voertuigen die in de meeste landen wettelijk als fietsen worden ingedeeld. Informeer u over de nationale en regionale voorschriften en de classificatie in uw land.

4Verklaring van de begrippen Wegwijzer5.2 S-Pedelec/S-EPACTegen de norm in worden S-EPAC’s (= Speed Electrically Power Assisted Cycle) in deze gebruiksaanwijzing S-Pedelecs (= Speed Pedal electric cycle) genoemd. Pedelecs zijn voertuigen met een elektrische hulpmotor die een ondersteuning tot maximaal 45km/h biedt als u op de pedalen trapt. Bovendien kan naargelang van het model ook een zuiver elektrische aandrijving tot maximaal 18km/h mogelijk zijn.S-Pedelecs worden in een aantal landen geclassificeerd als motorvoertuigen. Informeer u over de nationale en regionale voorschriften en de classificatie in uw land.5.3 KinderfietsenKinderfietsen zijn door pedalen aangedreven voertuigen voor kinderen van de voertuigcategorie 0 met wielafmetingen 12" en 16".5.4 KinderspeelfietsenKinderspeelfietsen zijn voertuigen van de categorie 0 zonder pedalen voor kinderen vanaf 3jaar.

De kinderspeelfietsen worden door het kind al meelopend aangedreven.5.5 Lock-OutDe Lock-Out-functie blokkeert de geveerde voorvork. Hierdoor kan het slingeren of het inveren van de voorvork worden verminderd, bijvoorbeeld wanneer de vering tijdens het fietsen met hoge pedaalkracht wordt ingedrukt.Afhankelijk van het voertuigmodel is ook de achtervering met een Lock-Out-functie uitgerust (zie gebruiksaanwijzing voertuig, hoofdstuk “Vering”).5.6 SAGDe SAG (Engels “verlagen”) is het inveren van de veerelementen door het lichaamsgewicht van de bestuurder. De SAG wordt afhankelijk van het model van de geveerde voorvork of de vering en afhankelijk van het gebruiksdoel op een waarde van 15% tot 40% van de totale veerweg ingesteld.

5Eenheden en afkortingenWegwijzer5.7 PedaalaandrijvingDe pedaalaandrijving is een samenstel bestaande uit een kettingwiel, pedaal en crank.1 Kettingwiel2 Pedaal3 CrankAfb.: Pedaalaandrijving op het voorbeeld van een derailleur met 3 kettingwielen5.8 WoordenlijstNa de handleiding van de kinderenspeelfiets vindt u een woordenlijst over de begrippen die worden gebruikt in deze gebruiksaanwijzing.6 Eenheden en afkortingenDe volgende eenheden en afkortingen vindt u in deze gebruiksaanwijzing of op de componenten van uw voertuig:Eenheid Betekenis Eenheid voor° Graden Hoekafmeting°C Graden Celsius Temperatuur°F Graden Fahrenheit Temperatuur (USA)1/s per seconde Omwentelingen" Inch Maateenheid (USA) 1 inch = 2,54 cmA Ampère Elektrische stroomsterkteAh Ampère uur Elektrische lading bar Bar Drukg Gram Massa (gewicht)h Uur TijdHz Hertz Frequentiekg Kilogram Massa (gewicht)km/h Kilometer per uur SnelheidkPa Kilopascal Drukmph Miles per hour Snelheid (USA)Nm Newtonmeter Draaimoment321

1GrondslagenVoertuig1 Grondslagen1. 1 Gebruiksaanwijzing lezen en bewarenDeze gebruiksaanwijzing hoort bij dit voertuig. De begrippen fietsen, racefietsen, Pedelecs, S-Pedelecs, kinderfietsen en kinderspeelfietsen worden in de gebruiksaanwijzing voertuig onder de overkoepelende term “voertuig” samengevat. De gebruiksaanwijzing bevat belangrijke informatie over de instellingen en het gebruik. Lees grondig en volledig de gebruiksaanwijzing, vooral de veiligheidsinstructies, alvorens het voertuig te gebruiken. Afhankelijk van het voertuigmodel en de voertuigcategorie dient u ook de aanvullende gebruiksaanwijzingen zorgvuldig en volledig door te nemen. De niet-naleving van deze gebruiksaanwijzing kan leiden tot ernstige verwondingen of schade aan het voertuig. Bewaar de gebruiksaanwijzing binnen handbereik.

Overhandigt u het voertuig aan derden, geef dan ook zeker deze gebruiks- aanwijzing mee. 1. 2 Regulier gebruikDe fabrikant of handelaar is niet aansprakelijk voor schade die is ontstaan door oneigenlijk gebruik. Gebruik het voertuig uitsluitend op de manier die in deze gebruiks-aanwijzing is beschreven. Elk ander gebruik geldt als oneigenlijk en kan leiden tot ongevallen, ernstige letsels of schade aan het voertuig. Het ombouwen van voertuigen tot een Pedelec of S-Pedelec is niet toegestaan. Het manipuleren van de aandrijfeenheid bij Pedelecs en S-Pedelecs is verboden. De garantie vervalt bij oneigenlijk gebruik van het voertuig (zie hoofdstuk “Garantie”). Het voertuig is bestemd voor het gebruik door één persoon, waarbij de zitpositie werd afgestemd op diens lengte (zie hoofdstuk “Grondslagen / Zitpositie”).

2Grondslagen VoertuigVoertuigen met een volledig geveerd frame moeten beschikken over de jongste generatie van achtervorkbouten met borgring (doorgaans in serie gemaakt vanaf het modeljaar 2017). Gelieve het hoofdstuk “Veiligheid / Instructies voor het meenemen van kinderen” te lezen voor meer informatie. Richt u voor het gebruik van fietskarren en kinderstoeltjes tot uw handelaar.Racefietsen en fitness-fietsen zijn uitsluitend bestemd voor het gebruik op straten en wegen met een glad oppervlak die geasfalteerd, gebetonneerd of verhard zijn. Elk gebruik op onverharde wegen kan ertoe leiden dat het voertuig stuk gaat.

De montage van een bagagedrager, een kinderstoeltje of een fietskar is niet toegestaan.De racefiets/fitness-fiets wordt gedefinieerd als een voertuig – met een racestuur (racefiets) of een plat stuur (flat bar bij een fitness-fiets) – met een wielbreedte van maximaal 32 mm – met een ongeveerd frame – dat een sportief gestrekte zitpositie vereistVoor het reguliere gebruik van het voertuig in het wegverkeer moet u de nationale en regionale voorschriften kennen, hebben begrepen en naleven (zie hoofdstuk “Veiligheid /Instructies voor het wegverkeer”).1.3 VoertuigcategorieënHet voertuig wordt aangeduid met een symbool voor de voertuigcategorie. Dit symbool bevindt zich doorgaans aan de onderste linker kant van de zadelbuis: xVergelijk de vermelde voertuigcategorie op uw voertuig met de voertuigcategorieën in de volgende tabel.

xLees alle hoofdstukken die beantwoorden aan de voertuigcategorie van uw voertuig.Symbool Voertuigcategorie GebruikVoertuigen van de categorie 0 zijn doorgaans kinderspeelfietsen 12" en kinderfietsen 12" en 16".Categorie 0:- voor kinderen vanaf 3 jaar- Gebruik slechts onder toezicht van een opvoedingsverantwoordelijke- deelname aan het wegverkeer is niet toegestaan- deelname aan wedstrijden is niet toegestaan- niet geschikt voor sprongen en acrobatische handelingen

3GrondslagenVoertuigSymbool Voertuigcategorie GebruikVoertuigen van de categorie 1 zijn doorgaans fietsen, Pedelecs en S-Pedelecs van het type racefiets of fitness bike (Urban Bike).Categorie 1:- uitsluitend voor geasfalteerde, gebetonneerde of verharde straten en wegen- permanent contact van de wielen met de grond moet worden gegarandeerd- de deelname aan wedstrijden is toegestaan- niet geschikt voor drops, sprongen en acrobatische handelingenVoertuigen van de categorie 2 zijn doorgaans fietsen, Pedelecs en S-Pedelecs van het type city-, trekking-, cross trekking- of bakfiets, bovendien jongerenfietsen 24" en kinderfietsen 20".Categorie 2:- omvat categorie 1 en ook verharde en natuurlijk vaste wegen met gematigde hellingen- van verhogingen van maximaal 15cm, bijv.

stoepranden, kan worden gereden- deelname aan wedstrijden is niet toegestaan- niet geschikt voor sprongen en acrobatische handelingenVoertuigen van de categorie 3 zijn doorgaans fietsen, Pedelecs en S-Pedelecs van het type mountain-bike met gebruiksdoel cross country, marathon en tour, en ook fietsen van de cyclo-cross en all track.Categorie 3:- Omvat categorieën 1 en 2 en ook ruwe trails met kleinere hindernissen en onverharde wegen die een goede rijtechniek vereisen- de deelname aan wedstrijden is toegestaan- drops en sprongen tot een hoogte van max. 60cm zijn toegestaan (een pas-sende rijtechniek wordt vooropgesteld)- niet geschikt voor acrobatische handelingen

120cm zijn toegestaan (een pas-sende rijtechniek wordt vooropgesteld)- niet geschikt voor acrobatische handelingenVoertuigen van de categorie 5 zijn doorgaans fietsen, Pedelecs en S-Pedelecs van het type mountain- bike met gebruiksdoel enduro/ freerode/downhill.Categorie 5:- omvat categorieën 1, 2, 3 en 4 en ook een zeer snel bereden en zeer moeilijk terrein met extreme hellingen- zeer hoge eisen aan de rijvaardigheid- de deelname aan wedstrijden is toegestaan- verre sprongen en drops zijn toegestaan (een passende rijtechniek wordt vooropgesteld)- niet geschikt voor acrobatische handelingen

5GrondslagenVoertuig1.4 Maximaal toegestane totaal gewichtGEVAARBreuk van componenten door overbelasting van het voertuig.Risico op ongevallen en verwondingen! xNeem het maximaal toegestane totale gewicht van het voertuig in acht.LET OPMateriaalschade door overbelasting van het voertuig.Beschadigingsgevaar! xNeem het maximaal toegestane totale gewicht van het voertuig in acht.Het voertuig heeft een maximaal toegestaan totaal gewicht dat niet mag worden overschreden. xNeem het maximaal toegestane totale gewicht van het voertuig in acht. xRicht u tot uw handelaar als u vragen heeft over het maximaal toegestane totaal gewicht.Dit symbool (bij wijze van voorbeeld) geeft het maximaal toegestane totaal gewicht van het voertuig aan. Het maximaal toegestane totaal gewicht van uw voertuig verneemt u op het etiket op uw voertuig.

6Grondslagen Voertuig1.5 ZitpositieVOORZICHTIGGespannen spieren en pijn aan de gewrichten door een verkeerd ingestelde zitpositie.Risico op verwondingen! xZorg ervoor dat de zitpositie correct wordt ingesteld door uw handelaar.VOORZICHTIGBeperkte bereikbaarheid van bedieningselementen aan het stuur door een verkeerd ingestelde zitpositie.Risico op ongevallen en verwondingen! xZorg ervoor dat de zitpositie correct wordt ingesteld door uw handelaar.De optimale zitpositie hangt af van de framegrootte en geometrie van het voertuig, de lengte van de bestuurder en ook de instellingen van het stuur en het zadel. Voor de instelling van de optimale zitpositie is vakkennis vereist.De optimale zitpositie kan ook afhangen van het gebruik van het voertuig, bijv.

wanneer het hoofdzakelijk sportief wordt gebruikt.De belangrijke eigenschappen van een optimale zitpositie zijn: – Als een pedaal boven staat, bedragen de hoek met de knie van het bovenste been en de hoek van de arm 90°. Het onderste been is lichtjes gebogen (zie “Afb.: Optimale zitpositie ( A)”). – Wanneer een pedaal vooraan staat, bevindt de knie zich boven de as van het voorste pedaal (zie “Afb.: Optimale zitpositie (B)”). – De armen zijn ontspannen en lichtjes naar buiten gebogen (niet te zien op de afbeelding). – De rug is lichtjes naar voren gebogen en staat niet loodrecht tot de zadelpen.

7GrondslagenVoertuig90°90°90°A BAfb.: Optimale zitpositie (bij wijze van voorbeeld) xLees de hoofdstukken “Basisinstellingen / Zadel” en “Basisinstellingen / Stuur en stuurpennen” over de instelling van de correcte zadel- of stuurhoogte.1.6 FramehoogteOm veilig en aangenaam te kunnen rijden, is het belangrijk een voertuig te kopen met de voor de bestuurder passende framehoogte en -lengte. De passende framehoogte hangt af van de staplengte van de bestuurder. Het is belangrijk rekening te houden met de staplengte zodat het mogelijk is veilig en snel te stoppen en af te stappen van het voertuig in gevaarlijke situaties. xVraag advies over de juiste framehoogte aan een specialist.1.7 Helm xDraag bij elke rit met uw voertuig een geschikte en passende helm. xVraag advies aan uw handelaar bij de aankoop van een helm. xLaat de helm passend voor u instellen door uw handelaar.

8Grondslagen Voertuig1.8 BagagedragerLET OPOverbelasting van de bagagedrager.Beschadigingsgevaar! xNeem de maximaal toegestane last op de bagagedrager in acht. xDe bagagedrager is slechts goedgekeurd voor het transport van bagage, het vervoer van personen is niet toegestaan.LET OPBeschadiging van voertuigcomponenten door een niet goedgekeurde montage van een bagagedrager.Beschadigingsgevaar! xMonteer een bagagedrager nooit op de zadelpen. xMonteer een bagagedrager nooit op een volledig geveerd frame.De bagagedrager is een systeem op het voertuig waarop de bagage kan worden vervoerd.Afhankelijk van het voertuigmodel kan het hierbij gaan om een bagagedrager met klembeugel, een bagagedrager zonder klembeugel met spanriemen of een low rider-bagagedrager voor fietstassen.Verder zijn veel modellen standaard met een systeembagagedrager uitgerust.

Voor deze systeembagagedragers zijn diverse accessoires voorhanden, zoals manden of tassen, die op het bagagevlak kunnen worden vastgeklikt. xVraag advies aan uw handelaar over passende accessoires.Wanneer uw voertuig uitgerust is met een bagagedrager: xVerricht geen veranderingen aan de bagagedrager. xWilt u de bagagedrager vervangen, vraag dan advies aan uw handelaar. xZorg ervoor dat de bagagedrager niet wordt overbelast. xNeem de maximaal toegestane last op de bagagedrager in acht. xDe maximaal toegestane last op de bagagedrager is doorgaans op het oppervlak van de bagagedrager genoteerd.

9GrondslagenVoertuig xWanneer de maximale toegestane last niet op het oppervlak van de bagage-drager is gemarkeerd, dient u advies te vragen aan uw handelaar. xZorg ervoor dat de bagagedrager gelijkmatig wordt belast. xGebruikt u fietstassen, zorg er dan voor dat het gewicht van de bagage gelijkmatig is verdeeld over de linker en rechter tas. xZorg ervoor dat de bagage voldoende is vastgemaakt zodat ze niet valt. xGebruik eventueel spanriemen om bagage vast te maken.Wanneer uw voertuig niet met een bagagedrager uitgerust is: xInformeer u bij uw handelaar of uw voertuig geschikt is voor de uitrusting met een bagagedrager als u een bagagedrager wilt installeren. xZorg ervoor dat de bagagedrager wordt gemonteerd door uw handelaar.1.8.1 Bagagedrager met klembeugel1. Grijp de klembeugel, trek hem voorzichtig naar boven en houd hem in deze positie. 2. Leg uw bagage op de bagagedrager.3.

10Grondslagen Voertuig1.8.3 Low rider-bagagedragers voor fietstassen1. Vul de fietstassen.2. Zorgt ervoor dat de fietstassen hetzelfde gewicht hebben.3. Sluit de fietstassen zodat geen losse linten en gespen afhangen.4. Hang de fietstassen met het ophang- systeem aan de bagagedrager. xZorg ervoor dat de tassen stevig op de low rider-bagagedrager zitten en dat ze zijn vastgemaakt zodat ze niet kunnen vallen.1.8.4 Systeembagagedrager xNeem de bijgeleverde informatie over de functies van uw systeembagagedrager in acht. xVraag eventueel advies aan uw handelaar over de functies en passende accessoires.1.9 StandaardvariantenDe standaard is een systeem om het voertuig na gebruik rechtop te parkeren. Modellen die zijn uitgerust met een standaard beschikken over een zijstandaard in het midden, tweebenige standaard of een achtervorkstandaard (zie “Afb.: Standaardvarianten”).

Wanneer uw voertuig niet is uitgerust met een standaard en u een standaard wil laten installeren: xVraag advies aan uw handelaar over het installeren van een standaard. xZorg ervoor dat de standaard wordt gemonteerd door uw handelaar. xHoud er rekening mee dat het aanbrengen van een standaard achteraf niet toegestaan is bij een carbon frame.Afb.: Low rider-bagagedrager (bij wijze van voorbeeld)231Afb.: Standaardvarianten (bij wijze van voorbeeld)1 Centrale tweebenige standaard2 Centrale zijstandaard3 Achtervorkstandaard

11GrondslagenVoertuig1.9.1 Zijstandaards en achtervorkstandaards1. Om de zijstandaard in het midden of de achtervorkstandaard naar beneden te klappen, houdt u het voertuig vast.2. Klap de zijstandaard of achtervorkstandaard met de voet naar beneden.3. Zet het voertuig neer op de zijstandaard of achtervorkstandaard.4. Zorg ervoor, vooraleer u het voertuig loslaat, dat het voertuig stevig op de zijstandaard of achtervorkstandaard staat en niet kan omvallen. xOm de zijstandaard of achtervorkstandaard opnieuw omhoog te klappen, ontlast u de zijstandaard of achtervorkstandaard en klapt u hem met de voet naar boven.1.9.2 Tweebenige standaard1. Om de tweebenige standaard in het midden naar beneden te klappen, houdt u het voertuig vast.2. Klap de tweebenige standaard met de voet naar beneden.3. Fixeer de tweebenige standaard met de voet.4.

Schuif het voertuig naar achteren zodat het voertuig op de tweebenige standaard staat.5. Zorg ervoor, vooraleer u het voertuig loslaat, dat het voertuig stevig op de tweebenige standaard staat en niet kan omvallen. xOm de tweebenige standaard omhoog te klappen, schuift u het voertuig naar voren. De tweebenige standaard klapt door de beweging omhoog. xZorg er voor de fietsrit voor dat de standaard volledig naar boven is geklapt en niet over de grond sleept.1.10 Aero-stuur bij racefietsenWAARSCHUWINGVerlengde remweg door een grotere afstand tot de remarmen.Risico op ongevallen! xLeer omgaan met het aero-stuur en hoe u de remarmen moet vastgrijpen. xRijd bijzonder vooruitziend als u het aero-stuur gebruikt.

12Grondslagen VoertuigOm bijvoorbeeld bij een triatlon of het tijdrijden op de racefiets een aero- dynamische positie te kunnen innemen, worden zogenaamde aero-sturen gebruikt.Aero-sturen mogen uitsluitend bij voertuigen van de categorie 1 en bij racefietsen zonder ondersteuning van een motor worden geïnstalleerd.De versnellingshendels van de aero-sturen liggen vaak op het einde van het stuur (zie hoofdstuk “Derailleur / Bediening / Versnellingshendel bij een racefiets bedienen”). De remarmen liggen op het uiteinde van het basisstuur. Wanneer de racefiets in een aerodynamische positie wordt bestuurd, liggen de remarmen buiten het directe handbereik van de bestuurder. xLeer het rijgedrag van een aero-stuur kennen en oefen het grijpen van de remarmen op een terrein weg van het wegverkeer.

xSluit bij het oefenen van de hantering van het stuur andere gevarenbronnen uit, zoals een ongeoefende omgang met de klikpedalen. Beperk u in eerste instantie tot het oefenen met het stuur. xPas uw rijstijl aan de gewijzigde rij-eigenschappen aan.12Afb.: Afstand tussen versnellingshendels en remarmen bij het aero-stuur (bij wijze van voorbeeld)1 Versnellingshendel2 Remarm

13Voor de fietsritVoertuig2 Voor de fietsritDit hoofdstuk bevat informatie om het voertuig in gebruik te kunnen nemen.2.1 Voor elke ritWAARSCHUWINGMateriaalbreuk door slijtage door het gebruik en losse schroef-verbindingen.Risico op ongevallen en verwondingen! xKijk het voertuig voor elke rit na volgens de testinstructie. xGebruik het voertuig uitsluitend als het niet is beschadigd. xGebruik het voertuig alleen als u geen buitensporige slijtage en geen losse schroef- en stekkerverbindingen vaststelt.

xKijk het voertuig voor elke rit na volgens de testinstructie.TestinstructieSchroef- en stek-kerverbindingenVisuele inspectie van de schroef- en stekkerverbindingenRemmen Functiecontrole van de remmenVersnelling Functiecontrole van de versnellingWielen Visuele inspectie van het correcte houvast en een correcte positioneringVisuele inspectie van de steekassen, snelspanners en/of schroevenBand Visuele inspectie van de banden op barsten of vreemde voorwerpenBandenspanning controleren en instellenFrame Visuele inspectie van het frame op barsten, vervormingen of kleurveranderingVering Functiecontrole door het in- en uitverenVelgen en spaken Visuele inspectie van de velgen en spakenSnelspanners Voorspanning controlerenVisuele inspectie van het correcte houvast van de snelspannersZadel/zadelpen Visuele inspectie van het zadel/de zadelpenStuur/stuurpen Stuur en stuurpen controleren op stevig houvastVisuele inspectie van het stuur en de stuurpen op barsten, vervormingen of kleurverandering

14Voor de fietsrit VoertuigTestinstructieVerlichting Functiecontrole van de verlichtingBel Functiecontrole van de bel1. Controleer bij het remmen met snelspan hevel of bij beide remmen de hendel van de snelspan hevel is geopend (zie “Afb.: Positie snelspan hevel”).2. Controleer of de remmen werken. xGebruik de remarm en eventueel de terugtraprem en let op ongewone geluiden. xGa na of het voertuig bij een aangetrokken rem niet of slechts moeizaam kan worden verschoven. xGa na of de remblokken bij een losgelaten remarm slepen. xGa na of de remarmen het stuur raken wanneer de remarm wordt gebruikt. Laat eventueel de remmen opnieuw instellen door uw handelaar of laat versleten componenten vervangen.3. Controleer of de versnelling werkt. xGa na of alle versnellingen correct worden geschakeld en of er daarbij ongewone geluiden optreden.4. Veer de geveerde voorvork in en uit.

xAls u ongewone geluiden hoort of de geveerde voorvork zonder weerstand meegeeft, dient u de geveerde voorvork door uw handelaar te laten controleren.5. Ga na (indien aanwezig), of de snelspanassen en steekassen juist gesloten en ingesteld zijn (zie hoofdstuk “Wielen en banden / Voor-/Achterwiel monteren en demonteren”).6. Ga na of het stuur in een rechte hoek naar het voorwiel is gericht. xWanneer het stuur niet in een rechte hoek tot het voorwiel staat, dient u het in te stellen (zie hoofdstuk “Basisinstellingen / Stuur en stuurpennen / Stuur positioneren”).7. Ga na of de bel en de verlichting werken. xGa na of u een duidelijk geluid hoort als u de bel gebruikt. xSchakel de verlichting in en ga na of de voor- en achterlamp branden (zie hoofdstuk “Basisinstellingen / Verlichting”). Bij voertuigen met dynamo draait Afb.: Positie snelspan hevel (bij wijze van voorbeeld)1 Snelspan hevel11

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Staiger MTB stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden