Solo 6442 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Solo 6442 (548 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 44 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Solo 6442 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/548
2500096 BA Benzin-Kettensäge 6436/6442
Deckblatt Benzin-Kettensäge 6436/6442
BETRIEBSANLEITUNG
BENZIN-KETTENSÄGEN
6436
6442
2500096_b
05 | 2018
DE
GB
NL
FR
ES
IT
SI
HR
PL
CZ
SK
HU
DK
SE
NO
FI
LT
LV
RU
UA
TR

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Solo
Categorie: Zaagmachine
Model: 6442

Handleiding Solo 6442 – volledige tekst

2500096_b 59Vertaling van de originele gebruikershandleidingVERTALING VAN DE ORIGINELE GEBRUIKERSHANDLEIDINGInhoudsopgave1 Over deze gebruikershandleiding. 601. 1 Symbolen op de titelpagina. 601. 2 Verklaring van pictogrammen en sig-naalwoorden. 602 Productomschrijving. 602. 1 Beoogd gebruik. 602. 2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik. 612. 3 Overige risico's. 612. 4 Veiligheids- en beveiligingsvoorzie-ningen. 612. 5 Symbolen op het apparaat. 612. 6 Inhoud van de levering. 622. 7 Productoverzicht (01). 633 Veiligheidsinstructies. 633. 1 Veiligheidsinstructies voor kettingza-gen. 633. 2 Oorzaken en vermijding van een te-rugslag. 643. 3 Veiligheidsaanwijzingen voor dewerkzaamheden. 643. 3. 1 Gebruiker. 653. 3. 2 Werktijden. 653. 3. 3 Werken met de kettingzaag. 653. 3. 4 Belasting door trillingen. 663. 3. 5 Geluidsbelasting. 663. 3. 6 Omgang met benzine en olie. 673. 3.

NL60 6436 | 6442Over deze gebruikershandleiding1 OVER DEZEGEBRUIKERSHANDLEIDING■De Duitse versie is de originele gebruiksaan-wijzing. Alle andere taalversies zijn vertalin-gen van de originele gebruiksaanwijzing. ■Bewaar deze gebruiksaanwijzing goed zodatu erin het antwoord op uw vragen kunt terug-vinden wanneer u informatie over het appa-raat nodig heeft. ■Draag het apparaat alleen samen met dezegebruiksaanwijzing aan andere personenover. ■Lees en neem de veiligheids- en waarschu-wingsinstructies in deze gebruiksaanwijzingin acht. 1. 1 Symbolen op de titelpaginaSymbool BetekenisLees voor de ingebruikname dezegebruiksaanwijzing absoluut zorg-vuldig door. Dit is de voorwaardevoor veilig werken en een storings-vrij gebruik. GebruiksaanwijzingGebruik het benzineapparaat niet inde buurt van open vlammen of hitte-bronnen. 1. 2 Verklaring van pictogrammen ensignaalwoordenGEVAAR.

Wijst op een direct gevaarlijke situatie,die, wanneer ze niet vermeden wordt, totde dood of tot een ernstig letsel leidt. WAARSCHUWING. Wijst op een potentieel gevaarlijke situa-tie, die, wanneer ze niet vermedenwordt, tot de dood of tot een zwaar letselkan leiden. VOORZICHTIG. Wijst op een potentieel gevaarlijke situa-tie, die, wanneer ze niet vermedenwordt, tot een licht of middelzwaar letselkan leiden. LET OP. Wijst op een situatie, die, wanneer zeniet vermeden wordt, tot materiële scha-de kan leiden. OPMERKINGSpeciale aanwijzingen voor meer duide-lijkheid en een beter gebruik. 2 PRODUCTOMSCHRIJVINGDeze gebruiksaanwijzing beschrijft een handge-dragen kettingzaag, die wordt aangedreven meteen bezinemotor. 2. 1 Beoogd gebruikDe kettingzaag is uitsluitend bedoeld voor ge-bruik in tuinen.

In een dergelijke omgeving kande kettingzaag worden gebruikt voor houtzaag-werk, zoals:■Zagen van boomstammen■Zagen van kanthout■Zagen van takken afhankelijk van de snij-lengteDe kettingzaag mag enkel worden gebruikt voorhet buiten zagen van hout.

Tijdens het gebruikzijn voldoende persoonlijke beschermingsmidde-len vereist. Alle andere toepassingen zoals pro-fessionele boomverzorging van de binnenkantvan een boom, worden uitdrukkelijk uitgesloten. Voor schade door bedieningsfouten is de gebrui-ker aansprakelijk. Enkel de zaagkettingen enzwaardcombinaties die in de gebruikershandlei-ding voor dit gereedschap worden vermeld, mo-gen worden gebruikt. Elke andere toepassingdan hier beschreven, wordt beschouwd als nietovereenkomstig het gebruiksdoel. De kettingzaag mag niet commercieel wordengebruikt. VOORZICHTIG. Letselgevaar door ondoelmatig ge-bruik. Wanneer de kettingzaag wordt gebruiktvoor het zagen van hout waarin vreemdevoorwerpen zijn verwerkt, of andere voor-werpen, kan dit tot persoonlijk letsel leiden. ■Gebruik de kettingzaag uitsluitendvoor licht houtzaagwerk.

2500096_b 61Productomschrijving2. 2 Mogelijk afzienbaar foutief gebruik■Snoei nooit takken, die zich recht boven ofonder een scherpe hoek ten opzichte van degebruiker of overige personen bevinden. ■Gebruik geen afgewerkte olie. ■Gebruik het apparaat niet in omgevingen meteen potentieel explosiegevaar. 2. 3 Overige risico'sOok bij reglementair gebruik van het gereed-schap kan sprake zijn van een restrisico dat nietkan worden uitgesloten. Door het type en de con-structie van het apparaat kunnen volgende geva-ren niet worden uitgesloten. ■Contact met de vrij toegankelijke tanden vande ketting (gevaar voor snijletsel). ■Toegang tot de draaiende ketting (gevaarvoor snijletsel). ■Plotselinge en onverwachte beweging vanhet zwaard (gevaar voor snijletsel). ■Loskomen van delen van de ketting (gevaarvoor (snij)letsel). ■Loskomen van delen van het bewerkte hout.

■Loskomen van deeltjes van het bewerktehout. ■Emissies van de benzinemotor. ■Aanraking van de huid met brandstof (benzi-ne/olie). ■Gehoorschade tijdens het werk wanneergeen gehoorbescherming wordt gedragen. 2. 4 Veiligheids- enbeveiligingsvoorzieningenWAARSCHUWING. Gevaar voor zwaar letsel door gema-nipuleerde veiligheids- en beveili-gingsvoorzieningenWanneer veiligheids- en beveiligings-voorzieningen zijn gemanipuleerd, kantijdens werkzaamheden met de ketting-zaag zwaar letsel worden toegebracht. ■Stel de beschermings- en beveili-gingsvoorzieningen nooit buiten wer-king. ■Werk uitsluitend met de kettingzaag,wanneer alle veiligheids- en beveili-gingsvoorzieningen correct functio-neren. Beschermkap van het zaagbladVoor transport moet de beschermkap over hetzaagblad en de zaagketting worden geschoven,om persoonlijk letsel en beschadiging van voor-werpen te voorkomen.

Veiligheids-blokkeertoetsDe gashendel kan pas ingedrukt worden als deveiligheids-blokkeertoets is ingedrukt. 2. 5 Symbolen op het apparaatSymbool BetekenisVereist extra voorzichtigheid tijdensgebruik. Terugslagrisico. Houd de kettingzaag tijdens het za-gen nooit met slechts één handvast. Draag een veiligheidshelm, gehoor-bescherming en oogbescherming. Draag beschermende handschoe-nen. Draag stevige schoenen. Lees vóór ingebruikname de ge-bruiksaanwijzing. Houd de kettingzaag tijdens het za-gen altijd met beide handen vast.

Neemdeze instructies altijd in acht.Symbool BetekenisAansluiting om brandstofmengselbij te vullenPositie: bij de tankdopAansluiting om kettingolie bij te vul-lenPositie: bij de olietankdopDe motorschakelaar bedienen; deschakelaar op "O" zetten, de motorschakelt onmiddellijk uit.Positie: links van de achterstehandgreepDe luchtklepknop bedienen Trekt ude knop naar buiten, sluit de lucht-klep, duwt u de knop naar binnen,opent de luchtklep.Positie: LuchtfilterdekselDe oliepomp instellen Draai destang met een schroevendraaier inde richting van de pijl tot stand MAXvoor een sterkere oliestroom resp.tot stand MIN voor een zwakkereoliestroom van de kettingolie.Positie: Onderkant van de aandrij-feenheidDe schroef onder de markering "H"dient om het mengsel bij een hogertoerental in te stellen.Positie: linksboven bij de achterstehandgreepSymbool BetekenisDe schroef onder de markering "L"dient om het mengsel bij een lagertoerental in te stellen.Positie: linksboven bij de achterstehandgreepDe schroef boven de markering "T"dient om het stationair toerental inte stellen.Positie: linksboven bij de achterstehandgreepToont in welke richting de ketting-rem wordt losgelaten (witte pijl) ofingedrukt (zwarte pijl).Positie: voorkant van de geleiderailToont in welke richting de kettinggemonteerd is.Positie: voorkant van de geleiderailGegarandeerd geluidsniveau: 113dB(A)2.6 Inhoud van de leveringControleer na het uitpakken of alle onderdelenzijn geleverd.12346785Nr.

2500096_b 63Veiligheidsinstructies2. 7 Productoverzicht (01)Nr. Component1 Zaagblad2 Zaagketting3 Voorste handbescherming4 Voorste handbeugel5 Luchtfilterdeksel6 Borgklemmen voor luchtfilterdeksel7 Gashendel8 Veiligheids-blokkeertoets9 Achterste handbeugel10 Wiptoets voor het uitschakelen van demotor, springt vanzelf terug11 Brandstoftank12 Choke-draaiknop (voor koude start)13 Handgreep startinrichting14 Oliereservoir15 Beschermkap voor geleiderail16 Boomklauw17 Bevestigingsmoeren voor geleiderail18 Stelbout voor kettingspanner19 Railbevestiging20 Primer-Ball21 Gebruiksaanwijzing3 VEILIGHEIDSINSTRUCTIES■Controleer het apparaat dagelijks voor iedergebruik en na ieder vallen of gebeurtenissenals bijv. het inwerken van geweld door slagenof stoten op schade en bedrijfsveilige hoeda-nigheid.

■Controleer de dichtheid van het brandstofsys-teem en de functionaliteit van de veiligheids-voorzieningen. Gebruik een geen geval ap-paraten die niet meer bedrijfsveilig zijn. Neem bij twijfels contact op met uw dealer. ■Draag bij de werkzaamheden met het appa-raat een gehoorbescherming, met name bijeen dagelijkse werktijd van meer dan 2,5 uur. Door de werking van het apparaat ontstaat ersterke geluidsvorming die gehoorschade bijde bediener kan veroorzaken. ■Draag beschermende handschoenen tegentrillingen en maak regelmatig een pauze alspreventieve maatregel tegen het fenomeenvan Raynaud ("dode vingers"). Een langeregebruiksduur van het apparaat kan tot doorde trillingen veroorzaakte doorbloedings-stoornissen van de handen leiden. Eennauwkeurige gebruiksduur kan niet wordenvastgelegd. Die is afhankelijk van verschillen-de factoren.

■Gebruik de motor nooit in gesloten ruimtesen schakel hem uit als u tijdens het gebruikvan het apparaat misselijk, duizelig of onwelwordt. Raadpleeg onmiddellijk een arts. Hetapparaat veroorzaakt vergiftige gassen alsde motor draait. Deze gassen kunnen geur-loos en onzichtbaar zijn. ■Gebruik het apparaat niet in de buurt vanopen vlammen of hittebronnen. De dampenvan benzine en olie zijn zeer makkelijk ont-vlambaar. ■Draag een stofmasker als tijdens de werk-zaamheden met het apparaat zaagsel, dampof rook ontstaat. Die kunnen schadelijk zijnvoor de gezondheid. 3. 1 Veiligheidsinstructies voor kettingzagen■Houd bij lopende zaag alle lichaamsdelenuit de buurt van de zaagketting. Contro-leer voor het starten van de zaag of dezaagketting niets aanraakt.

Bij werkzaam-heden met een kettingzaag kan een momentvan onoplettendheid ertoe leiden dat kledingof lichaamsdelen door de zaagketting gegre-pen worden. ■Houd de kettingzaag altijd met uw rechter-hand aan de achterste greep en uw linker-hand aan de voorste greep vast. De ket-tingzaag in omgekeerde werkhouding vast-houden, verhoogt het risico op letsels en magniet toegepast worden. ■Draag veiligheidsbril en gehoorbescher-ming. Overige bescherming voor hoofd,handen, benen en voeten wordt aanbevo-len. Geschikte werkkleding vermindert hetletselgevaar door rondvliegende spaandersen toevallig aanraken van de zaagketting.

NL64 6436 | 6442Veiligheidsinstructies■Werk nooit vanuit een boom met de ket-tingzaag. Wanneer u vanuit een boom werkt,bestaat gevaar voor persoonlijk letsel. ■Let altijd op een stabiele positie en ge-bruik de kettingzaag alleen wanneer u opeen stevige, veilige en vlakke ondergrondstaat. Gladde ondergrond of onstabiele standzoals op een ladder, kunnen leiden tot even-wichtsverlies of tot controleverlies over dekettingzaag. ■Houd er bij het knippen van een tak dieonder spanning staat rekening mee datdeze terugveert. Wanneer de spanning in dehouten vezels vrijkomt, kan de tak onderspanning de bedienende persoon raken en/ofde kettingzaag aan de controle onttrekken. ■Wees bijzonder voorzichtig bij het knip-pen van onderbegroeiing en jonge bomen. Het dunne materiaal kan verstrikt geraken inde zaagketting en tegen u slagen of u uitevenwicht brengen.

■Draag de kettingzaag bij de voorste greepin uitgeschakelde toestand, de zaagket-ting van uw lichaam afgewend. Bij hettransport of het opbergen van de ketting-zaag moet de beschermkap altijd gebruiktworden. Zorgvuldige omgang met de ketting-zaag vermindert de waarschijnlijkheid vaneen toevallige aanraking met de lopendezaagketting. ■Volg de aanwijzingen voor de smering, dekettingspanning en het vervangen vantoebehoren. Een foutief gespannen of ge-smeerde ketting kan scheuren of het terug-slagrisico verhogen. ■Zorg dat de grepen droog, schoon en vrijvan olie of vet blijven. Vette, olieachtigegrepen zijn glibberig en leiden tot controle-verlies. ■Zaag alleen hout. Gebruik de kettingzaagniet voor werkzaamheden waarvoor dezeniet bedoeld is. Voorbeeld: gebruik de ket-tingzaag niet om plastic, metselwerk ofbouwmaterialen die niet van hout zijn, tezagen.

2 Oorzaken en vermijding van eenterugslagTerugslag kan optreden wanneer het uiteindevan het zaagblad een voorwerp raakt of wanneerhet hout buigt en de zaagketting in de snedevastklemt. Een aanraking met het zaagbladuiteinde kan inveel gevallen tot een onverwachte, achterwaartsereactie leiden, waarbij het zaagblad naar bovenen in de richting van de bedienaar wordt gesla-gen. Wanneer de zaagketting aan de bovenkant vanhet zaagblad klem raakt, kan het blad hierdoorheftig in de richting van de bedienaar terugslaan. Elke van deze reacties kan ertoe leiden dat u decontrole over de zaag verliest en mogelijkerwijzezware letsels oploopt. Vertrouw niet uitsluitend opde beveiligingen die in de kettingzaag zijn inge-bouwd. Als gebruiker van een kettingzaag dient uverschillende maatregelen te treffen om ongeval-en letselvrij te kunnen werken.

Een terugslag is het gevolg van een verkeerd offoutief gebruik van het gereedschap. Die kan ver-meden worden door geschikte voorzorgsmaatre-gelen, zoals hierna beschreven:■Houd de zaag met beide handen vast,waarbij duimen en vingers de grepen vande kettingzaag omsluiten. Breng uw li-chaam en de armen in een positie waarinu stand kunt houden tegen de terugslag-krachten. Mits hij/zij geschikte maatregelentreft, kan de bedienaar de optredende terug-slagkrachten beheersen. Laat de kettingzaagnooit los. ■Vermijd een abnormale lichaamshoudingen zaag niet boven schouderhoogte. Daar-door wordt een onbedoelde aanraking methet zaagbladuiteinde vermeden en een bete-re controle van de kettingzaag in onverwach-te situaties mogelijk gemaakt. ■Gebruik altijd vervangbladen en zaagket-tingen die de fabrikant voorschrijft.

Foutie-ve vervangbladen kunnen de ketting doenscheuren en/of een terugslag veroorzaken. ■Respecteer de aanwijzingen van de fabri-kant voor het slijpen en het onderhoudvan de zaagketting. Te lage dieptebegren-zers verhogen de neiging tot een terugslag. 3.

2500096_b 65Veiligheidsinstructies■Houd de werkomgeving vrij van rondslinge-rende voorwerpen (bijv. zaagafval) – struikel-gevaar. ■De gebruiker is verantwoordelijk voor eventu-eel letsel bij derden en voor materiële scha-de. 3. 3. 1 Gebruiker■Personen van jonger dan 16 jaar en perso-nen die de gebruikershandleiding niet heb-ben gelezen, mogen het apparaat niet ge-bruiken. ■Wanneer u voor het eerst met een ketting-zaag werkt: Laat u door de verkoper of eenandere deskundige de omgang met de ket-tingzaag uitleggen, of volg een cursus. ■Iedereen die met de kettingzaag werkt, moetuitgerust en gezond zijn en in een goedeconditie verkeren. Wie zich uit gezondheids-overwegingen niet overmatig mag inspannen,moet een arts raadplegen, of het voor haar/hem mogelijk is met een kettingzaag te wer-ken. ■Wij adviseren u om maatregelen te treffenwaarmee u zich tegen de belasting doorvibratie beschermt.

Afhankelijk van de ge-bruikssituatie kunnen de daadwerkelijke tril-lingswaarden van de in de technische gege-vens vermelde waarden afwijken. Neem hier-bij het complete werkproces in acht, dus ookde tijdstippen waarop het apparaat zonderbelasting werkt of is uitgeschakeld. Tot ge-schikte maatregelen behoren onder meereen regelmatig onderhoud van het apparaaten de opzetstukken, het warmhouden van uwhanden, regelmatige pauzes en een goedeplanning van het werkproces. ■Maximale gebruiksduur en werkpauzesvaststellen naargelang de trillingswaarde. 3. 3. 2 WerktijdenNeem de voor uw land geldende richtlijnen inacht, die van kracht zijn voor de duur van hetwerken met kettingzagen. Voor de werktijdenvoor werkzaamheden met kettingzagen kunnenop nationaal en lokaal niveau beperkingen gel-den. 3. 3. 3 Werken met de kettingzaagWAARSCHUWING. Gevaar voor zwaar letsel.

Door het gebruik van een kettingzaagwaarvan niet alle onderdelen zijn ge-monteerd, kan zwaar letsel worden ver-oorzaakt. ■Gebruik de kettingzaag uitsluitend,wanneer alle onderdelen zijn ge-monteerd.

■Voer voor elk gebruik een visuelecontrole uit, om te controleren of dekettingzaag compleet is, geen be-schadigingen heeft of versleten on-derdelen bevat. De veiligheids- enbeschermingsvoorzieningen moetenintact zijn. ■Nooit alleen werken. ■Houd altijd een EHBO-doos in de buurt vooreventuele ongevallen. ■Aanraking vermijden met eventuele metalenvoorwerpen aanwezig in de grond of verbon-den aan een elektrische leiding. ■De persoonlijke beschermingsmiddelen be-staan uit:■een veiligheidshelm■gehoorbescherming (bijv. oorschelpen),met name bij een dagelijkse arbeidsduurvan meer dan 2,5 uur■veiligheidsbril of gezichtsbeschermingvan veiligheidshelm■veiligheidsbroek met ingelegde snijbevei-liging■stevige werkhandschoenen■veiligheidsschoenen met slipvaste zolen,stalen neuzen en snijbescherming■De kettingzaag niet boven schouderhoogtegebruiken, veilig hanteren is zo niet meermogelijk.

■Schakel bij het veranderen van werklocatiede motor uit en plaats de kettingbeschermer. ■Als het apparaat niet wordt gebruikt, de ben-zinemotor uitschakelen en de kettingbescher-ming opsteken. ■De kettingzaag alleen neerleggen nadat dezeis uitgeschakeld. ■De kettingzaag niet gebruiken om hout teverplaatsen of op te tillen.

NL66 6436 | 6442Veiligheidsinstructies■Als een boomstam dikker is dan de lengtevan het zaagblad, moet deze door een vak-man worden omgezaagd. ■Plaats de zaagketting alleen voor een zaags-nede wanneer de ketting draait. Schakel dekettingzaag nooit in met stilstaande, al op hethout geplaatste zaagketting. ■Voorkomen dat kettingzaagolie in de bodemterechtkomt. ■Niet zagen tijdens regen, sneeuw of eenstorm. ■Stel de veiligheids- en beveiligingsvoorzienin-gen nooit buiten werking. 3. 3. 4 Belasting door trillingenWAARSCHUWING. Gevaar als gevolg van trillingenDe werkelijke trillingsemissiewaarde tij-dens het gebruik van het apparaat kanafwijken van de door de fabrikant opge-geven waarde. Let voor of tijdens hetgebruik op de volgende factoren die vaninvloed zijn:■Wordt het apparaat gebruikt voor hetbeoogde gebruik. ■Wordt het materiaal op de juiste wij-ze gesneden of verwerkt.

■Bevindt het apparaat zich in eengoede staat van gebruik. ■Is het snijblad goed scherp en is hetjuiste snijblad ingebouwd. ■Zijn de handgrepen en, indien nodig,optionele trillingsdempende hand-grepen gemonteerd en zijn dezevast verbonden met het apparaat. ■Gebruik het apparaat alleen met het toerentalvan de verbrandingsmotor dat nodig is voorde uit te voeren werkzaamheden. Gebruikhet maximale toerental zo min mogelijk omgeluid en trillingen te beperken. ■Als gevolg van verkeerd gebruik en onder-houd kunnen de trillingen en het lawaai vanhet apparaat toenemen. Dit leidt tot schadeaan de gezondheid. Schakel in dit geval hetapparaat onmiddellijk uit en laat het repare-ren door een geautoriseerde servicewerk-plaats. ■De mate van belasting als gevolg van trillin-gen is afhankelijk van de uit te voeren werk-zaamheden of van de toepassing van het ap-paraat.

■Door een langer gebruik van het apparaatwordt de bediener blootgesteld aan trillingen,waardoor problemen kunnen ontstaan met debloedsomloop (‘dode vingers’). Om dit risicote verminderen, handschoenen dragen en dehanden warmhouden. Wanneer een symp-toom van ‘dode vingers’ wordt waargenomen,onmiddellijk medische hulp inroepen. Tot de-ze symptomen behoren: Gevoelloosheid, ver-lies van gevoeligheid, tintelingen, jeuk, pijn,vermindering van de kracht, verandering vankleur of van de conditie van de huid. Meestalworden deze symptomen waargenomen aanvingers, handen of polsen. Bij lage tempera-turen (ca. beneden 10°C) neemt het gevaartoe. ■Las langere pauzes in tijdens uw werkdag,zodat u kunt herstellen van het geluid en vande trillingen. Plan uw werk zodanig dat hetgebruik van apparaten die sterke trillingenveroorzaken, wordt verspreid over meerderedagen.

■Wanneer u een onaangenaam gevoel of eenverkleuring van de huid tijdens het gebruikvan het apparaat waarneemt aan uw handen,onderbreekt u het werk onmiddellijk. Las vol-doende pauzes in. Zonder voldoende pauzeskan een trillingensyndroom ontstaan aanhanden en armen. ■Minimaliseer het risico door uzelf zo min mo-gelijk bloot te stellen aan trillingen. Verzorghet apparaat volgens de aanwijzingen in degebruiksaanwijzing. ■Als het apparaat vaak wordt gebruikt, neemtu contact op met uw dealer om trillingsdem-pende accessoires (bijv. handgrepen) aan teschaffen. ■Leg in een werkschema vast hoe de belas-ting door trillingen kan worden begrensd. 3. 3. 5 GeluidsbelastingEen zekere geluidsbelasting door dit apparaat isonvermijdelijk. Plan luidruchtige werkzaamhedengedurende acceptabele en daarvoor geschikte tij-den. Respecteer rusttijden en beperk de duur vanhet werk tot het minimum.

2500096_b 67Montage3. 3. 6 Omgang met benzine en olieGEVAAR. Explosie- en brandgevaarBij het ontsnappen van een benzine-luchtmengsel ontstaat potentieel explo-sieve atmosfeer. Door een ondeskundi-ge omgang met brandstoffen kunnen de-ze ontsteken, exploderen en ontbran-den, wat tot zwaar letsel en zelfs sterf-gevallen kan leiden. ■Rook nooit, terwijl u met benzinewerkt. ■Werk uitsluitend in de buitenluchtmet benzine en nooit in afgeslotenruimten. ■Neem beslist altijd de volgende ge-dragsregels in acht. ■Transporteer en bewaar benzine en olie uit-sluitend op in goedgekeurde voorraadvaten. Zorg ervoor dat de opgeslagen benzine enolie niet toegankelijk zijn voor kinderen. ■Zorg ervoor, om bodemvervuiling (milieube-scherming) te vermijden, dat bij het tankengeen benzine en geen olie in de aarde te-rechtkomt. Gebruik bij het tanken een trech-ter.

■Tank het apparaat nooit af in gesloten ruim-ten. Op de vloer kunnen zich benzinedampenverzamelen waardoor het tot een explosieveverbranding of zelfs explosie kan komen. ■Veeg gemorste benzine altijd onmiddellijk opvan het apparaat of de vloer. Laat de doekenwaarmee u benzine afgeveegd heeft, op eengoed geventileerde plaats drogen voordat udeze weggooit. Anders kan spontane zelfont-branding optreden. ■Bij het morsen van benzine ontstaan benzin-edampen. Start het apparaat daarom nooitop dezelfde plaats, maar altijd op een plaatsdie minimaal 3 m daarvan is verwijderd. ■Vermijd huidcontact met producten van mine-rale oliën. Adem geen benzinedampen in. Draag altijd veiligheidshandschoenen ombrandstof bij te vullen. Vervang en reinig debeschermende kleding regelmatig. ■Let erop dat uw kleding niet in contact komtmet benzine.

Vervang uw kleding onmiddel-lijk wanneer benzine op uw kleding terecht-gekomen is. ■Tank het apparaat nooit af, bij draaiende ofhete motor. 3. 3. 7 Veiligheid van personen, dieren eneigendommen■Gebruik het apparaat alleen voor werkzaam-heden waarvoor het is bedoeld.

Niet-regle-mentair gebruik kan letsel en materiële scha-de veroorzaken. ■Schakel het apparaat alleen in als er geenpersonen of dieren in het werkgebied aanwe-zig zijn. ■Houd een veiligheidsafstand aan tot perso-nen en dieren of schakel het apparaat uit alspersonen of dieren naderen. ■Houd de stroom van uitlaatgassen nooit ge-richt op personen of dieren, of op brandbareproducten en voorwerpen. ■Grijp niet in het aanzuig- en luchtfilter als demotor draait. De draaiende onderdelen kun-nen letsel veroorzaken. ■Schakel het apparaat altijd uit wanneer u hetniet nodig heeft, bijv. bij het verplaatsen naareen ander werkgebied, bij onderhoudswerk-zaamheden, bij het tanken van het benzine-oliemengsel. ■Schakel het apparaat bij een ongeval onmid-dellijk uit om verder letsel en materiële scha-de te voorkomen. ■Gebruik het apparaat nooit met versleten ofdefecte onderdelen.

Versleten of defecte on-derdelen kunnen ernstig letsel veroorzaken. ■Bewaar het apparaat buiten het bereik vankinderen. 4 MONTAGEGEVAAR. Levensgevaar en gevaar voor zeerernstig letsel. Levensgevaar en gevaar voor zeer ern-stig persoonlijk letsel bij een ingescha-kelde motor. ■Voer alle ingrepen met uitgeschakel-de motor uit.

NL68 6436 | 6442IngebruiknameLET OP. Kans op schade aan het apparaatGevaar voor schade aan apparaten doorondeskundige montage. ■Het uitpakken en de montage moe-ten op een vlak en stabiel oppervlakgebeuren. ■Er moet voldoende plaats zijn om demachine en de verpakking te ver-plaatsen en de geschikte gereed-schappen moeten beschikbaar zijn. LET OP. Gevaar voor milieuschadeGevaar voor milieuschade door ondes-kundige afvalverwijdering. ■Het verwijderen van de verpakkingmoet conform de lokale voorschrif-ten gebeuren. VOORZICHTIG. Risico op letselOnderdelen met scherpe randen endraaiende onderdelen kunnen letsel ver-oorzaken. ■Draag altijd vaste werkhandschoe-nen om het zaagblad en de kettingte monteren. ■Werk bij de montage van het zaag-blad en de ketting met uiterste zorg-vuldigheid om de veiligheid en effici-entie van de machine niet te beïn-vloeden; raadpleeg in geval van twij-fel uw dealer.

OPMERKINGDe machine wordt geleverd met gede-monteerd zaagblad en gedemonteerdeketting en met leeg mengsel- en olie-tank. Ga voor de montage na dat de kettingrem niet isbediend. De kettingrem is vrijgegeven als dehandbescherming (01/3) in de richting van dehandbeugel (01/4) wordt getrokken. 4. 1 Montage van de geleiderail enzaagketting (02 t/m 06)1. De twee zeskantmoeren (02/1) met de mee-geleverde combisleutel losdraaien en de ket-tingswielbescherming (02/2) verwijderen (02/a). 2. Verwijder de kunststof afstandhouder (02/3);deze afstandhouder dient enkel voor hettransport van de verpakte machine en wordtverder niet meer gebruikt. 3. De groef van de geleiderail (03/1) in de pen-bouten (03/2) plaatsen (03/a). De geleiderailin richting machinehuis schuiven (03/b). 4.

De geleiderail van het machinehuis weg-draaien tot de zaagketting iets gespannen is. 7. De twee zeskantmoeren (06/2) slechts zoveraandraaien dat de zaagketting nog kan wor-den gespannen. 8. Draai de stelbout van de kettingspanner(06/3) zo ver tot de ketting correct gespannenis (zie Hoofdstuk 5. 4 "Kettingspanning con-troleren (06, 08)", pagina70). 9. De zeskantmoeren (06/2) vastdraaien. 5 INGEBRUIKNAME5. 1 BrandstofLET OP. Kans op schade aan het apparaatEnkel benzine gebruiken, beschadigt demotor waardoor de garantie vervalt. ■Gebruik enkel hoogwaardige benzi-ne en smeerolie om de algemeneprestaties en de levensduur van demechanische onderdelen ook oplange termijn te garanderen. OPMERKINGLoodvrije benzine heeft de neiging om inhet reservoir afzettingen te vormen,wanneer deze langer dan 2 maandenbewaard wordt. Gebruik altijd nieuwebenzine.

Deze machine is uitgerust met een tweetaktmotordie werkt op een benzine-olie-mengsel. Geschikte olieGebruik uitsluitend hoogwaardige synthetischetweetakt-motorolie. Bij uw dealer zijn oliën ver-krijgbaar die speciaal voor dergelijke motoren.

2500096_b 69Ingebruiknameontwikkeld zijn en garant staan voor uitstekendeprestaties. Geschikte benzineGebruik alleen loodvrije benzine met een octaan-getal van ten minste 90. 5. 1. 1 Brandstof mengenGEVAAR. Explosie- en brandgevaarBenzine en mengsel zijn ontvlambaar. ■Bewaar benzine en mengsel uitslui-tend in speciale recipiënten geschiktvoor brandstoffen en wel op een vei-lige plaats, ver verwijderd van warm-tebronnen en open vlammen. ■Bewaar de recipiënten nooit binnenhet bereik van kinderen. ■Rook niet tijdens de mengselvoorbe-reiding en probeer om de benzine-dampen niet in te ademen. LET OP. Gevaar voor beschadiging van demotorHet gebruik van zuivere benzine leidt totbeschadiging van de motor tot het uitval-len van de motor toe. In dergelijke situa-ties kunnen bij de fabrikant geen aan-spraken worden gemaakt op garantie.

■Gebruik in de motor altijd een benzi-ne-oliemengsel met de voorgeschre-ven mengverhouding. OPMERKINGHet mengsel is onderhevig aan een con-stant verouderingsproces. Bereid niet alte grote hoeveelheden voor om afzettin-gen te vermijden. OPMERKINGReinig de benzine- en mengselreser-voirs regelmatig om eventuele afzettin-gen te verwijderen. In geval van een onvoldoende mengsel wordt hetrisico voor een voortijdig defect van de zuigervanwege een te arm mengsel groter. De garantievervalt ook als de instructies voor het mengenvan de brandstof enz. in dit handboek niet wor-den nageleefd. Hierna staat een tabel waarin de juiste mengver-houding met een voorbeeld wordt vermeld. Mengverhouding Benzine Olie50:1 (50 delen brand-stof en 1 deel olie)5 liter 100 ml1. Giet ongeveer de helft van de aangegevenhoeveelheid benzine in een geschikte jerry-can. 2.

Kans op schade aan het apparaatBij gebruik van afgewerkte olie voor dekettingsmering, zorgen de metaaldeel-tjes die hierin zijn opgenomen voor eenextra hoge slijtage aan het zaagblad ende zaagketting, zodat deze vroegtijdigversleten raken. Bovendien vervalt hier-door de garantie van de fabrikant. ■Gebruik nooit afgewerkte olie, maaruitsluitend biologisch afbreekbarekettingzaagolie. LET OP. Gevaar voor milieuschadeHet gebruik van minerale olie voor dekettingsmering leidt tot ernstige milieus-chade. ■Gebruik nooit minerale olie, maaruitsluitend biologisch afbreekbarekettingzaagolie. Er mag geen verontreinigde olie gebruikt wordenom een verstopping van het filter in het reservoiren een onomkeerbare beschadiging van de olie-pomp te vermijden.

Het gebruik van hoogwaardige olie is doorslagge-vend voor een doeltreffende smering van de snij-mechanismen; gebruikte of minderwaardige oliebeïnvloedt de smering en verkort de levensduurvan de zaagketting en van de geleiderail. Aanbevolen wordt om de olietank bij elke brand-stofvulling (met behulp van een trechter) hele-maal te vullen. Omdat de capaciteit van het olie-reservoir zo ontworpen is dat de brandstof voor.

NL70 6436 | 6442Ingebruiknamede olie op is, wordt gegarandeerd dat de machineniet zonder smeermiddel bediend wordt. 5. 3 Bedrijfsmiddelen bijvullen (07)GEVAAR. Explosie- en brandgevaarBij het ontsnappen van een benzine-luchtmengsel ontstaat potentieel explo-sieve atmosfeer. Door een ondeskundi-ge omgang met brandstoffen kunnen de-ze ontsteken, exploderen en ontbran-den, wat tot zwaar letsel en zelfs sterf-gevallen kan leiden. ■Rook nooit, terwijl u met benzinewerkt. ■Werk uitsluitend in de buitenluchtmet benzine en nooit in afgeslotenruimten. ■Neem beslist altijd de volgende ge-dragsregels in acht. Brandstof bijvullen1. Motor uitschakelen en de beschermkap overde zaagketting doen. 2. Reinig de tankdop (07/1) en het gedeelterondom, zodat er geen vuil in de tank valt. 3. Open de tankdop (07/1) altijd voorzichtig om-dat er eventueel druk in is ontstaan. 4. Vul brandstof met een trechter bij.

5. Plaats de tankdop op de tank en draai hemvast. 6. De grond en het apparaat van gemorstebrandstof reinigen. 7. Start het apparaat pas weer als de brand-stofdampen zijn verdampt. Zaagkettingolie bijvullen1. Motor uitschakelen en de beschermkap overde zaagketting doen. 2. Reinig de olietankdop (07/2) en het gedeelterondom, zodat er geen vuil in de tank valt. 3. Olietankdop (07/2) losdraaien. 4. Vul zaagkettingolie met een trechter bij. 5. Plaats de olietankdop op de tank en draaihem vast. 6. De grond en het apparaat van gemorstezaagkettingolie reinigen. 5. 4 Kettingspanning controleren (06, 08)GEVAAR. Levensgevaar en gevaar voor zeerernstig letsel. Levensgevaar en gevaar voor zeer ern-stig persoonlijk letsel bij een ingescha-kelde motor. ■Voer alle ingrepen met uitgeschakel-de motor uit.

De zeskantmoeren (06/2) van de kettingwiel-bescherming (06/1) met de meegeleverdecombisleutel losdraaien. 2. Draai de stelbout (06/3) van de kettingspan-ner zo ver tot de ketting correct gespannenis. 3. De zeskantmoeren (06/2) vastdraaien. 5. 5 Kettingrem controleren (09)WAARSCHUWING. Levensgevaar en gevaar voor zeerernstig persoonlijk letsel door een de-fecte kettingremWanneer de kettingrem niet werkt kan,bijv. bij een terugslag (kickback), dezaagketting de gebruiker zeer ernstig,tot dodelijk letsel toebrengen. ■Test voor het begin van alle werk-zaamheden steeds eerst de ketting-rem. ■Schakel de kettingzaag niet in, wan-neer de kettingrem defect is. Laat dekettingzaag in een dergelijk gevalcontroleren door een deskundigewerkplaats. Het apparaat is voorzien van een veiligheidsrem-systeem (kettingrem).

De kettingrem is een voorziening die is ontwik-keld om de beweging van de zaagketting onmid-dellijk te stoppen als er een terugslag optreedt. Normaal gesproken wordt de kettingrem automa-tisch door de massatraagheid geactiveerd. Deze rem kan ter controle ook met de hand wor-den bediend.

2500096_b 71Bediening1. Start de motor en houd het apparaat aan bei-de handgrepen vast. 2. De veiligheids-blokkeertoets (01/8) en ga-shendel (01/7) bedienen om de ketting in be-weging te houden, vervolgens de handbe-scherming (09/1) met de rug van de handnaar voren drukken (09/a); de zaagkettingmoet onmiddellijk stoppen. 3. Als de zaagketting blijft staan moet onmiddel-lijk de veiligheids-blokkeertoets en vervol-gens de gashendel losgelaten worden. 4. Schakel de motor uit. 5. Om de kettingrem los te zetten de handbe-scherming naar achteren trekken (09/b)6 BEDIENING■Neem de nationale voorschriften voor de ge-bruiksduur in acht. ■Houd de achterste handgreep vast met derechterhand en de beugelgreep met de lin-kerhand. ■De handgrepen niet loslaten zolang de motordraait. ■Gebruik de kettingzaag niet bij:■Vermoeidheid■Onwel zijn■Onder invloed van alcohol, medicijnen ofdrugs6.

1 Motor in-/uitschakelenWAARSCHUWING. Explosie- en brandgevaarBij het ontsnappen van een benzine-luchtmengsel ontstaat potentieel explo-sieve atmosfeer. Door een ondeskundi-ge omgang met brandstoffen kunnen de-ze ontsteken, exploderen en ontbran-den, wat tot zwaar letsel en zelfs sterf-gevallen kan leiden. ■Start de motor ten minste 3 metervan de vulplek vandaan. 6. 1. 1 Motor starten (10, 11)VOORZICHTIG. Gevaar voor letsel door starterkabelDoor een snelle terugtrekbeweging vande starterkabel wordt de hand te snelnaar de motor toe getrokken. Hierbijkunnen knelwonden en verstuikingenoptreden. ■Wikkel de startkabel nooit rond dehand. LET OP. Kans op schade aan het apparaatAls de starterkabel te ver wordt uitge-trokken kan dat beschadigingen veroor-zaken.

■Trek de kabel niet helemaal uit enbreng hem niet in contact met derand van de kabelgeleidingsopeningen laat de handgreep niet los, maarvoorkom dat de kabel ongecontro-leerd weer naar binnen wordt ge-trokken. LET OP.

Kans op schade aan het apparaatAls de motor met een hoog toerental eneen bediende kettingrem wordt bediendkan de koppeling te heet worden. ■Voorkom het om de motor met eenhoog toerental en een bediende ket-tingsrem te laten draaien. Koude startEen koude start betekent het starten van de mo-tor als hij ten minste 5 minuten uitgeschakeldwas of na het bijvullen van brandstof. 1. Zet het apparaat op een vlakke ondergrond,houd het aan de voorste handbeugels vasten druk het apparaat op de grond. Indien no-dig met de punt van de rechtervoet in de ach-terste beugel stappen. 2. De kettingrem bedienen, hiervoor de handbe-scherming naar voren drukken. 3. De beschermafdekking van de zaagkettingverwijderen. 4. De Primer-Ball (10/1) 3-4 keet indrukken (10/a). 5. De choke-draaiknop (11/1) rechtsom tot aande aanslag draaien.

NL72 6436 | 6442Bediening6. Met de vrije hand de starterhandgreep (11/2)omhoog trekken (11/a) tot er een weerstandte voelen is. 7. Laat de starterhandgreep niet los, meerderekeren stevig trekken tot de motor voor deeerste keer aanslaat. Dan de choke-draai-knop (11/1) linksom tot aan de aanslag draai-en. 8. Trek meerdere keren stevig aan de starter-handgreep (11/2) tot de motor weer aanslaat. 9. Zodra de motor draait, de veiligheids-blok-keertoets (11/3) en de gashendel (11/4) kortindrukken. Daardoor wordt de smoorklep vande carburateur uit de blokkeerstand vrijgege-ven. 10. Laat het apparaat ongeveer een minuut stati-onair draaien. 11. Zet de kettingrem los, hiervoor de handbe-scherming naar achteren trekken. Warme startAls de motor slechts kort wordt uitgeschakeld,kan het starten door indrukken van de Primer-Ball, echter zonder aan de choke-draaiknop tedraaien worden uitgevoerd. 6. 1.

2 Motor uitschakelen (12)1. De veiligheids-blokkeertoets (12/1) en vervol-gens de gashendel (12/2) loslaten. 2. Laat de motor gedurende een paar secondenstationair draaien. 3. De wiptoets (12/3) naar „0“ drukken (12/a). 6. 2 Na het werkWAARSCHUWING. Gevaar voor letsel door snijdenDe scherpe schakels van d zaagkettingkunnen snijwonden veroorzaken. ■Schakel de motor uit. ■Draag veiligheidshandschoenen. WAARSCHUWING. BrandgevaarDe hete machine kan snijafval (bijv. zaagsel, takrestanten of bladeren) inbrand zetten. ■Laat de motor afkoelen voordat u demachine in een ruimte zet. ■Om het brandgevaar te verminde-ren, moet de machine vrijgemaaktworden van zaagsel, takrestanten,bladeren of overtollig vet. ■Bakken met zaagafval mogen nietbinnen worden bewaard. 1. Schakel de motor uit (zie Hoofdstuk 6. 1. 2"Motor uitschakelen (12)", pagina72). 2. Laat het apparaat afkoelen. 3.

Spoel hem aan-sluitend af met schoon water en spuit hemvoor de montage op het apparaat in met anti-corrosiespray. 5. Trek de beschermafdekking over de zaagket-ting heen voordat het apparaat wordt opge-borgen. 6. 3 Omschakelen tussen normaal/zomer- enwintermodus (29)Om bij lage omgevingstemperaturen (benedende 5°C) ijsvorming op de carburateur te voorko-men, kan de inlaatlucht door verplaatsing van hetschuifstuk naar de winterstand voorverwarmdworden. De inzet van het schuifstuk kan na hetafnemen van het luchtfilterdeksel direct bereiktworden. LET OP. Gevaar voor motorschade door over-verhittingAls de kettingzaag bij temperaturen vanboven de 5 °C wordt gebruikt en deschuif op winterstand staan kan dit over-verhitting veroorzaken. ■Controleer voor de werking de om-gevingstemperatuur en pas indiennodig de stand van de schuif aan. 1. Luchtfilterdeksel demonteren (zie Hoofdstuk8.

2500096_b 73Werkhouding en werktechniek2. Schuif (29/1) met de hand uit het frame trek-ken (29/a). 3. Schuif op horizontale stand zetten (29/b):■Boven de 5°C, d. w. z. normaal/zomermo-dus: Het zonnesymbool (29/2) moet in denormaal/zomermodus zichtbaar zijn. ■Beneden de 5°C, d. w. z. wintermodus:Het sneeuwvloksymbool (29/3) moet inde wintermodus zichtbaar zijn. 4. Schuif op verticale stand zetten (29/c). 5. Schuif in het frame schuiven (29/d). 6. Luchtfilterdeksel monteren (zie Hoofdstuk 8. 1"Luchtfilterdeksel demonteren/monteren(20)", pagina76). 7 WERKHOUDING EN WERKTECHNIEKGEVAAR. Levensgevaar door onvoldoende vak-kennis. Een tekort aan vakkennis kan ernstig totzelfs dodelijk letsel veroorzaken. ■Uitsluitend goed geschoolde en er-varen mensen mogen worden belastmet het snoeien en kappen van bo-men. GEVAAR.

Levensgevaar door oncontroleerbaremachinebewegingenDe bewegende zaagketting ontwikkeltenorme krachten die tot een plotselingebeweging en het wegslingeren van dekettingzaag kunnen leiden. ■Houd de kettingszaag altijd met bei-de handen vast, de linkerhand aande voorste handbeugel en de rech-terhand aan de achterste handbeu-gel. Dit onafhankelijk ervan of urechts- of linkshandig bent. GEVAAR. Levensgevaar bij terugslag (kick-back). Door een terugslag van het apparaat(kickback) kan de gebruiker levensge-vaarlijk worden verwond. ■Houd u steeds aan de voorgeschre-ven maatregelen ter voorkoming vaneen terugslag. VOORZICHTIG. Gevaar voor de gezondheid door ina-demen van gevaarlijke stoffen. Het inademen van smeeroliedamp, uit-laatgassen en zaagstof kan schadelijkzijn voor de gezondheid. ■Draag altijd de voorgeschreven per-soonlijke beschermingsmiddelen. VOORZICHTIG.

Gevaar voor letsel bij een geblokkeer-de kettingzaagAls er wordt geprobeerd om een bij hetsnijden geblokkeerde snijvoorziening -d. w. z. zaagketting/geleiderail - bij eendraaiende motor uit te trekken is er ge-vaar voor letsel an beschadiging van hetapparaat.

■Zet de motor af en bik de snedeopen (bijv. met een velhevel) of voermet een tweede kettingzaag resp. snijvoorziening een ontlastingssne-de uit. Verwijder meteen de inge-klemde snijvoorziening als de snedeopengaat. ■Volg de in de volgende paragrafenbeschreven instructies en werk-zaamheden om te voorkomen dat dekettingzaag geblokkeerd of inge-klemd raakt. OPMERKINGRegelmatig worden door beroepsorgani-saties cursussen aangeboden in de om-gang met kettingzagen en bomenkap-techniek. 7. 1 Gebruik van de aanslagkam (13)1. De aanslagkam (13/1) in de stam steken eneen boogbeweging van de zaagketting uit-voeren (13/a) zodat de zaagketting in hethout snijdt. 2. De werkstap meerdere keren herhalen enhierbij het aanzetpunt van de aanslagkamverplaatsen (13/b).

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Solo 6442 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden