Shindaiwa EC741S Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Shindaiwa EC741S (40 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 23 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Shindaiwa EC741S of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/40
NEDERLANDS
(Oorspronkelijke instructies)
BEDIENINGSHANDLEIDING
GEMOTORISEERDE SNIJZAAG
EC741s
WAARSCHUWING
LEES DE INSTRUCTIES AANDACHTIG DOOR EN VOLG DE
REGELS VOOR VEILIG GEBRUIK.
HET NIET OPVOLGEN VAN DEZE INSTRUCTIES EN REGELS KAN
ERNSTIG LETSEL TOT GEVOLG HEBBEN.

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Shindaiwa
Categorie: Zaagmachine
Model: EC741S

Handleiding Shindaiwa EC741S – volledige tekst

2Belangrijke informatie Lees de bedieningshandleiding voordat u het product gaat gebruiken.  Juist gebruik van dit product Shindaiwa snijzaag is een lichtgewicht, krachtige machine met benzinemotor, ontworpen voor gebruik met een aanbe-volen slijpwiel van 350 x 4,7 x 20 mm.  Gebruik deze machine niet voor andere dan de hiervoor genoemde doeleinden.  Gebruikers van het product U dient dit product niet te gebruiken voordat u de bedieningshandleiding goed hebt gelezen en de inhoud ervan hebt begrepen.  Dit product mag niet door iemand worden gebruikt die de bedieningshandleiding niet goed heeft gelezen, die een ver-koudheid heeft, vermoeid is of anderszins in een slechte fysieke conditie is. Ook kinderen mogen dit product niet ge-bruiken.  Houd er rekening mee dat de gebruiker verantwoordelijk is voor ongevallen van of gevaren voor andere personen of hun eigendommen.

 Over uw bedieningshandleiding In deze handleiding vindt u de benodigde informatie voor de bediening en het onderhoud van uw product. Lees deze aandachtig en zorg ervoor dat u de inhoud begrijpt.  Bewaar de handleiding altijd op een gemakkelijk bereikbare plaats.  Indien u de bedieningshandleiding hebt verloren of deze onleesbaar is geworden, schaf dan een nieuw exemplaar aan bij uw shindaiwa-dealer.  De eenheden die worden gebruikt in deze handleiding zijn SI-eenheden (International System of Units). De cijfers tus-sen haakjes zijn referentiewaarden en er kan, in enkele gevallen, sprake zijn van kleine omrekenfouten.  Uitlenen en overdragen van uw product Indien u het product dat beschreven staat in deze handleiding uitleent aan een derde, zorgt u er dan voor dat de per-soon die het product leent en ermee zal werken ook de handleiding ontvangt.

 Vragen Neem contact met uw shindaiwa-dealer voor meer informatie over het product, de aankoop van verbruiksmaterialen, reparaties en andere soortgelijke vragen.  Kennisgevingen Wijzigingen van de inhoud van deze handleiding bij upgrades van het product zonder voorafgaande kennisgeving zijn voorbehouden. Sommige gebruikte illustraties kunnen verschillen van het product om de uitleg te verduidelijken.  Raadpleeg uw shindaiwa-dealer in het geval van onduidelijkheden of problemen.  Kenmerk van dit model: Soft Start Soft Start genereert voldoende draaikracht om de krukas op een zodanig toerental te brengen dat de motor aanslaat en er vrijwel geen terugslag ontstaat. Soft Start maakt het starten van de motor veel eenvoudiger dan u zou verwach-ten. FabrikantYAMABIKO CORPORATION1-7-2 Suehirocho, Ohme, Tokyo 198-8760 JAPANGeautoriseerde vertegenwoordiger in EuropaCERTIFICATION EXPERTS B.

4Veilig gebruik van uw product Lees dit hoofdstuk nauwkeurig voordat u het product gaat gebruiken.  De voorzorgsmaatregelen die in dit hoofdstuk beschreven worden, bevatten belangrijke veiligheidsinformatie. Neem deze in acht.  U dient ook de voorzorgsmaatregelen te lezen die in de handleiding zelf staan. Tekst gevolgd door een [diamond mark] beschrijft de mogelijk consequenties van het niet naleven van de voorzorgsmaatregelen. WaarschuwingsmededelingenSituaties waarbij er een risico voor fysiek letsel voor de gebruiker en andere personen bestaat, worden in deze handleiding en ophet product zelf door de volgende waarschuwingsmededelingen aangeduid. Lees en volg zorgvuldig de regels voor een veilig gebruik.

Overige aanduidingenNaast waarschuwingsmededelingen worden in deze handleiding de volgende verklarende symbolen gebruikt: SymbolenIn deze handleiding en op het product zelf worden diverse verklarende symbolen gebruikt. Zorg ervoor dat u volledig begrijpt watelk symbool betekent. GEVAAR WAARSCHUWING LET OPDit symbool in combinatie met het woord "GEVAAR" vestigt de aan-dacht op handelingen of omstandig-heden die ernstig lichamelijk letsel of de dood tot gevolg kunnen hebben. Dit symbool in combinatie met het woord "WAARSCHUWING" vestigt de aandacht op handelingen of omstandig-heden die ernstig lichamelijk letsel of de dood tot gevolg kunnen hebben. "LET OP" geeft aan dat er een poten-tieel gevaarlijke situatie is, die wan-neer die niet wordt vermeden, licht tot matig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben.

Het pictogram met een cirkel en een schuine streep geeft aan dat hetgeen wordt ge-toond, verboden is. OPMERKING BELANGRIJKDeze ingesloten boodschap bevat tips voor gebruik, verzorging en onderhoud van het product. Omkaderde tekst met het woord " BELANGRIJK"bevat belangrijke in-formatie over het gebruik, de contro-le, het onderhoud en de opslag van het product dat beschreven staat in deze handleiding.

5Veilig gebruik van uw productPas op voor vuurPas op voor elektrische schokkenGebruik het product niet op plaatsen met een slechte ven-tilatiePas op voor plaatsen met hoge temperatuurZorg ervoor dat er geen ont-vlambare stof in de buurt is.DecompressieapparaatOpgelet voor terugslagGebruik van zaagbladen is niet toegestaanHoud uit de buurt van vuur.Zorg ervoor dat er geen breu-ken, scheuren of kromtrekkin-gen zijnGegarandeerd geluidsvermo-genniveauSymboolvorm / vorm Symboolbeschrijving / toepassingSymboolvorm / vorm Symboolbeschrijving / toepassing

6Veilig gebruik van uw productPlaats waar de veiligheidsticker is bevestigd De veiligheidssticker, zoals hieronder getoond, is bevestigd aan de producten die in deze handleiding beschreven staan. Zorg ervoor dat u begrijpt wat de sticker betekent voordat u het product gaat gebruiken. Indien de sticker onleesbaar wordt door slijtage of beschadiging, of de sticker heeft losgelaten en is verloren, schaf dan een vervangende sticker bij uw dealer aan en bevestig de sticker op de plaats die in de onderstaande illustratie wordt getoond. Zorg ervoor dat de sticker altijd leesbaar is.1. Veiligheidssticker (Onderdeelnummer X505-010770)2. Veiligheidssticker (Onderdeelnummer X505-010780)3. Veiligheidssticker (Onderdeelnummer X510-001050)

7Veilig gebruik van uw productOmgaan met brandstof GEVAARBlijf altijd uit de buurt van vuur als u brandstof bijvult. Brandstof is licht ontvlambaar en kan door een verkeerde omgang ermee tot brand leiden. Wees uiterst voorzichtig bijhet mengen, opslaan of omgaan met brandstof, om ernstig letsel te voorkomen. Neem de volgende instructies in acht.  Roken en open vuur is verboden bij het bijvullen van brandstof.  Niet bijvullen als de motor nog warm is of nog draait.  Als u dat doet, kan de brandstof ontbranden en brand veroorzaken, wat brandwonden tot gevolg kan hebben. Het reservoir en de vulplaats Gebruik een goedgekeurd brandstofreservoir.  De brandstoftanks/blikken kunnen onder druk staan. Draai brandstoftankdoppen altijd langzaam los zodat het drukverschil geleidelijk wordt opgeheven.  VUL GEEN brandstof bij in een afgesloten ruimte.

Vul de brandstoftank ALTIJD in de buitenlucht en op on-begroeide grond. Gemorste brandstof kan brand veroorzakenNeem bij het bijvullen van brandstof de volgende voorzorgsmaatregelen in acht: Vul de tank niet tot aan de vulopening. Houd de brand-stof op het voorgeschreven niveau (tot aan de onderzij-de van de vulhals van de brandstoftank).  Dep eventuele overgelopen of gemorste brandstof op.  Draai de brandstofdop na het vullen goed dicht.  Gemorste brandstof kan brand en brandwonden veroorza-ken als deze ontbrandt. 1. Brandstoftank2. Onderzijde vulhalsStart de motor niet op de plaats waar u brandstof hebt bijgevuld Start de motor niet op de plaats waar u het bijvullen van de brandstof hebt uitgevoerd. Ga ten minste 3 meter van de plaats staan waar u de brandstof hebt bijgevuld voor-dat u de motor start.

 Brandstof die tijdens het bijvullen is gemorst, kan brand veroorza-ken indien deze ontbrandt. Gelekte brandstof kan brand veroorzaken Controleer of er geen lekkages zijn rondom de brandstofvul-buis, het rubber of de dop nadat brandstof is bijgevuld.

8Veilig gebruik van uw productGebruik van de motor WAARSCHUWINGDe motor startenNeem bij het starten van de motor extra aandachtig de vol-gende voorzorgsmaatregelen in acht: Zorg altijd dat alle handgrepen en beschermkappen op de machine zijn bevestigd Controleer de machine op loszittende moeren en bou-ten Controleer of er geen brandstoflekken zijn Controleer of het snijwiel niet beschadigd of overmatig versleten is. Gebruik dit product niet als u eventuele af-wijkingen constateert.  Plaats het product op een vlakke, goed geventileerde plaats Zorg voor genoeg ruimte rondom het product en laat geen personen of dieren toe in de buurt van het product Verwijder eventuele hindernissen Zorg ervoor dat het snijwiel de grond of geen enkel ob-stakel raakt.

 Start de motor met de handgastrekker in de stationair-stand Houd het product stevig tegen de grond als u de motor start Start de motor niet terwijl u het product in de lucht houdt Niet naleven van de voorzorgsmaatregelen kan een ongeval of letsel veroorzaken, of zelfs tot dodelijk letsel leiden. Als de motor is gestart, dient u te controleren of erabnormale trillingen of geluiden zijn Controleer of er abnormale trillingen of geluiden zijn als de motor is gestart. Gebruik het product niet als u ab-normale trillingen of geluiden waarneemt. Neem contact op met uw dealer om de machine te laten repareren.  Ongevallen waarbij onderdelen losraken en vallen, kunnen verwondingen of ernstig letsel veroorzaken.

Geen hete onderdelen of onderdelen die onder hogespanning staan aanraken wanneer het product in be-drijf isRaak de volgende hete onderdelen of onderdelen die on-der hoge spanning staan niet aan terwijl het product in be-drijf is of kort nadat het product is gestopt.  Geluiddemper, bougie, snijwiel en andere hoge-temperatuur onderdelen.  U kunt zich branden als u een heet onderdeel aanraakt.

 Bougie, bougiekabel en andere onder-delen onder hoge spanning U kunt een elektrische schok krijgen als u onderdelen die onder hoge spanning staan, aanraakt terwijl het product in be-drijf is. Veiligheid heeft de hoogste prioriteit in geval vanvuur of rookontwikkeling Indien er vuur uit de motor komt of uit een andere plaats dan de uitlaatopening, breng dan altijd eerst uzelf in vei-ligheid.  Werp met een schop zand of gelijksoortig materiaal op het vuur om te voorkomen dat het zich verspreidt, of blus het met een brandblusser.  Een paniekreactie kan ertoe leiden dat de brand zich uitbreidt en er grotere schade ontstaat. Uitlaatdampen zijn giftig De uitlaatdampen van de motor bevatten giftige gassen. Gebruik dit product niet in afgesloten ruimtes, in een kunststof kweekkas of op andere slecht geventileer-de plaatsen.  De uitlaatdampen kunnen ver-giftiging veroorzaken.

Schakel de motor uit als u het product controleert ofonderhoudtNeem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht als u hetproduct controleert of onderhoudt na gebruik: Schakel de motor uit en probeer niet het product te con-troleren of te onderhouden voordat de motor is afge-koeld U kunt zich branden.  Verwijder de bougiekap voordat u controle- of onder-houdswerkzaamheden uitvoert Als het product onverwacht start, kan dit een ongeval ver-oorzaken. Bougie controlerenNeem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht wanneeru de bougie controleert.  Indien de elektroden of klemmen zijn versleten, of als de keramiek barsten vertoont, vervang deze dan door nieu-we onderdelen.  De vonktest (om te controleren of de bougie voor ont-steking zorgt) moet door uw dealer worden uitgevoerd.  De vonktest mag niet in de buurt van het bougiegat wor-den uitgevoerd.

9Veilig gebruik van uw productOmgaan met het productAlgemene voorzorgsmaatregelenVoorzorgsmaatregelen voor gebruik WAARSCHUWINGBedieningshandleiding Lees aandachtig de bedieningshandlei-ding voordat u het product gaat gebrui-ken om er zeker van te zijn dat u het product correct bedient.  Anders kan een ongeval of ernstig letsel het gevolg zijn. Houd u aan alle lokale en nationale wetten en voor-schriftenNationale of lokale voorschriften kunnen het gebruik vandeze snijzaag beperken. Gebruik dit product niet voor andere dan de hiervoorgenoemde doeleinden.  U mag het product niet gebruiken voor doeleinden an-ders dan die beschreven in de bedieningshandleiding.  Anders zou dit tot een ongeval of ernstig letsel kunnen lei-den. Wijzigingen van het product zijn niet toegestaan U mag het product niet wijzigen.  Anders zou dit tot een ongeval of ernstig letsel kunnen lei-den.

Alle defecten die voortvloeien uit een wijziging van het product worden niet gedekt door de garantie van de fabri-kant. Gebruik het product niet zonder dat het is gecontro-leerd en onderhouden U dient het product niet te onderhouden wanneer het niet is gecontroleerd en onderhouden. Zorg u er altijd voor dat het product regelmatig wordt gecontroleerd en onderhouden.  Vervang gebarsten en gebroken beschermkasten vóór gebruik.  Anders kan een ongeval of ernstig letsel het gevolg zijn. Uitlenen en overdragen van uw product Indien u het product dat beschreven staat in deze hand-leiding uitleent aan een derde, zorg u dan voor dat de persoon die het product leent ook de handleiding ont-vangt.  Indien u dit product overhandigt aan een derde, voeg er dan de bedieningshandleiding bij.  Anders kan een ongeval of ernstig letsel het gevolg zijn.

 EHBO-doos Windsels en zwachtels (om eventuele bloedingen te stoppen) Fluit of mobiele telefoon (om hulp in te roepen) Indien u geen eerste hulp kunt uitvoeren of hulp van ande-ren kunt vragen kan de verwonding verslechteren. GEVAARDe motor starten Probeer de motor nooit te starten door uzelf aan de zijde van het snijwiel te plaatsen.  Er kan zich een lichamelijk letsel voordoen als het snijwiel plotseling begint te bewegen.

10Veilig gebruik van uw product WAARSCHUWINGGebruikers van het productHet product mag niet gebruikt worden door: vermoeide mensen mensen die alcohol hebben gedronken mensen die medicijnen gebruiken zwangere vrouwen mensen met een slechte fysieke conditie mensen die de bedieningshand-leiding niet hebben gelezen Beginners die geen speciale trai-ning hebben gekregen kinderen Niet naleven van deze instructies kan een ongeval tot ge-volg hebben.  Het ontstekingssysteem van dit product genereert elek-tromagnetische velden tijdens de werking. Magnetische velden kunnen invloed hebben op pacemakers of pacemakers ontregelen. Om gezondheidsrisico's te ver-minderen, raden we aan dat gebruikers van pacemakers hun arts en de fabrikant van de pacemaker raadplegen voordat ze dit product gebruiken.

Omgeving voor gebruik en bediening Gebruik het product niet op plaatsen waar u gemakke-lijk kunt vallen, zoals op steile hellingen of ondergrond na regenval.  Gebruik het product niet 's avonds of op donkere plaat-sen met een slecht zicht.  Als u valt of uitglijdt, of het product niet correct bedient, kan dit ernstig letsel tot gevolg hebben. Verplaatsen van het productBij transport in de hieronder beschreven situaties, zet u de motor af en zorgt u ervoor dat het snijwiel niet meer be-weegt, verwijder vervolgens het snijwiel en plaats de ge-luiddemper weg van u.  Verplaatsen naar de plaats waar u de werkzaamheden wilt verrichten Verplaatsen naar een andere locatie tijdens het verrich-ten van de werkzaamheden De plaats verlaten waar u de werkzaamheden hebt ver-richt Niet opvolgen van deze instructies kan brandwonden of ern-stig letsel tot gevolg hebben.

 Wanneer u het product met de auto vervoert, leegt u de brandstoftank, verwijdert u het snijwiel en bevestigt u het product stevig op zijn plaats om te voorkomen dat het beweegt.  Rijden met de auto terwijl de brandstoftank is gevuld, kan brand tot gevolg hebben.

 Laat het product niet alleen terwijl de motor draait.  Anders zou dit tot een ongeval of ernstig letsel kunnen lei-den. Trillingen en kouHet vermoeden bestaat dat een aandoening genaamd Fe-nomeen van Raynaud, die van invloed is op de vingers vanbepaalde personen, wordt veroorzaakt door blootstellingaan trillingen en kou. Blootstelling aan trillingen en koukan een tintelend en branderig gevoel veroorzaken, waar-door de vingers bleek en gevoelloos worden. De volgende voorzorgsmaatregelen worden ten zeersteaangeraden omdat niet bekend is bij welke mate van bloot-stelling de verschijnselen optreden.  Houd uw lichaam warm; met name hoofd en nek, voeten en enkels, en handen en polsen.  Zorg voor een goede doorbloeding door tijdens regel-matige werkonderbrekingen krachtige armbewegingen te maken en door niet te roken.  Beperk het aantal uren dat u met de machine werkt.

Probeer elke dag een aantal werkzaamheden te verrich-ten waarbij u niet hoeft te werken met de heggenschaar of andere handbediende apparatuur.  Hebt u last van pijnlijke, rode en opgezwollen vingers, gevolgd door verbleken en gevoelloosheid van de vin-gers, raadpleeg dan een arts alvorens u zich opnieuw blootstelt aan kou en trillingen.  Niet opvolgen van deze instructies kan schade voor de ge-zondheid tot gevolg hebben. RSI-aandoeningen (herhalingsoverbelasting)Het vermoeden bestaat dat overbelasting van de spierenen pezen in de vingers, handen, armen en schouders kanleiden tot irritatie, zwellingen, gevoelloosheid, slapheid enextreme pijn in de zojuist genoemde lichaamsdelen. Bepaalde herhalende handbewegingen zorgen voor eenhoger risico van het ontwikkelen van herhalingsoverbelas-ting (RSI).

Doe het volgende om de kans op RSI te verkleinen: Vermijd het gebruik van uw pols in gebogen, uitgestrek-te of verdraaide positie.  Neem regelmatig een pauze om herhaling tot een mini-mum te beperken en om de handen te laten rusten.

Ver-minder de snelheid en de kracht waarmee u herhalingsbewegingen maakt.  Doe oefeningen om de hand- en armspieren te verstevi-gen.  Raadpleeg een arts indien u last hebt van een tintelend gevoel, gevoelloosheid of pijn in vingers, handen, pol-sen en armen. Hoe eerder RSI wordt vastgesteld, des te beter kunnen permanente zenuw- en spierbeschadigin-gen worden voorkomen.  Niet opvolgen van deze instructies kan schade voor de ge-zondheid tot gevolg hebben.

11Veilig gebruik van uw product WAARSCHUWINGVerwijder vreemde voorwerpen en obstakels van hetterrein voordat u met het product gaat werken Controleer de omgeving waarin u het product gaat ge-bruiken. Verwijder stenen, metalen voorwerpen en an-dere voorwerpen die het product kunnen blokkeren of beschadigen.  Wees voorzichtig met het omgaan met de substanties waar silica en ander gevaar op de loer liggen.  Door het snijmechanisme kunnen vreemde voorwerpen worden weggeslingerd, wat tot een ongeval of ernstig letsel kan leiden.  Niet bedienen in de buurt van brandbare stoffen of explosieve materialen.  Onderzoek werkplekken vóór het werk om geen elektrische kabels, waterleidingen en ontvlambare stoffen door te snijden.  Dit kan brandwonden en brand veroorzaken.

Schakel de motor onmiddellijk uit als er iets ver-keerd gaatSchakel in de volgende situaties de motor onmiddellijk uiten zorg ervoor dat het snijmechanisme gestopt is, voordatu onderdelen van het product gaat controleren. Vervangalle beschadigde onderdelen.  Wanneer het product plotseling abnormaal begint te tril-len.  Het blijven gebruiken van defecte onderdelen kan een onge-val of ernstig letsel tot gevolg hebben. Het gebied binnen een straal van 10 m geldt als ge-varenzoneHet gebied binnen een straal van 10 m geldt als gevaren-zone. Neem bij gebruik van het product de volgende voor-zorgsmaatregelen in acht.  Laat geen kinderen en andere personen of dieren in de gevarenzone toe.  Als een andere persoon de gevarenzone betreedt, zet dan de motor af om het snijwiel te stoppen.

 Wanneer u de operator nadert, geeft u hem eensignaal door bijvoorbeeld takjes van buiten de gevarenzone te gooien en vervolgens te controleren of de motor is uit-geschakeld en het snijwiel is gestopt.  Zorg dat niemand het materiaal vasthoudt dat u aan het snoeien bent.  Contact met het snijwiel kan ernstig letsel veroorzaken.

Gebruik het product niet wanneer het snijwiel aanstationaire snelheid draait.  U mag het product niet gebruiken terwijl de snijbladen bewegen als de snijzaag werkt met de gashendel in de stationaire stand. Schakel de motor onmiddellijk uit en stel de carburateur af.  Anders zou dit tot een ongeval of ernstig letsel kunnen lei-den. Het product nooit met één hand bedienen Houd uw handen op de handgrepen als de motor draait. Bedien het product nooit met één hand.  Houd de snijzaag met beide handen stevig vast, één hand op de voorste handgreep en de andere hand op de achterste handgreep.  Houd de machine stevig vast, waarbij de duimen en de vingers de handgrepen moeten omvatten.  Verwijder nooit de handen van het product wanneer het wiel in beweging is.  Als u deze instructies niet opvolgt, hebt u het product niet stevig vast en kan er ernstig letsel ontstaan.

Zorg ervoor dat het snijwiel is gestopt vooraleer hetproduct op de grond te zetten.  Wanneer u de motor afzet, controleer of het snijwiel niet meer beweegt voordat u het product op de grond zet.  Zelfs als de motor is afgezet, kan het wiel nog steeds een letsel veroorzaken tijdens het vrij draaien. Vuil van de geluiddemper verwijderen Verwijder vastzittend vuil zoals gras, bladeren, takjes of overtollig vet rond de geluiddemper van de motor. Schakel hiervoor eerst de motor uit. Zorg ervoor dat u de hete delen niet aanraakt.  Doet u dit niet, dan kan er brand ontstaan. Snij geen asbest Gebruik de snijzaag van uw motor niet om asbest of producten die asbest gebruiken in welke vorm dan ook te verwijderen, beschadigen of verstoren.  Inademen van asbestvezels kan een ernstig gezondheidsri-sico vormen en kan ernstige of dodelijke ademhalingsziek-ten zoals longkanker veroorzaken.

12Veilig gebruik van uw productVeiligheidsmaatregelen voor terugslag GEVAAR Terugslag van het versneden materiaal kan worden ge-genereerd als gevolg van de snijpositie en dit kan het verlies van de controle over de machine veroorzaken. Dit kan ertoe leiden dat het snijwiel de operator raakt, met ernstig letsel tot gevolg. Rotatie terugslagSnijden met het bovenste deel van het snijwiel gene-reert terugslag van het mate-riaal dat wordt gesneden; hierdoor slaat de punt van het snijwiel terug door de rotatie en is uiterst gevaarlijk. Snij altijd met de onderkant van het snijwiel. Lineaire terugslagBij het snijden met de onder-kant van het snijwiel kan de machine een kracht genere-ren die de machine naar vo-ren trekt. Houd de handgreep altijd stevig vast tijdens het werken.  Deze reactie kan ertoe leiden dat u de controle over de sn-ijzaag verliest en in contact komt met het bewegende wiel.

Dit kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel. Als gebruiker van een snijzaag moet u verschillende stappen ondernemen om uw snijwerkzaamheden zonder ongelukken of letsels te doen verlopen.  Als u het fenomeen terugslag begrijpt, kunt u het verras-singselement verminderen of elimineren. Plotselinge verras-singen leiden tot ongelukken. Begrijp dat terugslag door rotatie te voorkomen is door ervoor te zorgen dat de boven-zijde van het snijwiel geen voorwerp raakt.  Bedien een snijzaag niet met één hand. Bediening met slechts één hand kan ernstig letsel bij de gebruiker, helpers of omstanders tot gevolg hebben. Voor de eigen veiligheid, gebruik altijd de twee handen bij het bedienen van een sn-ijzaag, één om de trekker te bedienen. Anders kan dit resul-teren in “schaatsen” of slippen van de snijzaag met letsel tot gevolg door het verlies van de controle.

Houd de machine stevig vast, waarbij de duimen en de vin-gers de handgrepen van de snijzaag moeten omvatten. Ste-vig vastgrijpen helpt terugslaan te verminderen en helpt bij het onder controle houden van de zaag. Te allen tijde moet de zaag met twee handen worden bediend.  Controleer dat het gebied waarin u zaagt, vrij van obstakels is. Laat de bovenkant van het snijwiel niet in contact komen met een stam, een tak of een andere obstructie die kan wor-den geraakt terwijl u de zaag bedient.  Snijden bij hoge snelheden kan de kans op terugslag ver-minderen. Maar snijden op halfgas of lage snelheden is aan te bevelen om de snijzaag in nauwe situaties te regelen en kan ook de kans op terugslag verkleinen.

Zorg er in de eerste plaats voor dat u tijdens het werk altijd een veiligheidsbril, een stofmasker en gehoorbescherming draagt. Zonder de beschermende uitrusting kunt u afval of stof dat weggeblazen wordt, inademen of in de ogen krijgen wat een ongeval of letsel tot gevolg kan hebben.a Hoofdbescherming (helm): Beschermt het hoofdb Oorbeschermers of oordoppen: Beschermen het gehoorc Veiligheidsbril: Beschermt de ogend Mondkap: Beschermt de ademhalingsorganene Veiligheidshandschoenen: Beschermen de handen tegen kou en trillingenf Passende werkkleding (lange mouwen, lange broek): Beschermt het lichaamg Stevige antisliplaarzen (met veiligheidsneus) of antis-lipschoenen (met veiligheidsneus): Beschermt de voeten Niet opvolgen van de voorzorgsmaatregelen kan oog- of ge-hoorbeschadiging of ander ernstig letsel tot gevolg hebben.Beschermende kleding dragen Draag uw haar zo dat het tot op uw schouders komt. Draag geen stropdassen, sieraden of losse kleding die door de machine kunnen worden gegrepen. Draag geen schoeisel zonder neus (slippers, sandalen etc.), loop niet blootsvoets of met blote benen. Niet opvolgen van de voorzorgsmaatregelen kan oog- of gehoorbeschadiging of ander ernstig letsel tot gevolg hebben.

15Beschrijving1. Voorste handgreep (voor de linkerhand) - Steun-handgreep aangebracht aan de voorzijde van het mo-torhuis. 2. Wielbeschermer - Een wielbeschermer die bedoeld is om de bestuurder te beschermen tegen wielcontact en vuil. 3. Snijwiel - Dient als snijgereedschap. 4. Wielbevestigingsbout - Bout die de flens bevestigt. 5. Snijflens - Deel dat het snijwiel bevestigt. 6. Brandstoftankdop - Voor het afsluiten van de brand-stoftank. 7. Momentele stopschakelaar - Knop voor het kortston-dig ontkoppelen van de ontsteekspanning, waardoor de motor stopt. Dit is GEEN AAN/UIT-ontstekingsschake-laar. 8. Handgastrekker - Voorziening die door de vinger van de gebruiker wordt geactiveerd om het motortoerental te regelen. 9.

Handgastrekkerblokkering - Een veiligheidshendel moet worden ingedrukt voordat de handgastrekker kan worden geactiveerd, om onbedoeld bedienen van de handgastrekker te voorkomen. 10. Chokeregelknop - Voorziening voor het verrijken van het brandstof/lucht-mengsel in de carburateur om een koude start te vergemakkelijken. Activeert ook snelle stationaire gashendelvergrendeling. 11. Startgreep - Trek langzaam aan de hendel tot de star-ter vervolgens snel en stevig vastklikt. Draai de hendel voorzichtig terug wanneer de motor wordt gestart. Laat de hendel niet losschieten want dan raakt het apparaat beschadigd. 12. Luchtfilterafdekking - Dekt luchtfilter. 13. Achterste handgreep (voor de rechterhand) - Steun-handgreep aangebracht tegen de achterzijde van het motorhuis. 14. Waterkit - Levert water tijdens het zagen om te voorko-men dat stof uitstrooit. 15.

Wielbeschermingsknop - Grijp en beweeg deze knop bij het veranderen van de hoek van de wielbeschermer. 20. Vonkenvangerdemper - De vonkenvangerdemper re-gelt het uitlaatgeluid en voorkomt dat hete, gloeiende kooldeeltjes uit de uitlaat komen. 21. Decompressieapparaat - Voorziening voor het verla-gen van de druk in de cilinder om het starten te verge-makkelijken. 22. Type en serienummer.

16Voordat u begint SnijwielWielsnelheidKwalificatie wielsnelheidDit is de minimaal aanvaardbare wielsnelheid voor deze een-heid. Wielen van minder dan 3820 tpm mogen niet worden ge-bruikt op deze gemotoriseerde snijzaag. Maximaal toegestane wielsnelheidHet wiel draait met dezelfde snelheid als de as (spil) waarop het is gemonteerd. Het wiel mag nooit sneller dan 3820 omw/min draaien als de snelheid van het wiel 3820 omw/min is. Wielrollers en montageflenzenWielrollers die aan beide zijden van versterkte wielen zijn be-vestigd, zijn kussens die nodig zijn om de druk van de beves-tigingsflenzen tegen slijtage te compenseren als er slippen tussen het wiel en de flenzen optreedt. De rollers hebben een diameter van 108 mm. Zorg ervoor dat de rollers niet uitsteken of diep bekrast raken en dat er geen vreemd materiaal op zit tijdens het monteren van het wiel. Feiten over slijpwiel1.

De wielen worden gemaakt door een sterk vezelgaasmate-riaal in een vorm te leggen, een mengsel van hars en de schurende korreldeeltjes over het gaas te gieten en een tweede laag gaas over het mengsel toe te voegen. Vervol-gens worden het hars en het versterkende gaas met elkaar verbonden en uitgehard. 2. Het vermogen van het wiel om bepaalde materialen te snij-den is te wijten aan het type schuurmiddel, de korrelgrootte en de onderlinge afstand. De versterking aan beide zijden zorgt voor extra stevigheid en onbuigzaamheid. 3. Lees altijd het etiket op het wiel. Als het wiel niet goed snijdt, is dit mogelijk van het verkeerde type voor het materiaal. Toch doorgaan met snijden kan resulteren in het breken van het wiel en de gebruiker ernstig letsel toebrengen.

WAARSCHUWING Niet slijpen aan de zijkant van een slijpwiel van een schurende motor of tijdens het snijden geen zijwaartse druk uit-oefenen op het wiel. Laat de zaag niet kantelen of schommelen.  Gebruik nieuwe, goed gekwalificeerde wielen met de juiste diameter, dikte en montagegaten.

De wielrollers en de bevestigingsflenzen moeten in goede staat zijn en de bevestigingsbout moet met het juiste koppel worden vastge-draaid.  Selecteer en gebruik het juiste wiel voor uw werk.  Inspecteer het wiel zorgvuldig op scheuren, beschadigingen aan de rand en kromtrekken vóór gebruik. Gebruik geen wiel dat is gevallen. Een wiel dat is gevallen, kan niet worden vertrouwd.  Monteer het wiel niet als de rollers zijn beschadigd. Vernietig het dempende effect niet door de bevestigingsbouten te strak aan te draaien. Draai de moer nooit vast wanneer u er met uw gewicht op steunt. Anders kan de draad ge-broken raken. Het juiste aanhaalmoment is 25 N•m (250 kgf•cm) - 30 N•m (300 kgf•cm).  Onderzoek het wiel zorgvuldig vóór gebruik. Niet gebruiken als het wiel is kromgetrokken, vochtig, gebarsten, afge-splinterd of het snijgebied vertoont hitteverkleuringen.

 Gebruik alleen een wiel dat voldoet aan nationale en lokale wetten en voorschriften zoals EN13236, EN12413 en ANSI B7. 1.  Voldoe aan een veilige behandeling, zoals geïnstrueerd door wielfabrikanten.  Gebruik geen water tijdens het zagen met een schuurwiel, tenzij de fabrikant van het wiel dat aangeeft. 1. Lees het label1. Roller A: 20 mm (22 mm, 25,4mm).

17Voordat u begint4. Een wiel kan veel snijdruk verdragen zolang de druk recht-door is en niet van de zijkant van het wiel komt. Daarom moet u altijd alleen rechte lijnsnedes maken door te voorko-men dat de zaag kantelt of wiebelt tijdens het snijden.5. Zagen die bedoeld zijn voor krachtige toegang, moeten voor elk gebruik worden uitgerust met nieuwe wielen. Als de ge-bruikte wielen de ringtest kunnen doorstaan en de inspectie kunnen beëindigen, kunnen ze worden gebruikt bij het trai-nen van noodploegen.Hanteren en opslag van wielen1. Controleer elk wiel op kromtrekken, scheuren en gebroken randen voordat u ze op de zaag monteert.2. Kromgetrokken wielen snijden niet goed en kunnen onder druk komen te staan zodat ze breken. Berg uw wielen altijd plat op op een glad, vlak en droog oppervlak. Plaats karton-nen of papieren tussenringen als een kussen bij het stapelen van meerdere wielen.3.

Vocht en warmte kunnen beide het wiel beschadigen. Laat de wielen niet in de zon liggen en stel ze niet bloot aan hoge temperaturen. Houd wielen altijd droog en bewaar ze in een ruimte met lage luchtvochtigheid en gematigde temperatuur. Bescherming tegen vochtschade is van toepassing tijdens snijden onder spoelen met water. Om te voorkomen dat er water in het wiel doordringt, brengt u het wiel op snijsnelheid voordat u het water inschakelt en houdt u de wielrotatie 10 seconden aan na het uitschakelen van het water.WAARSCHUWING Schuur niet met een snijwiel of druk niet op de zijkan-ten. Gebruik alleen versterkte wielen of wielen die door shindaiwa voor deze zaag zijn goedgekeurd. Wielen die te dik zijn of verkeerd op de spil passen, kun-nen versplinteren, wat ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken.

18Voordat u begintMontageHet wiel installerenDe adapter vervangenInstalleer de adapter die op de binnendiameter van het snijwiel past. Bij verzending is een adapter met een buitendiameter van 20 mm gemonteerd. Als de binnendiameter van het te ge-bruiken snijwiel 22 mm of 25,4 mm is, vervangt u de adapter als volgt.1. Plaats het staafgereedschap.2. Draai de aandrijfas totdat het gat in de grote katrol en het staafgereedschap op één lijn liggen.3. Draai de wielbevestigingsbout los met het 19 mm-uiteinde van de moersleutel of uw vingers. Verwijder de wielbout en buitenflens terwijl de binnenflens blijft zitten.4. De adapter zit met een borgring aan de aandrijfas vast. Steek een gereedschap zoals een kleine platte schroeven-draaier in de opening en verwijder de borgring.5. Vervang de adapter die op de binnendiameter van het snij-wiel past.6.

Druk de borgring erin totdat deze de groef in de aandrijfas bereikt en zet de adapter vast. Als het borgring vervormd is, vervangt u deze door een nieuwe. WAARSCHUWING Lees de bedieningshandleiding aandachtig door om ervoor te zorgen dat u het product correct mon-teert. Voer nooit onderhouds- of montageprocedures uit terwijl de motor loopt. Gebruik van een product dat niet correct is gemonteerd, kan tot een ongeval of ernstig letsel leiden.1. Staafgereedschap 2. Katrolafdekking1. Losdraaien1. Borgring2. Adapter3. Aandrijfas1. Adapter2. Borgring3. Buitenflens4. Wielbevestigingsbout

19Voordat u begintEen snijwiel installeren1. Plaats het staafgereedschap. Draai de aandrijfas totdat het gat in de grote katrol en het staafgereedschap op één lijn lig-gen.2. Draai de wielbevestigingsbout los met het 19 mm-uiteinde van de moersleutel of uw vingers.3. Verwijder de wielbout en buitenflens terwijl de binnenflens blijft zitten.4. Bevestig de draairichting van het snijwiel en monteer het zo dat het middengat over de adapter op de aandrijfas past.5. Lijn het gat in de snijflens uit met de aandrijfas en druk deze aan.6. Draai de wielbout met de hand vast en haal hem dan volledig aan met een T-sleutel. Draai hem vast met een koppel van 25 tot 30 N•m.7. Verwijder het staafgereedschap en draai het snijwiel met de hand; zorg ervoor dat het recht zit en niet wiebelt.1. Staafgereedschap 2. Katrolafdekking1. Adapter 2. Snijwiel1. Aandraaien 2.

T-sleutel WAARSCHUWING Controleer vóór het vastdraaien of de flenzen correct zijn geplaatst en niet zijn gespannen op de schroef-draad van de bevestiging of bout. Trek de bout niet zo strak aan dat deze het kussen dat door de wielrollers wordt geleverd, vernietigt. Gebruik geen pneumatisch, elektrisch aangedreven gereedschap of iemands li-chaamsgewicht om aan te spannen. Anders kan de draad gebroken raken. Draai niet meer dan 30 N•m (300 kgf•cm) aan.OPMERKINGDe arm kan worden verwijderd en opnieuw worden gemon-teerd met een wiel aan de buitenzijde van de arm, zoals vereist voor bepaalde procedures.

20Voordat u begintDe hoek van de wielbeschermer aanpassen1. De wielbeschermer kan worden afgesteld om te voorkomen dat vuil loskomt en de operator raakt.2. Draai de vergrendelknop van de wielbeschermer tegen de klok in, pak de knop van de wielbeschermer en beweeg de wielbeschermer naar de gewenste positie, laat hem dan langzaam los en draai de wielbeschermer vast met de ver-grendelknop.∗ Gebruik het apparaat nooit zonder dat de wielbeschermer op zijn plaats zit.Draai de snijarm achteruitBij verzending is het snijwiel zo gemonteerd dat het zich dicht bijhet zwaartepunt van de machine bevindt. Het snijwiel kan naareen positie buiten de machine worden verplaatst door de snijarmachteruit te monteren.1. Verwijder het snijwiel.2. Verwijder de 2 schroeven en verwijder de beschermaanslag.3. Verwijder beide buizen die op de buisconnector zijn aange-sloten.

Verwijder de buisconnector na het verwijderen van de moer op de wielbeschermer.4. Monteer de buisconnector in de onderste opening in de wiel-beschermer.5. Draai de moer los die het mondstuk op zijn plaats houdt.6. Verwijder de wielbeschermingsknop gemonteerd op de wieldop.7. Verwijder de moer van de vergrendelknop en installeer deze opnieuw nadat u de hoek van de knop hebt gewijzigd. WAARSCHUWING Gebruik de machine nooit zonder dat de wielbeschermer op zijn plaats zit.1. Wielbeschermer2. Wielbeschermerknop3. Vergrendelknop van wielbeschermer1. Beschermaanslag2. Schroef3. Buisconnector4. Buis WAARSCHUWING Het omgekeerd monteren van de snijarm tast de balans van de machine aan en maakt het moeilijk om de machi-ne te bedienen. Gebruik het niet in de omgekeerde stand behalve wanneer nodig.1. Mondstuk 2. Wielbeschermerknop1. Vergrendelknop

21Voordat u begint8. Wijzig de hoek van de wielbeschermer.9. Draai de spanschroef los totdat de punt niet meer zichtbaar is en verwijder vervolgens de 2 armbevestigingsbouten.10. Verwijder het katroldeksel.11. Verwijder de snijarm van de starterbehuizing. Verwijder te-gelijkertijd de riem.12. Keer de snijarm om en monteer hem in de lange opening in de starterbehuizing.13. Plaats de riem op de grote katrol.14. Plaats het katroldeksel in de snijarm. Zorg ervoor dat het ka-troldeksel niet verkeerd is uitgelijnd wanneer u dit in de arm plaatst.15. Draai de 2 armbevestigingsbouten handvast en maak ze vervolgens ongeveer 1 slag los. Pas de strakheid van de riem aan. (Zie pagina 30)16. Draai de 2 armbevestigingsbouten vast. Opmerking: Draai vast met een koppel van 23 tot 27 N•m (230 tot 270 kgf•cm)17. Wijzig de mondstukhoek en draai dan de moer aan.18. Steek de 2 buizen in de buisconnector.19.

22Voordat u begintBrandstof voorbereidenBrandstof Als brandstof wordt een mengsel gebruikt van normale benzi-ne met motorolie voor luchtgekoelde tweetaktmotoren. Loodvrije benzine met minimaal octaangehalte van 89 wordt aanbevolen. Gebruik geen brandstof die methylalcohol of meer dan 10 % ethylalcohol bevat.  Aanbevolen mengverhouding: 50 : 1 (2 %) voor ISO-L-EGD-norm (ISO/CD 13738), JASO FC, FD-klasse en door Shindaiwa aanbevolen olie. - Gebruik nooit tweetaktolie die bedoeld is voor watergekoel-de motoren, motoren van motorfietsen. - Meng de benzine en de olie niet direct in de brandstoftank. - Voorkom dat brandstof of olie wordt gemorst. Veeg ge-morste brandstof altijd op. - Ga altijd voorzichtig met brandstof om; brandstof is bijzon-der ontvlambaar. - Bewaar brandstof altijd in een geschikt reservoir.

Brandstofvoorraad Vul de brandstoftank in de buitenlucht boven de kale grond en breng de brandstofdop stevig aan. Vul geen brandstof bij in een afgesloten ruimte.  Plaats het product en de bijvultank op de grond als u gaat bij-vullen. Vul het product niet bij op een laadplatform van een vrachtauto of op andere, soortgelijke plaatsen.  Wanneer u de brandstof bijvult, dient de brandstof onder het schouderniveau aan de onderzijde van de vulhals van de brandstoftank te blijven.  Er is een drukverschil tussen de brandstoftank en de buiten-lucht. Wanneer u de brandstof bijvult, dient u de brandstof-tankdop langzaam open te draaien om het drukverschil geleidelijk op te heffen.  Veeg gemorste brandstof altijd op.  Ga ten minste 3 meter van de plaats staan waar u de brand-stof hebt bijgevuld, voordat u de motor aanzet.

 Bewaar de bijvultank op een beschutte plaats en op een veili-ge afstand van vuur. GEVAAR Brandstof is licht ontvlambaar en kan door een verkeerde omgang ermee tot brand leiden. Neem de voorzorgsmaatregelen in het hoofdstuk van deze handleiding onder de titel "Veilig gebruik van uw product" zorgvuldig in acht.

 Controleer, nadat brandstof is bijgevuld, of de brandstoftankdop goed vast zit en vergeet niet te controleren of er brandstof wordt gelekt of wegloopt rondom de brandstofvulbuis, het rubber of de dop. Indien u lekkende of uitlopende brandstof waarneemt, dient u onmid-dellijk met het gebruik van het product te stoppen en contact op te nemen met uw dealer om de machine te laten repareren.  Als de brandstof ontbrandt, kan dit brandwonden en brand veroorzaken LET OPEr is een drukverschil tussen de brandstoftank en de buitenlucht. Wanneer u de brandstof bijvult, dient u de brandstof-tankdop langzaam open te draaien om het drukverschil geleidelijk op te heffen.  Anders kan wordt de brandstof mogelijk naar buiten gespoten. OPMERKINGBrandstof veroudert naarmate deze langer wordt bewaard. Meng niet meer brandstof dan u in dertig (30) dagen nodig denkt tehebben.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Shindaiwa EC741S stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden