Shindaiwa 352s Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Shindaiwa 352s (36 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 60 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Shindaiwa 352s of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Shindaiwa |
| Categorie: | Zaagmachine |
| Model: | 352s |
Handleiding Shindaiwa 352s – volledige tekst
2Inleiding2InleidingDeze kettingzaag is ontworpen voor het zagen van hout of houtproducten.Gebruik de kettingzaag niet voor het zagen van massief metaal, plaatmetaal, kunststoffen of andere materialen dan hout.Het is van belang dat u alle veiligheidsmaatregelen begrijpt voordat u uw kettingzaag gaat gebruiken.Verkeerd gebruik van de kettingzaag kan ernstig lichamelijk letsel tot gevolg hebben.Laat kinderen nooit met de zaag werken.Deze handleiding beschrijft de regels voor een veilige bediening en correct gebruik en de service- en onderhoudswerkzaamhedenvan uw shindaiwa kettingzaag.Volg deze instructies om de machine in goede staat te houden en in het belang van een lange levensduur.Bewaar deze bedieningshandleiding voor toekomstige raadpleging.Is deze bedieningshandleiding onleesbaar geworden of bent u deze kwijtgeraakt, schaf dan een nieuw exemplaar aan bij uwshindaiwa-dealer.Wanneer deze machine voor gebruik aan iemand wordt uitgeleend, dient deze bedieningshandleiding altijd te worden meegeleverd voor instructies en uitleg.Wordt de machine verkocht, overhandig de koper dan samen met de machine ook deze bedieningshandleiding.Specificaties, beschrijvingen en illustraties in deze documentatie zijn zo accuraat mogelijk op het moment van publicatie, maarkunnen zonder voorafgaande aankondiging worden gewijzigd.Illustraties kunnen optionele uitrusting en accessoires tonen, en laten mogelijk niet alle standaarduitrusting zien.De machine wordt geleverd met het zaagblad en de ketting gescheiden van het motorhuis.Breng het zaagblad en de ketting aan.Neem bij onduidelijkheden over informatie in deze handleiding contact op met uw shindaiwa-dealer.FabrikantYAMABIKO CORPORATION7-2 SUEHIROCHO 1-CHOME, OHME, TOKIO 198-8760, JAPANGeautoriseerde vertegenwoordiger in EuropaAtlantic Bridge LimitedAtlantic House, PO Box 4800, Earley, Reading RG5 4GB, Verenigd Koninkrijk
4Stickers en symbolen GEVAAR WAARSCHUWING LET OP!Dit symbool in combinatie met het woord "GEVAAR" vestigt de aandacht op handelingen of omstandigheden die ernstig lichamelijk letsel of de dood tot gevolg kunnen hebben.Dit symbool in combinatie met het woord "WAARSCHUWING" vestigt de aandacht op handelingen of omstandigheden die ernstig lichamelijk letsel of de dood tot gevolg kunnen hebben."LET OP" geeft aan dat er een potentieel gevaarlijke situatie is, die wanneer die niet wordt vermeden, licht tot matig lichamelijk letsel tot gevolg kan hebben.Het symbool van een cirkel met een schuine streep geeft aan dat hetgeen wordt getoond, verboden is.OPMERKINGDeze ingesloten boodschap bevat tips voor gebruik, verzorging en onderhoud van de machine.Symboolvorm Symboolbeschrijving / toepassing Symboolvorm Symboolbeschrijving / toepassingLees de bedieningshandleiding aandachtig doorMengsel van olie en benzineDraag oog-, gehoor- en hoofdbeschermingKettingolievullingWaarschuwing!
Er kan terugslag optreden!Afstelling kettingsmeerderNoodstop Afstelling van de carburateur - stationair toerentalWerking van kettingrem Gegarandeerd geluidsvermogenniveauZoek deze veiligheidssticker op de machine op. Met behulp van de illustratie van de volledige unit in het deel "Omschrijving" kunt u ze gemakkelijk vinden.Zorg ervoor dat de sticker leesbaar is en dat u de erop vermelde instructies begrijpt en opvolgt. Is een sticker niet meer leesbaar, dan kunt u een nieuw exemplaar bestellen bij uw shindaiwa-dealer.
5Regels voor veilige bediening1. Algemene voorzorgsmaatregelenBedieningshandleiding Lees de bedieningshandleiding voor uw kettingzaag aandachtig door. Maak u volledig vertrouwd met de bedieningsorganen en het correcte gebruik van de kettingzaag. Niet opvolgen van de instructies kan persoonlijk letsel tot gevolg hebben. Neem bij vragen of problemen contact op met uw shindaiwa-dealer. Fysieke conditie Werk niet met de kettingzaag indien u vermoeid bent of onder invloed van alcohol of drugs. U dient in goede fysieke en mentale conditie te verkeren om veilig met de kettingzaag te kunnen werken. Fouten in de beoordeling of uitvoering kunnen ernstig of fataal zijn. Zijn er fysieke omstandigheden die door inspannende werkzaamheden kunnen verergeren, raadpleeg dan uw huisarts alvorens de kettingzaag te gebruiken.
Werk niet met de kettingzaag wanneer u ziek of vermoeid bent, of indien u onder invloed van stoffen of medicamenten verkeert die uw zicht, kundigheid of beoordelingsvermogen kunnen beïnvloeden. Persoonlijke uitrusting Draag altijd een goedgekeurde bril ter bescherming van uw ogen. Houtsnippers, stof, afbrekende takken en andere deeltjes kunnen door de zaagketting in het gezicht van de gebruiker van de kettingzaag, gelanceerd worden. Een bril levert slechts beperkte bescherming indien de zaagketting de gebruiker van de kettingzaag in de omgeving van de ogen treft. Indien de omstandigheden vereisen dat een geventileerd gezichtsmasker wordt gedragen, dient u onder het masker tevens een veiligheidsbril te dragen. shindaiwa adviseert te allen tijde oorbeschermers te dragen. Niet opvolgen van dit advies kan tot ernstige gehoorbeschadigingen leiden.
U dient het risico op gehoorbeschadigingen te verminderen door ofwel oorbeschermers van het type "koptelefoon" te dragen, ofwel oordoppen die door een geautoriseerde organisatie zijn goedgekeurd.
Alle personen die geheel of gedeeltelijk in hun levensonderhoud voorzien door met kettingzagen te werken, dienen zich regelmatig te laten testen op achteruitgang van hun hoorvermogen. Draag altijd een veiligheidshelm bij het werken met een kettingzaag. Een veiligheidshelm dient altijd gedragen te worden bij het vellen van of werken onder bomen, of wanneer voorwerpen op u terecht kunnen komen. Draag stevige handschoenen die voldoende grip geven en die bovendien tegen koude en trillingen beschermen. Draag schoenen met verstevigde neuzen of laarzen met antislipzolen. Draag nooit loszittende kleding, openstaande jassen, wijde mouwen en manchetten, sjaals, veters, dassen, koorden, kettingen, sieraden, enz. waar de kettingzaag of het snoeigroen in kan vasthaken. Kleding dient van stevig, beschermend materiaal te zijn.
Deze dient nauw om het lichaam te sluiten zodat ze niet kan blijven haken, maar dient ook voldoende ruim te zijn om de bewegingsvrijheid niet te beperken. Broekspijpen dienen niet wijd uit te lopen of omgeslagen te zijn, en dienen ofwel in de laarzen gestopt of afgesneden te worden. In de handel zijn veiligheidsvesten, beenkappen en houthakkersbroeken van ballistisch materiaal leverbaar. Het is de verantwoordelijkheid van degene die met de kettingzaag werkt dat dergelijke aanvullende bescherming wordt gedragen indien de omstandigheden dit vereisen. Werk nooit met een kettingzaag wanneer u alleen bent. Zorg ervoor dat er altijd iemand op roepafstand is voor het geval u hulp nodig hebt. LET OPHet is niet raadzaam de oren met watten dicht te stoppen.
6Brandstof1. Oliereservoirdop2. Brandstoftankdop A: Vastdraairichting Gebruik een geschikt type brandstofreservoir. Houd een brandblusser of een spade onder handbereik. Ondanks de te nemen voorzorgsmaatregelen kunnen zich bij het werken met een kettingzaag of het werken in bosgebieden gevaarlijke situaties voordoen. Rook niet en houd vuur of vonken op voldoende afstand van brandstofvoorraden. De brandstoftank kan onder druk staan. Draai de brandstofdop altijd langzaam los en laat de druk ontsnappen alvorens de dop te verwijderen. Vul de brandstoftank in de buitenlucht boven de kale grond en breng de brandstofdop stevig aan. Vul geen brandstof bij in een afgesloten ruimte. Veeg gemorste brandstof van de machine. Vul nooit brandstof bij terwijl de machine nog warm is of bij een lopende motor.
Berg de machine niet op met brandstof in de tank, omdat als gevolg van brandstoflekkage brand kan ontstaan. De motor starten Verplaats de kettingzaag ten minste 3 meter van de plek waar brandstof is bijgevuld alvorens de motor te starten. Laat andere personen voldoende afstand houden wanneer u de motor start of wanneer u met de kettingzaag aan het werk bent. Houd omstanders en dieren op voldoende afstand van de werkplek. Laat niemand het hout dat u zaagt, vasthouden. Begin niet met zagen voordat de werkplek vrij is, of voordat u stevig staat en de geplande vluchtroute wanneer de boom omvalt vrij is. Controleer, voordat u de motor start, dat de zaagketting nergens contact maakt. Houd de hendels droog, schoon en vrij van olie of brandstofmengsel. Gebruik de kettingzaag uitsluitend in goed geventileerde ruimtes.
Draag de kettingzaag met uitgeschakelde motor, met het zaagblad en de zaagketting naar achteren gericht en met de geluiddemper van het lichaam afgekeerd. GEVAAR Benzine en brandstof zijn bijzonder ontvlambaar. Als deze vloeistoffen gemorst worden of tot ontbranding komen door een ontstekingsbron, kunnen ze brand en ernstig letsel of beschadiging van eigendommen veroorzaken. Er dient dan ook uitermate voorzichtig omgegaan te worden met motorbrandstoffen. Draai na het bijvullen de brandstofdop stevig vast en controleer op lekkage. Voer ingeval van brandstoflekkage direct de vereiste reparatiewerkzaamheden uit alvorens de machine te starten, aangezien er brandgevaar is.
72. Veiligheidsmaatregelen voor terugslag Contact van de punt kan soms een bliksemsnelle tegengestelde reactie veroorzaken, waardoor het zaagblad naar de gebruiker terugslaat (dit wordt rotatie-terugslag genoemd). Door inklemmen van de zaagketting langs de bovenzijde van het zaagblad, kan het zaagblad snel naar de gebruiker teruggeduwd worden (dit wordt lineaire terugslag genoemd). Door elk van deze reacties kunt u de controle over de zaag verliezen en in contact komen met de bewegende zaag, hetgeen tot ernstig lichamelijk letsel kan leiden. Als gebruiker van de kettingzaag dient u enkele voorzorgsmaatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat er tijdens het zaagwerk geen ongeval gebeurt en u geen letsel oploopt. Als u het fenomeen terugslag begrijpt, kunt u het verrassingselement verminderen of elimineren. Plotselinge verrassingen leiden tot ongelukken.
U dient zich ervan bewust te zijn dat rotatie-terugslag is te voorkomen door ervoor te zorgen dat de onafgeschermde neus van het zaagblad geen voorwerpen of de grond kan raken. Houd de kettingzaag tijdens het werken nooit met slechts één hand vast. Bediening met slechts één hand kan ernstig letsel bij de gebruiker, helpers of omstanders tot gevolg hebben. Gebruik bij het werken met een kettingzaag voor de juiste controle altijd twee handen; gebruik daarbij één hand voor het bedienen van de trekker. Anders kan de kettingzaag gaan "ketsen" of schuiven, met persoonlijk letsel als gevolg van controleverlies tot gevolg. Houd de zaag als de motor draait met beide handen stevig vast, met de rechterhand op de achterste handgreep en de linkerhand op de voorste handgreep. Houd de zaag stevig vast, waarbij de duimen en de vingers de kettingzaaghandgrepen moeten omvatten.
Stevig vastgrijpen helpt terugslaan te verminderen en helpt bij het onder controle houden van de zaag. Te allen tijde moet de zaag met twee handen worden bediend. Reik nooit te ver of boven borsthoogte.
Controleer dat het gebied waarin u zaagt, vrij van obstakels is. Laat tijdens het werken met de zaag de neus van het zaagblad nooit contact maken met een boomstronk, takken, of enig ander obstakel. Zagen met hoge motortoerentallen kan het risico op terugslaan verminderen. Zagen met halfgas of laag toerental kan echter de voorkeur verdienen om de kettingzaag beter onder controle te houden in situaties met weinig ruimte en om het risico op terugslaan te verminderen. Volg de slijp- en onderhoudsinstructies van de fabrikant. Gebruik uitsluitend vervangende zaagbladen en kettingen die door de fabrikant zijn gespecificeerd, of goedgekeurde vergelijkbare zaagbladen en kettingen.
GEVAARVeiligheidsmaatregelen in verband met terugslag voor kettingzaaggebruikers: de machine kan terugslaan wanneer de neus of de punt van het zaagblad een voorwerp raakt of wanneer het hout opsluit en de zaagketting in de zaagsnede wordt ingeklemd.
83. Andere veiligheidsmaatregelenTrillingen en kouMen gaat ervan uit dat een aandoening genaamd het Fenomeen van Raynaud, dat de vingersvan sommige individuen aantast, veroorzaakt kan worden door blootstelling aan kou en trillingen. Uw shindaiwa kettingzaag heeft dan ook schokdempers die ontworpen zijn om de intensiteitvan trillingen die via de handvatten worden overgedragen, te verminderen. Blootstelling aan koude en trillingen kan een tintelend en branderig gevoel veroorzaken, waardoor de vingers bleek en gevoelloos worden. We adviseren u daarom nadrukkelijk de volgende voorzorgsmaatregelen te nemen omdat onbekend is bij welke minimumblootstelling deze aandoening wordt veroorzaakt. Houd uw lichaam warm; met name hoofd en nek, voeten en enkels, en handen en polsen.
Zorg voor een goede doorbloeding door tijdens regelmatige werkonderbrekingen krachtige armbewegingen te maken en door niet te roken. Beperk het aantal uren dat u met de kettingzaag werkt. Probeer gedeelten van de werkdag te vullen met andere werkzaamheden dan werken met de kettingzaag. Hebt u last van pijnlijke, rode en opgezwollen vingers, gevolgd door verbleken en gevoelloosheid van de vingers, raadpleeg dan een arts alvorens u zich opnieuw blootstelt aan koude en trillingen. RSI-aandoeningen (herhalingsoverbelasting)Het vermoeden bestaat dat overbelasting van de spieren en pezen in de vingers, handen, armen en schouders kan leiden tot irritatie, zwellingen, gevoelloosheid, slapheid en extremepijn in de zojuist genoemde lichaamsdelen.
Doe het volgende om het risico op herhalingsoverbelasting te verminderen: Vermijd het gebruik van uw pols in gebogen, uitgestrekte of verdraaide positie. Probeer in plaats daarvan de pols uitsluitend in rechte positie te gebruiken. Gebruik voor het grijpen uw hele hand; niet alleen duim en wijsvinger. Neem regelmatig een pauze om herhaling te voorkomen en om de handen te laten rusten.
Verminder de snelheid en de kracht waarmee u herhalingsbewegingen maakt. Doe oefeningen om de hand- en armspieren te verstevigen. Raadpleeg een arts indien u last hebt van een tintelend gevoel, gevoelloosheid of pijn in vingers, handen, polsen en armen. EU-richtlijn "Trillingen"De EU-richtlijn "Trillingen" (2002/44/EG) is ontworpen om personen te beschermen tegen veiligheids- en gezondheidsrisico's die voortvloeien uit mechanische trillingen van een machine, door werkgevers ertoe te dwingen de actiewaarde voor dagelijkse blootstelling aantrillingen, A(8), herleid tot een standaardreferentieperiode van acht uur, te beperken. Personen of organisaties die iemand in dienst hebben voor de bediening van een machine,moeten de waarde A(8) in acht nemen, wanneer de desbetreffende persoon de machine gebruikt.
9De staat van de machine Werk niet met de kettingzaag indien deze beschadigd, verkeerd afgesteld of niet compleet en goed gemonteerd is. Werk niet met de kettingzaag indien de demper loszit of defect is. Controleer of de zaagketting stopt zodra de handgasbedieningstrekker wordt losgelaten. Zagen Werk niet met de zaag in een boom tenzij u hiervoor specifiek opgeleid bent. Houd alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting wanneer de motor loopt. Wees uiterst voorzichtig bij het zagen van dunne takken en jong groen, aangezien dun materiaal in de kettingzaag verstrikt kan raken en naar u toe kan zwiepen of u uit evenwicht trekken. Blijf aan de hoogste zijde van een helling wanneer boomstronken op een zaagbok worden geplaatst of van takken worden ontdaan omdat ze tijdens het zagen kunnen wegrollen.
Wees bij het zagen van takken onder spanning alert op terugspringen van de takken om te voorkomen dat u door de takken of de kettingzaag wordt geraakt wanneer de spanning in de houtvezels wordt ontlast. Zagen terwijl u op een ladder staat, is uitermate gevaarlijk omdat de ladder kan wegglijden en u op een ladder slechts beperkte controle over de kettingzaag hebt. Werken op grotere hoogte moet aan daartoe opgeleide personen worden overgelaten. Houd beide voeten op de grond. Werk niet met de zaag terwijl u niet met beide voeten op de grond staat. Stop de motor alvorens de kettingzaag neer te leggen. Werken met hout Veilig werken met een kettingzaag vereist een zaag in goed werkende conditie, en bij de gebruiker een goed beoordelingsvermogen en kennis van de methoden die moeten worden gebruikt bij elke zaaghandeling.
Laat niemand anders uw zaag gebruiken zonder dat hij of zij eerst deze bedieningshandeiding heeft doorgelezen en de erin beschreven instructies volledig heeft begrepen. Gebruik uw zaag uitsluitend voor het zagen van hout en houtproducten.
Gebruik de kettingzaag niet voor het zagen van massief metaal, plaatmetaal, kunststoffen of andere materialen dan hout. Onderhoud Alle onderhoudswerkzaamheden aan de kettingzaag die niet zijn vermeld in de onderhoudsinstructies van de bedieningshandleiding, dienen te worden uitgevoerd door vakkundig servicepersoneel. (Wordt bijvoorbeeld het verkeerde gereedschap gebruikt voor het blokkeren van het vliegwiel om de koppeling te kunnen verwijderen, dan kan structurele schade aan het vliegwiel ontstaan, waardoor het vliegwiel vervolgens uit elkaar kan spatten. ) WAARSCHUWINGVoer op geen enkele wijze modificaties aan een kettingzaag uit. Uitsluitend aanbouwdelen en onderdelen geleverd door shindaiwa of specifiek goedgekeurd door shindaiwa voor gebruik met de specifieke kettingzaagmodellenvan shindaiwa, zijn toegestaan.
Hoewel bepaalde niet-goedgekeurde aanbouwdelen gebruikt kunnen worden met deshindaiwa motorkop, kan gebruik ervan juist extreem gevaarlijk zijn. LET OPRaak na gebruik van de kettingzaag hete oppervlakken van de cilinderkap en de demper niet aan.
10Beschrijving1. Getande stootrand - Voorziening, aangebracht vóór het bevestigingspunt van het zaagblad, die als scharnierpunt fungeert bij contact met een boom of boomstronk. 2. Geluiddemper - De geluiddemper regelt het geluidsniveau aan de uitlaat en voorkomt dat hete, gloeiende koolstofdeeltjes uit de uitlaat geblazen worden. 3. Voorste handbescherming - Beschermkap tussen de voorste handgreep en de zaagketting om de hand tegen letsel te beschermen en om een betere controle over de kettingzaag te hebben, indien de hand van de handgreep glijdt. Deze kap wordt gebruikt om de kettingrem te activeren, zodat het draaien van de ketting wordt gestopt. 4. Chokeregelknop - Voorziening voor het verrijken van het brandstof / lucht-mengsel in de carburateur om een koude start te vergemakkelijken. 5.
Achterste handgreep (voor de rechterhand) - Handgreepsteun aangebracht tegen de achterzijde van het motorhuis. 6. Achterste handbescherming - Verlenging van het onderste gedeelte van de achterste handgreep ter bescherming van de hand tegen de ketting indien deze breekt of uit de geleiding loopt. 7. Koppelingskap - Beschermkap voor het zaagblad, de zaagketting, de koppeling en het kettingwiel wanneer de zaag in gebruik is. 8. Kettingvanger - Een uitstekend gedeelte dat is bedoeld om het risico te verminderen dat de rechterhand van de gebruiker door de ketting wordt geraakt, wanneer de ketting tijdens het zagen breekt of van het zaagblad afloopt. 9. Zaagblad - Onderdeel dat de zaagketting ondersteunt en geleidt. 10. Ketting - Ketting die als zaaggereedschap fungeert. 11. Oliereservoirdop - Voor het afsluiten van het oliereservoir. 12.
Starthendel - De greep van de starter, voor het starten van de motor. 13. Brandstoftankdop - Voor het afsluiten van de brandstoftank. 14. Handgastrekker - Voorziening waarmee de gebruiker met de vinger het motortoerental regelt. 15.
Handgastrekkerblokkering - Een veiligheidshendel moet worden ingedrukt voordat de handgastrekker kan worden geactiveerd, om onbedoeld bedienen van de handgastrekker te voorkomen. 16. Ontstekingsschakelaar - Voorziening voor het in- en uitschakelen van het ontstekingssysteem zodat de motor gestart of gestopt kan worden. 17. Luchtfilterdeksel - Dekt het luchtfilter af. 18. Filterdekselknop - Voorziening voor het aanbrengen van het luchtfilterdeksel. 19. Veiligheidssticker - Onderdeelnummer 890345-3923120. Voorste handgreep (voor de linkerhand) - Steunhandgreep aangebracht aan de voorzijde van het motorhuis. 21. Cilinderkap - De kap met een rooster voor de koelende luchtstroom. Deze dekt de cilinder, de bougie en de demper af. 22. Bedieningshandleiding - Bijgevoegd bij de machine.
Lees deze handleiding aandachtig door alvorens de machine te gebruiken en bewaar de handleiding voor latere raadpleging, om u vertrouwd te maken met de juiste en veilige bedieningstechnieken. 23. Gereedschap - T-sleutel 13 x 19 mm (combinatie van schroevendraaier / bougiesleutel), inbussleutel van 3 mm en 4 mm. 24. Zaagbladkap - Kap voor het zaagblad en de zaagketting, die wordt aangebracht ten behoeve van het vervoer en wanneer de kettingzaag niet in gebruik is.
11MontageMontage zaagblad en ketting1. Laat de kettingrem los2. Twee moeren3. KoppelingskapBreng het zaagblad en de ketting als volgt aan. Draai de twee moeren los en verwijder de koppelingskap.4. Zaagblad5. Koppeling Breng het zaagblad aan en schuif het tegen de koppeling om de zaagketting gemakkelijker te kunnen aanbrengen.6. Gat in zaagblad Breng de zaagketting aan zoals afgebeeld. (Zorg ervoor dat de zaagtanden in de juiste richting wijzen.) Maak de kettingrem los en breng de koppelingskap over de tapeinden van het zaagblad aan. Draai de twee moeren handvast aan. Zorg ervoor dat de kettingspanner in het gat van het zaagblad grijpt.7. Kettingspanner8. Draairichting om de ketting te spannen Houd de zaagbladneus naar boven gericht en draai de spanner rechtsom, totdat de ketting goed tegen de onderzijde van het zaagblad aanligt.
A: Correcte spanning B: Verkeerde spanning Haal de beide moeren aan terwijl de kettinggeleiderneus omhoog wijst. Trek de ketting met de hand rond het zaagblad. Draai de spanner iets los wanneer u voelt dat de ketting klemt. WAARSCHUWINGStop, in het belang van uw eigen veiligheid, altijd de motor alvorens de volgende handelingen uit te voeren. LET OP!1. Alle afstellingen dienen in koude toestand te gebeuren.2. Draag altijd handschoenen wanneer aan de ketting wordt gewerkt.3. Bedien de kettingzaag niet met ongespannen ketting.OPMERKINGZet de kettingremhendel (voorste handbescherming) helemaal naar achteren om de koppelingskap van de kettingzaag te verwijderen of aan te brengen.
12BedieningBrandstof en smering Als brandstof wordt een mengsel gebruikt van normale benzine met motorolie voor luchtgekoelde tweetakt motoren van een gerenommeerd merk. Loodvrije benzine met een octaangetal van minimaal 89 wordt aanbevolen. Gebruik geen brandstof die methylalcohol of meer dan 10 % ethylalcohol bevat. Aanbevolen mengverhouding: 50 : 1 (2 %) voor ISO-L-EGD Standard (ISO/CD13738), JASO FC, FD en shindaiwa 50 : 1 olie. - Meng de benzine en de olie niet direct in de brandstoftank. - Voorkom dat brandstof of olie wordt gemorst. Veeg gemorste brandstof altijd op. - Ga altijd voorzichtig met brandstof om; brandstof is bijzonder ontvlambaar. - Bewaar brandstof altijd in een geschikt reservoir.
Kettingsmeermiddel Een correcte smering van de ketting terwijl de machine in werking is, vermindert de wrijving tussen de ketting, de geleider en het tandwiel, en tevens de koppelingsonderdelen zoals naaldlager en koppelingseenheid. Gebruik originele kettingolie van shindaiwa of ketting olie die door shindaiwa wordt aangebevolen, speciaal samengesteld voor de juiste smering van zaagbladen en kettingen. Deze smeeroliën bevatten kleefmiddelen, anti-verouderingsmiddelen en anti-oxididerende middelen. Neem contact op met uw shindaiwa-dealer voor de juiste kettingolie. Gebruik geen afvalolie of afgetapte olie om problemen te voorkomen met het oliesysteem, het koppelings- systeem, ketting en zaagblad. Door smeerproblemen veroorzaakt door het gebruik van de onjuiste olie vervalt de garantie.
Kettingolie op plantaardige basis verandert snel in hars en blijft plakken aan de oliepomp, ketting, zaagblad, naaldlager van de koppeling, en koppelingseenheid. Het veroorzaakt storingen en een kortere levensduur van het product. Spoel het kettingoliesysteem na gebruik met minerale olie of olie op chemische basis, indien het vanwege plaatselijke / gemeentelijke regelgeving of om andere redenen verplicht is om olie op plantaardige basis te gebruiken.
Voor een kortdurende noodsituatie kan verse SAE 10W-30 motorolie worden gebruikt. LET OPWanneer de brandstoftankdop wordt verwijderd, dan dient deze altijd langzaam losgedraaid te worden en dient gewacht te worden totdat de tankdruk ontsnapt voordat de dop volledig wordt losgedraaid en verwijderd.
13De koude motor starten A: Starthendel1. Positie kettingrem GEACTIVEERD2. Ontstekingsschakelaar (Draaien)3. Chokeregelknop (Dicht)4. Chokeregelknop (Open) Vul de brandstoftank met het brandstofmengsel.Het is niet toegestaan om brandstof tot boven de onderzijde van de vulhals van de brandstoftank te vullen. Vul het kettingoliereservoir met smeermiddel. Trek de handbescherming naar voren.(Positie kettingrem GEACTIVEERD) Zet de ontstekingsschakelaar omhoog. Trek de chokeregelknop helemaal uit. Houd de kettingzaag stevig vast. Zorg ervoor dat de kettinggeleider en de zaagketting nergens mee in contact komen wanneer de motor wordt gestart. Trek enkele malen aan de starthendel totdat het eerste ontstekingsgeluid hoorbaar is. Druk de chokeregelknop helemaal in. Trek opnieuw aan de starthendel.
WAARSCHUWING Nadat de chokeregelknop is uitgetrokken en de knop vervolgens is teruggezet in de oorspronkelijke positie, blijft de gasklep een klein stuk geopend (vergrendelingsconditie). Als de motor wordt gestart in deze vergrendelde stand, begint de ketting te draaien.Start de motor niet voor de kettingrem is geactiveerd. LET OP1. Druk onmiddellijk na het starten van de motor de handgastrekker iets in en laat hem weer los om de handgasvergrendeling te ontgrendelen en de motor stationair te laten draaien, en trek onmiddellijk de voorste handbescherming naar u toe. (Positie kettingrem ONTGRENDELD)2. Verhoog het motortoerental niet terwijl de kettingrem is ingeschakeld.3. Gebruik de kettingrem alleen bij het starten van de motor of in noodgevallen.4. Gebruik de handgasvergrendeling nooit bij het zagen.
Gebruik deze alleen bij het starten van de motor.OPMERKINGTrek het startkoord niet maximaal uit.Laat de starthendel niet terugslaan tegen de behuizing.
14De warme motor starten1. Positie kettingrem GEACTIVEERD Controleer of de brandstoftank en het kettingoliereservoir gevuld zijn. Trek de handbescherming naar voren. (positie kettingrem GEACTIVEERD) Zet de ontstekingsschakelaar omhoog. Houd de kettingzaag stevig vast. Trek aan de starthendel. De choke kan worden gebruikt indien nodig, maar druk deze in zodra het eerste ontstekingsgeluid hoorbaar is.Draaien1. Stand kettingrem ONTGRENDELD2. Handgastrekkerblokkering3. Handgastrekker Laat de motor, nadat deze is gestart, enkele minuten stationair lopen. Trek de voorste handbescherming direct naar u toe. (Positie kettingrem ONTGRENDELD) Druk de handgastrekker geleidelijk in om het motortoerental te verhogen. De ketting begint te bewegen zodra het motortoerental ca.
4200 omw/min bereikt. Controleer op correcte acceleratie en smering van de zaagketting en het zaagblad. Laat de motor niet met onnodig hoge toerentallen lopen. Controleer of de zaagketting stopt zodra de handgastrekker wordt losgelaten.
15De motor stoppen1. Handgastrekker2. Ontstekingsschakelaar Laat de handgastrekker los en laat de motor stationair draaien. Druk de ontstekingsschakelaar omlaag.Controleren van de kettingspanning De kettingspanning moet tijdens het werken regelmatig worden gecontroleerd en indien nodig worden aangepast. Span de ketting zo strak mogelijk, maar wel zodanig dat de ketting nog gemakkelijk met de hand langs het zaagblad kan worden getrokken.Kettingsmeringtest Houd de ketting vlak boven een droog oppervlak en open het handgas gedurende 30 seconden op half toerental.
Er moet nu een dunne lijn "uitgeworpen" olie zichtbaar zijn op het droge oppervlak.Test voor u gaat zagen Maak uzelf vertrouwd met uw kettingzaag alvorens met zaagwerkzaamheden te beginnen. Voor dit doel kan het raadzaam zijn eerst enkele malen te oefenen met het zagen van kleinere boomstronken of takken. Laat geen mensen of dieren toe in de werkomgeving. Meerdere gebruikers – Houd een veilige afstand tussen twee of meer gebruikers wanneer gelijktijdig samen gewerkt wordt.OPMERKINGStopt de motor niet, trek de chokeregelknop dan helemaal uit om de motor te stoppen.Breng de eenheid naar uw officiële shindaiwa-dealer om de contactschakelaar te laten controleren en repareren voordat u de motor opnieuw start.
16Correct gebruik van de kettingremKettingremDe functie van de kettingrem is het stoppen van de ketting na terugslag. De kettingrem voorkomt noch vermindert terugslag. Vertrouw niet op de kettingrem voor bescherming tegen terugslag. Zelfs met een kettingrem dient u uitsluitend op uw eigen beoordelingsvermogen en de correctezaagmethode af te gaan en dient u te werk te gaan alsof de machine niet over een kettingrembeschikt. Zelfs met normaal gebruik en goed onderhoud kan de reactietijd van de kettingrem na verloopvan tijd langer worden. Het volgende kan het vermogen van de kettingrem om de gebruiker te beschermen, belemmeren: Wanneer de zaag verkeerd en te dicht bij het lichaam van de gebruiker wordt gehouden. De terugslagreactie kan zo snel zijn dat zelfs een perfect onderhouden rem niet tijdig in werking treedt.
De hand van de gebruiker kan zich in een positie bevinden waar ze geen contact maakt met de handbescherming. De rem wordt niet ingeschakeld. Achterwege blijven van goed onderhoud verlengt de stoptijd van de rem, waardoor deze minder effectief zal zijn. Vuil, vet, olie, hars, e. d. die in de bewegende onderdelen van het mechanisme terechtkomen, kunnen de stoptijd verlengen. Slijtage en vermoeidheid van de activerende remveer en slijtage van de rem / koppelingstrommel en scharnierpunten kunnen de stoptijd van de rem verlengen. Een beschadigde handbescherming en hendel kunnen ertoe leiden dat de rem niet meer werkt. GEVAARDe terugslagbeweging is bijzonder gevaarlijk. Als de neus van het zaagblad het hout of iets dergelijks raakt, slaat het zaagblad onmiddelijk terug. De kettingrem vermindert het gevaar van letsel als gevolg van een terugslag.
Controleer altijd of de kettingrem goed werkt voor u de zaag gebruikt. OPMERKING Druk tijdens het oefenen met het doorzagen van een dunne boomstronk de voorste bescherming naar voren om de rem te laten aangrijpen.
Controleer te allen tijde voordat met werken wordt begonnen dat de rem correct werkt. Is de kettingrem verstopt met houtsnippers, dan kan de werking van de rem daardoor afnemen. Houd de machine altijd schoon. Verhoog het motortoerental niet terwijl de kettingrem is ingeschakeld. Gebruik de kettingrem uitsluitend in noodgevallen. Gebruik de kettingrem uitsluitend indien dit absoluut noodzakelijk is. Wordt de handgasvergrendeling bij het starten gebruikt, houd de rem dan in de rempositie. Schakel na het starten van de motor de rem onmiddellijk uit. Test de rem nooit in een omgeving waar brandstofdampen aanwezig zijn.
17Controleren van de remfunctie van de rem1. Plaats de kettingzaag op de grond.2. Houd de hendel met beide handen vast en laat de motor m.b.v. de handgastrekker met hoog toerental lopen.3. Bedien de kettingrem door uw linkerpols tegen de voorste handbescherming te draaien terwijl de voorste handgreep stevig wordt vastgehouden.4. De ketting stopt onmiddellijk.5. Laat de handgastrekker los.Stopt de ketting niet onmiddellijk, breng de zaag dan naar uw shindaiwa-dealer voor reparatie.Maak de kettingrem los Wanneer u de voorste handbescherming helemaal naar u toe hebt getrokken, is de kettingrem ontgrendeld.Automatische kettingrem1). Uiteinde van het zaagblad op een hoogte van circa 35 cm houden.2).
Achterste handgreep moet in een lichte greep met de rechterhand worden vastgehouden.De automatische kettingrem stopt de beweging van de zaagketting op een zodanige manierdat bij terugslag aan het uiteinde van het zaagblad de kettingrem automatisch wordt geactiveerd.Ga als volgt te werk om te controleren dat de automatische kettingrem correct werkt:1. Stop de motor van de kettingzaag.2. Bedien de voorste en de achterste hendel met de handen (houd ze in een lichte greep vast), zodat het zaagblad op een hoogte van ca. 35 cm kan worden gehouden, zoals afgebeeld in fig.3. Neem de linkerhand rustig van de voorste handgreep, en raak met het uiteinde van het zaagblad een stuk hout aan dat onder de machine is geplaatst, zodat de machine wordt teruggestoten. (* Op dat moment moet de achterste handgreep licht met de rechterhand worden vastgehouden)4.
De stoot wordt doorgegeven aan de remhendel, die de kettingrem activeert.BELANGRIJKGebruik bij het controleren van de werking van de automatische kettingrem een zacht oppervlak, bij voorkeur van hout, zodat de kettingzaag door de terugslag die daarvan het gevolg is niet wordt beschadigd.
18ZaaginstructiesAlgemeenHet werken met de kettingzaag dient onder alle omstandigheden door niet meer dan één persoon te gebeuren. Omdat het soms al lastig is om voor de eigen veiligheid zorg te dragen, mag u niet ook nog deverantwoordelijkheid voor een helper op u nemen. Nadat u zich de basistechnieken voor het gebruik van de kettingzaag hebt eigen gemaakt, isuw eigen gezond verstand uw beste hulp. De aanbevolen manier om de zaag vast te houden is links van de zaag te staan, met uw linkerhand op de voorste handgreep zodat u de handgastrekker met uw rechter wijsvinger kuntbedienen. Oefen, voordat u probeert een boom te vellen, met het doorzagen van kleine boomstronkenof dikke takken. Zorg dat u volledig vertrouwd bent met de bediening en de reacties van de zaag. Start de motor en controleer of deze correct loopt. Druk de trekker in om de gasklep volledig te openen en begin met zagen.
Het is niet noodzakelijk om hard op de zaag te drukken om deze te laten zagen. Indien de ketting goed geslepen is, zal het zagen vrij moeiteloos verlopen. Door te hard op de zaag te drukken zal de motor vertragen, waardoor het zagen juist moeizamer zal verlopen. Bepaalde materialen kunnen een negatieve invloed op het huis van uw kettingzaag hebben. (Voorbeeld: palmzuur, meststoffen, etc. )Om aantasting van het huis van uw kettingzaag te voorkomen, dient u zorgvuldig alle aangekoekt zaagsel rondom de koppeling en het zaagblad te verwijderen en met water af tespoelen. GEVAARLaat de neus of de punt van het zaagblad nergens mee in contact komen terwijl de motor loopt, om terugslaan van de machine te voorkomen. BELANGRIJKZuren afkomstig uit rottend palmsap kan het motorcarter en de behuizingen van olietanksbestaande uit aluminium en magnesiumlegeringen doen roesten.
Verwijder houtsnippers en zaagsel van de kap en het motorcarter. Gebruik voor de reiniging nooit metalen gereedschap. Dit kan krassen in de metaalverf veroorzaken waardoor corrosie kan ontstaan. Reinig aangekoekt sap met een doek en warm water met zeep van de metalen delen. Spoel de metalen oppervlakken met schoon water af en droog ze. Breng na het reinigen een dunne laag motorolie of kettingolie op de metalen delen aan.
19Een boom omzagenEen vallende boom kan ernstige schade aanrichten aan voorwerpen die geraakt worden, zoals auto's, huizen, hekwerken, bovengrondse kabels of andere bomen. Er zijn manieren om ervoor te zorgen dat een boom terechtkomt waar u dat wenst; plan daarom eerst de plek waar de boom terecht moet komen. Maak alvorens met zagen te beginnen, de omgeving van de boom vrij. U hebt tijdens het zagen voldoende veilige loop- en staruimte nodig; zorg er daarom voor datu tijdens het zagen niet door obstakels wordt gehinderd. Kies vervolgens een vluchtweg. Wanneer de boom begint te vallen, dient u zich vanuit de richting waarin de boom valt in eenhoek van 45 graden en ten minste 3 meter van de stam terug te trekken om te voorkomen datu door de stam geraakt wordt wanneer deze over de boomstronk terugslaat. Begin met zagen aan de zijde van de richting waarin de boom moet vallen.
Inkeping: 1/3 van de diameter en een hoek van 30o tot 45o Achterzaagsnede: 2,5 tot 5 cm hoger Niet-ingezaagd scharnierhout: 1/10 van de diameterZaag een inkeping tot circa 1/3 van de dikte van de boomstam. De positie van deze inkeping is belangrijk aangezien de boom "in" deze inkeping zal proberente vallen. De zaagsnede voor het vellen van de boom wordt aan de zijde tegenover de inkeping gemaakt. Maak de zaagsnede voor het vellen van de boom door de getande stootrand 2,5 – 5 cm bovende onderzijde van de inkeping aan te zetten en stop met zagen op circa 1/10 van de diametervan de binnenrand van de inkeping, zodat het niet-gezaagde gedeelte van het hout als scharnierpunt kan fungeren. 1. Zaagsnedes voor inkeping2. Achterzaagsnede3. Wiggen (bij voldoende ruimte)4.
Val A: Laat 1/10 van de diameter scharnierenProbeer met de zaagsnede voor het vellen van de boom niet tot aan de inkeping door te zagen. Het resterende hout tussen de inkeping en de zaagsnede voor het vellen fungeert als scharnier tijdens het vallen van de boom, waardoor deze in de gewenste richting wordt geleid.
Schakel, zodra de boom begint te vallen, de motor uit, plaats de zaag op de grond en trek usnel terug. Een grote boom vellen. 1. Zaagsnedes voor inkeping2. Doortrekmethode3. Achterzaagsnede4. Doortrekmethode5. Zaagsnedes voor vellen A: WiggenVoor het vellen van dikke bomen met een diameter die tweemaal de lengte van het zaagbladoverschrijdt, dient u met de zaagsneden voor de inkeping aan één zijde te beginnen en dezaag vervolgens door te trekken tot de andere zijde van de inkeping. Begin met de achterzaagsnede aan één zijde van de boom, met de getande stootrand in contact met de stam, en laat de zaag kantelen om het gewenste scharnier aan die zijde te vormen. Verwijder de zaag vervolgens voor de tweede zaagsnede. Breng de zaag uiterst voorzichtig in de eerste zaagsnede om geen terugslag te veroorzaken.
20Takken afzagenHet afzagen van de takken van een gevelde boom gaat vrijwel op dezelfde wijze als het kortzagen van boomstammen of boomstronken.Zaag nooit een tak van een boom af terwijl deze uw gewicht draagt.Wees voorzichtig dat de punt geen andere takken raakt.Gebruik altijd beide handen.Zaag nooit terwijl u de zaag boven uw hoofd houdt of met het zaagblad in verticale positie.Indien de zaag terugslaat, hebt u de zaag wellicht niet voldoende onder controle om mogelijkletsel te voorkomen.Houd rekening met spanningen in de boomstronk en hoe deze zich kunnen manifesteren.1. Wacht met ondersteunende takken tot het laatst.2.
Schuif ondersteunende boomstronken onder de boomstam.KortzagenKortzagen is het zagen van boomstronken of omgevallen bomen in kleinere stukken.Er zijn een aantal basisregels die voor het kortzagen van boomstammen gelden.Houd beide handen te allen tijde aan de handgrepen.Ondersteun boomstronken indien mogelijkBlijf bij zaagwerkzaamheden op een helling altijd aan de hoogste zijde staan.Ga niet op de boomstronk staan. LET OP!Zaag nooit boven borsthoogte. LET OP!Blijf aan de hoogste hellingzijde van boomstronken staan.
21Spanning en compressie in hout1. Scharnier2. Geopend3. GeslotenEen lengte hout die op de grond ligt, is onderhevig aan spanning en compressie afhankelijkvan welke punten de voornaamste ondersteuning vormen.Wanneer hout aan zijn uiteinden wordt ondersteund, bevindt de compressiezijde zich aan debovenzijde en de spanningszijde aan de onderzijde. Moet tussen deze twee ondersteuningspunten gezaagd worden, maak dan de eerste zaagsnede circa 1/3 van de houtdiameter naar beneden.De tweede zaagsnede wordt naar boven gemaakt om bij de eerste zaagsnede uit te komen.Hoge spanning4. 1/3 van de diameter. Enten vermijden.5. Verzwakkende zaagsnede tot besluit.Wordt het hout slechts aan één uiteinde ondersteund, maak dan de eerste zaagsnede circa 1/3 van de houtdiameter naar boven. De tweede zaagsnede wordt naar beneden gemaakt om bij de eerste zaagsnede uit te komen.Overkappen6. Naar beneden7.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Shindaiwa 352s stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Zaagmachine Shindaiwa
Handleiding Zaagmachine
Nieuwste handleidingen voor Zaagmachine