Scholtes PMG 41 DCDR SF Handleiding

Scholtes Fornuis PMG 41 DCDR SF

Bekijk gratis de handleiding van Scholtes PMG 41 DCDR SF (76 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 62 mensen. Heb je een vraag over Scholtes PMG 41 DCDR SF of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/76
PMG 41 DCDR SF
PMG 42 SF
English
Operating Instructions
HOB
Français
Mode demploi
TABLE DE CUISSON
Español
Manual de instrucciones
ENCIMERA
Italiano
Istruzioni per luso
PIANO
Sommario
Istruzioni per l’uso,1
Avvertenze,3
Assistenza,6
Descrizione dell’apparecchio,8
Installazione,11
Avvio e utilizzo,15
Precauzioni e consigli,16
Manutenzione e cura,17
Anomalie e rimedi,17
Contents
Operating Instructions,1
Warnings,3
Assistance,6
Description of the appliance,8
Installation,18
Start-up and use,22
Precautions and tips,22
Maintenance and care,23
Troubleshooting,23
Sommaire
Mode d’emploi,1
Avertissements,4
Assistance,6
Description de l’appareil,9
Installation,24
Mise en marche et utilisation,29
Précautions et conseils,29
Nettoyage et entretien,31
Anomalies et remèdes,31
Sumario
Manual de instrucciones,1
Advertencias,4
Asistencia,6
Descripcn del aparato,9
Instalacn,32
Puesta en funcionamiento y uso,36
Precauciones y consejos,37
Mantenimiento y cuidados,38
Anomalías y soluciones,38

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Scholtes
Categorie: Fornuis
Model: PMG 41 DCDR SF
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Soort bediening: Draaiknop
Kleur van het product: Roestvrijstaal
Ingebouwd display: Nee
Gewicht: 8100 g
Breedte: 380 mm
Diepte: 510 mm
Hoogte: - mm
Gewicht verpakking: 9800 g
Breedte verpakking: 440 mm
Diepte verpakking: 570 mm
Hoogte verpakking: 130 mm
Soort materiaal (bovenkant): Roestvrijstaal
Vermogen brander/kookzone 1: 5000 W
Aantal branders/kookzones: 1 zone(s)
Type kookplaat: Gaskookplaat
Electronische ontsteking: Ja
Type brander/kookzone 1: Extra groot
Aantal gaspitten: 1 zone(s)
Aantal elektronische kook zones: 0 zone(s)
Reguliere brander/kookzone diameter: 130 mm
Normale brander/kookzone: 5000 W
Controle positie: Voorkant
Installatie compartiment breedte: 358 mm
Installatie compartiment diepte: 490 mm
Stroom: 16 A
Aangesloten lading (gas): 5000 W
Installatie compartiment diepte (min): 54 mm
Aantal gelijktijdig te gebruiken kookzones: 1
Voedingsbron brander/kookzone 1: Gas
Wokbrander: 5000 W
Wokbrander positie: Midden
Positie brander/kookzone 1: Centraal
Diameter brander/kookzone 1: 130 mm
Kookzone 1 vorm: Rond

Handleiding Scholtes PMG 41 DCDR SF – volledige tekst

Zorg ervoor de verwarmende elementen niet aan te raken. Zorg ervoor dat kinderen die kleiner dan 8 jaar oud zijn niet dichtbij het apparaat kunnen komen, tenzij onder constant toezicht.

Het huidige apparaat mag alleen door kinderen van 8 jaar en ouder en door personen met een beperkt lichamelijk, sensorieel of geestelijk vermogen, of zonder ervaring en kennis worden gebruikt, mits ze onder adequaat toezicht zijn, of mits ze zijn onderricht m. b. t. het veilige gebruik van het apparaat en zich bewust zijn van de betreffende gevaren. Voorkom dat kinderen met het apparaat spelen. De reinigings- en onderhoudshandelingen mogen niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij onder toezicht. PAS OP: Het kan gevaarlijk zijn een fornuis met vet of olie onbewaakt te laten. Er kan brand ontstaan. U moet NOOIT proberen een vlam/brand te blussen met water. U dient daarentegen het apparaat uit te schakelen en de vlam te bedekken met bijvoorbeeld een (blus)deken. PAS OP: Brandgevaar: laat nooit voorwerpen op het kookoppervlak liggen.

Gebruik nooit huishoudapparaten met stoom of hoge druk voor het reinigen van de kookplaat. Het apparaat is niet geschikt om te worden ingeschakeld m. b. v. een externe timer of door een gescheiden afstandsbedieningssysteem. PAS OP: het gebruik van ongeschikte kookplaatbeschermingen kan ongelukken veroorzaken. PAS OP: In het geval van beschadiging van de glazen plaat:- doe onmiddellijk alle branders uit en eventuele elektrische verwarmingselementen, en schakel het apparaat los van het elektriciteitsnet- raak het oppervlak van het apparaat niet aan.

Kies de brander die het best overeenkomt met de diameter van de pan die u wilt gebruiken.• Knoppen van de voor het regelen van de vlam of van GASBRANDERShet vermogen.• Bougie voor het ontsteken van de : zorgt voor een GASBRANDERSautomatische ontsteking van de gekozen brander.• VEILIGHEIDSMECHANISME zorgt ervoor dat de gastoevoer wordt onderbroken als de vlam per ongeluk uitgaat.! Het grootste gat moet in de ontstekingsbougie.45123

NLBE47Het installeren. Bewaar dit boekje zorgvuldig voor eventuele verdere raadpleging. Wanneer u het product weggeeft, verkoopt, of wanneer u verhuist, dient u dit boekje bij het apparaat te bewaren zodat alle nodige informatie voorhanden blijft. Lees de gebruiksaanwijzingen zorgvuldig door: er staat belangrijke informatie in over installatie, gebruik en veiligheid. De kookplaten hebben de volgende technische kenmerken:- Categorie I3+/I3P (voor NEDERLAND en BELGIË)- Klasse 1: alle modellen waarvan de hoogte van de rand meer is dan/gelijk is aan 73,5 mm (zie volgende bladzijde, onderdeel H3). - Klasse 3: alle modellen waarvan de hoogte van de rand minder is dan 73,5 mm (zie volgende bladzijde, onderdelen en H1 H2). Plaatsing.

Het verpakkingsmateriaal is niet bestemd voor kinderen en dient daarom te worden weggegooid volgens de geldende normen voor gescheiden afvalverzameling (zie Voorzorgsmaatregelen en advies). De installatie moet worden uitgevoerd door een bevoegde installateur en volgens de instructies van de fabrikant. Een verkeerde installatie kan schade berokkenen aan personen, dieren of dingen. Dit apparaat mag alleen geïnstalleerd worden en funktioneren in goed geventileerde vertrekken volgens de voorschriften van de van kracht zijnde Normen:NBN D51-003 e NBN D51-001 (voor België);De volgende eisen moeten in acht genomen worden:• Het vertrek moet voor de verbrandingsrook over een afvoersysteem naar buiten toe beschikken. Dit kan gebeuren door middel van een afzuigkap of een elektrische ventilator die automatisch aangaan elke keer als het apparaat wordt aangezet.

In het gevaal van een schoorsteen of vertakterookleiding (gereserveerd voor fornuizen)Rechtstreeksnaar buiten• Het vertrek moet een luchttoevoersysteem hebben dat dient voor de normale verbranding van het gas. De luchttoevoer die nodig is voor een normale verbranding moet niet minder dan 2 m3/h zijn per kW geïnstalleerd vermogen.

Dit systeem kan worden uitgevoerd door lucht direct van buiten te onttrekken door middel van een buis met een doorsnede van minstens 100 cm2 en die zodanig is geplaatst dat hij niet per ongeluk verstopt kan raken. Een andere manier is door op indirecte wijze lucht te onttrekken aan de aangrenzende vertrekken die door middel van een ventilatiebuis, zoals boven beschreven, met buiten zijn verbonden en die geen gemeenschappelijke delen zijn van het huis en ook geen ruimtes met hoog brandgevaar of slaapkamers. AVoorbeelden ventilatie-openingvoor verbrandingsluchtVerhoging van de spleettussen deur en vloerAangrenzendvertrekTe ventilerenvertrek• (voor België) De gassen van vloeibaar gemaakte gasmengsels (LPG) zijn zwaarder dan lucht en blijven laag hangen.

Om deze reden moeten vertrekken waar LPG-essen staan laag geplaatste ontluchtingsopeningen hebben voor het afvoeren van eventueel ontsnapt gas. Lege of halfvolle LPG-flessen mogen dus niet worden geïnstalleerd of bewaard in vertrekken die lager liggen dan de vloer (kelders, enz. ). Het is beter alleen de in gebruik zijnde es in het vertrek te bewaren, zodanig geplaatst dat hij niet in rechtstreeks contact staat met warmtebronnen (oven, open haard, kachel, enz. ) die hem tot temperaturen van meer dan 50°C zouden kunnen brengen. InbouwVoor een juiste installatie van de kookplaat moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen:• De meubels die zich direct naast de kookplaat bevinden en boven het werkblad uitsteken, moeten op minstens 22 mm van de rand van de zijkant van het rooster geplaatst zijn en 65 mm aan de achterkant (zie afbeelding).

• Als de kookplaat onder een keukenkastje wordt geplaatst, moet deze zich op een afstand van minstens 650 mm van de bovenzijde het keukenblad bevinden (zie afbeelding). • Een afzuigkap moet worden geïnstalleerd volgens de voorschriften die u kunt vinden in het instructieboekje van de afzuigkap zelf en in ieder geval op een afstand van minstens 650 mm.

• Hang de keukenkastjes naast de kap op een minimum hoogte van 420 mm van het keukenblad (zie afbeelding). Installatie van de kookplatenOm ongelukken te voorkomen is het noodzakelijk de nodige voorzorgen te nemen teneinde een installatie te garanderen die voldoet aan de geldende normen voor het aansluiten van gas en elektriciteit. Voor het goed functioneren van kookplaten die in keukenkastjes worden geïnstalleerd, moeten de minimum afstanden, aangegeven in Afb. 1, in acht worden genomen. Bovendien moeten de aangrenzende oppervlakKen en de achterwand uit hittebestendig materiaal vervaardigd zijn om een temperatuur van boven de 65°C te weerstaan. Min. 700mm50 mm50 mm Afb. 1600mm min. 420mm min. 650mm min.

NLBE49N. B. : teneinde een monteur in staat te stellen mogelijk toekomstig onderhoud uit te voeren, moet u er na de installatie voor zorgen dat het gedeelte onder de kookplaat makkelijk toegankelijk blijft (geen eventuele afgesloten modules). Elektrische aansluitingDe kookplaten met driepolige voedingskabel werken met de wisselstroom, spanning en frequentie die aangegeven zijn op het typeplaatje (aan de onderkant van de kookplaat). De aarding van de kabel wordt aangegeven door de kleuren geel-groen. Als het fornuis wordt geïnstalleerd boven een inbouwoven moeten de elektrische aansluitingen van fornuis en oven apart worden uitgevoerd, zowel voor veiligheidsredenen als voor het eventueel makkelijker verwijderen van de oven. Het aansluiten van de voedingskabel aan het elektrische netGebruik voor de voedingskabel een stekker die genormaliseerd is voor de lading aangegeven op het typeplaatje.

Wanneer het apparaat rechtstreeks op het net wordt aangesloten moet u tussen het apparaat en het net een meerpolige schakelaar aanbrengen met een afstand tussen de contacten van minstens 3mm, aangepast aan het elektrische vermogen en voldoend aan de geldende normen (de aarding mag niet worden onderbroken door de schakelaar). De voedingskabel moet zodanig worden geplaatst dat hij nergens een temperatuur bereikt van 50°C hoger dan de kamertemperatuur. De installateur is verantwoordelijk voor een correcte elektrische aansluiting en het in acht nemen van de veiligheidsnormen.

Voor het aansluiten moet u controleren dat:• het stopcontact geaard is en voldoet aan de geldende normen;• het stopcontact in staat is het maximale vermogen van het apparaat te dragen, zoals aangegeven op het typeplaatje;• de spanning zich bevindt tussen de waarden die staan aangegeven op het typeplaatje;• het stopcontact en de stekker overeenkomen. Als dat niet zo is, dient u ofwel de stekker ofwel het stopcontact te vervangen; gebruik geen verlengsnoeren of dubbelstekkers.

Wanneer het apparaat geïnstalleerd is moeten het snoer en het stopcontact gemakkelijk te bereiken zijn. De kabel mag niet worden gebogen of samengedrukt. De kabel moet van tijd tot tijd worden gecontroleerd en mag alleen door erkende monteurs worden vervangen (zie Service). De fabrikant kan nergens aansprakelijk voor worden gesteld als deze normen niet worden nageleefd. De geel/groene aardleiding moet 2-3 cm langer zijn ten opzichte van de andere leidingen. GasaansluitingDe aansluiting van het apparaat aan de gasbuizen moet worden uitgevoerd zoals voorgeschreven door de geldende normen, en nadat men er zeker van is dat het fornuis is ingesteld voor het type gas dat men gaat gebruiken G31-37mbar of G30-30mbar (Vloeibaar gas). LGROm het apparaat aan de gasbuizen aan te sluiten (I3+/I3P voor België), dient men eerst de verbinder te monteren.

” ” (Deze is op aanvraag verkrijgbaar Rbij de technische-service-dienst Ariston) Tevens dient men zijn pakking op de verbinder “ ”,die er uit ziet als een “G L” , van de voedings-struktuur te monteren. De verbinder is gedraad: rond mannelijk 1/2 gas. De aansluiting voert men uit met behulp van:- een onbuigbare buis (voor Belgie volgens de normen NBN D51-003)- of met een exibile buis van roestvrij staal die in de muur zit en voortzet met bedradingsverbinder. Daarbij dient het apparaat uitgerust te zijn van een gaskraantje (voor Belgie A. G. B. ) die gemakkelijk draaibaar dient te zijn. Voor Nederland dient dit gaskraantje aan de huidige Nationale Normen te voldoen. Aansluiting met onbuigzame buis (koper of staal). De aansluiting aan de gasleiding moet zodanig worden uitgevoerd dat het apparaat niet beweegt.

Op de voedingsstructuur van het apparaat bevindt zich een “L”-vormig, richtbaar verbindingsstuk waarvan de afdichting is verzekerd door een pakking. Als het verbindingsstuk gedraaid moet worden is het absoluut noodzakelijk de pakking te vervangen (bij het apparaat geleverd).

Het verbindingsstuk waardoor het gas toegang krijgt tot het fornuis is voorzien van schroefdraad: 1/2 gas cilindrische schroefbout. Aansluiting met een roestvrije stalen exibele buis aan een onafgebroken wand voorzien van aanhechtingen met schroefdraad. Het verbindingsstuk waardoor het gas toegang krijgt tot het fornuis is voorzien van schroefdraad: 1/2 gas cilindrische schroefbout. De in werking stelling van deze buizen moet zodanig worden bewerkstelligd dat hun lengte in uitgerolde toestand niet meer dan 2000 mm is. Nadat de aansluiting heeft plaatsgevonden moet u controleren dat de exibele metalen buis niet in contact komt met de beweegbare delen of dat hij vastgekneld raakt. Gebruik uitsluitend buizen en afdichtingen die voldoen aan de geldende landelijke normen. Controleren gasdichtheid.

Nadat het installeren heeft plaats gevonden moet de perfecte gasdichtheid van alle verbindingsstukken worden gecontroleerd met een zeepoplossing en nooit met een vlam. • De aansluiting van het apparaat op de gasleiding of -es moet worden uitgevoerd in overeenstemming met voorschriften van de van toepassing zijnde normen en uitsluitend na te hebben gecontroleerd of het apparaat is afgesteld op het soort gas waarmee het zal worden gevoed. • Dit apparaat is vooraf ingesteld om te functioneren met het soort gas dat staat vermeld op het plaatje op de kookplaat. Indien de beschikbare gassoort niet overeenstemt met de gassoort waar het apparaat op ingesteld is, moet u de betreffende inspuiters (die bij de levering inbegrepen zijn) verwisselen waarbij u de aanwijzingen die in de paragraaf “Ombouw van het apparaat op een andere gassoort” zijn opgenomen in acht moet nemen.

• Om zeker te zijn van de goede werking van het apparaat, om de energie op adequate wijze te kunnen benutten en om ervoor te zorgen dat het apparaat lang meegaat moet u zich ervan verzekeren dat de voedingsdruk overeenstemt met de waarden die in de tabel 1 “Kenmerken van de branders en inspuiters” staan. Als dit niet het geval is moet u op de gastoevoerleiding een speciale drukregelaar monteren in overeenstemming met de geldende normen. • Er bij de aansluiting op letten dat het apparaat niet aan spanningen of druk wordt blootgesteld. De gastoevoer moet op de draaibare koppeling (met schroefdraad ½”G buitendraad) aan de achterkant van het apparaat aangesloten worden (Afb. 5) met een metalen starre leiding en op koppelingen die aan de geldende normen voldoen of met een metalen exibele leiding in overeenstemming met de.

50NLBEElektrische aansluitingenTYPEPLAATJE Dit apparaat voldoet aan de volgende EU Richtlijnen: - 2006/95/EG van 12/12/06 (Laagspanning) en daaropvolgende wijzigingen - 2004/108/EG van 15/12/04 (Elektromagnetische Compatibiliteit) en daaropvolgende wijzigingen - 93/68/EG van 22/07/93 en daaropvolgende wijzigingen. - 2012/19/EU en daaropvolgende wijzigingen. EU reglement nr. 66/2014 met integratie van richtlijn 2009/125/EC. EN 60350-2 reglementEN 30-2-1reglementECODESIGNspanning 220-240V~ 50/60Hz(zie typeplaatje)geldende normen, die niet langer mag zijn dan 2000 mm. Als de koppeling gedraaid moet worden moet u de dichting (die bij de levering van het apparaat inbegrepen is) zonder meer vervangen. Als de installatie voltooid is moet u de gasleidingen, de inwendige aansluitingen en de kranen op dichtheid controleren door een sopje te gebruiken (gebruik uiteraard nooit een vlam).

Ga verder na dat de aansluitleiding niet in aanraking kan komen met de beweegbare delen waardoor de leiding beschadigd of afgekneld kan worden. Verzeker u ervan dat de aardgasleiding groot genoeg is om het apparaat te voeden als alle branders in werking zijn. Belangrijk: Om de aansluiting met vloeibaar gas (essengas) tot stand te brengen moet er een drukregelaar tussen geplaatst worden die aan de geldende normen voldoet. Aanpassen aan de verschillende soorten gasVoor het aanpassen van de kookplaat aan een ander soort gas dan waarvoor hij is bestemd (aangegeven op het typeplaatje aan de onderkant van de kookplaat of op de verpakking), moeten de straalpijpjes van de branders op de volgende wijze worden vervangen: 1. verwijder de roosters van de kookplaat en schuif de branders uit hun plaats. 2. schroef de straalpijpjes (Afb.

aan het einde van deze handelingen moet u het oude etiket dat de gasinstelling aangeeft vervangen met het etiket dat overeenkomt met het nieuwe gas dat u gaat gebruiken, verkrijgbaar bij onze Technische Service Centers. Het vervangen van de straalpijpjes van de brander met “onafhankelijke dubbele vlamkronen”• verwijder de roosters en branders van hun plaats. De brander bestaat uit twee aparte delen (zie afbeelding);• schroef de straalpijpjes los met een sleutel van 7mm. De binnenste vlamkroon heeft een straalpijpje, de buitenste heeft er twee (van dezelfde maat). Vervang de straalpijpjes met nieuwe die zijn aangepast aan het nieuwe type gas (zie tabel1). • zet de onderdelen in omgekeerde volgorde weer op hun plaats. Regelen primaire lucht van de straalpijpjes (voor België)De branders hebben geen regeling van de primaire lucht nodig. Het regelen van de minimumstand (voor België)1.

Zet het kraantje op de minimumstand;2. Verwijder de knop (Afb. 7) en draai aan het regelschroefje in of naast de spil van het kraantje totdat u een kleine,regelmatige vlam bereikt. 3. Controleer of de brander aanblijft als u de knop snel van hoog naar laag draait. 4. Als bij de apparaten met een veiligheidsmechanisme (thermo-element) dit systeem niet werkt als de branders op de minimum stand staan, moet u het minimum verhogen door aan de stelschroef te draaien. 5. Als de regeling voltooid is moet u de zegels op de bypass schroefjes weer op hun plaats brengen met zegellak of dergelijk materiaal. Bij vloeibaar gas moet het regelschroefje geheel dicht worden geschroefd. Aan het einde van deze handelingen moet u het oude etiket van de gasinstelling vervangen met het etiket dat correspondeert met het nieuwe gas, verkrijgbaar bij onze Technische Service Centers. Fig. 5 A Fig. 6 Fig. 7.

52NLBEStarten en gebruik. Op iedere knop staat aangegeven waar de gasbrander zich precies bevindt. GasbrandersDe gekozen brander kan met de betreffende knop als volgt worden geregeld: 0 Uit Maximum MinimumOm een van de branders aan te steken dient u er een vlam of aansteker bij te houden, de knop stevig in te drukken en tegen de klok in te draaien tot u het maximum vermogen heeft bereikt. In de uitvoeringen die zijn voorzien van een veiligheidsmechanisme moet u de knop circa 2-3 seconden lang ingedrukt houden totdat het element dat automatisch de vlam ontstoken houdt, warm wordt. Druk de knop in en draai hem tegelijkertijd tegen de klok in: vonken steken de brander aan. Nadat de brander aan is houdt u de knop lang genoeg ingedrukt zodat het veiligheidssysteem geactiveerd kan worden. Enkele modellen beschikken over een brander met onafhankelijke dubbele vlamkronen.

Als u deze wilt ontsteken draait u de knop naast het symbool en houdt u hem ongeveer 6 seconden lang stevig ingedrukt totdat het mechanisme dat de vlam automatisch aanhoudt, warm is. Mocht een gasbrander per ongeluk uitgaan, draai dan de knop uit en wacht minstens 1 minuut voordat u hem weer probeert aan te steken. Om de brander uit te doen moet u de knop geheel met de klok meedraaien totdat hij niet meer verder kan (tot aan het symbool “●”/“○”). De brander met “onafhankelijke dubbele vlamkronen”*Deze brander bestaat uit twee vlamkronen die samen of onafhankelijk kunnen functioneren. Tegelijk gebruikt op maximum geeft verhoogde warmte en dus kortere kooktijden vergeleken met de traditionele branders. Ook verdelen de dubbele vlamkronen de warmte onder de pannen gelijkmatiger, vooral als ze allebei op minimum worden gebruikt.

Voor het juiste gebruik van de brander met dubbele vlammenkring moet u nooit tegelijkertijd de interne kring op minimum en de externe kring op maximum zetten.

U kunt dus ook pannen van verschillende grootte gebruiken, met de kleinere pannen op alleen de binnenste vlamkroon. Iedere vlamkroon van de brander met “onafhankelijke dubbele vlamkronen” heeft zijn eigen bedieningsknop:de knop met het symbool bedient de buitenste vlamkroon;de knop met het symbool bedient de binnenste vlamkroon. Voor het aansteken van de gewenste vlamkroon drukt u de betreffende knop in en draait u hem tot aan maximum. De brander is voorzien van elektronische ontsteking die automatisch werkt zodra u de knop indrukt. Aangezien de brander is voorzien van het veiligheidssysteem moet u de knop ongeveer 2-3 seconden ingedrukt houden totdat het veiligheidssysteem warmt wordt en automatisch de vlam aan houdt.

De bedieningsknop werkt als volgt: 0 Uit Maximum MinimumOm de brander uit te doen moet u de knop geheel met de klok meedraaien totdat hij niet meer verder kan (tot aan het symbool “●”/“○”). Praktisch advies voor het gebruik van de brandersVoor een optimaal rendement dient u het volgende te onthouden:• gebruik voor iedere brander de pan die erop past (zie tabel) om te vermijden dat de vlammen er onderuit vandaan komen. • gebruik alleen pannen met een platte bodem en met een deksel erop. • draai de knop op het minimum zodra het kookpunt is bereikt. Ø Diameter pan (cm)6 - 1424 - 2610 - 1426 - 28BranderA. SpaarbranderD. Sterkbrander Drievoudige VlamkroonI. dubbele vlamkronen DC DR (binnens )teI. dubbele vlamkronen DC DR (buitenste)Voor het herkennen van het soort brander verwijzen wij u naar de afbeeldingen in paragraaf “Kenmerken van de branders en straalpijpen”.

NLBE53Voorzorgsmaatregelen en advies. Dit apparaat is ontworpen en vervaardigd volgens de geldende internationale veiligheidsvoorschriften. Deze aanwijzingen zijn geschreven voor uw veiligheid en u dient ze derhalve goed door te nemen. Algemene veiligheidsmaatregelen• Dit is een inbouwapparaat van klasse 1 of 3. • Gasfornuizen hebben voor een goede werking behoefte aan een regelmatige luchtverversing. Controleer dat bij het installeren aan de vereisten wordt voldaan beschreven in de paragraaf “Plaatsing”. • Deze instructies gelden alleen voor de landen wiens symbolen in de gebruiksaanwijzing en op het typeplaatje staan. • Dit apparaat is vervaardigd voor niet-professioneel gebruik binnenshuis. • Het apparaat dient niet buitenshuis te worden geplaatst, ook niet in overdekte toestand. Het is erg gevaarlijk als het in aanraking komt met regen of onweer.

• Raak het apparaat niet blootsvoets aan of met natte handen of voeten. • Het apparaat dient gebruikt te worden om voedsel te bereiden. Het mag uitsluitend door volwassenen worden gebruikt en alleen volgens de instructies die in deze handleiding beschreven staan. Elk ander gebruik (bv. : verwarming van ruimten) is als oneigenlijk te beschouwen en dus gevaarlijk. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die te wijten is aan onjuist, verkeerd of onredelijk gebruik. • Voorkom dat elektrische snoeren van andere kleine keukenapparaten op warme delen van de oven terechtkomen. • Laat de ventilatieopeningen en warmteafvoer vrij. • Controleer altijd dat de knoppen in de stand “●”/“○” staan als de oven niet wordt gebruikt. • Haal de stekker nooit uit het stopcontact door aan het snoer te trekken maar door de stekker zelf beet te pakken.

• Maak de oven niet schoon of voer geen onderhoud uit als de stekker nog in het stopcontact zit. • Als de oven defect is, mag u nooit aan het interne systeem sleutelen om een reparatie proberen uit te voeren.

Neem contact op met de Technische Dienst (zie Service). • Richt de handvaten van de pannen altijd naar de binnenzijde van de kookplaat zodat u er niet per ongeluk tegenaan stoot. • Gebruik geen instabiele of vervormde pannen. • Dit apparaat mag niet worden gebruikt door personen (kinderen inbegrepen) met een beperkt lichamelijk, sensorieel of geestelijk vermogen of personen die niet de nodige ervaring of kennis hebben met het apparaat, tenzij onder toezicht van een persoon die verantwoordelijk is voor hun veiligheid of nadat hun is uitgelegd hoe het apparaat werkt. • Voorkom dat kinderen met het apparaat spelen. • Het apparaat is niet geschikt om te worden ingeschakeld m. b. v. een externe timer ofwel door een gescheiden afstandsbedieningssysteem.

Afvalverwijdering• Verwijdering van het verpakkingsmateriaal: houd u aan de plaatselijke normen, zodat het verpakkingsmateriaal hergebruikt kan worden. • De Europese Richtlijn 2012/19/EU over Vernietiging van Electrische en Electronische Apparatuur (WEEE), vereist dat oude huishoudelijke electrische apparaten niet mogen vernietigd via de normale ongesorteerde afvalstroom. Oude apparaten moeten apart worden ingezameld om zo het hergebruik van de gebruikte materialen te optimaliseren en de negatieve invloed op de gezondheid en het milieu te reduceren. Het symbool op het product van de “afvalcontainer met een kruis erdoor” herinnert u aan uw verplichting, dat wanneer u het apparaat vernietigt, het apparaat apart moet worden ingezameld.

Consumenten mogen hun apparaat naar publieke afvalstortplaatsen brengen of, als de nationale wetgeving dit toestaat, naar de handelaar brengen als er een soortgelijk nieuw product wordt gekocht. Alle fabrikanten van grote huishoudelijke apparaten zijn aktief bezig met het creëren van systemen om het inzamelen en de verwijdering van oude producten te regelen.

Energiebesparing en milieubehoud• Gebruik de residuele warmte van uw ovenplaat optimaal door de gietijzeren platen 10 minuten en keramiek ovenplaten 5 minuten voor het einde van uw bereidingstijd uit te schakelen. • De basis van uw pot of pan moet de ovenplaat afdekken. Als ze kleiner zijn, gaat kostbare energie verloren en potten die overkoken laten ingebakken restjes achter die soms moeilijk te verwijderen zijn. • Bereid uw etenswaren in afgesloten potten of pannen met goed passende deksels en gebruik zo weinig mogelijk water. Koken zonder deksel zal het energieverbruik enorm verhogen. • Gebruik enkel vlakke potten en pannen. • Als u iets bereidt dat lang duurt, kunt u eventueel een snelkookpan gebruiken die twee maal sneller werkt en een derde van de energie bespaart.

54NLBEOnderhoud en verzorgingDe elektrische stroom afsluitenSluit altijd eerst de stroom af voordat u tot enige handeling overgaat. Schoonmaken van het apparaat. Vermijd het gebruik van schuurmiddelen of bijtende middelen, zoals vlekkenmiddelen en roestverwijderende producten, schoonmaakmiddelen in poedervorm of schuursponzen: deze kunnen het oppervlak onherstelbaar krassen. Gebruik nooit stoom- of hogedrukreinigers voor het reinigen van het apparaat. • Voor normaal onderhoud moet u de kookplaat met een vochtige spons reinigen en afdrogen met keukenpapier. • De vlamverspreiders moeten regelmatig in een warm sopje worden gewassen zodat eventuele etensresten makkelijker kunnen worden verwijderd. De brander caps mag NIET worden in de vaatwasser om opacicatie van het aluminium deel voorkomen.

• Bij kookplaten die zijn voorzien van een automatische ontsteking moet het uiteinde van de elektronische ontstekingselementen regelmatig worden gereinigd en moet u controleren dat de gaatjes van de vlamverspreiders niet verstopt zijn. • Maak het oppervlak van het fornuis schoon voordat u gaat koken; gebruik een vochtige doek voor het verwijderen van stof en gemorst eten. Het oppervlak moet regelmatig worden schoongemaakt met een sop, geen schuurmiddelen. • Bij kookplaten die zijn voorzien van een automatische ontsteking moet het uiteinde van de elektronische ontstekingselementen regelmatig worden gereinigd en moet u controleren dat de gaatjes van de vlamverspreiders niet verstopt zijn. • Roestvrij staal kan vlekken gaan vertonen als er voor langere tijd kalkhoudend water of agressieve schoonmaakmiddelen (fosforhoudend) op hebben gelegen. Spoel en droog het dus na het schoonmaken goed af.

Droog watervlekken altijd gelijk af. Onderhoud gaskranenMet verloop van tijd kan een kraan stroef worden of vast blijven zitten; in dat geval is het noodzakelijk hem te vervangen. Dit moet worden uitgevoerd door een door de fabrikant bevoegde installateur.

Storingen en oplossingenHet kan gebeuren dat het kookvlak niet (afdoende) functioneert. Voordat u de servicedienst belt dient u te controleren of u het euvel zelf kunt oplossen. Verieer om te beginnen of er een correcte stroom- en gastoevoer is, en in het bijzonder of de hoofdgasleiding open staat. De brander gaat niet aan of de vlam is niet gelijkmatig. Heeft u gecontroleerd of:• De openingen van de vlamverspreiders niet verstopt zijn. • Alle onderdelen van de brander goed in elkaar zitten. • Het niet tocht dichtbij het kookvlak. De vlam blijft niet aan in de uitvoeringen met veiligheidsmechanisme. Heeft u gecontroleerd of:• U de knop goed heeft ingedrukt. • U de knop lang genoeg heeft ingedrukt voor het activeren van het veiligheidsmechanisme. • De gaten van de vlamverspreiders dichtbij het veiligheidsmechanisme niet verstopt zijn. De brander blijft niet aan als hij op minimum staat.

Heeft u gecontroleerd of:• De gaten van de vlamverspreiders niet verstopt zijn. • Het niet tocht dichtbij het kookvlak. • De minimum stand niet goed is ingesteld. De pannen zijn wankel. Heeft u gecontroleerd of:• De bodem van de pan helemaal plat is. • De pan in het midden van de brander of de kookplaat staat. • De roosters niet zijn verwisseld.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Scholtes PMG 41 DCDR SF stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden