Scheppach WIG2000-Multi Handleiding


Pagina's 288 Niet gecategoriseerd

Bekijk de handleiding van Scheppach WIG2000-Multi gratis online of download de PDF. 40 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

Nachdrucke, auch auszugsweise, bedürfen der Genehmigung.
Technische Änderungen vorbehalten. Abbildungen beispielhaft!
Art.Nr.
5906612901
AusgabeNr.
5906612901_0002
Rev.Nr.
14/07/2022
WIG2000-Multi
DE
Digitales Multischweißgerät
Originalbedienungsanleitung
05
GB
Digital multi welding machine
Translation of the original operating manual
22
FR
Machine à souder numérique
multifonction
Traduction du mode d’emploi original
36
IT
Saldatrice multiprocesso digitale
Traduzione delle istruzioni per l‘uso originali
51
NL
Digitaal multi lasapparaat
Vertaling van de originele gebruikshandleiding
66
ES
Equipo de soldadura multifunción
digital
Traducción del manual de instrucciones original
81
PT
Máquina digital de soldadura
multiprocesso
Tradução do manual de operação original
96
CZ
Digitální multifunkční svářečka
Překlad originálního návodu k obsluze
111
SK
Digitálna multifunkčná zváračka
Preklad originálneho návodu na obsluhu
125
HU
Digitális multifunkciós
hegesztőgép
Az eredeti kezelési útmutató fordítása
139
PL
Cyfrowa spawarka wielofunkcyjna
Tłumaczenie oryginalnej instrukcji obsługi
154
HR
Digitalni višenamjenski aparat za
zavarivanje
Prijevod originalnog priručnika za uporabu
169
SI
Digitalni multiprocesni varilni
aparat
Prevod originalnih navodil za uporabo
183
EE
Digitaalne multikeevitusseade
Originaalkäsitsusjuhendi tõlge
197
LT
Skaitmeninis daugiafunkcis
suvirinimo aparatas
Originalios naudojimo instrukcijos vertimas
211
LV
Digitāls multifunkcionāls
metināšanas aparāts
Oriģinālās lietošanas instrukcijas tulkojums
225
SE
Digital multisvets
Översättning av originalinstruktionsmanualen
239
FI
Digitaalinen
yhdistelmähitsauskone
Alkuperäisen käyttöohjeen käännös
253
DK
Digital multisvejser
Oversættelse af den originale
betjeningsvejledning
267

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Scheppach
Categorie: Niet gecategoriseerd
Model: WIG2000-Multi

Handleiding Scheppach WIG2000-Multi – volledige tekst

www. scheppach. comNL | 69 De vereiste minimumleeftijd moet aangehouden worden. Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen vei-ligheidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van ma-chines van hetzelfde type. Wij kunnen niet aansprake-lijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroor-zaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften. 2. Apparaatbeschrijving (afb. 1 - 3)1. handgreep2. Controlelamp voor oververhitting3. Controlelampje voor gebruik4. Digitale indicatie5. Potentiometer6. Gasaansluiting (slangpakket)7. Voedingskabel 230V~ 50/60 Hz8. Aan/uit-schakelaar9. Gasaansluiting (gases)10. Massaklem11. Slangpakket met TIG-brander12. Branderpasta13. TIG-elektrode 2,4 mm (grijs)14. TIG-elektrode 1,6 mm (grijs)15. Branderkap (lang)16. Branderkap (kort)17.

Aanwijzing:De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aan-sprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:• ondeskundige behandeling,• Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding• reparaties door derden, niet geautoriseerde vak-mensen• inbouw en vervanging van niet-originele reserveon-derdelen• Niet-beoogd gebruik• Uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDE-voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE 0113Let op:Lees voor de montage en voor de inbedrijfstelling de complete tekst van de gebruikshandleiding door. De gebruikshandleiding is bedoeld om het gemakkelij-ker te maken, uw apparaat te leren kennen en de be-oogde toepassingsmogelijkheden van het apparaat te benutten.

De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwij-zingen, hoe u met het apparaat veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, repa-ratiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het apparaat ver-hoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het apparaat geldende voorschriften van uw land in acht nemen. Bewaar de gebruikshandleiding bij het product in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht. De ge-bruikshandleiding moet door elke bediener van de ma-chine voor aanvang van de werkzaamheden worden gelezen en zorgvuldig worden nageleefd. Aan het apparaat mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het apparaat geïnstrueerd en over de daarmee verbonden gevaren geïnformeerd zijn.

www. scheppach. com70 | NLAbsoluut in acht nemenm LET OP. Gebruik het apparaat alleen in overeenstemming met zijn geschiktheid, die in deze handleiding wordt ge-specificeerd. Onjuist gebruik van deze installatie kan gevaarlijk zijn voor personen, dieren en eigendommen. De gebruiker van de installatie is verantwoordelijk voor zijn eigen veiligheid en die van andere personen: • Het is essentieel dat u deze gebruikshandleiding leest en de voorschriften in acht neemt. • Reparaties en/of onderhoudswerkzaamheden mo-gen uitsluitend worden uitgevoerd door gekwalifi-ceerde personen. • Alleen de bij de levering meegeleverde laskabels of de door de fabrikant aanbevolen accessoires mo-gen worden gebruikt. • Zorg voor de juiste verzorging van het apparaat.

• Het apparaat mag tijdens de gebruiksperiode niet in krappe ruimtes worden geplaatst of direct te-gen de muur worden geplaatst, zodat er altijd vol-doende lucht via de openingssleuven kan worden aangezogen. Controleer of het apparaat correct is aangesloten op het elektriciteitsnet. Vermijd elke trekspanning op het netsnoer. Haal de stekker uit het stopcontact voordat u het apparaat naar een andere locatie verplaatst. • Let op de staat van de laskabels, elektrode-tang en aardklemmen, slijtage aan de isolatie en span-ninggeleidende delen kan een gevaarlijke situatie veroorzaken en de kwaliteit van het laswerk vermin-deren. • Booglassen genereert vonken, gesmolten metalen onderdelen en rook, dus wees voorzichtig: Verwij-der alle brandbare stoffen en/of materialen van de werkplek. • Zorg dat er voldoende luchttoevoer ter beschikking staat.

• Bewaar of gebruik het apparaat niet in een vochtige of natte omgeving of in de regen• Bescherm de ogen met een hiervoor geschikte vei-ligheidsbril (DIN-klasse 9-10). Gebruik handschoe-nen en droge beschermende kleding die vrij is van olie en vet om te voorkomen dat de huid wordt bloot-gesteld aan ultraviolette straling van de vlamboog. • Gebruik de lasser niet om pijpen te ontdooien. • TIG elektrode 1,6 mm• Branderkap (lang)• Branderkap (kort)• Spanhuls 2,4 mm• Spanhuls 1,6 mm• Spanhulsbehuizing 2,4 mm• Spanhulsbehuizing 1,6 mm• Gasmondstuk 5 mm• Gasmondstuk 6 mm4. Beoogd gebruikDit lasapparaat is geschikt voor het lassen van meta-len zoals koolstofstaal, gelegeerd staal, andere soor-ten roestvrijstaal, koper, aluminium, titanium etc. Het product heeft een controlelampje, een hittebescher-mingsindicator en een koelventilator.

Het is bovendien voorzien van een draagriem voor het veilig optillen en verplaatsen van het product. De machine mag uitsluitend voor het voorgeschreven doel worden gebruikt. Elk ander of verdergaand ge-bruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ont-stane schade of elke vorm van letsel. Het apparaat mag alleen worden bediend door vak-kundig personeel (persoon die door zijn technische opleiding, ervaring en kennis van de relevante appara-tuur in staat is de hem opgedragen werkzaamheden te beoordelen en mogelijke gevaren te onderkennen) of geïnstrueerde personen (persoon die is geïnstrueerd over de opgedragen werkzaamheden en over mogelij-ke gevaren als gevolg van onzorgvuldig gedrag). Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd ge-bruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of indus-triële toepassingen zijn ontworpen.

www. scheppach. comNL | 71 • Draag stevig isolerend schoeisel, de schoenen moe-ten ook bij natte omstandigheden isoleren. Lage schoenen zijn niet geschikt, omdat vallende, gloei-ende metalen druppels brandwonden veroorzaken. • Draag geschikte kleding, geen synthetische kleding. • Kijk niet met onbeschermde ogen in de vlamboog, gebruik alleen een lasbeschermingsplaat met vei-ligheidsglas volgens DIN-normering. Naast licht- en warmtestralen, die verblinding resp. verbranding veroorzaken, geeft de vlamboog ook UV-stralen af. Deze onzichtbare ultraviolette straling veroorzaakt, als er onvoldoende bescherming wordt geboden, een zeer pijnlijke bindvliesontsteking die pas enkele uren later merkbaar is. UV-straling heeft bovendien een schadelijke invloed op onbeschermde delen van het lichaam.

• Personen of assistenten in de buurt van de vlam-boog moeten ook bewust worden gemaakt van de gevaren en zo nodig worden uitgerust met de nood-zakelijke beschermende middelen, indien nodig, veiligheidswanden plaatsen. • Bij het lassen, met name in kleine ruimtes, moet voor voldoende toevoer van frisse lucht worden gezorgd, omdat er rook en schadelijke gassen kunnen wor-den gegenereerd. • Er mogen geen laswerkzaamheden worden uitge-voerd aan reservoirs waarin gassen, brandstoffen, minerale oliën of dergelijke worden opgeslagen, zelfs niet als deze lange tijd zijn geleegd, aangezien er een risico op explosie door resten bestaat. • In brand- en explosiegevaarlijke ruimtes gelden spe-ciale voorschriften.

• Lasverbindingen die aan hoge spanningen onderhe-vig zijn en absoluut aan de veiligheidseisen moeten voldoen, mogen alleen door speciaal opgeleide en gecertificeerde lassers worden uitgevoerd. Voor-beelden zijn: drukvaten, looprails, aanhangerkop-pelingen etc. • Vlamboogstralen kunnen de ogen beschadigen en de huid verwonden. Draag een pet en veiligheidsbril. • Draag gehoorbescherming en een hooggesloten overhemdkraag.

• Lasveiligheidshelm dragen en neem de juiste filte-rinstelling in acht. • Draag volledige lichaamsbescherming. •Let op. • De lichtstraling van de boog kan de ogen beschadi-gen en brandwonden op de huid veroorzaken. • Booglassen genereert vonken en druppels gesmol-ten metaal, het gelaste werkstuk begint te gloeien en blijft relatief zeer lang heet. • Bij het booglassen komen dampen vrij die mogelijk schadelijk zijn. Elke elektrische schok kan dodelijk zijn. • Benader de vlamboog niet direct binnen een straal van 15 m. • Bescherm uzelf (inclusief omstanders) tegen de po-tentieel gevaarlijke effecten van de vlamboog. • Waarschuwing: Afhankelijk van de toestand van de netaansluiting op het aansluitpunt van het lasappa-raat kan dit leiden tot storingen in de netvoeding van andere verbruikers. Let op.

In het geval van overbelaste voedingsnetwerken en stroomcircuits kan tijdens het lassen voor andere ge-bruikers storingen worden veroorzaakt. In geval van twijfel moet het elektriciteitsbedrijf worden geraad-pleegd. Gevarenbronnen tijdens het booglassenTijdens het booglassen ontstaan een aantal gevaren-bronnen. Het is daarom bijzonder belangrijk dat de lasser de volgende regels in acht neemt om zichzelf en anderen niet in gevaar te brengen en om lichamelijk letsel en schade aan het apparaat te voorkomen. • Werkzaamheden aan de netspanningszijde, bijv. aan kabels, stekkers, stopcontacten, etc. mogen alleen door een gekwalificeerde specialist worden uitgevoerd. Dit geldt met name voor het aanleggen van tussenkabels. • Bij ongevallen moet de lasstroombron onmiddellijk worden losgekoppeld van het elektriciteitsnet.

• Als er elektrische contactspanningen optreden, moet het apparaat onmiddellijk worden uitgescha-keld en door een specialist worden gecontroleerd. • Zorg altijd voor goede elektrische contacten aan de lasstroomzijde. • Draag bij het lassen altijd isolerende handschoenen aan beide handen.

www. scheppach. com72 | NLLashelmspecifieke veiligheidsvoorschriften• Controleer altijd of de lashelm goed werkt door een heldere lichtbron (bijv. aansteker) te gebruiken voor-dat u met snijwerkzaamheden begint. • Door lasspatten kan de veiligheidsruit beschadigd raken. Vervang direct beschadigde veiligheidsruiten of veiligheidsruiten die krassen bevatten. • Vervang direct beschadigde of sterk verontreinigde resp. bespatte componenten. • Het apparaat mag uitsluitend door personen worden gebruikt die de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt. jaar hebben bereikt. • Zorg dat u vertrouwd bent met de veiligheidsvoor-schriften voor het lassen. Neem hierbij ook de veilig-heidsvoorschriften van uw lasapparaat in acht. • Zet de lashelm altijd op bij het lassen. Bij geen ge-bruik, kunt u ernstig letsel oplopen aan het netvlies van uw ogen. • Draag tijdens het lassen altijd veiligheidskleding.

• Gebruik de lashelm nooit zonder veiligheidsruit. • Vervang voor goed zicht en werken zonder inspan-ning tijdig de veiligheidsruit. Omgeving met verhoogde elektrische risico’sBij het lassen in omgevingen met verhoogde elektri-sche risico’s moet u volgende veiligheidsvoorschriften in acht nemen. Omgevingen met verhoogde elektrische risico’s kunt u bijvoorbeeld aantreffen:• Op werkplekken waar de bewegingsvrijheid beperkt is, waardoor de lasser in een geforceerde houding moet werken (bijv.

: knielen, zitten, liggen) en elek-trisch geleidende delen aanraakt;• Op werkplekken die geheel of gedeeltelijk elektrisch geleidend zijn en waar een groot risico bestaat van vermijdbaar of toevallig contact door de lasser;• Op natte, vochtige of hete werkplekken waar lucht-vochtigheid of transpiratie de weerstand van de menselijke huid en de isolerende eigenschappen of beschermende uitrusting aanzienlijk verminderen. Ook een metalen ladder of steiger kan een omgeving met verhoogde elektrische risico’s creëren.

In een dergelijke omgeving moeten geïsoleerde onder-lagen en tussenlagen worden gebruikt, evenals hand-schoenen en hoofdbedekkingen van leer of andere isolerende stoffen om het lichaam tegen aarde te isole-ren. De lasstroombron moet zich buiten het werkbereik resp. de elektrische geleidende oppervlakken en bui-ten het bereik van de lasser bevinden. • m Let op • Het is van essentieel belang dat de aardleider in elektrische installaties of apparaten in geval van na-latigheid door de lasstroom kan worden verstoord, bijvoorbeeld door de aardklem op de behuizing van het lasapparaat te plaatsen, die is aangesloten op de aardleider van de elektrische installatie. De laswerk-zaamheden worden uitgevoerd op een machine met een aardlekaansluiting. Het is dus mogelijk om aan de machine te lassen zonder dat de aardklem er-aan vastzit.

In dit geval stroomt de lasstroom van de aardklem via de aardleiding naar de machine. Door de hoge lasstroom kan de aardleider doorsmelten. • De zekeringen van de toevoerleidingen naar de ne-taansluitingen moeten voldoen aan de voorschrif-ten. Volgens deze voorschriften mogen alleen zeke-ringen of stroomonderbrekers worden gebruikt die overeenkomen met de kabeldoorsnede. Een te hoge zekering kan leiden tot kabelbrand resp. brandscha-de aan gebouwen. • Gebruik het lasapparaat niet in de regen. • Gebruik het lasapparaat niet in een vochtige omgeving. • Plaats het lasapparaat uitsluitend op een vlak op-pervlak. • De uitgang is geschikt voor een omgevingstempera-tuur van 20 °C. Bij een hogere temperatuur kan de lastijd korter zijn. Gevaar door een elektrische schok Elektrische schok van een laselektrode kan dodelijk zijn. Niet bij regen of sneeuw lassen.

Draag droge iso-lerende veiligheidshandschoenen. De elektrode niet met blote handen aanraken. Draag geen natte of be-schadigde handschoenen. Bescherm uzelf tegen een elektrische schok door isolaties tegen het werkstuk. De behuizing van de inrichting niet openen.

Gevaar door lasrook Het inademen van lasrook kan de gezondheid in ge-vaar brengen. Houd uw hoofd niet in de rook. Inrich-tingen in open zones gebruiken. Ontluchting voor het verwijderen van rook gebruik. Gevaar door lasvonken Lasvonken kunnen een explosie of brand veroorzaken. Brandbare stoffen uit de buurt van het lassen houden. Niet naast brandbare stoffen lassen. Lasvonken kun-nen brand veroorzaken. Een brandblusser in de nabij-heid beschikbaar houden en zorg dat een waarnemer de brandblusser, indien nodig, direct kan gebruiken. Niet op trommels of op enige gesloten reservoirs lassen.

www. scheppach. comNL | 73 Beschermende kleding• Tijdens de werkzaamheden moet de lasser voor zijn hele lichaam door middel van kleding en gelaats-bescherming worden beschermd tegen straling en brandwonden. • Aan beide handen moeten handschoenen van een geschikte stof (leder) worden gedragen. Ze moeten in perfecte staat zijn. • Ter bescherming tegen vonkenregen en brandwon-den moeten geschikte schorten worden gedragen. Als de aard van de werkzaamheden, bijvoorbeeld bij lassen boven het hoofd, dit vereist, moet een be-schermende overall en indien nodig hoofdbescher-ming worden gedragen. • De beschermende kleding en alle gebruikte acces-soires moeten voldoen aan de richtlijn “Persoonlijke beschermingsmiddelen”. Bescherming tegen straling en brandwonden• Op de werkplek moet een bord “Niet in de vlammen kijken. ” worden aangebracht waarmee wordt verwe-zen voor een gevaar voor de ogen.

De werkplekken moeten zoveel mogelijk worden afgeschermd om mensen in de omgeving te beschermen. Onbevoeg-den moeten uit de buurt van de laswerkzaamheden worden gehouden• In de directe omgeving van vaste werkplekken mo-gen de wanden niet lichtgekleurd of glanzend zijn. Ramen moeten worden beveiligd tegen het door-laten of reflecteren van stralen tot minstens hoofd-hoogte, bijv. door middel van geschikt schilderwerk. EMC-classificatie voor apparatuurLET OP. Dit apparaat valt onder klas-se A en is niet bedoeld voor gebruik in woongebieden waar de stroomvoorzie-ning wordt voorzien door een openbaar laagspanningsnet. Het kan moeilijk zijn om in deze ge-bieden elektromagnetische compatibiliteit te garanderen vanwege zowel geleide als uitgestraalde RF-storingen.

De gebruiker is verantwoordelijk voor storingen veroor-zaakt door de vlamboog tijdens het lassen en de ge-bruiker moet passende voorzorgsmaatregelen nemen. Hierbij moet de gebruiker met name rekening houden met het volgende:Aanvullende bescherming tegen schokken door netstroom in geval van storing kan zijn voorzien door het gebruik van een aardlekschakelaar die werkt op een lekstroom van niet meer dan 30 mA en die alle op het lichtnet aangesloten apparatuur in de nabijheid van stroom voorziet. De aardlekschakelaar moet geschikt zijn voor alle stroomsoorten. Middelen voor een snelle elektrische uitschakeling van de lasstroombron of het lasstroomcircuit (bijv. een noodstopinrichting) moeten eenvoudig te bereiken zijn.

Bij het gebruik van lasapparaten onder elektrisch ge-vaarlijke omstandigheden, mag de uitgangsspanning van het lasapparaat bij stationair toerental niet hoger zijn dan 113 V (effectieve waarde). Dit lasapparaat mag door de uitgangsspanning in dit geval worden gebruikt. Lassen in krappe ruimtesBij het lassen in krappe ruimtes kan er gevaar voor giftige gassen bestaan (verstikkingsgevaar). In krappe ruimtes mag alleen worden gelast, indien zich in de onmiddellijke nabijheid geïnstrueerde personen bevin-den die zo nodig kunnen ingrijpen. In dit geval moet, alvorens met het lasproces te beginnen, door een des-kundige worden geëvalueerd welke stappen nodig zijn om de veiligheid van het werk te waarborgen en welke voorzorgsmaatregelen tijdens het eigenlijke lasproces moeten worden genomen.

Som van spanning bij stationair toerentalIndien meer dan één lasstroombron tegelijk in werking is, kunnen de spanningen bij stationair toerental oplo-pen en tot een verhoogd elektrisch risico leiden. Las-stroombronnen moeten dusdanig worden aangesloten dat het gevaar tot een minimum wordt gebracht. De af-zonderlijke lasstroombron met de afzonderlijke bestu-ringen en aansluitingen, moeten duidelijk gemarkeerd worden om aan te geven welke bij welk lasstroomcircuit hoort.

Gebruik van schouderhengselsEr mag niet worden gelast wanneer de lasstroombron wordt gedragen, aan bijv. een schouderriem. Hiermee wordt het volgende voorkomen:• Het risico om het evenwicht te verliezen wanneer aan aangesloten leidingen of slangen wordt getrok-ken. • Het verhoogde risico van een elektrische schok doordat de lasser in contact komt met de aarde bij het gebruik van een lasstroombron van klasse I waarvan de behuizing geaard is via de aardleider.

Algemene veiligheidsmaatregelenHet valt onder de verantwoordelijkheid van de gebrui-ker om het apparaat op de juiste manier te installeren en te gebruiken volgens de instructies van de fabrikant. Indien elektromagnetische storingen worden gedetec-teerd, valt het onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker om deze te elimineren met behulp van de technische hulpmiddelen die hierboven onder “Belang-rijke aanwijzing betreffende de stroomaansluiting” zijn vermeld. Waarschuwing. Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfe-reren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat het elektrische apparaat wordt gebruikt.

www. scheppach. comNL | 75 5. Stel de wolfraamelektrode zo in dat deze ca. 5 mm uit het gasmondstuk steekt. 6. Ten slotte draait u de branderkap vast. 9. Voor de ingebruiknameSelectietoets voor takt lassen (23)Met de selectietoets voor takt lassen kunt u tussen 2-takt en 4-takt lassen selecteren. Selectietoets voor Pulse en Spot Time (26)Met de selectietoets voor Pulse en Spot Time kunt u tussen Puls Lassen en Spot Time selecteren. (alleen voor TIG)Selectietoets voor lasmethode (29)Met de selectietoets voor de lasmethode kunt u de ge-wenste lasmethode selecteren. Potentiometer (5)Met de potentiometer kunt u de lasstroom instellen, het Hertz-getal en de lasstroom tijdens het Puls lassen. Bovendien kunt u de tijd en de lasstroom voor Spot Time instellen. 10. In gebruik nemenm Let op. Het apparaat moet voor de ingebruikname volledig zijn gemonteerd.

Apparaatinstelling voor het lassen met een inert gas(afb. 9 + 10)1 Selecteer met de selectietoets (29) de functie TIG-lassen (30). 2 Sluit de gasaansluiting (A) aan op de gasaanslui-ting (6) en schroef de wartelmoer vast. 3 Sluit nu de stroomaansluiting voor het slangen-pakket (C) vast en schroef de wartelmoer vast. 4 Sluit nu aansluitend de kabel (B) op de plus-pool aan. Vergrendel de stekker door deze rechtsom te draaien. 5 Sluit ten slotte de aardklem (D) aan op de min-pool. Vergrendel de stekker door deze rechtsom te draaien. 7. Uitpakken• Open de verpakking en haal het apparaat er voor-zichtig uit. • Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de ver-pakkings- en transportbeveiligingen (indien voor-handen). • Controleer of de inhoud van de levering volledig is. • Controleer het apparaat en de hulpstukken op trans-portschade.

Bij klachten moet direct contact worden opgenomen met de expediteur. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend. • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het ver-strijken van de garantietijd.

• Maak u voor aanvang van de werkzaamheden be-kend met het apparaat aan de hand van de gebruiks-handleiding. • Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserve-onderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reser-veonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier. • Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het apparaat aan. m WAARSCHUWING. Het apparaat en verpakkingsmateriaal zijn geen kinderspeelgoed. Kinderen mogen niet met plas-tic zakken, folies en kleine onderdelen spelen. Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsge-vaar. 8. MontageVoordat u TIG-brander monteert, slijpt u de wolf-raamelektrode. Voor een optimaal resultaat advise-ren wij u het gebruik van een slijpapparaat voor wolf-raamelektroden. Let op dat u de elektrode in de lengte slijpt, de hoogte van de punt is ca. het dubbele van de elektrodediameter. Montage TIG-brander (afb. 4 - 8)1.

Schroef de spanhulsbehuizing (19/20) passend bij de te gebruiken wolfraamelektrode in het brande-relement. 2. Steek de wolfraamelektrode (13/14) door de span-huls (17/18) en breng de spanhuls aansluitend in de spanhulsbehuizing. 3. Schroef nu het gasmondstuk (21/22) op de span-huls. 4. Schroef aansluitend de branderkap (15/16) in het branderelement, echter iets aangehaald, de elek-trode moet zich vrij kunnen bewegen.

7 Houd de lashelm voor het gezicht en begin met lassen. Apparaatinstelling voor het puls-lassen (afb. 3)Bij het lassen met pulsvormige stroom, wissel stroom-sterkte en spanning in afwisselend van de pulsfre-quentie continu af tussen een lage grondwaarde en de hogere pulswaarde. Onder invloed van de hoge pulsstroom wordt de inbranding in het basismateriaal gegenereerd en wordt een puntvormig smeltbad ge-vormd. De grootte van het smeltbad is gemiddeld klei-ner dan bij lassen met gelijkstroom, zodat het beter kan worden gecontroleerd in beperkte posities. Niettemin is voldoende inbranding gegarandeerd. Bovendien is een goede overbrugging van spleten, wortellassen en lassen in krappe posities mogelijk. 1 Selecteer met de selectietoets (29) de functie TIG-lassen (30). 2 Selecteer met de selectietoets (26) de functie Puls (27). 3 LED knippert, u kunt nu de hertz instellen (max.

20Hz)Apparaatinstelling voor Spot Time1 Selecteer met de selectietoets (29) de functie TIG-lassen (30). 2 Selecteer met de selectietoets (26) de functie Spot Time (28). • LED knippert, u kunt nu de hertz instellen, voor de duur van het inbranden (max. 3s)3 Bedien de selectieknop (26) opnieuw. • LED knippert, u kunt nu de lasstroom instellen (max. 160A)Apparaatinstelling voor 2-takt en 4-takt bedrijfSelecteer met de selectieknop (23) de functie 2T of 4T. 2-takt bedrijf betekent: Lassen wanneer de brander-toets (12) op de brander wordt ingedrukt. Niet lassen als de brandertoets (12) niet wordt ingedrukt. 4-takt bedrijf betekent: Lassen wanneer de brander-toets (12) op de brander wordt ingedrukt. Niet lassen als de brandertoets (12) opnieuw wordt ingedrukt. Tijdens het loslaten van de brandertoets (12) gaat het laspro-ces verder. Dit is praktisch als u zeer lange naden wilt lassen.

www. scheppach. comNL | 77 m Let op. • Vlamboogstralen kan tot oogletsel en brandwonden leiden. • Spat- en smeltslakken kunnen oogletsel en brand-wonden veroorzaken. Er mogen uitsluitend laskabels worden gebruikt die zijn meegeleverd. Maak een keuze tussen duwend en slepend lassen. Hieronder wordt de invloed van de bewegingsrichting op de eigenschappen van de lasnaad weergegeven:11. Elektrische aansluitingDe netaansluiting van de klant en het gebruikte verlengsnoer moeten eveneens aan deze voor-schriften voldoen. Defecte elektrische aansluitkabelBij elektrische aansluitkabels treedt vaak schade aan de isolatie op. Mogelijke oorzaken zijn:• Drukpunten, als aansluitkabels door venster- of deuropeningen worden geleid. • Knikken door een onvakkundige bevestiging of ge-leiding van het netsnoer. • Snijplekken omdat over het netsnoer is gereden.

• Beschadigde isolatie omdat de stekker uit de wand-contactdoos is getrokken. • Scheuren door veroudering van de isolatie. Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd. Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op schade. Let erop dat bij het controleren het netsnoer niet op het stroomnet is aangesloten. Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitslui-tend netsnoeren met de aanduiding H05RR-F. Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan. • De netspanning moet 230 VAC zijn. • Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 2,5 vierkante millimeter. 8 Om de werkzaamheden te beëindigen, stelt u de aan/uit-schakelaar (8) in positie “O” (“OFF”).

Elektrode Ø (mm) Lasstroom (A)1,6 25 - 40 A2 40 - 60 A2,5 50 - 80 A3,2 80 - 130 A4,0 130 - 160 A5,0 160 - 200 Am Let op. De aardklem (D) en de elektrodehouder(F) /de elektrodes mogen niet in direct contact worden ge-bracht. m Let op. Tik niet met de elektrode op het werkstuk.

Hij zou beschadigd kunnen worden en de ontsteking van de vlamboog zou kunnen worden bemoeilijkt. Zodra de vlamboog is ontstoken, probeert u een afstand tot het werkstuk te bewaren die overeenkomt met de gebruikte elektrodediameter. De afstand moet tijdens het lassen zo constant mogelijk blijven. De schuinte van de elek-trode in de werkrichting moet 20–30 graden zijn. m Let op. Gebruik altijd een tang om verbruikte elek-troden te verwijderen of hete werkstukken te verplaat-sen. Let op, dat de elektrodenhouder na het lassen altijd op een isolerende onderlaag moet worden neer-gelegd. De slak mag pas na afkoeling uit de naad wor-den verwijderd. Om het lassen op een onderbroken naad voort te zetten:• Verwijder eerst de slag op het aanzetpunt. • In de naadvoeg wordt de vlamboog ontstoken, naar het aansluitpunt gebracht, daar goed gesmolten en aansluitend verder geleid. m Let op.

De laswerkzaamheden genereren warmte. Daarom moet het lasapparaat na gebruik ten minste een half uur stationair draaien. Als alternatief laat u het apparaat een uur lang afkoelen. Het apparaat mag pas worden verpakt en opgeslagen als de temperatuur van het apparaat is genormaliseerd. m Let op. Een spanning die 10% lager is dan de no-minale ingangsspanning van het lasapparaat kan de volgende consequenties hebben:• De stroom van het apparaat neemt af. • De vlamboog breekt af of wordt onstabiel.

- Tot drie afgedankte elektronische apparaten Aansluitingen en reparaties van de elektrische appa-ratuur mogen uitsluitend door een elektromonteur wor-den uitgevoerd. Vermeld in geval van vragen de volgende gegevens:• Gegevens van het typeplaatje van de machine12. Onderhoud en reinigingGevaar. Trek bij onderhoudswerkzaamheden altijd de stekker uit het stopcontact. Aanwijzing: Het lasapparaat moet voor een goede wer-king en naleving van de veiligheidsvoorschriften regel-matig worden onderhouden en gereviseerd. Ondeskun-dig of onjuist bedrijf kunnen leiden tot uitval of schade aan het apparaat. • Voordat u reinigingswerkzaamheden aan het la-sapparaat uitvoert, haalt u de voedingskabel uit het stopcontact, zodat het apparaat veilig is losgekop-peld van de stroomvoorziening. • Reinig het lasapparaat, evenals de bijbehorende accessoires regelmatig van buitenaf.

Verwijder vuil en stof met behulp van lucht, poetskatoen of een borstel. Aanwijzing: De volgende onderhoudswerkzaamheden mogen alleen door opgeleid vakpersoneel worden uit-gevoerd. • Stroomregelaar, aardingsinrichting, interne leidin-gen, de koppelinrichting van de lastoorts en stel-schroeven moeten regelmatig worden onderhou-den. Haal losse schroeven weer aan en vervang roestige schroeven. • Controleer regelmatig de isolatieweerstanden van de lasapparaat. Gebruik hiertoe een geschikt meet-instrument. • In geval van een defect of indien het bij nodig is on-derdelen van het toestel te vervangen, gelieve u tot het bevoegde vakpersoneel te wenden. In het apparaat bevinden zich geen andere onderdelen die onderhoud vereisen. Service-informatieLet op dat bij dit product de volgende delen onderhevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp.

www.scheppach.com80 | NL15. Verhelpen van storingenDe volgende tabel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze op kunt lossen, als uw machine niet goed werkt. Als u het probleem hiermee niet kunt vinden en kan oplossen, neem dan contact op met uw service-werk-plaats.Storing Mogelijke oorzaak OplossingMachine kan niet ingeschakeld wordenGeen netspanningControleer het stopcontact, het netsnoer, kabel, netstekker; laat deze indien nodig repareren door een gekwaliceerde elektricien.

Hoofdzekering is geactiveerdControleer de hoofdzekeringAan/uit-schakelaar defect Reparatie door klantenserviceGeen ontstekingsvonkAardklem niet op het apparaat aangesloten Aardklem op het lasapparaat aansluiten Aardklem niet bevestigd aan het werkstukBevestig de aardklem aan het werkstukMachine kan niet worden bediend, hoewel het controlelampje voor bedrijf brandtSlangbundel los Slangbundel vastmakenOnvoldoende verbinding tussen de aardklem en het werkstukControleer of het bereik waarop de aardingsklem is bevestigd, schoon, blank metaal en vrij van vuil, verf en olie is.Machine kan niet worden bediend, omdat het controlelampje voor oververhitting brandtMachine is oververhit Laat de machine afkoelenInschakelduur of stroomsterkte te hoogReduceer de inschakelduur of de stroomsterkteOnregelmatige vlamboog / lasstroomLosse aansluitingen Controleer de aansluitingen en reinigen dezeOnjuiste polariteit Juiste polariteit aansluitenWerkstuk is gelakt of verontreinigdWerkstuk grondig reinigen, tot het oppervlak blank metaal en vrij van vuil en verf is.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Scheppach WIG2000-Multi stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden