Scheppach BLM560-225ES Handleiding
Pagina's 328 Niet gecategoriseerd
Bekijk de handleiding van Scheppach BLM560-225ES gratis online of download de PDF. 29 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Scheppach |
| Categorie: | Niet gecategoriseerd |
| Model: | BLM560-225ES |
Handleiding Scheppach BLM560-225ES – volledige tekst
NL | 79 MINMAXOliepeil controleren.DRIVE - aandrijfhendelSTOP - motorremhendelUitsluitend in gesloten ruimtes gebruiken!Beschermingsklasse IIT2AApparaatzekeringOude apparatuur mag niet bij het huisafval worden gegooid!De accu wordt als apparaatsleutel gebruikt.Bescherm de accu tegen water en vocht.Bescherm de accu tegen hitte en vuur.Accu beschermen tegen temperaturen boven 45 °C.
Grasmaaier voor de particuliere tuin of hobbytuin zijn machines waarvan het jaarlijks gebruik in principe niet meer is dan 50 uur en voornamelijk voor het onderhoud van gras- of gazonoppervlakken wordt gebruikt, echter niet in openbare installaties, parken, sportvelden, alsook in de land- en bosbouw. Het product mag uitsluitend worden gebruikt waar-voor het bedoeld is. Elk ander of verdergaand is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/operator en niet de fabrikant is aanspra-kelijk voor de hieruit voortvloeiende schade of enige vorm van letsel. Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruiks-handleiding maken deel uit van het beoogd gebruik. Personen, die het product bedienen of onderhoud aan het product verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan het product worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade. Het product mag uitsluitend met de originele onder-delen en originele accessoires van de fabrikant wor-den gebruikt. 1. InleidingFabrikant:Woodster GmbHGünzburger Straße 69D-89335 IchenhausenGeachte klant,Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat.
Aanwijzing:De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aan-sprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:• Ondeskundige behandeling• Niet in acht nemen van de gebruikshandleiding• Reparaties door derden, niet geautoriseerde vak-mensen• Inbouw en vervanging van niet-originele reserve-onderdelen• Gebruik dat niet conform de voorschriften is• Uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDE-voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE 0113Let op:De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit pro-duct. Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en le-vensduur van het product verhoogt.
Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen. Maak u voor aanvang van de werkzaamheden be-kend met alle bedienings- en veiligheidsinstructies. Gebruik het product uitsluitend als beschreven en voor de aangegeven toepassingen. Bewaar de ge-bruikshandleiding daarom goed, en verstrek alle do-cumentatie als het product wordt doorgegeven aan derden. 2. Beschrijving van het apparaatAfb. 1 (1 - 21)1. Handgreep2. Aandrijfhendel3. Motorremhendel4. Bovenste duwbeugel, 4a. Onderste duwbeugel5. Snelspanhendel6. Benzinetank7. Luchtlter8. Zij-uitworp (zij-uitworpklep en zij-uitworpadapter)9. Loopwiel10. Bougie.
82 | NLm AANWIJZINGBij het niet in acht nemen van deze aanwijzing be-staat het gevaar op een beschadiging van het appa-raat of van andere zaken of goederen. m Let op. Bij het gebruik van apparaten moeten enkele veilig-heidsmaatregelen in acht genomen worden, om letsel en schade te voorkomen. Lees daarom absoluut deze gebruikshandleiding / veiligheidsvoorschriften door. Bewaar deze daarom goed, zodat u de informatie te allen tijde ter beschikking heeft. Indien u het apparaat aan andere personen mocht overhandigen, overhandig dan tevens deze gebruiks-aanwijzing/veiligheidsaanwijzingen. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften. Onjuist gebruik van de accu en de oplader kan een elektrische schok of brand veroorzaken. Bij bedrijf• De oplader en de accu droog houden.
Het accu-laadsysteem niet blootstellen aan regen of vocht. • Om een elektrische schok te vermijden, moet in acht worden genomen dat er geen water in de stek-ker terecht komt. • Het apparaat niet kortsluiten. Nooit voorwerpen in de accu-contacten steken. Bij het laden van de accu• Voor het laden van de accu uitsluitend de originele oplader gebruiken. • De oplader is niet bedoeld voor het opladen van andere accu’s. • Oplader en accu droog houden. Het acculaadsys-teem niet blootstellen aan regen of vocht. • Bij het wegnemen van de oplader deze niet aan de kabel trekken, maar aan de stekker omdat anders de stekker of de kabel beschadigd kunnen raken. • De oplader niet gebruiken als de stekker of de ka-bel beschadigd zijn. De kabel kan niet worden ver-vangen. Als de kabel beschadigd is, moet de opla-der direct worden vervangen.
• De accu niet gebruiken als deze aan een ernstige schok is blootgesteld, is gevallen of anderszins is beschadigd. Als de accu is beschadigd, moet deze worden vervangen. De accu kan niet worden on-derhouden.
NL | 83 • Personen die onder invloed zijn van alcohol, drugs, medicijnen, moe of ziek zijn. Veiligheidsvoorschriften voor handgevoerde gras-maaierAanwijzingen• Lees de gebruikshandleiding zorgvuldig door. Zorg ervoor dat u bekend bent met de instellingen en het correcte gebruik van de machine. • Laat de grasmaaier niet gebruiken door kinderen of andere personen die de gebruikshandleiding niet kennen. Lokale voorschriften kunnen de minimum-leeftijd van de gebruiker deniëren. • Maai nooit wanneer er personen, kinderen of dieren in de buurt zijn. Denk eraan dat de bestuurder of de gebruiker van de machine verantwoordelijk is voor on-gevallen met andere personen of hun eigendommen. • Indien u het apparaat aan andere personen mocht overhandigen, overhandig dan tevens deze ge-bruikshandleiding a. u. b. • Draag altijd stevige schoenen en een lange broek tijdens het maaien.
Maai nooit op blote voeten of in lichte sandalen. • Controleer het terrein, waarop de machine wordt gebruikt en verwijder alle voorwerpen, zoals ste-nen, speelgoed, stokken en draden, enz. , die vast-gegrepen en weggeslingerd kunnen worden. m WAARSCHUWINGBenzine is zeer ontvlambaar:• Bewaar benzine alleen in daarvoor bedoelde con-tainers. • Vul de tank uitsluitend bij in de buitenlucht en rook niet tijdens het vulproces. • Benzine moet voor het starten de motor worden bij-gevuld. Terwijl de motor loopt of bij een hete maai-er mag het tankdeksel niet geopend worden of de benzine worden bijgevuld. • Indien er benzine is overgelopen mag er in geen geval gepoogd worden om de motor te starten. In plaats daarvan moet de machine uit de buurt van de plaatsen worden gehaald waar de benzine heeft gemorst. Elke ontstekingspoging moet worden ver-meden totdat de benzinedampen zijn verdampt.
Gebruik altijd een ge-controleerde container. Houd benzine uit de buurt van kinderen. • Vervang defecte geluiddempers. • Voor gebruik moet door een visuele controle altijd worden gecontroleerd of het snijgereedschap, be-vestigingsbouten en het gehele maaielement ver-sleten of beschadigd zijn. Om eventueel onbalans te vermijden moeten versleten of beschadigde snij-gereedschappen en bevestigingsbouten altijd per set worden vervangen. • De oplader is niet bestemd voor gebruik door perso-nen (inclusief kinderen) met fysieke, sensorische of verstandelijke beperkingen of met een gebrek aan ervaring en kennis, tenzij zij onder toezicht staan van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon, of zijn geïnstrueerd over het gebruik van het apparaat. • Kinderen moeten onder toezicht staan, zodat ze niet met de oplader kunnen gaan spelen.
verlengsnoerTenzij het absoluut noodzakelijk is, mag er geen ver-lengsnoer worden gebruikt. Als u een ongeschikt verlengsnoer gebruikt, bestaat er gevaar voor brand of elektrische schokken. Let bij het gebruik van een verlengsnoer op de volgende punten:a. Het aantal, de grootte en de vorm van de pinnen op de stekker van het verlengsnoer moeten over-eenkomen met de stekker van de oplader. b. Het verlengsnoer moet correct zijn aangesloten en in goede staat verkeren. c. De draaddikte moet minstens 16 AWG (American Wire Gauge, ongeveer 1,3 mm2) zijn voor het no-minale AC-vermogen van de lader. Bij het bewaren van het accu-oplaadsysteemOplader en accu droog houden. Het acculaadsys-teem niet blootstellen aan regen of vocht. Voor de instellings- of reparatiewerkzaamhedenDe accu uit het motoraccuvak halen. WAARSCHUWINGAccuchemicaliën zijn giftig en corrosief.
Brand of explosies kunnen tot zware brandwonden en zelfs tot de dood leiden. • Uitgerangeerde of gebruikte accu’s mogen niet worden verbrand, omdat deze kunnen exploderen. Bij het verbranden van accu’s ontstaan giftige dam-pen en resten.
• Gebruik geen accu’s die geplet, gevallen of be-schadigd zijn. Waarschuwing. Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfe-reren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implan-taat te raadplegen voordat het elektrische apparaat wordt gebruikt. Wie mogen het apparaat niet gebruiken:• Kinderen en andere personen, die niet bekend zijn met de gebruikshandleiding (plaatselijke voor-schriften kunnen de minimumleeftijd van de gebrui-ker bepalen).
Restgevaren en voorzorgsmaatregelenHet niet naleven van de ergonomische basisprin-cipesNalatig gebruik van persoonlijke beschermings-middelen (PBM’s)Nalatig gebruik of het weglaten van persoonlijke be-schermingsmiddelen kan ernstige verwondingen tot gevolg hebben. • Bij apparaten met meerdere messen moet u erop letten dat door het draaien van een mes de andere messen kunnen beginnen te draaien. Gebruik• Laat de verbrandingsmotor niet in gesloten ruimtes lopen, waarin zich gevaarlijke koolmonoxide kan vormen. • Maai alleen bij daglicht of bij geschikt kunstlicht. In-dien mogelijk moet het gebruik van het apparaat bij nat gras worden vermeden. • Het gebruik van de grasmaaier bij onweer is verbo-den - gevaar op blikseminslag. • Let altijd op een goede positie op hellingen. • Geleid de machine alleen in looppas.
• Bij machines op wielen geldt: Maai dwars op de helling, nooit op- en neerwaarts. • Wees met name voorzichtig als u uw rijrichting op de helling verandert. • Maai nooit op overmatig steile hellingen en op aan-grenzende stortplaatsen, groeven of dijken. Wees met name voorzichtig als de grasmaaier moet wor-den gekeerd of u deze naar u toe trekt. • Stop de snijmessen indien de grasmaaier moet worden gekanteld, bij transport of op andere op-pervlakken als gras en indien de grasmaaier voor en naar het te maaien oppervlak wordt bewogen. • Gebruik de grasmaaier nooit met beschadigde veiligheidsvoorzieningen of veiligheidsroosters of zonder aangebouwde veiligheidsvoorzieningen bijv. stootplaat en/of inrichtingen om het gras op te vangen. • Verander nooit de regelinstellingen van de motor en zorg ervoor dat deze niet te zwaar wordt belast. • Activeer de motorrem voordat u de motor start.
• Bij het starten of stoppen van de motor mag de grasmaaier niet worden gekanteld, alleen indien de grasmaaier bij het proces moet worden opgetild. In dit geval kantelt u de grasmaaier slechts zo ver, als absoluut noodzakelijk, en tilt u uitsluitend de zijde op die richting de bediener is gekeerd. • Start de motor niet indien u voor het uitwerpkanaal staat. • Breng handen of voeten nooit tegen of over de draaiende delen. Houd u altijd buiten het bereik van de uitwerpopening. • Til of draag een grasmaaier nooit terwijl de motor loopt. • Schakel de motor uit en trek de voedingsstekker eruit en zorg ervoor dat alle bewegende delen tot stilstand zijn gekomen: - Voordat u blokkades verwijdert of verstoppingen in het uitwerpkanaal oplost. - Voordat u de grasmaaier controleert, reinigt of er werkzaamheden aan uitvoert.
NL | 85 GeluidswaardenGeluidsdrukniveau LPA. 84,6 dBMeetonnauwkeurigheid KPA. 3 dBGeluidsvermogensniveau LWA. 96,2 dBMeetonnauwkeurigheid KWA. 1,86 dBTrillingseigenschappenTrilling ahv. 7,218 m/s²Meetonnauwkeurigheid Kh. 1,5 m/s²Beperk de geluidsproductie en trilling tot een mini-mum. • Gebruik uitsluitend goed functionerende appara-ten. • Onderhoud en reinig het apparaat regelmatig. • Pas uw werkwijze aan het apparaat aan. • Zorg dat het apparaat niet overbelast raakt. • Laat het apparaat eventueel controleren. • Schakel het apparaat uit als deze niet in bedrijf is. • Draag handschoenen. Bij langer gebruik van de benzine grasmaaier kunnen er trillingsafhankelijke doorbloedingsproblemen ont-staan (ziekte van Raynaud). Aanbevelingen voor de gebruiksduur kunnen in dit geval niet worden aangegeven, omdat dit van per-soon tot persoon kan verschillen.
De volgende factoren kunnen invloed hebben op het uiterlijk:• doorbloedingsproblemen in de handen van de be-stuurder• lage buitentemperaturen• lange gebruikstijdenDaarom is het raadzaam om warme werkhandschoe-nen te dragen en regelmatige pauzes te nemen. 7. Uitpakken• Open de verpakking en haal het apparaat er voor-zichtig uit. • Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de ver-pakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhan-den). • Controleer of de inhoud van de levering volledig is. • Controleer het apparaat en de hulpstukken op transportschade. Bij klachten moet direct contact worden opgenomen met de expediteur. Reclama-ties op een later tijdstip worden niet erkend. • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd. • Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het apparaat aan de hand van de ge-bruikshandleiding.
Menselijk gedrag, incorrect gedrag – Wees tijdens alle werkzaamheden altijd volledig geconcentreerd. m Restgevaar - kan niet worden uitgesloten. Gevaar door lawaaiGehoorschadeLangere werkzaamheden met het apparaat zonder gehoorbescherming kan leiden tot gehoorschade. –Altijd gehoorbescherming dragen. Gedrag bij noodgevallenBij een eventueel ongeval moet u direct de noodzake-lijke EHBO-maatregelen nemen en zo snel mogelijk hulp vragen aan een gekwaliceerde arts. 6. Technische gegevensMotortype 4-taktmotor/ luchtgekoeldCilinderinhoud 224 cm³Werktoerental 2800 min-1Vermogen 4,4 kW / 6 pkBrandstof Normale benzine / loodvrij max.
86 | NL8. De trekkabel met de bijbehorende kabelclips (e) (afb. 7) op de duwbeugel bevestigen. 9. Grasvangkorf (16) - openklappen en de kunststof clips op het frame vastklikken. (afb. 8)10. Maaien met grasvangkorf(16):Uitwerpklep (15) met één hand optillen en de vang-korf (16) zoals weergegeven in afb. 9 weergege-ven, inhangen. 11. Mulchen:Vangkorf (16), indien bevestigd, afnemen en be-dekkingsinzetstuk (19) zoals weergegeven in afb. 10-12 inleggen. Let op:Bij het bedekken mag het zij-uitwerpdeksel niet wor-den gemonteerd. Instellen van de snijhoogtem Let op. Het verstellen van de snijhoogte mag alleen bij uitgeschakelde motor en verwijderde bougiestekker worden uitgevoerd. • Voordat u begint te maaien, controleert u of het snijgereedschappen niet stomp zijn en de bevesti-gingsmiddelen niet beschadigd zijn.
• Vervang stompe en/of beschadigde snijgereed-schappen eventueel in een gehele set om geen on-balans te veroorzaken. Bij deze controle de motor uitschakelen en de voedingsstekker verwijderen. • De instelling van de snijhoogte gebeurt met de wielhoogteverstelling (afb. 13/pos. 14). Er kunnen 5 verschillende snijhoogten worden ingesteld. • Trek de instelhendel naar buiten en stel gewenste snijhoogte in. De hendel klikt vast in de gewenste positie (afb. 13). Maaivlak voorbereidenOnderzoek het te maaien oppervlak zorgvuldig voor-afgaand aan het maaien. Verwijder stenen, stokken, botten, draden, speelgoed en andere voorwerpen, die door het apparaat weggeslingerd kunnen worden. 9. In gebruik nemenm LET OP. Het apparaat moet voor de ingebruikname volle-dig zijn gemonteerd. m Let op. De motor wordt zonder olie geleverd. Voor inge-bruikname daarom altijd olie bijvullen.
Gebruik hiertoe normale multifunctionele olie (SAE 30). De oliepeil in de motor moet voor elke keer maai-en worden gecontroleerd. Eventueel moet er ben-zine worden bijgevuld, omdat dit niet is meege-leverd. • Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het apparaat aan.
m LET OP. Het apparaat en verpakkingsmateriaal zijn geen kinderspeelgoed. Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en kleine onderdelen spelen. Er be-staat gevaar voor inslikken en verstikkingsgevaar. 8. Montage / Voor ingebruiknamem LET OP. Het apparaat moet voor de ingebruikname volle-dig zijn gemonteerd. Bij de levering zijn er enkele delen gedemonteerd. De montage is eenvoudig, indien de volgende aanwijzin-gen in acht worden genomen. Aanwijzing. Bij de montage en voor onderhoudswerkzaamheden heeft u het volgende extra gereedschap nodig, dat niet bij de levering is inbegrepen:• Een olieopvangcarter plat (voor olieverversing)• Een maatbeker 1 liter (olie-/benzinevast)• Een benzinecontainer (5 liter en voldoende voor ca.
6 bedrijfsuren)• Een trechter (geschikt voor de benzine-vulpijp van de tank)• huishoudelijke doeken (voor het wegvegen van de olie-/benzineresten; verwijdering op de plaats van de tank)• Een benzine-afzuigpomp (plastic uitvoering, ver-krijgbaar in bouwmarkten)• Een oliekan met handpomp (verkrijgbaar in bouw-markten)• 0,5 l motorolie SAE 30Montage1. Grasmaaier en aanbouwdelen uit de verpakking halen en controleren of alle delen aanwezig zijn. 2. Schroef de onderste duwbeugel (4a) aan beide zijden van de maaier vast met telkens één bout (a), 1 volgring klein (c) en 1 kunststof stermoer (d). Let er daarbij op dat de trekkabel, die later wordt bevestigd, niet in de weg zit (afb. 2-3). 3. Schroef de bovenste duwbeugel (4) aan de onder-ste duwbeugel vast met een snelspanhendel (5), een grote volgring (b), een kleine volgring (c) en een kunststof stermoer (d) aan beide zijden (afb. 4-5). 4.
NL | 87 • Open de tankdeksel en vul de benzinetank (6) tot het onderste punt van de tank-vulpijp met ca. 1,4 li-ter benzine. Gebruik een trechter en maatcontainer voor het vullen. Vul de benzinetank (6) niet te vol. Gebruik verse, schone loodvrije brandstof. Meng in geen geval olie met benzine. Meet de brandstof af in hoeveelheden die binnen 30 dagen gebruikt worden om zo de versheid van de brand-stof te garanderen. Let op het volgende: Gebruik loodvrije normale benzine met max. 10% aandeel bio-ethanol. m WAARSCHUWINGGebruik altijd een veiligheidscontainer voor benzine. Rook niet tijdens het bijvullen van de benzine. Ver-wijder alle olie- en benzineresten. Schakel de motor voor het bijvullen van de benzine uit en laat de motor enkele minuten afkoelen. Motor starten (afb. 14a)• Het motoroliepeil controleren. Zie hoofdstuk Con-trole van het oliepeil.
• Controleer het accucompartiment op de motor op vreemde voorwerpen en reinig het indien nodig met een borstel of doek. De accu (20) in het accucom-partiment van de motor boven op de motor installe-ren. Let op dat de accu (20) goed wordt bevestigd. De accu (20) is bij enkele modellen de sleutel van het apparaat. • Let op dat de bedieningselementen voor de appa-raataandrijving, indien voorhanden, buiten werking zijn. • Modellen met elektrische starter (17a). De Motor-remhendel (3) tegen de greepstang duwen. Bedien de elektrische starter (17a). De motor start. Motor starten (afb. 14)• Controleer of de ontstekingskabel op de bougie (10) is aangesloten. • Ga achter de motormaaier staan. Druk met één hand de motorremhendel (3) naar de handgreep (1), de andere hand moet op het starterkoord (17) liggen. • Start de motor met de trekkabelstarter van de start-motor (17). Hiervoor de greep ca.
10-15 cm (tot een weerstand voelbaar is) uittrekken, daarna stevig met een ruk aantrekken. Als de motor niet is ge-start, nogmaals aan de greep trekken.
• Op basis van een beschermplaat op de motor kan er een lichte rookvorming ontstaan, indien u het apparaat voor de eerste keer gebruikt. Dit is een normaal proces. •m Let op. • De starttrekkabel (17) niet laten terugslingeren. • Let op: Bij koel weer kan het noodzakelijk zijn om het startproces meerdere te herhalen. • Om het ongewenst starten van de grasmaai-er te vermijden, is deze uitgerust met een mo-torrem (afb. 1, pos. 3), die bediend moet wor-den voordat de grasmaaier wordt gestart. Bij het loslaten van de motorremhendel (3) moet deze in de uitgangspositie terugkeren en de motor wordt automatisch uitgezet. • Trek aan de motorremhendel (3) en trek stevig aan de trekkabelstarter (17). (afb. 14)LET OP: Het snijmes roteert ook bij geactiveerde motorremhendel zodra men aan de trekkabelstar-ter trekt.
Let erop dat er zich geen lichaamsdelen of vreemde voorwerpen in het gevarenbereik van de snijmessen bevinden. • Wanneer de motor loopt, druk de rijhendel (2) in de richting van de hendel (1) om de aandrijving op de maaier in te schakelen. • Voordat u met het maaien van gras begint, moet u dit proces enkele malen herhalen om er zeker van te zijn dat alles correct functioneert. •m WAARSCHUWINGElk keer als u instel- en/of reparatiewerkzaamhe-den aan uw grasmaaier moet uitvoeren, moet u wachten totdat de messen niet meer draait. Schakel voor alle instel-, onderhouds- en repa-ratiewerkzaamheden de motor uit en trek aan de voedingsstekker. Gebruik van de aandrijving:• Motorrem: Gebruik de motorremhendel (3); om de motor uit te zetten. Als u de motorremhendel (3) loslaat, stoppen de motor en snijmessen automa-tisch. • Trek om te maaien de aandrijfhendel (2) naar de handgreep (1) toe.
• Aandrijfhendel (2):Als u hem bedient, wordt de koppeling voor de aan-drijving gesloten en de grasmaaier begint te rijden met draaiende motor. Laat de hendel (2) op tijd los om de grasmaaier te stoppen wanneer deze in beweging is. Oefen het starten en stoppen voordat u voor de eerste keer maait, totdat u bekend bent met het rijgedrag. Waarschuwing: Het snijmes roteert als de motor wordt gestart. Belangrijk: Voor het starten van de motor beweegt u meerdere malen de motorremhendel (3) om te con-troleren of de stopkabel ook goed functioneert. Let op het volgende: De motor is ontworpen op de snijsnelheid voor gras en het uitwerpen van gras in de vangkorf en voor een lange levensduur van de motor. • Controleer het oliepeil.
88 | NLZorg altijd voor een stabiele stand, draag schoenen met antislipbestendige zolen en een lange broek. Maai altijd dwars op een helling. Hellingen van meer dan 15 graden mogen om willen van veiligheidsredenen niet gemaaid worden met de grasmaaier. Wees met name voorzichtig bij het achterwaarts ver-plaatsen en bij het trekken van de grasmaaier. Strui-kelgevaar. MulchenBij het mulchen wordt het snijgoed in de gesloten maaierbehuizing verkleind en weer over het gras verdeeld. Het opnemen van gras en de verwijdering vervalt. m AANWIJZING. Mulchen is alleen mogelijk bij re-latief kort gras. Om de bedekkingsfunctie te gebruiken, hangt u de vangkorf (16) vast en schuift u de Mulchinzetstuk (19) (afb. 10 -12) in de uitwerpopening en sluit u de uit-werpklep (15). Het maaienAlleen met scherpe, optimale messen maaien, zodat de grashalmen niet scheuren en het gras niet geel wordt.
Om een net snijbeeld te bereiken moet de grasmaai-er in zo recht mogelijke banen worden geleid. Hierbij moeten deze banen altijd enkele centimeters overlap-pen zodat er geen stroken overblijven. De onderzijde van de grasmaaier moet schoon wor-den gehouden en grasafzettingen moeten absoluut worden verwijderd. Afzettingen verzwaren het star-ten, beïnvloeden de snijkwaliteit en het uitwerpen van het gras. Op hellingen moet de snijbaan dwars op de helling worden gemaakt. Het wegglijden van de grasmaaier wordt door de schuine stand naar boven voorkomen. Selecteer de snijhoogte, afhankelijk van de werkelijk graslengte. Voer meerdere passages uit, zodat er maximaal 4 cm gras in één keer wordt afge-haald. De motor uitschakelen voordat er controles van de messen worden uitgevoerd. Denk eraan dat het mes na het uitschakelen van de motor nog enkele secon-den doordraait.
Probeer nooit om het mes te stoppen. Controleer regelmatig of het mes correct is bevestigd, in goede staat is en goed is geslepen. Slijp of vervang het mes als dit niet het geval is.
Opende uitwerpklep nooit als de van-ginrichting wordt geleegd en de motor nog loopt. Het draaiende mes kan tot verwondingen leiden. Bevestig altijd zorgvuldig de uitwerpklep (15) en de vangkorf (16). Bij het verwijderen eerst de motor uit-schakelen. De door het geleidingswiel aangegeven veiligheidsaf-stand tussen de mesbehuizing en de gebruiker moet altijd in acht worden genomen. Tijdens het maaien en veran-deringen van de rijrichting bij struikgewassen en hel-lingen moet uiterst voorzichtig te werk worden gegaan.
Reinig he apparaat als volgt met water. • Mulchkit verwijderen / grasopvangzak verwijderen. • Slangaansluitstuk op de maaier (w) plaatsen en de waterkraan openen. (afb. 24)Aanwijzing voor maaien:• Let op vaste voorwerpen. De grasmaaier kan be-schadigd raken of er kan letsel ontstaan. • Een hete motor, uitlaat of aandrijving kan verbran-dingen veroorzaken. Dus niet aanraken. • Bij hellingen of steile terrein voorzichtig maaien. • Maai alleen bij voldoende licht. • Controleer de maaier, het mes en de andere delen, die tegen een vreemd voorwerp zijn gelopen of in-dien het apparaat sterker trilt dan normaal. • Breng geen wijzigingen aan de instellingen aan en voer geen reparaties uit voordat de motor is uitge-schakeld. Verwijder de voedingsstekker. • Let op het wegverkeer in de buurt van een weg of op de weg. Houd het uitgeworpen gras uit de buurt van de weg.
• Vermijd plaatsen waarbij de wielen niet meer grij-pen of het maaien niet stabiel is. Controleer voor een achterwaartse beweging of er geen kleine kin-deren achter u staan. • In dicht, hoog gras moet u het hoogste snijniveau in-stellen en langzamer maaien. Voor het verwijderen van het gras of overige verstoppingen, moet u de mo-tor uitschakelen en de voedingskabel verwijderen. • Verwijder nooit delen die voor de veiligheid dienen. • Vul nooit benzine bij als de motor nog heet is of looptVangkorf leeg maken(16)Zodra tijdens het verticuteren grasresten blijven lig-gen, moet de vangkorf (16) worden geleegd. m WAARSCHUWINGVoor het verwijderen van de vangkorf (16) de mo-tor uitschakelen en de stilstand van het snijge-reedschap afwachten. Voor het verwijderen van de vangkorf (16) met een hand de uitwerpklep (15) optillen, met de andere hand de vangkorf (16) er aan de handgreep uitnemen (afb.
Als er daarbij grasresten in de opening blijven han-gen, dan is het voor het makkelijker starten van de motor doelmatig om de grasmaaier ongeveer 1m te-rug te trekken. Resten snijgoed in de maaierbehui-zing en op het werkgereedschap niet met de hand of met de voeten verwijderen, maar met geschikte hulp-middelen, bijv. borstels of een veger. Om een goede verzameling te garanderen, moeten de vangkorf (16) en in het speciek de binnenkant van het luchtrooster na gebruik worden gereinigd. Vangkorf (16) alleen bij een uitgeschakelde motor en stilstaand snijgereedschap inhangen. Uitwerpklep (15) met één hand optillen en de met de andere hand de vangkorf (16) op de handgreep en van boven inhangen. (afb. 9).
90 | NL• Ververs de olie na elk seizoen. Verwijder daartoe de oude motorolie uit de warme motor en vul nieu-we olie bij. • Verwijder de bougie van de cilinderkop. • Vul met een oliekan ca. 20 ml olie in de cilinder. • Trek langzaam aan de startgreep, zodat de olie de cilinder aan de binnenkant beschermt. • Schroef de bougie weer terug vast. • Reinig de koelribben van de cilinder en de behui-zing. • Reinig het gehele apparaat om de lakverf te be-schermen. • Bewaar het apparaat op een goed geventileerde plaats. Accu (20) en Accu oplader (21)De accu-oplader (21) loskoppelen en op een koele, droge plek bewaren, als deze niet wordt gebruikt. In een vochtige omgeving kan er corrosie aan de klem-men en elektrische contacten ontstaan. Bij opslag gedurende een langere periode bij hoge temperatu-ren (50 °C) kan de accu (20) permanent schade op-lopen.
Elektrische klemmen en contactpunten op de accu (20) en de oplader (21) controleren. Met een schone doek schoonvegen of met perslucht schoon blazen. Na de opslag kan normaal opladen mogelijk zijn. Ter controle van de beschikbare lading de accu-indi-catieknop indrukken en evt. opladen. Zie het gedeelte over de accu-indicator. 13. Onderhoud• Regelmatig, zorgvuldig onderhoud is noodzakelijk om het veiligheidsniveau en het vermogen van het apparaat ongewijzigd te garanderen. • Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven zijn vastgedraaid om er zeker van te zijn dat het appa-raat zich in een veilige werktoestand bevindt. • Controleer regelmatig de grasvanginrichting op slij-tage of verlies van de functies. Reinig de vangkorf (16) regelmatig met water en laat deze goed drogen. • Vervang vanwege veiligheidsredenen versleten of beschadigde onderdelen.
• Bij een langdurige opslag of onderhoud de benzine-tank (6) legen. Dit moet in de open lucht gebeuren met een afzuigpomp voor benzine (verkrijgbaar in bouwmarkten).
m WAARSCHUWINGWerk nooit bij een lopende motor aan stroomgelei-dende delen van de ontstekingsinstallatie en raak deze delen niet aan. Trek voorafgaand aan alle on-derhouds- of verzorgingswerkzaamheden de voe-dingsstekker uit de bougie (10). • Maaier starten en na ca. 30 sec de maaier uitscha-kelen. De roterende maaibalk slingert het water naar de onderzijde van de maaier en reinigt zo de onderzijde. • Waterkraan sluiten en slangaansluitstuk verwijde-ren. • Bovenzijde met een lap schoonmaken (geen scher-pe voorwerpen gebruiken). 11. TransportGrasmaaier voorbereiden op transport (afb. 22)• Leeg de benzinetank (6) met een afzuigpomp voor benzine. • Laat de motor net zo lang lopen totdat de resteren-de benzine is verbruikt. • Leeg de motorolie uit de warme motor. • Verwijder de bougiestekker uit de bougie (10). • Reinig de koelribben van de cilinder en de behui-zing.
• Hang de starttrekkabel (17) aan de haak. Maak de snelspanhendel (5) los en klap de bovenste duw-beugel (4) naar onderen. Let er bij het omklappen op dat de trekkabel niet wordt geknikt. • Wikkel enkele lagen golfkarton tussen de bovenste en onderste duwbeugel en de motor om schuren te voorkomen. 12. OpslagBewaar het apparaat en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoegankelijke plaats. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30˚C. Bewaar het gereedschap in de originele verpakking. Dek het gereedschap af om het te beschermen tegen stof of vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het gereedschap. • Sla de grasmaaier nooit met benzine in de tank bin-nenin een gebouw op, omdat mogelijke benzine-dampen in aanraking kunnen komen met open vuur of vonken. • De motor laten afkoelen, voordat u de grasmaaier in gesloten ruimtes plaatst.
Voorbereiding voor het opslaan van de grasmaaierWaarschuwing: Verwijder de benzine niet in gesloten ruimtes, in de buurt van vuur of bij het roken. Gas-dampen kunnen explosies of brand veroorzaken. • Leeg de benzinetank met een afzuigpomp voor benzine. • Start de motor en laat de motor net zo lang lopen totdat de resterende benzine is verbruikt.
Regelmatige controle is daarom absoluut noodzakelijk. Voer nooit werkzaamheden uit aan een lopend ap-paraat. Werkzaamheden die in deze gebruikshand-leiding niet zijn beschreven, mogen alleen worden uitgevoerd door een geautoriseerde werkplaats. Let op. Schakel altijd de motor uit en verwijder de bou-giestekker voordat u onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoeren. Wielassen en wielnaven• Dienen eenmaal per seizoen te worden gereinigd en licht te worden ingevet. MesLaat de messen vanwege veiligheidsredenen alleen slijpen, ontbramen en monteren door een geautori-seerde werkplaats. Om een optimaal werkresultaat te bereiken, is het raadzaam om het mes eenmaal per jaar te laten controleren. Vervangen van de messen (afb. 17)Bij het vervangen van het snijgereedschap mogen alleen originele reserveonderdelen worden gebruikt.
Draag bij het vervangen van de messen handschoe-nen om snijwonden te voorkomen. Nooit andere messen monteren. • Leeg de benzinetank voordat u het zaagblad ver-wijdert. • Verwijder de bout om het zaagblad te vervangen. • Plaats alles weer net zoals in afb. 17. Bevestig de bout op correct wijze. Bevestigingsdraaikracht be-draagt 45Nm. Verwijder ook de bout van het zaag-blad als u het zaagblad vervangt. Beschadigde messenAls het mes ondanks alle voorzichtigheid met een hindernis in aanraking komt, direct de motor uitscha-kelen en de voedingsstekker eruit trekken. Maaier zijwaarts kantelen en mes op beschadiging controleren. Beschadigde of verbogen messen moe-ten worden vervangen. Een verbogen mes nooit rechtbuigen. Nooit met een verbogen of sterk ver-sleten mes werken, want dit veroorzaakt trillingen en kan tot meer beschadigingen aan de maaier leiden. m Let op.
Bij het werken met een beschadigd mes bestaat er gevaar voor persoonlijk letsel. Messen naslijpenDe snijmessen kunnen met een metaalvijl worden bij-geslepen. Om mogelijke onbalans te vermijden, moet het slijpen worden uitgevoerd door een geautoriseerde werk-plaats.
• Defecte of verbruikte accu’s moeten overeenkom-stig richtlijn 2006/66/EG worden gerecycled. • Lever het apparaat en de oplader in bij een afval-verwerkingsstation. De gebruikte kunststof- en metalen onderdelen kunnen per type gescheiden worden en zo worden gerecycled. • Voer accu’s in ontladen toestand af. Wij adviseren de polen af te plakken met tape om ze te beschermen tegen kortsluiting. Open de accu niet. • Gooi uw accu’s weg volgens de lokale voorschrif-ten. Lever accu’s in bij een afvalverwerkingsstation voor verbruikte accu’s, waar ze milieuvriendelijk kunnen worden gerecycled. Neem hiertoe contact op met het plaatselijke afvalverwerkingsstation.
Als u het probleem hiermee niet kunt vinden en oplossen, neem dan contact op met uw service-werkplaats.Storing Mogelijke oorzaak OplossingOnrustige loop, sterk trillen van het apparaatBouten losdraaien Bouten controlerenMesbevestiging los Mesbevestiging controlerenMessen niet in balans Messen vervangenMotor loopt nietMotorremhendel niet ingedrukt Motorremhendel indrukkenGashendel in incorrecte stand Instelling controlerenBougie defect Bougie vervangenBrandstoftank leeg Brandstof bijvullenVervuilde brandstof Benzinetank legen en vullen met schone brandstofKoude omgeving Primertoets indrukken (indien beschikbaar)Motor defect Erkende klantenservice raadplegenMotor loopt onrustigLuchtlter vervuild Luchtlter reinigenBougie vervuild Bougie reinigenGras wordt geel, snede onregelmatigMes is bot Messen slijpenSnijhoogte te gering Juiste hoogte instellenUitwerping van het gras is rommeligMaaihoogte te laag Hoogte instellenMessen versleten Messen verwisselenVangkorf verstopt Vangkorf legen of verstopping oplossen
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Scheppach BLM560-225ES stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden