Scheppach PWP32 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Scheppach PWP32 (96 pagina’s), behorend tot de categorie Pomp. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 44 mensen en kreeg gemiddeld 4.4 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Scheppach PWP32 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/96
Art.Nr.
5914601903/5914602903
AusgabeNr.
5914601903_0101
Rev.Nr.
11/03/2025
PWP32/PWP60
DE
Benzin-Wasserpumpe |
Originalbetriebsanleitung...............................6
GB
Petrol water pump | Translation of the
original operating instructions......................20
FR
Pompe à eau thermique | Traduction du
mode d’emploi original................................31
IT
Pompa dell'acqua a benzina | Traduzione
delle istruzioni per l'uso originali..................43
NL
Benzine waterpomp | Vertaling van de
originele gebruiksaanwijzing.......................55
ES
Bomba de agua de gasolina | Traducción del
manual de instrucciones original.................66
PT
Bomba de água a gasolina | Tradução do
manual de operação original.......................78
Nachdrucke, auch auszugsweise, bedürfen der Genehmigung.
Technische Änderungen vorbehalten. Abbildungen beispielhaft!

Beoordeel deze handleiding

4.4/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Scheppach
Categorie: Pomp
Model: PWP32

Handleiding Scheppach PWP32 – volledige tekst

Inhoudsopgave1 Inleiding. 552 Productbeschrijving (afb. 1-11). 563 Inhoud van de levering (afb. 2). 564 Beoogd gebruik. 565 Veiligheidsvoorschriften. 576 Technische gegevens. 587 Uitpakken. 588 Montage. 599 Voor de ingebruikname. 5910 Bediening. 6011 Reiniging en onderhoud. 6112 Opslag. 6313 Transport (afb. 1). 6314 Reparatie en reserveonderdelen bestellen. 6315 Afvalverwerking en hergebruik. 6416 Onderhoudsschema. 6417 Verhelpen van storingen. 6518 EU-conformiteitsverklaring. 6519 Explosietekening. 90Verklaring van de symbolen op hetproductHet gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeldom uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De vei-ligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goedworden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomengeen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffendeongevallenpreventie niet vervangen.

Lees voorafgaand aan de ingebruikname degebruikshandleiding en de veiligheidsvoor-schriften. Draag gehoorbescherming. Open vuur of roken in de nabijheid van hetapparaat is streng verboden. Geen open vuur. Gevaar voor vergiftiging. Gebruik het pro-duct alleen buitenshuis en nooit in geslotenof slecht geventileerde ruimten. Belangrijk. Schakel eerst de motor uit voor-dat de brandstof wordt bijgevuld. Vul niet bijals de motor stationair draait. Stand chokeStand brandstofkraanLET OP. Bedrijfsmiddelen zijn brandgevaar-lijk en explosief - gevaar voor brandwonden. Niet bij een hete of draaiende motor tanken. TankinhoudOliepeil controleren. Draairichting van de pompToevoerhoeveelheid/uurMax. vloeistoftemperatuurMax. toevoerdrukGewicht kgZuigleiding. Drukleiding. 106Gegarandeerd geluidsvermogensniveau vanhet product. 110Gegarandeerd geluidsvermogensniveau vanhet product.

Aanwijzing:De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijn-de wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijkvoor schade die aan dit product of door dit product ont-staan bij:• Ondeskundige behandeling• Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding• Reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmen-sen• Inbouw en vervanging van niet-originele reserveon-derdelen• Gebruik dat niet conform de voorschriften isLet op:De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product. Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het pro-duct veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u geva-ren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermin-dert en de betrouwbaarheid en levensduur van het pro-duct verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingenvan deze gebruikshandleiding moet u absoluut de voor dewerking van het product geldende voorschriften van uwland in acht nemen.

1 x Schroevendraaier1 x Benzine waterpomp1 x Gebruikshandleiding4 Beoogd gebruikHet product is geschikt voor het besproeien van groen-stroken, groentebedden en tuinen en voor het gebruik vangazonsproeiers. Geschikte pompmedia zijn helder water(zoet water), regenwater en licht sop. Met een voorfilterkan water worden opgepompt uit vijvers, beken, regen-tonnen, regenwaterreservoirs en putten. De maximumtemperatuur van de pompmedia mag bijcontinubedrijf niet hoger zijn dan +35 °C. Het product mag uitsluitend worden gebruikt waarvoor hetbedoeld is. Elk ander of verdergaand- is niet volgens devoorschriften. Voor hieruit ontstane schade of verwondin-gen, van welke soort dan ook, is de gebruiker en niet defabrikant aansprakelijk. Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de mon-tagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshand-leiding maken deel uit van het beoogd gebruik.

Personen, die het product bedienen of onderhoud aan hetproduct verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op dehoogte zijn van de mogelijke gevaren. De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aanhet product worden aangebracht en de hieruit voortvloei-ende schade. Het product mag uitsluitend met de originele onderdelenen originele accessoires van de fabrikant worden ge-bruikt. De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van defabrikant alsook de in de technische gegevens aangege-ven afmetingen moeten in acht worden genomen. Let erop dat onze producten volgens het beoogd gebruikniet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toe-passingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aanspra-kelijkheid wanneer het product in bedrijfsmatige, ambach-telijke of industriële ondernemingen of bij soortgelijkewerkzaamheden worden ingezet.

• alle soorten oplosmiddelen of verdunners• alle soorten brandstoffen of smeermiddelen• propaan of andere vloeibare gassen• alle soorten brandbare vloeistoffen• voedingsmiddelen voor mens en dier• granulaat of substanties met vaste deeltjes• Chemicaliën• Vloeistoffen met temperaturen boven 40 °C• alle vloeistoffen waarnaar in deze handleiding niet uit-drukkelijk wordt verwezen• vloeistoffen met antiparasieten, herbiciden en pestici-den. Neem de veiligheidsinstructies in achtLET OPDe pomp mag niet worden gebruikt voor het vullen vancontainers die bij overdruk kunnen exploderen. • De pomp is niet geschikt als veiligheidsvoorzieningvoor brandblussystemen. • De pomp is niet geschikt voor continu gebruik (bijv. in-dustrieel gebruik, continue circulatie). • De pomp is uitsluitend goedgekeurd voor gebruik bijhet verpompen van water en neutrale vloeistoffen bijkamertemperatuur.

Verklaring van de signaalwoorden inde gebruikshandleiding GEVAARSignaalwoord voor aanduiding van een directaanwezige, gevaarlijke situatie die, indien de-ze niet wordt vermeden, de dood of ernstigeverwondingen tot gevolgd heeft. WAARSCHUWINGSignaalwoord voor aanduiding van een mo-gelijke gevaarlijke situatie die, indien dezeniet wordt vermeden, tot de dood of ernstigeverwondingen kan leiden. VOORZICHTIGSignaalwoord voor aanduiding van een mo-gelijke gevaarlijke situatie die, indien dezeniet wordt vermeden, tot geringe of matigeverwondingen kan leiden. LET OPSignaalwoord voor aanduiding van een mo-gelijke gevaarlijke situatie die, indien dezeniet wordt vermeden, materiële schade aanproducten of eigendommen tot gevolg kanhebben. 5 VeiligheidsvoorschriftenLET OPLet op. Bij het gebruik van producten moeten enkele veilig-heidsmaatregelen in acht genomen worden, om letselen schade te voorkomen.

Indien u het product aan andere personen mocht over-handigen, overhandig dan tevens deze gebruikshand-leiding/veiligheidsvoorschriften. Wij kunnen niet aan-sprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade,veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding ofde veiligheidsvoorschriften. Neem de veiligheidsinstructies in achtBewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingenvoor toekomstig gebruik. 5. 1 Productspecifiekeveiligheidsinstructies• Plaats het product op een vlak, recht oppervlak (kan-telbestendig). • Controleer het hele product op losse onderdelen(moeren, bouten, schroeven, enz. ). Onderhoud of ver-vang deze indien nodig voordat u het product ge-bruikt. LET OPGebruik voor uw eigen veiligheid alleen accessoires enhulpapparaten, die in de gebruikshandleiding zijn aan-gegeven of door de fabrikant worden aanbevolen ofaangegeven.

Bij gebruik anders dan in de gebruiks-handleiding of in de catalogus aanbevolen inzetstukkenof accessoires kan gevaar voor persoonlijk letsel ont-staan. • Mensen moeten een veiligheidsafstand van minstens15 meter tot het werkgebied bewaren. • Gebruik het product niet als het beschadigd is. Verwij-der nooit veiligheidsvoorzieningen van het product. Ditkan tot ernstige verwondingen leiden. • Kinderen mogen het product niet gebruiken. Houdtoezicht op kinderen om te voorkomen dat zij met hetproduct spelen. • Laat het product niet zonder toezicht draaien. • Personen die onder invloed zijn van alcohol, drugs,medicijnen, moe of ziek zijn. 5. 2 Omgang met brandstof GEVAARBrand- en explosiegevaar. Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en eventueelexploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfsde dood. • Bewaar brandstof alleen in daarvoor bedoelde contai-ners (jerrycans).

• Brandstof moet voor het starten de motor worden bij-gevuld. Open de tankdop niet terwijl de motor loopt ofonmiddellijk na het uitschakelen van het product envul geen brandstof bij. • Schakel voor het tanken de verbrandingsmotor uit enlaat deze afkoelen. • Vul de tank uitsluitend bij in de buitenlucht en rookniet tijdens het tanken. • Bewaar nooit het product met brandstof in de tank bin-nen een gebouw. Ontstane brandstofdampen kunnenmet open vuur en vonken in aanraking komen en zichontsteken. • Product en brandstoftank niet in de buurt van verwar-mingen, warmtestralers, lasapparaten of anderewarmtebronnen neerzetten. • Indien brandstof is overstroomd, de verbrandingsmo-tor pas starten, nadat de met brandstof vervuilde vlak-ken zijn gereinigd. Elke ontstekingspoging moet wor-den vermeden totdat de brandstofdampen zijn ver-dampt (droogvegen).

• Controleer vanwege veiligheidsredenen de brandstof-leiding, brandstoftank, tankdop en aansluitingen regel-matig op beschadigingen, veroudering (breekbaar-heid), op correcte bevestiging en ondichte plaatsen envervang deze indien nodig. 5. 3 Restrisico'sHet product is vervaardigd volgens de stand van detechniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn vanenkele restrisico's. • Restrisico's kunnen worden geminimaliseerd als de“veiligheidsvoorschriften” en het “gebruik conform devoorschriften” alsook de bedieningshandleiding wor-den opgevolgd. • Gebruik het product zoals in deze gebruikshandleidingwordt aanbevolen. U verkrijgt dan optimale prestatiesmet uw product. • Vermijd onvoorziene ingebruikname van het product. • Houd uw handen buiten de werkomgeving, wanneerhet product in bedrijf is.

GeluidswaardenPWP32 PWP60Geluidsdrukniveau LpA91,2 dB 95,5 dBGeluidsvermogensniveau LwA103,9 dB 108,2 dBGegarandeerdgeluidsvermogensniveau LwA106 dB 110 dBMeetonnauwkeurigheid K 2,19 dB 2,19 dBHoud u zo nodig aan rustperiodes en beperk de duur vanhet werk tot het absolute noodzakelijke. 7 Uitpakken WAARSCHUWINGHet product en de verpakkingsmaterialen zijn geenkinderspeelgoed. Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies enkleine onderdelen spelen. Er bestaat gevaar voorinslikken en verstikkingsgevaar. • Open de verpakking en haal het product er voorzichtiguit. • Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de ver-pakkings- en transportbeveiligingen (indien voorhan-den). • Controleer of de inhoud van de levering volledig is. • Controleer het product en de hulpstukken op trans-portschade. Meld eventuele schade direct bij hettransportbedrijf dat het product heeft bezorgd.

• Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook typeen bouwjaar van het product aan. 8 MontageBenodigd gereedschap:• Steeksleutel / moersleutel SW 13 mm** = niet altijd meegeleverd. 8. 1 Rubbervoeten (1b) monteren(afb. 3)1. Om schade aan het product te vermijden, legt u tij-dens de montage een onderlegger op de grond. 2. Steek de vier bouten M6 (1a) door de overeenkomen-de boorgaten op het frame (1) en borg deze met eenrubbervoet (1b). 9 Voor de ingebruikname WAARSCHUWINGGevaar voor de gezondheid. Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen enuitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, be-wusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfstot de dood leiden. – Adem geen brandstof-/smeeroliedampen en uitlaat-gassen in. – Gebruik het product alleen in de open lucht. * = niet altijd meegeleverd. Aanwijzing:Het product beschikt over een centrifugaalkoppeling.

Ditcreëert een wrijvingsverbinding naarmate het toerentaltoeneemt door de koppelingsvlakken tegen de binnen-wand van het koppelingshuis te drukken als gevolg vande centrifugale kracht. Controle voor gebruik• Controleer alle zijdes van de motor op olie of brand-stoflekken. • Controleer het brandstofpeil – de brandstoftank moetminstens halfvol zijn. • Controleer de conditie van het luchtfilter. • Controleer de conditie van de brandstofleidingen. • Let op tekenen van schade. • Controleer of alle veiligheidsafdekkingen zijn aange-bracht en of alle schroeven, moeren en pennen zijnaangedraaid. • Zorg voor voldoende ventilatie van het product. • Controleer of de bougiestekker aan de bougie is be-vestigd. • De aanzuig- en persleidingen moeten dusdanig wor-den aangebracht dat ze geen mechanische druk opde pomp uitoefenen.

Gebruikhiertoe multifunctionele olie (SAE 10W-30 of SAE10W-40). Controleer regelmatig voor elke ingebruikname het olie-peil. Een te laag oliepeil kan de motor beschadigen. 1. Schroef de oliepeilstok (10) los. 2. Vul de tank met behulp van een trechter met mo-torolie. Let op de max. vulhoeveelheid (zie de technische ge-gevens). Vul de olie voorzichtig bij tot aan de onderkant van devulpijp. 3. Veeg de oliepeilstok (10) met een schone, pluisvrijedoek schoon. 4. Voer de oliepeilstok (10) weer in, zonder de oliepeil-stok (10) weer vast te schroeven. 5. Trek de oliepeilstok (10) eruit en lees in horizontalepositie het oliepeil af. Het oliepeil moet zich tussen L(low) en H (high) van de oliepeilstok (10) bevinden. 6. Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolenhoeveelheid olie toe (zie technische gegevens). 7. Schroef de oliepeilstok (10) vervolgens weer vast. 9.

2 Brandstof bijvullen (afb. 4) GEVAARBrand- en explosiegevaar. Vul de brandstof alleen bij als de motor is uitgeschakelden afgekoeld. Rook niet wanneer u het product tankt. GEVAARBrand- en explosiegevaar. Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en eventueelexploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfsde dood. • Schakel de motor uit en laat deze afkoelen. • Houd uit de buurt van hitte, vlammen en vonken. • Vul brandstof alleen in de open lucht bij. • Draag veiligheidshandschoenen. • Vermijd huid- en oogcontact. • Start het product met een afstand van min. 3 m tot devullocatie van de brandstof. • Let op voor ondichte plekken. Start de motor niet alser brandstof uitloopt. • Gebruik altijd een brandstoffilterelement. • Gebruik voor het tanken een geschikte trechter of eeninvoerbuis, zodat er geen brandstof op de verbran-dingsmotor en behuizing kan terechtkomen.

LET OPHet product wordt geleverd zonder brandstof. Voor ingebruikname daarom altijd brandstofbijvullen. Gebruik hiervoor Super E5 benzine. 1. Reinig de omgeving van het vulgedeelte. Verontreinigingen in de brandstoftank (2) veroorzakenbedrijfsstoringen. 2. Open voorzichtig de tankdop (3) zodat eventueleoverdruk kan ontsnappen. 3. Vul de brandstoftank (2) met behulp van een trechtermet brandstof. Let op de max. vulhoeveelheid (zie de technische ge-gevens). Vul de brandstof voorzichtig tot aan de onderkant vande vulpijp. 4. Sluit de tankdop (3) weer. Controleer of de tankdop (3) goed sluit. 5. Reinig de tankdop (3) en de omgeving. 9. 3 De zuigleiding installeren* (afb. 5)Aanwijzingen:De pomp heeft een terugslagklep die voorkomt dat hetwater terugstroomt in de aanzuigleiding. • De aanzuigleiding* moet versterkt worden met eenstugge wand of gaas.

• Gebruik geen slang* die kleiner is dan de aanzuiglei-ding* van de pomp. • De aanzuigleiding* mag slechts zo lang zijn als nodigis. • De pompprestaties zijn het beste als de pomp zo dichtmogelijk bij het waterniveau staat en de slangen* kortzijn. • Een lekkende zuigleiding* voorkomt door luchtaanzui-ging het aanzuigen van water. 1. Steek de slangadapter (18) in de wartelmoer (18a). 2. Borg de afdichting (18b) in de wartelmoer (18a). 3. Schroef een wartelmoer (18a) op de zuigaansluiting(16) en draai deze stevig vast (8-10 Nm). Zorg ervoor dat de afdichting (18b) van de wartelmoer(18a) contact maakt met de zuigaansluiting (16). 4. Bevestig de zuigleiding* aan de slangadapter (18) vande zuigleiding* met een slangklem (19) om luchtlekk-age en verlies van zuigkracht te voorkomen. Gebruik de schroevendraaier (22). 5.

Installeer het voorfilter (20) aan het andere uiteindevan de zuigleiding* en zet het vast met een slangklem(19). Gebruik een schroevendraaier (22). Vermijd het aanzuigen van vreemde voorwerpen(zand, enz. ). Plaats indien nodig een voorfilter (20). 6. De demontage gebeurt in omgekeerde volgorde. 9.

4 Installatie van de drukleiding*(afb. 6)1. Steek de slangadapter (18) in de wartelmoer (18a). 2. Borg de afdichting (18b) in de wartelmoer (18a). 3. Schroef een wartelmoer (18a) op de drukaansluiting(17) en draai deze stevig vast (8-10 Nm). Zorg ervoor dat de afdichting (18b) van de wartelmoer(18a) contact maakt met de drukaansluiting (17). 4. Gebruik een korte persleiding met een grote diameter*om de prestaties van de pomp te verbeteren en devloeistofwrijving te verminderen. Een lange of dunneslang* verhoogt de vloeistofwrijving en verlaagt depompcapaciteit. 5. Bevestig de drukleiding* met een slangklem (19) aande slangadapter (18) van de drukleiding*. Gebruik een schroevendraaier (22). 6. De demontage gebeurt in omgekeerde volgorde. 9. 5 Het product voorpompen (afb. 7)Aanwijzingen:Droog gebruik van de pomp veroorzaakt schade aan depompafdichtingen.

Als de pomp droogloopt, schakelt u demotor onmiddellijk uit en laat u de pomp afkoelen voordatu gaat voorpompen. Als de pomp na gebruik weer wordt verwijderd, is het vanessentieel belang dat deze opnieuw met water wordt ge-vuld, wanneer deze weer wordt aangesloten en in gebruikwordt genomen. De aanzuigleiding hoeft niet met water te worden gevuld. 1. Voordat u de motor start, verwijdert u het deksel (8a)van de watervulopening (8) uit de pompkamer en vultu de pompkamer met water. 2. Schroef het deksel (8a) van de watervulopening (8) erweer in en draai hem stevig vast. 10 Bediening10. 1 Motor starten (afb. 8) GEVAARGevaar voor vergiftiging. Gebruik het product alleen buitenshuis en nooit in ge-sloten of slecht geventileerde ruimten. LET OP– Laat het starterkoord niet terugschieten. Dit kan totschade leiden. – Bij koel weer kan het noodzakelijk zijn om het start-proces meerdere te herhalen.

4. Trek nu het starterkoord (11) snel aan tot de motorstart. Als de motor niet start, herhaalt u de werkwijze. 5. Zet de "CHOKE" (13) na het starten van de motor (naongeveer 15-30 seconden) van stand "ON" op stand"OFF". 6. Stel de gewenste snelheid in met de gashendel (14). Zo verhoogt of verlaagt u het debiet. LOW = Motor bij stationair toerentalFAST = Maximale doorvoercapaciteit7. Als de motor ook na meerdere pogingen niet aan-springt, dient u hoofdstuk “Verhelpen van storingen” teraadplegen. Aanwijzing:Laat de motor ongeveer 10 minuten stationair draaien. 10. 1. 2 In "warme" toestand1. Zet de brandstofkraan (12) op "ON". 2. Trek nu snel aan het starterkoord (11). Het productmoet na maximaal 2 keer trekken starten. Als het pro-duct nog steeds niet start, herhaalt u de procedure zo-als bij 10. 1. 1 beschreven. 3. Stel de gewenste snelheid in met de gashendel (14).

Zo verhoogt of verlaagt u het debiet. LOW = Motor bij stationair toerentalFAST = Maximale doorvoercapaciteitAanwijzing:Laat de motor ongeveer 10 minuten stationair draaien. 10. 2 Motor uitschakelen (afb. 8, 10)Aanwijzing:Laat het product korte tijd draaien (ongeveer 30 secon-den) voordat u het uitschakelt, zodat de motor kan afkoe-len. 1. Om de motor uit te schakelen, zet u de aan/uit-scha-kelaar (10) in positie "OFF". 2. Zet de brandstofkraan (12) op "OFF". 3. Verwijder de bougiedop (5) uit de bougie (5a) om on-gewenst starten van de motor te voorkomen. 10. 3 Na einde van de werkzaamheden(afb. 1)1. Verwijder de drukleiding*. 2. Verwijder de aanzuigleiding*. 3. Schroef de wateraftapplug (15) los en laat het wateruit de pompkamer stromen. 4. Plaats de wateraftapplug (15) terug. * = niet altijd meegeleverd.

11 Reiniging en onderhoud WAARSCHUWINGLaat reparatie- en onderhoudswerkzaamhe-den, die niet in deze gebruikshandleiding be-schreven staan, uitvoeren door onze gespeci-aliseerde werkplaats. Gebruik uitsluitend ori-ginele reserveonderdelen.

WAARSCHUWINGOnjuist onderhoud of onjuiste reiniging kanletsel veroorzaken. WAARSCHUWINGTijdens reinigings-, reparatie- en onderhoudswerk-zaamheden kan het product onverwacht starten enletsel en brandwonden veroorzaken. – Schakel het product uit. – Verwijder de voedingsstekker van de bougie. – Laat het product afkoelen. 11. 1 Reiniging• Voer de reinigings- en onderhoudswerkzaamheden al-leen uit, zoals in deze gebruikshandleiding is aange-geven. Overige werkzaamheden mogen uitsluitendworden uitgevoerd door deskundig vakpersoneel. • Zorg dat de veiligheidsinrichtingen, de ventilatiesleu-ven en de motorbehuizing zo stof- en vuilvrij mogelijkzijn. Wrijf het product met een schone doek* af enblaas deze met perslucht* bij lage druk uit. Wij advise-ren u, om het product direct na elk gebruik te reinigen. • Maak het product regelmatig schoon met een vochtigedoek* en een beetje zachte zeep.

Gebruik geen reini-gingsmiddelen of oplosmiddelen; deze kunnen dekunststofonderdelen van het product aantasten. Zorgervoor dat er geen water in het product kan komen. * = niet altijd meegeleverd. 11. 1. 1 Brandstoffilterelement (2a) reinigen(afb. 4)Aanwijzing:Bij het brandstoffilterelement gaat het om een filterbeker,die zich direct onder de tankdop bevindt en alle gevuldebrandstof filtert. 1. Schroef de tankdop (3) er op. 2. Verwijder het brandstoffilterelement (2a). Reinig dezeniet in ontvlambaar oplosmiddel of een oplosmiddelmet een hoog vlampunt. 3. Plaats het brandstoffilterelement (2a) terug. 4. Schroef de tankdop (3) er weer op. 11. 2 Onderhoud (afb. 1, 2)Benodigd gereedschap:• Bougiesleutel (21)• Schroevendraaier (22)• Oliepomp*• Opvangbak*• Brandstof-afzuigpomp*• Steeksleutel SW 10 mm*• Staalborstel*• Voelermaat** = niet altijd meegeleverd. NL | 61www. scheppach. com.

11. 2. 1 Controle van het oliepeil (afb. 3) WAARSCHUWINGGevaar voor de gezondheid. Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen enuitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, be-wusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfstot de dood leiden. – Adem geen brandstof-/smeeroliedampen en uitlaat-gassen in. – Gebruik het product alleen in de open lucht. LET OPProductbeschadiging. Als het product zonder of met te weinig motor- of trans-missieolie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade lei-den. – Vul voor de ingebruikname brandstof en olie in. Hetproduct wordt zonder motor- of transmissieolie gele-verd. – Gebruik uitsluitend motorolie SAE 10W-30 of SAE10W-40. LET OPMilieuschade. Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. Devloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreini-ging leiden. – Olie alleen op een vlakke, verharde ondergrond vul-len/aftappen.

– Gebruik een vulpijp of trechter. – Vang afgetapte olie in een geschikte container op. – Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwij-der de doek conform de lokale voorschriften. – Verwijder olie conform de lokale voorschriften. 1. Schroef de oliepeilstok (10) los door naar links tedraaien en veeg deze met een schone pluisvrije doekaf. 2. Voer de oliepeilstok (10) weer in, zonder de oliepeil-stok (10) weer vast te schroeven. 3. Trek de oliepeilstok (10) eruit en lees in horizontalepositie het oliepeil af. Het oliepeil moet zich tussen L(low) en H (high) van de oliepeilstok (10) bevinden. 4. Schroef de oliepeilstok (10) vervolgens weer vast. 11. 2. 2 Olieverversing (afb. 3)Het verversen van de motorolie moet jaarlijks voor het be-gin van het seizoen bij bedrijfswarme en uitgeschakeldemotor worden uitgevoerd. Gebruik uitsluitend motorolie (SAE10W-30/SAE10W-40). 1.

2. 3 Onderhoud van het luchtfilter (4b)(afb. 9) GEVAARBrand- en explosiegevaar. Brandstof kan bij een incorrecte reiniging ontsteken eneventueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandin-gen of zelfs de dood. – Reinig het luchtfilter uitsluitend door uitkloppen. – Reinig het luchtfilter nooit met benzine of brandbareoplosmiddelen. LET OPRisico op materiële schade. Het bedrijf van de motor zonder of met een beschadigdfilterelement kan tot motorschade leiden. – Laat de motor nooit zonder of met een beschadigdluchtfilterelement draaien. Dan komen er verontrei-nigingen in de motor terecht, die de motor ernstigkunnen beschadigen. Vervuilde luchtfilters (4b) verminderen het motorvermo-gen door een te geringe luchttoevoer naar de carburateur. Regelmatige controle is daarom absoluut noodzakelijk.

Het luchtfilter (4b) moet elke 25 bedrijfsuren worden ge-controleerd en indien nodig worden gereinigd. Bij eenzeer stoffige lucht moet het luchtfilter (4b) vaker wordengecontroleerd. 1. Verwijder de luchtfilterafdekking (4) door de vleugel-schroef (4a) te openen. 2. Verwijder de luchtfilterafdekking (4) en verwijder hetluchtfilter (4b). 3. Reinig het luchtfilter (4b) door uitkloppen. 4. Vervang een defecte luchtfilter (4b) door een nieuwe. 5. Plaats het luchtfilter (4b) weer terug. 6. Monteer het luchtfilterdeksel (4) weer met de vleugel-schroef (4a). 11. 2. 4 Bougie (5a) reinigen (afb. 10)LET OPVervang de bougie alleen als de motor koud is. Controleer de bougie voor de eerste keer na 20 bedrijfsu-ren op verontreiniging en reinig deze eventueel met eenkoperdraadborstel. Daarna de bougie elke 50 bedrijfsurenonderhouden. 1. Trek de bougiedop (5) voorzichtig los.

Trek niet aande kabel, maar direct aan de stekker. 2. Verwijder de bougie (5a). Gebruik een bougiesleutel (21). 3. Verwijder eventueel vuil van de basis van de bougie(5a). 4. Controleer de bougie visueel (5a). Verwijder evt. aangekoekte resten met een koperenstaalborstel. 5.

AANWIJZINGEen losse bougie kan oververhit raken en zo de motorbeschadigen. En een te strak vastgedraaide bougie kande schroefdraad in de cilinderkop beschadigen. 12 OpslagBewaar het product en de bijbehorende accessoires opeen donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoe-gankelijke plaats. De optimale bewaartemperatuur ligt tussen 5 °C en 30 ˚C. Bewaar het product in de originele verpakking. Dek het product af om het te beschermen tegen stof ofvocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het product. GEVAARBrand- en explosiegevaar. Bij het opslaan van het product in de buurt van mogelij-ke ontstekingsbronnen, kan er een brand of explosieontstaan. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs dedood. – Verwijder mogelijke ontstekingsbronnen, zoals bijv. ovens, heetwaterboilers met gas, gasdrogers, enz. LET OPRisico op materiële schade.

Als het product niet correct wordt opgeslagen, kan dittot motorschade leiden. – Bewaar het product beschermd tegen vuil, stof envocht. Benodigd gereedschap:• Brandstof-afzuigpomp*• Olievulfles*• Lap/doek** = niet altijd meegeleverd. 12. 1 Tap de brandstof af met eenbrandstof-afzuigpomp (afb. 4, 11)1. Houd een opvangbak onder de slang van de brand-stofafzuigpomp. 2. Schroef de tankdop (3) los en haal deze van de ope-ning af. 3. Verwijder het brandstoffilterelement (2a). 4. Schuif de slang van de brandstof-afzuigpomp in debrandstoftank (2) en tap de brandstof met behulp vande brandstof-afzuigpomp volledig af. 5. Plaats het brandstoffilterelement (2a) terug. 6. Schroef de tankdop (3) er weer op. 7. Om ervoor te zorgen dat er geen brandstof in de car-burateur achterblijft, moet de resterende brandstof uitde carburateur worden afgetapt.

Plaats daartoe een opvangbak onder de carburateur(7) en open de carburateurschroef (7a) met behulpvan een steeksleutel SW10. 12. 2 Voorbereiden voor de opslag(afb. 1, 10) WAARSCHUWINGVerwijder de brandstof niet in gesloten ruimtes, in debuurt van vuur of bij het roken.

Gasdampen kunnen ex-plosies of brand veroorzaken. 1. Leeg de brandstoftank (2) (zie 12. 1). 2. Voer een olieverversing uit (zie 11. 2. 2). 3. Verwijder de bougiestekker (5) van de bougie (5a). Verwijder de bougie (5a) met een bougiesleutel (21)(zie 11. 2. 4). 4. Vul met een oliekan ca. 0,2 l olie in de cilinder. 5. Trek langzaam aan het starterkoord (11), zodat deolie de cilinder aan de binnenkant beschermt. 6. Schroef de bougie (5a) weer vast. 7. Reinig het gehele product om de lakverf te bescher-men. 8. Bewaar het product op een goed geventileerde plaatsof locatie. 13 Transport (afb. 1)Voorbereiding voor het transport1. Leeg de brandstoftank in een goedgekeurde containermet behulp van een brandstofzuigpomp. 2. Voor zover operationeel, laat de motor draaien tot derest van de brandstof verbruikt is. 3. Verwijder de voedingsstekker van de bougie. 4.

Beveilig het product tegen wegglijden met bijvoor-beeld spanbanden. 5. Het product kan met de handgreep (1) worden opge-tild en verplaatst. * = niet altijd meegeleverd. 14 Reparatie en reserveonderdelenbestellenNa reparatie of onderhoud controleren of alle veiligheids-technische delen zijn bevestigd en in optimale toestandzijn. Delen, waarbij er gevaar voor verwonding voor ande-re personen en kinderen bestaat, ontoegankelijk bewa-ren. LET OPConform de wetgeving voor productgaranties wordt ergeen garantie geboden voor schade die ontstaan isdoor incorrecte reparaties of door het niet gebruikenvan originele reserveonderdelen. Neem contact op met een servicecentrum of een erken-de specialist. Overeenkomstig geldt dit ook voor acces-soires. Reserveonderdelen en accessoires zijn verkrijgbaar bijons servicecentrum. Scan hiertoe de QR-code op de titel-pagina. NL | 63www. scheppach. com.

AANWIJZINGBelangrijke aanwijzing bij reparatieHoud er bij retourlevering van het product voor repara-tie rekening mee dat het product om veiligheidsredenenvrij van olie en brandstof naar het servicestation moetworden gestuurd. 14. 1 Bestelling van reserveonderdelenBij het bestellen van reserveonderdelen moeten de vol-gende gegevens worden vermeld:• Modelaanduiding• Artikelnummer• Gegevens op het typeplaatjeReserveonderdelen/accessoiresSlangset 2" - artikelnr. : 7914600701Slangset 3" - artikelnr. : 7914600702Zuigkorf - artikelnr. : 5914602016Luchtfilterelement - artikelnr. : 5914602029Slangaansluitstuk - artikelnr. : 5914602007Wartelmoer - artikelnr. : 5914602008Slangklem - artikelnr. : 79690002Bougie - artikelnr. : 390460109014. 2 Service-informatieLet op dat bij dit product de volgende delen onderhevigzijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp.

devolgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt. Slijtageonderdelen*:* = niet meegeleverd. 15 Afvalverwerking en hergebruikAanwijzingen op de verpakkingDe verpakkingsmaterialen zijn re-cyclebaar. Verpakkingen milieu-vriendelijk afvoeren. Informatie over het afvoeren van versleten apparatuurkunt u opvragen bij uw gemeente. Brandstoffen en oliën• Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brand-stoftank en het motorolie-reservoir worden leegge-maakt. • Brandstof en motorolie horen niet bij het huishoudelij-ke afval of in het riool, maar moeten worden ingeza-meld resp. gescheiden worden afgevoerd. • Lege olie- en brandstoftanks moet milieuvriendelijkworden afgevoerd. 16 OnderhoudsschemaDe volgende onderhoudstermijnen absoluut in acht nemen om een storingsvrij bedrijf te waarborgen. Let op. Bij de eerste inbedrijfstelling moet brandstof worden bijgevuld.

17 Verhelpen van storingenDe volgende tabel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze op kunt lossen, als uw product niet goed werkt. Alsu het probleem hiermee niet kunt vinden en oplossen, neem dan contact op met uw service-werkplaats. Probleemoplossing tijdens inbedrijfstellingStoring Mogelijke oorzaak OplossingGeen ontstekings-vonkBougie Koolafzetting tussen de bougie Reinig de bougie. Stel de bougieafstand in op 0,6 tot 0,7mm. Vervang de bougie. andere Bobine defect magneet vliegwiel tezwakNeem hiervoor contact op met deklantenservice. Zwakke vonk Compressie Te veel brandstof in de verbran-dingskamer, slechte brandstof of wa-ter in de tankBougie demonteren en laten drogen,brandstof verversen. Problemen oplossen tijdens gebruikStoring Mogelijke oorzaak OplossingMotor komt niet op snel-heidChoke staat in stand "ON". Choke staat in stand "OFF".

Wij verstrekken garantie voor onze machines, bij juiste behandeling, voorde duur van de wettelijke garantieperiode vanaf het moment van overdracht, op dusdanige wijze dat wij elk machineon-derdeel dat binnen deze periode aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van materiaal- of fabricagefouten, kosteloosvervangen. Voor onderdelen, die wij niet zelf vervaardigen, verlenen wij uitsluitend garantie, voor zover wij recht hebbenop garantieclaims bij de toeleveranciers. De kosten voor het plaatsen van nieuwe onderdelen zijn voor rekening van dekoper. Aanspraak op vorderingen tot omzetting en vermindering en overige vorderingen op schadevergoeding zijn uit-gesloten. Garantía ESCualquier deficiencia detectada deberá notificarse dentro de un plazo de 8 días tras la recepción de la mercancía. En ca-so contrario, el comprador perderá cualquier derecho de reclamación.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Scheppach PWP32 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden