Scheppach Plana 6.1c Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Scheppach Plana 6.1c (88 pagina’s), behorend tot de categorie Schaafmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 23 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Scheppach Plana 6.1c of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/88
Plana
Art.Nr.
Plana 3.1c
(Art.No.1902207901) 230V/50Hz / (Art. No.1902207902) 400V/50Hz
Plana 4.1c
(Art.No. 1902208901) 230V/50Hz / (Art.No. 1902208902) 400V/50Hz
Plana 6.1c
(Art.No. 1902209901) 230V/50Hz / (Art.No. 1902209902) 400V/50Hz
D
Abricht- und Dickenhobel
Original-Anleitung
06 - 14
GB
Jointer and thicknessing planer
Translation from the original instruction manual
15 - 23
FR
Dégau- Rabot
Traduction des instructions d’origine
24 - 32
FIN
Saumaus- ja tasohöyläkone
Alkuperäisten ohjeiden käännös
33 - 40
HU
Egyengető és vastagoló gyalu
Az eredeti használati utasítás fordítása
41 - 49
CZ
Srovnávačka a tloušťkovačka
Překlad originálního návodu k provozu
50 - 57
SK
Zrovnávačka a hrúbkovačka
Preklad originálneho návodu na prevádzku
58 - 66
NL
Vlak-vandiktebank
Vertaling van originele handleiding
67 - 75
1902207850 / 03-2018

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Scheppach
Categorie: Schaafmachine
Model: Plana 6.1c

Handleiding Scheppach Plana 6.1c – volledige tekst

1/min4000 4400 4400Aantal schaafmessen 3 4 4Schaafmessen20x250x3 20x310x3 20x410x3Voedingssnelheid m/min5,5 6,5 6,5Opnamevermogen kW (230/400V)2,3 / 2,3 2,5 / 2,5 3,2 / 3,6Afgiftevermogen kW (230/400V)1,7 / 1,9 2,0 / 2,1 2,4 / 2,9Bedrijfsstroom A (230/400V)10,9 / 4,05 9,3 / 4,2 13,8 / 5,25Technische wijzigingen voorbehouden!■ GELUIDSWAARDENGeluidsvermogen LWA volgens EN ISO 3744 106,2 dB(A)Onzekerheid K 3 dB(A)Geluidsdrukniveaul LpA volgens EN ISO 11201 93,2 dB(A)Onzekerheid K 3 dB(A)Aanwijzing: De aangegeven geluidswaarden zijn volgens een genormeerde testmethode bepaald en kunnen gebruikt worden om ver-schillende elektrische gereedschappen met elkaar te vergelijken. Bovendien zijn deze waarden geschikt om belastingen voor de ge-bruiker, die door geluid ontstaan, te voren in te kunnen schatten.Waarschuwing!

Afhankelijk van de manier waarop u het elektrisch gereedschap ge-bruikt, kunnen de daadwerkelijke waarden van de aangegeven waarden afwijken. Neem maatregelen om uzelf tegen geluidshinder te beschermen. Houd daarbij rekening met het complete werkproces, dus ook tijden, waarin het elektrisch gereedschap onbelast draait of uitgeschakeld is. Passende maatregelen om-vatten onder andere het regelmatig onderhou-den en verzorgen van het elektrisch gereed-schap en van de inzetstukken, regelmatige pauzes evenals een goede planning van de werkprocessen.NL68

SymboolverklaringDraag een veilig-heidsbril. Draag een stofmas-ker. Draag gehoorbe-scherming. Lees de gebruiksaanwij-zing door voordat u met dit elektrisch gereed-schap werkt. mIn deze gebruiksaanwij-zing hebben wij plaatsen, die van toepassing zijn op uw veiligheid, van dit teken voorzien. Algemene aanwijzingen• Controleer na het uitpakken alle artikelen op eventuele transportschade. Bij klachten moet direct contact worden opgenomen met de expediteur. Reclamaties op een later tijd-stip worden niet erkend. • Controleer de levering op volledigheid. • Maak u voor aanvang van de werkzaamhe-den bekend met het apparaat aan de hand van de gebruiksaanwijzing. • Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonderdelen uitsluitend originele on-derdelen. • Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de vakhandel.

• Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het apparaat aan. AANWIJZING:De fabrikant van dit apparaat is volgens de vi-gerende productaansprakelijkheidswetgeving niet verantwoordelijk voor schade, die aan of door dit apparaat is ontstaan ten gevolge van:• onjuiste behandeling• veronachtzaming van de gebruiksaanwij-zing• reparaties verricht door derden die geen be-voegde vaklieden zijn• inbouw van en vervanging door niet-origine-le onderdelen• ondoelmatig gebruik• uitval van het elektrische gedeelte bij veron-achtzaming van de elektrische voorschriften en de VDE-voorschriften 0100, DIN 57113 / VDE0113. Onze adviezen: Lees voordat u de machine assembleert en in bedrijf neemt de gehele tekst van de gebruiks-aanwijzing door. Deze gebruiksaanwijzing helpt u, uw machine te leren kennen en de beoogde gebruiksmoge-lijkheden te benutten.

Naast de veiligheidsvoorschriften die u in deze gebruiksaanwijzing aantreft, moeten ook be-slist de voor het gebruik van deze machine geldende landelijke voorschriften in acht wor-den genomen. Bewaar deze gebruiksaanwijzing bij de ma-chine in een plastic hoes, zodat zij beschermd wordt tegen vocht en vuil. Iedereen die met de machine gaat werken, moet vooraf de ge-bruiksaanwijzing gelezen hebben en vervol-gens de daarin vervatte aanwijzingen zorgvul-dig in acht nemen. Er mogen alleen personen aan de machine werken die instructies hebben ontvangen over het gebruik van de machine en de daarmee samenhangende mogelijke gevaren. De minimumleeftijd moet worden aangehouden. In deze gebruiksaanwijzing hebben wij punten die uw veiligheid betreffen van dit teken voorzien: mVeiligheidsvoorschriften m LET OP.

Bij gebruik van elektrische ap-paraten dient u de volgende fundamen-tele veiligheidsmaatregelen te nemen ter bescherming tegen elektrische schokken, letsel en brandgevaar. Lees alle voorschrif-ten alvorens deze machine te gebruiken en bewaar de veiligheidsvoorschriften. 1. Hou uw werkgebied netjes• Wanorde in het werkgebied veroorzaakt ongevallenrisico. • Zorg ervoor dat de elektrische voedings-leiding het werkproces niet verhindert en geen struikelgevaar veroorzaakt. 2. Hou rekening met de omgevingsinvloe-den• Stel elektrische gereedschappen niet bloot aan de regen. Gebruik elektrische gereedschappen niet in vochtige of natte omgeving. Zorg voor een goede verlichting. Ge-bruik elektrische gereedschappen niet in de buurt van brandbare vloeistoffen of gassen. 3. Bescherm u tegen elektrische schok• Vermijd lichamelijk contact met geaarde onderdelen, b. v.

Berg uw gereedschap veilig op• Ongebruikt gereedschap moet in een droge, gesloten ruimte en voor kinderen op een onbereikbare plaats worden be-waard. 6. Overbelast uw gereedschap niet• U kunt beter en veiliger werken binnen het aangegeven vermogensbereik. 7. Gebruik het juiste gereedschap• Gebruik geen te zwak gereedschap of voorzetapparaten voor zware werk-zaamheden. Gebruik gereedschap niet voor doeleinden en werkzaamheden, waarvoor deze niet zijn bedoeld. Ge-bruik bijvoorbeeld geen handcirkelzaag om bomen om te zagen of takken te snij-den. 8. Draag geschikte werkkleding• Draag geen wijde kleding of sieraden, deze kunnen door bewegende delen worden vastgegrepen. Draag bij lang haar een haarnetje. • Bij werkzaamheden aan de machine geen handschoenen dragen. NL69.

9. Draag een veiligheidsbril• Gebruik een stofmasker bij stofverwek-kende werkzaamheden. 10. Gebruik de kabel niet als gereedschap• Draag het gereedschap niet aan de kabel en gebruik de kabel niet om de stekker uit het stopcontact te trekken. Bescherm de kabel tegen hitte, olie en scherpe kanten. 11. Beveilig het werkstuk• Gebruik spaninrichtingen of een bank-schroef om het werkstuk vast te houden. Het wordt zodoende veiliger vastgehou-den dan met uw hand en maakt het mo-gelijk de machine met de beide handen te bedienen. 12. Rek u niet uit boven uw standbereik• Vermijd elke abnormale lichaamshou-ding. Zorg voor een veilige stand en be-waar steeds uw evenwicht. 13. Onderhou uw gereedschappen zorg-vuldig• Hou uw gereedschappen scherp en schoon om beter en veiliger te werken. Neem de onderhoudsvoorschriften en de instructies voor het verwisselen van gereedschappen in acht.

Controleer regelmatig de stekker en de kabel en laat deze bij beschadiging door een er-kende vakman vervangen. Controleer de verlengkabel regelmatig en vervang beschadigde kabels. Hou handgrepen droog en vrij van olie en vet. 14. Verwijder de netstekker uit het stop-contact• Bij niet-gebruik, vóór onderhoudswerk-zaamheden en vóór het verwisselen van gereedschap zoals b. v. zaagblad, boor en alle soorten van machinegereed-schappen. 15. Laat geen gereedschapssleutels ste-ken• Controleer of de sleutels en afstelge-reedschappen verwijderd zijn alvorens de machine aan te zetten. 16. Vermijd onbedoelde aanloop• Draag geen op het stroom aangesloten gereedschap met de vinger op de scha-kelaar. Controleer of de schakelaar is bij het aansluiten op het stroomnet is uitge-schakeld. • De lopende machine niet zonder toe-zicht laten.

Voor het verlaten van de werkplek moet de machine altijd worden uitgeschakeld. 17. Verlengkabel in open lucht• Gebruik in open lucht enkel verleng-kabels die ervoor zijn goedgekeurd en overeenkomstig gekenmerkt. 18.

Wees steeds oplettend• Hou uw werk in het oog. Ga verstandig te werk. Gebruik het gereedschap niet als u er niet met uw aandacht bij bent. • Werk nooit onder invloed van verdo-vende middelen, zoals alcohol en drugs, aan de machine. Houd er rekening mee dat ook medicatie invloed kan hebben op uw gedrag. 19. Controleer uw machine op beschadi-gingen• Voordat u de machine verder gebruikt dient u de veiligheidsinrichtingen of licht beschadigde onderdelen zorgvuldig op hun perfecte en reglementaire werk-wijze te controleren. Controleer of de bewegelijke onderdelen naar behoren functioneren en niet klem zitten alsook of onderdelen beschadigd zijn. Alle onder-delen moeten naar behoren gemonteerd zijn om de veiligheid van de machine te verzekeren.

Beschadigde veiligheids-inrichtingen en onderdelen dienen des-kundig door een erkende vakwerkplaats te worden hersteld of vervangen tenzij in de handleidingen anders vermeld. Beschadigde schakelaars dienen door een klantendienst-werkplaats te worden vervangen. Gebruik geen gereedschap-pen waarvan de schakelaar niet kann worden in- of uitgeschakeld. 20. Let op. • Gebruik voor uw eigen veiligheid alleen toebehoren en hulpappparaten, die in de gebruiksaanwijzing zijn aangegeven of door de gereedschapsfabrikant worden aanbevolen of aangegeven. Bij gebruik anders dan in de gebruiksaanwijzing of in de catalogus aanbevolen gebruiks-gereedschappen of toebehoren kan er persoonlijk letsel ontstaan. 21. Herstellingen alleen door een elektro-vakman• Dit elektrisch gereedschap beantwoordt aan de desbetreffende veiligheidsbepa-lingen.

Herstellingen mogen enkel door een elektrovakman worden verricht, an-ders kunnen zich ongelukken voor de gebruiker voordoen. 22. Sluit de stofafzuiginrichting aan• Indien er voorzieningen voor het aan-sluiten van stofafzuiginrichtingen aan-wezig zijn, moet u controleren of deze zijn aangesloten en gebruikt worden. Speciale veiligheidsvoorschriftenGebruik geen stompe messen. Gevaar op te-rugslag.

Het snijblok moet volledig zijn afgedekt. Ge-bruik voor het schaven van korte werkstukken een schuifstok. Voor het schaven van smalle werkstukken moet u aanvullende veiligheids-voorzieningen treffen. Het gebruik van dwars-drukvoorzieningen en veerafdekkingen zou noodzakelijk kunnen zijn om veilige werkom-standigheden te waarborgen. Het apparaat is geschikt voor het zagen van sponningen. De terugslagbeveiliging en de aanvoerrollen moe-ten regelmatig worden gecontroleerd. Appara-ten die zijn uitgerust met een spaanafzuiging en afzuigkap, moeten op de overeenkomstige apparaten worden aangesloten. De soort ma-teriaal kan de stofontwikkeling ongunstig beïn-vloeden. Het apparaat is uitsluitend geschikt voor het zagen van hout en soortgelijke ma-terialen. Als het mes tot 5% is versleten, moet deze worden vervangen. Als een schuifstok ontbreekt, kan er gevaar ontstaan.

De schuif-stok moet, als deze niet wordt gebruikt, altijd bij de machine worden bewaard. Als kleine werkstukken met de hand worden ingevoerd, bestaat een hoger risico op letsel. Advie-zen van de fabrikant betreffende het gebruik van een schuifstok moeten in acht worden genomen. Een onjuiste uitlijning van de vei-ligheidsafdekkingen, aanvoertafel of rooster kan leiden tot oncontroleerbare situaties. Be-schadigde of vervuilde werkstukken brengen risico‘s met zich mee. Metalen onderdeeltjes of snel versplinterend hout mag met dit appa-raat niet worden bewerkt. Gevaar voor letsel. Plaats lange werkstukken voor het zagen op de roltafel of een andere steunvoorziening. Anders kunt u de controle over het werkstuk verliezen.

De machine is geschikt voor het schaven en wordt gebruikt als vandiktebankAls u met de machine wilt werken, dient u altijd de juiste veiligheidskleding te dragen:• gehoorbescherming ter bescherming tegen gehoorschade,• adembescherming om het inademen van gevaarlijke stoffen deeltjes te vermijden,• een veiligheidsbril om oogletsel door rond-vliegende deeltjes te vermijden.

De volgende situaties moeten onder alle om-standigheden worden vermeden: vroegtijdige onderbreking van de zaagprocedure (schaaf-snedes, die niet de totale lengte van het werkstuk omvatten; het schaven van oneffen houten delen, die niet vlak op de aanvoertafel liggen). Het apparaat is alleen bedoeld voor privé-ge-bruik. Het apparaat mag niet gebruikt worden voor professionele of commerciële doelein-den. Restrisico: Denk eraan dat ook bij het naleven van alle veiligheidsvoorschriften er altijd een mogelijk restrisico bestaat. Het naleven van deze aanwijzingen en aangemeten voorzich-tigheid bij de omgang met de machine vermin-dert de risico’s op persoonlijk letsel of bescha-diging van het apparaat. Bijzondere risico’s:• Vinger- of handletsel aan machineonderde-len of werkstukken, bijv.

bij het vervangen van de schaafmessen• Gevaar voor stroomschokken, bij gebruik van niet gestandaardiseerde stroomaanslui-tingen• Aanraken van stroomgeleidende delen aan geopende elektrische componenten• Aantasting van het hoorvermogen bij lang werken aan de machine zonder gehoorbe-scherming• Uitstoten van gevaarlijke houtstof bij het niet gebruiken van een stofafzuiging. Ondanks het in acht nemen van de gebruiks-aanwijzing kunnen ook niet zichtbare restri-sico‘s bestaan. NL70.

Let op! Als de hoofdnetaansluiting een slechts toestand vertoont, bestaat bij het inschakelen van het apparaat het gevaar op kortsluiting. Hierbij kunnen ook andere functies aangetast worden (bijv. het oplichten van controle lamp-jes). Mochten er bij de hoofdnetwerkaanslui-ting storingen optreden (Huidige impedantie max.

Uitrusting afb. 11. Vaste africhttafel2. Africhttafel verstelbaar3. Africhtaanslag4. Schaafblokbescherming5. Tafelverstelhendel6. Vaststelgreep voor vandiktetafel7. Voedingsvergrendelingshendel8. Afzuigkap9. Tafelvergrendeling10. Vandiktetafelklemming11. Wiel voor hoogteverstelling12. Handgreep voor het omhoog brengen van de africhttafel 13. Aan- / Uit-schakelaarMontageVanwege verpakkingstechnische redenen is uw schaafmachine niet volledig gemon-teerd. De schaafmachine mag niet op de africht-tafel worden opgetild. Voetplaten monteren en afstellen afb. 24 voetplaten met frameonderdeel monteren,Inbusmoeren met de hand licht aanhalen. Om oneffenheden in de vloer te compenseren, de contramoeren losdraaien en de voetplaten overeenkomstig in- of uitdraaien. De contra-moer weer aanhalen. Let op. Machine altijd met een waterpas uitlijnen. Africhtaanslag monteren afb. 3.

1Africhtaanslag (3) in de geleiding schuiven en met de klemhendel (A) aanhalen. Africhtaanslag instellen afb. 3. 0, 3. 11. Klemhendel (B) losdraaien2. Met behulp van een aanslaghoek dient de 90°-positie van de africhttafel ten opzichte van het aanslagvlak te worden bepaald, 3. Klemhendel (B) aanhalen. 4. Contramoer losdraaien, met de cilinder-schroef (C) de aanslag afstellen. 5. Contramoer weer aanhalen. Let op. De africhtaanslag moet altijd veilig beves-tigd zijn. De klemming gebeurt met de klemhendel (A + B) afb. 3. 1Schaafblokbescherming monteren afb. 4Schaafblokbescherming zijdelings op de af-richttafel vast met 2 inbusschroeven monteren en aanhalen. De schaafblokbescherming kan zonder ge-reedschap worden weggezwenkt, door de ex-centreerhendel naar boven te trekken, schaaf-blokbescherming wegzwenken, excentreerhendel naar onderen drukken. Bij Plana 4. 1 en 6. 1 afb. 12, 12. 11.

Contramoer (K) losdraaien, riemen door het draaien van de inbusschroef (L) op spanning brengen, contramoer weer aan-halen. 4. Achterwand plaatsen en met 2 kruiskop-schroeven weer borgen. Bij Plana 3. 1 afb. 13, 13. 11. 6 kruiskopschroeven links en rechts aan de achterwand verwijderen. 2. 4 bevestigingsschroeven (M) op de motor losdraaien. 3. Gebruik een houten plaat als hefboom door deze tussen de motor en behuizing te spannen. 4. Haal de 4 bevestigingsschroeven weer aan. 5. Controleer de riemspanning na het aanha-len. 6. Achterwand weer monteren. IngebruiknameNeem voor de ingebruikname de veilig-heidsinstructies in acht. Alle beschermings- en hulpvoorzieningen moeten zijn gemon-teerd. Ombouw-, instellings-, meet- en reinigings-werkzaamheden uitsluitend bij uitgeschakelde motor uitvoeren. Netstekker loskoppelen. Motorrem:Remtijd tot stilstand van het schaafblok dage-lijks controleren.

Deze tijd mag max. 10 secon-den bedragen, anders niet doorwerken. Werkvoorbeeld africhten afb. 5 + 6Let op. Nooit zonder schaafblokbescherming bij africhtschaven werken. Africhtschaaf-spanopname afb. 7De spanopname bij africhtschaven kan via de tafelverstelhendel (5) van 0 - 3 mm worden in-gesteld. Let op. Bij het verstellen eerst de vaststel-greep (6) losdraaien, spanopname op de schaal (D) met de tafelverstelhendel instel-len en vaststelgreep (6) weer aanhalen. Bij langere werkstukken (langer dan bewer-kings- of afnametafel) moet een dolly (speciale toebehoren) of gelijksoortig worden gebruikt. Vlakschaaf-machineinstelling Afb. 9. 0, 9. 1, 9. 2. Omschakeling van africhten op vlakschaven. Ontgrendel de africhttafel op beide zijden door het ontspannen en uittrekken van de beide ex-centreerhendels afb. 9 (9) Kantel de beide tafels met de grepen afb.

9 (12) naar boven totdat de vergrendeling afb. 9. 1 (E) vastklikt. Zwenk de spaanderuitwerpkap (8) naar boven totdat deze met de veerbeugel afb. 9. 2 (F) vastklikt. In combinatie met een afzuiginstallatie kan vervolgens worden afgezogen.

Vlakschaaf - tafelverstelling afb. 10 De vandiktetafel kan via het handwiel (11) in de hoogte worden versteld en wordt met de vandiktetafelklemming (10) tegen verstelling geborgd. De geïntegreerde positie-aanduiding (G) geeft de doorlaathoogte aan. Een handomdraai komt overeen met 2 mm. De vandiktetafel evenals de africhttafel altijd harsvrij houden. Instelling van de schaal in schaafbedrijf Afb. 10 Indien er een onnauwkeurigheid aanwezig is, kan de schaal (G) worden versteld. Daartoe de beide bevestigingsschroeven losdraaien, schaal nauwkeurig uitlijnen, beide schroeven weer aanhalen. Automatische voeding in vlakschaafbe-drijf. Afb. 11De automatische voeding wordt door de voedingsvergrendelingshendel (7) in- resp. uitgeschakeld.

Positie open = AanPositie onder = StopIndien de voeding is ingeschakeld, wordt het hout automatisch toegevoerd en wordt een nauwkeurig en gelijkmatig opper-vlak bereikt. Bij het africhten is het handig om de voeding uit te schakelen. De voeding kan ook vanwege veiligheidsrede-nen worden uitgeschakeld. V-snaarspanning motorLet op. Bij alle ombouw- en instelwerkzaamhe-den moet altijd de netstekker uit het stopcon-tact worden verwijderd. V-snaren na de eerste ingebruikname na 3 bedrijfsuren naspannen. Verder moet de snaarspanning regelmatig na 40 bedrijfsuren worden gecontroleerd en evt. worden nage-spannen. Africhtschaaf - schaafblokbescherming, afb. 5Bij het africhten tot 100 mm werkstuksterkte moet de schaafblokbescherming van boven het werkstuk en het schaafblok afdekken. Bij een werkstukbreedte van meer dan 100 mm stelt u de beschermingsrails van de schaaf-NL72.

blokbescherming in op de werkstukbreedte. Let erop om de handen gesloten met aange-sloten duimen op het gereedschap te leggen. 1. Africhtaanslag2. SchaafblokbeschermingVoegen, afb. 6Gebruik voor dit werkproces de africhtaan-slag, de schaafblokbescherming op de africht-tafel laten liggen en de beschermingsrails tot de werkstukbreedte instellenDruk het werkstuk tegen de schaafaanslag en leidt nu met beide handen over het schaafblok. Zodra de plaat ver genoeg in de opnametafel zit, legt u de linkerhand erop en schuift u zon-der onderbreking over het schaafblok. Africhtschaaf - spaanderuitwerping, afb. 8Bij africhtschaven moet de africhttafel zijn ver-grendeld. De afzuigslang op de afzuigkap stekenIn combinatie met een afzuiginstallatie kan vervolgens worden afgezogen (speciale toe-behoren).

Afzuigsteundiameter 100 mm Werkinstructies■ UITRUSTEN EN INSTELLEN VAN DE MACHINE• Ombouw-, instellings-, meet- en reinigings-werkzaamheden uitsluitend bij uitgeschakel-de motor uitvoeren. Netstekker loskoppelen en wachten tot het draaiende gereedschap stilstaat. • Alle beschermings- en veiligheidsvoorzie-ningen moeten direct worden teruggeplaatst nadat de reparatie of het onderhoud is vol-tooid. • Defecte schaafmessen (scheuren of derge-lijke) direct vervangen. Zie Mesvervanging. • De werkzaamheid van de terugslagzekering voor elke bewerking controleren. De grijper-punten moeten scherp zijn. ■ VANDIKTE- EN AFRICHTSCHAVEN• Maximale schaafbloktoerental 4000 1/min• Het schaafblok is in overeenstemming met DIN EN 847-1 gemaakt. • De bewerking pas starten als het volledige toerental is bereikt. • De bedieningsplaats van de machine vrij-houden van spaanders en houtkrullen.

• Voor het afzuigen van houten spaanders en houtstof moet een afzuiginstallatie worden gebruikt. De stroomsnelheid op de afzuig-steunen moet minstens min. 20 m/s bedra-gen. • Werk alleen met scherpe schaafmessen. Stompe schaafmessen verhogen het terug-slaggevaar.

• Bij vandikteschaven: Werkstuk met het dik-ke uiteinde vooruit invoeren, holle zijde naar onderen. Maximaal 2 werkstukken tegelij-kertijd schaven, door aan de beide buitenzij-den aan te voeren. • Bij het bewerken van langere werkstukken (langer dan de bewerkingstafel) moeten dol-ly’s (speciale toebehoren) worden gebruikt. • Africhten: Bij het africhten tot 100 mm werk-stuksterkte moet de schaafblokbescher-ming van boven het werkstuk en het schaaf-blok afdekken. Bij een werkstukbreedte van meer dan 100 mm stelt u de beschermings-rails van de schaafblokbescherming in op de werkstukbreedte. Let erop om de handen gesloten met aangesloten duimen op het gereedschap te leggen. • Voegen: Het werkstuk wordt tegen de af-richtaanslag gelegd. De beschermingsrails van de schaafblokbescherming op de werk-stukbreedte instellen en deze op de tafel laten liggen.

• Africhten en voegen van kleine dwarsdoor-sneden (lijsten): Bij het africhten wordt het werkstuk zoals bij werkstukken tot 100 mm dikte met vlak opliggende handen naar vo-ren geschoven. Bij het voegen wordt het werkstuk met de beide handen met geslo-ten vuist tegen de aanslag gedrukt en naar voren geschoven. De veiligheidsvoorzie-ning is tot tegen de aanslag aangezet en wordt tot aan het werkstuk geschoven. Africhten en voegen van korte werkstuk-ken (min. lengte 150 mm): Bij het africhten wordt het werkstuk met de vlakke hand op de bewerkingstafel gedrukt en met het door de rechterhand geleide schuifhout naar vo-ren geschoven. De linkerhand glijdt over de veiligheidsvoorzieningen, zodra het werk-stuk op de afnametafel ligt, wordt de druk met de linkerhand naar de afnametafel ge-schakeld.

Bij het voegen wordt het werkstuk met de linkerhand, met gesloten vuist, tegen de aanslag en de tafel gedrukt en met het schuifhout naar voren geschoven. • Afschuinen: Het werkstuk wordt tegen de af-richtaanslag gelegd.

De beschermingsrails van de schaafblokbescherming op de werk-stukbreedte instellen en deze op de tafel la-ten liggen. Het werkstuk wordt met de linker-hand bij een gesloten vuist tegen de aanslag en de afnametafel gedrukt en met een ge-sloten rechterhand naar voren geschoven. • Bij werkstukken die langer zijn dan de afna-metafel, moet een dolly (speciale toebeho-ren) of gelijksoortig worden gebruikt. • Let op. Nooit zonder schaafblokbescher-ming bij africhtschaven werkenElektrische aansluitingen m• Netaansluitleidingen controleren. Geen de-fecte aansluitingen gebruiken. Zie Elektri-sche aansluiting. • Neem de draairichting van de motor en het gereedschap in acht, zie Elektrische aan-sluiting schaafmachine. • Installaties, reinigings- en onderhoudswerk-zaamheden aan de elektrische installatie mogen uitsluitend door een specialist wor-den uitgevoerd.

• Voor het oplossen van storingen moet de machine worden uitgeschakeld. Netstekker loskoppelen. • Bij het verlaten van de werkplek altijd de mo-tor uitschakelen. Netstekker loskoppelen. • Ook bij een kleine standplaatswissel de machine van elke externe energietoevoer scheiden. Voor een hernieuwde ingebruik-name de machine weer correct op het net aansluiten. De machine met CEE-stekker op het net aan-sluiten, voeding moet met 16 A zijn gezekerd. Op de bedrijfsschakelaar de groende drukknop indrukken, het schaafblok start (afb. 14). Voor het uitschakelen de rode drukknop in-drukken, schaafblok wordt binnen 10 sec. af-geremd. DraairichtingswijzigingBij een netaansluiting of de standplaatswissel moet de draairichting worden gecontroleerd, eventueel moet de polariteit door midden van een schroevendraaier worden gewisseld (ma-chinestopcontact, afb. 15).

de plaatselijke EVU-voorschriften. Bedrijfsmodus / InschakelduurDe elektromotor voor de bedrijfsmodus S1 voor continu bedrijf. Bij overbelasting van de motor schakelt deze zelfstandig uit, omdat een wikkelingsthermo-staat in de motorwikkeling is geplaatst. Na een afkoeltijd (deze tijd is verschillend) kan de mo-tor weer worden ingeschakeld. Beschadigde elektrische aansluitkabelsAan elektrische aansluitkabels ontstaat vaak isolatieschade. Mogelijke oorzaken:• Versleten plekken, als aansluitkabels door venster- of deuropeningen worden geleid. • Knikken door een onvakkundige bevestiging of geleiding van de aansluitkabel. • Snijplekken omdat over de aansluitkabel is gereden. • Beschadigde isolatie omdat de stekker uit het stopcontact is getrokken. • Scheuren door veroudering van de isolatie. NL73.

Dergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensge-vaarlijk als de isolatie is beschadigd. Controleer de elektrische aansluitkabels regel-matig op schade. Let erop dat bij het controle-ren de aansluitkabel niet op het elektriciteits-net is aangesloten. Elektrische aansluitkabels moeten voldoen aan de relevante VDE- en DIN-bepalingen en de plaatselijke EVE-voor-schriften. Gebruik uitsluitend aansluitkabels met de aanduiding H 07 RN. Op de aansluit-kabel moet de typeaanduiding vermeld staan. Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een doorsnede hebben van 1,5 vierkante millimeter, bij langer dan een lente van 25 m ten minste 2,5 vierkante millimeter. De netaansluiting wordt met 16 A (traag) be-veiligd. DraaistroommotorDe netspanning moet 380÷420 V/50 Hz bedra-gen. De netaansluiting en verlengsnoeren moeten 5-aderig zijn=3P/N/PE.

Verlengsnoeren moeten een minimumdoor-snede hebben van 1,5 mm². De netaansluiting is met maximaal 16 A bevei-ligd. Bij een netaansluiting of de standplaatswissel moet de draairichting worden gecontroleerd, eventueel moet de polariteit door midden van een schroevendraaier worden gewisseld (ma-chinestopcontact, afb. 15). WisselstroommotorDe netspanning moet 230 V~ / 50 Hz bedra-gen. Aansluitingen en reparaties van de elektrische uitrusting mogen uitsluitend door een elektro-monteur worden uitgevoerd. Vermeld in geval van vragen de volgende ge-gevens:• Motorfabrikant; motortype• Stroomtype van de motor• Gegevens van het typeplaatje van de ma-chine• Gegevens van het typeplaatje van de motorBij terugsturen van de motor altijd de complete aandrijfeenheid met elektrische besturing re-tourneren.

OnderhoudmWAARSCHUWINGTrek altijd de netstekker uit het stopcontact voordat aan het elektrisch gereedschap zelf wordt gewerkt (zoals bij trans-port, montage, ombouw, reinigings- en onderhoudswerkzaamheden).

■ REINIGINGOnderhouds-, reparatie- en reinigingswerk-zaamheden, evenals functiestoringen alleen bij uitgeschakelde aandrijving uitvoeren. Ma-chine uitschakelen via de Aan-/Uit-schakelaar, vervolgens de netstekker verwijderen. Alle beschermings- en veiligheidsvoorzienin-gen moeten direct worden teruggeplaatst na-dat de reparatie of het onderhoud is voltooid. De africhttafel evenals de vandiktetafel altijd harsvrij houden. De lagers van het schaafblok zijn voorzien van continue smering. In nieuw-staat optredende verwarming is standaard en dit verdwijnt na een bepaalde tijd. Voedingswalsen regelmatig reinigen. De glijlagers van de voedingswals, de verstel-spil van de vandiktetafel, de lagers na de eer-ste 5 bedrijfsuren insmeren. Bij gebruik elke 20 bedrijfsuren. SchaafmessenDe af fabriek geplaatste HSS-schaafmessen zijn klaar voor gebruik en correct ingesteld.

Alleen correct bijgeslepen en nauwkeurig in-gestelde schaafmessen garanderen veilig werken. Wij adviseren: houd altijd een tweede nieuwe set schaafmessen ter vervanging op voorraad. Reserveschaafmessen zijn verkrijgbaar bij uw vakhandel. Schaafmessen plaatsen, afb. 161. Instelschroef2. Drukschroef3. Schaafmessen4. WigbalkHoud er bij het plaatsen rekening mee dat er• verwondingsgevaar voor de vingers en han-den bestaat. • de opspanvlakken van de mesblokken en de wigbalken gereinigd worden. • de geslepen schaafmessen van olie zijn ont-daan. • er alleen setsgewijs bijgeslepen messen worden gebruikt. • het plaatsen van de schaafmessenn en wig-balken moet overeenkomstig de afbeelding zijn uitgevoerd. • de schaafmessen, mesdragers en wigbal-ken aan beide zijden met het schaafblok afsluiten. • De klemschroeven moeten allemaal goed zijn aangehaald (8,9 N/m). Let op.

16a,b,c• De HSS-schaafmessen zijn af fabriek ge-plaatst en correct ingesteld. • Indien nodig kunt u, zoals hierna beschre-ven, de instelling opnieuw aanbrengen of verjnen. • Een schaafmes na de ander instellen• Stel de positie van de schaafmessen door middel van de instelschroeven alternatief in, totdat de snede van de messen de beide perfect afgerichte platen (dienen als instel-ling) aanraakt, die op de uitgangstafel zijn gelegd. • Stel de ingangstafel in op een africhthoogte van 2 mm. • Draai het schaafblok totdat het mes op maximale hoogte staat. • De schaafmessen zitten op de kop van de instelschroeven in de moer van het schaaf-blok. Laat de messen tegen de platen ko-men, door de instelschroeven er met een inbussleutel uit te draaien. • Lijn de meshouder uit en voer opnieuw een controle van de positie van de messen uit.

• Controle van de messenLeg de afgerichte plaat (=instelplaat) op de uit-gangstafel en markeer de positie van de plaat. Indien u het schaafblok met de hand in de snij-richting draait, zal de messnede de plaat met x = 2 tot 3 mm verschuiven. Voer de controle voor elk mes op de bedieningszijde en op de andere zijde uit. Zonder een zorgvuldige instelling kan er niet nauwkeurig worden afgericht. • De drukschroeven van de wigbalk met moersleutel vast aanhalen. (8,9 N/m)• Alle schaafmessen op dezelfde wijze instel-len en vastklemmen• Na elke meswissel een testloop uitvoeren en daarna de drukschroeven aanhalen. (8,9 N/m)Voor ingebruikname van het schaafblok moet worden gecontroleerd of de hiervoor vermelde aanwijzingen zijn aangehouden. Voor het inschakelen van de machine moeten de algemene veiligheidsvoorschriften in acht worden genomen.

Schaafmessen slijpenStompe schaafmessen verhogen ongevallen-gevaar, het werkvermogen is niet meer gega-randeerd. De schaafmessen slechts tot 16 mm me-shoogte bijslijpen. De messnijhoek moet 40 ± 2 graden bedragen.

Verhelpen van storingenStoring Mogelijke oorzaak Remedie1. Onregelmatig en opgeschort transport bij vandikteschavenVandiktetafek geharst resp. niet geölied. Vandiktetafel regelmatig reinigen en insproeien (glijspray). Dit geldt vooral bij vochtig en harsachtige houtsoorten. 2. Werkstukafzet bij africhtschavenDit is terug te voeren op slecht ingestelde schaafmes-senDe instelling van de schaafmessen moet met grote zorgvuldigheid, met behulp van de instelleer, worden uitgevoerd. 3. Werkstuknauwkeurigheid bij africhtschaven (hol, bol)Bij niet nauwkeurig staande africhttafels als gevolg van incorrect transport of gelijksoortig. Machine nooit aan de tafels optillen. Stijve africhttafels 1 mm boven het schaafblokli-chaam evenals parallel ten opzichte van de basis-plaat instellen. Elektrotechnische onderhoudswerkzaamheden mogen alleen door een elektricien worden uitgevoerd.

Bij het verwijderen van de machine moeten de lokale wettelijke bepalingen in acht genomen worden. Günzburger Straße 69D-89335 Ichenhausen / BRDHobelmesser:Plana 3. 1cSet HS-schaafmessen 250: 790 2200 601Set keermessen 250: 330 4200 030Set messendrager 250: 330 4300 038Plana 4. 1cSet HS-schaafmessen 310: 330 4000 010Set HW-schaafmessen 310: 730 2200 603Set keermessen 310: 330 4200 031Set messendrager 310: 790 2200 602Plana 6. 1cSet HS-schaafmessen 410: 790 2200 604Service-informatieU moet er rekening mee houden dat bij dit pro-duct de volgende delen onderhevig zijn aan een slijtage door gebruik of een natuurlijke slij-tage, resp. dat de volgende delen nodig zijn als verbruiksmaterialen. Slijtstukken:* V-snaren, koolborstels, schaaf-messen* niet verplicht bij de leveringsomvang begre-pen.

Afvalverwijdering en recyclageHet toestel bevindt zich in een verpakking om transportschade te voorkomen. Deze verpak-king is een grondstof en bijgevolg herbruik-baar of kan in de grondstofkringloop terugge-bracht worden. Batterijen horen niet thuis bij het huisvuil. Gooi ze niet in het vuur of in het water.

Batterijen moeten worden ingezameld, gerecycleerd of milieuvriendelijk verwijderd. Het toestel en zijn accessoires bestaan uit di-verse materialen, zoals b. v. metaal en kunst-stof. Ontdoe u van defecte onderdelen op de inzamelplaats waar u gevaarlijke afvalstoffen mag afgeven. Informeer u in uw speciaalzaak of bij uw gemeentebestuur. Oude apparatuur mag niet bij het huisafval worden gegooid. Dit symbool geeft aan dat dit product conform de richtlijn inzake verbruikte elektrische en elektronische apparatuur (2012/19/EU) en nationale wettelijke be-palingen niet bij het huishoudelijk vuil mag worden gegooid. Dit product moet bij een hier-voor bestemde verzamelpunt worden afgege-ven. Dit kan bijv. door teruggave bij de aan-schaf van een soortgelijk product of door inlevering bij een erkend inzamelpunt voor het recyclen van verbruikte elektrische en elektro-nische apparatuur.

Het onjuist afvoeren van oude apparatuur kan door mogelijke gevaarlij-ke stoffen, die veelal in verbruikte elektrische en elektronische apparatuur zijn verwerkt, ne-gatieve effecten op het milieu en de gezond-heid van de mens hebben. Door een juiste af-voer van dit product levert u bovendien een bijdrage aan een effectief gebruik van natuur-lijke ressources. Informatie inzake inzamel-punten voor verbruikte apparatuur kunt u op-vragen bij de gemeente, de publieke afvalverwerker, een erkend afvalverwerkings-station voor het afvoeren van verbruikte elek-trische en elektronische apparatuur of uw af-valverwerkingsstation. NL75.

Não há direito à garantia no caso de: peças de desgaste, danos de transporte, danos causados pelo manejo indevido ou pela desatenção as instruções de serviço, falhas da instalação elétrica por inobservançia das normas relativas á electricidade. Além disso, a garantia só poderá ser reinvidicada para aparelhos que não tenham sido consertados por lerceiros. O cartão de garantia só vale em conexão com a fatura. Garantie NLZichtbare gebreken moeten binnen de 8 dagen na ontvangst van de goederen worden gemeld, zo niet verliest de verkoper elke aanspraak op grond van deze gebreken. Onze machines worden geleverd met een garantie voor de duur van de wettelijke garantietermijn. Deze termijn gaat in vanaf het moment dat de koper de machine ontvangt.

De garantie houdt in dat wij elk onderdeel van de machine dat binnen de garantietermijn aantoonbaar onbruikbaar wordt als gevolg van materiaal- of productiefouten, kosteloos vervangen. De garantie vervalt echter bij verkeerd gebruik of verkeerde behandeling van de machine. Voor onderdelen die wij niet zelf produceren, geven wij enkel de garantie die wij zelf krijgen van de oorspronkelijke leverancier.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Scheppach Plana 6.1c stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden