Scheppach MTP370 Handleiding
Pagina's 184 Niet gecategoriseerd
Bekijk de handleiding van Scheppach MTP370 gratis online of download de PDF. 32 mensen vonden deze handleiding nuttig. Vraag over dit model? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Scheppach |
| Categorie: | Niet gecategoriseerd |
| Model: | MTP370 |
Handleiding Scheppach MTP370 – volledige tekst
www.scheppach.comNL | 133 Verklaring van de symbolen op het apparaatLees voorafgaand aan de inbedrijfstelling de gebruikshandleiding en de veilig-heidsvoorschriften!Draag gehoorbescherming!Draag een veiligheidsbril!Werkhandschoenen dragen!Stevig schoeisel dragen!Open vuur verboden!Let op! Draaiende oppervlakken niet aanraken. Er bestaat gevaar voor ernstig letsel!Het is verboden om beschermingsinrichtingen en veiligheidsvoorzieningen te verwijderen of te wijzigen.
www. scheppach. com136 | NL2. Beschrijving van het apparaat (Abb. 1/20)1. Trekstarter2. Brandstoftankdop3. Koppelingshendel4. Greep5. Blokkering koppelingshendel6. Stuurmontage7. Brandstoftank8. Brandstoeiding9. Mesbescherming10. Diepteaanslag11. Mes12. Veiligheidsafdekking uitlaat13. Veerwielvergrendeling14. Olieaftapplug15. Oliepeilstok/olievulopening16. Gashendel17. Wiel18. Brandstofaftapklep19. Carburateur20. Uitlaat21. Luchtlterdeksel22. Luchtlter3. Leveringsomvang (Abb. 2)• Motorfrees MTP560 (G) (1x)• Bougiesleutel (H) (1x)• Diepteaanslag (10) (1x)• Zak met montagemateriaal (L)• Stuur (M) (2x)• Gebruikershandleiding• Open de verpakking en haal het apparaat er voor-zichtig uit. • Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de ver-pakkings- en transportbeveiligingen (indien voor-handen). • Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
• Controleer het apparaat en de hulpstukken op transportschade. Bij klachten moet direct contact worden opgenomen met de expediteur. Reclama-ties op een later tijdstip worden niet erkend. • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd. • Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het apparaat aan de hand van de ge-bruiksaanwijzing. • Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reser-veonderdelen uitsluitend originele onderdelen. Re-serveonderdelen zijn verkrijgbaar bij uw dealer. • Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het apparaat aan. m LET OP. 1. InleidingFabrikant:Scheppach GmbHGünzburger Straße 69D-89335 IchenhausenGeachte klant,Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat.
Advies:• Volgens de van toepassing zijnde wet voor produc-taansprakelijkheid is de producent van dit apparaat niet aansprakelijk voor schade die ontstaat door of door middel van dit apparaat in geval van:• Onjuist gebruik,• Niet-naleving van de gebruiksinstructies,• Reparaties door derden, niet-erkende getrainde werklui,• Installatie en vervanging van niet-originele reser-veonderdelen,Aanbevelingen:Lees de volledige handleiding voor de montage en besturing van het apparaat. Deze handleiding is bedoeld om het gebruik van het apparaat gemakkelijker te maken voor u en om ver-trouwd te geraken met het gebruik van het apparaat. De handleiding bevat belangrijke nota’s over hoe vei-lig, goed en economisch gebruik te maken van uw apparaat, en over hoe u gevaar kan vermijden, re-paratiekosten kan besparen, downtime kan vermin-deren en de betrouwbaarheid en levensduur van uw apparaat kan vergroten.
Bovenop de veiligheidsvoorschriften in deze hand-leiding, moet u ook voldoen aan de geldende voor-schriften van uw land in verband met het gebruik van het apparaat. Plaats de gebruiksaanwijzing in een doorzichtig plas-tic map om deze te beschermen tegen vuil en vocht, en bewaar ze in de nabijheid van het apparaat. De instructies moeten gelezen en nauw gevolgd worden door iedereen vooraleer het apparaat te gebruiken. Enkel getrainde personen die op de hoogte gebracht zijn van de mogelijke gevaren en risico’s mogen het apparaat gebruiken. De vereiste minimumleeftijd moet worden voldaan. Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen veiligheidsvoorschriften en de bijzondere voorschrif-ten van uw land moet u de algemeen erkende tech-nische voorschriften in acht nemen voor de werking van machines van hetzelfde type.
Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding en de veiligheidsvoorschriften.
www. scheppach. comNL | 137 Veiligheid van personen1. Gebruik de machine nooit onder invloed van drugs, alcohol of andere medicijnen die uw ver-mogen om het apparaat correct te gebruiken kun-nen beïnvloeden. 2. Draag geschikte kleding. Draag een lange broek, laarzen en handschoenen. Draag geen losse kle-ding, een korte broek of sieraden van welke aard dan ook. Draag schouderlang haar in een staart of knot. Houd haar, kleding en handschoenen al-tijd uit de buurt van bewegende delen. Loszitten-de kleding, sieraden en lang haar kunnen verstrikt raken in bewegende delen. 3. Draag persoonlijke beschermingsmiddelen. Draag altijd oogbescherming. 4. Beschermingsmiddelen, zoals stofmaskers, vei-ligheidshelm of gehoorbescherming, die onder relevante omstandigheden worden gebruikt, zorgt voor een vermindering van lichamelijk letsel. 5. Controleer de machine voor het starten.
Afscher-mingen mogen niet worden verwijderd en moeten worden onderhouden. Controleer onder meer of alle moeren, schroeven goed zijn aangehaald. 6. Bedien de machine in geen geval als deze moet worden gerepareerd of als het mechanisme be-schadigd is. 7. Vervang beschadigde, ontbrekende of niet-func-tionerende onderdelen voor gebruik van de ma-chine. Controleer op lekkage. Zorg dat er veilige werkomstandigheden voor de machine zijn. 8. Manipuleer in geen enkele geval de veiligheids-voorzieningen. Controleer regelmatig de werking. 9. De machine mag niet worden gebruikt als deze niet met de motorschakelaar kan worden in- of uit-geschakeld. Machines die op brandstof werken en niet via de motorschakelaar kunnen worden aange-stuurd, zijn gevaarlijk en moeten worden vervangen. 10. De machine mag niet worden gebruikt als deze niet met de motorschakelaar kan worden in- of uitgeschakeld.
Machines die op brandstof werken en niet via de motorschakelaar kunnen worden aangestuurd, zijn gevaarlijk en moeten worden vervangen. 11. Controleer voor het starten regelmatig of de sleu-tel, resp.
moersleutel uit de machine zijn verwij-derd. Als een moersleutel of sleutel op een draai-end onderdeel achterblijft, kan er lichamelijk letsel ontstaan. 12. Werk niet te ver voorovergebogen. Gebruik de machine niet op blote voeten of met sandalen of soortgelijk licht schoeisel. Draag veiligheids-schoenen die uw voeten beschermen en uw grip op gladde oppervlakken verbeteren. 13. Neem altijd een stabiele positie in en let op uw evenwicht. Hierdoor kan de machine in onver-wachte situaties beter worden gecontroleerd. 14. Voorkom onbedoeld starten. Controleer of de mo-Het apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinderspeelgoed. Kinderen mogen niet met kunststof zakken, folies en kleine onderdelen spelen. Er bestaat gevaar voor inslikken en ver-stikkingsgevaar. 4. Doelmatig gebruikHet apparaat is geschikt voor het omgraven van per-ken en velden.
Houd absoluut rekening met de be-perkingen in de aanvullende veiligheidsvoorschriften. Het apparaat mag uitsluitend voor het beoogde doel worden gebruikt. Elk ander of verdergaand gebruik is niet reglementair. Voor daaruit ontstane schade of allerlei letsels is de gebruiker/bediener aansprakelijk en niet de fabrikant. Let erop, dat onze apparaten reglementair niet voor bedrijfsmatig, ambachtelijk of industrieel gebruik ge-construeerd zijn. Wij aanvaarden geen aansprake-lijkheid, wanneer het apparaat in bedrijfsmatige, am-bachtelijke of industriële ondernemingen evenals bij soortgelijke werkzaamheden ingezet wordt. 5. VeiligheidsaanwijzingenAlgemene veiligheidsinstructiesLeer uw machine kennen. De gebruikshandleiding en de aanduidingen op de machine moeten zijn gelezen en worden begrepen. Ervaar hoe en voor welke doeleinden de machine kan worden gebruikt.
Zorg dat u bekend bent met de po-tentiële gevaren van de machine. Leer hoe de machine wordt bestuurd en conform de voorschriften moet worden bediend. Leer hoe de ma-chine en de besturingen snel kunnen worden gestopt resp. worden uitgeschakeld.
Alle instructies en veiligheidsvoorschriften in de af-zonderlijke gebruikshandleiding die bij de machine wordt geleverd, moeten worden gelezen en begre-pen. Probeer de machine niet te bedienen als u niet precies weet hoe u de motor moet bedienen en on-derhouden en hoe u letsel en/of materiële schade kunt voorkomen. Veiligheid op de werkplekDe motor nooit in gesloten ruimtes starten of laten draaien. De uitlaatgassen zijn gevaarlijk en bevat-ten koolmonoxide, een geurloos en giftig gas. Deze eenheid uitsluitend in een goed geventileerde buiten-ruimte gebruiken. Gebruik de machine nooit als er onvoldoende zicht resp. voldoende licht is. De machine nooit gebruiken op steile hellingen. Werk altijd horizontaal naar de grond, nooit van bo-ven naar beneden.
www. scheppach. com138 | NLkingsbronnen zoals boilers, kachels, drogers en dergelijke. De motor voor het bewaren nooit laten afkoelen in een behuizing. Aanwijzingen voor gebruik en onderhoud van de machine1. De machine niet optillen of dragen bij een draai-ende motor. 2. De machine nooit bedienen met geweld. 3. Gebruik de juiste machine voor de gewenste toe-passing. De juiste machine zal de taak op een be-tere en veilige manier uitvoeren. 4. Verander de instellingen van de motortoerenrege-laar niet en laat de motor niet met een te hoog toe-rental draaien. De toerenregelaar regelt het maxi-male bedrijfstoerental dat veilig is voor de motor. 5. Laat de motor niet snel lopen als de grond niet wordt bewerkt. 6. Plaats handen of voeten niet nabij de draaiende delen. 7. Vermijd contact met hete brandstof, olie, rookgas-sen en hete oppervlakken. Raak de motor of de geluiddemper niet aan.
Deze onderdelen worden tijdens het gebruik extreem heet. Ze worden ook korte tijd heet als de eenheid is uitgeschakeld. De motor voor het uitvoeren van onderhoudswerk-zaamheden of instellingen laten afkoelen. 8. Als de machine ongewone geluiden maakt of on-gewoon trilt, moet de motor direct worden uitge-schakeld, de bougiekabel worden losgekoppeld en de oorzaak worden gezocht. Ongewone ge-luiden of trillingen zijn doorgaans een waarschu-wingsteken. 9. Uitsluitend de door de fabrikant toegestane aan-sluitingen en toegestane accessoires gebruiken. Het niet in acht nemen van deze voorschriften, kan tot lichamelijk letsel leiden. 10. De machine onderhouden. Controleer of onder-delen in beweging verkeerd zijn uitgelijnd of zijn geblokkeerd. Controleer onderdelen op breuk resp. controleer of er sprake is van een andere toestand, die het gebruik van de machine zou kunnen beïnvloeden.
Verwijder gras, bladeren, overtollig vet of opge-hoopt koolstof uit de motor en de geluiddemper om het risico op brand te verminderen. 12. Zorg dat snijgereedschap scherp en schoon blijft. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden komt minder snel vast te zit-ten en is eenvoudiger te bedienen. 13. De eenheid in geen geval natspuiten met of on-derdompelen in water of andere vloeistof. Houd het stuur droog, schoon en vrij van afzettingen. Na elk gebruik reinigen. tor voor het transport van de machine of bij onder-houds- resp. instandhoudingswerkzaamheden aan de unit of deze is uitgeschakeld. Het transport van de machine of onderhouds- resp. instandhou-dingswerkzaamheden aan de machine bij een draaiende motor kan tot ongevallen leiden. Veiligheid in de omgang met bedrijfsmiddelen1. Brandstof is licht ontvlambaar en de dampen kun-nen bij ontsteking exploderen.
Neem bij het ge-bruik van brandstof passende maatregelen om het risico op ernstig lichamelijk letsel te vermin-deren. 2. Bewaar de tank bij het vullen of aftappen in een schone, goed geventileerde buitenruimte en ge-bruik een goedgekeurde brandstoftank. Niet ro-ken. Vermijd ontstekingsvonken, open vuur of andere ontstekingsbronnen in de buurt van het bereik bij het bijvullen van brandstof of het gebruik van de eenheid. De tank in geen geval in een ge-bouw vullen. 3. Houd geaarde, geleidende voorwerpen, zoals ge-reedschappen, uit de buurt van onbeschermde, onder spanning staande elektrische onderdelen en aansluitingen om vonkvorming of vonkover-slag te voorkomen. Ze kunnen rookgassen of dampen doen ontbranden. 4. Schakel de motor altijd uit en laat deze afkoelen voordat u de tank vult. Verwijder in geen geval de tankdop en vul nooit brandstof bij terwijl de motor draait of warm is.
De machine mag niet worden bediend als de brandstonstallatie lekt. 5. Open voorzichtig de tankdop om eventuele druk in de tank af te tappen. 6. Vul de tank niet te vol (tot ca.
1,5 cm onder de vulopening van de ruimte bij brandstofuitzetting door de motorwarmte). 7. De tankdop en de tank weer goed terugplaatsen en verwijder de gemorste brandstof. De eenheid mag in geen geval worden bediend als de tankdop niet is aangebracht. 8. Vermijd ontstekingsbronnen in geval van gemors-te brandstof. Probeer de motor niet te starten als er brandstof is gemorst. Verwijder in plaats daarvan de machine uit het betre?ende bereik en voorkom ontstekingsbronnen totdat de brand-stofdampen zijn verdampt. 9. Brandstof moet in de juiste containers worden be-waard die geschikt zijn voor dit doeleinde. 10. Bewaar brandstof op een koele, goed geventi-leerde plaats, uit de buurt van ontstekingsvonken, open vuur en andere ontstekingsbronnen. 11.
www. scheppach. comNL | 139 10. De machine altijd van achteren bedienen. In geen geval voorbij de machine gaan of staan, als de motor draait. 11. De eenheid tijdens het bedrijf altijd met beide han-den vasthouden. Het stuur goed vasthouden. 12. Houd er rekening mee dat de machine onverwacht omhoog of vooruit kan springen als de grondfrees op ondergrondse obstakels zoals grote stenen, wortels of boomstronken terechtkomt. 13. Als de eenheid in aanraking komt met een vreemd voorwerp, moet u de motor stoppen, de bougie loskoppelen, de machine controleren op mogelij-ke schade en de schade repareren voordat u de machine opnieuw start en in bedrijf stelt. 14. Wees uiterst voorzichtig wanneer u achterwaarts werkt of de machine naar u toe trekt. 15. Overbelast de capaciteit van de machine niet door in één keer te laag of te snel te werken. 16.
Gebruik de motorfrees in geen geval met te hoge transportsnelheden op harde of gladde opper-vlakken. 17. Wees voorzichtig bij het werken op harde grond. De grondfrees kan vast komen te zitten in de grond en de motorfrees voorwaarts drijven. Als dit het geval is, het stuur loslaten en de machine niet vasthouden. 18. Bij werkzaamheden in de buurt van hekken, ge-bouwen en ondergrondse serviceleidingen dient u voorzichtig te werk te gaan. De draaiende grondfrees kan materiële schade of lichamelijk letsel veroorzaken. 19. Wees uiterst voorzichtig bij werkzaamheden bo-ven of op grindopritten, -wegen of -straten. Let op niet-zichtbare gevaren en het verkeer. Vervoer geen personen. 20. De werkpositie in geen geval verlaten als de mo-tor draait. 21. De motor altijd stoppen als de bewerking wordt vertraagd of wanneer u zich van het ene bewer-kingspunt naar een volgende verplaatst. 22.
ReparatiesGebruik uitsluitend door de fabrikant aanbevolen ac-cessoires en reserveonderdelen. Mocht het apparaat ondanks onze kwaliteitscontroles en uw zorg een keer uitvallen, laat reparaties dan alleen door een ge-specialiseerde werkplaats uitvoeren. MilieubeschermingGooi het apparaat, de accessoires en de verpakking niet zomaar weg bij het huishoudelijk vuil, maar recy-cle het op een milieuvriendelijke manier. Deze kleine 14. Wettelijke bepalingen en voorschriften voor het correct afvoeren van brandstof, olie, enz. ter be-scherming van het milieu in acht nemen. 15. Houd de machine buiten het bereik van kinde-ren en laat personen die niet bekend zijn met de machine of deze aanwijzingen de machine niet bedienen. De machine is gevaarlijk in de handen van niet-geïnstrueerde gebruikers.
Aanwijzingen voor de instandhoudingSchakel de motor uit voordat u de machine reinigt, repareert, inspecteert of afstelt en zorg ervoor dat alle onderdelen stilstaan. Maak de bougiekabel los en plaats de kabel uit de buurt van de bougie om on-bedoeld starten te voorkomen. Laat de machine onderhouden door gekwaliceerd personeel met uitsluitend het gebruik van originele reserveonderdelen. Hiermee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van de machine behouden blijft. Speciale veiligheidsvoorschriften voor grondfre-zen met benzinemotor1. Controleer de te bewerken grond zorgvuldig en verwijder afzettingen en harde of scherpe voor-werpen zoals stenen, stokken, glas, draad, botten en dergelijke. 2. Gebruik de motorfrees niet op grond met grote stenen en vreemde voorwerpen die de machine kunnen beschadigen. 3.
Werk niet over ondergrondse elektriciteitskabels, telefoonlijnen, water- en gasleidingen, leidingen of slangen. Neem in geval van twijfel contact op met het plaatselijke nutsbedrijf of de telefoon-maatschappij om ondergrondse servicelijnen te vinden. 4. Toeschouwers, kinderen en dieren moeten op een minimumafstand van 23 m blijven. Stop de eenheid onmiddellijk wanneer een persoon na-dert.
5. Pas uw werkwijze aan de plaatselijke omstandig-heden en het vermogen van het apparaat aan. 6. Deze eenheid is voorzien van een koppeling. Druk de koppelingshendel in en controleer of deze au-tomatisch terugkeert in de uitgangspositie. Als dit niet het geval is, moet de eenheid door gekwali-ceerd personeel opnieuw worden ingesteld. 7. Loskoppelen, voordat de motor wordt gestart. 8. De motor voorzichtig volgens de gegevens star-ten. Hierbij de voeten op een passende afstand van de grondfrees plaatsen. 9. De grondfrees beweegt zich niet, als de koppeling is losgekoppeld. Als dit niet het geval is, moet de eenheid door gekwaliceerd personeel opnieuw worden ingesteld.
www. scheppach. com140 | NLoperator zijn gebaseerd op de geschatte blootstel-ling onder normale bedrijfsomstandigheden (reke-ning houdend met alle gebruikscycli, bijvoorbeeld wanneer het apparaat wordt uitgeschakeld, stationair draait of in gebruik is). 7. Montage1. Controleer eerst alle onderdelen van het apparaat en leg deze voor u op de grond (afb. 2+3). 2. Om de stabiliteit van de machine te verhogen, monteert u de diepteaanslag (10) en bevestigt u deze met de splitpen (B) (afb. 5). 3. Monteer het stuur (M) op de stuuropname (6) met de meegeleverde schroeven (afb. 6). 4. Monteer de gashendel (16) op het stuur zoals in de afbeelding (9) weergegeven. 8. FunctieGashendel (16)Deze regelt het motortoerental. Door de gashendel in de aangegeven richtingen te duwen, draait de motor sneller of langzamer. (Afb. 14.
)Wiel (17) De veer vergrendelt de wielhouder op verschillende hoogtes en afstanden tot de grondfrees. Zet het wiel omhoog als u wilt werken met de motorf-rees. Zet het wiel omlaag als de motorfrees wordt getrans-porteerd. Tijdens het transport moet de machine naar achteren worden gekanteld, zodat de grondfrees niet in aanraking komt met de grond. U kunt de motorfrees naar de volgende locatie trekken of duwen. (Afb. 13)Diepte-instelling (10)Hiermee wordt de werkdiepte ingesteld. Deze onder-steunt de operator bij de richtings- en snelheidsrege-ling van de motorfrees. Door het neerlaten van de diepte-instelling wordt de motorfrees afgeremd en wordt de werkdiepte ver-hoogd. Door het he?en van de diepte-instelling wordt de snelheid verhoogd en de werkdiepte gereduceerd. (Afb. 5)Instelling van de werkdiepte (afb. 5):1. Verwijder de splitpen (pos. B). 2.
Restrisico’sOok bij een juiste wijze van gebruik van het apparaat blijven er altijd bepaalde restrisico’s bestaan, die niet kunnen worden uitgesloten. Uit het soort en de con-structie van het apparaat kunnen de volgende poten-tiële gevaren worden afgeleid: - Wegslingeren van onderdelen van het maaisel - Beschadiging van het gehoor, als de voor-geschreven gehoorbescherming niet wordt gedragen. - Inademen van uitlaatgassen - Dit apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfe-reren met actieve of passieve medische implantaten. Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beper-ken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat het apparaat wordt gebruikt. 6.
www. scheppach. comNL | 141 werkdiepte en voorwaartse beweging ondersteund door de druk op het stuur. De neerwaartse druk op het stuur vermindert de werkdiepte en verhoogt de snelheid van de voorwaartse beweging. De opwaart-se druk verhoogt de werkdiepte en verlaagt de snel-heid van de voorwaartse beweging. 10. 2 Inzaaien van grondBij het inzaaien wordt de grond gebroken en opgegra-ven en klaargemaakt voor het zaaibed. De optimale werkdiepte ligt tussen 100 mm en 150 mm. Een motorfrees verwijdert bovendien onge-wenste planten uit de grond. Het verhakselen van deze plantaardige bestanddelen verrijkt de grond. Bij te droge grond dat sto?g is en daardoor geen wa-ter opneemt, kan niet worden ingezaaid. - Om deze reden moet gedurende enkele dagen voor het inzaaien worden beregend. Te natte grond geeft bij het inzaaien ongewenste klonten.
- Om deze reden moet een of twee dagen worden gewacht na zware regenval zodat de grond iets kan opdrogen. Een goed bewerkte en direct na het inzaaien gebruikt oppervlak bevordert de groei van platen omdat het vocht in de grond wordt gehouden. De feitelijke werkdiepte wordt bepaald door de soort grond en de werkomstandigheden. Bij bepaalde grondsoorten is een bewerking voldoende om de ge-wenste diepte te verkrijgen. Bij andere grondsoorten wordt de gewenste diepte pas na twee of drie bewer-kingen verkregen. In dit geval moet de diepte-instel-ling voor elke bewerking opnieuw worden verlaagd. De bewerkingen moeten telkens afwisselend in de lengte en in de breedte worden uitgevoerd. Probeer de grond bij de eerste bewerking niet te diep te bewerken. Als de machine springt of ratelt, moet het apparaat iets sneller over de grond worden ge-reden.
3 TeeltBij de teelt wordt het onkruid losgemaakt of gegraven in gebieden met groeiende planten om het onkruid te verwijderen en de grond los te maken. De optimale werkdiepte is meer dan 50 mm. rantie op de motor vervalt als het carter van de motor niet wordt bijgevuld met olie voordat de motor wordt gestart. 1. Controleer het oliepeil en vul eventueel olie bij. (Max. markering op de oliepeilindicatie) (afb. 11). 2. Open de tankdop (2) en vul het apparaat met nor-male loodvrije benzine (min. 90 octaan; max. 5% bio-ethanol) (afb. 12). Motor starten1. Draai het wiel (17) omhoog totdat de vergrende-ling in de hiervoor aangebrachte uitsparing vast-klikt (afb. 13). Zet de gashendel (16) in de vereiste positie (afb. 14)A=vol gasB=stationairC=stop2. Zet de gashendel in positie “A”. Start de motor met behulp van de trekstarter (1).
Trek hiertoe eerst voorzichtig aan, totdat u enige weerstand voelt en vervolgens krachtig tot het einde. Herhaal deze werkwijze tot de motor aanspringt. Als de motor na tien pogingen nog niet is aangesprongen, dient u het hoofdstuk “VERHELPEN VAN STORIN-GEN” in deze gebruikshandleiding te raadplegen. 3. Om de messen te bedienen, trekt u de gashen-delblokkering (5) terug en drukt u vervolgens de koppelingshendel (3) in om de rotatie van de mes-sen in te schakelen. Houd de koppelingshendel (3) ingedrukt. Laat de koppeling los om de messen te stoppen (afb. 15/16). 9. 1 Stationair (afb. 14)Zet de gashendel (16) in positie “B” om het motor-toerental te verlagen wanneer de grond niet wordt bewerkt. Het verlagen van het motortoerental tot sta-tionair toerental verlengt de levensduur van de motor, bespaart brandstof en vermindert het geluidsniveau van de machine. 9. 2 Uitschakelen (afb.
www. scheppach. com142 | NLgrond en laat de motor enkele minuten draaien. Schakel de motor uit en trek de olievulplug (15) eruit. Plaats het reservoir onder de motor om de verbruikte olie op te vangen. Draai de olieaftapschroef (14) open en laat de olie volledig weglopen. Gebruik een slang of een ander geschikt hulpmiddel. Controleer de toestand van de olieaftapschroef (14), de afdichting, de vuldop (15) en de torische afdichting en vervang defecte onderde-len. Schroef de olieaftapschroef (14) weer terug vast. Vul verse olie in de tank tot het maximum vulpeil is bereikt. Luchtlter (22) (afb. 18)Controleer de toestand van het luchtlter en reinig het elke 50 bedrijfsuren of elke 3 maanden. Gebruik voor de reiniging een milieuvriendelijk vetoplossend mid-del op waterbasis. Laat het luchtlter volledig drogen, plaats het weer terug en plaats het deksel terug. Let op.
Gebruik de motor nooit zonder luchtlter. Service-informatieLet op dat bij dit product de volgende delen onder-hevig zijn aan gebruiksmatige of natuurlijke slijtage, resp. de volgende delen als verbruiksmateriaal wordt gebruikt. Slijtageonderdelen*: Bougies, messen, luchtlters, alle bedrijfsmiddelen* niet persé in de leveringsomvang opgenomen. 11. OpslagAls de motorfrees gedurende een periode langer dan 30 dagen niet wordt gebruikt, moeten de volgende maatregelen worden genomen om de motorfrees voor te bereiden voor opslag. 1. Maak de tank volledig leeg. Opgeslagen brand-stof bevat ethanol of MTBE en kan binnen 30 dagen worden afgezet. Afgezette brandstof heeft een hoog kunststofgehalte en kan de carburateur verstoppen en de brandstofstroom beperken. 2. De motor starten en zo lang laten draaien tot deze stopt.
Vul met verse olie van de in de hand-leiding van de motor aanbevolen klasse. 4. De motor laten afkoelen. Verwijder de bougie en vul de cilinder met 30 ml kwalitatief hoogwaardi-ge motorolie. Trek vervolgens langzaam aan het starterkoord om de olie te verdelen. De bougie vervangen. OnderhoudEen regelmatig onderhoud zorgt voor een optimale conditie van uw motorfrees, verlengt de levensduur en ondersteunt optimale prestaties bij het werken in uw tuin. Reiniging van de grondfreesReinig de motorfrees aan de onderzijde van de grondfrees-bescherming na elk gebruik. Vuil kan ge-makkelijker worden afgewassen als het onmiddellijk met water wordt afgespoeld en niet kan indrogen. 1. Schakel de motor uit. De motor moet koud zijn. 2. Zet deze in positie “C” en koppel de bougiekabel los van de bougie. 3.
Verwijder planten, snoeren, draden en andere materialen die zich op de as tussen de grondfrees en de afdichting van de tandwielkast kunnen heb-ben opgehoopt. Controle van de koppeling1. De koppeling kan afslijten. Door slijtage kan de opening van de hendel vergroten en de bediening ervan worden bemoeilijkt. Dit betekent dat het bowden-trekmechanisme moet worden afgesteld. 2. Hiertoe de koppelingshendel terugzetten in oor-spronkelijke positie en de instellingsinrichting en de contramoer overeenkomstig instellen. 3. De motorfrees na elk gebruik droogwrijven en voorzien van een lichte laag vet of silicone om roestvorming en waterschade te voorkomen. 4. Plaats de bougiekabel weer terug. m LET OP. Gebruik voor het reinigen van uw mo-torfrees nooit een hogedrukreiniger.
Het water kan in krappe ruimtes van de motorfrees en in de behuizing van de aandrijving binnendringen en de spillen, tandwielen, lagers of de motor be-schadigen. Door het gebruik van hogedrukreini-gers wordt de levensduur en de werking geredu-ceerd. Onderhoud van de bougie (afb. 17)De bougie moet elke 50 bedrijfsuren worden gecon-troleerd.
Controleer de kleur van de afzettingen aan het einde van de bougie; de kleur moet lichtbruin zijn. Verwijder afzettingen met een harde borstel, gebruik hiervoor het beste een staalborstel. Controleer de afstand tussen de elektroden van de bougie en stel deze zo nodig opnieuw in. De afstand tussen moet tussen 0,7 en 0,8 mm liggen. Verversen van de motorolie (afb. 10)Wanneer:Na 20 bedrijfsurenNa 100 bedrijfsurenPlaats het apparaat op een stevige, gladde onder-.
www.scheppach.comNL | 143 m LET OP! Verwijder de bougie en laat alle olie uit de cilinder lopen voordat u de machine na op-slag weer opstart.5. Reinig de buitenkant van de motorfrees met een schone doek en verwijder vuil uit de ventilaties-leuven.m LET OP! Gebruik geen scherpe reinigingsmid-delen of reinigingsmiddelen op minerale olieba-sis om kunststofdelen te reinigen. Chemische sto?en kunnen kunststof beschadigen.6. Controleer op losgeraakte of beschadigde on-derdelen. Beschadigde onderdelen repareren of vervangen en losgeraakte schroeven en moeren aanhalen.7. De grondfrees demonteren. De grondfrees en de assen van de grondfrees reinigen en insmeren tegen roestvorming. De grondfrees op de grond-frees-assen monteren.8. De wielassen licht invetten. De gashendel en alle zichtbaar bewegende delen insmeren. De motor-afdekking niet afbouwen.9.
De motorfrees rechtop op een schone, droge lo-catie met goede ventilatie opslaan.m LET OP! Bewaar de motorfrees nooit met een met brandstof gevulde tank in een slecht geven-tileerd gebouw waar brandstofdampen in contact kunnen komen met ontstekingsvonken, signaal-lampen of overige ontstekingsbronnen. Alleen toegestane brandstoftanks gebruiken.12. Afvalverwijdering en recyclageAanwijzingen op de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn recyclebaar. Verpakkin-gen milieuvriendelijk afvoe-ren.Informatie over het afvoeren van versleten appa-ratuur kunt u opvragen bij uw gemeente.Brandsto?en en oliën• Voor het afvoeren van het apparaat moeten de brandstoftank en het motorreservoir worden ge-leegd!• Brandstof en motorolie horen niet bij het huishou-delijke afval of in het riool, maar moeten worden ingezameld resp. gescheiden worden afgevoerd!
www. scheppach. com144 | NL13. Herstellen van de foutProbleem Oorzaak OplossingDe motor start niet. 1. De koppelingshendel bevindt zich niet in de juiste positie2. De tank is leeg3. De luchtltercomponenten zijn verontreinigd4. De bougie is los5. Bougiekabel is niet goed bevestigd of losgekop-peld van de uitgang6. Onjuiste elektrodenafstand van de bougie7. Bougie defect8. Te veel brandstof in de carburateur - de gas-schakelaar staat op UIT (OFF). 1. De koppelingshendel in de juiste positie zetten2. De tank vullen3. De luchtltercomponenten reinigen. 4. De bougie op 25-30 Nm aanhalen5. De kabel op de bougie bevestigen. 6. De afstand van de elektroden instel-len op 0,7 tot 0,8 mm7. Een nieuwe bougie in de juiste posi-tie plaatsen8.
Het luchtlter verwijderen en her-haaldelijk aan de startkabel trekken totdat de carburateur schoon is en het luchtlter weer terugplaatsen - Zet de gasschakelaar in positie. Motor start slecht of heeft verminderd vermogen1. Bougiemodule defect2. Vuil, water of schimmel in de brandstoftank3. Het gat in de tankafvoer is verstopt4. De luchtltercomponenten zijn verontreinigd. 1. Neem contact op met de klanten-service. 2. Leeg, reinig de tank en vul deze met schone brandstof3. De tankafvoer reinigen of vervangen4. De luchtltercomponenten reinigenDe motor loopt onre-gelmatig1. De luchtltercomponenten zijn verontreinigd. 2. De koppelingshendel wordt geblokkeerd door vreemde deeltjes3. De koelribben en luchtinlaten onder de motor zijn verstopt1. De luchtltercomponenten reinigen2. Vreemde deeltjes verwijderen3.
Verwijder vreemde deeltjes uit koel-ribben en luchtinlatenMotor schokt bij hoge snelheden1. De elektrodenafstand op de bougie is te laag 1. De afstand van de elektroden instellen op 0,7 tot 0,8 mmMotor oververhit 1. De koelluchtstroom wordt gehinderd2. Bougie defect1. Verwijder alle vreemde deeltjes uit het frame, de ventilator, de luchtinla-ten en koelribben2. Installeer een LG F6TC-bougieMotor trilt ongewoon 1.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Scheppach MTP370 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden