Scheppach DP5000 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Scheppach DP5000 (132 pagina’s), behorend tot de categorie Overig. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Scheppach DP5000 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Scheppach |
| Categorie: | Overig |
| Model: | DP5000 |
Handleiding Scheppach DP5000 – volledige tekst
www. scheppach. com76 | NLNaast de in deze gebruikshandleiding opgenomen vei-ligheidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van ma-chines van hetzelfde type. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor on-gevallen of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze handleiding of de veiligheidsvoorschriften. 2. Productbeschrijving (afb. 1)1. Gashendel2. Motorschakelaar3. Stuurhendel rechts4. koppelingshendel5. Stuurhendel links6. Kantelhendel7. Versnellingspook8. Transportbak9. aandrijving10. KettingMotor (afb. 2 - 3)11. Gashendel12. Uitlaat13. Bougie14. Luchtlter15. Vleugelmoer16. Brandstofkraan17. chokehendel18. Startmotor met trekkabel19. Aan/uit-schakelaar20. Tankdop21. Brandstoftank22. Olieaftapplug23. Olievuldop met oliepeilstok3.
Leveringsomvang• Gebruikshandleiding• Bougiesleutel• Motorhandleiding• accessoiretas4. Beoogd gebruikDe machine is uitsluitend ontworpen voor kleine laad- en transporttaken in de tuin-, landschaps- en land-bouwsector. 1. InleidingFabrikant:Scheppach GmbHGünzburger Straße 69D-89335 IchenhausenGeachte klant,Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe apparaat. Aanwijzing:De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aan-sprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij:• ondeskundige behandeling• Niet in acht nemen van de gebruikshandleiding• Reparaties door derden, niet geautoriseerde vak-mensen• Inbouw en vervanging van niet-originele reserveon-derdelen• Niet-beoogd gebruikLet op:Lees voor de montage en voor de ingebruikname de complete tekst van de gebruikshandleiding door.
De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwij-zingen, hoe u met het apparaat veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, repa-ratiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het apparaat ver-hoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze ge-bruikshandleiding moet u absoluut de voor de werking van het apparaat geldende voorschriften van uw land in acht nemen. Bewaar de gebruikshandleiding bij het apparaat in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht. De ge-bruikshandleiding moet door elke operator voor aan-vang van de werkzaamheden worden gelezen en zorg-vuldig worden nageleefd. Aan het apparaat mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het apparaat geïnstrueerd en over de daarmee verbonden gevaren geïnformeerd zijn. De vereiste minimumleeftijd moet in acht worden geno-men.
• Maak er een gewoonte van om te controleren of moersleutels en gereedschap uit de buurt van de machine verwijderd zijn voordat u begint. Een moer-sleutel of gereedschap dat op een draaiend deel van de machine blijft liggen, kan letsel veroorzaken. • Blijf alert, let op wat u doet en gebruik uw gezond verstand wanneer u de machine gebruikt. De machine mag uitsluitend voor het voorgeschreven doel worden gebruikt. Elk ander of verdergaand ge-bruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ont-stane schade of elke vorm van letsel. Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de montagehandleiding en de aanwijzingen in de ge-bruikshandleiding maken deel uit van het beoogd ge-bruik. Personen die de machine bedienen of die onderhoud aan de machine verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren.
Bo-vendien moeten de van kracht zijnde voorschriften ter voorkoming van ongevallen strikt worden nageleefd. Andere algemene arbo-, gezondheids- en veiligheids-voorschriften moeten in acht worden genomen. De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan de machine worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade. De machine mag uitsluitend met de originele onderde-len en originele accessoires van de fabrikant worden gebruikt. Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd ge-bruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of indu-striële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het apparaat in be-drijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemin-gen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet. 5.
• Leer hoe u de machine kunt stoppen en de bestu-ring snel kunt loskoppelen. • Zorg ervoor dat u alle instructies en veiligheids-maatregelen leest en begrijpt, zoals beschreven in de handleiding van de motorfabrikant die apart bij uw machine wordt geleverd. • Probeer de machine niet te bedienen voordat u vol-ledig begrijpt hoe u de motor op de juiste manier moet bedienen en onderhouden en hoe u letsel en/of schade aan eigendommen kunt voorkomen.
www. scheppach. com78 | NL• Vermijd het creëren van ontstekingsbronnen voor gemorste brandstof. Probeer de motor niet te star-ten nadat u brandstof hebt gemorst, maar verplaats de machine weg van het gebied waar de brandstof is gemorst en vermijd het creëren van ontstekings-bronnen totdat de brandstofdamp is vervlogen. • Bewaar brandstof alleen in reservoirs die speciaal voor dit doel zijn goedgekeurd. • Bewaar brandstof altijd op een koele, goed geven-tileerde plaats, uit de buurt van vonken, open vuur of andere ontstekingsbronnen. • Bewaar brandstof of machines met brandstof in de tank nooit in een gebouw waar de brandstofdamp bereikbaar is voor vonken, open vuur of andere ont-stekingsbronnen, zoals waterkokers, ovens, was-drogers en dergelijke. Laat de motor voor de opslag in een gesloten ruimte afkoelen.
Gebruik en verzorging van de machine• Plaats de machine zo dat het niet kan bewegen tij-dens onderhoudswerkzaamheden, reiniging, afstel-ling, installatie van accessoires of reserveonderde-len en tijdens opslag. • De machine niet geforceerd bedienen. Gebruik de juiste machine voor uw toepassing. De juiste ma-chine zal het werk beter en veiliger doen wanneer deze op het nominale vermogen werkt. • Verander de instellingen van de motorbesturing niet en overschrijd het maximumtoerental van de motor niet. De regelaar regelt de maximale veilige werk-snelheid van de motor. • Laat de motor niet op een hoog toerental draaien zonder belasting. • Houd uw handen en voeten uit de buurt van draai-ende onderdelen. • Vermijd contact met hete brandstof, olie, uitlaatgas-sen en hete oppervlakken. Raak de motor of uitlaat niet aan. Deze onderdelen worden tijdens het ge-bruik extreem heet.
• Als de machine ongewone geluiden of trillingen maakt na het starten, moet u de motor onmiddel-lijk uitschakelen, de ontstekingskabel loskoppelen en de oorzaak vaststellen. Ongewone geluiden of trillingen zijn meestal een waarschuwing voor pro-blemen. • Gebruik alleen door de fabrikant goedgekeurde hulpstukken en accessoires. Het negeren van de-ze waarschuwing kan leiden tot letsel. • Leun er niet overheen. Bedien de machine niet op blote voeten of met sandalen of soortgelijk licht schoeisel aan. Draag veiligheidsschoenen die uw voeten beschermen en uw grip op gladde opper-vlakken verbeteren. • Zorg ervoor dat u altijd stabiel staat en in evenwicht bent. Hierdoor kunt u de machine beter onder con-trole houden in onverwachte situaties. • Vermijd onbedoeld starten.
Zorg ervoor dat de mo-tor is uitgeschakeld voordat u de machine vervoert of onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan de machine uitvoert. Het transport van of het uitvoeren van onderhouds- of reparatiewerkzaamheden aan een machine met een draaiende motor is een recept voor ongelukken. Veilige omgang met brandstof• Brandstof is licht ontvlambaar en de dampen ervan kunnen bij ontsteking plotseling ontsteken. Neem voorzorgsmaatregelen tijdens het gebruik om de kans op ernstig letsel te verkleinen. • Gebruik bij het tanken of aftappen van de brand-stoftank een goedgekeurde brandstoftank en werk in een schone, goed geventileerde buitenruimte. Roken, vonken, open vuur of andere ontstekings-bronnen in de buurt van het werkgebied tijdens het tanken of het bedienen van de machine zijn verbo-den. Tank nooit brandstof binnenshuis.
Verwijder nooit de tank-dop en vul nooit brandstof bij terwijl de motor draait of heet is. Gebruik de machine nooit met bekende lekken in het brandstofsysteem. • Draai de tankdop langzaam los om de druk in de tank langzaam te laten ontsnappen. • Vul de brandstoftank nooit te vol. De tank mag tot maximaal 12,5 mm (1/2”) onder de onderrand van de vulopening worden gevuld, omdat de brandstof door de hitte van de motor kan uitzetten. • Plaats alle doppen van de brandstoftank en tanks stevig terug en veeg gemorste brandstof op. Ge-bruik de machine nooit zonder dat de tankdop goed op zijn plaats zit.
www. scheppach. comNL | 79 • Restrisico’s kunnen worden geminimaliseerd als de “veiligheidsvoorschriften” en het “gebruik conform de voorschriften” alsook de bedieningshandleiding worden opgevolgd. • Gebruik gereedschap dat in deze gebruikshand-leiding wordt aanbevolen. U verkrijgt dan optimale prestaties met uw machine. • Houd uw handen buiten de werkomgeving, wanneer de machine in bedrijf is. 7. Technische gegevensMotor1 cilinder, 4-takt OHV-motorMotorvermogen 4,1 kWCilinderinhoud 196 cm³Versnellingen 3 vooruit + 1 achteruit1e versnelling 1,57 km/u2e versnelling 2,93 km/u3e versnelling 3,66 km/uSnelheid achteruit 1,14 km/uDraagvermogen 500 kgLengte transportbak 950 mmBreedte transportbak 680 mmDiepte transportbak 465 mmGewicht 255.
5 kgMotortype 4-taktmotorStationair toerental 3000 min-1Maximum toerental 3600 min-1MotorstarterTrekstarter (Startmotor met trekkabel)BrandstofLoodvrije benzine vanaf octaangehalte 90 en een max. bio-ethanol gehalte van 5%CO2-uitstoot 811,46 g/kWhTankinhoud brandstof 3,6 lTankinhoud motorolie 0,6 lTankinhoud transmissieolie0,6 l6. Aanvullende veiligheidsvoorschrif-ten• Inspecteer zorgvuldig het gebied waar gewerkt moet worden en houd de werkomgeving schoon en vrij van vuil om struikelgevaar te voorkomen. Werk op een vlakke, gladde ondergrond. • Plaats tijdens montage, installatie, bediening, on-derhoud, reparatie of transport nooit enig deel van uw lichaam in een positie waarin u gevaar loopt bij beweging. • Houd alle toeschouwers, kinderen en huisdieren op minstens 23 meter (75 voet) afstand. Stop de ma-chine onmiddellijk als er iemand in de buurt komt.
• Klim niet op de laadbak en vervoer geen passagiers. • Parkeer de machine nooit op een plaats met een onstabiele ondergrond die zou kunnen bezwijken, vooral niet wanneer de machine geladen is. • Laat de koppelingshendel los voordat u de motor start. • Start de motor voorzichtig volgens de instructies en houd uw voeten uit de buurt van de bewegen-de delen.
- Voer brandstof wat u niet nodig heeft, in een lucht-dichte tank en bewaar deze in een donkere, koele ruimte. Controle voor gebruik• Controleer alle zijdes van de motor op olie of brand-stoekken. • Controleer het motoroliepeil. • Controleer het brandstofpeil – de tank moet min-stens halfvol zijn. • Controleer de conditie van het luchtlter. • Controleer de conditie van de brandstoeidingen. • Controleer of de bougiestekker aan de bougie is be-vestigd. • Let op tekenen van schade. • Controleer of alle veiligheidsafdekkingen zijn aan-gebracht en of alle schroeven, moeren en pennen zijn aangedraaid. 9. 1 Motorolie bijvullen (afb. 3)m Let op. De dumper wordt geleverd zonder motorolie. Voor ingebruikname daarom altijd olie bijvullen. Ge-bruik hiertoe multipurpose olie (SAE 10W-30 of SAE 10W-40). Controleer regelmatig voor elke ingebruikname het oliepeil.
Een te laag oliepeil kan de motor beschadi-gen. 1. Plaats de dumper op een vlak, recht oppervlak. 2. Schroef de oliepeilstok (23) los. 3. Vul de tank met motorolie met behulp van een trechter (niet meegeleverd). Let op de max. vul-hoeveelheid van 600 ml. Vul de olie voorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp. 4. Veeg de oliepeilstok (23) met een schone, pluis-vrije doek schoon. 5. Steek de oliepeilstok (23) weer in en controleer het oliepeil zonder de peilstok weer vast te schroeven. 6. Het oliepeil moet binnen de middelste markering op de oliepeilstok staan. 7. Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolen hoeveelheid olie toe (max. 600 ml). 8. Schroef de oliepeilstok (23) vervolgens weer vast.
www. scheppach. com82 | NL3. Trek de tuimelhendel (6) met uw rechterhand in richting C om de transportbak (8) te laten zak-ken. Het hydraulische systeem bedient en laat de transportbak (8) zakken met de hydraulische cilinder. Wanneer de transportbak (8) in de ge-wenste positie is neergelaten, trekt u de kantel-hendel (6) terug naar de oorspronkelijke positie en vergrendelt u deze stevig met de sluitplaat. Laat de bedieningshendel tijdig los wanneer de trans-portbak (8) in de respectieve eindposities staat. Anders loopt u het risico het hydraulische systeem te overbelasten. 10. 7 De motor starten (afb. 1, 2)Volg de onderstaande procedure voor een koude start:1. Draai de chokehendel (17) op de motor in de vol-ledig bediende stand. 2. Zet de gashendel (1) op de bovenste handgreep in de halfopen stand. 3. Zet de motorschakelaar (19) aan. 4.
Trek enkele keren langzaam aan het starterkoord (18) zodat de benzine in de carburateur stroomt. Houd vervolgens de starthendel stevig vast en trek de kabel een beetje uit totdat u weerstand voelt. Trek het koord vervolgens snel in één be-weging uit en laat het koord langzaam oprollen. Laat het koord niet terugveren. Trek indien no-dig enkele keren aan het koord tot de motor start. 5. Laat de motor enkele seconden warmdraaien. Zet dan de chokehendel (17) geleidelijk in de stand “OPEN”. Bij het opnieuw starten van een motor die al warm is door eerdere werking, hoeft de cho-ke normaal gesproken niet te worden gebruikt. 6. Zet de gashendel (1) op de bovenste handgreep in de halfopen stand. 7. Als de motor warm is, houdt u de starthendel ste-vig vast en trekt u de kabel iets uit totdat u weer-stand voelt. Trek het koord vervolgens snel in één beweging uit en laat het koord langzaam oprollen.
Laat het koord niet terugveren. 10. 8 BedrijfAANWIJZING. - Ontkoppel altijd voordat u start. - Bedien de dumper altijd met beide handen. - Wissel alleen bij stilstand van versnelling. - Wissel de versnelling nooit in een helling. 1.
Trek na het opwarmen aan de gashendel (1) om het motortoerental te verhogen. De motor stopt wanneer de aan/uit-schakelaar (19) in de OFF-stand wordt gezet. 10. 2 Koppelingshendel (4)• Bedienen van de koppelingshendel (4) - Koppeling ingeschakeld:• Ontgrendelen van de koppelingshendel (4) - Koppeling ontkoppeld. 10. 3 Gashendel (1)De gashendel (1) regelt de snelheid van de motor. Als de hendel in de getoonde richting wordt bewogen, loopt de motor sneller (H) of langzamer (L). Snel = Langzaam = 10. 4 Linker stuurhendel (5) en rechter stuurhendel (3) (afb. 1)• Bedien de linker stuurhendel (18) om naar links te sturen. • Bedien de rechter stuurhendel (3) om naar rechts te sturen. 10. 5 Versnellingspook (7)• De versnellingshendel (7) regelt het vooruit- of ach-teruitrijden van de machine.
• U kunt de versnellingshendel (7) gebruiken om te kiezen tussen 3 vooruitversnellingen en één achter-uitversnelling. 10. 6 Kantelhendel (6) (afb. 4, 5)Pas op voor plotselinge veranderingen in het zwaartepunt bij het uitkiepen. Controleer voordat u met het werk begint altijd of de transportbak (8) goed vergrendeld is. 1. Trek met uw linkerhand aan de sluitplaat in rich-ting A en ontgrendel de kantelhendel (6). 2. Trek de kantelhendel (6) met uw rechterhand in richting B om de transportbak (8) op te tillen. Het hydraulische systeem werkt en tilt de transportbak (8) op met de hydraulische cilinder. Wanneer de transportbak (8) in de gewenste positie geheven is, trekt u de kantelhendel (6) terug naar zijn oor-spronkelijke positie en vergrendelt u hem stevig met de sluitplaat, anders beweegt de transportbak (8) naar de eindpositie.
www. scheppach. comNL | 83 10. 10 De motor uitschakelenZet de aan/uit-schakelaar (19) op “OFF” om de motor in geval van nood te stoppen. Gebruik onder normale omstandigheden het volgende proces. 1. Zet de gashendel (1) in de stand “SLOW”. 2. Laat de motor één of twee minuten stationair draaien. 3. Schakel de aan/uit-schakelaar (19) op “OFF”. 4. Draai de brandstofkraan (16) naar de stand “OFF”. m Let op. Gebruik nooit de choke-hendel (17) om de motor uit te zetten. Dit kan leiden tot ontstekingsfouten of motorschade. 11. Reinigingm Let op. Schakel altijd de motor uit en verwijder de bougiestek-ker alvorens reinigingswerkzaamheden uit te voeren. Wij adviseren om het apparaat direct na elk gebruik te reinigen. Reinig het apparaat regelmatig met een vochtige doek en wat zachte zeep. Gebruik geen reinigings- of op-losmiddelen.
Hierdoor kunnen de kunststofonderdelen van het apparaat worden aangetast. Let op dat er geen water in het apparaat terecht komt. 12. Transportm WAARSCHUWING. Gevaar voor letsel. Het ongewenst en onverwacht starten van het product kan leiden tot letsel. - Schakel na het laden de motor uit en verwijder, na-dat de motor is afgekoeld, de bougiestekker van de bougie. - Het product kan door zijn eigen gewicht ernstige verwondingen door beknelling veroorzaken. Laat de motor afkoelen voordat u deze vervoert of laadt om brandwonden en brandgevaar te voorkomen. Maak de brandstoftank volledig leeg bij transport over lange afstanden. Borg de machine op het transportvoertuig tegen rollen, wegglijden of omvallen en sjor de dumper extra vast. 2. Schakel de gewenste versnelling in en bedien de koppelingshendel (4) langzaam.
Als de versnelling niet meteen aangrijpt, laat u de koppelingshendel langzaam los en probeert u het opnieuw. Hierdoor wordt de dumper in beweging gezet. 3. De dumper heeft stuurhendels aan het stuur, wat het sturen erg gemakkelijk maakt.
www. scheppach. comNL | 85 7. Draai aansluitend de olievuldop met oliepeilstok (23) rechtsom weer vast. 14. 6 Onderhoud van het luchtlter (afb. 5)m GEVAAR. Brand- en explosiegevaar. Brandstof kan bij een incorrecte reiniging ontsteken en eventueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandin-gen of zelfs de dood. - Reinig het luchtlter uitsluitend door het uit te klop-pen of uit te blazen met perslucht. - Reinig het luchtlter nooit met benzine of brandbare oplosmiddelen. AANWIJZING. Risico op materiële schade. Het bedrijf van de motor zonder ingezet lterelement kan tot motorschade leiden. - Laat de motor nooit zonder ingezet luchtlterele-ment draaien. Een vervuild luchtlterelement vermindert het motor-vermogen als gevolg van onvoldoende luchttoevoer naar de carburateur. Regelmatige controle is dus es-sentieel.
Het luchtlter moet elke 10 bedrijfsuren worden gecon-troleerd en indien nodig worden gereinigd. 1. Schroef de vleugelmoer (15) los en verwijder het luchtlterdeksel (14). 2. Controleer het luchtlterdeksel (14) op gaten of scheuren. Vervang elk beschadigd element. 3. Schroef de binnenste vleugelmoer (14a) los en verwijder het lterelement. 4. Veeg vuil aan de binnenkant van het lterhuis weg met een schone, vochtige doek. Zorg ervoor dat er geen vuil in de opening komt. Plaats het luchtlter-deksel (14) voor de duur van de lterreiniging weer terug op het lterhuis. 5. Verwijder het schuimlter (14c). Controleer het op beschadiging en vervang het indien nodig. 6. Blaas het schuimlter (14c) met perslucht grondig uit. 7. Verwijder het papieren lter (14b). Controleer het op beschadiging en vervang het indien nodig. 8. Blaas het papierlter (14b) van binnen naar buiten uit met perslucht.
www.scheppach.com88 | NL16. Verhelpen van storingenDe volgende tabel toont storingssymptomen en beschrijft hoe u deze op kunt lossen, als uw machine niet goed werkt. Als u het probleem hiermee niet kunt vinden en oplossen, neem dan contact op met uw service-werkplaats.Storing Mogelijke oorzaak OplossingDe motor start niet.Bougiestekker losgekoppeld.Sluit de bougiekabel goed aan op de bougie.Geen brandstof of oude brandstof. Met schone, verse benzine vullen.Choke niet in open positie.De gashendel moet bij een koude start in de stand Choke worden gezet.Brandstoeiding geblokkeerd. Reinig de brandstoeiding.Vervuilde bougie. Reinigen, afstand instellen of vervangen.Motor is verzopen.Wacht een paar minuten voordat u opnieuw start, maar laat de motor niet aanlopen.Motor loopt onregelmatig.Bougiekabel los.Sluit de bougiekabel aan en maak hem vast.Motor loopt met CHOKE.
Zet de chokehendel op OFF.Brandstoeiding verstopt of oude brandstof.Reinig de brandstoeiding. Vul de tank met schone, verse benzine.Ventilator verstopt. Luchtlter reinigen.Water of vuil in het brandstofsysteem.Maak de tank leeg. Vul de tank met verse brandstof.Vuil luchtlter. Reinig of vervang het luchtlter.Onjuiste instelling carburateur. Neem contact op met de klantenservice.Motor oververhit.Motoroliepeil laag. Vul het carter met de juiste olie.Vuil luchtlter. Luchtlter reinigen.Luchtstroom beperkt. Verwijder en reinig de behuizing.Carburateur niet goed afgesteld.
Neem contact op met de klantenservice.Een van de beide kettingen is geblokkeerd.Er zijn vreemde voorwerpen vast komen te zitten tussen de ketting en het frame.Verwijder het vreemde voorwerp.De machine beweegt niet als de motor draait.De versnelling was niet goed gekozen.Controleer of de versnellingshendel niet in twee verschillende versnellingen staat.De aandrijfkettingen zijn niet voldoende gespannen.Span de kettingen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Scheppach DP5000 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Overig Scheppach
Handleiding Overig
Nieuwste handleidingen voor Overig