Rothenberger RODIACUT 250 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Rothenberger RODIACUT 250 (140 pagina’s), behorend tot de categorie Boormachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 24 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Rothenberger RODIACUT 250 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/140
RODIACUT 150 - 250
RODIACUT 150 - 250
rothenberger.com
DE Bedienungsanleitung
EN Instructions for use
FR Instruction d’utilisation
ES Instrucciones de uso
IT Istruzioni d’uso
NL Gebruiksaanwijzing
PT Instruções de serviço
DA Brugsanvisning
SV Bruksanvisning
NO Bruksanvisning
FI Käyttöohje
PLInstrukcjaobsługi
CSNávodkpoužívání
TR Kullanim kilavuzu
HU Kezelési útmutató
SL Navodilo za uporabo
ELΟδηγίεςχρήσεως
RUИнструкцияпоиспользованию

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Rothenberger
Categorie: Boormachine
Model: RODIACUT 250

Handleiding Rothenberger RODIACUT 250 – volledige tekst

42 NEDERLANDS 1 Aanwijzingen betreffende de veiligheid 1. 1 Doelmating gebruik De diamantkernboorstander RODIACUT 150 en 250 mag alleen worden gebruikt voor het boren in gewapend beton, metselwerk, asfalt en andere soorten gesteente met passende boorkroon. De boorstander RODIACUT 150 is als houder bestemd voor de boormotor RODIADRILL 160 en 200, en de boorstander RODIACUT 250 voor de boormotor RODIADRILL 200 en 500. 1. 2 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappen WAARSCHUWING. Lees alle veiligheidswaarschuwingen, aanwijzingen, afbeel-dingen en specificaties die bij dit elektrische gereedschap worden geleverd. Als de hieronder vermelde aanwijzingen niet worden opgevolgd, kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle waarschuwingen en voorschriften voor toekomstig gebruik.

Het in de waarschuwingen gebruikte begrip „elektrisch gereedschap” heeft betrekking op elektri-sche gereedschappen voor gebruik op het stroomnet (met netsnoer) en op elektrische gereed-schappen voor gebruik met een accu (zonder netsnoer). 1) Veiligheid van de werkomgeving a) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelige of onverlichte werk-omgeving kan tot ongevallen leiden. b) Werk met het elektrische gereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waar-in zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. Elektri-sche gereedschappen veroorzaken vonken die het stof of de dampen tot ontsteking kunnen brengen. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrische gereed-schap uit de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het gereedschap verliezen.

2) Elektrische veiligheid a) De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers in combinatie met geaarde elektrische gereedschappen.

Onveranderde stekkers en pas-sende stopcontacten beperken het risico van een elektrische schok. b) Voorkom aanraking van het lichaam met geaarde oppervlakken, bijvoorbeeld van bui-zen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is. c) Houd het elektrische gereedschap uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in het elektrische gereedschap vergroot het risico van een elektrische schok. d) Gebruik de kabel niet voor een verkeerd doel, om het elektrische gereedschap te dra-gen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende gereedschapdelen. Beschadig-de of in de war geraakte kabels vergroten het risico van een elektrische schok.

e) Wanneer u buitenshuis met elektrisch gereedschap werkt, dient u alleen verlengka-bels te gebruiken die voor gebruik buitenshuis zijn goedgekeurd. Het gebruik van een voor gebruik buitenshuis geschikte verlengkabel beperkt het risico van een elektrische schok. f) Als het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving onvermij-delijk is, dient u een aardlekschakelaar te gebruiken. Het gebruik van een aardlekscha-kelaar vermindert het risico van een elektrische schok. 3) Veiligheid van personen a) Wees alert, let goed op wat u doet en ga met verstand te werk bij het gebruik van het elektrische gereedschap. Gebruik het gereedschap niet wanneer u moe bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van het gereedschap kan tot ernstige verwondingen leiden.

NEDERLANDS 43 b) Draag persoonlijke beschermende uitrusting en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermende uitrusting zoals een stofmasker, slipvaste werkschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van het elektrische gereedschap, vermindert het risico van verwondingen. c) Voorkom per ongeluk inschakelen. Controleer dat het elektrische gereedschap uitge-schakeld is voordat u de stekker in het stopcontact steekt of de accu aansluit en voordat u het gereedschap oppakt of draagt. Wanneer u bij het dragen van het elektri-sche gereedschap uw vinger aan de schakelaar hebt of wanneer u het gereedschap inge-schakeld op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden. d) Verwijder instelgereedschappen of schroefsleutels voordat u het elektrische gereed-schap inschakelt.

Een instelgereedschap of sleutel in een draaiend deel van het gereed-schap kan tot verwondingen leiden. e) Voorkom een onevenwichtige lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en steeds in evenwicht blijft. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte si-tuaties beter onder controle houden. f) Draag geschikte kleding. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd haren, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, sie-raden en lange haren kunnen door bewegende delen worden meegenomen. g) Wanneer stofafzuigings- of stofopvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, dient u zich ervan te verzekeren dat deze zijn aangesloten en juist worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging beperkt het gevaar door stof.

h) Ondanks het feit dat u eventueel heel goed vertrouwd bent met het gebruik van ge-reedschappen, moet u ervoor zorgen dat u niet nonchalant wordt en veiligheidsvoor-schriften voor het gereedschap gaat negeren. Een onoplettende handeling kan binnen een fractie van een seconde ernstig letsel veroorzaken.

4) Zorgvuldige omgang met en zorgvuldig gebruik van elektrische gereedschappen a) Overbelast het gereedschap niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor be-stemde elektrische gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u be-ter en veiliger binnen het aangegeven capaciteitsbereik. b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch ge-reedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden ge-repareerd. c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of neem de accu (indien uitneembaar) uit het elektrische gereedschap, voordat u het elektrische gereedschap instelt, accessoires wisselt of het elektrische gereedschap opbergt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt on-bedoeld starten van het elektrische gereedschap. d) Bewaar niet-gebruikte elektrische gereedschappen buiten bereik van kinderen.

Laat het gereedschap niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn en deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk wanneer deze door onervaren personen worden gebruikt. e) Pleeg onderhoud aan elektrische gereedschappen en accessoires. Controleer of be-wegende delen van het gereedschap correct functioneren en niet vastklemmen en of onderdelen zodanig gebroken of beschadigd zijn dat de werking van het elektrische gereedschap nadelig wordt beïnvloed. Laat deze beschadigde onderdelen voor het gebruik repareren. Veel ongevallen hebben hun oorzaak in slecht onderhouden elektrische gereedschappen. f) Houd snijdende inzetgereedschappen scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snij-dende inzetgereedschappen met scherpe snijkanten klemmen minder snel vast en zijn ge-makkelijker te geleiden.

44 NEDERLANDS h) Houd handgrepen en greepvlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Gladde handgrepen en greepvlakken verhinderen dat het gereedschap in onverwachte situaties vei-lig kan worden gehanteerd en bediend. 5) Service a) Laat het elektrische gereedschap alleen repareren door gekwalificeerd en vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het gereedschap in stand blijft. 1. 3 Veiligheidsinstructies De veiligheids- en werkinstructies voor de gebruikte boormotor lezen en begrijpen. Bij de inbedrijfstelling, bij werkzaamheden en bij het onderhoud van de machine dienen de des-betreffende voorschriften voor ongevallenpreventie van de ongevallenverzekeringen in acht te worden genomen. Stel water-, gas- en stroomleidingen in de omgeving van de borging buiten werking.

Controleer of er aan de uittreezijde van de boring geen installaties en apparaten door koelwater of vallende boorkernen kunnen worden beschadigd of dat personen letsel kunnen oplopen. Dit geldt in het bijzonder voor bewoonde gebouwen. Beveilig de kernbooreenheid bij boringen in muren of bovenhoofds extra tegen neerstorten. De handgreep is niet voor de hoge belasting bij vallen geconstrueerd en mag niet als kabeloog of voor transport- en veiligheidsdoeleinden worden gebruikt. 2 Technische gegevens RC 150 RC 250 Afmetingen (l x b x h). 430 x 250 x 810 mm. 620 x 240 x 970 mm Boorslag max. 450 mm. 650 mm Boorbereik met boormotor RD 160. boormotor RD 200. boormotor RD 500. Ø 10 – 132 mm. Ø 10 – 152 mm. ---. Ø 10 – 132 mm Ø 10 – 200 mm Ø 30 – 250 mm Boordiepte zonder verlenging. 300 - 430 mm. 430 - 500 mm Motorhouder. Ø 56 / 60 mm. Zwaluwstaartgeleiding Ø 56 / 60 mm Gewicht ca. 10 kg.

NEDERLANDS 45 Aangezien het systeem bestaat uit op elkaar afgestemde componenten, mag u uitsluitend origi-nele ROTHENBERGER onderdelen, toebehoren en diamantboorkronen gebruiken, om steeds een optimaal functioneren van de machine te kunnen waarborgen. 3. 2 Inbedrijfstelling Positionering: Let op de positie van de ringschroeven (5). De ringschroeven mogen niet aan de onder-kant van de bodemplaat uitsteken.  Boorgat afmeten en boorgatmidden aantekenen.  Middenaanwijzer boorgat (6) uitklappen en bodemplaat (8) afstellen en bevestigen. De optimale bevestigingsmogelijkheid is afhankelijk van de omstandigheden op de bouwplaats. (zie bevestigingsmogelijkheden punt 3. 3) De uiteindelijke fijne uitlijning of afstelling van de boorstander bereikt u door vastzetten van de vier ringschroeven (5), bij gebruik van de beide waterpassen (18).

3,0 m Opmerking: Om beschadiging van plafond en muren door de snelspankolom te voor-komen, plaatst u een stuk hout of dergelijke tussen kolomeinde en plafond, zodat de aandrukkracht over een groter oppervlak wordt verdeeld. De bijgevoegde gebruiksaanwijzing van de snelspankolom lezen en begrijpen. c) Bevestiging door vacuümset (Art. nr. FF35710= RC 150; FF35740= RC 250; afbeelding B-3) met vacuümpomp (Art. nr. FF35200)  Plaats de sponsrubberring in de ingewerkte groef in de bodemplaat (8) van de boorstander.  De vacuümset met behulp van de snelkoppeling aansluiten op de vacuümpomp.  De vacuümpomp aansluiten op het stroomnet en inschakelen.  De bodemplaat (8) positioneren en het vacuümaansluitstuk met de driewegkogelkraan in het slobgat van de bodemplaat plaatsen.

46 NEDERLANDS Voor het verplaatsen van de boorstander op de ondergrond, drukt u op de ontluchtingsknop (9) in de voetplaat. Max. boorgebied met vacuümtechniek: horizontaal Ø 150 mm verticaal Ø 250 mm De vacuümtechniek kan slechts worden toegepast op een effen ondergrond, omdat alleen hier een vacuüm kan worden bereikt dat voldoende is. Nooit op de bepleiste-ring aanzuigen. De boorstander kan van de muur loskomen. Ingeval van stroomuitval zorgt er de veiligheidsketel van de vacuümpomp RODIA-VAC voor, dat de machine nog ca. 1 à 2 minuten op de ondergrond blijft vastgezogen. Deze tijdspanne is ech-ter heel erg afhankelijk van de dichtheid van het systeem en van de gesteldheid van de onder-grond. Tijdens het boren permanent de onderdruk controleren. De druk mag niet onder0,8 bar dalen. De machine dient bij stroomuitval onmiddellijk van de muur te worden geno-men.

NEDERLANDS 47 – Dompelpomp met emmer Let op: Er dient steeds voor voldoende watertoevoer voor de koeling van de boor-kroon te worden gezorgd, omdat de boorkroon anders heel snel te heet wordt en segmenten kunnen loskomen. Opmerking: Van het gebruik van "waterdrukvaten" vanaf een boordiameter van 200 mm raden wij dringend af, omdat hier niet voor een voldoende controle van de watertoevoer kan worden gezorgd.  In de rubberplaat een gat snijden in overeenstemming met de boorkroondiameter (lucht-spleet tussen uitgesneden rubberdichting en boorkroon ca. 2 à 3 mm).  De rubberplaat op de waterafzuigring plaatsen. Boren: De gebruiksaanwijzing van de boormotor lezen en begrijpen.  Waterkraan opendraaien of waterzuiger inschakelen. (Er moet minstens zoveel waterdruk aanwezig zijn, dat de boorsuspensie uit het boorgaat wordt getransporteerd.

)  De arrêtering (1) opschuifmechanisme losmaken en met het handwiel (11) de boormachine tot de gewenste boordiepte naar beneden draaien.  De motor uitzetten en terugdraaien tot de boorkroon volledig zichtbaar is. Mocht de boor komen vast te zitten, moet u de boormotor op een laag toerental onder koelwater weer aanzetten en de boorkroon terugtrekken. 4 Instandhouding en onderhoud Om beschadigingen van de machine te voorkomen en een storingsvrij werken te kunnen waar-borgen, moeten alle delen regelmatig worden gereinigd en gesmeerd. Na het boren dient de boorstander met water te worden afgespoeld en grondig van de boorsus-pensie te worden gereinigd. Bijzondere zorg moet hier aan de geleidingskolom en de opschuif-eenheid worden besteed. De hierna genoemde werkzaamheden dienen minstens wekelijks te worden uitgevoerd. Bij in-tensievere werkzaamheden moet dit vaker gebeuren.

Alle onderhouds-, instandhoudings- en reparatiewerkzaamheden mogen slechts door geïnstrueerd deskundig personeel worden uitgevoerd. 5 Toebehoren Passende accessoires vindt u in de hoofdcatalogus of op www. rothenberger. com 6 Klantenservice De ROTHENBERGER service-locaties zijn er om u te helpen (zie lijst in de catalogus of online). Via deze service-locaties zijn ook vervangende onderdelen verkrijgbaar. Bestel uw accessoires en reserveonderdelen via de vakhandel of RO SERVICE+ online: ℡ + 49 (0) 61 95/ 800 8200  + 49 (0) 61 95/ 800 7491  service@rothenberger. com - www. rothenberger. com.

48 NEDERLANDS 7 Afvalverwijdering Delen van het apparaat zijn recyclebare materialen en kunnen dus opnieuw worden gebruikt. Hiertoe staan geregistreerde en gecertificeerde recyclebedrijven ter beschikking. Voor de mili-euvriendelijke verwerking van de niet-recyclebare delen (bijv. elektronisch schroot) dient u de plaatselijk bevoegde afvaldiensten te raadplegen. Alleen voor de EU-landen: Werp elektrisch gereedschap niet in het huisvuil! Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende uitgediende elektro- en elektronica-apparatuur en haar omzet-ting in nationaal recht moet niet meer bruikbaar elektrisch gereedschap afzonderlijk worden verzameld en milieuvriendelijk voor recycling beschikbaar worden gesteld.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Rothenberger RODIACUT 250 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden