Rothenberger RODIACUT 170 PRO Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Rothenberger RODIACUT 170 PRO (156 pagina’s), behorend tot de categorie Boormachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 42 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Rothenberger RODIACUT 170 PRO of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Rothenberger |
| Categorie: | Boormachine |
| Model: | RODIACUT 170 PRO |
Handleiding Rothenberger RODIACUT 170 PRO – volledige tekst
46 NEDERLANDS 1 Aanwijzingen betreffende de veiligheid 1. 1 Doelmating gebruik De diamantboormachine RODIADRILL 160 + 200 is bestemd voor natboren met passende dia-mantboorkroon en een watertoevoer in gewapend beton en metselwerk. Mits montage van de zuigrotor (toebehoren) kan de machine ook worden gebruikt voor het droogboren met passende diamantboorkroon. 1. 2 Algemene veiligheidswaarschuwingen voor elektrische gereedschappen WAARSCHUWING. Lees alle veiligheidswaarschuwingen, aanwijzingen, afbeel-dingen en specificaties die bij dit elektrische gereedschap worden geleverd. Als de hieronder vermelde aanwijzingen niet worden opgevolgd, kan dit een elektrische schok, brand en/of ernstig letsel tot gevolg hebben. Bewaar alle waarschuwingen en voorschriften voor toekomstig gebruik.
Het in de waarschuwingen gebruikte begrip „elektrisch gereedschap” heeft betrekking op elektri-sche gereedschappen voor gebruik op het stroomnet (met netsnoer) en op elektrische gereed-schappen voor gebruik met een accu (zonder netsnoer). 1) Veiligheid van de werkomgeving a) Houd uw werkomgeving schoon en goed verlicht. Een rommelige of onverlichte werk-omgeving kan tot ongevallen leiden. b) Werk met het elektrische gereedschap niet in een omgeving met explosiegevaar waar-in zich brandbare vloeistoffen, brandbare gassen of brandbaar stof bevinden. Elektri-sche gereedschappen veroorzaken vonken die het stof of de dampen tot ontsteking kunnen brengen. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik van het elektrische gereed-schap uit de buurt. Wanneer u wordt afgeleid, kunt u de controle over het gereedschap verliezen.
2) Elektrische veiligheid a) De aansluitstekker van het elektrische gereedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag in geen geval worden veranderd. Gebruik geen adapterstekkers in combinatie met geaarde elektrische gereedschappen. Onveranderde stekkers en pas-sende stopcontacten beperken het risico van een elektrische schok.
b) Voorkom aanraking van het lichaam met geaarde oppervlakken, bijvoorbeeld van bui-zen, verwarmingen, fornuizen en koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico door een elektrische schok wanneer uw lichaam geaard is. c) Houd het elektrische gereedschap uit de buurt van regen en vocht. Het binnendringen van water in het elektrische gereedschap vergroot het risico van een elektrische schok. d) Gebruik de kabel niet voor een verkeerd doel, om het elektrische gereedschap te dra-gen of op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trekken. Houd de kabel uit de buurt van hitte, olie, scherpe randen en bewegende gereedschapdelen. Beschadig-de of in de war geraakte kabels vergroten het risico van een elektrische schok. e) Wanneer u buitenshuis met elektrisch gereedschap werkt, dient u alleen verlengka-bels te gebruiken die voor gebruik buitenshuis zijn goedgekeurd.
Het gebruik van een voor gebruik buitenshuis geschikte verlengkabel beperkt het risico van een elektrische schok. f) Als het gebruik van het elektrische gereedschap in een vochtige omgeving onvermij-delijk is, dient u een aardlekschakelaar te gebruiken. Het gebruik van een aardlekscha-kelaar vermindert het risico van een elektrische schok. 3) Veiligheid van personen a) Wees alert, let goed op wat u doet en ga met verstand te werk bij het gebruik van het elektrische gereedschap. Gebruik het gereedschap niet wanneer u moe bent of onder invloed staat van drugs, alcohol of medicijnen. Een moment van onoplettendheid bij het gebruik van het gereedschap kan tot ernstige verwondingen leiden.
NEDERLANDS 47 b) Draag persoonlijke beschermende uitrusting en altijd een veiligheidsbril. Het dragen van persoonlijke beschermende uitrusting zoals een stofmasker, slipvaste werkschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, afhankelijk van de aard en het gebruik van het elektrische gereedschap, vermindert het risico van verwondingen. c) Voorkom per ongeluk inschakelen. Controleer dat het elektrische gereedschap uitge-schakeld is voordat u de stekker in het stopcontact steekt of de accu aansluit en voordat u het gereedschap oppakt of draagt. Wanneer u bij het dragen van het elektri-sche gereedschap uw vinger aan de schakelaar hebt of wanneer u het gereedschap inge-schakeld op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot ongevallen leiden. d) Verwijder instelgereedschappen of schroefsleutels voordat u het elektrische gereed-schap inschakelt.
Een instelgereedschap of sleutel in een draaiend deel van het gereed-schap kan tot verwondingen leiden. e) Voorkom een onevenwichtige lichaamshouding. Zorg ervoor dat u stevig staat en steeds in evenwicht blijft. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte si-tuaties beter onder controle houden. f) Draag geschikte kleding. Draag geen loshangende kleding of sieraden. Houd haren, kleding en handschoenen uit de buurt van bewegende delen. Loshangende kleding, sie-raden en lange haren kunnen door bewegende delen worden meegenomen. g) Wanneer stofafzuigings- of stofopvangvoorzieningen kunnen worden gemonteerd, dient u zich ervan te verzekeren dat deze zijn aangesloten en juist worden gebruikt. Het gebruik van een stofafzuiging beperkt het gevaar door stof.
h) Ondanks het feit dat u eventueel heel goed vertrouwd bent met het gebruik van ge-reedschappen, moet u ervoor zorgen dat u niet nonchalant wordt en veiligheidsvoor-schriften voor het gereedschap gaat negeren. Een onoplettende handeling kan binnen een fractie van een seconde ernstig letsel veroorzaken.
4) Zorgvuldige omgang met en zorgvuldig gebruik van elektrische gereedschappen a) Overbelast het gereedschap niet. Gebruik voor uw werkzaamheden het daarvoor be-stemde elektrische gereedschap. Met het passende elektrische gereedschap werkt u be-ter en veiliger binnen het aangegeven capaciteitsbereik. b) Gebruik geen elektrisch gereedschap waarvan de schakelaar defect is. Elektrisch ge-reedschap dat niet meer kan worden in- of uitgeschakeld, is gevaarlijk en moet worden ge-repareerd. c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of neem de accu (indien uitneembaar) uit het elektrische gereedschap, voordat u het elektrische gereedschap instelt, accessoires wisselt of het elektrische gereedschap opbergt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt on-bedoeld starten van het elektrische gereedschap. d) Bewaar niet-gebruikte elektrische gereedschappen buiten bereik van kinderen.
Laat het gereedschap niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn en deze aanwijzingen niet hebben gelezen. Elektrische gereedschappen zijn gevaarlijk wanneer deze door onervaren personen worden gebruikt. e) Pleeg onderhoud aan elektrische gereedschappen en accessoires. Controleer of be-wegende delen van het gereedschap correct functioneren en niet vastklemmen en of onderdelen zodanig gebroken of beschadigd zijn dat de werking van het elektrische gereedschap nadelig wordt beïnvloed. Laat deze beschadigde onderdelen voor het gebruik repareren. Veel ongevallen hebben hun oorzaak in slecht onderhouden elektrische gereedschappen. f) Houd snijdende inzetgereedschappen scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snij-dende inzetgereedschappen met scherpe snijkanten klemmen minder snel vast en zijn ge-makkelijker te geleiden.
48 NEDERLANDS h) Houd handgrepen en greepvlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Gladde handgrepen en greepvlakken verhinderen dat het gereedschap in onverwachte situaties vei-lig kan worden gehanteerd en bediend. 5) Service a) Laat het elektrische gereedschap alleen repareren door gekwalificeerd en vakkundig personeel en alleen met originele vervangingsonderdelen. Daarmee wordt gewaarborgd dat de veiligheid van het gereedschap in stand blijft. 1. 3 Veiligheidsinstructies Draag gehoorbeschermers. De inwerking van lawaai kan gehoorverlies tot gevolg hebben. Maak gebruik van de extra handgrepen die samen met de machine worden geleverd. Het verlies van de controle kan tot letsel leiden. De ingebouwde slipkoppeling reageert alleen bij stootsgewijs blokkeren, gebruik daarom steeds de extra handgrepen. Stopcontacten buiten moeten voorzien zijn van aardlekschakelaars.
Dat eist het installatievoor-schrift voor uw elektrische installatie. Houd daar rekening mee wanneer u de machine gebruikt. Draag bij het werken met de machine steeds een werkbril. Veiligheidshandschoenen, stevige en niet-slippende schoenen en een schort zijn aan te bevelen. Spaan of schilfers mogen bij draaiende machine niet worden verwijderd. Stof dat bij het werken ontstaat is vaak schadelijk voor de gezondheid en mag niet in het li-chaam geraken. Geschikt stofmasker dragen. Voor alle werkzaamheden aan de machine de stekker uit het stopcontact trekken. De machine alleen uitgeschakeld op het stopcontact aansluiten. De aansluitkabel steeds weghouden uit het werkgebied van de machine. De kabel steeds naar achteren van de machine weg geleiden. Bij werkzaamheden in muren, plafond of vloer op elektrische kabels, gas- en waterleidingen let-ten.
102-250. 62-102. 10-62 Boorbereik. Beton max. 132 mm. Metselwerk max. 162 mm. Beton max. 200 mm Metselwerk max. 250 mm Gewicht. ca. 6,7 kg. ca. 7,2 kg Toerentalelektronisch. ja. ja Gereedschaphouder. buiten 1. 1/4“ UNC, binnen G 1/2“ Boorkroontypen. SPEED STAR DX, Duramant PRO, EUROLASER, DX-HSP Beschermingssoort. IP 20. IP 20 Geluidsdrukniveau (LpA). 91 dB (A) ¦ KpA 3 dB (A). 92 dB (A) ¦ KpA 3 dB (A) Geluidsvermogensniveau (LWA). 102 dB (A) ¦ KWA 3 dB (A). 103 dB (A) ¦ KWA 3 dB (A) De geluidsdruk tijdens het werken kan de waarde van 85 dB (A) overschrijden. Draag een ge-hoorbescherming. Meetwaarden bepaald volgens EN 62841-1. Totale trillingswaarde. 3,3 m/s2 ¦ K= 1,5 m/s2. 4,5 m/s2 ¦ K= 1,5 m/s2 De in deze instructies vermelde trillingstotaalwaarden en geluidsemissiewaarden zijn gemeten volgens een gestandaardiseerde meetprocedure en kunnen worden gebruikt om het ene met.
NEDERLANDS 49 het andere elektrische gereedschap te vergelijken. Ze kunnen ook worden gebruikt voor een eerste inschatting van de belasting. De vermelde trillings- en geluidsemissies kunnen tijdens het daadwerkelijke gebruik van het elektrische gereedschap afwijken. Dit hangt af van de aard en wijze waarop het elektrische gereedschap wordt gebruikt en met name wat voor soort werkstuk wordt bewerkt. Leg ter bescherming van de gebruiker de aanvullende veiligheidsmaatregelen vast, die gebaseerd zijn op een inschatting van de trillingsbelasting tijdens de werkelijke gebruiksomstandigheden (neem hierbij alle delen van de cyclus van de werkzaamheden in acht, bijvoorbeeld de tijden waarop het elektrische gereedschap uitgeschakeld is en tijden waarop het ingeschakeld is, maar zonder belasting loopt).
3 Netaansluiting Uitsluitend op enkelfasige wisselstroom en uitsluitend op de op het typeplaatje aangegeven net-spanning aansluiten. Alleen op stopcontacten met randaarding aansluiten. De machine mag uit-sluitend middels een aardlekschakelaar met een nominale lekstroom van max. 10 - 30 mA ge-bruikt worden. Voer iedere keer wanneer u het apparaat in gebruik gaat nemen een functionaliteitstest uit. Als het apparaat herhaaldelijk niet werkt, laat het dan controleren. Let er a. u. b. op, dat bij het gebruik van dit apparaat altijd alle fundamentele veiligheidsmaatrege-len in acht worden genomen. Let erop, dat elektrische apparaten altijd op een juiste manier ge-bruikt moeten worden, om levensgevaarlijke situaties te voorkomen. Betrouwbare bescherming van personen tegen gevaarlijke elektrische schokken.
Lekstromen worden in een fractie van een seconde gedetecteerd en de stroomtoevoer wordt onderbroken. Het gevaar voor mens en dier is drastisch ingeperkt. - Het elektrische gereedschap mag nooit zonder de meegeleverde PRCD-aardlekschakelaar gebruikt worden.
- Het vervangen van de netstekker of het netsnoer moet altijd worden gedaan door de fabrikant van het elektrische apparaat of door zijn klantenservice. - Houd water uit de buurt van de elektrische onderdelen van het elektrische gereedschap en uit de buurt van personen op de werkplek. 3. 1 Ingebruikname van de PRCD-aardlekschakelaar Alleen voor wisselstroom. Let op de juiste netspanning. Voer elke keer voordat u het apparaat in gebruik neemt de volgende testprocedure op de PRCD-schakelaar uit: 1. Steek de stekker van de PRCD-schakelaar in het stopcontact. 2. Druk op RESET. Het signaallampje gaat branden AAN. 3. Trek de stekker uit het stopcontact. Het signaallampje gaat uit. 4. Herhaal punt 1 en 2. 5. Druk op TEST. Het signaallampje gaat uit. 6. Druk op RESET, om het apparaat in te schakelen.
50 NEDERLANDS 4 Werking van de machine 4. 1 Overzicht (A) 1 Houder voor de boorstander 6 Wateraansluiting 2 Overbelastingsindicatie 7 Wateraansluiting "Gardena" 3 Netsnoer met PRCD-schakelaar 8 Aandrijfas 4 Aan-/uitschakelaar 9 Handgreep 5 Versnelling - keuzeschakelaar 4. 2 Inbedrijfstelling (B) Werken vrij in de hand Alleen met de momentschakelaar werken, d. w. z. zonder arrêtering van de aan- / uitscha-kelaar. De extra handgreep (9) kan links of rechts worden bevestigd. Bij het boren met boorkronen komen hoge draaimomenten tot stand; werk nooit zonder de extra handgreep. Inspannen in de boorstander (afb. 1) Het opschuifmechanisme aan de boorstander arrêteren. RODIACUT 150: De motor van de bovenkant in de houder van de boorstander plaatsen en met behulp van de schroeven bevestigen (met inbussleutel nr. 6).
RODIACUT 250: De motor van de bovenkant tot de aanslag in de opschuifeenheid van de boorstander schuiven en met de beide stergrepen bevestigen. Controleren of de motor stevig vastzit. Lees hieromtrent de gebruiksaanwijzing van de boorstander. Wisselen van de boorkroon (afb. 2) Draag bij het wisselen van de boorkroon veiligheidshandschoenen. De boorkroon kan bij langer gebruik heet worden. Aandrijfas (8) met steeksleutel (SW 36) vasthouden en de boorkroon met steeksleutel (SW 24 voor kronen G 1/2"; SW 41 voor kronen 1. 1/4" UNC) losmaken en afschroeven (rechtse schroefdraad). Opmerking: Bij boorkronen met schroefdraadverbinding 1. 1/4" UNC adviseren wij een koperen ring (No. FF35190) tussen boormotor en boorkroon te plaatsen. De boorkronen kunnen dan na het boren eenvoudiger van de motor worden gescheiden en compenseren oneffenheden tussen boorkroonhouder en aandrijfas.
Water te produceren: Wateraansluiting (6) op waterdruktank (No. FF35028) of direct op een waterleiding aansluiten met de slang Gardena (7) en dubbele aansluiting. (Er moet minstens zoveel waterdruk (max. 4 bar. ) aanwezig zijn, dat de boorsuspensie uit het boorgaat wordt getransporteerd) Werken in de boorstander: De beide vleugels van de waterafzuigring (No. FF35700, FF35730) met de afstelschroeven aan de bodemplaat bevestigen. In de rubberplaat een gat snijden iets groter dan de diameter van de boorkroon. De waterafzuiging aansluiten op de waterzuiger. Lees hiertoe de gebruiksaanwijzing van de waterdruktank resp. de waterzuiger. Optional: Droogboren (afb. 4) De zuigrotor (No. FF40056) op de aandrijfas (8). De slangadapter en zuigslang opsteken. De stofzuiger (No. FF35144) aansluiten op het stroomnet.
NEDERLANDS 51 Lees hieromtrent de gebruiksaanwijzing van de stofzuiger. 4. 3 Bediening Bij gebruik in de boorstander, de gebruiksaanwijzing van de boorstander lezen en begrij-pen. Overbelastingsbeveiliging Bij normaal bedrijf brandt de groene controlelamp. Bij te sterke druk op de boorkroon brandt de rode controlelamp. Aandrukkracht verminderen; de groene controlelamp gaat weer branden. In geval van een langere overbelasting schakelt de elektronica de machine uit. Om verder te werken, de machine uit- en weer inschakelen. Bij stootwijze overbelasting (bijv. verhaken van de boorkroon) onderbreekt de slipkoppeling de krachtstroom. Toerentalinstelling Het toerental passend bij de diameter en de soort materiaal instellen, volgens sticker. De versnelling alleen bij stilstand van de machine wisselen. Natboren Gevaar door elektrische schok.
Bij natboren bovenhoofds steeds met wateraf-zuiginrichting werken. De waterafzuiginrichting moet in feilloze toestand zijn. Water te produceren en waterzuiger inschakelen. (Er moet minstens zoveel waterdruk (max. 4 bar. ) aanwezig zijn, dat de boorsuspensie uit het boorgaat wordt getransporteerd) Natzuigen vrij in de hand: De boorkroon in stilstand in de waterafzuigring steken en eerst controleren of de waterafzuigvoorziening zich aan de muur of op de vloer heeft vastgezogen en blijft zitten. Let op: Met de centreerhulp nooit van beneden naar boven boren, teneinde bij een on-verwacht loskomen van de centreerhulp gevaar voor ongelukken te vermijden. De water-afzuigring kan tijdens het aanboren losraken. Motor inschakelen. De diamantboorkroon aanzetten en door gelijkmatig, licht opvoeren van de druk verder bo-ren.
De boorkroon nu en dan licht uit het boorgat terugtrekken, zodat de boorsuspensie of het boorstop wordt verwijderd. Nadat de gewenste boordiepte is bereikt, de motor uitzetten en de boorkroon langzaam uit het boorgat trekken. Watertoevoer stoppen en de waterzuiger uitschakelen.
Indien geen andere boringen meer moeten worden uitgevoerd, de motor nogmaals enkele seconden zonder watertoevoer laten draaien, zodat het resterende water uit de spoelbus van de motor wordt gedrukt. Mocht de boor komen vast te zitten, moet u de boormotor op een laag toerental onder koelwater weer aanzetten en de boorkroon terugtrekken. Indien nodig dit proces herhalen of met behulp van een steeksleutel SW41 aan de boor-kroon draaien. Opgelet: PRCD-schakelaar uitzetten. Optional: Droogboren Gewapend beton uitsluitend natboren. Stofzuiger en motor inschakelen. De diamantboorkroon aanzetten en door gelijkmatig, licht opvoeren van de druk verder bo-ren. De boorkroon nu en dan licht uit het boorgat terugtrekken, zodat de boorsuspensie of het boorstop wordt verwijderd.
52 NEDERLANDS Nadat de gewenste boordiepte is bereikt, de motor uitzetten en de boorkroon langzaam uit het boorgat trekken. Stofzuiger uitschakelen. Boorkernverwijdering bij doorgaande gaten Alle voorzorgsmaatregelen treffen, zodat geen letsel of materiële schade ontstaat. De boorkern uit de kroon laten vallen. Indien de kern in de kroon klem zit, moet u hem weer met een stang van achteren uitstoten. Beschadiging van de ondergrond vermijden. Om de kern los te krijgen in geen geval met een hamer of schroefsleutel op de buiten-kant van de boorkroon slaan. De pijp kan vervormen en de boorkern kan dan definitief niet meer uit de kroon worden verwijderd.
Boorkernverwijdering uit niet-doorlopende gaten Met een schroevendraaier, een beitel of soortgelijk gereedschap in de ringspleet die is ont-staan steken en met een korte, krachtige, zijwaartse ruk of hamerslag de kern breken en verwijderen. Hoe dieper het boorgat, hoe makkelijker kernen kunnen worden gebroken. Daarom worden op-timale resultaten bereikt, als de boorgatdiepte minstens even groot is als de diameter van de boorkroon. 5 Instandhouding en onderhoud Om beschadigingen van de machine te voorkomen en een storingsvrij werken te kunnen waar-borgen, moeten alle delen regelmatig worden gereinigd en gesmeerd. De machine na elk boren schoonwrijven en met perslucht schoonblazen. Als de machine gedurende een langere tijd niet meer zal worden gebruikt, moet u de boorkroon van de motor demonteren.
Wordt dit veronachtzaamd, dan kunnen in een ongunstig geval de boorkroon en de motoras door corrosie met elkaar worden verbonden. De beide delen zijn dan nog maar moeilijk en met beschadiging van elkaar te scheiden. De hierna genoemde werkzaamheden dienen minstens wekelijks te worden uitgevoerd. Bij in-tensievere werkzaamheden moet dit vaker gebeuren. – Kolen ca. om de 250 bedrijfsuren controleren en indien nodig vervangen, – collectorruimte met een fijn penseel schoonmaken Belangrijk.
Alle onderhouds-, instandhoudings- en reparatiewerkzaamheden mogen slechts door geïnstrueerd deskundig personeel worden uitgevoerd. 6 Toebehoren Passende accessoires vindt u in de hoofdcatalogus of op www. rothenberger. com 7 Klantenservice De ROTHENBERGER service-locaties zijn er om u te helpen (zie lijst in de catalogus of online). Via deze service-locaties zijn ook vervangende onderdelen verkrijgbaar. Bestel uw accessoires en reserveonderdelen via de vakhandel of RO SERVICE+ online: ℡ + 49 (0) 61 95/ 800 8200 + 49 (0) 61 95/ 800 7491 service@rothenberger. com - www. rothenberger. com.
NEDERLANDS 53 8 Afvalverwijdering Delen van het apparaat zijn recyclebare materialen en kunnen dus opnieuw worden gebruikt. Hiertoe staan geregistreerde en gecertificeerde recyclebedrijven ter beschikking. Voor de mili-euvriendelijke verwerking van de niet-recyclebare delen (bijv. elektronisch schroot) dient u de plaatselijk bevoegde afvaldiensten te raadplegen. Alleen voor de EU-landen: Werp elektrisch gereedschap niet in het huisvuil! Volgens de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende uitgediende elektro- en elektronica-apparatuur en haar omzet-ting in nationaal recht moet niet meer bruikbaar elektrisch gereedschap afzonderlijk worden verzameld en milieuvriendelijk voor recycling beschikbaar worden gesteld.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Rothenberger RODIACUT 170 PRO stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Boormachine Rothenberger
Handleiding Boormachine
Nieuwste handleidingen voor Boormachine