Roland GA-112 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Roland GA-112 (12 pagina’s), behorend tot de categorie Receiver. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 43 mensen. Heb je een vraag over Roland GA-112 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Roland |
| Categorie: | Receiver |
| Model: | GA-112 |
Handleiding Roland GA-112 – volledige tekst
Copyright © 2012 ROLAND CORPORATIONAlle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag op enige manier worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van ROLAND CORPORATION. GebruikershandleidingGitaarversterkerGA-212Een gitaarversterker met een vermogen van 200 W en twee aangepaste luidsprekers van 30 cm. GA-112Een gitaarversterker met een vermogen van 100 W en één aangepaste luidspreker van 30 cm. De PROGRESSIVE AMP-technologie van Roland levert een bredere en vollere gitaarklankDoor deze nieuw ontwikkelde PROGRESSIVE AMP-technologie met COSM ontstaat een originele drive control die voortdurende en vloeiende veranderingen mogelijk maakt zowel voor gain als voor de verschillende geluidskenmerken van de versterker onder elkaar.
Deze functie biedt een verscheidenheid aan rijke geluiden en is dan ook ideaal voor allerlei muziekperformances, van een zuiver en helder geluid tot een vet geluid en extreme “high gain”-geluiden. Bovendien kunt u ook aangenaam muziek met vervorming spelen. Intuïtief gebruikDe GA-212 en GA-112 zijn uitgerust met vier kanalen waarvoor u verschillende tonen kunt instellen. Elke regelaar heeft een LED-lampje dat de huidige instelling aangeeft. Met het LED-lampje kunt u in een oogopslag de toon en een wijziging van het kanaal controleren. De kanaalinstellingen worden automatisch opgeslagen na elk gebruik. Dankzij de exclusieve footcontroller is de voetbediening van de gitaarversterker heel eenvoudig (p. 8). Uitgerust met een eenvoudige bediening van de basisfuncties en uitbreidbaarNaast 3-band EQ maken ook de presence en mid boost het creëren van veelzijdige klanken mogelijk.
De exclusief ontworpen reverb biedt grote ruimtelijke eff ecten. Het apparaat is uitgerust met twee onafhankelijke eff ectenloops en kan voor elk kanaal afzonderlijk worden ingesteld. Het apparaat beschikt over de basisfuncties die nodig zijn voor liveoptredens en -opnames.
U kunt ook eenvoudig een Link-aansluiting maken zodat u een krachtiger geluid kunt spelen. Wat is COSM. COSM (Composite Object Sound Modeling) is de innovatieve geluidsmodelleringstechnologie van Roland. COSM analyseert de verschillende factoren van het oorspronkelijke geluid, zoals de elektrische en fysische kenmerken en maakt vervolgens een digitaal model dat hetzelfde geluid kan reproduceren. AUTO OFF-functie• Het apparaat beschikt over een energiebesparende AUTO OFF-functie die het apparaat automatisch uitschakelt ongeveer 4 uur na de laatste handeling. • Wanneer het apparaat de fabriek verlaat, is volgens de standaardinstellingen de AUTO OFF-functie ingeschakeld (ON). • Als u de energiebesparende instelling wilt uitschakelen, stelt u de [AUTO OFF]-schakelaar in op OFF zoals beschreven op p. 6.
Informatie over de exclusieve footcontroller• De exclusieve footcontroller (GA FOOT CONTROLLER) is een beschikbare optie. “Welk type podiumversterkers hebben gitaristen echt nodig. ” Na lang en intensief onderzoek en ontwikkeling brengt Roland u het antwoord: de GA. De GA is een versterker met een intuïtieve bediening en brengt een geluid voort dat de geestdrift van de gitarist perfect overdraagt. Door de nadruk te leggen op deze belangrijkste punten, ontstond een liveversterker met geluidskenmerken die alle gitaristen kunnen bekoren, een eenvoudige bediening en alle functies die nodig zijn voor indrukwekkende liveoptredens. Wij zijn blijven zoeken en experimenteren tot we een geluid gevonden hadden waarvan we wisten dat deze het hart van de speler zou kunnen veroveren.
Met de GA worden al onze inspanningen beloond en wij geloven dat deze unieke versterker van Roland een geluidskwaliteit levert die verder gaat dan buizenversterkers en transistorversterkers. Het was ook belangrijk om een eenvoudige en intuïtieve bediening in te bouwen.
Gitaristen willen zich namelijk “alleen concentreren op hun muziekperformance zonder dat ze worden afgeleid door technische details”. Deze versterker is precies daarom ontworpen en is dankzij deze eenvoudige en intuïtieve bediening dus ideaal geschikt voor alle gitaristen. De GA's vormen de nieuwste generatie podiumversterkers, ontstaan uit jarenlange technologische ervaring en knowhow van Roland. Deutsch Français Italiano Español Português NederlandsEnglish202.
2 HET APPARAAT VEILIG GEBRUIKENLees zorgvuldig onderstaande hoofdstukken voordat u dit apparaat gebruikt: BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES (binnenin het voorblad), “HET APPARAAT VEILIG GEBRUIKEN” (p. 2) en “BELANGRIJKE OPMERKINGEN” (p. 3). Deze hoofdstukken bevatten belangrijke informatie over de juiste bediening van het apparaat. Om er bovendien zeker van te zijn dat u elke functie van uw nieuwe apparaat goed begrijpt, leest u best de hele gebruikershandleiding. De handleiding moet als referentie worden bewaard en voorhanden zijn.
WAARSCHUWING012aSchakel het apparaat uit als het afwijkend reageert of er een defect optreedtSchakel het apparaat onmiddellijk uit, trek het netsnoer uit het stopcontact en vraag onderhoud aan bij uw handelaar, dichtstbijzijnde Roland Service Center of een erkende Roland-verdeler, zoals vermeld op de pagina “Informatie” als:• het netsnoer of de stekker beschadigd zijn;• er rook of ongewone geuren uit het apparaat komen;• voorwerpen of vloeistoff en in het apparaat zijn terechtgekomen;• het apparaat aan regen werd blootgesteld (of op een andere manier nat is geworden);• het apparaat niet normaal lijkt te werken of opmerkelijk anders functioneert. 013Volwassenen dienen toezicht te houden op plaatsen waar kinderen aanwezig zijnAls het apparaat wordt gebruikt op plaatsen waar kinderen aanwezig zijn, dient u erop te letten dat het apparaat niet ruw wordt behandeld.
Er moet altijd een volwassene in de buurt zijn om toezicht te houden en advies te geven. 014Laat het apparaat niet vallen en bescherm het tegen zware schokkenBescherm het apparaat tegen zware schokken. (Laat het niet vallen. )015Laat het apparaat geen stopcontact delen met een buitensporig aantal andere apparatenLaat het netsnoer van het apparaat geen stopcontact delen met een buitensporig aantal andere apparaten. Wees vooral voorzichtig met verlengkabels.
Het totale stroomverbruik van alle apparaten die u op de verlengkabel hebt aangesloten, mag nooit het maximumvermogen (watt/ampère) voor de verlengkabel overschrijden. Buitensporige belasting kan de isolatie van de kabel opwarmen en uiteindelijk doen smelten. 016Gebruik het apparaat niet in het buitenlandRaadpleeg uw handelaar, het dichtstbijzijnde Roland Service Center of een erkende Roland-verdeler, zoals vermeld op de pagina “Informatie”, vooraleer u het apparaat in het buitenland gebruikt. WAARSCHUWING001-50Let erop dat het netsnoer geaard isSluit het netsnoer van dit apparaat aan op een geaard stopcontact. 002aDemonteer het apparaat niet zelf en breng er geen wijzigingen in aanOpen het apparaat niet en voer geen interne wijzigingen uit.
003Repareer het apparaat niet zelf en vervang geen onderdelen ervanProbeer het apparaat niet te herstellen of onderdelen ervan te vervangen (behalve als deze handleiding speci eke instructies geeft om dat te doen). Laat het onderhoud over aan uw handelaar, het dichtstbijzijnde Roland Service Center of een erkende Roland-verdeler, zoals vermeld op de pagina “Informatie”. 004Gebruik het apparaat niet en sla het niet op op plaatsen die:• aan extreme temperaturen worden blootgesteld (bv. rechtstreeks zonlicht in een gesloten voertuig, in de buurt van een verwarmingsleiding, op materiaal dat warmte produceert);• nat zijn (bv. bad, wasruimte, op natte vloeren);• aan damp of rook worden blootgesteld;• aan zout worden blootgesteld;• vochtig zijn;• aan regen worden blootgesteld;• stoffi g of zanderig zijn;• aan hoge trillingsniveaus en schokken worden blootgesteld.
007Plaats het apparaat niet op een instabiele ondergrondZorg ervoor dat het apparaat altijd horizontaal en stabiel is geplaatst. Plaats het nooit op een standaard die kan wankelen of op a opende oppervlakken.
WAARSCHUWING008aSluit het netsnoer aan op een stopcontact met de juiste spanningHet apparaat mag alleen worden aangesloten op een voeding van het type dat beschreven is of dat op de achterzijde van het apparaat is aangeduid. 008eGebruik alleen het meegeleverde netsnoerGebruik uitsluitend het bevestigde netsnoer. Gebruik het meegeleverde netsnoer niet met andere apparaten. 009Verdraai of buig het netsnoer niet overmatig en plaats er geen zware voorwerpen opVerdraai of buig het netsnoer niet te sterk en plaats er geen zware voorwerpen op. Dit kan het snoer zowel binnenin als aan de buitenkant beschadigen en kortsluitingen veroorzaken. Beschadigde snoeren kunnen brand of schokken veroorzaken.
010Vermijd overmatig gebruik aan een te hoog volumeniveauDit apparaat kan, apart of in combinatie met een versterker of luidsprekers, geluidsniveaus produceren die permanente gehoorschade kunnen veroorzaken. Gebruik het apparaat niet langdurig aan een hoog volumeniveau of aan een niveau dat oncomfortabel is. Als u gehoorverlies of oorsuizingen ervaart, moet u onmiddellijk stoppen met het gebruik van het apparaat en een audioloog raadplegen. 011Laat geen vreemde voorwerpen of vloeistoff en in het apparaat komen, plaats geen voorwerpen die vloeistoff en bevatten op het apparaatPlaats geen voorwerpen die vloeistoff en bevatten op de versterker. Zorg ervoor dat er geen voorwerpen (bv. brandbare voorwerpen, munten, draden) of vloeistoff en (bv. water, fruitsap) in het apparaat terechtkomen. Op die manier vermijdt u kortsluitingen, verkeerde werking of andere defecten aan het apparaat. 201b.
3Deutsch Français Italiano Español Português NederlandsEnglishBELANGRIJKE OPMERKINGENStroomtoevoer301• Sluit dit apparaat niet aan op een stopcontact dat tegelijkertijd door een elektrisch apparaat wordt gebruikt dat door een signaalomzetter of een motor (zoals een koelkast, wasmachine, microgolfoven of airconditioner) wordt bestuurd. Afhankelijk van de manier waarop elektrische apparaten worden gebruikt, kan ruis van de stroomvoorziening defecten aan dit apparaat of hoorbare ruis veroorzaken. Als het niet mogelijk is om een apart stopcontact te gebruiken, plaats dan een ruislter voor de stroomvoorziening tussen dit toestel en het stopcontact. 307• Schakel altijd alle apparaten uit voordat u aansluitingen maakt om defecten of storingen aan de apparatuur te voorkomen.
308• Zelfs als de LED’s zijn uitgeschakeld wanneer het apparaat is uitgeschakeld, betekent dit niet dat het apparaat volledig van de stroomtoevoer is losgekoppeld. Schakel eerst de schakelaar van het apparaat uit en trek vervolgens het netsnoer uit het stopcontact als u de stroom volledig wilt uitschakelen. Zorg er daarom voor dat u het netsnoer aansluit op een stopcontact dat gemakkelijk bereikbaar is. 309• Volgens de fabrieksinstellingen zal de GA-212/GA-112 ongeveer 4 uur nadat u bent gestopt met spelen of nadat u het apparaat hebt gebruikt, automatisch worden uitgeschakeld. Als u niet wilt dat het apparaat automatisch wordt uitgeschakeld, stelt u de AUTO OFF-schakelaar in op OFF zoals beschreven op p. 6. Plaatsing351• Als u het apparaat gebruikt in de buurt van eindversterkers (of andere apparatuur met grote eindversterkers) kan er ruis ontstaan.
Om het probleem te verhelpen kunt u het apparaat anders richten of verder van de storingsbron plaatsen. 352a• Dit apparaat kan radio- en televisieontvangst verstoren. Gebruik dit apparaat niet in de buurt van dergelijke ontvangers.
352b• Er kan ruis ontstaan als draadloze communicatieapparaten, zoals gsm’s, in de buurt van dit apparaat worden gebruikt. Dergelijke ruis kan ontstaan als een oproep wordt ontvangen of gemaakt of tijdens gesprekken. Verplaats dergelijke apparaten zodat ze zich op een grotere afstand van dit apparaat bevinden of schakel ze uit als u dergelijke problemen ervaart. 354b• Stel het apparaat niet bloot aan rechtstreeks zonlicht, plaats het niet in de buurt van warmtebronnen, laat het niet achter in een gesloten voertuig en stel het niet bloot aan extreme temperaturen. Zorg ervoor dat hetzelfde deel van het apparaat niet langdurig verlicht wordt door verlichtingstoestellen waarvan de lichtbron zich doorgaans dichtbij het apparaat bevindt (zoals een pianolamp), of krachtige spots. Overmatige warmte kan het apparaat vervormen of verkleuren.
355b• Bij verplaatsing van een locatie naar een andere waar de temperatuur en/of vochtigheid sterk verschilt, kunnen er waterdruppels (condens) gevormd worden in het apparaat. Er kunnen schade of defecten ontstaan als u het apparaat in deze toestand gebruikt. Daarom moet u het apparaat enkele uren laten liggen tot de condens volledig verdampt is voordat u het gebruikt. 356• Laat voorwerpen uit rubber, vinyl of gelijkaardige materialen niet langdurig op het apparaat liggen. Dergelijke voorwerpen kunnen de afwerking verkleuren of beschadigen. 359• Kleef geen stickers, transfers en dergelijke op het apparaat. De afwerking kan beschadigd worden als u het kleefmateriaal tracht te verwijderen. 360• Afhankelijk van het materiaal en de temperatuur van het oppervlak waarop u het apparaat plaatst, kunnen de rubberen voetstukken mogelijk het oppervlak verkleuren of ontsieren.
U kunt een stuk vilt of stof onder de rubberen voetstukken plaatsen om dit te voorkomen. Zorg er in dit geval voor dat het apparaat niet verschuift of per ongeluk in beweging komt. 361• Plaats geen voorwerpen die water bevatten op het apparaat.
Vermijd ook het gebruik van insecticiden, parfum, alcohol, nagellak, spuitbussen, enzovoort in de nabijheid van het apparaat. Verwijder onmiddellijk alle vloeistof die op het apparaat gemorst wordt met een droge, zachte doek. Onderhoud401b• Gebruik en zachte, droge doek of een doek die lichtjes bevochtigd is om het apparaat af te vegen. Veeg met gelijkmatige kracht het volledige oppervlak schoon. De afwerking kan beschadigd worden als u te hard op dezelfde plaats wrijft. 402• Gebruik geen benzine, verdunners, alcohol of andere oplosmiddelen om verkleuring en/of vervorming te voorkomen. Reparaties en gegevens452• Het is mogelijk dat alle gegevens in het apparaatgeheugen worden verwijderd als het apparaat voor herstelling wordt verzonden. Noteer belangrijke gegevens indien mogelijk steeds op papier. Tijdens herstellingen wordt al het mogelijke gedaan om gegevensverlies te vermijden.
In sommige gevallen (bijvoorbeeld wanneer er een defect is aan de geheugencircuits zelf), is het echter niet mogelijk om de gegevens te herstellen. Roland kan niet aansprakelijk worden gesteld voor dergelijk gegevensverlies. Extra voorzorgsmaatregelen551• Houd er rekening mee dat de inhoud van het geheugen onherstelbaar verloren kan gaan als gevolg van een defect of onjuist gebruik van het apparaat. Om te voorkomen dat u belangrijke gegevens verliest, raden wij aan om geregeld de instellingen die u in het apparaatgeheugen hebt opgeslagen, op papier te noteren. 552• Als gegevens die waren opgeslagen op het apparaatgeheugen eenmaal verloren zijn gegaan, kan het soms helaas onmogelijk zijn om deze te herstellen. Roland kan niet aansprakelijk worden gesteld voor dergelijk gegevensverlies.
553• Draag voldoende zorg bij het gebruik van de knoppen, schuifknoppen of andere bedieningselementen van het apparaat en bij het gebruik van aansluitingen en ingangen. Ruw omgaan met de apparatuur kan defecten veroorzaken. 556• Neem het aansluitstuk vast als u kabels loskoppelt.
Trek nooit aan de kabel. Op die manier vermijdt u kortsluitingen of schade aan de inwendige elementen van de kabel. 557• Tijdens normaal gebruik straalt het apparaat een kleine hoeveelheid warmte uit. 558b• Houd het volume van het apparaat binnen de perken om te vermijden dat u andere personen stoort. 559a• Verpak het apparaat indien mogelijk in de doos (inclusief opvulling) waarin het werd geleverd als u het moet vervoeren. Anders zult u gelijkaardige verpakkingen moeten gebruiken. 561• Gebruik alleen het opgegeven zwelpedaal (Roland EV-5, BOSS FV-500L, BOSS FV-500H, apart verkrijgbaar). Als u andere zwelpedalen aansluit, kunt u defecten en/of schade aan het apparaat veroorzaken. 562• Sommige kabels bevatten weerstanden. Gebruik geen kabels met weerstanden om aansluitingen op dit apparaat uit te voeren.
Het gebruik van dergelijke kabels kan het geluidsniveau extreem verlagen of zelfs onhoorbaar maken. Neem contact op met de fabrikant van de kabel voor informatie over kabelspecicaties. AuteursrechtTM• Roland, BOSS en COSM zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Roland Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen. T-01• Bedrijfs- en productnamen in dit document zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van hun respectieve eigenaars. MMP• MMP (Moore Microprocessor Portfolio) verwijst naar een patentportfolio in verband met de architectuur van microprocessoren, die werd ontwikkeld door Technology Properties Limited (TPL). Roland heeft deze technologie in licentie genomen van de TPL Group. • Dit product bevat het met eCROS geïntegreerde softwareplatform van eSOL Co. , Ltd. eCROS is een handelsmerk van eSOL Co. , Ltd. in Japan.
OPGELET101aPlaats het apparaat op een goed geventileerde locatieHet apparaat moet zo worden geplaatst dat de ventilatie niet door de locatie of positie wordt verstoord.
102bHoud de stekker vast als u het netsnoer aansluit of loskoppeltNeem altijd alleen de stekker van het netsnoer vast bij het aansluiten op en het loskoppelen van een stopcontact of dit apparaat. 103aMaak regelmatig de stekker van het netsnoer schoonU moet regelmatig de stekker loskoppelen en schoonmaken met een droge doek om al het stof en andere ophopingen te verwijderen van de polen. Trek ook de stekker uit het stopcontact als het apparaat langere tijd niet zal worden gebruikt. Stofophoping tussen de stekker en het stopcontact kan leiden tot slechte isolatie en brand veroorzaken. OPGELET104Ga op een veilige manier om met de kabelsZorg ervoor dat de snoeren en kabels niet in de war raken. Plaats alle snoeren en kabels buiten het bereik van kinderen.
105bVerwijder alle zwenkwielen in situaties waarin het apparaat niet mag bewegenIn situaties waarin de onverwachte beweging van het apparaat een gevaar kan betekenen (bijvoorbeeld wanneer het apparaat op een podium is opgesteld of wanneer het in een voertuig wordt vervoerd) moet u alle zwenkwielen op voorhand verwijderen. 106Klim nooit op het apparaat en plaats er geen zware voorwerpen opKlim nooit op het apparaat en plaats er geen zware voorwerpen op. 107bNeem het netsnoer nooit vast met natte handen bij het aansluiten of loskoppelenNeem het netsnoer of de stekkers ervan nooit vast met natte handen bij het aansluiten op of loskoppelen van een stopcontact of dit apparaat. OPGELET108aKoppel alles los voordat u het apparaat verplaatstKoppel het netsnoer los van het stopcontact en verwijder alle snoeren uit externe apparaten voordat u het apparaat verplaatst.
109aTrek het netsnoer uit het stopcontact voordat u het apparaat schoonmaaktSchakel het apparaat uit en trek het netsnoer uit het stopcontact voordat u het apparaat schoonmaakt (p. 6). 110aTrek het netsnoer uit het stopcontact als u bliksem verwacht in uw omgevingTrek het netsnoer uit het stopcontact als u bliksem verwacht in uw omgeving.
4PaneelbeschrijvingVoorpaneel[MID BOOST]-knopHiermee schakelt u de boost van de middentonen in en uit. [BASS]-regelaarHiermee regelt u het geluidsniveau van de lage tonen. [MIDDLE]-regelaarHiermee regelt u het geluidsniveau van de middentonen. [TREBLE]-regelaarHiermee regelt u het geluidsniveau van de hoge tonen. INPUT-ingangenGebruik deze ingangen om een elektrische gitaar aan te sluiten. Gebruik HIGH of LOW naargelang het uitgangsniveau van de gitaar. Normaal gezien sluit u de gitaar aan op HIGH. Sluit gitaren met een hoog uitgangsniveau dat waarschijnlijk zal vervormen, aan op LOW. [MANUAL]-knop, [CH 1]–[CH 4]-knoppenElke regelaar op het voorpaneel van de GA-212/GA-112 heeft een origineel LED-lampje waarmee u in een oogopslag de instellingen kunt controleren tijdens een optreden of bij kanaalwijzigingen.
Het eenvoudig gestructureerde bedieningssysteem maakt een intuïtief gebruik mogelijk. [MANUAL]-knopWanneer het apparaat wordt ingeschakeld, wordt handmatige bediening (MANUAL) geactiveerd. Bij handmatige bediening (MANUAL) stemmen de LED-lampjes en regelaars altijd overeen. LED-lampjes van de regelaarsEen LED-lampje geeft de instelling van een regelaar weer. Als een van de [CH 1]-[CH 4]-knoppen wordt ingedrukt om het kanaal (de instellingen) te wijzigen, veranderen de LED-lampjes van de regelaars ook onmiddellijk. Als de [MANUAL]-knop wordt ingedrukt, lichten de LED-lampjes op op de huidige posities van de regelaars. PROG IVE AMPRESSPROGRESSIVE AMP is een originele versterker ontworpen volgens de nieuwste COSM-technologie. Door voortdurend het gedrag van de voor- en eindversterkers te veranderen kunt u een breed scala aan geluiden creëren.
GeluidsindicatorAls u de vervorming regelt met de [DRIVE]-regelaar, verandert de kleur van de geluidsindicator naargelang de mate van de vervorming. (U kunt de LED-weergave uitschakelen als u deze niet wilt gebruiken, bijvoorbeeld op een donker podium. )Raadpleeg p. 9 als u de instelling wilt maken.
Paneelbeschrijving5Deutsch Français Italiano Español Português NederlandsEnglish[EFX LOOP A]-knop, [EFX LOOP B]-knopHiermee schakelt u het externe eff ectapparaat in en uit dat aangesloten is op de EFX LOOP A/B-aansluitingen op het achterpaneel. [ON]-schakelaarHiermee schakelt u het apparaat in en uit. Het apparaat inschakelen* Als alle apparaten correct zijn aangesloten (p. 6), volgt u de onderstaande procedure om de apparaten in te schakelen. Als u de apparatuur in de verkeerde volgorde inschakelt, bestaat er een risico dat de apparatuur beschadigd of defect raakt. * Zet het volume altijd op nul voordat u het apparaat in- of uitschakelt. Zelfs als het volume volledig op nul staat, kunt u nog geluid horen wanneer het apparaat wordt in- of uitgeschakeld. Dit is normaal en wijst niet op een defect. * Het apparaat is voorzien van een beveiligingscircuit.
Het duurt even (een paar seconden) voordat het apparaat normaal functioneert nadat het is ingeschakeld. 1. Schakel alle apparaten in, behalve het apparaat dat is aangesloten op de LINE OUT-aansluiting. 2. Schakel de GA-212/112 in. 3. Schakel het apparaat in dat op de LINE OUT-aansluiting is aangesloten. Het apparaat uitschakelen1. Verlaag, voordat u het apparaat uitschakelt, het volume van alle apparaten en schakel de apparaten uit in de omgekeerde volgorde dan de volgorde waarin u ze hebt ingeschakeld. OPGELET* Volgens de fabrieksinstellingen zal de GA-212/GA-112 ongeveer 4 uur nadat u bent gestopt met spelen of nadat u het apparaat hebt gebruikt, automatisch worden uitgeschakeld. Als u niet wilt dat het apparaat automatisch wordt uitgeschakeld, stelt u de AUTO OFF-schakelaar in op OFF zoals beschreven op p. 6.
* Om de stroom volledig uit te schakelen, schakelt u eerst het apparaat uit en trekt u vervolgens het netsnoer uit het stopcontact. Raadpleeg het gedeelte Stroomtoevoer (p. 3). [MASTER]-regelaarHiermee regelt u het algemene volume.
[PRESENCE]-regelaarHiermee geeft u een helderder contour aan de midden- en hoge tonen. Dit geeft een helder, open geluid. [REVERB]-regelaarHiermee past u het galmniveau aan. [CH 1]–[CH 4]-knoppenUitgezonderd de [MASTER]-regelaar worden de instellingen van alle regelaars en knoppen op het voorpaneel opgeslagen in de [CH 1]-[CH 4]-knoppen. Met deze functie slaat u de laatste posities van de regelaars op. Er is dus geen speciale bewerking nodig om de instellingen op te slaan. Hiermee schakelt u tussen vier typen voorpaneelinstellingen. Bereik waarin de instellingen kunnen worden opgeslagen. De knopinstellingen kopiërenU kunt de instellingen van de [MANUAL]-knop of van elk van de [CH 1]-[CH 4]-knoppen kopiëren naar een ander kanaal. Houd de knop die moet worden gekopieerd (de [MANUAL]-knop of een van de [CH 1]-[CH 4]-knoppen) ingedrukt.
1Selecteer een van de [CH 1]-[CH 4]-knoppen waarnaar u wilt kopiëren en houd deze ingedrukt. 2* U kunt de [MANUAL]-knop niet selecteren als het kanaal waarnaar wordt gekopieerd. De kanaalinstellingen opslaan met behulp van de schrijfbewerkingsfunctieHet automatisch opslaan van kanaalinstellingen kan worden gewijzigd in het opslaan van kanaalinstellingen met behulp van de schrijff unctie. In de schrijfbewerkingsmodus kunt u de instellingen opslaan door een van de [CH 1]-[CH 4]-knoppen gedurende een paar seconden ingedrukt te houden. Raadpleeg p. 9 als u de instelling wilt maken. 941943945942309.
Paneelbeschrijving6 Achterpaneel (Apparatuur aansluiten) AC IN-aansluitingSluit het meegeleverde netsnoer aan op deze aansluiting. FOOT CONTROL/LINK IN-, LINK OUT-aansluitingenFOOT CONTROL-aansluitingHiermee kunt u een stereokabel aansluiten op de GA FOOT CONTROL-aansluiting van de footcontroller. * Gebruik altijd een stereokabel. Op een stroomvoorziening [AUTO OFF]-schakelaar OPGELETDeze schakelaar bedient de AUTO OFF-functie die het apparaat automatisch uitschakelt wanneer de opgegeven tijdsduur is verstreken. Als de AUTO OFF-functie is ingeschakeld, wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld na ongeveer 4 uur sinds de laatste handeling. Stel de schakelaar in op OFF als u niet wilt dat het apparaat automatisch wordt uitgeschakeld. Als u het apparaat opnieuw wilt inschakelen nadat het is uitgeschakeld door de AUTO OFF-functie, schakelt u de [ON]-schakelaar opnieuw in (p.
5) of stelt u de [AUTO OFF]-schakelaar in op OFF. MAIN IN-aansluitingenAls u het geluid dat met een multi-eff ectapparaat of andere apparaten is gecreëerd, wilt uitsturen, sluit u het apparaat aan op de MAIN IN-aansluitingen. GA-212 geeft het geluid van de A-ingang weer via de linkerluidspreker en het geluid van de B-ingang via de rechterluidspreker. Als u alleen de A-aansluiting gebruikt, wordt hetzelfde geluid weergegeven via de rechter- en de linkerluidspreker. Als u alleen de B-aansluiting gebruikt, wordt het geluid alleen weergegeven via de rechterluidspreker. GA-112 mixt de geluiden van de A- en B-aansluiting en geeft deze weer via de luidspreker. OPGELET* Als de AUTO OFF-functie is ingeschakeld en er komen alleen signalen van de MAIN IN-aansluitingen binnen zonder dat u andere bewerkingen uitvoert, wordt het apparaat automatisch uitgeschakeld na ongeveer 4 uur.
LINK IN-aansluiting/LINK OUT-aansluitingGebruik deze aansluitingen om Link-aansluitingen voor gitaarversterkers te maken. Raadpleeg p. 9 voor meer informatie. THRU/TUNER OUT-aansluitingHet directe geluid van een gitaar wordt uitgestuurd vanaf de INPUT-aansluiting. Gebruik deze aansluiting om Link-aansluitingen met een apparaat te maken. Raadpleeg p. 9 voor meer informatie. U kunt ook een tuner aansluiten.
Paneelbeschrijving7Deutsch Français Italiano Español Português NederlandsEnglishEFX LOOP A-, B-aansluitingenDeze worden gebruikt om externe eff ectapparaten aan te sluiten.Er zijn twee systemen: A en B (mono).Sluit de INPUT van het externe eff ectapparaat aan op de SEND-aansluiting en de OUTPUT op de RETURN-aansluiting. [LOOP]-schakelaarAls PARALLEL is ingesteld, worden het geluid van de externe eff ecten en het directe geluid met elkaar gemixt.Als SERIES is ingesteld, wordt alleen het geluid van de externe eff ecten weergegeven.* U hoort geen geluid als SERIES is ingesteld en het volume van het externe eff ectapparaat op nul staat of het apparaat niet is ingeschakeld.[LEVEL]-schakelaarGebruik deze schakelaar om het in- en uitgangsniveau van een eff ectenloop te veranderen. Selecteer +4 dBu of -10 dBu afhankelijk van het in- en uitgangsniveau van de aangesloten apparatuur.
Als het in- en uitgangsniveau van de aangesloten apparatuur hoog is, stelt u +4 dBu in. Als het niveau laag is, stelt u -10 dBu in.* Zet het volume altijd op nul en schakel alle apparaten uit voordat u aansluitingen maakt om defecten of storingen aan de apparatuur te voorkomen.* Als u verbindingskabels met weerstanden gebruikt, is het mogelijk dat het geluidsvolume van de apparatuur die op de ingangen (INPUT-, MAIN IN- en RETURN-aansluitingen) is aangesloten, te laag is. Gebruik in dit geval verbindingskabels zonder weerstanden.Extern eff ectapparaatOUTPUTINPUT* Dit instrument is uitgerust met gebalanceerde TRS-aansluitingen. Onderaan vindt u bedradingsschema's voor deze aansluitingen. Controleer eerst de bedradingsschema's van andere apparatuur die u wilt aansluiten voordat u de aansluitingen maakt. PUNTRINGBUS (AARDE)922921926a
Paneelbeschrijving8 Exclusieve footcontroller (afzonderlijk verkrijgbaar)De footcontroller aansluitenDe footcontroller bedienenDe zwelpedalen gebruikenAls u de zwelpedalen (Roland EV-5, BOSS FV-500L, BOSS FV-500H, apart verkrijgbaar) aansluit, kunt u de DRIVE-waarde en het volume met behulp van het pedaal veranderen. DRIVE-aansluitingGebruik deze aansluiting om de DRIVE te bedienen. Als BOOST is uitgeschakeld, kan het zuivere geluid heel vet worden en als BOOST is ingeschakeld, krijgt u een extreem geluid. Als een zwelpedaal is aangesloten op de DRIVE-aansluiting, kan de DRIVE-waarde ingesteld worden van 0 tot de huidige DRIVE-waarde op het paneel. Als het pedaal volledig is ingedrukt, wordt de DRIVE-waarde toegepast die door de regelaar op het paneel wordt weergegeven. VOLUME-aansluitingHiermee kunt u het volume regelen. U kunt het volume geleidelijk laten aanzwellen of dempen.
DRIVE-waarden die met behulp van de zwelpedalen kunnen worden bepaald. (Voorbeeld)Licht op in de FUNCTION-modus. U kunt de kanalen wijzigen door de footcontroller te gebruiken. Als u op de [FUNCTION]-schakelaar drukt, kunt u ook BOOST, MID BOOST, EFX LOOP A, EFX LOOP B en REVERB in- en uitschakelen. Sluit een stereokabel aan op de FOOT CONTROL/LINK IN-aansluiting van de GA-212/GA-112. * Gebruik altijd een stereokabel. * Gebruik kabels zonder weerstanden. Het MINIMUM VOLUME van een zwelpedaal instellenMet de [MINIMUM VOLUME]-regelaar van een zwelpedaal kunt u de waarde instellen voor het moment waarop het pedaal helemaal omhoog staat (de laagste waarde).
Instellingen voor DRIVE-waarde na het wijzigen van het kanaalAls een zwelpedaal is aangesloten op de DRIVE-aansluiting, kunt u nadat het kanaal is gewijzigd de DRIVE-waarde instellen op de huidige pedaalwaarde en niet op de waarde die is opgeslagen in het kanaal. Raadpleeg p. 9 als u de instelling wilt maken. [MINIMUM VOLUME]-regelaar* Gebruik alleen het opgegeven zwelpedaal (Roland EV-5, BOSS FV-500L, BOSS FV-500H, apart verkrijgbaar).
9Deutsch Français Italiano Español Português NederlandsEnglish Link-aansluitingen met een apparaat makenU kunt een Link-aansluiting maken met een ander apparaat. Link-aansluitingen zorgen voor meer geluidsdruk en een krachtig eff ect op een groot podium. Als de versterkers zijn aangesloten zoals onderaan beschreven, kunt u het kanaal wijzigen met behulp van de footcontroller en een zwelpedaal gebruiken met de aangesloten versterker. Op de footcontrollerKabel: stereo 1/4"-jackKabel: 1/4"-jackAchterpaneelAchterpaneelVersterker waarop een gitaar is aangeslotenAchterzijdeAchterzijdeINPUT-aansluiting op het voorpaneelVoorpaneelVersterker waarmee Link-aansluiting is gemaakt* Draai de [MASTER]-regelaar van de versterker die moet worden aangesloten, op 0 voordat u een aansluiting maakt. * Als de gitaar op HIGH is aangesloten, sluit u de versterker aan op HIGH.
Als de gitaar op LOW is aangesloten, sluit u de versterker aan op LOW. De versterkers stapelen (stack)U kunt de GA-212/GA-112 gebruiken met een stack of toren van versterkers. LET OPVolg zorgvuldig de onderstaande instructies als u een stack maakt. * Zorg ervoor dat u deze apparaten gebruikt op stabiele, horizontale locaties. * Zorg ervoor dat steeds minstens twee personen de apparaten optillen en dragen om letsels door het om- of neervallen van de apparaten te voorkomen. * Let op dat uw vingers niet vast komen te zitten. De versterkers stapelen (stack)* Als de versterkers gestapeld zijn, moet u deze gelijkrichten zodat de hoeken van de bovenste en de onderste versterker correct en veilig in elkaar passen. Als de hoeken niet in elkaar passen, kunnen de apparaten vallen. * Stapel de GA-212 en de GA-112 niet.
* Als u de apparaten wilt stapelen, verwijdert u altijd alle zwenkwielen van alle versterkers. De zwenkwielen plaatsen en verwijderen (alleen voor GA-212)De zwenkwielen zijn niet op het apparaat geïnstalleerd wanneer het apparaat vanaf de fabriek wordt geleverd.
10BedradingsschemaPOWERAMP SPEAKERLINE OUT THRU/TUNER OUT FOOT CONTROLLEREXP PEDAL VOLUME POWERAMP SPEAKERMAIN IN AEFX LOOP ASENDEFX LOOP ARETURNEFX LOOP BRETURNEFX LOOP BSENDMAIN IN BMASTERAMPLIFIERINPUT (LOW)INPUT (HIGH)LOOP [SERIES/PARALLEL]REVERBAlleen als de footcontroller is aangeslotenAlleen voor GA-212DRIVE VOLUMEAndere instellingenAls u bepaalde knoppen indrukt en tegelijkertijd het apparaat inschakelt, kunt u de volgende instellingen con gureren voor het apparaat. Instellingen HandelingDe fabrieksinstellingen herstellen (*) Houd de [EFX LOOP B]- en de [CH 4]-knoppen ingedrukt en schakel het apparaat in.Opslaan op een kanaalDe kanaalinstellingen automatisch opslaan (standaardinstelling) Houd de [EFX LOOP A]-knop ingedrukt en schakel het apparaat in.De kanaalinstellingen opslaan met behulp van de schrijfbewerkingsfunctie (p.
5) Houd de [EFX LOOP B]-knop ingedrukt en schakel het apparaat in.DRIVE-waarde na het wijzigen van het kanaalDe waarde die is opgeslagen op een kanaal (standaardinstelling) Houd de [VOICE]-knop ingedrukt en schakel het apparaat in.Huidige waarde van het zwelpedaal Houd de [BOOST]-knop ingedrukt en schakel het apparaat in.GeluidsindicatorKleurweergave inschakelen (standaardinstelling) Houd de [MID BOOST]- en de [VOICE]-knoppen ingedrukt en schakel het apparaat in.Kleurweergave uitschakelen Houd de [MID BOOST]- en de [BOOST]-knoppen ingedrukt en schakel het apparaat in.* De instellingen voor elk kanaal worden ook teruggezet op de fabrieksinstellingen.
11Deutsch Français Italiano Español Português NederlandsEnglishBelangrijkste specicatiesRoland GA-212 Roland GA-112: GitaarversterkerGA-212 GA-112Nominaal uitgangsvermogen 200 W 100 WNominaal ingangsniveauINPUT HIGH: 10 dBuINPUT LOW: 0 dBuMAIN IN A, B: -10 dBuEFX LOOP A, B RETURN: -10 dBu, +4 dBu (aanpasbaar)Nominaal uitgangsniveauLINE OUT: -10 dBuEFX LOOP A, B SEND: -10 dBu, +4 dBu (aanpasbaar)THRU / TUNER OUT: -10 dBuLuidspreker 30 cm (12 inch) x 2 30 cm (12 inch) x 1Bedieningselementen[ON]-schakelaar[AUTO OFF]-schakelaar[VOICE]-knop[BOOST]-knop[MID BOOST]-knopEFX LOOP[A]-, [B]-knopEFX LOOP A-, B[LOOP]-schakelaarsEFX LOOP A-, B[LEVEL]-schakelaars[MANUAL]-knop[CH 1]–[CH 4]-knop[MASTER]-regelaar[DRIVE]-regelaar[VOLUME]-regelaar[BASS]-regelaar[MIDDLE]-regelaar[TREBLE]-regelaar[PRESENCE]-regelaar[REVERB]-regelaarIndicatorsGeluidsindicatorLED-regelaar x 7 (behalve MASTER-regelaar)VOICEBOOSTMID BOOSTEFX LOOP A, B MANUALCH 1– CH 4AansluitingenAC IN-aansluitingINPUT HIGH/LOW-aansluitingen (1/4"-jacks)MAIN IN A-, B-aansluitingen (1/4"-jacks)LINE OUT-aansluiting (1/4"-jack)FOOT CONTROL/LINK IN-aansluiting (stereo 1/4"-jack)LINE OUT-aansluiting (stereo 1/4"-jack)THRU/TUNER OUT-aansluiting (1/4"-jack)EFX LOOP A, B SEND-aansluitingen (1/4"-jacks)EFX LOOP A, B RETURN-aansluitingen (1/4"-jacks)Stroomverbruik 75 W 45 WAfmetingen 715 (B) x 337 (D) x 560 (H) mm 615 (B) x 337 (D) x 504 (H) mmGewicht 32 kg 24,5 kgAccessoiresZwenkwiel x 4 (alleen GA-212)NetsnoerGebruikershandleidingOpties (afzonderlijk verkrijgbaar) Footcontroller* 0 dBu = 0,775 Vrms* 962a Met het oog op productverbetering kunnen de specicaties en/of het uitzicht van dit toestel worden gewijzigd zonder voorafgaande kennisgeving.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Roland GA-112 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Receiver Roland
Handleiding Receiver
Nieuwste handleidingen voor Receiver