Ricoh SP 213SFw Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Ricoh SP 213SFw (256 pagina’s), behorend tot de categorie Printer. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 20 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over Ricoh SP 213SFw of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Ricoh |
| Categorie: | Printer |
| Model: | SP 213SFw |
| Kleur van het product: | Black, White |
| Gewicht: | 11000 g |
| Breedte: | 402 mm |
| Diepte: | 360 mm |
| Hoogte: | 293 mm |
| Wi-Fi-standaarden: | 802.11b, 802.11g, Wi-Fi 4 (802.11n) |
| USB-poort: | Ja |
| Ethernet LAN: | Nee |
| Geïntegreerde geheugenkaartlezer: | Nee |
| Markt positionering: | Thuis & kantoor |
| Aantal USB 2.0-poorten: | 1 |
| Stroomverbruik (in standby): | 65 W |
| Stroomverbruik (indien uit): | 5 W |
| Intern geheugen: | 128 MB |
| Duurzaamheidscertificaten: | ENERGY STAR |
| Maximale resolutie: | 1200 x 600 DPI |
| Aantal printcartridges: | 1 |
| Printkleuren: | Zwart |
| Papierlade mediatypen: | Dun papier |
| Opwarmtijd: | 27 s |
| Printtechnologie: | Universeel |
| Standaard interfaces: | USB 2.0, Wireless LAN |
| Modus voor dubbelzijdig afdrukken: | Handmatig |
| Printsnelheid (zwart, standaardkwaliteit, A4/US Letter): | 22 ppm |
| Printen: | Zwart-wit afdrukken |
| Paginabeschrijving talen: | PCL 6 |
| Gebruiksindicatie (maximaal): | 20000 pagina's per maand |
| Kopieën vergroten/verkleinen: | 25 - 400 procent |
| Kopieersnelheid (zwart, standaard, A4): | 9 cpm |
| Maximale kopieerresolutie: | 600 x 600 DPI |
| Kopiëren: | Zwart-wit kopiëren |
| Scannen: | Scannen in kleur |
| Soort scanner: | Flatbed scanner |
| Optische scanresolutie: | 600 x 600 DPI |
| Modemsnelheid: | 33.6 Kbit/s |
| Faxen: | Zwart-wit faxen |
| Totale uitvoercapaciteit: | 50 vel |
| Maximale ISO A-series papierformaat: | A4 |
| ISO A-series afmetingen (A0...A9): | A4, A5, A6 |
| Gemiddeld stroomverbruik ( bedrijfsresultaat ): | 400 W |
| Tijdsduur tot de eerste pagina (zwart, normaal): | 10 s |
| Type invoer papier: | Papierlade |
| Papierlade mediagewicht: | 60 - 105 g/m² |
| ISO B-series afmetingen (B0...B9): | B5, B6 |
| Maximaal aantal kopieën: | 99 kopieën |
| Verzendsnelheid fax: | 3 sec/pagina |
| Ondersteunde server operating systems: | Windows Server 2008, Windows Server 2008 R2, Windows Server 2012, Windows Server 2003, Windows Server 2012 R2, Windows Server 2003 R2 |
| Aantal printerlettertypen: | 80 |
| Scanner-drivers: | TWAIN, WIA |
| Mediagewicht, automatische doorvoer: | 52 - 105 g/m² |
| Wifi: | Ja |
| AC-ingangsspanning: | 220 - 240 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50 - 60 Hz |
Handleiding Ricoh SP 213SFw – volledige tekst
Voor een veilig en juist gebruik, zorg ervoor dat u de "Veiligheidsinformatie" leest voordat u het apparaat gebruikt.BijlageProblemen oplossenHet apparaat onderhoudenHet apparaat congureren met hulpprogramma'sHet apparaat congureren met het bedieningspaneelEen fax verzenden en ontvangenOriginelen scannenOriginelen kopiërenDocumenten afdrukkenPapier plaatsenOverzicht van het apparaatGeb ikeru rs-handleiding
INHOUDSOPGAVEHoe werkt deze handleiding. 7Inleiding. 7Wettelijk verbod. 7Disclaimer. 7Informatie over het IP-adres. 8Verschillen in prestaties/functies tussen verschillende modellen. 8Opmerking voor de beheerder. 10Modelspecifieke informatie. 11Belangrijke veiligheidsvoorschriften. 12Gebruikersinformatie over elektrische en elektronische apparaten. 12Advies met betrekking tot het milieu. 12Opmerking m. b. t. het batterij-/accusymbool (alleen voor EU-landen). 13Opmerkingen voor gebruikers van de faxeenheid. 14Belangrijke veiligheidsvoorschriften. 15Opmerkingen voor gebruikers van de staat Californië. 15ENERGY STAR-programma. 161. Overzicht van het apparaatOverzicht van alle apparaatonderdelen. 19Buitenkant. 19Binnenkant. 21Bedieningspaneel. 21De bedieningstoepassingen. 26Eerste setup. 27Het stuurprogramma en de software installeren. 28Netwerk-snelinstallatie. 28PC-Fax-stuurprogramma.
Papier plaatsen. 41Papier plaatsen in lade 1. 41Papier in de handinvoer plaatsen. 45De papiersoort en het papierformaat opgeven via het bedieningspaneel. 47Originelen plaatsen. 49Originelen. 49Originelen op de glasplaat leggen. 51Originelen in de automatische documentinvoer leggen. 513. Documenten afdrukkenBasisbewerking. 53Dubbelzijdig afdrukken. 53Een afdruktaak annuleren. 554. Originelen kopiërenHet kopieerapparaatscherm. 57Basisbewerking. 59Een kopie annuleren. 60Vergrote of verkleinde kopieën maken. 61Verkleinen/vergroten opgeven. 61Gecombineerde/dubbelzijdige kopieën maken. 63Gecombineerde en dubbelzijdige kopieën opgeven. 66Beide zijden van een identiteitsbewijs op één zijde kopiëren. 68De instelling ID-kaart kopiëren opgeven. 68Een identiteitsbewijs kopiëren. 69De scaninstellingen opgeven. 71Instelling van de afbeeldingsdichtheid.
Basisbewerkingen voor Scannen naar USB. 85De scaninstellingen opgeven. 87Het scanformaat opgeven aan de hand van het formaat van het origineel. 87Instelling van de afbeeldingsdichtheid. 87Resolutie opgeven. 88Vanaf een computer scannen. 90De TWAIN-scanner gebruiken. 90TWAIN-scannen. 90Basisbewerking voor WIA-scannen. 956. Een fax verzenden en ontvangenFaxapparaatscherm. 97De datum en tijd instellen. 98Tekens invoeren. 99Faxbestemmingen registreren. 100Faxbestemmingen registreren met het bedieningspaneel. 100Een fax versturen. 103Verzendingsmodus selecteren. 103Basisbewerking voor het versturen van een fax. 104De faxbestemming opgeven. 107Handige verstuurfuncties. 111De scaninstellingen opgeven. 114De faxfunctie gebruiken vanaf een computer (PC-fax). 117Basisbewerkingen voor het versturen van faxen vanaf een computer. 117Verzendinstellingen configureren.
118Het PC-faxadresboek configureren. 118Een voor-/achterblad van een fax bewerken. 120Een fax ontvangen. 122Ontvangstmodus selecteren. 122Faxen doorsturen of in het geheugen opslaan. 125Faxen afdrukken die in het geheugen zijn opgeslagen. 127Lijsten/rapporten met betrekking tot de faxfunctie. 1297. Het apparaat configureren met het bedieningspaneelBasisbewerking. 1313.
Menuoverzicht. 133Instellingen voor kopieereigenschappen. 134Instellingen scannereigenschappen. 138Instellingen van de eigenschappen voor het versturen van faxen. 140Instellingen van faxeigenschappen. 142Instellingen voor het adresboek. 147Systeeminstellingen. 148Lijsten/rapporten afdrukken. 153De configuratiepagina afdrukken. 153Soorten lijsten/rapporten. 153Instellingen voor printereigenschappen. 155Netwerkinstellingen. 159Beheerdersinstellingen. 1638. Het apparaat configureren met hulpprogramma'sWeb Image Monitor gebruiken. 169Bovenste pagina weergeven. 170De taal van de interface wijzigen. 171De systeeminformatie controleren. 172Tabblad Status. 172Tabblad Teller. 173Tabblad Apparaatinformatie. 174De systeeminstellingen configureren. 175Tabblad Geluidsvolume aanpassen. 175Tabblad Papierlade-instellingen. 175Tabblad Kopieerapparaat. 176Faxtabblad. 177Tabblad Tonerbeheer.
Tabblad IPv6-configuratie. 183Tabblad Netwerkapplicatie. 183Tabblad DNS. 185Tabblad Automatische E-mailmelding. 186Tabblad SNMP. 186Tabblad SMTP. 187Tabblad POP3. 188Tabblad Draadloos. 189De IPsec-instellingen configureren. 192Tabblad Algemene IPsec-instellingen. 192Tabblad IPsec-beleidslijst. 192Lijsten/rapporten afdrukken. 196De beheerderinstellingen configureren. 197Tabblad Beheerder. 197Tabblad Instellingen resetten. 197Tabblad Instellingen back-uppen. 198Tabblad Instellingen herstellen. 199Tabblad Datum/tijd instellen. 199Tabblad Energiespaarstand. 2009. Het apparaat onderhoudenDe printcartridge vervangen. 203Aandachtspunten bij het schoonmaken. 205De binnenkant van het apparaat schoonmaken. 206De glasplaat schoonmaken. 208De ADF schoonmaken. 20910. Problemen oplossenVeelvoorkomende problemen. 211Problemen met papierdoorvoer. 212Een papierstoring verwijderen.
Afdrukposities komen niet overeen met het computerscherm. 222Problemen met kopiëren. 223Problemen met de scanner. 225Faxproblemen. 226Fout- en statusmeldingen op het scherm. 22911. BijlageOpmerkingen over de toner. 237Het apparaat verplaatsen en vervoeren. 238Het apparaat weggooien. 238Waar kan ik meer informatie krijgen. 239Verbruiksartikelen. 240Printcartridge. 240Specificaties van het apparaat. 241Algemene functie Specificaties. 241Specificaties van de printerfunctie. 243Specificaties van de kopieerfunctie. 243Specificaties van de scanfunctie. 244Specificaties van de faxfunctie. 245Handelsmerken. 247INDEX. 2496.
Hoe werkt deze handleiding. InleidingDeze handleiding bevat gedetailleerde instructies en opmerkingen over de bediening en het gebruikvan dit apparaat. Lees voor uw eigen veiligheid deze handleiding zorgvuldig door voordat u hetapparaat gaat gebruiken. Bewaar deze handleiding op een handige plaats binnen handbereik. Wettelijk verbodKopieer of druk geen documenten af waarvan de reproductie verboden is door de wet. Het kopiëren of afdrukken van de volgende documenten is over het algemeen verboden doorplaatselijke wetgeving:bankbiljetten, belastingzegels, obligaties, aandeelcertificaten, bankcheques, cheques, paspoorten,rijbewijzen. De bovenstaande lijst is alleen bedoeld als richtlijn en is zeker niet volledig. Wij accepteren geenaansprakelijkheid voor de volledigheid of nauwkeurigheid ervan.
Als u vragen heeft betreffende dewettelijkheid van het kopiëren of afdrukken van sommige documenten, neem dan contact op met uwwettelijk adviseur. DisclaimerDe inhoud van deze handleiding kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Tot de maximale mate die is omschreven in de betreffende wetten, is de fabrikant in geen enkel gevalaansprakelijk voor enige schade die voortvloeit uit storingen van dit product, verlies van opgeslagengegevens of het gebruik of het niet gebruiken van dit product en de gebruikershandleidingen die zijnmeegeleverd. Zorg ervoor dat u altijd een kopie heeft of back-ups maakt van de gegevens die op dit apparaat staanopgeslagen. Documenten of gegevens kunnen mogelijk gewist worden vanwege bedieningsfouten ofapparaatstoringen.
De fabrikant is in geen enkel geval aansprakelijk voor documenten die door u zijn gemaakt met behulpvan dit apparaat of voor de resultaten die voortvloeien uit het gebruik van gegevens door u. Voor een goede afdrukkwaliteit adviseert de fabrikant u om de originele toner van de fabrikant tegebruiken. In deze handleiding gebruiken we twee soorten vermeldingen voor de afmetingen.
148 "Systeeminstellingen".*2 "Papierloze fax" heeft betrekking op de functie waarmee u faxberichten kunt opslaan in het geheugen en kuntselecteren welke faxberichten u wilt afdrukken, waardoor u papier bespaart. "Papierloze fax" verwijst naar[Ontvangstbestand verwerken] en [Melding status doorsturen], die kunnen worden opgegeven via hetbedieningspaneel van het apparaat en [Ontvangen faxbestand verwerken], dat kan worden opgegeven viaWeb Image Monitor. Zie voor details Pag. 142 "Instellingen van faxeigenschappen" en Pag. 175 "Desysteeminstellingen configureren".9
Opmerking voor de beheerderWachtwoordBepaalde configuraties van dit apparaat zijn mogelijk met een wachtwoord beveiligd om onbevoegdeaanpassingen door anderen te voorkomen. We raden u ten zeerste aan meteen uw eigen wachtwoordte maken.De volgende bewerkingen zijn mogelijk met een wachtwoord beveiligd:• De menu's [Adresboek], [Netwerkinstellingen] of [Beheerderstoepassingen ] configureren via hetbedieningspaneelU kunt deze menu's openen zonder wachtwoord.
Dit is een fabrieksinstelling.In [Beheerderstoepassingen] vindt u de instelling voor het maken van een wachtwoord.• De menu's [Systeeminstellingen], [Snelkeuzebestemming], [Scanbestemming], [Verkortefaxkiesnummer-bestemming], [Ontvangen faxbestand], [Netwerkinstellingen], [IPsec-instellingen]of [Beheerdertoepassingen] configureren met Web Image MonitorStandaard is de toegang tot het apparaat via Web Image Monitor niet beveiligd met eenwachtwoord.De instelling voor het configureren van het wachtwoord vindt u in [Beheerderinstellingen].• Voor meer informatie over het maken van wachtwoorden, zie Pag. 163 "Beheerdersinstellingen"of Pag. 197 "De beheerderinstellingen configureren".10
Modelspecifieke informatieIn dit gedeelte wordt uitgelegd tot welke regio uw apparaat behoort.Op de achterkant van het apparaat bevindt zich een sticker op de plaats die hieronder wordtweergegeven. De sticker bevat gegevens waarmee de regio van uw apparaat wordt geïdentificeerd.Lees wat er op de sticker staat.DCT065De volgende informatie is regiospecifiek. Lees de informatie onder het symbool dat overeenkomt met deregio van uw apparaat.(voornamelijk in Europa en Azië)Als de sticker de volgende informatie bevat, is uw apparaat een Regio A-model:• CODE XXXX -27, -29• 220-240V(voornamelijk in Noord-Amerika)Als de sticker de volgende informatie bevat, is uw apparaat een Regio B-model:• CODE XXXX -17• 120V• De afmetingen in deze handleiding worden gegeven in twee meeteenheden: metrisch en in inches.Als uw apparaat een model uit regio A is, raadpleegt u de metrische meeteenheid.
Belangrijke veiligheidsvoorschriften Gebruikersinformatie over elektrische en elektronische apparatenVoor gebruikers in landen waar het symbool zoals hier is afgebeeld is gespecificeerdin de nationale wetgeving aangaande de verwerking van elektronisch afvalOnze producten bevatten hoogwaardige componenten en zijn ontworpen om het recyclen tevergemakkelijken.Onze producten of productverpakkingen zijn gemarkeerd met het onderstaande symbool.Het symbool geeft aan dat het product niet mag worden behandeld als huishoudelijk afval. Als u hetapparaat wilt afdanken, doe dit dan via de aangewezen afvalverzamelingsystemen die hiervoor terbeschikking gesteld zijn.
Door deze instructies na te leven, bent u zeker dat dit product op de juistemanier wordt verwerkt en helpt u de mogelijke nadelige gevolgen voor het milieu en de openbaregezondheid, die het resultaat kunnen zijn van een foutieve verwerking van het product, te beperken.
Hetrecyclen van producten is ten behoeve van het behoud van de natuurlijke grondstoffen en terbescherming van het milieu.Voor meer informatie over inzamelsystemen en de recycling van dit product neemt u contact op met dewinkel waar u het product gekocht heeft, of met uw plaatselijke dealer of leverancier.Alle overige gebruikersAls u dit product wilt afvoeren, neem dan contact op met uw gemeente of provincie, de winkel waar udit product gekocht heeft, uw plaatselijke dealer of uw leverancier.Advies met betrekking tot het milieuGebruikers in de EU, Zwitserland en NoorwegenRendement van verbruiksartikelenRaadpleeg de Gebruikershandleiding voor deze informatie of de verpakking van hetverbruiksartikel.12
Gerecycled papierHet apparaat kan gerecycled papier verwerken dat is geproduceerd volgens de Europese normEN 12281:2002 of DIN 19309. Voor producten die gebruik maken van de EP-printtechnologie,kan het apparaat afdrukken op papier van 64 g/m2. Dit papier bevat minder ruwe materialen enis gemaakt met een lagere hoeveelheid nieuw gewonnen grondstoffen. Dubbelzijdig afdrukken (indien van toepassing)Met dubbelzijdig afdrukken maakt u gebruik van beide zijden van het papier. Dit bespaart papieren vermindert het aantal vellen per afgedrukt document. We raden u aan om dubbelzijdigafdrukken standaard in te schakelen, zodat u altijd dubbelzijdig afdrukt. Recycleprogramma voor toner- en inktcartridgesU kunt toner- en inktcartridges gratis inleveren, zodat deze gerecycled worden. Dit gebeurt inovereenstemming met de milieuvoorschriften van uw gemeente.
Voor meer informatie over het recycleprogramma, zie onze website of raadpleeg uwservicevertegenwoordiger. https://www. ricoh-return. com/EnergiezuinigDe hoeveelheid elektriciteit die een apparaat verbruikt is zowel afhankelijk van zijn specificaties alsvan de manier waarop u er gebruik van maakt. Het apparaat is speciaal ontworpen om uwelektriciteitskosten te verminderen door over te schakelen naar de modus 'Gereed' nadat de laatstepagina is afgedrukt. Indien nodig kan het apparaat vanuit deze modus direct afdrukken. Als u geen extra afdrukken meer hoeft te maken en de opgegeven tijdsperiode verstrijkt, schakelthet apparaat over naar de energiespaarstand. In deze modi verbruikt het apparaat minder elektriciteit (Watt). Als het apparaat weer moetafdrukken, heeft het iets langer nodig om te herstellen uit de energiespaarstand dan uit de modus'Gereed'.
Het apparaat komt uit de energiespaarstand als er een afdruktaak wordtontvangen, er een ontvangen fax wordt afgedrukt of als er een knop wordt ingedrukt.Energiespaarstand 1Dit apparaat gaat na 30 tellen automatisch over in energiespaarstand 1 nadat de laatstebewerking is voltooid.Energiespaarstand 2Dit apparaat gaat na 1 minuut automatisch over in energiespaarstand 2 nadat de laatstebewerking is voltooid.SpecificatiesEnergiespaarstand 1 Energieverbruik *1 39,1 WStandaardinterval 30 secondenHersteltijd *1 10 seconden16
1. Overzicht van het apparaatOverzicht van alle apparaatonderdelenIn dit deel staan de namen van de verschillende onderdelen van de voor- en achterkant van hetapparaat samen met een beschrijving van hun functie.Buitenkant ••••• Modellen van type 1 en 3 zijn niet uitgerust met een automatische documentinvoer (ADF).Modellen van type 1 en 3 zijn niet uitgerust met een automatische documentinvoer (ADF).Modellen van type 1 en 3 zijn niet uitgerust met een automatische documentinvoer (ADF).Modellen van type 1 en 3 zijn niet uitgerust met een automatische documentinvoer (ADF).Modellen van type 1 en 3 zijn niet uitgerust met een automatische documentinvoer (ADF).
••••• Modellen van type 1, 3 en 4 en 6 zijn niet uitgerust met een Ethernetpoort.Modellen van type 1, 3 en 4 en 6 zijn niet uitgerust met een Ethernetpoort.Modellen van type 1, 3 en 4 en 6 zijn niet uitgerust met een Ethernetpoort.Modellen van type 1, 3 en 4 en 6 zijn niet uitgerust met een Ethernetpoort.Modellen van type 1, 3 en 4 en 6 zijn niet uitgerust met een Ethernetpoort.
4. PapierstopperZet dit klepje omhoog om te voorkomen dat het papier eraf valt.5. HandinvoerDeze lade kan één vel normaal papier bevatten.6. Lade 1Deze lade kan maximaal 150 vellen normaal papier bevatten.7. USB-poort voor geheugenkaartSteek een USB-geheugenkaart in het apparaat om gescande bestanden op te slaan met de Scannen naarUSB-functie.8. Aan-/uitschakelaarGebruik deze schakelaar om het apparaat aan of uit te zetten.9. VoedingHier sluit u de stroomkabel op het apparaat aan. Steek de stekker van de kabel in een stopcontact.10. Automatische documentinvoer (glasplaatklep)De ADF is in de klep van de glasplaat geïntegreerd. Open deze klep om documenten op de glasplaat teplaatsen.11. ADF-invoerladePlaats hier stapeltjes originelen. Ze worden automatisch ingevoerd. De lade kan maximaal 15 vellen normaalpapier bevatten.12.
ADF-paneelOpen deze klep om originelen die zijn vastgelopen in de ADF te verwijderen.13. AchterklepOpen deze klep om vellen papier met de bedrukte zijde naar boven te plaatsen of om vastgelopen papier teverwijderen.14. Lijn- en TEL-poort• Bovenste poort: poort voor externe telefoonverbinding.• Onderste poort: G3 (analoog) lijn-interface-poort voor telefoonlijnverbinding.15. USB-poortGebruik deze poort om het apparaat op een computer aan te sluiten met een USB-kabel.16. EthernetpoortGebruik deze poort om het apparaat met een netwerkkabel op een netwerk aan te sluiten.17. LadeklepBevestig deze klep als u de lade eruit trekt.1. Overzicht van het apparaat20
3. CijfertoetsenGebruik deze knoppen om cijfers in te voeren als u instellingen opgeeft zoals faxnummers enkopieeraantallen. U kunt ze ook gebruiken om letters mee in te voeren als u namen opgeeft.4. [Gebruikersinstellingen]-knopDruk hierop om het menu weer te geven voor het configureren van de systeeminstellingen van het apparaat.5. [Wis/Stop]-knopGebruik deze knop om het afdrukken van een taak, het kopiëren van een document, het scannen, hetverzenden/ontvangen van een fax en andere actieve taken te annuleren of stoppen.6. SelectieknoppenDruk op de toets die overeenkomt met een item dat in de onderste regel van het scherm wordt getoond omdeze te selecteren.7. [Escape]-knopDruk hierop om de laatste bewerking te annuleren of om het vorige niveau van de menustructuur af te sluiten.8.
[OK]-knopGebruik deze knop om instellingen en opgegeven instellingswaarden te bevestigen of om naar het volgendemenuniveau te gaan.9. [Start]-knopGebruik deze knop om het verzenden/ontvangen van faxen te starten of om te scannen of te kopiëren.Aan de linkerkant ••••• De positie van de knoppen is afhankelijk van het model.De positie van de knoppen is afhankelijk van het model.De positie van de knoppen is afhankelijk van het model.De positie van de knoppen is afhankelijk van het model.De positie van de knoppen is afhankelijk van het model.Type 1, Type 2, Type 3 4 5 6 7 81 2 3DCT8921. Overzicht van het apparaat22
1. [Afbeeldingskwaliteit]-knopDruk hierop om de afbeeldingskwaliteit voor de huidige taak te selecteren.• Kopieermodus: selecteer Tekst, Foto of Gemngd.• Scannermodus: Selecteer de resolutie.2. [Shortcut naar functies]-knopDruk hierop om de kopieermodus voor identificatiebewijzen voor de huidige taak in te schakelen.Als u de kopieermodus met ID-kaart weinig gebruikt, kunt u [Shortcut naar functie] configureren in[Beheerderstoepassingen] om deze toets beschikbaar te maken voor het weergeven van scanbestemmingen.Meer informatie over [Shortcut naar functie] vindt u in Pag. 163 "Beheerdersinstellingen".3. [Kopieerapparaat]-toets (alleen Type 2, Type 3)Gebruik deze knop om het apparaat naar kopieerapparaatmodus over te schakelen.4. Indicatielampje apparaat aan/uitDit indicatielampje brandt blauw als het apparaat aan staat.5.
WaarschuwingsindicatielampjeDit indicatielampje brandt continu rood wanneer het papier of verbruiksartikelen in het apparaat op zijn of alser een andere fout optreedt.6. [Wi-Fi]-knop (alleen Type 2, Type 3)Druk op deze knop om naar het draadloos LAN te schakelen.Druk op deze toets om het menu te zien om de instellingen handmatig te configureren in de modusInfrastructuur of ad-hoc geselecteerd in [Wi-Fi-knop]. Door deze toets ingedrukt te houden, kunt u het menuzien om de WPS te configureren aan de hand van de pincode of in de PBC-modus. Deze toets kan nietworden gebruikt indien [Wi-Fi inschakelen] op [Uitschakelen] is ingesteld.7. [Belichting]-knopDruk hierop om de beeldbelichting aan te passen voor de huidige taak.• Kopieermodus: selecteer uit 5 belichtingniveaus.• Scanmodus: selecteer uit 5 belichtingsniveaus.8.
Type 4, Type 5, Type 6 9 10 11 1213141 23 4 5 6 7 8DCT8911. SnelkiestoetsenDruk hierop om een scan- of faxbestemming van Snelkeuze te selecteren.2. [Pauze/Herhaal]-knop• PauzeDruk op deze knop om een pauze in een faxnummer in te voegen. De pauze wordt weergegeven als"P".• HerhaalDruk hierop om de laatst gebruikte scan- of faxbestemming weer te geven.3. [Direct kiezen]-knopDruk hierop om de status van de bestemming te testen als u een fax stuurt.4. [Adresboek]-knopDruk hierop om een scan- of faxbestemming uit het Adresboek te selecteren.5. [Afbeeldingskwaliteit]-knopDruk hierop om de afbeeldingskwaliteit voor de huidige taak te selecteren.• Kopieermodus: selecteer Tekst, Foto of Gemngd.• Scannermodus: Selecteer de resolutie.• Faxmodus: selecteer Standaard, Details of Foto.6.
[Shortcut naar functies]-knopDruk hierop om de kopieermodus voor identificatiebewijzen voor de huidige taak in te schakelen.Als u de kopieermodus met ID-kaart weinig gebruikt, kunt u [Shortcut naar functie] configureren in[Beheerderstoepassingen] om deze toets beschikbaar te maken voor het verzenden van faxberichten viadirecte verzending of voor het weergeven van scanbestemmingen. Meer informatie over [Shortcut naarfunctie] vindt u in Pag. 163 "Beheerdersinstellingen".1. Overzicht van het apparaat24
7. [Fax]-knopGebruik deze knop om het apparaat naar faxmodus over te schakelen.8. [Kopieerapparaat]-knopGebruik deze knop om het apparaat naar kopieerapparaatmodus over te schakelen.9. Indicatielampje apparaat aan/uitDit indicatielampje brandt blauw als het apparaat aan staat.10. WaarschuwingsindicatielampjeDit indicatielampje brandt rood als het papier of de verbruiksartikelen in het apparaat op zijn, als depapierinstellingen niet met de instellingen overeenkomen die in het stuurprogramma zijn opgegeven of als erandere storingen optreden. Het lampje knippert langzaam als de toner in het apparaat bijna op is.11. [Shift]-knopDruk hierop om te schakelen tussen Snelkiestoets 1 t/m 4 en 5 t/m 8 als u een scan- of faxbestemmingopgeeft via Snelkeuze.12.
[Wi-Fi]-knop (alleen Type 5, Type 6)Druk op deze knop om naar het draadloos LAN te schakelen.Druk op deze toets om het menu te zien om de instellingen handmatig te configureren in de modusInfrastructuur of ad-hoc geselecteerd in [Wi-Fi-knop]. Door deze toets ingedrukt te houden, kunt u het menuzien om de WPS te configureren aan de hand van de pincode of in de PBC-modus. Deze toets kan nietworden gebruikt indien [Wi-Fi inschakelen] op [Uitschakelen] is ingesteld.13. [Belichting]-knopDruk hierop om de beeldbelichting aan te passen voor de huidige taak.• Kopieermodus: selecteer uit 5 belichtingniveaus.• Scanmodus: selecteer uit 5 belichtingsniveaus.• Faxmodus: selecteer uit 3 belichtingsniveaus.14. [Scanner]-knop (alleen Type 5, Type 6)Gebruik deze knop om het apparaat naar scanmodus over te schakelen.Overzicht van alle apparaatonderdelen25
De bedieningstoepassingenIn dit hoofdstuk worden de bedieningstoepassingen van dit apparaat uitgelegd. ••••• Afhankelijk van het model is het mogelijk dat Web Image Monitor niet beschikbaar is. RaadpleegAfhankelijk van het model is het mogelijk dat Web Image Monitor niet beschikbaar is. RaadpleegAfhankelijk van het model is het mogelijk dat Web Image Monitor niet beschikbaar is. RaadpleegAfhankelijk van het model is het mogelijk dat Web Image Monitor niet beschikbaar is. RaadpleegAfhankelijk van het model is het mogelijk dat Web Image Monitor niet beschikbaar is. RaadpleegPag. 8 "Verschillen in prestaties/functies tussen verschillende modellen" voor informatie overPag. 8 "Verschillen in prestaties/functies tussen verschillende modellen" voor informatie overPag. 8 "Verschillen in prestaties/functies tussen verschillende modellen" voor informatie overPag.
8 "Verschillen in prestaties/functies tussen verschillende modellen" voor informatie overPag. 8 "Verschillen in prestaties/functies tussen verschillende modellen" voor informatie overmodelspecifieke verschillen.modelspecifieke verschillen.modelspecifieke verschillen.modelspecifieke verschillen.modelspecifieke verschillen.BedieningspaneelHet bedieningspaneel bevat een scherm en toetsen om het apparaat mee te bedienen. Met behulpvan het bedieningspaneel kunt u de verschillende instellingen van het apparaat configureren. Voormeer informatie over het gebruik van het bedieningspaneel, zie Pag. 131 "Het apparaatconfigureren met het bedieningspaneel".Web Image MonitorU kunt de status van het apparaat controleren en zijn instellingen configureren door rechtstreekstoegang tot het apparaat te krijgen via Web Image Monitor. Voor meer informatie over hetgebruik van Web Image Monitor, zie Pag.
Eerste setupAls u het apparaat voor de eerste keer inschakelt, dient u de volgende items in te stellen. Selecteer elkeinstelling met [ ], [ ] of met de cijfertoetsen en druk vervolgens op de [OK]-knop.Taal van het displayDe taal die hier geselecteerd wordt, wordt gebruikt voor het weergeven van berichten, enz.Land*3Het geselecteerde land wordt gebruikt voor het configureren van de instellingen die betrekkinghebben op faxverzendingen, met de juiste standaardwaarden voor het land van gebruik.Faxnummer van de gebruiker*1Het geregistreerde nummer wordt gebruikt als het faxnummer van het apparaat.
Het faxnummervan de gebruiker kan bestaan uit de cijfers 0 tot 9, spaties en "+".Gebruikersnaam*1De naam die u hier invoert, wordt gebruikt als de naam van de afzender van de fax.Datum/TijdDe tijd en datum die hier worden ingevoerd, worden voor de interne klok van het apparaatgebruikt.Gebied*2 *3Door het gebied te selecteren waar het apparaat wordt gebruikt, kunt u de keuze van dedisplaytaal en andere instellingen beperken.*1 Deze instelling is alleen beschikbaar voor modellen van type 4, 5 en 6.*2 Deze instelling is alleen beschikbaar op modellen van type 1, 2 en 3.*3 Deze instelling is mogelijk niet beschikbaar, afhankelijk van de regio waar het apparaat wordt gebruikt.Eerste setup27
Het stuurprogramma en de softwareinstallerenNetwerk-snelinstallatie1. Zet de computer aan.2. Plaats de cd-rom in het cd-romstation.3. Selecteer een taal en product voor de interface en klik vervolgens op [OK].4. Klik op [Netwerk-snelinstallatie].5. Lees de volledige licentieovereenkomst zorgvuldig door. Als u de voorwaarden ervanaccepteert, klikt u op [Ik ga akkoord met de overeenkomst.] en klikt u op [Volgende >].6. Selecteer [Een nieuwe printer toevoegen] en klik vervolgens op [Volgende>].7. Selecteer de printerdetectiemethode, en klik vervolgens op [Volgende>].Als u automatisch naar printers wilt zoeken, selecteert u [Automatisch naar printers zoeken].Als u naar een printer wilt zoeken met het IP-adres, selecteert u [Zoeken naar printers op IP-adres].Als u een poort wilt selecteren of een nieuwe poort wilt opgeven, selecteert u [Selecteer een poortof geef een nieuwe poort op].
Als er een dialoogvenster wordt weergegeven voor het selecterenvan het poorttype, is het aanbevolen om de standaard TCP/IP-poort te selecteren.8. Volg de instructies in de installatiewizard.PC-Fax-stuurprogramma1. Zet de computer aan.2. Plaats de cd-rom in het cd-romstation.3. Selecteer een taal en product voor de interface en klik vervolgens op [OK].4. Klik op [PC-Fax-stuurprogramma].5. Lees de volledige licentieovereenkomst zorgvuldig door. Als u de voorwaarden ervanaccepteert, klikt u op [Ik ga akkoord met de overeenkomst.] en klikt u op [Volgende >].6. Selecteer dezelfde poort als de poort die in het printerstuurprogramma is geselecteerd.7. Volg de instructies in de installatiewizard.1. Overzicht van het apparaat28
••••• De instellingen voor Ethernet en draadloos LAN kunnen niet tegelijkertijd worden ingeschakeld.De instellingen voor Ethernet en draadloos LAN kunnen niet tegelijkertijd worden ingeschakeld.De instellingen voor Ethernet en draadloos LAN kunnen niet tegelijkertijd worden ingeschakeld.De instellingen voor Ethernet en draadloos LAN kunnen niet tegelijkertijd worden ingeschakeld.De instellingen voor Ethernet en draadloos LAN kunnen niet tegelijkertijd worden ingeschakeld.De IP-adresinstellingen configurerenDe stappen om de netwerkinstellingen te configureren variëren afhankelijk van of het IP-adresautomatisch door het netwerk (DHCP) wordt toegewezen of dat dit handmatig gebeurt.• U kunt het wachtwoord voor toegang tot het menu [Beheerderstoepassingen] opgeven in[Vergr.beheerderstoepass.].• Raadpleeg de Installatiehandleiding voor meer informatie over het configureren van het IPv4-adres.• Voor meer informatie over het afdrukken van de configuratiepagina, zie Pag.
153 "Lijsten/rapporten afdrukken".Automatisch een IPv6-adres ophalen ••••• Alleen met een DHCP-server op het netwerk kan het apparaat automatisch een IPv6-adres krijgen.Alleen met een DHCP-server op het netwerk kan het apparaat automatisch een IPv6-adres krijgen.Alleen met een DHCP-server op het netwerk kan het apparaat automatisch een IPv6-adres krijgen.Alleen met een DHCP-server op het netwerk kan het apparaat automatisch een IPv6-adres krijgen.Alleen met een DHCP-server op het netwerk kan het apparaat automatisch een IPv6-adres krijgen.1. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen].DCT8452. Druk op [ ] of [ ] om [Netwerkinstellingen] weer te geven. Druk vervolgens op de [OK]-knop.3. Als u om een wachtwoord wordt gevraagd, voer het wachtwoord dan met decijfertoetsen in en druk vervolgens op de [OK]-knop.Netwerkinstellingen configureren29
4. Druk op [ ] of [ ] om [IPv6-configuratie] te selecteren. Druk vervolgens op de [OK]-knop. 5. Druk op [ ] of [ ] om [IPv6] te selecteren. Druk vervolgens op de [OK]-knop. 6. Druk op [ ] of [ ] om [Actief] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop. 7. Druk op [ ] of [ ] om [DHCP] te selecteren. Druk vervolgens op de [OK]-knop. 8. Druk op [ ] of [ ] om [Actief] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop. 9. Druk op de [Gebruikersinstellingen]-knop om terug te keren naar het beginscherm. Als er een instelling gewijzigd is, start het apparaat automatisch opnieuw op. 10. Druk de configuratiepagina af om de instellingen te controleren. De IPv6-adresinstelling wordt weergegeven onder "IPv6-configuratie" op de configuratiepagina.
Het IPv6-adres van het apparaat handmatig toewijzen ••••• Het IPv6-adres dat het apparaat toegewezen krijgt, mag niet door een ander apparaat opHet IPv6-adres dat het apparaat toegewezen krijgt, mag niet door een ander apparaat opHet IPv6-adres dat het apparaat toegewezen krijgt, mag niet door een ander apparaat opHet IPv6-adres dat het apparaat toegewezen krijgt, mag niet door een ander apparaat opHet IPv6-adres dat het apparaat toegewezen krijgt, mag niet door een ander apparaat ophetzelfde netwerk gebruikt worden. hetzelfde netwerk gebruikt worden. hetzelfde netwerk gebruikt worden. hetzelfde netwerk gebruikt worden. hetzelfde netwerk gebruikt worden. 1. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen]. DCT8452. Druk op [ ] of [ ] om [Netwerkinstellingen] weer te geven. Druk vervolgens op de [OK]-knop. 3.
Als u om een wachtwoord wordt gevraagd, voer het wachtwoord dan met decijfertoetsen in en druk vervolgens op de [OK]-knop. 4. Druk op [ ] of [ ] om [IPv6-configuratie] te selecteren. Druk vervolgens op de [OK]-knop. 5. Druk op [ ] of [ ] om [IPv6] te selecteren. Druk vervolgens op de [OK]-knop. 6. Druk op [ ] of [ ] om [Actief] te selecteren en druk vervolgens op de [OK]-knop. 7. Druk op [ ] of [ ] om [DHCP] te selecteren.
9. Druk op [ ] of [ ] om [Handm. Config. -adres] te selecteren. Druk vervolgens op de [OK]-knop. 10. Druk op [ ] of [ ] om [Handm. Config. -adres] te selecteren. Druk vervolgens op de [OK]-knop. 11. Voer het IPv6-adres in met behulp van de cijfertoetsen en druk vervolgens op de [OK]-knop. 12. Druk op [ ] of [ ] om [Lengte prefix] te selecteren. Druk vervolgens op de [OK]-knop. 13. Voer het kengetal in met de cijfertoetsen en druk op de [OK]-knop. 14. Druk op [ ] of [ ] om [Gateway-adres] te selecteren. Druk vervolgens op de [OK]-knop. 15. Voer het gateway-adres met de cijfertoetsen in en druk dan op de [OK]-knop. 16. Druk op de [Gebruikersinstellingen]-knop om terug te keren naar het beginscherm. Als er een instelling gewijzigd is, start het apparaat automatisch opnieuw op. 17. Druk de configuratiepagina af om de instellingen te controleren.
De IPv6-adresinstelling wordt weergegeven onder "IPv6-configuratie" op de configuratiepagina. Draadloze LAN-installatieIn dit gedeelte wordt beschreven hoe u de instellingen van draadloos LAN via het bedieningspaneelhandmatig configureert. Zie de handleiding voor WiFi-instellingen voor het eenvoudig instellen metbehulp van WPS (Wi-Fi Protected Setup). ••••• Als [Uitschakelen] is opgegeven voor de instelling [WiFi inschakelen], kunt u de [Installatiewizard]Als [Uitschakelen] is opgegeven voor de instelling [WiFi inschakelen], kunt u de [Installatiewizard]Als [Uitschakelen] is opgegeven voor de instelling [WiFi inschakelen], kunt u de [Installatiewizard]Als [Uitschakelen] is opgegeven voor de instelling [WiFi inschakelen], kunt u de [Installatiewizard]Als [Uitschakelen] is opgegeven voor de instelling [WiFi inschakelen], kunt u de [Installatiewizard]niet gebruiken.
Als u deniet gebruiken. Selecteer eerst [Inschakelen] voor de instelling [WiFi inschakelen]. Als u deniet gebruiken. Selecteer eerst [Inschakelen] voor de instelling [WiFi inschakelen]. Als u deinstelling [WiFi inschakelen] wijzigt, moet u het apparaat opnieuw opstarten. instelling [WiFi inschakelen] wijzigt, moet u het apparaat opnieuw opstarten. instelling [WiFi inschakelen] wijzigt, moet u het apparaat opnieuw opstarten. instelling [WiFi inschakelen] wijzigt, moet u het apparaat opnieuw opstarten. instelling [WiFi inschakelen] wijzigt, moet u het apparaat opnieuw opstarten. InfrastructuurmodusGebruik de volgende procedure om handmatig verbinding te maken met de draadloze LAN-router ofhet toegangspunt. ••••• Zorg ervoor dat de router, het toegangspunt of het apparaat met draadloos LAN is ingeschakeld.
Zorg ervoor dat de router, het toegangspunt of het apparaat met draadloos LAN is ingeschakeld. Zorg ervoor dat de router, het toegangspunt of het apparaat met draadloos LAN is ingeschakeld. Zorg ervoor dat de router, het toegangspunt of het apparaat met draadloos LAN is ingeschakeld. Zorg ervoor dat de router, het toegangspunt of het apparaat met draadloos LAN is ingeschakeld. ••••• Controleer eerst de verificatiemethode en de naam van de router, het toegangspunt of hetControleer eerst de verificatiemethode en de naam van de router, het toegangspunt of hetControleer eerst de verificatiemethode en de naam van de router, het toegangspunt of hetControleer eerst de verificatiemethode en de naam van de router, het toegangspunt of hetControleer eerst de verificatiemethode en de naam van de router, het toegangspunt of hetapparaat met draadloos LAN (SSID/IBSS).
1. Druk op de knop [Gebruikersinstellingen].DCT8452. Druk op [ ] of [ ] om [Netwerkinstellingen] weer te geven. Druk vervolgens op de [OK]-knop.3. Als u om een wachtwoord wordt gevraagd, voer het wachtwoord dan met decijfertoetsen in en druk vervolgens op de [OK]-knop.4. Druk op [ ] of [ ] om [Wi-Fi] te selecteren. Druk vervolgens op de [OK]-knop.5. Druk op [ ] of [ ] om [Install.wizard] te selecteren. Druk vervolgens op de [OK]-knop.6. Selecteer [Infrastructuur] en druk vervolgens op [Volgende].7. Druk op [ ] of [ ] om de betreffende SSID te selecteren. Druk vervolgens op [Volgende].Als u de betreffende SSID niet kunt vinden, controleer dan of het apparaat is ingeschakeld.Wanneer u de SSID wilt invoeren, selecteert u [SSID invoeren]. Druk vervolgens op [Volgende].Het SSID-invoerscherm wordt weergegeven. Voer de SSID met de cijfertoetsen in en druk dan op[Volgende].8.
Druk op [ ] of [ ] om de verificatiemethode te selecteren. Druk vervolgens op[Volgende].Selecteer dezelfde methode als die door de router of het toegangspunt wordt gebruikt.Als u [WPA2-PSK] of [Gemengde modus WPA2/WPA] geselecteerd heeft, ga dan verder metstap 10.9. Druk op [ ] of [ ] om de coderingsmethode te selecteren. Druk vervolgens op[Volgende].Selecteer dezelfde methode als die door de router of het toegangspunt wordt gebruikt.10. Voer de coderingssleutel en de ID met de cijfertoetsen in en druk vervolgens op [Verb.].Als u [Gedeelde sleutel] of [Open systeem] geselecteerd heeft in stap 8, moet u het ID invoeren.Het ID wordt gebruikt voor het identificeren van de coderingssleutel. U kunt vier coderingssleutels(ID 1 t/m 4) registreren. Gebruik het [ ] of [ ] om te wisselen tussen de coderingssleutel en de ID-instellingen.1. Overzicht van het apparaat32
11. Druk op [Ja]. Nadat verbinding met het netwerk gemaakt is, wordt het Wi-Fi scherm weergegeven. 12. Druk op [ ] of [ ] om [WiFi-status] te selecteren. Druk vervolgens op de [OK]-knop. Als "Verbonden" wordt weergegeven, is de verbinding tot stand gebracht. Als "Niet verbonden" wordt weergegeven, is er geen verbinding tot stand gebracht. Beginopnieuw vanaf het begin. Ad hoc modusIn deze paragraaf wordt uitgelegd hoe u apparaten rechtstreeks via draadloos LAN kunt aansluiten,zoals computers op een peer-to-peer netwerk. ••••• Zorg dat [Wi-Fi-knop] is ingesteld op [Ad-hoc modus]. Voor [Wi-Fi-knop] zie Pag. 159Zorg dat [Wi-Fi-knop] is ingesteld op [Ad-hoc modus]. Voor [Wi-Fi-knop] zie Pag. 159Zorg dat [Wi-Fi-knop] is ingesteld op [Ad-hoc modus]. Voor [Wi-Fi-knop] zie Pag. 159Zorg dat [Wi-Fi-knop] is ingesteld op [Ad-hoc modus]. Voor [Wi-Fi-knop] zie Pag.
159Zorg dat [Wi-Fi-knop] is ingesteld op [Ad-hoc modus]. Voor [Wi-Fi-knop] zie Pag. 159"Netwerkinstellingen". "Netwerkinstellingen". "Netwerkinstellingen". "Netwerkinstellingen". "Netwerkinstellingen". ••••• In een ad-hocnetwerk moet aan elk apparaat handmatig een IP-adres voor TCP/IP wordenIn een ad-hocnetwerk moet aan elk apparaat handmatig een IP-adres voor TCP/IP wordenIn een ad-hocnetwerk moet aan elk apparaat handmatig een IP-adres voor TCP/IP wordenIn een ad-hocnetwerk moet aan elk apparaat handmatig een IP-adres voor TCP/IP wordenIn een ad-hocnetwerk moet aan elk apparaat handmatig een IP-adres voor TCP/IP wordentoegewezen als er geen DHCP-server is. toegewezen als er geen DHCP-server is. toegewezen als er geen DHCP-server is. toegewezen als er geen DHCP-server is. toegewezen als er geen DHCP-server is.
••••• In de ad-hocmodus worden alleen Open systeem of WEP-codering ondersteund. DeIn de ad-hocmodus worden alleen Open systeem of WEP-codering ondersteund. DeIn de ad-hocmodus worden alleen Open systeem of WEP-codering ondersteund.
DeIn de ad-hocmodus worden alleen Open systeem of WEP-codering ondersteund. DeIn de ad-hocmodus worden alleen Open systeem of WEP-codering ondersteund. Deverificatiemethoden WPA2-PSK en Gemengde modus WPA2/WPA worden niet ondersteund. verificatiemethoden WPA2-PSK en Gemengde modus WPA2/WPA worden niet ondersteund. verificatiemethoden WPA2-PSK en Gemengde modus WPA2/WPA worden niet ondersteund. verificatiemethoden WPA2-PSK en Gemengde modus WPA2/WPA worden niet ondersteund. verificatiemethoden WPA2-PSK en Gemengde modus WPA2/WPA worden niet ondersteund. 1. Druk op de knop [Wi-Fi]. DCT853Als [Uitschakelen] is opgegeven voor de instelling [Wi-Fi inschakelen] kunt u de [Wi-Fi]-knop nietgebruiken. 2. Druk op [ ] of [ ] om een communicatiekanaal te selecteren. Druk vervolgens op[Volgende]. Selecteer een kanaal dat overeenkomt met het apparaat waarmee u het gaat verbinden. 3.
Druk op [ ] of [ ] om de naam van het betreffende apparaat (IBSS) te selecteren. Drukvervolgens op [Volgende]. Als u het apparaat niet kunt vinden, controleer dan of het apparaat is ingeschakeld. Netwerkinstellingen configureren33.
Wanneer u de apparaatnaam wilt invoeren, selecteert u [SSID invoeren]. Druk vervolgens op[Volgende]. Het SSID-invoerscherm wordt weergegeven. Voer de naam van het apparaat in metde cijfertoetsen en druk vervolgens op [Volgende].4. Druk op [ ] of [ ] om de verificatiemethode te selecteren. Druk vervolgens op[Volgende].5. Druk op [ ] of [ ] om de coderingsmethode te selecteren. Druk vervolgens op[Volgende].6. Voer de coderingssleutel en de ID met de cijfertoetsen in en druk vervolgens op de knop[Verb.].De ID wordt gebruikt om de coderingssleutel te identificeren. U kunt vier coderingssleutels (ID 1t/m 4) registreren.7. Druk op [Ja].8. Controleer de verbinding met behulp van [WiFi-status].Als "Verbonden" wordt weergegeven, is de verbinding tot stand gebracht.Als "Niet verbonden" wordt weergegeven, is er geen verbinding tot stand gebracht. Beginopnieuw vanaf het begin.1.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Ricoh SP 213SFw stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Printer Ricoh
Handleiding Printer
Nieuwste handleidingen voor Printer