REMKO GPM 15 Handleiding

REMKO Heater GPM 15

Bekijk gratis de handleiding van REMKO GPM 15 (44 pagina’s), behorend tot de categorie Heater. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 59 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over REMKO GPM 15 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/44
Uitgave NL – W02
REMKO GPM
Gas-wandverwarmingsautomaten
Bediening · Techniek · Vervangingsonderdelen

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: REMKO
Categorie: Heater
Model: GPM 15

Handleiding REMKO GPM 15 – volledige tekst

3InhoudMade by REMKOVoor dat de apparaten in gebruik worden genomen / worden gebruikt, moet deze bedrijfshandleiding zorgvuldig worden gelezen!Deze handleiding is een bestanddeel van het apparaat en moet altijd in de buurt van de opstellingsplaats of bij het apparaat zelf worden bewaard.Deze Nederlandse gebruiksaanwijzing is een vertaling van de origi-nele Duitse handleiding, versie W-02 Wijzigingen voorbehouden; wij zijn niet aansprakelijk voor fouten en drukfouten!Veiligheidsvoorschriften 4Opstelling van het apparaat 5Apparaatbeschrijving 6-11Gebruik volgens het bestemde doel 12Klantenservice en garantie 12Milieubescherming en recycling 12Parametertabel van de besturingsprintplaat 13Temperatuurregeling ATR-6 14-19Installatie 20-22Uitlaatgasaansluiting 22-25Elektrische aansluiting 26Elektrisch aansluitschema 27Gasaansluiting 28Ingebruikneming 29-30Onderhoud 31-32Vervangen van de besturingsprintplaat 33Schoorsteenvegertoets 33Vervangen van de gasklep 34Omschakelen naar vloeibaar gas 35Verhelpen van storingen 36-37Afmetingen van het apparaat 38Weergave van het apparaat 39-40Vervangingsonderdelenlijst 41Landentabel gassoorten 42Technische gegevens 43

4REMKO GPMVeiligheidsvoorschriftenDe apparaten zijn voor levering onderworpen aan uitgebreide materiaal-, functie- en kwaliteitskeuringen. Toch kunnen de apparaten gevaren veroorzaken wanneer ze ondeskundig worden gebruikt door ongeschoolde personen of wanneer ze niet voor het bestemde doel worden gebruikt. Neem de volgende aanwijzingen in acht: ■ De apparaten mogen uitsluitend worden bediend door personen die zijn geschoold in het bedienen van de apparaten■ Bij gebreken die de bedrijfsveiligheid van de apparaten in gevaar brengen, moet het gebruik ervan direct worden stopgezet■ De apparaten moeten zodanig worden opgesteld en gebruikt dat de vrijkomende warme luchtstroom geen schadelijke invloed op de omgeving of op de apparaten heeft■ De apparaten niet blootstellen aan weersinvloeden (regen, zon enz. )■ De apparaten niet met vochtige of natte lichaamsdelen, bijv.

handen, aanraken■ De apparaten beschermen tegen spatwater en andere vloeistoffen■ Geen gasleidingen gebruiken voor het aarden van elektrische apparaten■ Hete onderdelen van de apparaten, bijv. de uitlaatgasleiding, niet aanrakenBij gebruik van de apparaten moeten altijd de desbetreffende lokale bouw- en brandbeveiligingsvoorschriften evenals de voorschriften van de wettelijke ongevallenverzekering in acht worden genomen.

■ Bewegende delen van de apparaten niet aanraken■ Nooit vreemde voorwerpen in de apparaten steken■ De apparaten mogen alleen worden bevestigd aan stevige constructies of aan plafonds van niet-brandbaar materiaal met een voldoende draagvermogen■ De apparaten mogen alleen worden bevestigd aan de daartoe door de fabriek bestemde punten■ De apparaten mogen niet worden opgesteld en gebruikt in een brand- of explosiegevaarlijke omgeving■ De apparaten moeten buiten verkeerszones, bijv. van kranen, worden opgesteld.

Er moet een veiligheidszone van 1 m worden vrijgehouden■ De aanzuigbeschermroosters moeten altijd vrij worden gehouden van vuil en losse voorwerpen■ De apparaten mogen niet worden blootgesteld aan een rechtstreekse waterstraal■ De apparaten moeten minstens eenmaal per jaar worden gecontroleerd door een deskundige■ Veiligheidsvoorzieningen mogen niet worden overbrugd of geblokkeerd. ■ Voor onderhouds- of reparatiewerkzaamheden moet de gastoevoer worden afgesloten en moet het apparaat met alle polen worden losgemaakt van het stroomnet. (Zekering uitdraaien of de bouwzijdige hoofd-/noodschakelaar uitschakelen)Voorzorgsmaatregelen bij gaslucht1. Direct het apparaat uitschakelen. 2. De gasafsluitvoorziening(en) sluiten. 3. Alle personen die direct gevaar lopen waarschuwen. 4. Ramen en deuren openen. 5. Geen elektrische voorzieningen zoals lichtknoppen of elektrische stekkercontacten bedienen.

6. Als de ruimte waar de gaslucht vandaan komt niet toegankelijk is, dient men onmiddellijk de brandweer, de politie en eventueel het nutsbedrijf te waarschuwen. De apparaten worden uitsluitend gebruikt voor industriële- en bedrijfstoepassingen. Ze zijn niet bedoeld voor de verwarming van woonruimtes en dergelijke. AANWIJZINGATTENTIEMontage-, instel- en onderhoudswerkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd door geautoriseerd vakpersoneel. ATTENTIEDe veiligheidsvoorzieningen mogen tijdens het bedrijf van het apparaat niet worden overbrugd of geblokkeerd.

5Opstelling van het apparaatToepassingsgebiedMet de REMKO gas-wandverwarmingsautomaten van de GPM-serie worden zowel kleine ruimtes (bijv. werkplaatsen) als grotere ruimtes (bijv. industriehallen en sportcomplexen) verwarmd. Voor een efficiënte verwarming is het daarom beslist nodig om het verwarmingsvermogen te bepalen d. m. v. een goede berekening van de warmtebehoefte van de ruimte. Algemene voorwaardenBij de opstelling van de apparaten moeten de lokale resp. nationale voorschriften en richtlijnen in de geldige versie worden nageleefd. Werkzaamheden zoals:■ gas- en elektro-installatie■ omschakelen naar een andere gassoort■ ingebruikneming■ afstellen en onderhoud mogen alleen worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel Hierdoor wordt gewaarborgd dat behalve een foutloze elektro- en gasinstallatie ook alle vereiste metingen en keuringen worden uitgevoerd.

■ De apparaten moeten minstens eenmaal per jaar door geautoriseerd personeel worden gecontroleerd. Wij adviseren hiertoe een onderhoudscontract planning en bij de opstelling van de apparaten moeten de volgende punten beslist in acht worden genomen. ■ De apparaten moeten zodanig worden opgesteld en gebruikt dat personen geen gevaar lopen door uitlaatgas en stralingswarmte en er geen branden kunnen ontstaan■ Bij het opstellen van de apparaten moet men ervoor zorgen dat de uittredende warme luchtstroom geen schadelijke invloed op de omgeving heeft■ Brandgevaar moet worden uitgesloten, waarbij men rekening dient te houden met materialen van de opstelvlakken en de vlakken waartegen de apparaten worden geplaatst. Zie daartoe TRGI, paragraaf 5. 1. 3. 3■ De voor de montage bestemde wand of plafond moet bestaan van niet-brandbaar materiaal.

Het draagvermogen ervan moet worden gecontroleerd, eventueel moeten versterkingen worden aangebracht■ Consoles moeten voldoende stevig in de wand of het plafond zijn verankerd en de apparaten moeten eraan worden bevestigd op de daartoe door de fabriek bestemde punten■ Er moet worden gezorgd voor voldoende ruimte voor het onderhoud van warmtewisselaars, branders, de ventilator en de uitlaatgasafvoer■ Bedieningsvoorzieningen voor het apparaat en de brandstoftoevoer moeten vanaf de vloer kunnen worden bediend. De exploitant dient te zorgen voor onderhouds- en reparatiemogelijkhedenaf te sluiten met een gespecialiseerd bedrijf ■ Bij het plannen en installeren van de uitlaatgasleiding moet altijd rekening worden gehouden met de bouwkundige mogelijkheden en de geldende lokale resp. nationale voorschriften.

■ In een sterk verontreinigde omgeving moet er bij het uitvoeren van de verzorgings- en onderhoudsmaatregelen rekening worden gehouden met de heersende omstandigheden. De verbrandingslucht moet dan in principe van buiten worden aangevoerdKeuze van de opstellingsplaatsBij het bepalen van de opstellingsplaats moet er rekening worden gehouden met:■ Brandbeveiliging en bedrijfsgevaren■ Functie:Vertrekverwarming, onderdruk/overdruk in de opstellingsruimte enz. ■ Bedrijfsbelangen, warmtebehoefte, nominale luchtvolumestroom, behoefte aan circulatielucht, luchtvochtigheid, kamertemperatuur, luchtverdeling, benodigde plaatsruimte■ Montage-, reparatie- en onderhoudsmogelijkheden. De apparaten moeten zodanig worden gemonteerd dat ze altijd goed toegankelijk zijn voor reparatie- en onderhoudswerkzaamhedenBij ondeskundige opstelling en bediening kunnen er gevaren uitgaan van de apparaten.

6REMKO GPMApparaatbeschrijvingDefinitie van de apparatenConform de EU-richtlijnen zijn de apparaten gedefinieerd als:„Gas-warmeluchtbereiders (WLB) zonder stromingsbeveiliging, uitgerust met een ventilator voor de warmtewisselaar“. De apparaten zijn volautomatische, direct gestookte warmeluchtbereiders voor wand- en plafondmontage. Ze kunnen worden gestookt met aardgas of vloeibaar gas. De apparaten worden gebruikt voor continue of tijdelijke verwarming van gesloten en open ruimtes, bijv. in:hallen, werkplaatsen, kassen, magazijnen enz. Classificatie van de apparatenDe apparaten werden volgens de Europese normvoorschriften EN 437 en EN 1020 geclassificeerd op basis van:De gascategorie:Indeling op basis van het soort gas waarmee ze kunnen worden gestookt.

Voor Duitsland DE II2ELL3B/PHet soort gas:De brander kan worden gestookt met gassen uit de tweede gasfamilie (aardgas - groep H en L) en met gassen uit de derde gasfamilie (butaan en propaan). Het type gasverbrandingstoestel:Indeling op basis van de mogelijkheid tot afvoer van de verbrandingsproducten resp. de toevoer van verbrandingslucht. (kamerlucht-onafhankelijk/kamerlucht-afhankelijk)Meer informatie vindt u in het hoofdstuk „Installatie van de uitlaatgasafvoer en verbrandingsluchttoevoer“. Constructie van de apparatenDe buitenmantel van de apparaten bestaat uit gecoate plaatstaal; dit garandeert een lange houdbaarheid. In het voorste deel bevinden zich een of meer uitblaasroosters. Om voor een optimale verdeling van de warme lucht in de opstellingsruimte te zorgen, kunnen de horizontale lamellen van het uitblaasrooster met de hand worden versteld.

Aan de achterkant bevinden zich een of meer circulatieluchtventilatoren met roosters, de aansluitstukkenvoor de afvoer van uitlaatgas en de toevoer van verbrandingslucht, het gasaansluitstuk, de kabeldoorvoeringen voor de elektrische leidingen en de stekkerverbinding voor aansluiting op het stroomnet.

In het rechter zijdeel bevinden zich achter de inspectiedeur de componenten die nodig zijn voor de besturing en beveiliging, bijvoorbeeld: - de elektrische schakeling met kabels - de besturingselektronica - de gasarmatuur - de modulerende gasbranderIn het binnenste van het apparaat, direct in de circulatieluchtstroom, bevindt zich de branderkamer met de warmtewisselaar. De branderkamer bestaat volledig uit roestvrij staal (inox) AISI 430. De warmtewisselaar is van roestvrij staal (inox) AISI 441, voor een betere bestendigheid tegen corrosie door vochtige dampen. De speciale vorm en het grote oppervlak van de branderkamer en de warmtewisselaar waarborgen een hoog rendement en een lange levensduur. Ook de gasbrander bestaat volledig uit roestvrij edelstaal, dat op een speciale manier is bewerkt.

Werking van de apparatenDe modulerende gaswandverwarmingsautomaten van het model GPM zijn ontwikkeld voor het verwarmen van industriële- en bedrijfsruimtes. De elektronische besturing van de apparaten zorgt op basis van de werkelijke warmtebehoefte voor een continue regeling van het verwarmingsvermogen tussen het minimum en het maximum vermogen. Door de voorvermengings- en de modulatietechniek is een rendement van 94% mogelijk. Het nominale verwarmingsvermogen van de serie REMKO GPM ligt tussen 11,8 en 71,5 kW. De apparaten bestaan in hoofdzaak uit de branderkamer met een warmtewisselaar en de circulatieluchtventilator(en). De omgevingslucht wordt door een of meer ventilatoren aangezogen en efficiënt over de branderkamer met warmtewisselaar geleid. De branderkamer wordt opgewarmd door de gasbrander en geeft warmte af aan de langsstromende lucht.

De warme lucht wordt aan de voorzijde van het apparaat via een verstelbaar uitblaasrooster uitgeblazen. Voorschriftmatig gebruik van het apparaat is alleen mogelijk met een aangesloten temperatuurregeling, bijv. ATR-6 (toebehoren). De apparaten zijn niet geschikt voor de verwarming van woonruimtes en dergelijke. AANWIJZING.

7■ Activering van de veiligheidsthermostaat en de daarmee verbonden vergrendeling van de veiligheidsthermostaat (STB). Zonder handmatige ontgrendeling start het apparaat hierdoor niet opnieuw■ Beschadiging van elektrische leidingenVeiligheidsthermostaat/-statenDe apparaten beschikken voor elke ventilator over een veiligheidsthermostaat (STB) voor handmatige ontgrendeling. Activering van de veiligheidsthermostaat veroorzaakt een veiligheidsuitschakeling. De thermostaat is gemonteerd bij de warmtewisselaar en bewaakt de uitgangstemperatuur daarvan. De door activering van de veiligheidsthermostaat veroorzaakte blokkering van het apparaat wordt aangegeven door storing F2 op de temperatuurregeling. Lucht/gas-voorvermengingDe apparaten zijn uitgerust met een brander met volledige lucht/gas-voorvermenging. Deze vermenging vindt plaats in de ventilator van de brandermotor.

De door de ventilator aangezogen lucht stroomt door de venturibuis, waar er onderdruk ontstaat die het gas meetrekt. Hierdoor ontstaat er een constant lucht/gasmengsel. De verhouding lucht-/gasdruk is 1:1. Deze waarde kan worden gewijzigd met de offset-regelschroef op de gasklep. Bij aflevering van de apparaten is de gashoeveelheid al ingesteld en is de schroef verzegeld. Met de instelschroef op de venturibuis kan een nauwkeurige afstelling plaatsvinden; deze regelt de maximum gasdoorzet en bepaalt zo het kooldioxidegehalte (CO2) van het uitlaatgas. Deze schroef wordt niet verzegeld, om de warmeluchtbereider eventueel te kunnen omschakelen naar een andere gassoort. ATTENTIE: Bij de offset- en de CO2-instelling. De besturingsprintplaat van de apparaten kan met gelijkstroom het toerental van de brandermotor regelen op basis van de warmtebehoefte in het vertrek.

Wanneer het toerental verandert, verandert ook de luchtdoorzet en daardoor de gasdoorzet. De waarden van het minimum- en maximumtoerental van de ventilator kunnen niet worden gewijzigd.

Ventilatoren Het inschakelen van de circulatieluchtventilatoren wordt op basis van een tijdschakeling geregeld door de besturingsprintplaat, waarbij de tijdregeling begint met het inschakelen van de hoofdbrander. Deze vertraagde inschakeling voorkomt dat er koude lucht in het vertrek wordt geblazen. Uitschakelen van het apparaatAls er geen warmtebehoefte meer bestaat (de kamertemperatuur ligt boven de ingestelde waarde), schakelt de besturingsprintplaat de brander uit. De branderventilator blijft gedurende een vaste, vooraf ingestelde tijd nalopen om de branderkamer te beluchten. Tot de warmtewisselaar is afgekoeld, blijft/blijven ook de circulatieluchtventilator(en) tijdgeregeld nalopen. Als er nieuwe warmtebehoefte ontstaat tijdens de naloopfase, wacht de besturingsprintplaat tot de ventilatoren zijn uitgeschakeld en voert dan een reset uit, waarna er een nieuwe cyclus begint.

BELANGRIJK. Onderbreking van de stroomtoevoer tijdens het branderbedrijf is niet toegestaan, omdat een ontbrekende naventilatie van de warmtewisselaar tot aanzienlijke schade kan leiden;■ Oververhitting van het apparaat, waardoor de garantie vervalt■ Beschadiging van de branderventilator en de componenten daarvanATTENTIEVoordat een veiligheidsvoorziening wordt ontgrendeld, moet de oorzaak van de activering opgespoord en verholpen worden. De veiligheidsvoorzieningen mogen tijdens het bedrijf van het apparaat niet worden overbrugd of geblokkeerd. AANWIJZING.

8REMKO GPMHet grootste voordeel van de apparaten is de modulerende werking, d. w. z. het verwarmingsvermogen en daarmee de gasdoorzet (brandstofverbruik) veranderen naargelang de warmtebehoefte. Als de warmtebehoefte in een vertrek afneemt, verbruikt de warmeluchtbereider minder brandstof, waarbij het rendement stijgt tot 94%. Intrinsieke veiligheid:Het verhoogde rendement bij het minimumvermogen wordt bereikt door toepassing van moderne lucht-gas-mengtechniek, waarbij gelijktijdig de doorzet van verbrandingslucht en gas wordt geregeld. Deze technologie verbetert de veiligheid van het apparaat, omdat de gasklep afhankelijk van de luchthoeveelheid op basis van zijn fabrieksinstelling de brandstof toevoert.

In tegenstelling tot een atmosferische brander blijft het CO2-gehalte in het gehele regelbereik van de apparaten gelijk en is een kleiner verwarmingsvermogen mogelijk bij een hoger rendement. Wanneer er geen verbrandingslucht beschikbaar is, blijft de gasklep dicht; wanneer de hoeveelheid verbrandingslucht afneemt, vermindert de gasklep automatisch de hoeveelheid gas en houdt zo de verbrandingsparameters op een optimaal niveau. Minimale emissie van schadelijke stoffen:De voormengbrander maakt in combinatie met de lucht-/gasklep een „schone” verbranding mogelijk, waarbij de emissie van schadelijke stoffen zeer laag blijft. RendementenBedrijfscyclusWerking van de branderDe voor de branderstart vereiste warmtebehoefte wordt bepaald door de ingestelde waarde van de kamertemperatuursensor in de temperatuurregeling ATR-6.

Zowel bij apparaten met een temperatuurregeling als bij apparaten zonder temperatuurregeling wordt de brander alleen gestart wanneer contact 7+9 van de contactstrip M1 gesloten is. Bij warmtebehoefte start de besturingsprintplaat eerst de branderventilator, zodat de branderkamer gedurende een bepaalde tijd wordt voorgeventileerd.

Na afloop van de voorventilatie geeft de besturingsprintplaat het vlambewakingsapparaat ACF vrij doordat de gasmagneetklep EV1 en EVP, die de ontstekingsgasbrander voedt, gestart wordt. Op deze manier wordt de ontstekingsbrander gestart. De ionisatiebewakingselektrode controleert de correcte ontsteking van de ontstekingsgasbrander. Als deze bedrijfstoestand is herkend, opent het controleapparaat de hoofdgasklep EV2, die de eigenlijke hoofdgasbrander voedt. Na een bepaalde tijd gedurende welke beide branders (ontstekingsbrander en hoofdgasbrander) tegelijk actief zijn, schakelt de besturingsprintplaat de elektromagneetklep EVP uit, waarna de ontstekingsbrander uitgaat. De bewakingselektrode zorgt verder voor de vlambewaking van de hoofdgasbrander. Het startprogramma schakelt de hoofdgasbrander in met een middelgrote warmtedoorzet van ca. 70%.

Na circa 30 seconden begint de brander met het moduleren van de gasdoorzet en bereikt daarna de ingestelde gasdoorzet. Tijdens het bedrijf regelt de besturingsprintplaat de gasdoorzet van de brander evenredig aan de circulatieluchttemperatuur, die wordt gemeten door de NTC1-sensor op de achterkant van het apparaat. LuftAbgaseGasEV1EV2EVPHW080909uitlaatgassenluchtgas.

9ModulatieDe gas-wandverwarmingsautomaten zijn apparaten met gasbrandermodulatie, waardoor er verschillende verwarmingsvermogens mogelijk zijn tussen het minimum- en het maximumvermogen. Het hoogste vermogen dient om de kamertemperatuur snel te verhogen zodra de apparaten worden ingeschakeld. Door de modulatie kan de kamertemperatuur constant op de gewenste temperatuur worden gehouden doordat het verwarmingsvermogen voortdurend wordt aangepast aan de werkelijke warmtebehoefte. Dankzij deze automatische aanpassing van het verwarmingsvermogen aan de warmtebehoefte in het vertrek, en ook door het verlagen van de toevoerluchttemperatuur, kan de vorming van warmtelagen (neiging van de warmte om op te stijgen) worden beperkt. De temperatuurverschillen per meter zijn minder dan 0,5 °C. Wanneer de apparaten werken met een kleine warmtedoorzet, wordt een rendement van meer dan 94% bereikt.

Deze resultaten zijn alleen mogelijk door een nauwkeurige bewaking van de klimaatomstandigheden in het vertrek en door een optimale besturing van de apparaten. Bij de dimensionering van verwarmingsinstallaties met warmeluchtbereiders dient men rekening te houden met het aantal luchtwisselingen per uur. Hierbij willen wij op het volgende wijzen: Gas-wandverwarmingsautomaten dienen in het algemeen zodanig te worden geconstrueerd dat de luchtdoorzet minstens tweemaal per uur voor een luchtwisseling zorgt, ook wanneer dit voor het verwarmingsvermogen niet nodig is. De apparaten zijn standaard uitgerust met een kamertemperatuursensor NTC1 op de achterkant, zodat de aangezogen temperatuur voor de circulatieluchtventilatoren wordt bewaakt.

De optimalisering van de modulatietemperatuurwaarde moet tijdens het bedrijf van de installatie gebeuren en is zowel afhankelijk van de afstand tussen de warmeluchtbereider en de vloer als van de gewenste temperatuur. Normaal gesproken wordt de gas-wandverwarmingsautomaat geïnstalleerd op 2,5 - 4 m van de vloer. Zo moet de gewenste temperatuur bereikt en in stand gehouden worden, waarbij erop moet worden gelet dat de apparaten werken op de laagst mogelijke modulatietemperatuur die nodig is om aan deze voorwaarden te voldoen. In de fabriek wordt de modulatietemperatuurwaarde (REG SAN waarde) ingesteld op 21 °C. Deze waarde maakt een gemiddeld installatiegebied tussen 3 en 5 meter mogelijk met een kamertemperatuur tussen 17 en 19°C (zie onderstaande grafiek).

gewenste waarde op 1,5m hoogteapparaat-installations-hoogte in meters 2,5 3 4 5 15° 16° 17° 18° 19° 16° 17° 18° 19° 20° 17° 18° 19° 20° 21° 18° 19° 20° 21° 22° 19° 20° 21° 22° 23° 20° 21° 22° 23° 24°Kurve 1:1korrigi erte Kurve Luftdruck (-durchsatz) Gasdruck (-durchsatz)90919293949596 65 70 75 80 85 90 95 100 Wärmedurchsatz [%] Wirku ngsgrad %182022242628Wirkungsgrad D Luftt D ZulufttATTENTIEApparaatparameters kunnen uitsluitend in combinatie met de elektronische temperatuurregeling ATR-6 worden gewijzigd. In het bovenstaande diagram is het verloop van het rendement en het temperatuurverschil van de aanvoerlucht bij afnemende warmtedoorzet weerge-geven. rendementaanvoerluchtgasdruk (-doorzet)gecorrigeerde curvecurve 1:1luchtdruk (-doorzet)luchtwarmtedoorzet [%]rendement %.

10REMKO GPMKamercorrectieVoor deze functie is temperatuurregeling ATR-6 nodig. In het onderstaande wordt een functie beschreven die de optimale energie-efficiëntie van de warmeluchtbereider mogelijk maakt met behulp van de besturingselektronica en de temperatuurregeling. Om de omgevingscorrectie te kunnen starten, moet parameter [C1] op 1 zijn gezet. Het doel van de kamercorrectie is snel opwarmen aan het begin en daarna de kamertemperatuur constant houden. Zo kan niet alleen de vorming van luchtlagen worden beperkt, maar vooral het brandstofverbruik worden verminderd. De twee waarden waarop de correctie is gebaseerd, zijn de temperatuur die door sensor NTC2 (in de temperatuurregeling) wordt gemeten en de circulatieluchttemperatuur die door sensor NTC1 (op het apparaat) wordt gemeten. Ter activering de parameter param op 1 zetten.

Zodra de kamertemperatuur de ingestelde setpointwaarde nadert, wordt de modulatietemperatuur lineair gewijzigd op basis van parameters A16 en A24. Zo is het mogelijk om het apparaat aan het begin op het maximum vermogen te laten werken om de vooraf ingestelde gewenste kamertemperatuurwaarde snel te bereiken. Daarna wordt het verwarmingvermogen verlaagd, waardoor het rendement van het apparaat hoger wordt en het vertrek met minder warme lucht wordt verwarmd. Hierdoor wordt niet alleen de vorming van luchtlagen in het vertrek beperkt, maar ook het warmteverlies. De apparaten worden geleverd met de volgende fabrieksinstellingen: Modulatietemperatuur: „REG SAN“ 22 °C Neutraal correctiebereik: A24 2 °C Correctiecoëfficiënt: A16 2 Parameter A24 bepaalt binnen welk bereik de kamertemperatuur wordt gecorrigeerd.

Bij de standaardinstelling bedraagt de modulatietemperatuur bij het bereiken van de kamertemperatuur: „REG SAN“ = 24°C-(2°C x 2,5) = 19°C De correctie is onafhankelijk van de ingestelde kamertemperatuur. De grafiek toont het verloop van de kamertemperatuur [ST2] in ver-houding tot de installatiehoogte van de apparaten „REG SAN“ tijdens de beginfase van de verwarming. Om de correctie te deactiveren moet de parameter [C1] op 0 worden gezet. Bij uitschakeling van de correctie moet de waarde „REG SAN“ correct worden geregeld, om het volgende te voorkomen: - „REG SAN“ te hoog ingesteld: Er vindt sterke luchtlaagvorming plaats met een hoog warmteverlies bij het dak, waardoor ook het ener-gieverbruik stijgt. - „REG SAN“ te laag ingesteld: Het duurt te lang voordat de ge-wenste kamertemperatuur is bereikt.

Als de correctie is uitgeschakeld, moet „REG SAN“ zodanig worden ingesteld dat de waarde in meters van het verschil tussen de kamersen-sor en de modulatiesensor verme-nigvuldigd met 0,4/ 0,5°C hoger is dan ST2. Informatie over het wijzigen van de modulatiewaarde „REG SAN“ op de temperatuurre-geling en over het wijzigen van alle andere beschreven waarden vindt u verderop in het handboek. RaumtemperaturModulationstemperaturST1ST2A24 A24 x A16ST1 KorrekturST1ST2 0,5h 1h 1,5h 2h 2,5h 3hmodulatietemperatuurkamertemperatuurST1 correctie.

11De door de besturingsprintplaat weergegeven en opgeslagen storin-gen (vergrendelingen) hebben de volgende oorzaken:F1 - Het vlambewakingsapparaat meldt een storing omdat de brander niet is ontstoken; de besturingsprintplaat voert een reeks automatische ontgrende-lingspogingen uit voordat de storingsmelding wordt gegeven. F2 - activering van de veilig-heidsthermostaat. Als de door de thermostaat gemeten temperatuur te hoog is, wordt de thermostaat ge-activeerd en wordt de werking van het apparaat geblokkeerd. F3 - Branderventilator defect; verbrandingsluchtventilator is defect of het signaal naar de besturingsprintplaat ligt buiten het tolerantiebereik van het gewenste toerental. F4 - NTC1-sensor is defect of niet aangesloten - de waarde van de sensor ligt buiten het meetbe-reik.

F6 - Besturingsprintplaat meldt een storing vanwege herhaalde mis-lukte ontstekingspogingen van het apparaat gedurende een vooraf ingestelde tijdsduur. Bij deze storing brandt ook de storings-LED op de besturings-printplaat zelf. F8 - De besturingsprintplaat heeft een startsignaal naar het vlam-bewakingsapparaat gestu-urd, maar heeft geen signaal ontvangen dat de start heeft plaatsgevonden; mogelijk is het vlambewakingsapparaat defect. Storingen F1 en F2 worden veroorzaakt door veiligheidsvoorzieningen en zijn daarom permanent: De storing blijft na uit- en herinschakeling van de netspanning bestaan en kan alleen handmatig worden ontgrendeld. Storingen F3, F6 en F8 moeten met de hand worden ontgrendeld, resp. door uit- en herinschakeling van de netspanning. Storing F4 wordt automatisch gereset: Nadat de oorzaak van de storing is verholpen, volgt de ontgrendeling automatisch.

De veiligheidsvoorschriften op de vorige pagina‘s moeten nauwkeurig worden nageleefd. Als dit door bijzonder omstandigheden nodig is, kunnen de apparaten ook korte tijd zonder de temperatuurregeling worden gebruikt.

Hiertoe moet bij contacten 7+9 van contactstrip M1 in de schakelkast de brug worden gedemonteerd en een schakelapparaat (bijv. een thermostaat) worden aangesloten. Hiertoe moet op de besturingsprintplaat de CR-schakelaar OFF op (zie afb. pagina 14) staan en de stekker met CNweerstand (zie afb. pagina 26) ingestoken zijn. Voor deze modus moet er min-stens een schakelapparaat, bijv. een kamerthermostaat, worden aangesloten om de brander te kunnen in- en uitschakelen. Alle apparaat-informatie en storingsindicaties worden nu aangegeven door LED’s op de voorkant van het apparaat. Als de groene LED brandt, is het apparaat aangesloten op het stroomnet. Als de rode LED brandt, is er sprake van een storing. De oorzaak van de storing kan direct worden vastgesteld aan de hand van de verschillende knippercodes van de rode LED.

F1 - LED brandt continuF2 - LED knippert tweemaal snelF3 - LED knippert driemaal snelF4 - LED knippert viermaal snelF8 - LED knippert continuF6 - rode en groene LED knipperen afwisselend Algemene opmerkingen Soort storingResetknopOp de voorkant van het apparaat bevindt zich een handbedienings-resetknop waarmee het apparaat bij ontbreken van de temperatuurregeling ATR-6 kan worden ontgrendeld na de storingen F1, F2, F3 en F8. dZWisselschakelaar Z zomer / winterdResetknop LED-GROENLED-ROODSommer / Winter UmschalterEveneens op de voorkant van het apparaat is een handbedienings-wisselschakelaar / 0 / daangebracht, waarmee kan worden geschakeld tussen de winterstand d en de zomerstand (continue ventilatie). Op de middelste stand [0] zijn alle apparaatfuncties uitgeschakeld. AANWIJZING.

12REMKO GPMDe apparaten zijn wegens hun constructie en uitrusting uitsluitend bedoeld voor verwarmings- en ventilatiedoeleinden in de industrie en bedrijven (niet voor woningen). De apparaatconstructie maakt het mogelijk om door de fabrikant goedgekeurd toebehoren te gebruiken. De apparaten mogen uitsluitend worden bediend door geschoold personeel. Bij niet-naleving van de fabrikantinstructies of de wettelijke vereisten inzake de opstellingsplaats, en bij eigenmachtige wijzigingen aan de apparaten, is de fabrikant niet aansprakelijk voor daaruit voortvloeiende schade. Elk misbruik van de apparaten is verboden. De apparaten moeten worden geïnstalleerd door een gekwalificeerde vakman, die verantwoordelijk is voor de naleving van de geldende voorschriften, regels en richtlijnen.

Klantenservice en garantieVoorwaarde voor toewijzing van eventuele garantieclaims is dat de besteller of diens klant binnen een redelijke termijn na de verkoop en ingebruikneming het bij de apparaten geleverde „Garantiecertificaat” volledig ingevuld heeft opgestuurd naar REMKO GmbH & Co. KG. De apparaten zijn in de fabriek herhaaldelijk gecontroleerd op hun foutloze werking. Mochten er toch functiestoringen optreden die niet door de exploitant kunnen worden verholpen met behulp van de storingsaanwijzingen, dan kunt u contact opnemen met uw vakhandelaar of uw contractpartner. Gebruik volgens het bestemde doelAfvoer van de verpakkingGelieve bij het afvoeren van het verpakkingsmateriaal rekening te houden met het milieu. Onze apparaten worden zorgvuldig verpakt voor het transport en in een stevige transportverpakking van karton en eventueel op een houten pallet geleverd.

De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen opnieuw worden gebruikt. Door hergebruik van de verpakkingsmaterialen levert u een belangrijke bijdrage aan het beperken van afval en de recycling van grondstoffen. Geef daarom het verpakkingsmateriaal af bij de daartoe bestemde inzamelpunten.

Afvoer van het oude apparaat De apparaatvervaardiging is onderhevig aan een voortdurende kwaliteitscontrole. Er worden uitsluitend hoogwaardige materialen verwerkt die voor het merendeel geschikt zijn voor recycling. Lever uw bijdrage aan de bescherming van het milieu door ervoor te zorgen dat uw oude apparaat op milieuvriendelijke wijze wordt afgevoerd. Lever het oude apparaat in bij een erkend recyclingbedrijf of bij een daartoe bestemd inzamelpunt. Milieubescher-ming en recyclingInstel- en onderhoudswerkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd door geautoriseerd vakpersoneel. ATTENTIE CopyrightVolledige of gedeeltelijke reproductie en oneigenlijk gebruik van deze documentatie is zonder schriftelijke toestemming van REMKO GmbH & Co. KG strikt verboden. Gebruik of bediening die afwijkt van de in deze bedrijfshandleiding vermelde gegevens, is niet toegestaan.

14REMKO GPMOntgrendelingDe storing (vergrendeling) van het apparaat wordt aangegeven door een continu brandende rode LED op het apparaat, door een knipperend rood driehoekje op de display van de temperatuurregeling, en door de foutcode „Verwarming resetten“. Voor de foutcode Analyse en Ontgrendelen, zie het hoofdstuk „Foutmelding weergeven“ (pagina 18) en „Soort storing“ (pagina 11 + 37). Een reset mag pas 20 seconden na uitschakeling van het apparaat worden uitgevoerd. ATTENTIEDe wisselschakelaar op de voorkant van het apparaat moet bij gebruik van temperatuurregeling ATR-6 altijd op de winterstand staan. dDe temperatuurregeling ATR-6 kan eventuele storingen van het systeem aangeven en bijbehorende diagnosehulp bieden:Indicatie:De display is geheel uit. Betekenis: De buffercondensator is niet geladen omdat er langer dan 5 uur geen elektrische voeding is geweest.

Stroomvoorziening weer herstellen en wachten tot de display het weer doet. Tijd, dag en gewenste kamertemperatuur moeten opnieuw worden geprogrammeerd. Het duurt circa een uur voordat de buffercondensator weer is opgeladen. Alle voor de werking van het apparaat benodigde parameters zijn zonder tijdsbeperking opgeslagen op de besturingsprintplaat. Daarom hoeven alleen de dag en de tijd en het gewenste in- en uitschakelprogramma opnieuw geprogrammeerd te worden. De temperatuurregeling heeft geen bijzonder onderhoud nodig. De temperatuurregeling ATR-6 is microprocessorbestuurd en bedoeld voor een comfortabele regeling van de kamertemperatuur en voor diverse apparaatinstellingen en bedrijfsindicaties.

Eigenschappen:■ weekprogramma met timer■ per dag zijn 3 verschillende temperatuurinstellingen mogelijk, T1, T2 en T3■ tijdelijk bewaren van de ingestelde temperatuur■ automatische modus en handbediening, timerprogramma■ vorstbeschermingsfunctie 5 °C vast in de toestand OFF ■ automatische vermogensregeling van de apparaten afhankelijk van de warmtebehoefte■ actuele bedrijfsindicatie■ weergave van storingen en fouten■ knop voor ontgrendeling op afstand■ gebruik zonder batterijen■ gangreserve 5 uur■ tweedraadsaansluiting zonder polariteitControle van de hardwareconfiguratie van de printplaatDe brug NTC/ VAN moet op NTC staan en de op CR-schakelaar ON(richting printplaatmidden) zie on-derstaande afbeelding. Deze configuratie is nodig om een goede werking van de NTC1-sensor te waarborgen.

15Gebruik geen puntige voorwerpen zoals balpennen of potloden om de toetsen te bedienen; deze kunnen daardoor beschadigd raken. ATTENTIE 4 6 8 10 12 14 16 18 20 22 24 2°CAMPM!K+ toetsK– toetsKM toetsK3-toetsK1-toetskamer- tempera-tuurtekstbalkK4-toetsK2-toetsdag, uur, minutenfoutindicatieventilatiemodus handbedieningverwarmingsverzoekverwarmingsmodus uitschakelmodusprogrammering timerLCD-indicatieDe temperatuurregeling ATR-6 gebruikt een alfanumerieke LCD-indicatie (zie onder).U kunt nu kiezen uit 3 talen: Duits, Engels en Frans. Op toets drukken en met toetsen K1K+ K- en de gewenste taal kiezen.De gekozen taal bevestigen met toets die Sprachwahl K4bestätigen. Door toets 10 sec. ingedrukt te KMhouden, gaat u weer terug naar de begindisplay.K4K3K2K1KMK-K+ tag std min16:00moTijd instellenOp toets drukken; in de KM onderste tekstbalk verschijnt links .

Op toets (>>) drukken; de K4volgende display verschijnt.Taal instellenStartscherm bij de eerste ingebruiknemingK+K-KMK1 K2 K3 K4 4 6 8 10 12 14 16 18 20 22 24 2 09:38mo 20,0De toets eenmaal kort indruk-KM ken (alleen bij de eerste ingebruik-neming). De toets ca. 10 sec. ingedrukt KM houden tot de tekst in de onderste tekstbalk verandert van in .K4K3K2K1KMK-K+ chau heur min16:o2luK4K3K2K1KMK-K+ Info Reg errOp toets (>>) drukken om van K4de indicatie naar „ “ (Lan-guage / Taal) te gaan.K4K3K2K1KMK-K+ lang par parcMet toets het selecteren; de K3volgende display verschijnt.K4K3K2K1KMK-K+ prog reg uhrGebruik nu de toetsen en K1, K2 K3om de dag, het uur en de minuten te selecteren. De actuele instelling wordt knippe-rend weergegeven.Met toetsen en verhoogt/ver-K+ K-laagt u de weergegeven waarde van de parameter.Druk op toets om dit niveau te KM verlaten.

16REMKO GPMAutomatisch bedrijfBij dit programma zorgt de temperatuurregeling voor een volautomatische besturing van de wandverwarmingsautomaat. Op het LCD-scherm worden de actuele kamertemperatuur, de dag, en de tijd in uren en minuten permanent weergegeven. Programmavoorbeeld:U wilt van maandag t/m vrijdag van 700 - 1700 uur een dagtemperatuur (T3) van 20,5 °C. In de middagpauze van 1200 - 1400 uur wilt u een middelhoge temperatuur (T2) van 18 °C. Van 1700 - 700 uur wilt u een nachttemperatuur (laagste temperatuur) van 15 °C. Op zaterdag en zondag wilt u continu een nachttemperatuur (T1) van 15 °C. Ga als volgt te werk om dit in te stellen:Druk op toets ; links op de KMtekstbalk verschijnt. K4K3K2K1KMK-K+ prog reg uhrK4K3K2K1KMK-K+ prog reg uhrMet toets K1 selecteren.

De volgende indicatie verschijntK4K3K2K1KMK-K+ tag reg cop vor 4 6 8 10 12 14 16 18 20 22 24 213:00moDoor meermaals op toets K1te drukken de juiste dag (bijv. maandag) selecteren. Met toets selecteren; K2temperatuurvensters T1 t/m T3 verschijnen. K4K3K2K1KMK-K+ t1 t2 t3. Op toets (>>) drukken; de vol-K4gende display verschijnt. Bestaande instellingen moeten altijd eerst op met niveau de toetsen en worden K+ K-gewist. De cursor zo nauwkeurig mogelijk op het tijdstip plaatsen waarop er in het volgende temperatuurvenster gestart moet worden (bijv. 700). Op niveaus en kunnen geen correcties (overschrijvingen) worden aangebracht. ATTENTIEOp toets drukken; K2de volgende display met het temperatuurvenster T3 verschijnt. K4K3K2K1KMK-K+ tem raum t110,0REG SAN waardeDoor na temperatuurvenster T3 nogmaals tweemaal op toets K4(>>) te drukken, gaat u naar de indicatie.

T1 = laagste temperatuur (nacht)T2 = gemiddelde temperatuurT3 = dagtemperatuurGa bij het instellen of wijzigen als volgt te werk: Druk op toets ; KMlinks op de tekstbalk verschijnt. Druk op toets (>>) en de K4 volgende display verschijnt. Met de toetsen en de K+ K-gewenste temperatuur (bijv. 15 °C) voor het temperatuurvenster T1 instellen. Met toets (>>) gaat u naar het K4temperatuurvenster T2. Ook hier met de toetsen en K+ K- de gewenste temperatuur (bijv. 18 °C) voor T2 instellen. Met toets (>>) gaat u naar K4 het temperatuurvenster T3. Ook hier met de toetsen en de K+ K- gewenste temperatuur (bijv. 20,5 °C) voor T3 instellen. Temperatuurvenster en REG SAN waarde instellen.

17De overige dagen kunt u nu afzonderlijk volgens de bovenstaande beschrijving programmeren, maar u kunt ook de kopieerfunctie gebruiken. Om de instelling te kopiëren gaat u als volgt te werk:Kopieer de reeds geprogrammeerde dag met toets K3 en druk dan op toets K1. Druk nogmaals op toets K3 en op toets K1. Deze procedure herhaalt u voor de overige dagen waarvoor u dezelfde instellingen wilt programmeren. AANWIJZINGAlle balkloze tijdrasters werken automatisch in de nachttemperatuurzone ContinubedrijfBij deze bedrijfsmodus werkt de regeling continu met een vaste kamertemperatuur. Ga als volgt te werk om dit in te stellen: Druk op toets ; links op de KMtekstbalk verschijnt. K4K3K2K1KMK-K+ HZG san infoK4K3K2K1KMK-K+ auto on off uhrDruk op toets ; de volgende K1display verschijnt. Druk op toets ; de volgende K2display verschijnt.

K4K3K2K1KMK-K+ temperatur man24,0K4K3K2K1KMK-K+ temperatur man24,0De knipperende temperatuurindicatie met toetsen en op de K+ K-gewenste waarde zetten. Door op toets te drukken, wordt de KMmodus continu geactiveerd. De begindisplay wordt nu weergegeven zonder timerbalk. K+K-KMK1 K2 K3 K4 4 6 8 10 12 14 16 18 20 22 24 2 09:50di 25,0HandbedieningWanneer de temperatuurregeling op automatisch staat, kunt u de temperatuur altijd wijzigen met de toetsen of. K+ K-Druk op toets of ; de volgende K+ K-display verschijnt. De knipperende temperatuurindicatie met toetsen K+ K- en op de gewenste waarde zetten. Door op toets te drukken wordt KMde modus geactiveerd; dit wordt op de display aangegeven door het handsymbool. Deze instelling wordt op het volgende geprogrammeerde schakelpunt automatisch weer beëindigd.

Met toets K2verlaat u temperatuurniveau Op toets drukken en met K4toets de knipperende cursor K+in de bovenste balk op de positie 1700 zetten. Van 1400 - 1700 ziet u nu ook een gevulde balkindicatie. Met toets reg verlaat u K2temperatuurniveau K4K3K2K1KMK-K+ tag reg cop vor 4 6 8 10 12 14 16 18 20 22 24 213:00moAANWIJZINGOm voortijdig terug te gaan naar de automatische modus, moet u op de toets KM, de toets K1 en de toets K1 drukken. AANWIJZINGOm weer terug te gaan naar de automatische modus, moet u op de toets KM, de toets K1 en de toets K1 drukken.

18REMKO GPMK4K3K2K1KMK-K+ HZG san infoDruk op toets ; de volgende K1display verschijnt. TimerfunctieIn deze bedrijfsmodus werkt de temperatuurregelig binnen een vaste tijdsperiode. Druk op toets ; links op de KMtekstbalk verschijnt. Druk op toets en druk in de volgende display op toets K4Kies in de volgende display met toetsen oder de knipperende K+ K-gewenste tijd / uren. K4K3K2K1KMK-K+ timer 4 6 8 10 12 14 16 18 20 22 24 217:00fr 24,0De timerfunctie wordt op de display aangegeven door Er kan een timertijd tot 12 uur worden gekozen, in stappen van 30 minuten. Na afloop van de timertijd schakelt het apparaat weer in de automatische modus. K4K3K2K1KMK-K+ dauer temp20,002:00Op toets drukken en met K4toets of de knipperende K+ K-gewenste temperatuur kiezen. Met toets gaat u terug naar de KMbedrijfsdisplay.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met REMKO GPM 15 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden