REMKO ETF 150 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van REMKO ETF 150 (16 pagina’s), behorend tot de categorie Ontvochtiger. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 23 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over REMKO ETF 150 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | REMKO |
| Categorie: | Ontvochtiger |
| Model: | ETF 150 |
Handleiding REMKO ETF 150 – volledige tekst
Inhoud blz. Beschrijving 4 Veiligheidsvoorschriften 5 Het in gebruik nemen 6-8 Het buiten gebruik stellen 8 Transporteren 8 Reinigen van het filter 9 Verzorging en onderhoud 9 Inhoud blz. Afbeelding 10 Onderdelen 11 Storingen 12 Technische gegevens 12 Elektrisch schema 12 Onderhoudsrapport 13 Gebruiksaanwijzing Lees alvorens het apparaat in gebruik te nemen deze gebruiksaanwijzing nauwkeurig door! Bij ondoelmatig gebruik, onjuiste plaatsing of onderhoud enz. of in geval van eigenmachtige wijzigingen aan de door de fabriek geleverde uitvoering van het apparaat vervalt elk recht op garantie. Deze gebruiksaanwijzing moet steeds op of bij het apparaat bewaard Verplaatsbare luchtdroogapparaten REMKO ETF 100/150
Beschrijving van het apparaat De apparaten zijn ontworpen om de lucht volautomatisch, universeel en probleemloos te drogen. Ze zijn dank zij hun compacte afmeting gemakkelijk te transporteren en te plaatsen De apparaten werken volgens het principe van condensatie en zijn uitgerust met een hermetisch gesloten koelinstallatie, een stille en onderhoudsarme radiale ventilator en een aansluitkabel met stekker. Een volautomatische regeling, traploos regelbare hygrostaat, opvangreservoir met geïntegreerde overloopbeveiliging en slangaansluiting voor rechtstreekse condensafvoer staan borg voor een langdurig gebruik zonder storingen. De apparaten voldoen aan alle in de EU geldende eisen betreffende veiligheid en gezondheid en zijn bedrijfszeker en gemakkelijk te bedienen. Werking van het apparaat Door het apparaat aan te zetten worden de ventilator en de compressor ingeschakeld.
Het apparaat werkt het volgens het principe van condensatie. De ventilator zuigt de vochtige lucht uit de ruimte aan de voorzijde van het apparaat via een luchtfilter, de verdamper en de daaronder geplaatste condensator aan. Bij de koude verdamper wordt warmte onttrokken aan de lucht uit de ruimte. Deze wordt afgekoeld tot onder het dauwpunt en de waterdamp uit de lucht slaat als rijp neer op de lamellen van de verdamper. Als de temperatuur in de ruimte lager is dan 12o C. wordt de verdamper elk uur gedurende 4 minuten ontdooid. In de condensator (warmtewisselaar) wordt de gedroogde afgekoelde lucht weer opgewarmd en met een temperatuur van 2 - 3 graden hoger dan de temperatuur in de ruimte weer uitgeblazen. De door de genoemde bewerking droger geworden lucht wordt weer gemengd met de lucht in de ruimte.
Afhankelijk van de temperatuur en de relatieve luchtvochtigheid druppelt het gecondenseerde water voortdurend of alleen tijdens de periodieke ontdooifase in de opvangbak en vervolgens via een geïntegreerde afvoerbuis in het zich daaronder bevindende condenswaterreservoir. Bij permanent gebruik kan het condensvocht ook d. m. v. een slang naar een lager gelegen afvoerputje geleid worden. In het reservoir is een vlotterklep geplaatst die het droogproces d. m. v. een elektronische schakelaar onderbreekt als het reservoir vol is. Het apparaat schakelt zichzelf uit en het rode lampje (TANK VOLL) op het bedieningspaneel gaat branden. Het lampje gaat pas uit als het lege reservoir weer geplaatst wordt, waarna het apparaat weer start. Bij permanent gebruik wordt het condensvocht continu d. m. v. een slang afgevoerd.
Het apparaat schakelt in dat geval alleen uit als de ingestelde luchtvochtigheid bereikt is. Schematische weergave van de werking vochtige lucht in de ruimte opvangbak waterreservoir ventilator condensator verdamper compressor gedroogde lucht De apparaten worden voornamelijk gebruikt voor het drogen van bijv. : - woon-, slaap- of kelderruimten - waskeukens, doucheruimten - weekendhuisjes, caravans - sportvaartuigen, jachten etc. of voor het permanent droog houden van bv. : - magazijnen, archieven, laboratoria, - bad- was- en kleedruimtes etc. De apparaten worden overal gebruikt waar een droge ruimte van belang is en economische gevolgschade (bv. door schimmelvorming) vermeden dient te worden.
Veiligheidsvoorschriften Het apparaat mag niet worden geplaatst en gebruikt in ruimten waar ontploffingsgevaar heerst. Het apparaat mag niet worden geplaatst en gebruikt in een olie- zwavel of zouthoudende atmosfeer. Het apparaat mag niet rechtstreeks worden blootge- steld aan een waterstraal. Het apparaat mag tijdens het gebruik niet verplaatst worden. Bescherm alle elektriciteitskabels buiten het apparaat tegen beschadigingen (ook door dieren). Bij gebruik maken van verlengkabels dient gelet te worden op het aansluitvermogen, de lengte van de kabel en de gebruiksomstandigheden. REMKO luchtdroogapparaten zijn vervaardigd in volgens de stand van de technische ontwikkeling op het moment van aflevering. Uitgebreide tests van de gebruikte materialen, het functioneren en de kwaliteit garanderen grote bruikbaarheid en lange levensduur.
Toch kan het gebruik van deze apparaten gevaar opleveren bij onoordeelkundig gebruik door ondeskundige personen of wanneer ze gebruikt worden voor andere doeleinden dan waarvoor zij Let op een voldoende veilige afstand tot brandbare voorwerpen. Plaats het apparaat niet in de onmiddellijke nabijheid van gordijnen, vitra-ge etc. Houdt een veilige afstand van 50 cm aan. min. 50 cm Maak het waterreservoir altijd eerst leeg voor het apparaat ergens anders geplaatst wordt. Wacht na elke verplaatsing minstens 5 minuten alvorens het in gebruik te nemen. Zet vóór het uitschakelen de hygrostaatknop in de stand "AUS". Schakel het apparaat niet uit door de stekker uit het stopkontakt te trekken. Trek de netkabel aan de stekker en niet aan de kabel uit het stopcontact. 5 MIN. Trek niet aan het aansluitsnoer of knik het te sterk. Schade aan het snoer is anders niet te voorkomen. AUSOFFDAUERCONT.
(230V / 50Hz; afzekering 10A) 230V 10 APlaats het apparaat uitsluitend op een stabiele en vlakke ondergrond. Het apparaat mag alleen rechtopstaand gebruikt worden. Plaats het apparaat niet op de zijkant of op een andere ondeugdelijke Steek geen voorwerpen in de zuig- en blaasopeningen. Plaats geen zware of hete voorwerpen op het apparaat. Let op dat zich geen vreemde voorwerpen in de zuig- en blaasopeningen bevinden.
Het in gebruik nemen AUSOFFDAUERCONT. 9080706050HYGROSTAT30201040Draai de knop op het bedieningspaneel tegen de klok in Wacht om schade aan de compressor te voorkomen na het plaatsen minstens 1 uur alvorens het apparaat in gebruik te Voor een onbelemmerde afvoer van het condensvocht is het noodzakelijk dat het apparaat stabiel en horizontaal geplaatst wordt. Het apparaat kan, indien mogelijk, het beste in het midden van de ruimte geplaatst worden om een optimale luchtcirculatie te waarborgen. Wanneer dit om bouwkundige redenen niet mogelijk is, dan moet er in ieder geval voor gezorgd worden dat de lucht aan de voorzijde van het apparaat onbelemmerd aangezogen en aan de achterzijde van het apparaat onbelemmerd uitgeblazen kan worden. De afstand tot muren en andere voorwerpen dient minimaal 50 cm te bedragen. Belangrijke aanwijzingen.
Een betere luchtcirculatie wordt bereikt door het apparaat op een hoogte van ±1 meter te plaatsen. Het apparaat moet volgens VDE 0100, deel 704 via een speciaal contact met aardlekschakelaar op het elektriciteitsnet aangesloten worden. Bij plaatsing in waskeukens, douches en andere natte ruimten dient het apparaat volgens de voorschriften door middel van een aardlekschakelaar te worden beveiligd. Plaats het apparaat niet in de onmiddellijke nabijheid van radiatoren of andere warmtebronnen. Daar het apparaat in de ruimte waar het geplaatst is, moet zorgen voor een drogere lucht dan die van de omgeving, dienen tijdens het gebruik alle ramen, deuren en andere openingen gesloten te zijn. Het in- en uitlopen dient zo mogelijk vermeden te worden. Dat is absoluut nodig om een goed en snel droogproces te bereiken. 1. Plaatsing 2.
Aanzetten van het apparaat Steek de stekker in een normaal gezekerd stopcontact. (230V/1~ 50Hz / zekering 10A) Het apparaat mag uitsluitend worden aangesloten op een stopcontact dat via een aardlekschakelaar is aangesloten. AUSOFFDAUERCONT.
9080706050HYGROSTAT30201040Stel de gewenste luchtvochtigheid in met de hygrostaatknop. waarden bij benadering: stand: 10 20 % rel. vocht. 30 30 % rel. vocht. 50 40 % rel. vocht. 70 60 % rel. vocht. 90 80 % rel. vocht. Voor het gebruik in woonvertrekken is een luchtvochtigheid van 45 tot 60 % voldoende, terwijl in magazijnen, archieven etc. de luchtvochtigheid bij voorkeur niet hoger moet zijn dan 40 tot 45 %. De ingebouwde hygrostaat zorgt ervoor dat het apparaat automatisch geregeld wordt.
In het geval het apparat handmatig door de hygrostaat of de vlotter uitgeschakeld wordt mag het pas na 3 minuten opnieuw worden ingeschakeld. Door deze voorzorgsmaatregel wordt een overbelasting van de kompressor vermeden. Na ieder transport dient u het apparaat ca. 5 minuten te laten staan, alvorens het in gebruik te nemen. Na het inschakelen werkt het apparaat volautomatisch tot de gekozen luchtvochtigheid bereikt is of tot het uitgeschakeld wordt door de vlotter van het condensreservoir omdat het reservoir vol is. 4. Gebruik van de geurverstuiver Het apparaat is voorzien van een geurverstuiver, die u ter verbetering van de lucht in het vertrek met een geurstof naar uw keuze kunt vullen. Het reservoir bevindt zich bij de uitblaasopening voor de gedroogde lucht die de geurstof opneemt en permanent toevoegt aan de lucht in het vertrek.
Door het dekseltje eraf te nemen kan het tankje met geurstof gevuld worden. 3. Het instellen van de blaasrichting De gedroogde lucht wordt aan de achterzijde van het apparaat uitgeblazen. De blaasrichting kan met een verstelbare luchtklep ingesteld worden. Is deze klep gesloten dan wordt de gedroogde lucht uitgeblazen door een rooster aan de achterkant van het apparaat. Door de klep te openen ontstaat een naar boven gerichte luchtstroom. U opent de luchtklep door met uw vingertop op de geribbelde vlakken te drukken. De bovenkant klapt naar omlaag en u kunt de luchtrichting naar behoefte instellen. 5. Automatisch ontdooien Het vocht uit de lucht condenseert bij afkoeling en zet zich in de vorm van rijp of ijs af op de lamellen van de verdamper. Deze ijsafzetting moet af en toe ontdooid worden.
Gedurende het ontdooien wordt het droogproces korte tijd onderbroken en gaat een groene controlelampje (ABTAUEN) branden. ABTAUEN DEFROST BETRIEB OPERATION 6. Factoren die de werking beïnvloeden De optimale omstandigheden in de ruimte waar het apparaat geplaatst wordt zijn: temperaturen tussen 6 °C en 32 °C relatieve luchtvochtigheid tussen 40 % en 100 % Bij ruimtetemperaturen beneden 6°C en een relatieve luchtvochtigheid van beneden 40% is een optimale werking van het apparaat niet meer mogelijk. De werking van het apparaat is uitsluitend afhankelijk van de aard, de temperatuur en de relatieve luchtvochtigheid van het vertrek waar het geplaatst wordt en van het opvolgen van de aanwijzingen voor de plaatsing.
Let erop dat de lucht onbelemmerd uit kan stromen en dat gevoelige voorwerpen zoals bijvoorbeeld kamerplanten niet in de directe Het apparaat schakelt zichzelf in als de luchtvochtigheid in de ruimte hoger is dan de gekozen BETRIEB OPERATION Het groene controlelampje (BETRIEB) geeft aan of het apparaat naar behoren werkt.
Verwijder het volle reservoir voorzichtig. Til het iets op en trek het er voorzichtig naar voren uit. Let op dat de afvoerslang naar beneden afloopt zodat het condensvocht onbelemmerd uit de condensopvangbak kan lopen. Het condensvocht kan in een gootsteen of iets dergelijks weggegooid worden. Wij adviseren u het reservoir uitsluitend met een schone doek te reinigen. Daarna zet u het reservoir weer voorzichtig in het apparaat. Het rode waarschuwingslampje gaat nu uit en het apparaat werkt verder weer volautomatisch. 8. Permanent gebruik De condensopvangbak heeft een uitloop. Na verwijdering van het condensreservoir kan daarop een gewone 1/2" waterslang (niet in het leveringsprogramma van de fabriek voorzien) 7. Het condensreservoir Het ingebouwde condensreservoir moet van tijd tot tijd geledigd worden. Aan de voorkant van het condensreservoir is af te lezen hoe vol het is.
Wanneer het reservoir vol is gaat op het bedieningspaneel een rood waarschuwingslampje (TANK VOLL) branden en stopt het apparaat. Om de micro-schakelaar buiten werking te stellen, steekt u het meegeleverde klemblokje in de rechthoekige uitsparing van de scheidingswand. Het condensvocht kan nu permanent worden afgevoerd naar een lager gelegen afvoerputje. TANK VOLL TANK FULL condensopvanbak uitloop afvoerslang klemblokje micro-schakelaar Füllstands- anzeige AUSOFFDAUERCONT. 9080706050HYGROSTAT30201040Buiten bedrijf stellen Draai de knop van de hygrostaat in de stand "AUS" Verplaatsen van het apparaat Om het verplaatsen te vergemakkelijken is het apparaat voorzien van twee rollen, een handgreep en twee uitsparingen aan de zijkant. De handgreep is in de achterwand van het apparaat geïntegreerd en kan gemakkelijk worden uitgetrokken.
De uitsparingen aan de zijkant handgreep uitsparing Aanwijzing: Schakel het apparaat altijd vóór het verplaatsen uit en trek de stekker uit het stopcontact. Maak vervolgens het condensreservoir leeg.
Wacht daarmee echter nog enige tijd omdat de verdamper ontdooit en er altijd nog wat condensvocht nadruppelt. Gebruik het netsnoer niet om het apparaat van zijn plaats te trekken. Maak het condensreservoir leeg en veeg het met een schone doek droog. Maak het luchtfilter schoon volgens de aanwijzingen. Bescherm het apparaat eventueel met een plastic hoes tegen binnendringend stof en bewaar het rechtopstaand op een tegen stof en direct zonlicht Voor langere tijd niet gebruiken Trek de stekker uit het stopcontact. Rol de kabel op om de steunen aan de achterkant van het apparaat.
Bij alle werkzaamheden aan het apparaat dient de stekker uit het stopcontact genomen te Reinigen van het filter Om schade aan het apparaat te voorkomen en ter verbetering van het klimaat in de ruimte is het apparaat met een luchtfilter uitgerust. Het type ETF 150 heeft bovendien een Actief-luchtfilter. Om verminderde capaciteit of storingen te voorkomen dient het filter indien nodig maar in ieder geval om de twee weken gereinigd te worden volgens de gebruiksaanwijzing. Vóór het filter weer geplaatst wordt, moet het geheel droog (en onbeschadigd) zijn. AUSOFFDAUERCONT. 9080706050HYGROSTAT30201040Schakel het apparaat eerst uit door de regelknop in de stand "AUS" te zetten. Neem de stekker uit het stopcontact. Trek de complete filterhouder in op-waartse richting uit het apparaat.
Reinig het luchtfilter: a) met lauw water (vuile kant naar beneden) b) met de stofzuiger (vuile kant naar boven) Is het filter sterker vervuild dan kan het in een warme zeepoplossing (max 40°C) gereinigd worden. Spoel het daarna met schoon water af. Het type ETF 150 heeft bovendien een "Actief-luchtfilter". Na verwijdering van het beschermrooster aan de achterkant van de filterhouder kan het vervuilde filter vervangen worden. Let erop dat het rooster weer op de juiste wijze gemonteerd wordt. Filtereinsatz Schutzgitter Plaats na het schoonmaken of vervangen van het fil ter de filterhouder weer voorzichtig in het apparaat. Let erop dat het weer op de juiste wijze geplaatst is. N. B. Het apparaat mag nooit zonder filter gebruikt worden.
Verzorging en onderhoud Als u het apparaat regelmatig onderhoudt en op enkele belangrijke voorwaarden let, zult u er lang en zonder storingen plezier van hebben. Het apparaat moet na elk gebruik maar in ieder geval één keer per jaar nagekeken en grondig gereinigd worden. Alle bewegende delen hebben een onderhoudsarme duurzame smering.
De koelinstallatie is een onderhoudsvrij en hermetisch gesloten systeem en mag alleen door gespecialeerde bedrijven gerepareerd worden. Houd het apparaat zowel aan de binnen- als aan de buitenkant vrij van stof en vuil en reinig het alleen met een vochtige doek (nooit een waterstraal gebruiken. ). Gebruik geen scherpe reinigingsmiddelen of reini- gingsmiddelen die oplosmiddelen bevatten. Gebruik bij extreme vervuiling uitsluitend een geschikt reinigingsmiddel. Controleer regelmatig of het aanzuig-luchtfilter en het blaasrooster vervuild zijn en reinig ze zo nodig. Reiniging van de condensator en de verdamper (Voor deze werkzaamheden moet de behuizing van het apparaat geopend worden. Dit mag alleen door gespecialeerde bedrijven gedaan worden. ) – Blaas de condensator schoon of reinig ze met een zachte borstel of kwast (gebruik geen waterstraal).
Pas op: de lamellen kunnen gemakkelijk verbuigen. – Reinig de vlakken aan de binnenkant van het appa- raat - ook de opvangbak en de slangaansluiting - en de ventilatorvin voorzichtig en veeg ze daarna droog. – Monteer alle onderdelen weer in omgekeerde volgorde. – Controleer of het apparaat werkt en controleer ook de elektrische aansluitingen. Belangrijke aanwijzing voor de recycling. Gem. FCKW Halon-Verbots-Verordnung Het apparaat bevat FCK-verbindingen die de ozonlaag aantasten. Het in het apparaat aanwezige koelmiddel/oliemengsel moet door deskundig personeel overeenkomstig de voorschriften afgevoerd worden. Zo helpt u mee de atmosfeer te beschermen en wordt minder schade aan het milieu toegebracht.
Het is niet toegestaan het apparaat op andere wijze te gebruiken of te bedienen dan in deze handleiding is aangegeven daar anders alle garantie-aanspraken vervallen.
Het verhelpen van storingen Het apparaat is vervaardigd volgens de modernste fabricagemethoden en de goede werking is verscheidene malen gecontroleerd. Mocht het desondanks niet goed werken, controleer het apparaat dan volgens onderstaande lijst. N. B. Neem bij alle werkzaamheden altijd eerst de stekker uit het stopcontact. Apparaat start niet: - Controleer de netaansluiting (230v/50hz) - Controleer de netzekering (10A) - Controleer de netstekker op eventuele beschadigingen - Controleer het waterniveau in het opvangreservoir (het rode controlelampje brandt) en controleer of het reservoir goed geplaatst is - Controleer of de elektronische schakelaar werkt - Controleer de instelling van de hygrostaat; deze moet zijn ingesteld op een lagere waarde dan de relatieve luchtvochtigheid in de ruimte Het apparaat loopt maar er vormt zich geen condens. - Controleer de temperatuur in de ruimte.
Het apparaat werkt alleen bij temperaturen tussen 6 °C en 32 °C - Controleer de luchtvochtigheid (minstens 40% r. v. ) - Controleer instelling van de hygrostaat en stel deze zo nodig in op een lagere waarde. - Controleer of het luchtfilter vervuild is en reinig het zo nodig - Controleer of de lamellen van de condensator vuil zijn en reinig deze zo nodig - Sterke ijsafzetting op de verdamper Controleer de automatische ontdooiing of de tempe- ratuur in de ruimte - De temperatuur van de verdamper is niet lager dan de temperatuur in de ruimte. Controleer de automatische ontdooiing of de compressor. Apparaat maakt te veel lawaai (trilt) resp. het kondenswater loopt er uit: – apparaat staat op een ongelijke ondergrond (scheef) Mocht het apparaat ondanks de controles niet goed werken dan kunt u het beste een erkend service bedrijf waarschuwen.
Het is niet toegestaan het apparaat op andere wijze te gebruiken of te bedienen dan in deze handleiding is aangegeven daar anders alle garantie-aanspraken vervallen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met REMKO ETF 150 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Ontvochtiger REMKO
Handleiding Ontvochtiger
Nieuwste handleidingen voor Ontvochtiger