REMKO AMT 110-E Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van REMKO AMT 110-E (24 pagina’s), behorend tot de categorie Ontvochtiger. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 21 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over REMKO AMT 110-E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | REMKO |
| Categorie: | Ontvochtiger |
| Model: | AMT 110-E |
Handleiding REMKO AMT 110-E – volledige tekst
InhoudMade by REMKOVoor dat de apparaten in gebruik worden genomen / worden ge-bruikt, moet deze bedrijfshandleiding zorgvuldig worden gelezen!Deze handleiding is een bestanddeel van het apparaat en moet altijd in de buurt van de opstellingsplaats of bij het apparaat zelf worden bewaard.Wijzigingen voorbehouden; wij zijn niet aansprakelijk voor fouten en drukfouten!Luchtontvochtiging4Veiligheidsvoorschriften6Gebruik volgens het bestemde doel7Klantenservice en garantie7Milieubescherming en recycling7Beschrijving van het apparaat8Opstelling 9Ingebruikneming10Buitenwerkingstelling12Transporteren van het apparaat13Verzorging en onderhoud13Verhelpen van storingen14Elektrisch aansluitschema15Afbeelding van het apparaat AMT 40-E16Vervangingsonderdelenlijst AMT 40-E17Afbeelding van het apparaat AMT 55-E + 80-E18Vervangingsonderdelenlijst AMT 55-E + 80 -E19Afbeelding van het apparaat AMT 110-E20Vervangingsonderdelenlijst AMT 110-E21Onderhoudsprotocol22Technische gegevens233
Hieruit blijkt dat de corrosiesnel-heid gering is bij een relatieve luchtvochtigheid (r. l. ) onder de 50 % en verwaarloosbaar bij een r. l. van minder dan 40 %. Boven 60 % r. l. neemt de corrosie-snelheid snel toe. Deze vochtscha-degrens geldt ook voor veel ande-re materialen, zoals poedervormige stoffen, verpakkingen, hout en elektronische apparatuur. Het drogen van gebouwen kan op verschillende manieren plaatsvinden:1. Door verwarming en luchtverversing: De kamerlucht wordt verwarmd om vocht op te nemen en wordt vervolgens naar buiten afge-voerd. Alle energie die voor het verwarmen is gebruikt, gaat ver-loren in de afgevoerde lucht. 2. Door luchtontvochtiging: De vochtige lucht in het ge-sloten vertrek wordt continu ontvochtigd op basis van het condensatieprincipe. De processen die plaatsvinden bij het ontvochtigen van de lucht zijn gebaseerd op fysische wetmatig-heden.
Deze willen wij hier in vereenvou-digde vorm beschrijven om u enig inzicht te geven in het principe van de luchtontvochtiging. Het gebruik van REMKO luchtontvochtigers– Hoe goed de ramen en deuren ook geïsoleerd zijn, vocht dringt zelfs binnen door dikke beton-muren. – De hoeveelheid water die voor het harden van beton, mortel, pleister enz. nodig is, is soms pas na 1-2 maanden vol-ledig gediffundeerd. – Zelfs vocht dat na hoogwater of overstroming in de muren is gedrongen, wordt maar heel langzaam weer vrijgegeven. – Dit geldt bijv. ook voor vocht in opgeslagen materialen. Het vocht (de waterdamp) die vrij-komt uit het gebouw of uit mate-rialen, wordt opgenomen door de omgevingslucht. Hierdoor stijgt de vochtigheid, hetgeen uiteindelijk leidt tot corrosie, schimmel, rot-ting, loslaten van verflagen en an-dere ongewenste vochtschade.
LuchtontvochtigingWat het energiegebruik betreft, heeft luchtontvochtiging een be-langrijk voordeel: Het energieverbruik blijft beperkt tot het volume van het vertrek. De mechanische warmte die vrijkomt door het ontvochtigingsproces, wordt teruggeleid naar het vertrek. Bij een correcte toepassing ver-bruikt de luchtontvochtiger slechts ca. 25% van de energie die bij het „verwarmen en venti-leren“ is verbruikt. De relatieve luchtvochtigheidOnze omgevingslucht is een gas-mengsel dat altijd een bepaalde hoeveelheid water in de vorm van waterdamp bevat. De waterhoe-veelheid wordt aangegeven in g per kg droge lucht (absoluut wa-tergehalte). 1m3 lucht van 20 °C weegt ca. 1,2 kgAfhankelijk van de temperatuur kan elke kg lucht slechts een be-paalde hoeveelheid waterdamp opnemen. Zodra deze opnameca-paciteit bereikt, spreekt men van „verzadigde” lucht; deze heeft een relatieve vochtigheid (r. v.
De condensatie van waterdampOmdat bij het verwarmen van de lucht de maximale waterdampop-namecapaciteit groter wordt, maar de hoeveelheid waterdamp gelijk blijft, leidt dit tot een daling van de relatieve luchtvochtigheid. Bij afkoeling van de lucht wordt daarentegen de maximale water-dampopnamecapaciteit kleiner, de waterdamphoeveelheid in de lucht blijft gelijk, en de relatieve lucht-vochtigheid stijgt. Wanneer de temperatuur nog meer daalt, wordt de maximale waterdampopnamecapaciteit zo klein dat deze tenslotte gelijk is aan de opgenomen hoeveelheid waterdamp. Deze temperatuur wordt de dauw-punttemperatuur genoemd. Wan-neer de lucht wordt afgekoeld tot onder het dauwpunt, is de opge-nomen waterdamphoeveelheid groter dan de maximale hoeveel-heid waterdamp. De waterdamp wordt afgeschei-den. Deze condenseert tot water. De vochtigheid wordt aan de lucht onttrokken.
Voorbeelden van condensatie zijn de beslagen ramen in de winter en het beslaan van een koude fles. Hoe hoger de relatieve luchtvoch-tigheid, hoe hoger de dauwpunt-temperatuur, die daardoor des te makkelijker kan worden onder-schreden. Bouwmateriaal en gebouwen kun-nen aanzienlijke hoeveelheden water opnemen; bijvoorbeeld bak-stenen 90-190 l/m³, betonmortel 140-190 l/m³, kalkzandsteen 180-270 l/m³. Het drogen van vochtig materiaal, bijv. metselwerk, gaat als volgt:■ Het opgenomen vocht verplaatst zich van binnenuit naar het oppervlak van het materiaal. ■ Aan het oppervlak vindt de verdamping plaats = het vocht komt als waterdamp in de om-gevingslucht. temp.
De lucht wordt ontvochtigd en verlaat iets warmer het apparaat om opnieuw waterdamp op te nemen■ Op deze wijze wordt het vocht in het materiaal langzamer-hand verminderd. Het materiaal wordt droog. Het overblijvende condensaat wordt in het apparaat verzameld en afgevoerd. De luchtstroom wordt door resp. via de verdamper tot onder het dauwpunt afgekoeld. De waterdamp condenseert, wordt opgevan-gen in een condensaatbak en wordt afgevoerd. Het uitdrogen van materialenverdamper condensator luchttemperatuurluchtrichtingluchtvochtigheidverloop5.
De condensatiewarmteDe door de condensator aan de lucht overgedragen energie bestaat uit:1. de tevoren door de verdamper onttrokken hoeveelheid warmte. 2. de elektrische aandrijfenergie. 3. de door condensatie van de wa-terdamp vrijgekomen condensa-tiewarmte. Bij de overgang van de vloeibare naar de gasvormige toestand moet energie worden toegevoegd. Deze energie wordt verdampingsenergie genoemd. Deze veroorzaakt geen temperatuurstijging, maar is slechts nodig voor de omzetting van vloei-baar naar gasvormig. Omgekeerd komt er bij de condensatie van gas energie vrij, die condensatiewarm-te wordt genoemd. De verdampings- en condensatie-warmte dragen evenveel energie bij. Deze is voor water: 2250 kJ/kg (4,18 kJ = 1kcal)Hieruit blijkt dat door de conden-satie van waterdamp een relatief grote hoeveelheid energie vrij-komt.
Wanneer het vocht dat men wil condenseren niet door de verdam-ping in het vertrek zelf, maar van buitenaf wordt geleverd, bijv. door ventilatie, draagt de daarbij vrijko-mende condensatiewarmte bij aan de verwarming van het vertrek. Bij het uitvoeren van droogwerk-zaamheden is er dus sprake van een kringloop van warmte-energie, waarbij energie wordt verbruikt bij de verdamping en energie vrij-komt bij de condensatie. De bij de ontvochtiging aangevoerde lucht levert een bijdrage aan de warmte-energie, die als temperatuurstijging tot uitdrukking komt. De voor de ontvochtiging beno-digde tijd is meestal niet uitslui-tend afhankelijk van het vermogen van het apparaat, maar wordt in belangrijke mate bepaald door de snelheid waarmee het materiaal of het gebouw zijn vocht afgeeft.
VeiligheidsvoorschriftenDe apparaten zijn voor levering onderworpen aan uitgebreide ma-teriaal-, functie- en kwaliteitskeu-ringen. Toch kunnen de apparaten geva-ren veroorzaken wanneer ze on-deskundig worden gebruikt door ongeschoolde personen of wan-neer ze niet voor het bestemde doel worden gebruikt.
De volgende aanwijzingen dient men beslist in acht te nemen:■ De apparaten mogen niet wor-den opgesteld en gebruikt in explosiegevaarlijke ruimtes■ De apparaten mogen niet wor-den opgesteld en gebruikt in een olie-, zwavel-, chloor- of zouthoudende omgeving■ De apparaten moeten rechtop en stevig worden opgesteld■ De apparaten mogen niet wor-den blootgesteld aan een recht-streekse waterstraal■ Een ongehinderde luchtaanzui-ging en luchtuitblazing moet altijd gewaarborgd zijn■ De luchtaanzuigroosters moe-ten altijd vrij worden gehouden van vuil en losse voorwerpen■ De apparaten mogen tijdens het bedrijf niet worden afge-dekt■ Nooit vreemde voorwerpen in de apparaten steken■ De apparaten mogen tijdens het bedrijf niet worden getrans-porteerd■ De apparaten mogen alleen met een leeg condensaatreser-voir en een droge verdamper worden getransporteerdATTENTIEWerkzaamheden aan de koel-installatie en aan de elektri-sche uitrusting mogen uitslui-tend worden uitgevoerd door een gespecialiseerd bedrijf dat daartoe speciaal is geautoris-seerd.
ATTENTIEVerlenging van de aansluitka-bel mag uitsluitend worden uitgevoerd door een geautori-seerde elektricien, waarbij het opgenomen vermogen, de kabellengte en de lokale gebruiksomstandigheden in acht moeten worden genomen. ■ Alle elektrokabels buiten de apparaten moeten tegen be-schadiging (bijv. door dieren) worden beschermd■ De condensaatreservoirs moe-ten voor elke plaatsverandering worden leeggemaakt6REMKO AMT.
De apparaten zijn wegens hun constructie en uitrusting geschikt voor droog- en ontvochtingsdoel-einden in de industrie en in bedrij-ven. De apparaten mogen uitsluitend worden bediend door geschoold personeel. Bij niet-naleving van de fabrikant-instructies of de wettelijke vereis-ten inzake de opstellingsplaats, en bij eigenmachtige wijzigingen aan de apparaten, is de fabrikant niet aansprakelijk voor daaruit voort-vloeiende schade. Klantenservice engarantieVoorwaarde voor toewijzing van eventuele garantieclaims is dat de besteller of diens klant binnen een redelijke termijn na de verkoop en ingebruikneming het bij de ap-paraten geleverde „Garantiecer-tificaat” volledig ingevuld heeft opgestuurd naar REMKO GmbH & Co. KG. De apparaten zijn in de fabriekherhaaldelijk gecontroleerd op hun foutloze werking.
Mochten er toch functiestoringen optreden die niet door de exploi-tant kunnen worden verholpen met behulp van de storingsaanwij-zingen, dan kunt u contact opne-men met uw vakhandelaar of uw contractpartner. Gebruik volgens het bestemde doelMilieubescherming en recyclingAfvoeren van de verpakkingHoud bij het afvoeren van het verpakkingsmateriaal rekening met ons milieu. Onze apparaten worden voor het transport zorgvuldig verpakt en in een stevige transportverpakking van karton en eventueel op een houten pallet geleverd. De verpakkingsmaterialen zijn mi-lieuvriendelijk en kunnen opnieuw worden gebruikt. Door hergebruik van de verpak-kingsmaterialen levert u een be-langrijke bijdrage aan het beperken van afval en de recycling van grondstoffen. Geef daarom het verpakkingsma-teriaal af bij de daartoe bestemde inzamelpunten.
Afvoer van het oude apparaat De apparaaatproductie is onderhe-vig aan een voortdurende kwali-teitscontrole. Er worden uitsluitend hoogwaar-dige materialen verwerkt die voor het merendeel geschikt zijn voor recycling.
Lever uw bijdrage aan de bescher-ming van het milieu door ervoor te zorgen dat uw oude apparaat op milieuvriendelijke wijze wordt afgevoerd. Lever het oude apparaat in bij een erkend recyclingbedrijf of bij een daartoe bestemd inzamelpunt. AANWIJZINGGebruik of bediening die afwijkt van de in deze bedrijfs-handleiding vermelde gege-vens, is niet toegestaan. Bij niet-inachtneming vervalt elke aansprakelijkheid en het recht op garantie. AANWIJZINGInstel- en onderhoudswerk-zaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd door geautoriseerd vakpersoneel. Belangrijke aanwijzingenvoor de recyclingDe apparaten maken gebruik van het milieuvriendelijk en ozonneu-trale koelmiddel R407c of R134a. Het koelmiddel-oliemengsel in het apparaat moet worden afgevoerd conform de wettelijke resp. de lokale voorschriften. 7.
De apparaten zijn ontworpen voor algemene en probleemloze luchtontvochtiging. Door hun compacte afmetingen zijn ze eenvoudig te transporteren en op te stellen. De apparaten werken volgens het condensatieprincipe en zijn voor-zien van een hermetisch gesloten koelinstallatie, een geluids- en onderhoudsarme circulatielucht-ventilator, een bedrijfsurenteller en een aansluitkabel met stekker. De volautomatische elektronische besturing, het condensaatreservoirmet geïntegreerde overloopbeveili-ging (niet bij de AMT 110-E) en de aansluitstukken voor recht-streekse condensaatafvoer garan-deren een langdurig storingvrij bedrijf. De apparaten voldoen aan de fun-damentele veiligheids en gezond-heidsvereisten van de desbetref-fende EU-voorschriften. De apparaten kunnen veilig en eenvoudig worden bediend.
Inzetplaatsen van de apparatenDe apparaten kunnen overal wor-den ingezet waar men prijs stelt op droge ruimten en financiële gevolgschade (bijv. door schim-melvorming) wil voorkomen. De apparaten worden onder an-dere gebruikt voor het uitdrogen en ontvochtigen van: ■ nieuwbouw, industriegebouwen■ kelders, opslagruimtes■ archieven, laboratoria■ weekendhuisjes, caravans■ Badkamers, wasruimtes en kleedkamers enz. Tijdens de ontdooifase is de circu-latieluchtventilator buiten bedrijf. Zodra de rijp (ijs) is ontdooid en de sensortemperatuur weer stijgt, wordt er omgeschakeld naar de normale ontvochtigingsstand. Wanneer de kamertemperatuur hoog genoeg is, wordt het opper-vlak van de lamellen niet zo koud dat er rijpvorming plaatsvindt en ontdooiing noodzakelijk wordt. Zo werken de luchtontvochtigers bijzonder spaarzaam.
In de condensator (warmtewis-selaar) wordt de afgekoelde en ontvochtigde lucht weer verwarmd en wordt deze via het uitblaasroos-ter de kamer ingeblazen. De bewerkte drogere en verwarm-de lucht vermengt zich weer met de kamerlucht.
Dankzij de voortdurende circulatie van de kamerlucht door het appa-raat, wordt de relatieve luchtvoch-tigheid in het vertrek uiteindelijk verlaagd tot de gewenste vochtig-heidswaarde (% r. v. ). Afhankelijk van de kamertempera-tuur en de luchtvochtigheid is voor het koelvermogen slechts ca. 30-40% elektrische energie nodig. WerkingDoor inschakeling van de appara-ten wordt de elektronische bestu-ring in werking gesteld. Het groene controlelampje in de aan/uit-schakelaar gaat bran-den. Door de automatische druk-vereffening starten de apparaten met een vertraging van ca. 10 seconden. De circulatieluchtventilator zuigt de vochtige kamerlucht aan via het stoffilter, de verdamper en de daarachter gelegen condensator. In de koude verdamper wordt er warmte onttrokken aan de kamer-lucht en wordt deze tot onder het dauwpunt afgekoeld.
De waterdamp in de kamerlucht slaat in de vorm van condensaat of rijp neer op de verdamperlamellen. Zodra de temperatuursensor hier een bepaalde minimumwaarde meet, wordt een timer met een vertraging van 30 minuten geacti-veerd. Wanneer gedurende deze tijd de verdampertemperatuur niet op-nieuw stijgt, wordt na afloop van de timertijd de koelkringloop om-geschakeld op heetgasontdooiing. Schematische weergave van de werking van een REMKO luchtontvochtigercondensaatreservoirvochtige kamerluchtontvochtigdekamerluchtcompressorcondensatorverdamperventilatorBeschrijving van het apparaat8REMKO AMT.
Elektrische aansluiting■ De apparaten worden gevoed met 230 V / 50 Hz wisselstroom■ De elektrische aansluiting gebeurt met een aangebouwde netkabel met een veiligheids-stekker■ Verlenging van de aansluit-kabel mag uitsluitend worden uitgevoerd door een geauto-riseerde elektricien, waarbij de kabellengte, de aansluitleiding van het apparaat en de lokale gebruiksomstandigheden in acht moeten worden genomenOpstellingVoor een optimaal rendabel en veilig gebruik van het apparaat, moeten de volgende aanwijzingen beslist worden nageleefd: ■ De apparaten moeten stevig en horizontaal worden opgesteld, zodat een ongehinderde afvoer van het condensaat gewaar-borgd is■ De apparaten moeten zo mo-gelijk in het midden van het vertrek worden opgesteld, zodat een optimale luchtcirculatie gewaarborgd is■ Men dient ervoor te zorgen dat de lucht ongehinderd kan worden aangezogen aan de voorkant van het apparaat en ongehinderd kan worden uitge-blazen aan de achterkant■ Men dient beslist een minimum-afstand van 50 cm ten opzichte van de muur aan te houden■ De apparaten dienen niet vlakbij radiatoren of andere warmte-bronnen te worden opgesteld■ Een betere luchtcirculatie wordt bereikt wanneer de apparaten op ca.
1 m hoogte worden op-gesteld■ Het te drogen of te ontvochti-gen vertrek moet afgesloten zijn ten opzichte van de omgevings-lucht■ Open ramen en deuren en het betreden en verlaten van het vertrek moeten zoveel mogelijk worden vermeden■ Wanneer de apparaten worden gebruikt in een stoffige omge-ving of in stallen, moeten de verzorgings- en onderhouds-maatregelen dienovereenkom-stig worden aangepast■ Het vermogen van het apparaat is uitsluitend afhankelijk van de hoedanigheid van het vertrek, de kamertemperatuur, de re-latieve luchtvochtigheid en de naleving van de opstelaanwijzin-genAANWIJZINGDe apparaten moeten conform VDE 0100, deel 704 elektrisch worden aangesloten op een voedingspunt met een fout-stroomveiligheidsvoorziening.
Wanneer de apparaten worden opgesteld in extreem vochtige ruimtes, zoals waskeukens, douches e. d. , moeten de ap-paraten worden beveiligd door middel van een correct aange-brachte foutstroomveiligheids-schakelaar. ATTENTIEAlle kabelverlengstukken mogen uitsluitend worden gebruikt in uit- of afgerolde toestand. afstand t. o. v. de muurmin. 0,5 mAfstand houden t. o. v. radiatoren en andere warmtebronnen. Ramen en deuren gesloten houden. 9.
Apparaat starten1. Aan/uit-schakelaar [2] op de stand „0” (Uit) zetten. 2. Netstekker van het apparaat aansluiten op een correct geïnstal-leerd en beveiligd netstopcontact 230V/50 Hz. 3. Aan/uit-schakelaar [2] op de stand „I” (Aan) zetten. Het groene controlelampje in de schakelaar [2] gaat branden. De apparaten worden na een vertragingstijd van ca. 10 secon-den ingeschakeld en werken dan continu. Voor elke ingebruikneming of con-form de lokale vereisten moeten de aanzuig- en uitblaasroosters worden gecontroleerd op vervui-ling.
Belangrijke aanwijzingen voor de ingebruikneming ■ Alle verlengingen van de elektrische aansluiting moeten beschikken over een voldoende leidingdoorsnede en en mogen uitsluitend in volledig afgerolde toestand worden gebruikt■ De net-aansluitkabel niet ge-bruiken om het apparaat mee te verplaatsen■ Na inschakeling werken de ap-paraten volautomatisch tot ze worden uitgeschakeld door de vlotter van het volle conden-saatreservoir (niet bij AMT 110-E)■ Het condensaatreservoir moet correct zijn aangebracht ■ Om beschadiging van de compressor te voorkomen zijn de apparaten voorzien van een herinschakelingsbeveiliging die voorkomt dat de compressor onmiddellijk na uitschakeling opnieuw wordt ingeschakeld. De compressor schakelt pas na circa 1 minuut weer in.
IngebruiknemingBedieningspaneel12341 = bedrijfsurenteller2 = aan/uit-schakelaar met „controlelampje“3 = controlelampje -GEEL- „reservoir vol”4 = controlelampje -ROOD- „storing / oververhitting”Gebruik met een hygrostaatDe REMKO hygrostaat (toebeho-ren) wordt geleverd met een speciale tussenstekker. De ingebruikneming en bediening van een apparaat met hygrostaat gebeurt als volgt:1. De tussenstekker in een goed beveiligd netstopcontact steken. 2. De hygrostaat op een geschikt punt in het te ontvoch-tigen vertrek plaatsen. Niet vlakbij het apparaat of warmtebronnen. 3. De netstekker (of een kabelver-lengstuk) in de tussenstekker steken. 4.
De gewenste luchtvochtigheid instellen op de hygrostaat. 5. De aan/uit-schakelaar [2] op het apparaat op de stand „I“ zetten. De apparaten schakelen zichzelf automatisch in wanneer de lucht-vochtigheid hoger is dan de op de hygrostaat ingestelde waarde. De apparaten werken nu volauto-matisch tot de gewenste relatieve luchtvochtigheid (% r. l. ) is bereikt of tot het apparaat wordt uitge-schakeld door de vlotter in het condensaatreservoir (niet bij de AMT 100-E). In dit geval brandt het gele controlelampje „reservoir vol“. AANWIJZINGVuile roosters en filters moeten direct worden gereinigd of vervangen. AANWIJZINGBij een kamertemperatuur lager dan 10 °C en een relatie-ve luchtvochtigheid lager dan 40 % is een rendabel gebruik van het apparaat niet meer gewaarborgd. 10REMKO AMT.
Apparaatwerking met slangaansluiting De condensaatbakken [K] van de AMT 55 en de 80-E zijn voorzien van een aansluitstuk [A]. Hierop kan een gangbare wa-terslang [S] worden aangesloten nadat het condensaatreservoir is verwijderd. De afvoerslang [S] wordt niet meegeleverd. Bij de AMT 40-E wordt de slang rechtstreeks aangesloten op het aansluitstuk [D] van het con-densaatreservoir. Om het apparaat te kunnen ge-bruiken moet het condensaatreser-voir altijd goed zijn aangebracht in de AMT 40-E. Bij langdurig gebruik zonder toezicht moet het condensaat bij voorkeur worden afgevoerd naar een lager gelegen afvoer. Bij gebruik van een opvangreser-voir (bak, emmer enz. ) moet het apparaat dienovereenkomstig hoger worden opgesteld. Voor meer suggesties zie ook de volgende pagina. 3. Het reservoir voorzichtig buiten het apparaat neerzetten en het afsluitdeksel [F] van de gietope-ning [E] openen. 4.
Het water in een gootsteen/af-voerbuis gieten. 5. De gietopening [E] weer sluiten en het lege condensaatreservoir zorgvuldig terugplaatsen in het apparaat. 6. Het apparaat weer inschakelen met de aan/uit-schakelaar [2]. CondensaatAfhankelijk van de luchttempera-tuur en de relatieve luchtvochtig-heid druppelt het gecondenseerde water voortdurend of alleen tijdens de ontdooifasen in de condensaat-bak of het condensaatreservoir. Via een aansluitstuk (niet bij AMT 40-E en 110-E) wordt het conden-saat afgevoerd naar het eronder gelegen condensaatreservoir. In het condensaatreservoir bevindt zich een vlotter die via een water-stopschakelaar de ontvochtiging stopzet zodra het reservoir vol is. Om een ongewenste stop te voorkomen (bijv. bij een golf water enz. ), schakelt deze pas na een pauze van 10 seconden.
Het apparaat wordt uitgeschakeld en het gele controlelampje op het bedienings-paneel gaat branden. Ga als volgt te werk om het con-densaatreservoir leeg te maken:1. Aan/uit-schakelaar [2] op de stand „0” (Uit) zetten.
Anders zouden de apparaten AMT 55-E en AMT 80-E direct na verwijdering van het conden-saatreservoir opnieuw starten. 2. Het volle condensaat- reservoir verwijderen. Hiertoe moet het reservoir iets worden opgetild aan de hand-greepuitholling en voorzichtig in voorwaartse richting eruit worden getrokken. AANWIJZINGDe apparaten AMT 40-E werken alleen met een correct aangebracht condensaatreser-voir. AANWIJZINGNa elke lediging moet het condensaatreservoir incl. de vlotter worden gecontroleerd op beschadiging, vervuiling enz. AANWIJZINGHoud rekening met nadruppe-lend condensaat. Na uitscha-keling van de apparaten kan de verdamper onder invloed van de omgevingstemperatuur nog verder ontdooien. DEFASK11.
De aan/uit-schakelaar op de stand „0” (Uit) zetten.Bij een langere stilstandperiode moeten de apparaten worden losgemaakt van het stroomnet.Het condensaatreservoir moet worden geledigd en met een schone doek worden afgedroogd. Denk aan eventueel nadruppelend condensaat! Bij opslag moeten de apparaten eventueel worden afgedekt met een kunststof hoes of folie en rechtop worden neergezet op een afgeschermde en droge plaats.Om plaats te besparen kunnen de apparaten op elkaar worden gestapeld. Hiertoe zijn ze voor-zien van rubberen buffers op de bodemplaat.Variant AHet water wordt opgevangen in een voldoende groot reservoir dat door de gebruiker wordt geleverd. Het reservoir moet regelmatig worden gecontroleerd en indien nodig worden geledigd.Er is geen overloopbeveiliging!Variant C Het water wordt via een slanglei-ding naar een lager liggend afvoer-punt geleid.
Met deze variant is continugebruik zonder toezicht mogelijk.Condensaatafvoer AMT 110-EDe apparaten AMT 110-E zijn wegens hun hoge ontvochtigings- vermogen niet voorzien van een intern condensaatreservoir. De gebruiker dient via het aansluitstuk op het apparaat voor de condensaatafvoer naar een geschikt reservoir te zorgen.Voor afvoer van het condenswater zijn bijv. de volgende varianten mogelijk:Variant B Het water wordt eerst opgevangen in een reservoir en dan d.m.v. een afzonderlijke dompelpomp naar een hoger gelegen afvoerpunt of naar buiten gepompt. Deze variant is geschikt voor plaat-sen zonder voldoende verval of zonder afvoer.BuitenwerkingstellingAANWIJZINGDeze varianten kunnen ook worden gebruikt voor de continue condensaatafvoer van alle andere apparaattypes.De opgestapelde apparaten moeten tegen omvallen en onbevoegde toegang worden beveiligd.ATTENTIE12REMKO AMT
Reiniging van het stoffilterHet rooster iets naar boven schui-ven, naar voren trekken en bene-denwaarts verwijderen. Het nu toegankelijke stoffilter verwijderen. Bij lichte vervuiling dient het stof-filter voorzichtig te worden gerei-nigd met de stofzuiger of door het uit te blazen. Bij hardnekkig vuil kan het filter worden uitgespoeld in een lauw (max. 40 °C) zeepsopje. Daarna beslist goed uitspoelen met schoon water en laten opdrogen. Voordat het filter wordt terugge-plaatst, dient men te controleren of het goed droog en onbescha-digd is. De apparaten mogen uitsluitend worden gebruikt met een aange-bracht stoffilter.
■ De periodieke verzorgings- en onderhoudsintervallen naleven ■ De apparaten moeten afhan-kelijk van de gebruiksomstan-digheden naar behoefte, maar minstens eenmaal per jaar, op hun veilige toestand worden gecontroleerd door een deskun-dige■ De apparaten vrijhouden van stof en andere afzettingen■ De apparaten uitsluitend droog of met een vochtige doek reinigen■ Niet blootstellen aan een recht-streekse waterstraal bijv. een hogedrukreiniger enz. Voor het transport zijn de appa-raten voorzien van 2 grote wielen en een ergonomisch vormgegeven transport- en veiligheidsbeugel. Deze kan desgewenst eenvoudig worden gedemonteerd. Bij het transporteren van het ap-paraat dient men op het volgende te letten: 1. Voor elke plaatsverandering het apparaat uitschakelen en de netstekker uit het stopcontact trekken. 2. Het condensaatreservoir leegmaken. 3.
Wanneer er vocht in de verdam-per zit of water in het conden-saatreservoir, mogen de ap-paraten alleen rechtop worden getransporteerd. Verzorging en onderhoudAlle bewegende onderdelen zijn voorzien van een onderhoudsarme permanentsmering. De koelinstal-latie is een hermetisch gesloten systeem en mag uitsluitend wor-den gerepareerd door een gespeci-aliseerd bedijf dat daartoe speciaal is geautoriseerd.
AANWIJZINGRegelmatige verzorging en on-derhoud is een basisvoorwaar-de voor een lange levensduur en storingvrij gebruik van het apparaat. ATTENTIEVoor alle werkzaamheden aan de apparaten moet de netstek-ker uit het stopcontact worden getrokken. Houd rekening met nadruppe-lend condensaat. Na uitschakeling van de ap-paraten kan de verdamper onder invloed van de omge-vingstemperatuur nog verder ontdooien. ATTENTIEHet aanzuig- en uitblaasroos-ter en het stoffilter regelmatig controleren opvervuiling. ATTENTIEHet aanzuig- en uitblaasroos-ter en het stoffilter regelmatig controleren opvervuiling. Transporteren van het apparaat■ Geen scherpe of oplosmiddel-houdende reinigingsmiddelen gebruiken■ Ook bij hardnekkige vervui-ling uitsluitend geschikte reinigingsmiddelen gebruikenDe netkabel mag niet worden gebruikt om het apparaat te verplaatsen of als bevestigings-middel.
Verhelpen van storingenDe apparaten zijn vervaardigd volgens de modernste productie-methoden en meermaals gecon-troleerd op hun goede werking. Mochten er toch functiestoringen optreden, dient het apparaat eerst gecontroleerd te worden aan de hand van de onderstaande lijst. Het apparaat start niet■ stand van de aan/uit-schakelaar controleren. Het groene contro-lelampje moet branden■ Aansluiting op het stroomnet en de zekeringen van de opstel-plaats controleren 230V/1~/50 Hz ■ Netstekker en netkabel controle-ren op beschadiging■ Vulpeil en correcte bevestiging van het condensaatreservoir controleren (niet bij AMT 110-E)■ De instelling van de hygrostaat (toebehoren) controleren.
De ingestelde waarde moet lager zijn dan de relatieve luchtvoch-tigheid in de opstelruimte■ De tussenstekker van de hygros-taat controleren op beschadiging en correcte bevestigingReinigen van de apparatenOm de binnenzijde van het appa-raat te reinigen en om toegang te krijgen tot de elektrische compo-nenten moet de behuizing van het appa-raat worden geopend. 1. De 2 bevestigingsschroeven [B] demonteren. 2. De behuizing optillen en los-maken van de lippen aan de voorkant. 3. De lamellen van de condensator reinigen door ze uit te blazen, met de stofzuiger schoon te zuigen of met een zachte borstel of een zachte kwast te reinigen. 4. De verdamperlamellen reinigen met bijv. een lauw zeepsopje of iets dergelijks. 5. Niet blootstellen aan een recht-streekse waterstraal. 6. Naspoelen met schoon water om zeepresten te verwijderen. 7. Binnenkant van het apparaat en de ventilatorwaaier reinigen. 8.
Condensaatbak en aansluitstuk reinigen. 9. Na de reiniging moet het ap-paraat worden drooggemaakt. Neem vooral de elektrische componenten in acht. 10. Alle gedemonteerde onderde-len in omgekeerde volgorde-weer correct monteren. 11. Een functiecontrole en een elektrische veiligheidscontrole uitvoeren.
Instel- en onderhoudswerk-zaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd door geautoriseerd vakpersoneel. Na alle werkzaamheden aan de apparaten moet een elek-trische veiligheidscontrole worden uitgevoerd conform VDE 0701. BBHet rode controlelampje (storing) brandt■ De koelkringloop is overbelast of oververhit■ Voordat het apparaat opnieuw mag worden gestart, moet de oorzaak van de storing worden opgespoord. Denk eraan dat het apparaat au-tomatisch weer begint te lopen nadat het is afgekoeld. Het apparaat loopt, maar er vormt zich geen condensaat■ De kamertemperatuur controle-ren Het werkbereik van het appa-raat ligt tussen 3 °C en 32 °C ■ De luchtvochtigheid controleren, min. 40% r. l.
is vereist■ Het stoffilter controleren op vervuiling en eventueel reinigen of vervangen■ De lamellen van de verdamper en de condensator controleren op vervuiling en eventueel reini-gen■ De verdamper controleren op ijsvorming / rijpvorming. Wanneer dit het geval is, moet de werking van de ontdooiau-tomaat en van de temperatuur-sensor worden gecontroleerd■ Wanneer het apparaat ondanks de uitgevoerde controles niet foutloos werkt, moet een geau-toriseerd gespecialiseerd bedrijf worden ingeschakeldBij het reinigen van de wisse-laar moet men bijzonder voor-zichtig zijn, omdat de dunne aluminiumlamellen makkelijk verbogen raken. AANWIJZINGAANWIJZINGATTENTIEWerkzaamheden aan de koel-installatie en aan de elektrische uitrusting mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een gespecialiseerd bedrijf dat daar-toe speciaal is geautoriseerd. ATTENTIE14REMKO AMT.
Elektrisch aansluitschema = testknopDe testknop op de besturingsplaat is uitsluitend bedoeld voor onderhouds- en controlewerkzaamheden.Wanneer deze wordt ingedrukt, worden de timertijden korter. AMT 40-E bis 80-ETT AMT 110-ETstuurprintplaatstuurprintplaat15
REMKO IN HEEL EUROPA... en ook bij u in de buurt! Maak gebruik van onze ervaring en adviezenREMKO GmbH & Co. KG Airconditionings- en warmtetechniekIm Seelenkamp 12 · D-32791 LagePostfach 1827 ·D-32777 LageTelefoon +49 5232 606-0Fax +49 5232 606-260E-mail [email protected] www.remko.deAdviezenDoor intensieve scholingen zorgen wij ervoor dat de vakkennis van onze advi-seurs altijd up-to-date is. Hierdoor heb-ben wij de naam gekregen meer te zijn dan een goede, betrouwbare leverancier: REMKO, een partner die helpt bij het oplossen van problemen. VerkoopREMKO beschikt niet alleen over een uit-gebreid verkoopnetwerk in het binnen- en buitenland, maar ook over bijzonder hooggekwalificeerd verkooppersoneel. REMKO-medewerkers in de buitendienst zijn meer dan gewone verkopers: voor alles moeten ze voor onze klanten advi-seurs zijn op het gebied van airconditio-nings- en warmtetechniek.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met REMKO AMT 110-E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Ontvochtiger REMKO
Handleiding Ontvochtiger
Nieuwste handleidingen voor Ontvochtiger