Pfaff Ambition Line Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Pfaff Ambition Line (52 pagina’s), behorend tot de categorie Naaimachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen. Heb je een vraag over Pfaff Ambition Line of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Gebruikershandleiding

Beoordeel deze handleiding


Product specificaties

Merk: Pfaff
Categorie: Naaimachine
Model: Ambition Line

Handleiding Pfaff Ambition Line – volledige tekst

VEILIGHEIDSINSTRUCTIESDeze huishoudnaaimachine voldoet aan de eisen van IEC/EN 60335-2-28.Elektrische aansluitingDeze naaimachine moet worden gebruikt met het voltage dat is aangegeven op het betreffende plaatje.Opmerkingen over de veiligheid• Deze naaimachine is niet bedoeld voor gebruik door personen (ook kinderen) met verminderde licha-melijke, zintuiglijke of mentale functies, of met onvoldoende ervaring en kennis, tenzij ze onder toezicht staan of geïnstrueerd worden over het gebruik van de naaimachine door een persoon die verantwoorde-lijk is voor hun veiligheid.• Kinderen moeten onder toezicht staan, zodat ze niet met de naaimachine kunnen spelen.• Een naaimachine mag nooit zonder toezicht met de stekker in het stopcontact blijven staan.• Verwijder direct na gebruik en voordat u de machine schoonmaakt de stekker van de naaimachine uit het stopcontact.• Schakel de naaimachine uit (“0”) wanneer u iets wilt veranderen in de omgeving van de naald, zoals een draad door de naald halen, een andere naald plaatsen, een andere naaivoet plaatsen en dergelijke.• Gebruik de naaimachine nooit als het snoer of de stekker beschadigd zijn.• Houd uw vingers uit de buurt van alle bewegende delen.

Wees vooral voorzichtig in de buurt van de naaimachinenaald.• Draag een veiligheidsbril.• Gebruik deze naaimachine alleen voor de werkzaamheden waarvoor de naaimachine bedoeld is en zoals die worden beschreven in deze handleiding. Gebruik alleen hulpstukken die door de producent zijn aan-bevolen zoals in deze handleiding wordt beschreven.Bij het wegdoen van dit product moet u erop letten dat het op de juiste wijze wordt gerecycled volgens de nationale richt-lijnen voor elektrische/elektronische producten. In geval van twijfel kunt u voor assistentie contact opnemen met uw dealer.

Van harte gefeliciteerd. Gefeliciteerd met de aanschaf van uw nieuwe PFAFF® naaimachine. Als naailiefhebster heeft u een naaimachine gekocht die het allernieuwste biedt op het gebied van design en technologie en waarmee u uw creatieve ideeën kunt verwezenlijken. Neem voordat u aan de slag gaat de tijd om deze handleiding door te lezen. U zult al snel ontdekken hoe u optimaal gebruik kunt maken van uw machine. Onze offi ciële PFAFF® dealers zullen u natuurlijk ook altijd met plezier willen adviseren. Met uw PFAFF® ambition™ naaimachine zult u zonder twijfel een compleet nieuwe dimensie van naaien ervaren. Let op: De naaimachinemodellen worden in deze handleiding genoemd met hun volledige naam of gewoon als 1. 5 en 1. Inleiding 1:4Machineoverzicht. 1:4Accessoires. 1:6Stekenoverzicht. 1:7Alfabetten. 1:10Voorbereidingen 2:1Uitpakken. 2:1Aansluiten op de stroomvoorziening.

1:6Inleiding Accessoires Bijgeleverde accessoires40. Spoelen (5) (#416475801)41. Vilten onderlegger42. Schroevendraaier voor steekplaat43. Multifunctioneel gereedschap44. Garenschijf, groot (2)45. Garenschijf, klein46. Tornmesje en borsteltje (in één) 47. Stylus (ambition™ 1.5) 48. Geleider voor doorstikken/quilten49. Extra garenpenNiet afgebeelde bijgeleverde accessoires• Voetpedaal• Netsnoer• Naalden• Harde beschermkapBelangrijk: Controleer of het IDT™ systeem is uitgeschakeld als u naaivoet 2A, 5B gebruikt. NaaivoetenStandaardnaaivoet 0A met IDT™ systeem (op de naaimachine bevestigd bij leve-ring)Deze naaivoet wordt hoofdzakelijk gebruikt voor rechte steken en zigzagsteken met een steeklengte van meer dan 1,0 mm.Siersteekvoet 1A met IDT™ systeemDeze naaivoet wordt gebruikt voor decoratieve steken.

De groef in de onderkant van de naaivoet is bedoeld voor een soepel transport over de steken.Siersteekvoet 2AGebruik deze naaivoet bij het naaien van decoratieve steken of korte zigzagsteken en andere nuttige steken met een steeklengte van minder dan 1,0 mm. De groef in de onderkant van de naaivoet is bedoeld voor een soepel transport over de steken.Blindzoomvoet 3 met IDT™ systeemDeze naaivoet wordt gebruikt voor blindzoomsteken. De teen op de naaivoet ge-leidt de stof. De rode geleider op de naaivoet moet langs de vouw van de zoomrand lopen.Ritsvoet 4 met IDT™ systeemDeze voet kan rechts of links van de naald op de machine worden geklikt, waardoor het eenvoudiger is om dicht bij de beide kanten van de tandjes van de rits te naaien.

Verplaats de naaldpositie naar rechts of naar links om dichter langs de tandjes te naaien.Eenstaps knoopsgatvoet 5BDeze naaivoet heeft een ruimte in de achterkant waarmee de grootte van het knoops-gat kan worden ingesteld. De naaimachine naait een knoopsgat dat bij de grootte van die knoop past.40414245444346474849

1:7Inleiding Stekenoverzicht Nuttige stekenSteekNummerNaam Beschrijving1. 5 1. 011Rechte steek Voor aan elkaar naaien en doorstikken. Selecteer uit 29 verschillende naaldposities. Let op: Deze steek maakt een sterkere afhechting dan steek 46 (35 op de 1. 0). 22Elastische drievoudige rechte steekVersterkte naad Doorstikken. 33Rechte steek achteruit Doorlopend achteruit naaien. 4–Rijgsteek Enkele steek gebruikt om te rijgen. Druk op voetpedaal om één steek te naaien. Beweeg de stof met de hand naar de gewenste positie en druk opnieuw op het voetpedaal om nog een steek te naaien. 54Zigzagsteek Naden verstevigen, afwerken, elastisch naaien, kant inzetten. 65Zigzagsteek Naden verstevigen, afwerken, elastisch naaien. 76Z-zigzagsteek Applicatie, vastzetten, oogjes. 87Drievoudige zigzag stretchsteekElastische steek voor decoratieve zomen of doorstikken.

1:8InleidingSteekNummerNaam Beschrijving1.5 1.024 –Overlocksteek In één stap naaien en afwerken, patchwork, zomen.25 20Gesloten overlocksteek Elastische stoffen in één stap naaien en afwerken.26 –Overlocksteek elastische gebreide stoffenElastische stoffen in één stap naaien en afwerken.27 –Versterkte overlocksteekElastische stoffen in één stap naaien en afwerken en verstevigen.28 –Afgewerkte overlocksteekElastische stoffen in één stap naaien en afwerken met verstevigde rand.29 –Valse dekzoom Maak een overlockzoom in elastische stoffen die eruit ziet als een lockmachine-dekzoom.30 –Open overlock blindzoomMaak een decoratieve overlock blindzoom in geweven stoffen.31 21Gesloten overlock blindzoomMaak een decoratieve overlock blindzoom in elastische stoffen.32 22Linnenknoopsgat Knoopsgat voor blouses, overhemden en linnengoed.33 23Standaardknoopsgat Basisknoopsgat voor blouses, overhemden en jasjes.

2:1VoorbereidingenVoorbereidingen Uitpakken1. Plaats de doos op een stevige, vlakke onder-grond. Til de machine uit de doos, verwijder de buitenste verpakking en til de beschermkap eraf.2. Verwijder al het buitenste verpakkingsmateriaal en de plastic zak. Aansluiten op de stroomvoorzieningBij de accessoires vindt u ook de voedingskabel en het voetpedaal.Let op: Raadpleeg een erkende elektricien als u niet zeker weet hoe u de naaimachine op de stroomvoorziening moet aansluiten. Haal de stekker uit het stopcontact wanneer de machine niet wordt gebruikt.Voor deze naaimachine moet voetpedaal model C-9002 van het merk CHIENHUNG TAIWAN, LTD worden gebruikt.1. Sluit het snoer van het voetpedaal aan op het voorste contact rechts onder aan de machine (A).2. Sluit het netsnoer aan op het achterste contact, rechts onder aan de machine (B). Steek de stekker in het stopcontact.3.

Zet de ON/OFF-schakelaar op ON om de voe-dingsspanning en het licht in te schakelen (C). De machine opbergen na het naaien1. Schakel de hoofdschakelaar uit.2. Haal de stekker van het netsnoer eerst uit het stopcontact en vervolgens uit de naaimachine.3. Haal de stekker van het voetpedaalsnoer uit de machine. Wikkel het snoer om het voetpedaal om het makkelijk op te kunnen bergen.4. Berg alle accessoires op in de accessoiredoos. Schuif de doos op de naaimachine om de vrije arm heen.5. Plaats het voetpedaal in de ruimte boven de vrije arm.6. Plaats de beschermkap op de machine.ABC

2:2VoorbereidingenKleine garenschijfGrote garenschijfB A Vrije armOm de vrije arm te gebruiken moet u de accessoiredoos verwijderen. Wanneer de doos is bevestigd, houdt een haak de accessoiredoos goed vast aan de machine. Schuif de doos naar links om hem te verwijderen. De basisplaat van de naaimachine waterpas zettenOm ervoor te zorgen dat uw naaimachine stevig op uw werkruimte staat, kunt u de hoogte van de basisplaat afstellen. Draai met de hand aan de stelschroef van de basisplaat (A). Draai de schroef naar rechts om de basis-plaat lager te zetten en naar links om de basisplaat hoger te zetten. De naaimachine in een naaitafel monterenEr zitten twee gaten in de onderkant van de naaimachine waarmee deze in een naaitafel kan worden gemonteerd. Lijn de gaten (aangegeven op de afbeelding) uit met de bijbehorende gaten in de basis van de naaitafel. Bevestig de naaimachine met schroeven.

DraadafsnijderTrek de draad zoals afgebeeld (B) van achteren naar voren om de draadafsnijder te gebruiken. GarenpennenUw naaimachine heeft twee garenpennen: een hoofd-garenpen en een extra garenpen. De garenpennen zijn geschikt voor veel soorten garen. De hoofdgarenpen is instelbaar en kan worden gebruikt in een horizontale positie (de draad wordt van het klosje afgerold) of in een verticale positie (het klosje draait). De horizontale positie kan worden gebruikt voor de meeste naai- en borduurga-rens en de verticale positie kan worden gebruikt voor veel speciale garens. Horizontale positiePlaats een passende garenschijf en het klosje op de garen-pen. Zorg ervoor dat de draad over de bovenkant wordt afgerold en schuif dan de tweede garenschijf op de pen. Gebruik een garenschijf die iets breder is dan het klosje. Gebruik bij smalle garenklosjes een kleinere garenschijf voor het klosje.

Gebruik bij brede garenklosjes een grotere garenschijf voor het klosje.De platte zijde van de schijf moet stevig tegen de klos worden gedrukt. Er mag geen ruimte tussen de garenschijf en de klos zitten.

2:3Voorbereidingen Verticale positieTil de garenpen op tot in verticale positie. Schuif het grote schijfje erop en plaats een vilten onderlegger onder het klosje. Dit voorkomt dat het garen te snel van het klosje wordt afgewikkeld. Plaats geen garenschijf op de garenpen omdat het klosje dan niet meer kan draaien. Extra garenpenDe extra garenpen wordt gebruikt wanneer u een spoeltje wilt opwinden vanaf een tweede garenklosje of voor een tweede klosje wanneer u met een twee-lingnaald naait.Steek de extra garenpen in het gat bovenop de naai-machine (A). Schuif een grote garenschijf erop en plaats een vilten onderlegger onder het garenklosje. De machine inrijgenZorg ervoor dat de naaivoet omhoog staat en de naald in de hoogste stand is. 1. Schuif het garen op de garenpen en breng een passende garenschijf aan.2. Trek de draad van de achterkant naar de voor-kant in de draadgeleiders (B).

2:4Voorbereidingen DraadinstekerMet de draadinsteker kunt u de draad automatisch in de naald steken. De naald moet in de hoogste positie staan om de ingebouwde draadinsteker te kunnen gebruiken. Druk op de toets voor naald omhoog/omlaag om zeker te weten dat de naald helemaal omhoog is gebracht. Bovendien raden wij u aan om de naaivoet te laten zakken. 1. Gebruik de hendel om de draadinsteker he-lemaal omlaag te trekken. De inrijghaak (F) zwenkt door het oog van de naald. 2. Leg de draad vanaf de achterkant over de haak (G) en onder de inrijghaak (F). 3. Laat de draadinsteker voorzichtig terugdraaien. Het haakje trekt de draad door het oog van de naald en vormt een lus achter de naald. Trek de lus er achter de naald uit. Let op: De draadinsteker is ontworpen voor naalden nr. 70-120.

U kunt de draadinsteker niet gebruiken bij naal-den van maat 60 of kleiner, een zwaardnaald of tweeling-naald. Er zijn ook enkele optionele accessoires waarbij u de draad met de hand moet insteken. Zorg ervoor wanneer u de draad handmatig in de naald steekt dat de draad van voren naar achteren door de naald wordt gestoken. De tweelingnaald inrijgenVervang de normale naald door een tweelingnaald. Zorg ervoor dat de naaivoet omhoog staat en de naald in de hoogste stand is. 1. Schuif het garen op de garenpen en breng een passende garenschijf aan. Breng de extra garenpen aan. Schuif een grote garenschijf en een vilten onderlegger op de pen. Schuif tweede naaigaren op de garenpen. 2. Trek de draden van de achterkant naar de voor-kant in de draadgeleiders (A). Trek de beide draden tussen de spanningsschijven (B). 3.

2:5Voorbereidingen Spoelen1. Plaats het klosje op de garenpen in horizontale positie. Schuif een garenschijf stevig op het klosje.2. Haal de draad van achteren naar voren door de draadgeleider (A). Trek de draad linksom om de opspoelspanningsschijf (B) heen. 3. Haal de draad van binnen naar buiten door het gaatje in de spoel (C).4. Plaats een lege spoel op de spoelas. 5. Duw de spoelgeleider naar rechts. Er verschijnt een pop-up op het scherm die u laat weten dat het opspoelen actief is. Druk het voetpedaal in of druk op de start/stop-toets om het opspoelen te starten. Als de spoel vol is, vertraagt het spoelen en stopt dan automatisch. De pop-up wordt gesloten. Verwijder het spoeltje en snijd de draad af met behulp van de onderdraadafsnijder (D).A B D C D

2:6Voorbereidingen De spoel plaatsenZorg ervoor dat de naald helemaal omhoog staat en dat de naaimachine is uitgeschakeld voordat u de spoel aanbrengt of verwijdert. Open het spoelhuis met het ontgrendelknopje rechts (A). Verwijder het deksel (B).1. Breng de spoel aan in het spoelhuis, waarbij de draad linksom loopt.2. Trek de draad door de opening (C).3. Houd een vinger zachtjes bovenop de spoel en trek de draad bij de pijltjes in de draadgeleider van de steekplaat van (C) naar (D).4. Trek de draad bij de pijltjes in de draadgeleider van de steekplaat van (D) naar (E).5. Trek de draad terug over het mesje bij punt (E) om het overtollige draad af te snijden. 6. Plaats het deksel weer op het spoelhuis.

IDT™ systeem (ingebouwd dubbel transport)Voor een soepele verwerking van iedere stofsoort biedt de PFAFF®ambition™ naaimachine de ideale oplossing: het ingebouwde dubbele transport, het IDT™ systeem. Net als bij industriële machines zorgt het IDT™ systeem voor een gelijktijdig stoftransport zowel van onder als van boven. De stoffen wor-den nauwkeurig getransporteerd. Bij dunne stoffen zoals zijde of rayon voorkomt het Ingebouwd Dub-bel Transport het rimpelen van de naad. Ruiten en strepen sluiten perfect aan door het IDT-systeem. Het IDT™ systeem zorgt ervoor dat alle lagen van quiltprojecten goed op elkaar blijven liggen, zodat de lagen niet verschuiven. Het IDT™ inschakelenBelangrijk: Gebruik voor al uw naaiwerk met het IDT™ naaivoeten met een uitsparing aan de achterzijde (F).Breng de naaivoet omhoog. Druk het IDT™ systeem omlaag totdat het vastklikt.

Het IDT™ uitschakelenBreng de naaivoet omhoog. Houd het IDT™ met twee vingers bij de geribbelde greep vast. Trek het IDT™ omlaag en duw het vervolgens van u af en laat het IDT™ langzaam omhoog komen.F E D C 1234A B

2:7Voorbereidingen Naaivoetdruk De naaivoetdruk is vooraf ingesteld op de standaard-waarde "N". In de meeste gevallen hoeft u de naai-voetdruk niet aan te passen. Als u speciale technieken gebruikt, of bij het naaien op zeer dunne of dikke stof, kan het aanpassen van de druk het resultaat verbete-ren.Verlaag bij zeer dunne stoffen de druk door de knop linksom te draaien.Let op: Als de knop te veel naar links wordt gedraaid, kunt u de knop eraf draaien. Als dit gebeurt, plaatst u de knop gewoon weer terug en draait u hem naar rechts totdat hij vast blijft zitten.Verhoog bij dikke stoffen de druk door de knop naar rechts te draaien. Let op: Als de knop naar rechts wordt gedraaid tot hij stopt, is de maximale druk bereikt. Probeer de knop niet verder te draaien! DraadspanningOm de draadspanning in te stellen, draait u aan het wieltje bovenop de naaimachine.

Gebruik de op het scherm aanbevolen draadspanningsinstelling; zie pagina 3:4. Afhankelijk van de stof, de tussenvulling, het garen, enz., is het mogelijk dat de draadspanning moet worden aangepast.Zorg er voor de mooiste en meest duurzame steken voor dat de bovendraadspanning goed is afgesteld. Bij algemeen naaien komen de draden op gelijke afstand tussen de twee stofl agen samen.Als de onderdraad zichtbaar is op de bovenkant van de stof, is de bovendraadspanning te hoog. Verlaag de bovendraadspanning.Als de bovendraad zichtbaar is op de onderkant van de stof, is de bovendraadspanning te laag. Verhoog de bovendraadspanning.Voor decoratieve steken en knoopsgaten moet de bo-vendraad zichtbaar zijn op de onderkant van de stof.Voer enkele tests uit op een proefl apje van de stof die u gaat gebruiken en controleer de spanning.

2:8VoorbereidingenGHIBCDEF NaaldenDe naaimachinenaald speelt een belangrijke rol bij succesvol naaien. Gebruik alleen naalden van goede kwaliteit. Wij raden naalden van systeem 130/705H aan. In het naaldendoosje dat bij uw machine wordt geleverd, vindt u naalden in de meest gebruikte maten.Universele naald (B)Universele naalden hebben een iets afgeronde punt en zijn verkrijgbaar in veel verschillende maten. Voor algemeen naaien in veel verschillende stoftypen en -dikten.Stretchnaald (C)Stretchnaalden hebben een speciale las om overgesla-gen steken te verwijderen wanneer er rek in de stof zit. Voor breisels, zwemkleding, fl eece en syntheti-sche suède en leer. Gemarkeerd met een gele streep.Borduurnaald (D)Borduurnaalden hebben een speciale las, een iets afgeronde punt en een iets groter oog om schade aan het garen en de materialen te voorkomen.

Gebruik de naald met metallic en andere speciale garens voor borduurwerk en decoratief naaien. Gemarkeerd met een rode streep.Denimnaald (E)Denimnaalden hebben een scherpe punt die door dichtgeweven stoffen kan prikken zonder dat de naald verbuigt. Voor canvas, denim, microfi bers. Gemarkeerd met een blauwe streep.Zwaardnaalden (F)De zwaardnaald heeft brede "vleugels" aan de zijkan-ten van de naald om gaten in de stof te prikken bij het naaien van entredeux en andere ajoursteken op natuurlijke stoffen. Verminder de steekbreedte voor de beste resultaten.Let op: Vervang de naald regelmatig. Gebruik altijd een rechte naald met een scherpe punt (G).Een beschadigde naald (H) kan ervoor zorgen dat er steken worden overgeslagen, dat de naald breekt of dat de draad afbreekt.

2:9Voorbereidingen De naald vervangen1. Gebruik het gat in het universele gereedschap om de naald vast te houden.2. Draai de naaldschroef los. Gebruik indien nodig de schroevendraaier.3. Verwijder de naald. 4. Plaats de nieuwe naald met het gereedschap. Duw de nieuwe naald omhoog met de platte kant van u af totdat hij niet verder kan.5. Draai de schroef van de naald zoveel mogelijk aan. De transporteur verzinkenU kunt de transporteur verzinken door de schakelaar op de achterkant van de vrije arm naar links te bren-gen. Breng de schakelaar naar rechts als u de trans-porteur omhoog wilt brengen.Let op: De transporteur gaat niet onmiddellijk omhoog wanneer de hendel wordt omgezet. Draai het handwiel één volledige slag om of begin te naaien om de transporteur weer in te schakelen. NaaivoetlichterMet de naaivoetlichter (A) wordt de naaivoet omlaag of omhoog gebracht.

Als u dikke stof of meerdere lagen stof naait, kan de naaivoet verder omhoog worden gebracht om de stof makkelijker onder de naaivoet te kunnen leggen. Een naaivoet verwisselen De naaivoet verwijderenDuw de naaivoet omlaag totdat hij loskomt van de naaivoethouder. De naaivoet bevestigenPlaats de naaivoet onder de naaivoethouder (B) en zorg daarbij dat de gleuf (C) gelijk komt met de pen-nen (D).Als u de naaivoetlichter omlaag brengt, wordt de naaivoet vastgegrepen in de naaivoethouder.Let op: Controleer of de naaivoet goed is bevestigd door de naaivoetlichter omhoog te brengen.BDCDDA

2:10Voorbereidingen Toetsen van de ambition™ 1. 5 naaimachine Naald omhoog/omlaag met indicator (1)Druk op deze toets om de naald omhoog of omlaag te brengen. De instelling van de naaldstoppositie wordt tegelijkertijd veranderd. De indicator brandt wanneer naald omlaag is ingeschakeld. Natuurlijk kunt u ook het voetpedaal gebruiken om de naald omhoog of omlaag te brengen. Steek opnieuw beginnen (2)Als u stopt met naaien in het midden van de steek, drukt u op 'steek opnieuw beginnen' om weer vanaf het begin van de steek verder te naaien zonder even-tuele voorgaande speciale instellingen opnieuw te hoeven uitvoeren. Als u op de toets 'steek opnieuw beginnen' drukt tijdens het naaien wordt de steek afgemaakt, waarna de machine stopt. Onmiddellijk afhechten (3)Druk op de afhechttoets tijdens het naaien. Uw ma-chine naait dan enkele afhechtsteken en stopt auto-matisch.

Hendel snelheidsregeling (4)Met de snelheidsregelhendel kunt u de maximale naaisnelheid instellen. Om de naaisnelheid te verho-gen schuift u de hendel naar rechts, om de naaisnel-heid te verlagen schuift u de hendel naar links. Start/stop (5)Druk op deze toets om de naaimachine te starten en te stoppen zonder het voetpedaal te gebruiken. Druk eenmaal op de toets om te starten en nogmaals om te stoppen. 17 Achteruitnaaien (6) met indicator (7)Druk voordat u begint te naaien op de toets als u per-manent achteruit wilt naaien. De achteruitnaai-indi-cator (6) gaat branden en de machine naait achteruit totdat u opnieuw op de toets drukt. Als u tijdens het naaien op de toets drukt, naait de naaimachine achteruit zolang u de toets ingedrukt houdt. De achteruitnaai-indicator gaat branden wan-neer de achteruitnaaitoets wordt ingedrukt.

De achteruitnaaitoets wordt ook gebruikt bij het naaien van knoopsgaten, geprogrammeerde afhech-tingen en stopsteken om tussen de delen van de steek heen en weer te gaan.

2:11Voorbereidingen Touch-screen van de ambition™ 1. 5 naaimachine (9)Op het touch-screen kunt u al uw selecties en opties zien. De steken worden op ware grootte weergege-ven. Aanraakwiel (10)Het aanraakwiel heeft diverse functies. In de naai-modus kunt u er de steekbreedte/-plaatsing en de steeklengte/-dichtheid mee aanpassen. Bij reeksen wordt het gebruikt om de cursor heen en weer te ver-plaatsen in de reeks en om steken aan te passen. Steekbreedte of plaatsing van de steek (11)Vergroot of verklein de steekbreedte met de picto-grammen rechts "+" en links "-" op het aanraakwiel. Gebruik voor rechte steken de pictogrammen rechts "+" en links "-" op het aanraakwiel om de positie van de steek te veranderen. Steeklengte of steekdichtheid (12)Vergroot of verklein de steeklengte met de picto-grammen omhoog "+" en omlaag "-" op het aanraak-wiel.

Gebruik voor cordonsteken de pictogrammen om-hoog "+" en omlaag "-" op het aanraakwiel om de dichtheid van de geselecteerde steek te veranderen. Verlenging (13)Wanneer er een cordonsteek is geselecteerd, drukt u op het midden van het aanraakwiel om verlenging te activeren. Het pictogram verandert in een verlen-gingssymbool. Gebruik de pictogrammen rechts "+" en links "-" om de verlenging van de cordonsteek te veranderen. Reeksen (14)Druk hierop om reeksen te openen en te sluiten. Horizontaal spiegelen (15)Hiermee kunt u steken en stekenreeksen horizontaal spiegelen. Verticaal spiegelen (16)Hiermee kunt u steken en stekenreeksen verticaal spiegelen. Rechtstreekse selectie (17)Druk op het steeknummer in de linker bovenhoek van het scherm om het toetsenblok voor directe selec-tie te openen.

Door op één of een combinatie van de pictogrammen 0 tot 9 te drukken, selecteert u de steek die bij dat nummer hoort. Tabs instellingen en functies Sommige hoofdfuncties van uw naaimachine zijn beschikbaar via de tabs aan de onderkant van het scherm. Naaimodus (18)Druk op deze tab om naar de naaimodus te gaan.

De naaimodus is de eerste weergave op het touch-screen nadat u de naaimachine aanzet. Deze tab is ook actief wanneer u in 'reeksen' bent. Afhechtopties (19)Druk hierop om de afhechtopties in te stellen. Alfabetmodus (20)In de alfabetmodus kunt u tekstreeksen maken van verschillende tekens in vier verschillende lettertypes. Steekinformatie (21)Druk hierop om gedetailleerdere informatie over de huidige geselecteerde steek weer te geven. Menu Instellingen (22)Druk hierop om het menu voor naaimachine-instel-lingen te openen. Reeksen Persoonlijke steek of reeks laden (23)Druk hierop om een eerder opgeslagen steek of reeks te laden. Persoonlijke steek of reeks opslaan (24)Druk hierop om een steek of reeks op te slaan in het geheugen van de naaimachine. Verwijderen (25)Om steken in een reeks te verwijderen. Druk hier lang op om de hele reeks te verwijderen.

2:12Voorbereidingen Toetsen van de ambition™ 1. 0 naaimachine Naald omhoog/omlaag met indicator (1)Druk op deze toets om de naald omhoog of omlaag te brengen. De instelling van de naaldstoppositie wordt tegelijkertijd veranderd. De indicator brandt wanneer naald omlaag is ingeschakeld. Natuurlijk kunt u ook het voetpedaal gebruiken om de naald omhoog of omlaag te brengen. Steek opnieuw beginnen (2)Wanneer u in het midden van een steek bent gestopt met naaien, drukt u op 'steek opnieuw beginnen' om weer vanaf het begin van de steek verder te naaien zonder eventuele voorgaande speciale instellingen opnieuw te hoeven uitvoeren. Als u op de toets 'steek opnieuw beginnen' drukt tijdens het naaien wordt de steek afgemaakt, waarna de machine stopt. Onmiddellijk afhechten (3)Druk op de afhechttoets tijdens het naaien. Uw ma-chine naait dan enkele afhechtsteken en stopt auto-matisch.

Hendel snelheidsregeling (4)Met de snelheidsregelhendel kunt u de maximale naaisnelheid instellen. Om de naaisnelheid te verho-gen schuift u de hendel naar rechts, om de naaisnel-heid te verlagen schuift u de hendel naar links. Start/stop (5)Druk op deze toets om de naaimachine te starten en te stoppen zonder het voetpedaal te gebruiken. Druk eenmaal op de toets om te starten en nogmaals om te stoppen. Achteruitnaaien (6) met indicator (7)Druk voordat u begint te naaien op de toets als u per-manent achteruit wilt naaien. De achteruitnaai-indi-cator (6) gaat branden en de machine naait achteruit totdat u opnieuw op de toets drukt. Als u tijdens het naaien op de toets drukt, naait de naaimachine achteruit zolang u de toets ingedrukt houdt. De achteruitnaai-indicator gaat branden wan-neer de achteruitnaaitoets wordt ingedrukt.

De achteruitnaaitoets wordt ook gebruikt bij het naaien van knoopsgaten, geprogrammeerde afhech-tingen en stopsteken om tussen de delen van de steek heen en weer te gaan.

Geprogrammeerde afhechtsteek (6) met indicator (8)De geprogrammeerde afhecht-indicator gaat branden om aan te geven dat er één of meerdere afhechtopties zijn geactiveerd. De indicator blijft branden totdat de afhechtopties niet meer worden gebruikt. Steeklengte of steekdichtheid (10)Vergroot of verklein de steeklengte met de toetsen "+" en "-". Gebruik voor cordonsteken de toetsen "+" en "-" om de dichtheid van de geselecteerde steek te verande-ren. Steekbreedte of plaatsing van de steek (11)Vergroot of verklein de steekbreedte met de toetsen "+" en "-". Gebruik voor rechte steken de toetsen "+" en "-" om de steekpositie te veranderen. 12345678910111213 14 1516 17 18 19 20 21.

2:13Voorbereidingen Verlenging (12)Als er een cordonsteek is geselecteerd, drukt u op de toetsen "+" en "-" om de verlenging van de steek in te stellen. Wiel (13)Gebruik deze toetsen om u over het grafi sche display te bewegen. Het wiel heeft pijltoetsen omhoog en omlaag, pijltoetsen links en rechts en het midden van het wiel is een vinkje voor OK (14). Het wiel heeft verschillende functies. Met de pijltoets omhoog of omlaag bijvoorbeeld kunt u tussen steken stappen, de maat van een knoopsgat instellen en tus-sen opties bewegen in het instellingenmenu. Druk op omlaag totdat er een tab is geselecteerd en dan op de pijltoets naar links of rechts om de modus (22-26) te selecteren. OK-toets (14)Het midden van het wiel is een vinkje voor OK. Ge-bruik de OK-toets om uw selecties te bevestigen.

Rechtstreekse selectie (15)Door op één of een combinatie van de toetsen 0 tot 9 te drukken, selecteert u onmiddellijk de steek die bij dat nummer hoort. Horizontaal spiegelen (16)Hiermee kunt u steken en stekenreeksen horizontaal spiegelen. Verticaal spiegelen (17)Hiermee kunt u steken en stekenreeksen verticaal spiegelen. Persoonlijke steek of reeks laden (18)Druk op deze toets om een eerder opgeslagen steek of reeks te laden. Persoonlijke steek of reeks opslaan (19)Druk op deze toets om een steek of reeks op te slaan in het geheugen van de naaimachine. Verwijderen (20)Voor het verwijderen van steken van een reeks of reeksen die in het naaimachinegeheugen zijn opgesla-gen. Reeksen (21)Druk op deze toets om 'reeksen' te openen. Grafisch display van de ambition™ 1. 0 naaimachine (9)Op het grafi sche display kunt u al uw selecties en opties zien.

De steken worden op ware grootte weer-gegeven. De toetsen op het wiel worden gebruikt om u over het grafi sche display te bewegen. Tabs instellingen en functies Sommige hoofdfuncties van uw naaimachine zijn toegankelijk via de tabs aan de onderkant van het scherm.

Druk op de pijltoets omlaag totdat er een tab is gemarkeerd en stap dan heen en weer tussen de tabs met de pijltoets naar links of naar rechts (13). Om direct van de tab helemaal links naar de tab hele-maal rechts te gaan, drukt u eenmaal op de pijltoets naar links. Om direct van de tab helemaal rechts naar de tab helemaal links te gaan, drukt u eenmaal op de pijltoets naar rechts. Naaimodus (22)De naaimodus is de eerste weergave op het grafi sche display nadat u de naaimachine aanzet. Afhechtopties (23)Selecteer dit om de afhechtopties in te stellen. Alfabetmodus (24)In de alfabetmodus kunt u tekstreeksen maken van verschillende tekens in twee verschillende lettertypes. Steekinformatie (25)Selecteer dit om gedetailleerdere informatie over de huidige geselecteerde steek weer te geven. Menu Instellingen (26)Selecteer dit om het menu voor naaimachine-instellin-gen te openen. 22 23 24 25 26.

2:14VoorbereidingenInstellingenIn het menu Instellingen kunt u de naaimachine-instellingen en de scherminstellingen aanpassen. Alle instellingen worden opgeslagen, zelfs wanneer de naaimachine wordt uitgezet. Menu Instellingen (1,5)Druk op de tab van het menu Instellingen (A) om het te openen. Het menu Instellingen is verdeeld in twee tabs. Selecteer een tab (1 of 2) door erop te drukken. TweelingnaaldDruk op het pictogram van de tweelingnaald om deze te activeren. Druk op "-" en op "+" om de breedte van de tweelingnaald in te stellen. De geselecteerde breedte staat in het tweelingnaaldpictogram. Wanneer het formaat van de tweelingnaald is gese-lecteerd, wordt de breedte van alle steken beperkt tot die naaldgrootte omdat de naalden anders kunnen breken. Er verschijnt een waarschuwingspop-up als u een steek selecteert die te breed is voor de ingestelde tweelingnaald.

Als dit is geactiveerd wordt het tweelingnaaldpic-togram weergegeven in de naaimodus. De instelling wordt behouden totdat u deze uitscha-kelt. Let op: Tweelingnaald en steekbreedtebeveiliging kunnen niet tegelijkertijd worden gebruikt. Er klinkt een waarschu-wingsgeluid als u probeert beide instellingen in te schake-len. SteekbreedtebeveiligingSelecteer deze functie wanneer u een steekplaat of naaivoet voor rechte steken gebruikt, om de naaldpo-sitie voor alle steken vast te zetten in het midden om beschadiging van de naald, de naaivoet of de steek-plaat te voorkomen. Druk op het pictogram steekbreedtebeveiliging om dit te activeren. Als dit is geactiveerd wordt het steekbreedtebeveiligingspictogram weergegeven in de naaimodus. De instelling wordt behouden totdat u deze uitscha-kelt.

Let op: Wanneer u de naaimachine opnieuw aanzet terwijl deze instelling ingeschakeld is en voor iedere steekselectie die geen rechte steek is, informeert een pop-upvenster u dat de naaimachine is ingesteld op een rechte steek. Tweelingnaald en steekbreedtebeveiliging kunnen niet tege-lijkertijd worden gebruikt.

Er klinkt een waarschuwingsge-luid als u probeert beide instellingen in te schakelen. ambition™ 1. 5 Contrast van het displayDruk op "-" en "+" om het contrast van het touch-screen aan te passen. De instelling wordt opgeslagen, zelfs wanneer de naaimachine wordt uitgezet. Kalibratie van het touch-screenHet is mogelijk dat het scherm gekalibreerd moet worden voor de manier waarop u op het scherm drukt. Druk op het kalibratiepictogram om een spe-ciale weergave te openen voor de kalibratie van het touch-screen. Raak met de stylus eerst het midden van het kruisje in de linker bovenhoek aan en dan het midden van het kruisje in de rechter onderhoek. De kalibratieweergave wordt automatisch gesloten nadat u het tweede kruisje heeft aangeraakt. TaalDruk op "-" en op "+" om de taal van alle tekst van uw naaimachine te veranderen. SoftwareversieControleer de softwareversie van uw naaimachine. A.

2:15Voorbereidingenambition™ 1. 0 Menu Instellingen (1. 0)Open dit door de tab van het menu Instellingen te selecteren. Stap heen en weer tussen de beschikbare instellingen met de pijltoetsen omhoog en omlaag op het wiel. TweelingnaaldDruk op OK (B) om dit te activeren. Er verschijnt een vinkje in het vakje. Gebruik de pijltoetsen naar links en naar rechts op het wiel om de breedte van de twee-lingnaald in te stellen. De geselecteerde breedte staat op het display. Wanneer het formaat van de tweelingnaald is gese-lecteerd, wordt de breedte van alle steken beperkt tot die naaldgrootte omdat de naalden anders kunnen breken. Er verschijnt een waarschuwingspop-up als u een steek selecteert die te breed is voor de ingestelde tweelingnaald. Als dit is geactiveerd wordt het tweelingnaaldpic-togram weergegeven in de naaimodus. De instelling wordt behouden totdat u deze uitscha-kelt.

Let op: Tweelingnaald en steekbreedtebeveiliging kunnen niet tegelijkertijd worden gebruikt. Wanneer steekbreed-tebeveiliging is geselecteerd, zijn de randen van het vakje tweelingnaald gestippeld. SteekbreedtebeveiligingDruk op OK (B) om dit te activeren. Selecteer deze functie wanneer u een steekplaat of naaivoet voor rechte steken gebruikt, om de naaldpo-sitie voor alle steken vast te zetten in het midden om beschadiging van de naald, de naaivoet of de steek-plaat te voorkomen. Als dit is geactiveerd wordt het steekbreedtebeveili-gingspictogram weergegeven in de naaimodus. De instelling wordt behouden totdat u deze uitscha-kelt. Let op: Wanneer u de naaimachine opnieuw aanzet terwijl deze instelling ingeschakeld is en voor iedere steekselectie die geen rechte steek is, informeert een pop-upvenster u dat de naaimachine is ingesteld op een rechte steek.

Steekbreedtebeveiliging en tweelingnaald kunnen niet tegelijkertijd worden gebruikt. Wanneer tweelingnaald is geselecteerd, zijn de randen van het vakje steekbreedtebe-veiliging gestippeld.

Contrast van het displayGebruik de pijltoetsen naar links en naar rechts om het contrast van het grafi sche display aan te passen. De geselecteerde waarde staat weergegeven op het display. TaalDruk op de pijltoetsen naar links en rechts om de taal van alle tekst in uw naaimachine te veranderen. SoftwareversieControleer de softwareversie van uw naaimachine. B.

3:1Naaien Naaimodus - overzicht (1.5)1. Geselecteerd steeknummer en naam2. Stekenveld3. Reeksen4. Horizontaal spiegelen5. Verticaal spiegelen6. Aanbeveling - naaivoet7. Aanbeveling - versteviging8. Aanbeveling - Transporteur/ IDT™9. Aanbeveling/instelling naald Ingesteld op tweelingnaald Zwaardnaald aanbevolen Ingesteld op steekbreedtebeveiliging10. Aanbevolen spanning11. Uitklapmenu stekenselectie12. Steekbreedte/steekpositie13. Steeklengte/dichtheid14. AanraakwielLet op: Niet alle symbolen en opties worden tegelijkertijd getoond. Een steek selecterenNaaienDe naaimodus is de eerste weergave op het scherm nadat u de naaimachine aanzet. De geselecteerde steek wordt op ware grootte weergegeven in het stekengebied. Hier vindt u alle basisinformatie die u nodig heeft om te beginnen met naaien. Standaard is de rechte steek geselecteerd.

1A2634515161712111314Druk op het steeknummer op het scherm (1) om het selectie-toetsenblok te openen. Druk op 1-9 om de bijbehorende steek te selecteren. Druk snel achter elkaar op twee of drie cijfers om een steek van 10 of hoger te selecteren. Druk op het pictogram OK (15) om uw stekenselectie te bevestigen. Druk op het pictogram verwijderen (16) om het ingevoerde nummer te wissen. Druk op annuleren (17) om het toetsenblok te sluiten zonder een steek te selecteren.Als het steeknummer niet bestaat, hoort u een piep en wordt het eerst ingevoerde cijfer geselecteerd als steek. U kunt ook een steek selecteren door op de uitklaplijst voor stekenselectie (11) te drukken en een steek van de uitklaplijst te selecteren.

Druk op de pijlen om omhoog en omlaag in de lijst te bladeren en druk op een steeknaam om die te selecteren.Let op: Als de aanbeveling voor de naaivoet een naaivoet weergeeft met een "+", is er een optionele naaivoet nodig voor de geselecteerde steek. Ga naar de steekinformatietab (A) voor meer informatie.79810

3:2Naaien Naaimodus - overzicht (1.0)1. Geselecteerd steeknummer en naam2. Stekengebied3. Aanbeveling - versteviging4. Aanbeveling - naaivoet5. Aanbeveling - Transporteur/ IDT™6. Aanbeveling/instelling naald Ingesteld op tweelingnaald Zwaardnaald aanbevolen Instellen op steekbreedtebeveiliging7. Aanbevolen draadspanning8. Steekbreedte/steekpositie9. Steeklengte/dichtheidLet op: Niet alle symbolen en opties worden tegelijkertijd getoond. Een steek selecterenDoor op één van de directe selectietoetsen te druk-ken, selecteert u dat steeknummer onmiddellijk. Druk snel achter elkaar op twee of drie cijfers om een steek van 10 of hoger te selecteren. Als het steeknummer niet bestaat, hoort u een piep en wordt het eerst inge-voerde cijfer geselecteerd als steek.U kunt ook op de pijltoetsen omhoog en omlaag op het wiel drukken om tussen steken heen en weer te gaan.

Druk op omhoog of omlaag om een uitklaplijst te openen. U kunt omhoog en omlaag in de lijst gaan met de pijltoetsen omhoog en omlaag op het wiel. Druk op OK (B) om een steek te selecteren. StekeninformatieSelecteer de informatietab (A) om gedetailleerdere in-formatie, tips en hints voor de huidige geselecteerde steek te bekijken.124356789Let op: Als de aanbeveling voor de naaivoet een naaivoet weergeeft met een "+", is er een optionele naaivoet nodig voor de geselecteerde steek. Ga naar de steekinformatietab (A) voor meer informatie.BAA

3:3Naaien Aanpassingen aan stekenUw naaimachine stelt de beste instellingen in voor iedere geselecteerde steek en geeft daar ook aanbeve-lingen voor. U kunt uw eigen aanpassingen maken aan de geselecteerde steek.Alle veranderingen aan de instellingen, met uitzonde-ring van de draadspanning, hebben alleen invloed op de geselecteerde steek en worden gereset op stan-daard als u een andere steek selecteert. De verander-de instellingen worden niet automatisch opgeslagen wanneer u de naaimachine uitzet. De ingestelde steekbreedte en steeklengte staan naast de pictogrammen voor alle aanpassingen. Wanneer u probeert de minimum- of maximuminstellingen te overschrijden, hoort u een waarschuwingsgeluid .Let op: De nummers worden gemarkeerd als de instelling is veranderd.

Steekbreedte/ steekpositie (1) Gebruik "+" en "-" om de steekbreedte te verkleinen of te vergroten.Gebruik voor rechte steken "+" en "-" om de steekpo-sitie naar links of naar rechts te verplaatsen. Als er een rechte steek is geselecteerd, verandert het picto-gram (A) om aan te geven dat steekpositie actief is in plaats van steekbreedte. Steeklengte/ steekdichtheid (2) Gebruik "+" en "-" om de steeklengte te vergroten of te verkleinen.Voor cordonsteken kan de steekdichtheid worden aangepast. Dit wordt vaak gebruikt bij speciaal garen en als voor een minder dichte cordonsteek wordt gekozen. De steekdichtheid heeft geen invloed op de werkelijke lengte van de hele steek.Gebruik bij cordonsteken "+" en "-" om de steekdicht-heid te vergroten of te verkleinen.

3:4Naaienambition™ 1.0ambition™ 1.5 Verlenging (3)Verlenging wordt gebruikt om cordonsteken te ver-lengen. De hele steek wordt langer maar de dichtheid blijft gelijk.Voor 1.5: Druk op het midden van het aanraakwiel. Het pictogram verandert in een verlengingssymbool. Vergroot of verklein de verlenging van de cordon-steek met "+" en "-". Als verlenging niet beschikbaar is voor de geselec-teerde steek, hoort u een waarschuwingsgeluid als u op het midden van het aanraakwiel drukt en veran-dert het pictogram niet.Voor 1.0: Druk op de "+" en de "-" op de verlengings-toets om de verlenging van de cordonsteek te vergro-ten of te verkleinen. Als verlenging niet beschikbaar is voor de geselec-teerde steek, hoort u een waarschuwingsgeluid als u op de verlengingstoets drukt. Draadspanning (4)Uw naaimachine geeft de aanbevolen draadspan-ningsinstelling aan voor de geselecteerde steek.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Pfaff Ambition Line stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden