Pegasus 2020 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van Pegasus 2020 (63 pagina’s), behorend tot de categorie Fiets E-bike. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 638 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Pegasus 2020 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/63
BELANGRIJK
VOOR GEBRUIK ZORGVULDIG LEZEN
BEWAREN ALS NASLAGWERK
MY20P02-1 - 1_1.0_13.01.2020
Gebruikshandleiding
Fiets

Beoordeel deze handleiding

4.7/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Pegasus
Categorie: Fiets E-bike
Model: 2020

Handleiding Pegasus 2020 – volledige tekst

MY20P02-6_1. 0_13. 01. 2020 4Over deze gebruikshandleiding1 Over deze gebruikshandleiding Hartelijk dank voor uw vertrouwen. Fietsen van Pegasus zijn voertuigen van de hoogste kwaliteit. U hebt een goede keus gemaakt. Eindmontage, advies en instructie worden door uw dealer verzorgd. Of het nu gaat om onderhoud, ombouw of reparatie – uw dealer zal ook in de toekomst voor u klaar staan. Bij uw nieuwe fiets ontvangt u deze gebruikshandleiding. Neemt u alstublieft de tijd om uw nieuwe fiets te leren kennen en houdt u zich aan de tips en suggesties in de gebruikshandleiding. Zo zult u lang plezier hebben van uw fiets. Wij wensen u veel plezier en altijd een goede en behouden vaart. Deze gebruikshandleiding richt zich in hoofdzaak tot de berijder resp. de eigenaar. Het doel is om technische leken de fiets veilig te kunnen laten gebruiken.

Om de gebruikshandleiding ook tijdens het rijden bij de hand te hebben, kunt u deze via het volgende adres op uw mobiele telefoon downloaden:https://www. pegasus-bikes. de/service/downloads. html. 1. 1 Fabrikant De fabrikant van de fiets is:ZEG Zweirad-Einkaufs-Genossenschaft eGLongericher Straße 250739 KölnGermanyTel. : +49 221 17959 0 Fax: +49 221 17959 31 E-mail: info@zeg. de Internet: www. zeg. de1. 2 Gebruikshandleiding identificerenU vindt op elke pagina linksonder het identificatienummer. Het identificatienummer is opgebouwd uit het documentnummer, de publicatieversie en de verschijningsdatum. 1.

AanwijzingDe gebruikshandleiding vervangt niet de persoonlijke instructie door de uitleverende dealer. Deze gebruikshandleiding is onderdeel van de fiets. Wanneer deze te zijner tijd wordt doorverkocht, moet de gebruikshandleiding aan de nieuwe eigenaar worden overhandigd. Enkele paragrafen richten zich speciaal tot de dealer. Het doel van deze paragrafen is vooral om de eerste montage en het onderhoud veilig te kunnen uitvoeren. De paragrafen die zich richten tot de dealer hebben een grijze achtergrond en zijn gemarkeerd met een moersleutelpictogram. Identificatienummer MY20P02-6_1. 0_13. 01. 2020.

MY20P02-6_1.0_13.01.2020 5Over deze gebruikshandleiding1.4 Ter informatie Voor een betere leesbaarheid worden in deze gebruikshandleiding verschillende markeringen gebruikt. 1.4.1 Waarschuwingen Waarschuwingen geven gevaarlijke situaties en handelingen aan. In de gebruikshandleiding vindt u onderstaande waarschuwingen: 1.4.2 TekstopmaakIn de gebruikshandleiding vindt u onderstaande schrijfwijzen: Niet in acht nemen leidt tot ernstig letsel of de dood. Hoog risico.Kan bij niet in acht nemen leiden tot ernstig letsel of de dood. Gemiddeld risico.Kan bij niet in acht nemen leiden tot gering letsel of letsel. Laag risico.

AanwijzingKan bij niet in acht nemen leiden tot materiële schade.GEVAAR!WAARSCHUWING!VOORZICHTIG!Schrijfwijze Gebruikcursief Terminologiebegrip blauw onderstreept Linkgrijs onderstreept Kruisverwijzingen Vinkje VoorwaardeDriehoek Instructiestap1Instructiestap Meerdere stappen in voorgeschreven volgorde Resultaat van de stapGEBLOKKEERD Weergaven op het display • Opsommingen Geldt uitsluitend voor fietsen met deze uitrustingElk type is voorzien van een andere uitrusting. Op alternatief toegepaste componenten wordt gewezen door middel van een aanwijzing onder de kopTabel 1: TekstopmaakAanwijzingen voor de dealer hebben een grijze ondergrond. Ze zijn gemarkeerd met een moersleutelpictogram. Informatie voor de dealer mag door technische leken niet worden opgevat als vrijbrief om de betreffende handelingen uit te voeren.

MY20P02-6_1.0_13.01.2020 6Over deze gebruikshandleiding2 Veiligheid2.1 Algemene waarschuwingen 2.1.1 Giftige stoffen2.1.1.1 Remvloeistof Dood door vergiftigingDoor een ongeval of door materiaalmoeheid kan remvloeistof vrijkomen. De remvloeistof kan bij inslikken en inademen dodelijk zijn. EerstehulpmaatregelenBreng slachtoffers uit de gevarenzone en in de frisse lucht. Laat slachtoffers nooit zonder toezicht. Verwijder onmiddellijk met remvloeistof verontreinigde kleding.Adem nooit dampen en aerosolen in. Zorg voor voldoende ventilatie. Draag ter bescherming handschoenen en een veiligheidsbril. Houd onbeschermde personen op afstand. Houd rekening met gevaar door uitglijden door vrijgekomen remvloeistof. Houd vrijgekomen remvloeistof verwijderd open vuur, hete oppervlakken en ontstekingsbronnen. Vermijd contact met huid en ogen. GEVAAR!Na inademenZorg voor ventilatie.

Neem bij klachten onmiddellijk contact op met een arts. Na huidcontact Betroffen huid afwassen met water en zeep en goed afspoelen. Verontreinigde kleding verwijderen. Neem bij klachten onmiddellijk contact op met een arts. Na oogcontact De ogen ten minste 10 minuten met geopende oogleden onder stromend water uitspoelen, ook onder de oogleden. Neem bij oogcontact of klachten onmiddellijk contact op met een arts. Na inslikken De mond met water uitspoelen. Wek nooit braken op. Verstikkingsgevaar!Leg een persoon die begint te braken en op de rug ligt, in de stabiele zijligging. Neem onmiddellijk contact op met een arts. Milieubeschermingsmaatregelen Laat remvloeistof nooit in het riool, waterlopen of het grondwater terechtkomen. Meld indringing in de bodem, verontreiniging van waterlopen of het riool bij de verantwoordelijke autoriteiten.

MY20P02-6_1. 0_13. 01. 2020 7Over deze gebruikshandleiding2. 2 Eisen aan de berijder De lichamelijke, motorische en geestelijke vermogens van de berijder dienen voldoende te zijn voor deelname aan het verkeer. 2. 3 Kwetsbare groepen Wanneer de fiets door minderjarigen wordt gebruikt, moet een opvoeder de jeugdige grondig instrueren. 2. 4 Persoonlijke beschermingsmiddelen Draag ter bescherming een geschikte fietshelm, stevige schoenen en lange, nauwsluitende fietskleding. 2. 5 Veiligheidsmarkeringen en veiligheidsaanwijzingenOp de typeplaat bevinden zich onderstaande veiligheidsmarkeringen en veiligheidsaanwijzingen: 2. 6 Noodgevallen2. 6. 1 Gedrag in noodgevallenRem bij alle gevaren in het wegverkeerde de fiets met de rem af tot stilstand. De rem dient daarbij als noodstop. 2. 6. 2 Vrijkomende vloeistoffen2. 6. 2.

1 RemvloeistofWanneer remvloeistof vrijkomt, moet het remsysteem onmiddellijk worden gerepareerd. Neem contact op met uw dealer. Voer vrijkomende remvloeistof veilig voor het milieu en conform de wettelijke voorschriften af. Neem contact op met uw dealer. 2. 6. 2. 2 Smeermiddelen en olie uit de vorkVoer vrijkomende smeermiddelen en olie uit de vork veilig voor het milieu en conform de wettelijke voorschriften af. Neem contact op met uw dealer. 2. 6. 2. 3 Smeermiddelen en olie uit de achterbouwdemperVoer vrijkomende smeermiddelen en olie uit de achterbouwdemper veilig voor het milieu en conform de wettelijke voorschriften af. Neem contact op met uw dealer. Milieuschade door vrijkomende remvloeistofDe remvloeistof in de reminstallatie is giftig en milieugevaarlijk. Wanneer remvloeistof in het riool of het grondwater terechtkomt, raken deze vergiftigd.

MY20P02-6_1. 0_13. 01. 2020 9Overzicht3. 1 Beschrijving3. 1. 1 Wiel De fiets is voorzien van twee wielen: een voorwiel en een achterwiel. Afbeelding 2: Zichtbare componenten van het wiel, voorbeeld voorwiel1 Band2Velg3 Kop van de voorvork4 Vorkpoot5 Spaak6 Snelspanner7 Naaf8Ventiel9 Uitvaleinde van de vorkpoot3. 1. 1. 1 VentielElk wiel heeft een ventiel. Het dient om de band te vullen met lucht. Elk ventiel is voorzien van een ventieldop. De aangebrachte ventieldop houdt het ventiel vrij van stof en vuil. De fiets is voorzien van een klassiek Blitzventiel, een Frans ventiel of een autoventiel. 3. 1. 2 Vering Deze modelserie maakt gebruik van zowel starre als verende voorvorken. 3. 1. 2. 1 Starre vorkStarre vorken hebben geen vering. Ze dragen de uitgeoefende spier- en motorkracht optimaal over op de weg.

Bij steile wegen is bij fietsen met een starre vork het energieverbruik minder en het bereik groter dan bij fietsen met vering. 3. 1. 2. 2 Verende voorvorkEen verende voorvork veert door middel van een stalen veer of een luchtveer. Een verende voorvork verbetert het contact met de ondergrond en het comfort door middel van twee functies: de vering en de demping. Bij een fiets met vering wordt een schok, bv. door een op de weg liggende steen, niet via de vork rechtstreeks naar het lichaam van de berijder geleid, maar door het veersysteem opgevangen. De verende voorvork wordt daarbij samengedrukt. Afbeelding 3: Fiets zonder vering (1) en met vering (2) Na het samendrukken keert de verende voorvork terug naar de oorspronkelijke stand. Wanneer een demper aanwezig is, remt deze de beweging af en voorkomt zo, dat het veersysteem ongecontroleerd terugveert en de vork op en neer blijft schommelen.

Dempers, die samendrukbewegingen dempen, dus een belasting op druk, worden drukdempers of compressiedempers genoemd. Dempers, die uittrekbewegingen dempen, dus een belasting op trek, worden trekdempers of rebounddempers genoemd.

MY20P02-6_1.0_13.01.2020 10Overzicht3.1.2.3 Voorvork met stalen veerDe voorbouw en het stuur zijn bevestigd op de vorkschacht (1). Het wiel is bevestigd op de opsteekas (6).Afbeelding 4: Voorbeeld vork Suntour Overige onderdelen: afstelwiel voor de negatieve veerweg (9), kroon (3), Q-loc (5), vuilafstrijker (4), uitvaleinde van de vork (7) en standbuis (8)3.1.2.4 Voorvork met luchtveringDe voorvork met luchtvering is voorzien van een luchtveer, een drukdemper en soms van een trekdemper.Afbeelding 5: Voorbeeld vork YariDe tekening toont de volgende onderdelen: luchtventiel (1), ventieldop (2), vorkblokkering (3), snelspanner (4) en afsteller van de trekdemper (5), en de samenstellen: Luchtveersamenstel (A), drukdempersamenstel (B) en trekdempersamenstel (C)1123456897A B C12345ABC

Wanneer de berijder aan de remhendel trekt, wordt via de remvloeistof de rem op het wiel geactiveerd.De fiets is voorzien van ofwel:• een velgrem op voorwiel en achterwiel,• een schijfrem op voorwiel en achterwiel, of • een velgrem op voorwiel en achterwiel en aanvullend een terugtraprem.De mechanische remmen dienen als noodstopvoorziening en leiden tot een snelle en veilige stop in noodgevallen.3.1.3.1 Velgrem Afbeelding 6: Remsysteem met velgrem in detail, voorbeeld Magura HS221 Velgrem achterwiel2 Brake-booster3 Remblok4Stuur met remhendel 5 Velgrem voorwielAfbeelding 7: Vergrendelingshendel van de velgrem, gesloten (1) en geopend (2)De velgrem stopt de beweging van het wiel doordat, wanneer de berijder in de remhendel knijpt, twee tegenover elkaar gelegen remblokken tegen de velg worden gedrukt. De hydraulische velgrem is voorzien van een vergrendelingshendel.

De vergrendelingshendel van de velgrem heeft geen opschrift. De vergrendelingshendel van de velgrem mag uitsluitend door een dealer worden afgesteld.3.1.3.2 Schijfrem Afbeelding 8: Remsysteem met schijfrem, voorbeeld1 Remschijf2 Remzadel met remvoeringen3Stuur met remhendel 4 Remschijf voorwiel5 Remschijf achterwielBij een fiets met schijfrem is de remschijf vast verbonden met de naaf van het wiel. Door te trekken aan de remhendel wordt de remdruk opgebouwd. Door middel van de remvloeistof wordt de druk via de remleidingen naar de cilinders op het remzadel geleid. De remkracht wordt door middel van een overbrenging versterkt en op de remvoeringen overgebracht. Deze remmen de remschijf mechanisch af. Wanneer de remhendel wordt ingeknepen, worden de remvoeringen tegen de remschijf gedrukt en wordt de beweging van het wiel afgeremd tot stilstand.123452112345

MY20P02-6_1. 0_13. 01. 2020 13Overzicht3. 2 Bedoeld gebruik De fiets mag uitsluitend in correcte functionele toestand worden gebruikt. Er kunnen van de seriefabricage afwijkende voorschriften aan fietsen worden gesteld. Voor deelname aan het verkeer gelden deels bijzondere voorschriften met betrekking tot de rijverlichting, de reflectoren en andere onderdelen. De algemene wetgeving en voorschriften ter voorkoming van ongevallen en ter bescherming van het milieu van het betreffende gebruiksland moeten in acht worden genomen. Alle instructies en checklists in deze gebruikshandleiding moeten worden aangehouden. Montage van goedgekeurde accessoires door een vakman is toegestaan. Aan elke fiets is een bepaald fietstype toegekend waaruit het bedoelde gebruik, de functie en het toepassingsgebied volgt.

Stads- en toerfiets Kinderfiets/ jeugdfiets Mountainbikes Racefiets Transportfiets VouwfietsStads- en toerfietsen zijn bedoeld voor dagelijks, comfortabel gebruik. Ze zijn geschikt voor deel-name aan het open-bare verkeer. Deze gebruikshand-leiding moet voor ingebruikname door de opvoeder van de minderjarige berijder worden gelezen en begrepen. De inhoud van deze gebruikshandleiding moet, op een bij zijn leeftijd passende wijze, aan de berijder worden overgedra-gen. Kinder- en jeugdfiet-sen zijn geschikt voor deelname aan het verkeer. Om orthope-dische redenen moet de grootte van de fiets regelmatig wor-den gecontroleerd. Ten minste elke drie maanden moet wor-den gecontroleerd of nog aan het de toege-stane totaalgewicht is voldaan. Mountainbikes zijn bedoeld voor sportief gebruik.

Construc-tieve kenmerken zijn een korte wielbasis, een naar voren ver-schoven zitpositie en remmen met geringe bedienkracht. De mountainbike is sportuitrusting, die naast lichamelijke fit-heid een gewen-ningsfase vereist. Het gebruik moet getraind worden; in het bijzon-der moet worden geoefend in het maken van bochten en het remmen.

De belasting op de berijder, in het bijzon-der op handen en pol-sen, armen, schouders, nek en rug is aanmerkelijk groter. Een ongeoe-fende berijder neigt gemakkelijk tot te hard remmen, wat leidt tot verlies van controle. De racefiets is bedoeld voor snel rij-den op wegen met een goed, onbescha-digd wegoppervlak. De racefiets is spor-tuitrusting en geen verkeersmiddel. De racefiets onder-scheidt zich door zijn lichte uitvoering en door minder voor het fietsen benodigde onderdelen. De framegeometrie en de positie van de bedieningselemen-ten zijn bedoeld om met hoge snelheden te kunnen rijden. Door de framecon-structie is oefening vereist voor het veilig op- en afstappen, het langzaam rijden en het remmen. De zitpositie is spor-tief. De belasting op de berijder, in het bij-zonder op handen en polsen, armen, schouders, nek en rug is aanmerkelijk groter.

Deze zitpositie vereist lichamelijke fitheid. De transportfiets is geschikt voor het dagelijks transporte-ren van lasten in het openbare wegver-keer. Het transporteren van lasten vereist handig-heid en lichamelijke fitheid om het extra gewicht in balans te houden. De wisse-lende beladingstoe-standen en gewichtsverdelingen vereisen oefening en handigheid bij het remmen en het rijden door bochten. De lengte en breedte en de draaicirkel ver-eisen een relatief lange gewennings-fase. Het besturen van een transport-fiets vereist anticipe-rend rijden. Dat geldt voor het wegverkeer en voor de toestand van de weg. De vouwfiets is geschikt voor deel-name aan het open-bare verkeer. De vouwfiets kan worden samengevou-wen en daarmee geschikt voor ruimte-besparend transport, bijvoorbeeld in het openbaar vervoer of een personenauto.

De vouwbaarheid van de vouwfiets vereist het gebruik van kleine wielen en lange rem-leidingen en bowden-kabels. Onder verhoogde belasting moet daarom reke-ning worden gehou-den met een verminderde rijstabili-teit en remwerking, verminderd comfort en verminderde han-teerbaarheid.

MY20P02-6_1.0_13.01.2020 14Overzicht3.3 Niet-bedoeld gebruik Niet in acht nemen van het bedoelde gebruik leidt tot gevaar voor persoonlijk letsel en materiële schade. Dit gebruik is voor de fiets verboden:• manipulaties aan het elektrische aandrijfsysteem,• rijden met een beschadigde of incomplete fiets, • rijden op trappen, • rijden door diep water, • verhuren van de fiets aan niet-geïnstrueerde berijders,• meenemen van andere personen, • rijden met overmatige bagage, • rijden met losse handen, • rijden op ijs en sneeuw, • ondeskundig onderhoud, • ondeskundige reparatie, • zware gebruiksomstandigheden zoals beroepsmatig gebruik, en • stunts en sprongen. Stads- en toerfiets Kinderfiets/ jeugdfiets Mountainbikes Racefiets Transportfiets VouwfietsStads- en toerfietsen zijn geen sportfiet-sen.

Bij sportief gebruik moet reke-ning worden gehou-den met verminderde rijstabiliteit en vermin-derd comfort.Kinder- en jeugdfiet-sen zijn geen speel-goed.Mountainbikes moe-ten voor deelname aan het verkeer overeenkomstig de nationale wet- en regelgeving alsnog worden voorzien van verlichting, een spatbord, enz.Racefietsen moeten voor deelname aan het verkeer overeen-komstig de nationale wet- en regelgeving alsnog worden voor-zien van verlichting, een spatbord, enz.De transportfiets is geen toer- of sport-fiets. De vouwfiets is geen sportfiets.Tabel 4: Aanwijzingen met betrekking tot niet-bedoeld gebruik

MY20P02-6_1. 0_13. 01. 2020 16Overzicht3. 5 OmgevingseisenDe fiets mag worden gebruikt binnen een temperatuurbereik van 5 °C - 35 °C. Buiten dit temperatuurbereik is de capaciteit van het elektrische aandrijfsysteem beperkt. Temperaturen onder -10 °C en boven +60 °C moeten worden vermeden. Daarnaast moeten de volgende temperaturen worden aangehouden. Op de typeplaat bevinden zich pictogrammen voor het toepassingsgebied van de fiets. Controleer voor het eerste gebruik op welke wegen u mag rijden. Optimale temperatuur gebruik 22 °C - 26 °CTransporttemperatuur -10 °C - 50 °COpslagtemperatuur -10 °C - 50 °CTemperatuur werkplek 15 °C - 25 °CTemperatuur laden 0 °C - 40 °CTabel 7: Technische gegevens fietsToepassingsgebied Stads- en toerfiets Kinderfiets/ jeugdfiets Mountainbikes Racefiets Transportfiets VouwfietsGeschikt voor geas-falteerde en ver-harde wegen.

Geschikt voor geas-falteerde en ver-harde wegen. Geschikt voor geas-falteerde en ver-harde wegen. Geschikt voor geas-falteerde en ver-harde wegen. Geschikt voor geas-falteerde en ver-harde wegen. Geschikt voor geas-falteerde wegen, fietspaden en goed verharde steenslag-wegen, voor wat lan-gere routes met een matige stijging en voor sprongen tot 15 cm. Geschikt voor geas-falteerde wegen, fietspaden en goed verharde steenslag-wegen, voor wat lan-gere routes met een matige stijging en voor sprongen tot 15 cm. Geschikt voor geasfalteerde wegen, fietspaden en lichte tot veelei-sende terreinrou-tes, voor routes met een matige stij-ging en voor spron-gen tot 61 cm. Geschikt voor geas-falteerde wegen, fietspaden en goed verharde steenslag-wegen, voor wat lan-gere routes met een matige stijging en voor sprongen tot 15 cm.

MY20P02-6_1.0_13.01.2020 19Transport en opslag4 Transport en opslag 4.2 Transport Transporteer de fiets op een droge, schone en tegen invallend zonlicht beschermde plek.4.3 OpslagSla de fiets droog, schoon en beschermd tegen invallend zonlicht op. Sla deze, om de levensduur te verlengen, niet buitenshuis op.Temperaturen onder -10 °C en boven +60 °C moeten worden vermeden. Opslag bij een temperatuur van ca. 20 °C is gunstig voor een lange levensduur.4.1 Fysieke transporteigenschappen4.1.1 Afmetingen bij transportInformatie over de afmetingen van de doos was bij het opstellen van de gebruikshandleiding nog niet bekend. Zie voor deze informatie de nieuwste gebruikshandleiding op het serviceportaal.4.1.2 TransportgewichtInformatie over het transportgewicht was bij het opstellen van de gebruikshandleiding nog niet bekend.

Zie voor deze informatie de nieuwste gebruikshandleiding op het serviceportaal.4.1.3 Voorziene handgrepen/hijspuntenDe doos is niet voorzien van handgrepen.AanwijzingVoor verzending van de fiets wordt aanbevolen de dealer opdracht te geven deze op de juiste manier te verpakken.Optimale opslagtemperatuur fiets 20 °CTabel 9: Opslagtemperatuur voor accu's en de fiets

MY20P02-6_1. 0_13. 01. 2020 20Montage5 Montage Voer montagewerkzaamheden aan de fiets uit in een schone en droge omgeving. De temperatuur op de werkplek moet 15 °C - 25 °C bedragen. De gebruikte montagestandaard moet zijn goedgekeurd voor een gewicht van 25 kg. 5. 1 Vereist gereedschapOm de fiets op te bouwen is dit gereedschap vereist: 5. 2 Uitpakken Het verpakkingsmateriaal bestaat hoofdzakelijk uit karton en kunststof folie. Voer de verpakking af conform de lokale voorschriften. 5. 2. 1 LeveringDe fiets is voor testdoeleinden in de fabriek eerst volledig gemonteerd en vervolgens voor het transport weer gedeeltelijk gedemonteerd. De fiets is voor 95 – 98% voorgemonteerd. Tot de levering behoort:• de voorgemonteerde fiets, • het voorwiel, • de pedalen, • de snelspanners (optioneel), •de gebruikshandleiding. 5.

3 In gebruik nemen Omdat de eerste ingebruikname van de fiets speciaal gereedschap en bijzondere vakkennis vereist, mag dit uitsluitend worden uitgevoerd door opgeleid personeel. In de praktijk wordt een onverkochte fiets vaak spontaan voor een proefrit aan klanten meegegeven zodra deze er rijklaar uitziet. Daarom is het zinvol elke fiets na opbouw direct in de volledig gebruiksklare toestand te brengen. In het montageprotocol (zie paragraaf 11. 2) staan alle voor de veiligheid relevante inspec-ties, testen en onderhoudswerkzaamheden beschreven. Om de fiets rijklaar te maken, moeten alle montagewerkzaamheden worden uitgevoerd. Vul ter kwaliteitsborging een montageprotocol in. OogletselWanneer afstellingen van onderdelen niet correct worden uitgevoerd, kunnen er problemen optreden die onder bepaalde omstandigheden tot ernstig letsel kunnen leiden.

•mes,• inbussleutels (2,5 mm, 3 mm 4 mm, 5 mm, 6 mm en 8 mm),• momentsleutel met een werkbereik van 5 tot 40 Nm,• Torx-sleutel T25,• ringsleutels (8 mm, 9 mm, 10 mm) 13 mm, 14 mm en 15 mm), en• kruiskop- en sleufschroevendraaiers. Letsel aan handen door verpakkingDe transportdoos is gesloten met metalen krammen. Bij het uitpakken en verscheuren van de verpakking bestaat gevaar voor steek- en snijwonden. Draag geschikte handschoenen. Verwijder metalen krammen met een tang voordat de transportdoos wordt geopend. WAARSCHUWING. VOORZICHTIG.

MY20P02-6_1.0_13.01.2020 21Montage5.3.1 Wiel monteren in Suntour-vork5.3.1.1 Schroefas (15 mm) Geldt uitsluitend voor Suntour-vorken met de uitrusting schroefas 15 mm 1Steek de as volledig in vanaf de aandrijfzijde. Afbeelding 11: As volledig insteken2Zet de as vast met 8-10 Nm met een 5 mm inbussleutel. Afbeelding 12: As vastzetten3Breng de vergrendelschroef aan aan de tegenoverliggende zijde.Afbeelding 13: Snelspanhendel in as schuiven4Zet de vergrendelschroef vast met 5-6 Nm met een 5 mm inbussleutel.De hendel is gemonteerd.Afbeelding 14: Vergrendelschroef vastdraaien5.3.1.2 Schroefas (20 mm)Geldt uitsluitend voor Suntour-vorken met de uitrusting schroefas 20 mm1Steek de as volledig in vanaf de aandrijfzijde.Afbeelding 15: Aangebrachte as vastdraaien2Zet de vergrendelklem vast met 7 Nm met een 4 mm inbussleutel. Afbeelding 16: Vergrendelklem vastdraaien

MY20P02-6_1.0_13.01.2020 22Montage5.3.1.3 OpsteekasGeldt uitsluitend voor Suntour-vorken met de uitrusting schroefas 1Stek de opsteekas vanaf de aandrijfzijde in de naaf. Afbeelding 17: As in de naaf schuiven2Zet de as vast met de rode hendel.Afbeelding 18: As vastzetten3Schuif de snelspanhendel in de as.Afbeelding 19: Snelspanhendel in as schuiven4Haal de snelspanhendel om.De hendel is geborgd. Afbeelding 20: Hendel borgenVallen door losgeraakte opsteekasEen defecte of onjuist gemonteerde opsteekas kan gegrepen worden door de remschijf en het wiel blokkeren. Een val is het gevolg.Monteer nooit een defecte opsteekas.Vallen door defecte of verkeerd gemonteerde opsteekasDe remschijf kan tijdens gebruik zeer heet worden. Onderdelen van de opsteekas kunnen hierdoor schade oplopen. De opsteekas kan losraken.

Een val met letsel is het gevolg.De opsteekas en de remschijf moeten aan tegenover elkaar liggende zijden zitten. Vallen door verkeerde afstelling van de opsteekasOnvoldoende spankracht leidt tot een ongunstige krachtoverdracht. De verende voorvork of de opsteekas kunnen breken. Een val met letsel is het gevolg.Bevestig een opsteekas nooit met gereedschap (bv. een hamer of tang).VOORZICHTIG!

MY20P02-6_1.0_13.01.2020 23Montage5Controleer de stand en spankracht van de snelspanhendel. De snelspanhendel moet vlak tegen de onderste behuizing aanliggen. Bij het omhalen van de snelspanhendel moet een lichte afdruk op de handpalm te zien zijn.Afbeelding 21: Perfecte stand van de spanhendel6Stel zo nodig de spankracht van de spanhendel af met een 4 mm inbussleutel.7Controleer daarna opnieuw de stand en spankracht van de snelspanhendel. Afbeelding 22: Spankracht van de snelspanner afstellen5.3.1.4 SnelspannerGeldt uitsluitend voor Suntour-vorken met de uitrusting snelspanner 1Controleer voor montage dat de flens van de snelspanner is uitgeschoven. Open de hendel volledig. Afbeelding 23: Gesloten en geopende flensVallen door losgeraakte snelspannerEen defecte of onjuist gemonteerde snelspanner kan gegrepen worden door de remschijf en het wiel blokkeren.

Een val is het gevolg.Monteer nooit een defecte snelspanner.Vallen door defecte of verkeerd gemonteerde snelspannerDe remschijf kan tijdens gebruik zeer heet worden. Onderdelen van de snelspanner kunnen hierdoor schade oplopen. De snelspanner kan losraken. Een val met letsel is het gevolg.De snelspanhendel van het voorwiel en de remschijf moeten aan tegenover elkaar liggende zijden zitten. Vallen door verkeerde afstelling van de spankrachtEen te hoge spankracht beschadigt de snelspanner zodat deze zijn werking verliest.Onvoldoende spankracht leidt tot een ongunstige krachtoverdracht. De verende voorvork of de snelspanner kunnen breken. Een val met letsel is het gevolg.Bevestig een snelspanner nooit met gereedschap (bv. een hamer of tang).Gebruik uitsluitend spanhendels met correct afgestelde spankracht.VOORZICHTIG!

MY20P02-6_1.0_13.01.2020 24Montage2Schuif de snelspanner naar binnen tot u een klik hoort. Controleer dat de flens is uitgeschoven.Afbeelding 24: Snelspanner inschuiven3Stel de spanning af met halfgeopende spanhendel tot de flens aan het uitvaleinde aanligt.Afbeelding 25: Spanning afstellen4Sluit de snelspanner volledig. Controleer dat de snelspanner goed vast zit en stel deze zo nodig bij op de flens.De hendel is geborgd. Afbeelding 26: Snelspanner sluiten5.3.2 Wiel monteren in FOX-vork5.3.2.1 Snelspanner (15 mm) Geldt uitsluitend voor FOX-vorken met de uitrusting schroefas 15 mmDe montageprocedure is hetzelfde voor de 15 × 100 mm als voor de 15 × 110 mm snelspanner.1Breng het voorwiel aan in de uitvaleinden van de vork.

Schuif de as door het uitvaleinde en de naaf vanaf de niet-aandrijfzijde.Afbeelding 27: Snelspanner inschuiven2Open de ashendel.3Draai de as 5 tot 6 volle slagen rechtsom in de asmoer.4Sluit de snelspanhendel. De hendel moet voldoende spanning hebben, om een afdruk op uw hand achter te laten.5De hendel moet zich in gesloten stand 1 tot 20 mm voor de vorkpoot bevinden.Afbeelding 28: Afstand hendel tot vorkpootWanneer de hendel niet genoeg of juist teveel spanning heeft, als hij in de aanbevolen stand is gesloten (1 tot 20 mm voor de vork), moet de snelspanner worden afgesteld.1-20 mm

Daardoor wordt de asmoer-vergrendelschroef eruit geschoven zodat u deze opzij kunt draaien.5Schuif de as verder door en draai de asmoer rechtsom om de hendelspanning te verhogen, of draai de as linksom om de hendelspanning te verlagen.6Breng de asmoerborging weer aan en draai de schroef met 0,9 Nm vast.7Herhaal de stappen voor montage van de as om de juiste montage en correcte afstelling te controleren.5.3.2.2 Kabolt-asGeldt uitsluitend voor FOX-vorken met de uitrusting Kabolt-asDe montageprocedure is hetzelfde voor de 15 × 100 mm als voor de 15 × 110 mm Kabolt-as.1Breng het voorwiel aan in de uitvaleinden van de vork.

Schuif de Kabolt-as door het uitvaleinde en de naaf vanaf de niet-aandrijfzijde.Afbeelding 30: Kabolt-as inschuiven2Draai de schroef van de Kabolt-as vast met een 6 mm inbussleutel met 17 Nm.5.3.3 Voorbouw en stuur controleren5.3.3.1 Verbindingen controleren1Ga voor de fiets staan om te controleren of stuur, voorbouw en vorkschacht stevig met elkaar zijn verbonden. Klem het voorwiel tussen uw benen. Pak de handvatten van het stuur vast. 2Probeer het stuur ten opzichte van het voorwiel te verdraaien.De voorbouw mag niet verschuiven of verdraaien.12345

MY20P02-6_1.0_13.01.2020 26Montage5.3.3.2 Goede bevestiging1Steun, met gesloten snelspanhendel, met uw volledige lichaamsgewicht op het stuur om te controleren of de voorbouw goed vast zit. De stuurschacht mag niet omlaag schuiven in de vorkschacht. 2Wanneer de stuurschacht ten opzichte van de vorkschacht kan bewegen, moet de hendelspanning van de snelspanner worden verhoogd. Draai daarvoor de kartelmoer met geopende snelspanhendel iets rechtsom. 3Sluit de hendel en controleer opnieuw de bevestiging van de voorbouw.5.3.3.3 Lagerspeling controleren1Sluit de snelspanhendel van de voorbouw om de lagerspeling van het stuurlager te controleren. 2Leg de vingers van één hand om de bovenste stuurlagerschaal. Knijp met de andere hand de voorwielrem in en probeer de fiets naar voren en achteren te duwen. 3De beide schaalhelften van het lager mogen hierbij niet ten opzichte van elkaar verschuiven.

Houd er hierbij rekening mee, dat bij een verende voorvork met schijfrem een eventueel merkbare speling ook kan komen door uitgesleten lagerbussen of speling in de remvoering.4Wanneer sprake is van speling in het stuurlager, moet dit zo snel mogelijk worden afgesteld omdat anders het lager schade kan oplopen. Deze afstelling moet worden uitgevoerd conform het handboek van de voorbouw.5.4 Verkoop van de fietsVul de fietspas in op de omslag van de gebruikshandleiding.Pas de fiets aan aan de berijder, zie paragraaf 6.3.Stel de standaard en de schakelhendel af.Instrueer de eigenaar of berijder in alle functies van de fiets.

MY20P02-6_1. 0_13. 01. 2020 27Gebruik6Gebruik6. 1 Gevaren en risico's 6. 1. 1 Persoonlijke beschermingsmiddelen Het wordt aanbevolen een geschikte fietshelm, lange, nauwsluitende en reflecterende fietskleding en stevige schoenen te dragen. Letsel of de dood door andere weggebruikersAndere weggebruikers, zoals bussen, vrachtwagens, personenauto's en voetgangers onderschatten vaak de snelheid van fietsen. Ook worden fietsen in het wegverkeer vaak over het hoofd gezien. Een ongeval met ernstig resp. dodelijk letsel kan het gevolg zijn. Draag opvallende, reflecterende kleding en een fietshelm. Rijd altijd defensief. Let op de dode hoek van afslaande voertuigen. Minder uit voorzorg vaart bij rechtsafslaand verkeer. Vallen door loszittende kledingDe spaken van de wielen en de kettingaandrijving kunnen schoenveters, sjaals en andere loszittende kleding intrekken.

Een val met letsel kan het gevolg zijn. Draag stevige schoenen en nauwsluitende kleding. Vallen door vuilSterke vervuiling kan de werking van de fiets verstoren, bijvoorbeeld van de remmen. Een val met letsel kan het gevolg zijn. Verwijder voor het rijden sterke vervuiling. Vallen door een slechte toestand van de wegLosse voorwerpen, bijvoorbeeld takken, kunnen verstrikt raken in de wielen en een val met letsel veroorzaken. Neem de toestand van de weg in acht. Rijd langzaam en rem tijdig. WAARSCHUWING. VOORZICHTIG. AanwijzingDoor hitte of invallend zonlicht kan de bandenspanning toenemen tot boven de toegestane maximale druk. Hierdoor kan de band falen. Parkeer de fiets nooit in de zon. Controleer op warme dagen regelmatig de bandenspanning en corrigeer deze zo nodig. Bij afdalingen kunnen hoge snelheden worden bereikt.

De fiets is niet bedoeld om langdurig harder te rijden dan 25 km/h. Bij een voortdurend hogere belasting kunnen in het bijzonder de banden falen. Rem de fiets af wanneer snelheden boven 25 km/h worden bereikt.

AanwijzingDoor de open uitvoering kan binnendringend vocht bij temperaturen onder nul bepaalde functies verstoren. Houd de fiets altijd droog en vorstvrij. Wanneer de fiets wordt gebruikt bij temperaturen onder 3 °C, moet de dealer vooraf een inspectie uitvoeren en het gebruik in de winter voorbereiden. Terreinrijden belast de armgewrichten. Neem afhankelijk van de toestand van de weg elke 30 tot 90 minuten pauze.

MY20P02-6_1. 0_13. 01. 2020 28Gebruik6. 2 Instructie en klantenserviceDe klantenservice wordt uitgevoerd door de uitleverende dealer. Zijn contactgegevens staan op de fietspas in deze gebruikshandleiding. Uiterlijk bij de overdracht van de fiets krijgt u persoonlijk uitleg van de dealer over de functies van de fiets. Deze gebruikshandleiding wordt u bij elke fiets als naslagwerk overhandigd. Of het nu gaat om onderhoud, ombouw of reparatie – uw dealer zal ook in de toekomst voor u klaar staan. 6. 3 Fiets aanpassenUitsluitend een correct aangepaste fiets biedt het gewenste rijcomfort en garandeert een gezondheidsbevorderende activiteit. Stem daarom voor het eerste gebruik het zadel, het stuur en de vering af op uw lichaam en de door u gewenste rijstijl. 6. 3. 1 Zadel afstellen6. 3. 1.

1 Zadelhoek afstellenVoor een optimale zit moet de zadelhoek worden aangepast aan de zithoogte en moeten de zadel- en stuurstand worden aangepast aan de zadelvorm. Hiermee kan zo nodig de zitpositie worden geoptimaliseerd. Stel het zadel pas bij nadat u de voor u geschikte stuurstand hebt gevonden. Voordat u de fiets aan uw behoeften gaat aanpassen, zet u het zadel horizontaal. Afbeelding 31: Horizontale zadelhoek6. 3. 1. 2 Zithoogte bepalenOm veilig de juiste zithoogte te bepalen, zet u de fiets bij een muur, zodat u zich kunt afsteunen, of vraagt u een tweede persoon om de fiets vast te houden. 1Ga op het voertuig zitten. 2Plaats uw hiel op het pedaal en strek uw been volledig door zodat het pedaal op het laagste punt staat van de omwenteling. Bij de optimale zithoogte zit de berijder recht op het zadel. Stel anders de lengte van de zadelpen af op de juiste hoogte.

Afbeelding 32: Optimale zadelhoogteVallen door verkeerd afgestelde aanhaalmomentenWanneer een schroef te strak wordt vastgedraaid, kan deze breken. Wanneer een schroef te los wordt vastgedraaid, kan deze losraken. Een val met letsel is het gevolg. Neem altijd de op de schroef resp.

MY20P02-6_1. 0_13. 01. 2020 29Gebruik6. 3. 1. 3 Zithoogte met snelspanner afstellen1Open de snelspanner van de zadelpen (1) om de zithoogte te wijzigen. Trek hiervoor de spanhendel weg van de zadelpen (3). Afbeelding 33: Snelspanner van de zadelpen openen2Stel de zadelpen af op de gewenste hoogte. Afbeelding 34: Detailaanzicht zadelpen, voorbeelden van de markering van de minimale insteekdiepte3Sluit de spanhendel van de zadelpen door deze helemaal tegen de zadelpen aan te drukken (2). 4Controleer de spankracht van de snelspanner. 6. 3. 1. 4 In hoogte verstelbare zadelpenGeldt uitsluitend voor fietsen met deze uitrustingVoorbereiding1Bij het eerste gebruik van de zadelpen moet u deze een stevige "klap" omlaag geven om deze in beweging te krijgen. Dat komt door de natuurlijke neiging van de afdichting om olie weg te drukken van het afdichtvlak.

Dit hoeft uitsluitend te worden gedaan voor het eerste gebruik resp. wanneer het voertuig lange tijd niet is gebruikt. Zodra u de zadelpen eenmaal over de veerweg hebt bewogen, verdeelt de olie zich over de afdichting en functioneert de zadelpen normaal. Zadel lager zetten Afbeelding 35: De hendel van de zadelpen, links (1) of rechts (2) op het stuur gemonteerd1Om het zadel lager te zetten, belast u het zadel met de hand of gaat u op het zadel zitten. 2Druk op de hendel van de zadelpen en houd deze ingedrukt. 3Laat de hendel los wanneer de gewenste hoogte is bereikt. Zadel hoger zetten1Druk op de hendel van de zadelpen en houd deze ingedrukt. 2Ontlast het zadel. 3Laat de hendel los wanneer de gewenste hoogte is bereikt. Vallen door een te hoog afgestelde zadelpenEen te hoog afgestelde zadelpen leidt tot breuk van de zadelpen of het frame. Een val met letsel is het gevolg.

MY20P02-6_1. 0_13. 01. 2020 30Gebruik6. 3. 1. 5 Zitpositie afstellenHet zadel kan op het zadelonderstel worden verschoven. De juiste horizontale positie zorgt voor een optimale hefboomstand van de benen. Dat voorkomt knieklachten en een pijnlijke bekkenscheefstand. Wanneer u het zadel meer dan 10 mm hebt verschoven, moet u vervolgens de zadelhoogte nogmaals afstellen omdat beide afstellingen elkaar beïnvloeden. Om veilig de juiste zitpositie af te stellen, zet u de fiets bij een muur, zodat u zich kunt afsteunen, of vraagt u een tweede persoon om de fiets vast te houden. 1Ga op het voertuig zitten. 2Zet de pedalen met de voet in horizontale stand. De berijder zit in de optimale zitpositie, wanneer de loodlijn vanaf de knieschijf exact door de pedaalas loopt. 3. 1Wanneer de loodlijn achter het pedaal valt, moet u het zadel verder naar voren afstellen. 3.

2Wanneer de loodlijn voor het pedaal valt, moet u het zadel verder naar achteren afstellen. 4Verstel het zadel uitsluitend binnen het toegestane verstelbereik van het zadel (markering op de staande achtervork). Afbeelding 36: Loodlijn vanaf de knieschijf6. 3. 2 Stuur afstellen6. 3. 3 Voorbouw afstellen 6. 3. 3. 1 Stuurhoogte afstellen 1Open de voorbouwspanhendel. Afbeelding 37: Gesloten (1) en geopende (2) voorbouwspanhendel, voorbeeld by. schulz speedlifter2Trek de voorbouwspanhendel omhoog en zwenk het stuur in de gewenste stand. De vergrendelhendel klikt voelbaar vast. Het afstelling van het stuur mag uitsluitend in stilstand worden uitgevoerd. Maak de voorziene schroefverbindingen los, stel het stuur af en zet de klemschroeven van het stuur weer met het maximale aanhaalmoment vast.

90°Vallen door verkeerde afstelling van de spankracht Een te hoge spankracht beschadigt de snelspanner zodat deze zijn werking verliest. Onvoldoende spankracht leidt tot een ongunstige krachtoverdracht. Hierdoor kunnen onderdelen breken. Een val met letsel is het gevolg.

Bevestig een snelspanner nooit met gereedschap (bv. een hamer of tang). Gebruik uitsluitend spanhendels met correct afgestelde spankracht. Vallen door losgeraakte voorbouwOnder belasting kunnen onjuist vastgedraaide schroeven losraken. Hierdoor kan de voorbouw los komen te zitten. Een val met letsel is het gevolg. Controleer na de eerste twee uren rijden dat het stuur en het snelspansysteem goed vast zitten. VOORZICHTIG. VOORZICHTIG. 12.

MY20P02-6_1.0_13.01.2020 31GebruikAfbeelding 38: Vergrendelhendel omhoog trekken, voorbeeld by.schulz speedlifter3Trek het stuur uit naar de gewenste hoogte. 4Sluit de voorbouwspanhendel. 6.3.3.2 Spankracht snelspanners afstellen Wanneer de spanhendel van het stuurvoor zijn eindstand stopt, moet de kartelmoer worden uitgedraaid.Wanneer de spankracht van de spanhendel van de zadelpen onvoldoende is, moet de kartelmoer worden ingedraaid.Wanneer de spankracht niet kan worden afgesteld, moet de dealer de snelspanner controleren.6.3.4 Rem afstellenDe grijpafstand van de remhendel kan worden aangepast zodat deze beter bereikbaar is. Tevens kan het drukpunt aan de voorkeur van de berijder worden aangepast.Ontbreekt hier een beschrijving van uw type rem, neem dan contact op met uw dealer.

6.3.4.1 Grijpafstand Magura HS33 remhendel afstellenGeldt uitsluitend voor fietsen met deze uitrustingU kunt de positie (de grijpafstand) van de remhendel aan uw wensen aanpassen. De aanpassing heeft geen effect op de stand van de remblokken of het drukpunt.De grijpafstand wordt afgesteld met de stelschroef (1) met een T25 TORX®-sleutel.

Afbeelding 39: Grijpafstand remhendel Magura HS33 afstellenDraai de stelschroef linksom in de min-richting (–) uit.De remhendel gaat dichter naar het handvat toe.Draai de stelschroef rechtsom in de plus-richting (+) in.De remhendel gaat verder van het handvat af.6.3.4.2 Grijpafstand Magura HS22 remhendel afstellen Geldt uitsluitend voor fietsen met deze uitrustingU kunt de positie (de grijpafstand) van de remhendel aan uw wensen aanpassen.De grijpafstand wordt afgesteld met de stelschroef (1) met een T25 TORX®-sleutel.Afbeelding 40: Grijpafstand remhendel Magura HS33 afstellen12

MY20P02-6_1. 0_13. 01. 2020 32GebruikHoud de remhendel licht aangetrokken. Zet de schuif (2) naar buiten (–) in de stand II of III. De remhendel gaat dichter naar het stuur toe. De remblokken gaan dichter naar de velg toe. Het drukpunt wordt eerder bereikt. Zet de schuif naar binnen (+) in de stand II of I. De remhendel gaat verder van het stuur af. De remblokken gaan verder van de velg af. Het drukpunt wordt later bereikt. 6. 3. 4. 3 Grijpafstand Magura schijfremhendel afstellenGeldt uitsluitend voor fietsen met deze uitrusting U kunt de positie (de grijpafstand) van de remhendel aan uw wensen aanpassen. De aanpassing heeft geen effect op de stand van de remblokken of het drukpunt. De grijpafstand wordt afgesteld met de stelschroef (1) met een T25 TORX®-sleutel.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Pegasus 2020 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden