Parkside PPBS 3 A1 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Parkside PPBS 3 A1 (360 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 18 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over Parkside PPBS 3 A1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Parkside |
| Categorie: | Grasmaaier |
| Model: | PPBS 3 A1 |
Handleiding Parkside PPBS 3 A1 – volledige tekst
120Verlengstuk vanveiligheidsafdekkingdemonteren/monteren. 120Oogje voor draagtuigverschuiven/apparaat inevenwicht brengen. 120Werken met de draadspoel. 121Maaidraad vieren. 121Werken met een metalensnijwerktuig. 121Als het apparaat vibreert. 122Koppeling controleren. 122Motor starten. 122Reiniging, onderhoud enopslag. 124Reiniging. 124Onderhoud. 124Opslag. 128Probleemopsporing. 129Transport. 130Transport. 130Afvoeren/milieubescherming. 130Service. 131Garantie. 131Reparatie-service. 133Service-Center. 133Importeur. 133Reserveonderdelen entoebehoren. 133Vertaling van de origineleEU-conformiteitsverklaring. 134Explosietekening. 357InleidingGefeliciteerd met de aankoop van uwnieuwe benzine-trimmer (hierna pro-duct of apparaat genoemd). U hebt voor een hoogwaardig pro-duct gekozen. Dit apparaat werd tij-dens de productie op kwaliteit ge-controleerd en aan een eindcontro-le onderworpen.
NLBE105van uw apparaat is daarom gegaran-deerd. Het kan niet worden uitgesloten datzich in uitzonderlijke gevallen op of inhet apparaat of in de slangen ervanresten van smeerstoffen bevinden. Dat is geen manco of defect en geenreden tot ongerustheid. Deze gebruiksaanwijzing maakt deeluit van dit apparaat. Ze bevat belang-rijke instructies over de veiligheid, hetgebruik en de afvoer van het appa-raat. Lees zorgvuldig de gebruiksaan-wijzing. Maak u vertrouwd met de be-dieningselementen en het juiste ge-bruik van het apparaat. Gebruik hetapparaat alleen zoals beschreven enalleen voor de vermelde doeleinden. Bewaar de gebruiksaanwijzing zorg-vuldig en geef alle documentatie meewanneer u het apparaat aan derdendoorgeeft.
Reglementair gebruikHet apparaat is uitsluitend bedoeldvoor volgende gebruiken:Voor maaiwerkzaamheden• van gras in tuinen• langs de randen van bloemperken• rond bomen of afrasteringspalen• van licht kreupelhoutHet ruimmes kan worden gebruikt omstruikgewas en kleine boomstammenmet een diameter tot 20 mm door tezagen. Het apparaat is bedoeld voor gebruikdoor volwassenen. Jongeren ouderdan 16 jaar mogen het apparaat al-leen onder toezicht gebruiken. Elk ander gebruik dat in deze handlei-ding niet expliciet wordt toegestaan,kan leiden tot schade aan het appa-raat en kan een ernstig risico voorde gebruiker inhouden. De bedienerof gebruiker van het apparaat is ver-antwoordelijk voor letsel- of materië-le schade aan derde partijen of huneigendom. Het apparaat is bedoeldvoor huishoudelijk gebruik. Het is nietontworpen voor continu commercieelgebruik. Bij commercieel gebruik ver-valt de garantie.
De fabrikant is nietaansprakelijk voor schade die voort-vloeit uit oneigenlijk gebruik of uit eenfoute bediening. Inhoud van het pakket/accessoiresPak het apparaat uit en controleer deinhoud van het pakket. Voer het verpakkingsmateriaal af zo-als reglementair voorgeschreven.
NLBE107Fig. P67 BrandstoffilterFig. Q68 Inkeping69 GroefFig. R70 SchroefFunctiebeschrijvingDe handmatige en draagbare benzi-ne-trimmer wordt aangedreven dooreen verbrandingsmotor die tijdenshet werken continu in bedrijf is. Dekrachtoverbrenging gebeurt doormiddel van een koppelingsschijf dievia een centrifugaalkoppeling tegeneen hoog toerental het motorvermo-gen overbrengt naar de snijvoorzie-ning. Als snijset heeft het apparaat eendubbele draadspoel die voorzien isvan een automatisch navoermecha-nisme. Tijdens het snijden draaientwee plastic draden rond een as dieverticaal op het snijvlak staat. Als alternatief voor de dubbele draad-spoel kan het stalen mes met 3 bla-den of het ruimmes met 22 tandenworden gemonteerd. Technische gegevensBenzinezeis met elektrische start. PPBS 3 A1Motor. TweetaktmotorCilinderinhoud. 51,7 cm3max. motorvermogen.
NLBE108Trilling (ah)– Multifunctionele handgreep. 7,354 m/s²; K=1,5m/s²– Handgreep. 7,785 m/s²; K=1,5m/s²De geluids- en trilwaarden zijn vast-gesteld in overeenstemming met denormen en bepalingen die in de con-formiteitsverklaring zijn vermeld. De opgegeven totale trillingswaardewerd bepaald volgens de volgendenorm: ISO 22867De opgegeven geluidsemissiewaar-den zijn bepaald in overeenstemmingmet de volgende norm: ISO 22868De waarden zijn bepaald volgens eengestandaardiseerde testprocedureen kunnen worden gebruikt om hetene apparaat met het andere te ver-gelijken. De opgegeven totale tril-lingswaarde en de opgegeven ge-luidsemissiewaarde kunnen ook wor-den gebruikt voor een voorlopige be-oordeling van de belasting. WAARSCHUWING.
de trillings-en geluidsemissies kunnen tijdenshet werkelijke gebruik van het appa-raat afwijken van de opgegeven waar-de, afhankelijk van de manier waar-op het apparaat wordt gebruikt. Hetis noodzakelijk om veiligheidsmaat-regelen te definiëren om de gebrui-ker te beschermen, gebaseerd op eenschatting van de trillingsbelasting tij-dens de werkelijke gebruiksomstan-digheden (rekening houdend met al-le delen van de gebruikscyclus, zo-als momenten waarop het apparaat isuitgeschakeld en momenten waarophet is ingeschakeld maar niet wordtbelast). X20VTEAMHet apparaat maakt deel uit vande reeks X20VTEAM en kan metaccu’s van de reeks X20VTEAMworden gebruikt. Accu’s van dereeks X20VTEAM mogen alleenmet originele laders van de reeksX20VTEAM worden geladen.
We bevelen u aan dit ap-paraat uitsluitend met vol-gende accu’s: PAP 20 B1,PAP 20 B3, Smart PAPS 204 A1,Smart PAPS 208 A1Het gebruik van het apparaat metvolgende accu's is verboden:Smart PAPS 2012 A1We bevelen u aan deze accu’s metvolgende laders te laden: PLG 20 A1,PLG 20 A3, PLG 20 A4, PLG 20 C1,PLG 20 C2, PLG 20 C3, PLG 201 A1,PDSLG 20 A1, PDSLG 20 B1,Smart PLGS 2012 A1Technische specificaties van accu enlader: zie afzonderlijke gebruiksaan-wijzing.
NLBE109Laadtijd (min.)PAP20A1PAP20A2 PAP20B1PAP20A3 PAP20B3 SmartPAPS204A1SmartPAPS208A1PLG20A1PLG20A4PLG20C160 120 240PLG20C2 45 80 165PLG20A2PLG20A3PLG20C3PDSLG20A1PDSLG20B135 60 120PLG201A1 135 250 500SmartPLGS2012A135 45 50Veiligheidsaan-wijzingenDit gedeelte behandelt de basisveilig-heidsmaatregelen bij het gebruik vanhet apparaat.WAARSCHUWING! Persoonlijkletsel en materiële schade door on-deskundige omgang met de accu.Neem de veiligheidsinstructies en in-formatie over opladen en correct ge-bruik in de gebruiksaanwijzing van uwaccu en oplader van de serie in achtX20VTEAM. Een gedetailleerde be-schrijving van het laadproces en an-dere informatie vindt u in de apartegebruiksaanwijzing ervan.Betekenis van deveiligheidsaanwijzingenGEVAAR! Als u deze veiligheids-aanwijzing niet volgt, gebeurt er eenongeval.
Het gevolg is ernstig licha-melijk letsel of de dood.WAARSCHUWING! Als u deze vei-ligheidsaanwijzing niet volgt, gebeurter eventueel een ongeval. Het gevolgis eventueel ernstig lichamelijk letselof de dood.VOORZICHTIG! Als u deze veilig-heidsaanwijzing niet volgt, gebeurt ereen ongeval. Het gevolg is eventueellichte of matig lichamelijk letsel.AANWIJZING! Als u deze veiligheids-aanwijzing niet volgt, gebeurt er eenongeval. Het gevolg is eventueel ma-teriële schade.Pictogrammen en symbolenPictogrammen op het apparaatLet op!Lees de gebruiksaanwijzingGebruik oogbeschermingGebruik hoofdbeschermingGebruik gehoorbeschermingVeiligheidshandschoenen dra-gen
NLBE110Draag veiligheidsschoenen meteen stevige zool. Pas op voor uitgeworpen on-derdelen — houd omstandersuit de buurtLet op. Terugslag - Let tijdenshet werken op terugslag vande machine. Let op hete oppervlakken, ver-brandingsgevaar. Gegarandeerd geluidsvermo-gensniveau LWA in dB(A)Looprichting van de snij-unitVoor gebruik met een draad-spoelVoor gebruik met het stalenmes met 3 bladenGeen open vlammen; vuur,open ontstekingbronnen en ro-ken verboden.
40:1Mengverhouding brandstof tot2-takt olie: 40:1, Gebruik AL-LEEN het brandstofmengselGebruik ALLEEN het brand-stofmengselBewaar een veiligheids-afstand van minstens 15m tot andere personenActiveer de koudstarthendel(choke)Druk op de brandstofpomp3-4xTrek aan de starterkabelof activeer de e-starterDruk op de gashendelblokke-ring en gashendelAlgemene veiligheidsaan-wijzingenKinderen en zieke en invalide perso-nen moet de toegang worden ont-zegd. Kinderen moeten onder strengtoezicht staan wanneer zij zich in denabijheid van machines bevinden. Houd u aan de regionale en plaatse-lijke voorschriften ter voorkoming vanongevallen die in uw gebied gelden. Hetzelfde geldt voor alle bepalingeninzake gezondheid en veiligheid ophet werk. De fabrikant kan niet aansprakelijkworden gesteld indien zijn machineszonder toestemming worden gewij-zigd en indien daardoor schade aanpersonen of zaken ontstaat.
WAARSCHUWING. Bij het ge-bruik van machines moeten altijd ele-mentaire voorzorgsmaatregelen wor-den genomen. Neem ook alle tips eninformatie in de aanvullende veilig-heidsinstructies in acht. 1. Let op de omgevingsomstandig-heden waarin u werkt. Giftige uit-laatgassen worden geproduceerddoor het gemotoriseerde apparaatzodra de motor draait. Deze gas-sen kunnen reukloos en onzicht-baar zijn. Werk daarom nooit methet apparaat in gesloten of slechtgeventileerde ruimtes.
Zorg voorvoldoende verlichting tijdens dewerkzaamheden. Zorg ervoor datu stevig staat in natte omstandig-heden, sneeuw, ijs, op hellingen enop oneffen terrein. 2. Laat vreemden het toestel nietaanraken. Bezoekers en toe-schouwers, vooral kinderen en zie-ken, moeten uit de buurt van dewerkplek worden gehouden. Voor-kom dat andere mensen in contactkomen met het gereedschap. Geef.
NLBE111het apparaat alleen mee aan per-sonen die vertrouwd zijn met hetapparaat en de bediening ervan. 3. Zorg voor de veilige opslag vangereedschap. Gereedschap datniet wordt gebruikt, moet op eendroge plaats worden bewaard, zohoog mogelijk, of buiten bereikworden opgeborgen. 4. Gebruik altijd het juiste gereed-schap voor elke klus. Gebruikbijv. geen klein gereedschap oftoebehoren voor werk dat eigen-lijk met zwaar gereedschap moetworden gedaan. Gebruik gereed-schap alleen voor de doeleindenwaarvoor het is gemaakt. 5. Zorg dat u gepast gekleed bent. De kleding moet passend zijn enmag u niet hinderen bij het werk. Draag kleding met snijbescher-mende inzetstukken. 6. Gebruik persoonlijke bescher-mingsmiddelen. Draag veilig-heidsschoenen met stalen neu-zen/ stalen zolen en antislipzolen. Draag een veiligheidshelm als ertijdens het werk gevaar bestaatvoor vallende voorwerpen. 7.
Draag een veiligheidsbril. Er kun-nen voorwerpen tegen worden ge-gooid. Ernstige oogverwondingenkunnen het gevolg zijn. 8. Draag gehoorbescherming. Draag persoonlijke geluidsbe-scherming, bv. oordopjes. 9. HandbeschermingDraag stevige handschoenen -leren handschoenen bieden eengoede bescherming. 10. Bedrijf van het apparaatWerk nooit zonder geschikte be-schermende afdekking. Letselge-vaar door weggeslingerde voor-werpen. 11. Verwijder steeksleutels etc. Al-le sleutels e. d. moeten wordenverwijderd voordat het apparaatwordt ingeschakeld. 12. Blijf steeds alert. Let op wat udoet. Gebruik uw gezond ver-stand. Gebruik geen gemotori-seerd gereedschap wanneer umoe bent. Bedien de machine nietonder invloed van alcohol, drugsof medicijnen die het reactiever-mogen nadelig beïnvloeden. 13.
Roken en open vuur zijn verbo-den. • Zet de motor altijd uit voordat ugaat tanken. Open de tankdopaltijd voorzichtig, zodat overtolli-ge druk langzaam kan ontsnap-pen en er geen brandstof uit-spuit. Werken met het apparaatgenereert hoge temperaturen opde behuizing. Laat het apparaatdaarom afkoelen voordat u hetvult. Anders kan de brandstofontbranden en ernstige brand-wonden veroorzaken. • Let er bij het bijvullen van brand-stof op dat u niet te veel brand-stof bijvult. Als er vloeistof is ge-morst, verwijder deze dan on-middellijk en maak het apparaatschoon. • Controleer na het vullen of deafsluitschroef goed vastzit om tevoorkomen dat hij losraakt door.
NLBE112de trillingen die tijdens het werkworden gegenereerd. • Kijk uit voor lekken. Start demotor niet als er brandstof lekt. Levensgevaar door verbrandin-gen. 14. Gebruiksduur en pauzesLangdurig gebruik van het appa-raat kan leiden tot door trillingenveroorzaakte doorbloedingsstoor-nissen in de handen (wittevinger-ziekte). U kunt evenwel de ge-bruiksduur door geschikte hand-schoenen of regelmatige pauzesverlengen. Houd er rekening meedat de persoonlijke aanleg voorslechte doorbloeding, lage omge-vingstemperaturen of grote grijp-krachten bij het werken de ge-bruiksduur verminderen. 15. Let op schadelijke onderdelen. Controleer eerst het apparaat opschade en slijtage voordat u hetgebruikt of nadat het apparaat eensterke schok heeft geleden of isgevallen. Zijn er afzonderlijke on-derdelen beschadigd.
Bij lichteschade moet u zich ernstig afvra-gen of het gereedschap nog goeden veilig zal functioneren. Zorgvoor de juiste uitlijning en afstel-ling van bewegende delen. Grij-pen de delen juist op elkaar in. Zijn er delen beschadigd. Is allesjuist geïnstalleerd. Is aan alle an-dere voorwaarden voor een goe-de werking voldaan. Beschadigdeveiligheidsinrichtingen e. d. moe-ten op de juiste wijze worden ge-repareerd of vervangen door daar-toe bevoegde personen, tenzij inde gebruiksaanwijzing uitdrukke-lijk anders is aangegeven. Defec-te schakelaars moeten door eenerkend bedrijf worden vervangen. Neem in geval van reparatie con-tact op met een door ons geautori-seerde klantenservice. 16. Zet de motor altijd uit voordat uaanpassingen of onderhoud uit-voert. Dit geldt vooral voor werk-zaamheden aan de draadspoel. 17. Gebruik alleen goedgekeur-de onderdelen.
Het gebruikvan andere maaikoppen en toebeho-ren en hulpstukken die niet uitdrukke-lijk worden aanbevolen, kan leiden totgevaar voor personen en voorwerpen. Het gereedschap mag alleen wordengebruikt voor het doel waarvoor hetis bestemd. Elk misbruik wordt be-schouwd als oneigenlijk gebruik. Degebruiker is als enige verantwoorde-lijk voor schade aan eigendommen enpersoonlijk letsel als gevolg van der-gelijk oneigenlijk gebruik en in geengeval de fabrikant. De fabrikant kanniet aansprakelijk worden gesteld in-dien zijn machines worden gewijzigdof oneigenlijk worden gebruikt en in-dien daaruit schade voortvloeit. Aanvullende veiligheids-voorschriftenOm persoonlijk letsel en schadeaan eigendommen te voorkomen:1. Let op. Houd handen en voetenaltijd uit de buurt van het maaige-bied, vooral wanneer u het appa-raat start. Houd altijd uw hand ophet extra handvat vrij. 2.
NLBE113chaam en zorg voor een stabiele li-chaamshouding. 3. Draag steeds een veiligheidsbril. 4. Gebruik het toestel alleen bij dag-licht of wanneer een goede kunst-verlichting mogelijk is. 5. Gebruik het apparaat niet in de re-gen of voor vochtig gras. 6. Controleer het toestel op eventueleschade vóór gebruik of als gevolgvan een botsing. Repareer het in-dien nodig. 7. Gebruik het apparaat niet als deveiligheidsinrichtingen bescha-digd zijn of niet correct zijn aange-bracht. 8. Zorg ervoor dat de ventilatiesleu-ven van de motor, de bescherm-kap en de snij-inrichting altijd vrijzijn van vuil of resten. 9. Zorg er tijdens de werkzaamhe-den altijd voor dat er zich binneneen straal van ten minste 15 mgeen personen of dieren bevinden. Schakel het apparaat onmiddel-lijk uit als iemand, vooral kinderen,binnen het bereik van de machinekomt.
Bij het gebruik van het ap-paraat kunnen stenen en andereonderdelen worden weggeslin-gerd, hetgeen ernstig letsel kanveroorzaken. 10. Kom niet in de buurt van de bewe-gende delen (in de buurt van desnij-inrichtingen) als het apparaatin werking is. Na het uitschakelendraait de snijkop nog enkele se-conden verder. 11. Alvorens de machine te gebruiken,verwijdert u stenen, takken en an-der vast materiaal uit het werkge-bied. Start de machine enkel zo-als in de gebruiksaanwijzing be-schreven. Het mag bij het startenniet zijn omgedraaid of zich in eenwerkpositie bevinden. Steek geengrindwegen of -paden over terwijlhet apparaat draait. 12. Wees uiterst voorzichtig bij hetverlengen van de snijdraad. Er be-staat het risico op snijverwondin-gen. Neem na het uitvoeren vandeze procedures weer de juistewerkpositie in alvorens het appa-raat in gebruik te nemen. 13. Gebruik geen metalen snijspoelen.
Schakel de motor uit, als:• u het apparaat bijtankt,• u het niet gebruikt,• u het onbeheerd achterlaat,• u het reinigt,• u het transporteert van eenplaats naar een andere,• U de snij-inrichting verwijdertof vervangt en de lengte van desnijdraad met de hand afstelt. 15. Langdurig gebruik van het appa-raat kan tot gehoorbeschadigingleiden als geen geschikte gehoor-bescherming wordt gedragen. Draag persoonlijke geluidsbe-scherming, bv. oordopjes om hetrisico op gehoorschade te verklei-nen. 16. Draag het apparaat aan de boven-ste en onderste schachtbuis, inuitgeschakelde toestand en metde snijset van uw lichaam weg ge-richt, om verwondingen te voor-komen. Na het uitschakelen is demotorkop van het apparaat heet. Let erop dat u de motorkop nietaanraakt. 17. Controleer regelmatig of de snijsetstilstaat in stationair bedrijf. 18.
NLBE11419. Houd er rekening mee dat de vol-gende omstandigheden kunnenleiden tot schade aan het apparaaten tot ernstig letsel van de per-soon die ermee werkt:• een onjuist onderhoud,• het gebruik van niet-conformereserveonderdelen,• de verwijdering of wijziging vanveiligheidsinrichtingen. 20. Let op. Plaatselijke voorschriftenkunnen het gebruik van de machi-ne beperken. 21. Houd het apparaat met het snij-werktuig steeds in een goede toe-stand. 22. Controleer voor gebruik het ap-paraat op losse bevestigingen,brandstoflekken en beschadigdeonderdelen, zoals b. v. scheuren inde snijopzetstukken. 23. Las pauzes in en wijzig regelmatiguw werkpositie. 24. Waarschuwing. Er zijn scherperanden aan de bosmaaier. Het dra-gen van handschoenen is vereist. 25.
Het is noodzakelijk om vóór elkgebruik, na een val of een ande-re impact een visuele inspectie uitte voeren om significante defectenvast te stellen. 26. Draag bij bosmaaiers zowel anti-slipvoetbescherming als bescher-mende kleding. 27. Gebruik de machine nooit als umoe of ziek bent of onder invloedbent van alcohol of andere drugs. 28. Waarschuwing voor emissies vanuitlaatgassen. 29. Zorg dat u stevig staat en houd uwevenwicht tijdens het gebruik. Ge-bruik ook de bijgeleverde draag-riem. Restrisico'sZelfs als u dit apparaat volgens deinstructies gebruikt, zijn er altijdrestrisico's. De volgende gevarenkunnen ontstaan in verband met hetontwerp en de constructie van dit ap-paraat:• Oogletsel, indien geen geschikteoogbescherming wordt gedragen. • Schade aan de longen, indien geengeschikte ademhalingsbescher-ming wordt gedragen.
Om het risico op ernsti-ge of dodelijke letsels te reduceren,adviseren wij personen met medischeimplantaten om hun arts en de fabri-kant van het medische implantaat teraadplegen voordat zij het apparaatbedienen. Voorzorgsmaatregelentegen terugslagWAARSCHUWING. Gevaar voorverwondingen. In geval van een te-rugslag voelt de gebruiker een hevigeschok van het apparaat. Verlies vancontrole over het apparaat en ern-stig letsel. Vermijd terugslagen doorvoorzichtigheid en een correcte tech-niek. Bij gebruik van een metalen snijge-reedschap bestaat het risico op te-rugslag als de snijkant een obstakelraakt (bijv. steen, hout). • Houd het apparaat met beide han-den vast.
NLBE115• Zorg ervoor dat er geen obstakelsop de vloer liggen. • Gebruik geen metalen snijgereed-schap in de buurt van hekken, me-talen palen en dergelijke. • Gebruik alleen goed geslepen me-talen snijgereedschap. • Zet het apparaatvoor het snijdenvan dikke sten-gels in stand A. VeiligheidsvoorzieningenDe volgende veiligheidsvoorzieningenzijn aangebracht om de gebruiker enhet apparaat te beschermen:Veiligheidsafdekking (17/27)• Beschermt de operator tegenonvrijwillige aanraking met hetsnijwerktuig en weggeslingerdevreemde lichamen. Gashendelblokkering (25)• Verhindert een onopzettelijke ver-snelling van de motor. De gashen-del (26) kan alleen worden bediendwanneer de gashendelblokkering isingedrukt. Transportbescherming (31/32)• Bedekt de snijranden van het snij-of ruimmes tijdens transport of op-slag.
Snelopeningsmechanisme: Klikver-grendeling (43)• Zorgt ervoor dat de bediener hetapparaat in noodgevallen snel kanverlaten. MontageVeiligheidsafdekkingmonterenWAARSCHUWING. Gevaar voorverwondingen. Gebruik het apparaatnooit zonder juist gemonteerde veilig-heidsafdekking. Veiligheidsafdekking voor 3-bladstalen mes/draadspoel monteren(Fig. B) ➊1. Plaats de zwarte beschermkap(27) voor het 3-mes stalen mes/dedraadspoel op de ashouder (51). 2. Schroef de 4 schroeven (50) metde (kleinere) 4 mm inbussleutel(34) in de beschermkap (27) voorhet 3-blad stalen mes/de draad-spoel. Veiligheidsafdekking voor 3-bladstalen mes/draadspoel demonteren(Fig. B) ➊1. Draai de 4 schroeven (50) los metde (kleinere) 4 mm inbussleutel(34). 2. Verwijder de beschermkap (27)voor het 3-blad stalen mes/dedraadspoel. Veiligheidsafdekking voor ruimmesmet 22 tanden monteren (Fig. B) ➋1.
De dichtingsring (48),de spanschijf (47) en de moer (46) zijnvoor de montage van de spoel nietnodig. Karabijnhaak monterenInstructies• Laat de karabijnhaak zitten. Maakhet apparaat los van de dubbeleschouderriem met de kliksluiting. • Het oog is verschuifbaar. Zo kunt uhet apparaat uitbalanceren. Procedure1. Open de klikvergrendeling (43). 2. Bevestig het korte stuk riem metde karabijnhaak (45) aan het oog(23).
NLBE117VoorbereidingWAARSCHUWING. Gevaar voorletsel door onbedoeld aanlopen vanhet apparaat. Plaats de accu pas inhet apparaat wanneer het vollediggebruiksklaar is. Start de motor nietvoordat het apparaat volledig ge-bruiksklaar is. Brandstof mengen enbijvullenGEVAAR. Brand- en ontploffings-gevaar. Zorg altijd voor goede ven-tilatie bij het omgaan met brandstof. Rook niet tijdens het tanken en blijfuit de buurt van warmtebronnen. Tanknooit terwijl de motor draait. Open detankdop voorzichtig om de overdruklangzaam te laten ontsnappen. Starthet apparaat op een afstand van mini-maal 3 m van het brandstofvulpunt. VOORZICHTIG. Gebruik alleen hetin de handleiding aanbevolen brand-stofmengsel. Het brandstofmengselwordt ouder. Gebruik daarom geenbrandstofmengsel dat ouder is dan 3maanden (E10: 30 dagen). Als u ditniet doet, kan de motor beschadigdraken en vervalt de garantie. WAARSCHUWING.
Gezondheids-risico. Vermijd direct huidcontact metbenzine en het inademen van benzi-nedampen. AANWIJZING. Ongeschikte brandstofkan de tweetaktmotor beschadigen. Gebruik het apparaat uitsluitend meteen mengsel van benzine en twee-taktmotorolie in de verhouding 40:1. Benzine 2-takt olie40 delen 1 deel1 l 25 ml3 l 75 ml5 l 125 mlInstructies• Tankvolume (Brandstof): 1200 cm3(1,20 l)• De optimale prestaties worden be-reikt bij gebruik van olie voor lucht-gekoelde tweetaktmotoren. Brandstof mengen (Fig. H)Er zit een schaalverdeling op debrandstofmengjerrycan (36) die demengverhouding voor één tankvullingaangeeft. 1. Vul eerst de mengfles met benzine(36) tot aan de markering PETROL. 2. Vul de benzine tweetaktmotor totaan de tweede markering OIL. 3. Sluit en schud de brandstofmeng-jerrycan (36). Brandstof bijvullen (Fig. H)1.
Leg het apparaat op de zijkant, zo-dat het tankdeksel (6) naar bovenwijst. 2. Schroef het tankdeksel (6) af. 3. Giet het brandstofmengsel in debrandstoftank (5). 4. Veeg brandstofresten rond hettankdeksel (6) weg. 5. Sluit het tankdeksel (6).
Stalen mes met 3 bladenmonterenVOORZICHTIG. Bij gebruik vanhet stalen mes met 3 blladen moetde zwarte veiligheidsafdekking wor-den ingekort (Verlengstuk van veilig-heidsafdekking demonteren/monte-ren, Pag. 120). Procedure (Fig. F)1. Druk op de vergrendeling (18) omde gereedschapshouder (56) teblokkeren. 2. Plaats het stalen mes met 3 bla-den (29) op de gereedschapshou-der (56). Het mes kan aan beidekanten worden gebruikt.
NLBE1183. Bevestig het stalen mes met 3 bla-den met de dichtingsring (48), despanring (47) en een moer (46). Voor het vastdraaien van de moer(46) kan het combi-gereedschap(33) gebruikt worden. Ruimmes met 22 tandenmonterenVOORZICHTIG. Bij gebruik vanhet ruimmes met 22 tanden moet dezilveren veiligheidsafdekking gemon-teerd zijn (Veiligheidsafdekking mon-teren, Pag. 115). Procedure (Fig. G)1. Druk op de vergrendeling (18) omde gereedschapshouder (56) teblokkeren. 2. Plaats het ruimmes met 22 tanden(19) op de gereedschapshouder(56). Het opschrift op het mesmoet tijdens het gebruik zicht-baar zijn voor de gebruiker. 3. Bevestig het ruimmes met 22 tan-den met de dichtingsring (48), despanring (47) en een moer (46). Voor het vastdraaien van de moer(46) kan het combi-gereedschap(33) gebruikt worden. Dubbele schouderriemomdoenGEVAAR. Gevaar voor ongeval.
Draag steeds de dubbele schouder-riem als u met het apparaat werkt. Schakel nooit het apparaat uit, vóór ude dubbele schouderriem afdoet. AANWIJZING. De dubbele schouder-riem is uitgerust met een snelspan-ner. Door het openen van de klikslui-ting (43) kan het apparaat in een ge-vaarlijke situatie snel van de dubbeleschouderriem worden losgemaakt. Voorwaarden• De karabijnhaak (45) is met eendeel van de kliksluiting (43) aan hetoog bevestigd. Procedure (Fig. I)1. Trek de dubbele schouderriem (42)aan. 2. Stel de riemlengte zodanig in, datde kliksluiting (43) zich ter hoogtevan de heup bevindt. 3. Bevestig het apparaat aan de dub-bele schouderriem (42): sluit dekliksluiting (43). 4. Plaats de heupbescherming (44)aan de heup tussen lichaam enapparaat.
Laad de accu (37) op wanneeralleen nog de rode led van delaadindicator (39) brandt. Accu opladenZie ook de gebruiksaanwijzing van deoplader. Opmerking• Laat een opgewarmde accu eerstafkoelen voordat u hem oplaadt. • Stel de accu's niet langere tijdbloot aan sterke zonnestralen enleg ze niet op verwarmingselemen-ten (max. 50˚C).
NLBE119Accu opladen1. Neem de accu (37) uit het appa-raat. 2. Schuif de accu (37) in de laad-schacht van de acculader (41). 3. Sluit de acculader (41) aan op eenstopcontact. 4. Trek na het laden de stekker vande acculader (41) uit het stopcon-tact. 5. Trek de accu (37) uit de acculader(41). Accu plaatsen enverwijderenWAARSCHUWING. Gevaar voorletsel door onbedoeld aanlopen vanhet apparaat. Plaats de accu pas inhet apparaat wanneer het volledig ge-bruiksklaar is. AANWIJZING. Beschadigingsgevaar. Verkeerde accu kan apparaat en accubeschadigen. Accu plaatsen1. Schuif de accu (37) langs de gelei-dingsrail in de accu-houder (3). De accu klikt hoorbaar vast. Accu verwijderen1. Druk op de accuontgrendeling (40)aan de accu (37) en houd ze inge-drukt. 2. Trek de accu uit de accu-houder(3). WerkinstructiesWerk veilig en doordacht.
• Let bij het maaien op de landspe-cifieke of gemeentelijke voorschrif-ten. • Maai niet tijdens de algemene rust-periodes. • Vaste voorwerpen zoals stenen,metalen onderdelen en dergelijkemoeten worden verwijderd. Dezekunnen worden weggeslingerd enpersoonlijk letsel en schade aan ei-gendommen veroorzaken. • Bij het knippen in hoge struikenof heggen moet de werkhoogteminstens 15 cm zijn. Zodoendeworden dieren zoals egels niet be-dreigd. • Houd het toestel altijd met beidehanden stevig vast. • Maai alleen gras en onkruid metde draadspoel en het stalen mes. Een ruimmes kan worden gebruiktom struikgewas en kleine stam-men met een diameter tot 20 mmte maaien. Let op wortels of boom-stronken, er bestaat risico op strui-kelen. • Werk voorzichtig en breng niemandin gevaar bij het maaien. • Werk alleen bij voldoende zicht enlicht. • Kijk uit voor de snijkop. • Maai nooit boven schouderhoogte.
• Vervang het plastic koord nooitdoor een staaldraad - kans op let-sel en schade. • Werk niet op een ladder. • Werk alleen op een stevige en sta-biele ondergrond. • Vermijd een abnormale lichaams-houding.
NLBE120BedrijfVoor het bedrijfWAARSCHUWING. Voordat u hetapparaat in gebruik neemt, moet ucontroleren of het veilig werkt. Starthet apparaat niet als u twijfelt. AANWIJZING. Verwijder de be-schermfolie van de draadafsnijdervoor het eerste gebruik (57). Let vooral op de volgende punten:• Controleer het snijgereedschap opschade en slijtage. • Juiste montage van de snijkop. • Soepele werking van alle schake-laars. • Goed vastzitten van de bougie-stekker. Als de bougie loszit, kun-nen er vonken ontstaan die hetontsnappende brandstof/lucht-mengsel doen ontbranden. • Correcte functie van de koppeling. • Zuiverheid van de handgrepen omhet apparaat veilig te kunnen han-teren. • Alle veiligheids- en beschermings-voorzieningen moeten correct ge-ïnstalleerd en op hun plaats zittenvoordat het apparaat kan wordenopgestart. De snijkop moet vrij kunnen draai-en.
Controleer voordat u het apparaatstart of de snijkop correct geplaatst isen of de bewegende delen vrij zijn. WAARSCHUWING. Als u twijfelt,vraag dan een specialist bij een er-kend servicecentrum om u te helpendit apparaat te bedienen. Verlengstuk van veiligheids-afdekking demonteren/monterenAls u het stalen mes met 3 bladen ge-bruikt, moet het verlengstuk van debeschermkap worden verwijderd. Bij gebruik van de draadspoel moethet verlengstuk van de beschermkapworden aangebracht. Benodigde gereedschappen enhulpmiddelen• SleufschroevendraaierVerlengstuk van veiligheidsafdek-king demonteren (Fig. J)1. Ontgrendel de vergrendeling vanhet verlengstuk van de veilig-heidsafdekking (58) met een sleuf-schroevendraaier. 2. Trek het verlengstuk van de veilig-heidsafdekking (28) eruit. Verlengstuk van veiligheidsafdek-king monteren (Fig. J)1.
Controleer de vergrendeling (58)en het goed vastzitten van het ver-lengstuk van de veiligheidsafdek-king (28). AANWIJZING. Reinig het verlengstuken de beschermkap van het apparaatna elk gebruik. Oogje voor draagtuigverschuiven/apparaat inevenwicht brengenSelecteer telkens de juiste positie vanhet oogje voor het draagtuig, naarge-lang u de draadspoel of het mes ge-bruikt. Voorwaarden (Fig. K)De trimmer die aan het draagtuig isbevestigd, moet worden gebruiktzonder deze met de hand aan te ra-ken,.
NLBE121➊ de draadspoel zachtjes op de bo-dem leggen. ➋ het mes ongeveer 20 cm boven debodem balanceren. Procedure (Fig. K)1. Los de schroef (59) aan het oog(23) voor de dubbele schouder-riem. Gebruik hiervoor de 4 mm in-bussleutel (34). Draai de schroefweer lichtjes vast. 2. Afhankelijk van het snijgereed-schap balanceert u de trimmervolgens de bovenstaande criteriadoor het oog (23) op de bovensteschachtbuis (21) te verplaatsen. 3. Draai de schroef (59) vast wanneerde trimmer zich in de gewenstepositie bevindt. Werken met de draadspoel• Houd het apparaat op kleine gras-perken in een hoek van ongeveer30° en beweeg de maaikop gelijk-matig naar rechts en links in eenhalfcirkelvormige beweging. • De beste resultaten verkrijgt u bijeen maximale graslengte van 15cm. Is het gras hoger, dan radenwe aan om het gras in meerderecycli te maaien.
• Om rond bomen, omheiningspalenof andere hindernissen te maaien,gaat u met het apparaat langzaamrond de hindernis en maait u metde spits van de draad. • Vermijd contact met vaste obsta-kels (bijv. stenen, muren, pikethek-ken, enz. ). Dit doet de draad name-lijk snel verslijten. Gebruik de randvan de veiligheidsafdekking om hetapparaat op de juiste afstand tehouden. VOORZICHTIG. Leg de maaikopniet op de grond als het apparaat inwerking is. Maaidraad vierenUw apparaat is voorzien van een vier-mechanisme met dubbele draad,m. a. w. beide draden worden gevierdwanneer u met de maaikop op degrond tikt. Procedure1. Houd het ingeschakelde apparaatboven een grasgebied en tik metde maaikop enkele keren voor-zichtig op de grond. Op die manierwordt de draad langer gemaakt. 2. De draadsnijder (57) die in dezwarte veiligheidsafdekking (27)is gevoegd, snijdt de draad op degewenste lengte af.
Wanneer de draaduiteinden nietmeer kunnen worden gevierd:1. Schakel het apparaat uit. 2. Druk de spoel tot aan de aanslagen trek krachtig aan het uiteindevan de draad. Wanneer geen draaduiteindenzichtbaar zijn:1.
Vervang de draadspoel (ziehoofdstuk Vervanging van spoel,Pag. 125). VOORZICHTIG. Gevaar voor ver-wondingen. Draadresten kunnen wor-den geslingerd en letsels veroorza-ken. Werken met een metalensnijwerktuigWAARSCHUWING. Gevaar voorverwondingen. Draag tijdens het wer-ken altijd het draagtuig en gepas-te veiligheidskleding. Draag oog-,oor- en hoofdbescherming. Zorg er-voor dat het metalen snijgereedschapgoed geïnstalleerd is. Vervang be-schadigde of stompe werktuigen. AANWIJZING. Bewerk met het mes-blad alleen vrije, effen oppervlakken. Inspecteer zorgvuldig het oppervlak.
NLBE122dat u wilt maaien en verwijder allevreemde voorwerpen. Zorg ervoor datu niet tegen stenen, metaal of anderehindernissen stoot. Het metalen snij-gereedschap kan beschadigd rakenen er bestaat een risico op terugslag. • Houd tijdens het werken de snijkopboven de grond en zwenk het ap-paraat heen en weer in een gelijk-matige boog zoals een trimmer. • Houd de snijknop niet schuin. • Gebruik het apparaat niet om wild-groei of ondergroei te snoeien. • Controleer het metalen snijgereed-schap regelmatig op beschadigin-gen en vervang een beschadigdmetalen snijgereedschap. Als het apparaat vibreertMaak het apparaat schoon, verwij-der eventuele grasresten op de snij-kop en in de beveiligingsafdekking(zie Reiniging, onderhoud en opslag,Pag. 124). Koppeling controlerenAANWIJZING. Leg het apparaat opeen stevige, vlakke ondergrond.
Ver-zeker u ervan dat het snijwerktuiggeen voorwerpen of de grond raakt. Controleer voor elk gebruik de wer-king van de koppeling in stationaireloop. Start het apparaat (zie Motor starten,Pag. 122) en controleer visueel metvoldoende veiligheidsafstand of desnijeenheid niet draait bij stationairdraaien. Motor startenHet apparaat kan ook zonder accuworden gebruikt als u het start met destartkabel. Voor het starten van de motorGEVAAR. Start de motor op min-stens 3 meter afstand van de plaatswaar u de benzine hebt getankt. AANWIJZING. Leg het apparaat opeen stevige, vlakke ondergrond. Ver-zeker u ervan dat het snijwerktuiggeen voorwerpen of de grond raakt. Bij gebruik van de draadspoel(Fig. E)• Monteer de zwarte veiligheidsaf-dekking27) met verlengstuk van deveiligheidsafdekking (28). Neem debeschermdop van de draadsnijder(57) af. Bij gebruik van het stalen mes met3 bladen (Fig.
F)• Monteer de zwarte veiligheidsaf-dekking (27) zonder het verleng-stuk van de veiligheidsafdekking(28). Bij gebruik van het ruimmes met 22tanden (Fig. G)• Monteer de zilveren veiligheidsf-dekking (17). Koude startStart met de starterkabel (Fig.
L)1. Leg het apparaat op een stevi-ge, vlakke ondergrond. Verzekeru ervan dat het snijwerktuig geenvoorwerpen of de grond raakt. 2. Trek de koudestarthendel (choke)(8) naar stand. 3. Druk 6× op de brandstofpomp (7). 4. Houd het apparaat met één handaan de bovenste schachtbuis21)vast. Met de andere hand trekt umeermaals snel aan de starterka-bel aan de startergreep (2), totdatde motor start. Let op. Starterkabel niet te veruittrekken – gevaar voor eenbreuk.
NLBE123AANWIJZING. Als het apparaatniet start na 3-4× trekken, zet dande koudstarthendel (choke) in dehandmatige stand:5. Druk op de gashendelblokke-ring (25) en kort op de gashendel(26), waardoor de koudestartkabel(choke) (8) naar positie springt. Het apparaat loopt in onbelastetoestand. Laat het apparaat 45 seconden tot1:30 minuten stationair draaien. 6. Om te maaien houdt u de gashen-delblokkering (25) ingedrukt en be-dient u de gashendel (26). 7. Voor het uitschakelen van de mo-tor drukt u kort op de uit-knop(24). AANWIJZING. Start de motor natwee pogingen niet, probeer dan zon-der choke in de stand warme startte starten. Indien dit niet lukt, volgt ude instructies in het hoofdstuk Pro-bleemopsporing, Pag. 129. Start met de e-start (Fig. L)1. Leg het apparaat op een stevi-ge, vlakke ondergrond. Verzekeru ervan dat het snijwerktuig geenvoorwerpen of de grond raakt. 2.
Trek de koudestarthendel (choke)(8) naar stand. 3. Druk 6× op de brandstofpomp (7). 4. Plaats de accu (37) in het appa-raat. 5. Klap het deksel omhoog en drukop de elektrische starter (4). AANWIJZING. Als het apparaatniet start na 3-4× activeren vande e-start, zet dan de koudstar-thendel (choke) in de handmatigestand:6. Druk op de gashendelblokkering(25) en kort op de gashendel (26),waardoor de koudestarthendel(choke) (8) in positie springt. Het apparaat loopt in onbelastetoestand. Laat het apparaat 45 seconden tot1:30 minuten stationair draaien. 7. Om te maaien houdt u de gashen-delblokkering (25) ingedrukt en be-dient u de gashendel (26). 8. Voor het uitschakelen van de mo-tor drukt u kort op de uit-knop(24). AANWIJZING. Start de motor natwee pogingen niet, probeer dan zon-der choke in de stand warme startte starten.
Indien dit niet lukt, volgt ude instructies in het hoofdstuk Pro-bleemopsporing, Pag. 129. Warme startStart met de starterkabel (Fig. L)1. Laat de koudestarthendel (choke)(8) in de stand staan. 2. Houd het apparaat met één handaan de bovenste schachtbuis21)vast.
Met de andere hand trekt umeermaals snel aan de starterka-bel aan de startergreep (2), totdatde motor start. Let op. Starterkabel niet te veruittrekken – gevaar voor eenbreuk. Het apparaat loopt nu stationair. 3. Om te maaien houdt u de gashen-delblokkering (25) ingedrukt en be-dient u de gashendel (26). 4. Voor het uitschakelen van de mo-tor drukt u kort op de uit-knop(24). Start met de e-start (Fig. L)1. Laat de koudestarthendel (choke)(8) in de stand staan. 2. Plaats de accu (37) in het appa-raat.
NLBE1243. Klap het deksel omhoog en drukop de elektrische starter (4).Het apparaat loopt nu stationair.4. Om te maaien houdt u de gashen-delblokkering (25) ingedrukt en be-dient u de gashendel (26).5. Voor het uitschakelen van de mo-tor drukt u kort op de uit-knop(24).Reiniging, onderhouden opslagWAARSCHUWING! Elektrischeschok! Gevaar voor letsel door on-bedoeld aanlopen van het apparaat.Voer onderhouds- en reinigingswerk-zaamheden altijd bij uitgeschakeldemotor en uitgetrokken bougiestekker(1) uit.Laat reparatiewerkzaamheden en on-derhoud, die niet zijn beschreven indeze handleiding, uitvoeren door eengespecialiseerd service-center.
Ge-bruik alleen originele reserveonderde-len en gebruik nooit metalen draden.Het gebruik van niet-originele onder-delen kan persoonlijk letsel en onher-stelbare schade aan het apparaat ver-oorzaken en maakt de garantie on-middellijk ongeldig.Reiniging• Maak na elk maaiwerk de beveili-gingsafdekking en de snij-inrich-ting vrij van gras en aarde.• Houd de handgrepen schoon envrij van gras.• Reinig het apparaat met een zach-te borstel of met een doek.• Bescherm het apparaat tegen be-schadiging. Het apparaat mag nietmet water worden besproeid, nochin water worden geplaatst.• Gebruik geen reinigings- of oplos-middelen.OnderhoudOnderhoudsintervallenVoer de in de onderstaande tabel ver-melde onderhoudswerkzaamhedenregelmatig uit. Regelmatig onderhoudvan uw apparaat verlengt de levens-duur van het apparaat.
NLBE125Machinedeel Actie Vóór elkgebruikNa 10 be-drijfsurenNa 20 be-drijfsurenMaaikop Controleren opjuiste montage✓Koppeling Stilstand bij statio-nair lopen controleren✓Aandrijving Aandrijvingsmeren, Pag. 128✓Vervanging van spoelWAARSCHUWING. Bij gebruikvan de draadspoel moet de veilig-heidsafdekking in zijn geheel gemon-teerd zijn (zie Verlengstuk van veilig-heidsafdekking demonteren/monte-ren, Pag. 120). 1. Schakel de motor uit. 2. Leg het apparaat op de grond encontroleer of er geen brandstof uitloopt en of het apparaat een veili-ge grip heeft. (Fig. E):3. Druk op de vergrendeling (18) omde gereedschapshouder (56) teblokkeren. 4. Schroef de spoelkap (30) ⭮ af vande gereedschapshouder (56). (Fig. M):5. Open de spoelkap (30) door devergrendeling (60) aan beide kan-ten van de spoelkap (30) vast naarbinnen te drukken en verwijder hetdeksel van de spoelkap.
Voor hetopenen van de spoelkap kunt ueen sleufkopschroevendraaier ge-bruiken. Ga voorzichtig te werk, beschadigde spoel niet. 6. Zet de nieuwe spoel (61) in hetdeksel van de spoelkap (30) ensteek beide uiteinden van de draaddoor de draaduitloop-oogjes (62). 7. Leg de spoel (61) in het deksel vande spoelkap (30) en laat het dekselweer op de spoelkap (30) vastklik-ken. Zorg ervoor dat de draaduit-loop-oogjes (62) de beide uitspa-ringen 63) in de spoelkap raken,anders sluit het deksel niet. (Fig. E):8. Druk op de vergrendeling (18) omde gereedschapshouder (56) teblokkeren. 9. Schroef de spoelcapsule (30) ⭯op de gereedschapshouder (56). 10. Trek aan de beide draadeinden omde draden uit de groeven los temaken. 11. Trim de draad op ongeveer 15 cm,om de motor tijdens de start- enopwarmfase minder te belasten. Vervanging van mesVOORZICHTIG. Snijwonden.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Parkside PPBS 3 A1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grasmaaier Parkside
Handleiding Grasmaaier
Nieuwste handleidingen voor Grasmaaier