Parkside PBRM 39 D3 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Parkside PBRM 39 D3 (232 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 18 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Parkside PBRM 39 D3 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Parkside |
| Categorie: | Grasmaaier |
| Model: | PBRM 39 D3 |
Handleiding Parkside PBRM 39 D3 – volledige tekst
81Afvoeren/milieubescherming. 82Instructies voor het verwijderen vangroenafval. 82Service. 82Garantie. 82Reparatie-service. 83Service-Center. 84Importeur. 84Reserveonderdelen en toebehoren. 84Vertaling van de origineleEU-conformiteitsverklaring. 85Explosietekening. 231InleidingHartelijk gefeliciteerd met de aankoop vanuw nieuwe benzine-grasmaaier (hierna pro-duct of apparaat genoemd). U hebt voor een hoogwaardig product geko-zen. Dit apparaat werd tijdens de productieop kwaliteit gecontroleerd en aan een eind-controle onderworpen. Een goede werkingvan uw apparaat is daarom gegarandeerd. Deze gebruiksaanwijzing maakt deel uit vandit apparaat. Ze bevat belangrijke instructiesover de veiligheid, het gebruik en de afvoervan het apparaat. Lees zorgvuldig de ge-bruiksaanwijzing. Maak u vertrouwd met debedieningselementen en het juiste gebruikvan het apparaat.
Gebruik het apparaat al-leen zoals beschreven en alleen voor de ver-melde doeleinden. Bewaar de gebruiksaan-wijzing zorgvuldig en geef alle documenta-tie mee wanneer u het apparaat aan derdendoorgeeft.
Reglementair gebruikHet apparaat is uitsluitend bedoeld voor hetvolgende gebruik:• Het maaien van gazons en gras in huise-lijke context. Het is verboden het appraat in een regen-achtige of vochtige omgeving te gebruiken. Het apparaat is bedoeld voor gebruik doorvolwassenen. Jongeren ouder dan 16 jaarmogen het apparaat alleen onder toezichtgebruiken. Elk ander gebruik dat in deze handleidingniet expliciet wordt toegestaan, kan leidentot schade aan het apparaat en kan een ern-stig risico voor de gebruiker inhouden. Debediener of gebruiker van het apparaat isverantwoordelijk voor letsel- of materiëleschade aan derde partijen of hun eigendom. Het apparaat is bedoeld voor huishoudelijkgebruik. Het is niet ontworpen voor continucommercieel gebruik. Bij commercieel ge-bruik vervalt de garantie. De fabrikant is nietaansprakelijk voor schade die voortvloeit uit.
NLBE67oneigenlijk gebruik of uit een foute bedie-ning.Inhoud van het pakket/accessoiresPak het apparaat uit en controleer de inhoudvan het pakket.Voer het verpakkingsmateriaal af zoals regle-mentair voorgeschreven.• Benzine grasmaaier• 2x Onderste stang• 2x Vleugelmoer• 2x Schroef (Bovenste stang)• 2x Sluitring (Bovenste stang)• 2x Kruiskopschroef (Onderste stang)• 4x Sluitring (Wielen)• 4x Wielschroef• Schroevendraaier*• Bougiesleutel• Kabelklem• Geleiding van starterkabel• Mulchkit• Grasopvanginrichting• vertaling van de oorspronkelijke gebruiks-aanwijzing*De meegeleverde schroevendraaier kan zo-wel als sleufschroevendraaier en als kruis-kopschroevendraaier worden gebruikt.
Jekunt de schroefvariant veranderen door hethandvat te verplaatsen.OverzichtDe afbeeldingen van het appa-raat vindt u op de voorste enachterste uitvouwpagina.1 Bovenste stang2 Startbeugel3 Bowdenkabel4 Netsnoer5 Kabelklem6 Motordeksel met verluchtingsopeningen(vingerbescherming)7 Luchtfilterafdekking8 Luchtfilterbehuizing9 Verzonken greep10 Uitlaatbescherming11 Wiel12 Behuizing van het apparaat13 Extra handvat (Grasopvanginrichting)14 Grasopvanginrichting15 Onderste stang16 Handgreep17 Stootbeveiliging18 Geleiding van starterkabel19 Startergreep met starterkabel20 Mulchkit21 Bougiesleutel22 Schroevendraaier23 Benzinepomp (primer)24 Benzinetank25 Tankdeksel(Fig.A)26 Kruiskopschroef27 Houder (Onderste stang)(Fig.B)28 Schroef (Bovenste stang)29 Vleugelmoer30 Sluitring(Fig.C)31 Wielschroef32 Sluitring33 Houder (Wielschroef)(Fig.F)34 Oliepeilstok(Fig.G)35 Vulstop(Fig.H)36 Bougie37 Bougiestekker(Fig.I)38 Luchtfilter fijn39 Luchtfilter grof(Fig.J)40 Mes41 Spanflens42 Mesbout43 MotorasFunctiebeschrijvingHet apparaat heeft een kunststof behuizingmet een benzinemotor en een grasopvangin-
NLBE68richting. Het snijgereedschap roteert parallelaan het 3-getrapte snijvlak. De werking van de verschillende bedienings-elementen is hieronder beschreven. Technische gegevensBenzine grasmaaier. PBRM 39 D3Cilinderinhoud. 127,1 cm³ (cc)Stationair toerental n0. 3000min-1Vermogen. 2,0 kW / 2,7 PSmax. toerental. 3600 min-1Volume Benzinetank. 0,8 l (800 ml)Volume Motorolietank. 0,4 l (400 ml)Snijbreedte. ∅ 390 mm (39 cm)Maaihoogte. 30 - 66 mmVolume Grasopvanginrichting. 35 lGewicht (incl. grasopvanginrichting, legetank). 16,0 kgGeluidsdrukniveau (LpA). 82,6 dB; KpA=3 dBGeluidsvermogenniveau (LWA)–gegarandeerd. 96 dB–gemeten. 93,5 dB; KWA=1,81 dBTrilling (ah) aan de bovenste stang. 4,7 m/s²; K= 2,4m/s²De door een EU-typegoedkeuringsprocedu-re voor dit apparaat vastgestelde emissie-waarde voor kooldioxide (CO2) bedraagt::1227,14 g/kWhVOORZICHTIG. Gehoorschade. Draaggehoorbescherming.
De geluids- en trilwaarden zijn vastgesteld inovereenstemming met de normen en bepa-lingen die in de conformiteitsverklaring zijnvermeld. De opgegeven totale trillingswaardewerd bepaald volgens de volgende norm:ISO 5395-1:2013De opgegeven geluidsemissiewaarden zijnbepaald in overeenstemming met de volgen-de norm: ISO 5395-1:2013 Annex FDe waarden zijn bepaald volgens een ge-standaardiseerde testprocedure en kunnenworden gebruikt om het ene apparaat methet andere te vergelijken. De opgegeven to-tale trillingswaarde en de opgegeven ge-luidsemissiewaarde kunnen ook worden ge-bruikt voor een voorlopige beoordeling vande belasting. WAARSCHUWING. de trillings- en ge-luidsemissies kunnen tijdens het werkelijkegebruik van het apparaat afwijken van de op-gegeven waarde, afhankelijk van de manierwaarop het apparaat wordt gebruikt.
Het isnoodzakelijk om veiligheidsmaatregelen tedefiniëren om de gebruiker te beschermen,gebaseerd op een schatting van de trillings-belasting tijdens de werkelijke gebruiksom-standigheden (rekening houdend met alledelen van de gebruikscyclus, zoals momen-ten waarop het apparaat is uitgeschakeld enmomenten waarop het is ingeschakeld maarniet wordt belast). Beperk lawaai en trillingen tot een minimum. • Gebruik alleen apparaten die perfect wer-ken. • Onderhoud en reinig het apparaat regel-matig. • Pas uw werkwijze aan het apparaat aan. • Overbelast het apparaat niet. • Laat het apparaat indien nodig controle-ren. • Schakel het apparaat uit als het niet ingebruik is. • Draag handschoenen. WAARSCHUWING. Bij langdurig werkkunnen de trillingen in de handen van de ma-chinist leiden tot doorbloedingsstoornissen(wittevingersyndroom).
Het wittevingersyn-droom is een vaatziekte waarbij de kleinebloedvaten in de vingers en tenen in vlagenverkrampen. De getroffen gebieden wordenniet meer voldoende van bloed voorzien enzien er daardoor extreem bleek uit. Frequentgebruik van trillende producten kan zenuw-schade veroorzaken bij mensen met een ver-minderde bloedcirculatie (bijv. rokers, diabe-tici). Als u ongewone effecten opmerkt, stopdan onmiddellijk met werken en zoek medi-sche hulp. Neem de volgende instructies in acht omde gevaren te beperken:• Houd uw lichaam en vooral uw handenwarm bij koud weer. • Neem regelmatig pauzes en beweeg on-dertussen uw handen om de bloedcircu-latie te bevorderen. • Houd de trillingen van het apparaat zolaag mogelijk door regelmatig onderhouden vaste onderdelen aan het apparaat. • Houd u aan rusttijden en beperk de duurvan de werkzaamheden tot een minimum.
NLBE69VeiligheidsaanwijzingenDit gedeelte behandelt de basisveiligheids-maatregelen bij het gebruik van het appa-raat.Betekenis van de veiligheidsaan-wijzingenGEVAAR! Als u deze veiligheidsaan-wijzing niet volgt, gebeurt er een ongeval.Het gevolg is ernstig lichamelijk letsel of dedood.WAARSCHUWING! Als u deze veilig-heidsaanwijzing niet volgt, gebeurt er even-tueel een ongeval. Het gevolg is eventueelernstig lichamelijk letsel of de dood.VOORZICHTIG! Als u deze veiligheids-aanwijzing niet volgt, gebeurt er een ongeval.Het gevolg is eventueel lichte of matig licha-melijk letsel.AANWIJZING! Als u deze veiligheidsaanwij-zing niet volgt, gebeurt er een ongeval. Hetgevolg is eventueel materiële schade.Pictogrammen en symbolenPictogrammen op het apparaatLet op!
Lees de gebruiksaanwijzing96Gegarandeerd geluidsvermogensni-veau LWA in dB(A)Letselgevaar door weggeslingerdeonderdelen!Houd omstanders uit de buurt vanhet apparaatScherpe snij-inrichting! Houd voetenen handen uit de buurt.Voordat u onderhoudswerkzaamhe-den uitvoert, moet u de motor uit-schakelen en de bougiestekker eruittrekken.Opgelet - hete oppervlakken! Gevaarvoor brandwondenHoud omstanders uit de buurt vanhet apparaatOpgelet - giftige dampen!Gebruik het apparaat niet in geslotenruimten.Opgelet - benzine is brandbaar!Tank niet als de motor draait.Het is verboden het appraat in eenregenachtige of vochtige omgevingte gebruiken.Let op! Nalopen van de snij-inrichtingSchakel de motor uit als u het appa-raat zonder toezicht achterlaat.Houd omstanders en kinderen uit debuurt van het apparaat.Geen open vlammen; vuur, open ont-stekingbronnen en roken verboden.Opgelet - hete oppervlakken!
NLBE70te gebruiken brandstofPictogrammen op de bovenste stangApparaat inschakelen (ON): Startbeugel aantrekkenApparaat uitschakelen (OFF): Startbeugel loslatenPictogrammen op het tankdekselmax. 10% ethanolPictogrammen op het aanhangetiketDruk op de brandstofpompSTARTApparaat inschakelen (ON): Startbeugel aantrekken3-4xTrek aan de starterkabelPictogrammen in de gebruiksaanwijzingLicht ontvlambaarGiftigSchadelijk voor het milieuVeiligheidshandschoenen dragenVeiligheidsinstructies voorgrasmaaierWAARSCHUWING. Gevaar voor verwon-dingen. Het negeren van de veiligheidsin-structies en aanwijzingen kan leiden tot elek-trische schok, brand en/of ernstig letsel. Lees alle veiligheidsinstructies en aanwijzin-gen. Instructies1. Lees zorgvuldig de gebruiksaanwijzing. Maak u vertrouwd met de instelmogelijk-heden en het juiste gebruik van het appa-raat. 2.
Informeer u passend indien u onzekerbent over hoe u het apparaat moet ge-bruiken en welke bedieningen verbodenzijn. 3. Wees aandachtig, let op wat u doet enga verstandig te werk. Gebruik het appa-raat niet als u moe of ziek bent of onderinvloed bent van drugs, alcohol of medi-catie. Eén moment van onoplettendheidtijdens het gebruik van het apparaat kanleiden tot ernstige letsels. 4. Dit apparaat is niet bedoeld voor ge-bruik door personen met beperkte fysie-ke, sensorische of mentale vermogensof met gebrek aan ervaring en/of gebrekaan kennis over dit apparaat, tenzij zeonder toezicht staan van een persoon dieverantwoordelijk is voor hun veiligheid ofinstructies ontvangen van deze persoonover het gebruik van het apparaat. 5. Houd kinderen onder toezicht om ervoorte zorgen dat ze niet met het apparaatspelen. 6.
Het apparaat mag niet worden gebruiktdoor kinderen of door personen die nietvertrouwd zijn met de gebruiksaanwij-zing. De plaatselijke wet- of regelgevinglegt mogelijk een minimumleeftijd voorgebruikers op. 7. Gebruik de maaier nooit wanneer er an-dere mensen, vooral kinderen, of huisdie-ren in de buurt zijn.
Als u afgeleid wordt,kunt u de controle over het apparaat ver-liezen. 8. Vergeet niet dat de gebruiker aansprake-lijk is voor schade aan andere personenof hun eigendom. 9. Houd rekening met de geluidshinder ende lokale voorschriften. Voorbereiding1. Draag tijdens het maaien steeds schoe-nen met antislipzool en een lange broek. Maai nooit op blote voeten of met lichtesandalen. Losse kleding, juwelen of langeharen kunnen door de bewegende onder-delen worden gegrepen. Het dragen vangepaste kleding verlaagt het risico op let-sels. 2. Controleer het terrein waarop u het appa-raat wilt gebruiken en verwijder alle voor-werpen (bijv. stenen, stokken, draden ofspeelgoed) die door het apparaat kunnenworden vastgegrepen en weggeslingerd. 3. Waarschuwing. Benzine is licht ontvlam-baar. Brand of explosie kan ernstigebrandwonden veroorzaken:.
NLBE71• bewaar benzine in de daarvoor voor-ziene vaten;• tank alleen buiten en rook niet tijdenshet tanken;• benzine moet worden getankt vóórdatde motor wordt gestart. Als de motorloopt of als het apparaat heet is, magde tankdop niet worden geopend engeen benzine worden toegevoegd;• probeer nooit de motor op te startenals er benzine overgelopen is. Verwij-der in plaats daarvan het apparaat uitde buurt van de met benzine bevuildeplek. Wacht eerst totdat alle benzine-dampen vervlogen zijn voordat u demotor opnieuw probeert op te starten;• een beschadigd deksel van de benzi-netank of andere tank moet om veilig-heidsredenen worden vervangen. 4. Vervang defecte geluidsdempers. 5. Controleer vóór elk gebruik de snijge-reedschappen, de bevestigingsbouten enhet volledige messensamenstel visueelop slijtage of schade.
Om een oneven-wichtige belasting te voorkomen, moetenbeschadigde gereedschappen en boutenaltijd set per set worden vervangen. 6. Wees voorzichtig bij het hanteren van ap-paraten met meerdere snijgereedschap-pen, want de beweging van het ene meskan leiden tot rotatie van een ander mes. 7. Gebruik alleen reserveonderdelen en toe-behoren die door de fabrikant zijn gele-verd en aanbevolen. Het gebruik van an-dere reserveonderdelen kan leiden totletsels en doet de garantie onmiddellijkvervallen. Bedrijf1. Laat de verbrandingsmotor niet draaienin gesloten ruimtes waar gevaarlijke kool-monoxide zich kan verzamelen. 2. Gebruik de grasmaaier uitsluitend bijdaglicht of bij een goede kunstmatigeverlichting. Onverlichte werkgebiedenkunnen leiden tot ongevallen. 3. Werk niet met het apparaat als er een ri-sico is op blikseminslag. Gevaar doorelektrische schok. 4. Let op.
De uitlaatgassen van de gras-maaier bevat giftige stoffen. 5. Gebruik de machine niet in slechteweersomstandigheden, vooral niet bijkans op bliksem. 6. Voorkom zoveel mogelijk het gebruik vanhet apparaat op nat gras. 7.
Let steeds op een veilige stand, vooralop hellingen, nabije vuilnisterreinen, put-ten of dijken. Op die manier kunt u hetapparaat in onverwachte situaties beteronder controle houden. • Werk op een helling steeds in dwars-richting, nooit omhoog of omlaag. • Ga altijd uiterst voorzichtig te werkwanneer u op een helling de maairich-ting verandert. • Maai niet op te steile hellingen (max. 10-15°). 8. Beweeg het apparaat altijd in staptempo. 9. Ga altijd uiterst voorzichtig te werk wan-neer u het apparaat omkeert of naar u toetrekt. 10. Zet het snijgereedschap stop wanneer uhet apparaat kantelt om het over een an-dere ondergrond dan gras te transporte-ren, en wanneer u de machine naar envan het te maaien gebied verplaatst. 11.
Gebruik het apparaat nooit als de veilig-heidsvoorzieningen of veiligheidsroostersbeschadigd zijn of als veiligheidsvoorzie-ningen zoals de stootbeveiliging en/of degrasopvanginrichtingen niet gemonteerdzijn. Zo wordt gegarandeerd dat de veilig-heid van het apparaat behouden blijft. 12. Modificeer nooit de motorregelaar ofdraai er nooit te hard aan. Dat kan name-lijk leiden tot schade aan het apparaat. 13. Ontkoppel eerst alle messen en aandrij-vingen voordat u de motor start. Schakelhet apparaat voorzichtig en volgens deinstructies van de gebruiksaanwijzingenvan de fabrikant in. Bewaar voldoendeafstand tussen uw voeten en het snijge-reedschap. Er bestaat een risico op ver-wondingen. 14. Bij het starten of aanzwengelen van demotor mag het apparaat niet gekanteldzijn, tenzij het noodzakelijk is om het ap-paraat tijdens het proces op te tillen.
NLBE72derdelen van het apparaat bevinden enschakel dan pas de motor volgens de in-structies in. 17. Leg uw handen of voeten nooit op ofonder draaiende delen. Blijf altijd uit debuurt van de uitworpopening. Eén mo-ment van onoplettendheid bij het gebruikvan het apparaat kan leiden tot ernstigeletsels. 18. Hef of draag het apparaat nooit terwijl demotor nog draait. 19. Zet de motor af en verwijder de bougie-stekker. Zorg ervoor dat alle bewegendedelen volledig stilstaan en verwijder decontactsleutel, indien aanwezig:• voordat u blokkades of verstoppingenin de uitworpopening verwijdert;• voordat u het apparaat controleert, rei-nigt of eraan werkt;• wanneer het apparaat tegen eenvreemd voorwerp stoot.
Controleer hetapparaat op schade en voer de nodigereparaties uit voordat u het apparaatopnieuw opstart en gebruikt;• als het apparaat ongewoon sterk be-gint te vibreren, is een onmiddellijkecontrole nodig. • als u het apparaat achterlaat;• voordat u tankt. 20. Laat het apparaat nooit zonder toezichtachter op de werkplek. 21. Werk niet met een beschadigd, onvolle-dig of zonder toestemming van de fabri-kant omgebouwd apparaat. Het gebrui-ken van apparaten voor andere dan debedoelde toepassingen kan leiden tot ge-vaarlijke situaties. 22. Bij het uitlopen van de motor moet degasklep gesloten zijn. Als de motor eenbenzineafsluitklep heeft, moet deze nahet maaien worden gesloten. Reiniging, onderhoud en opslag1. Zorg ervoor dat alle moeren, bouten enschroeven goed zijn vastgedraaid en dathet apparaat zich in een veilige bedrijfs-toestand bevindt.
Veel ongevallen zijn tewijten aan slecht onderhouden appara-ten. 2. Bewaar het apparaat nooit met benzinein de benzinetank in een gebouw waarineventueel benzinedampen met open vuurof vonken kunnen in contact komen. 3. Laat de motor afkoelen voordat u het ap-paraat in een gesloten ruimte opbergt. Erbestaat brandgevaar. 4.
Houd, om brandgevaar te voorkomen,de motor, uitlaat en het gebied rond debrandstoftank vrij van gras, bladeren oflekkend vet (motorolie). 5. Controleer de grasbak regelmatig op slij-tage of defecten. 6. Vervang om veiligheidsredenen versletenof beschadigde onderdelen. Vervang de-fecte geluidsdempers. 7. Als de brandstoftank moet worden gele-digd, moet dit in de openlucht gebeuren. 8. Behandel uw apparaat met zorg. Houdhet gereedschap scherp en schoon, ombeter en veiliger te kunnen werken. Volgde onderhoudsvoorschriften. 9. Probeer nooit het apparaat zelf te repa-reren, tenzij u hiervoor opgeleid bent. Al-le werkzaamheden die niet in deze ge-bruiksaanwijzing zijn vermeld, mogen al-leen worden uitgevoerd door serviceaan-bieders die door ons zijn goedgekeurd. 10. Bewaar het apparaat op een droge pleken buiten het bereik van kinderen.
Appa-raten zijn gevaarlijk als ze door onervarenpersonen worden gebruikt. 11. De veiligheidssystemen of -voorzieningenvan de grasmaaier mogen niet wordengemanipuleerd of gedeactiveerd. De ge-bruiker mag geen verzegelde instellingenvoor de motortoerentalregeling wijzigenof ze manipuleren. Verdere veiligheidsmaatregelen• Gebruik enkel toebehoren dat doorPARKSIDEaanbevolen is. Ongeschiktetoebehoren kunnen leiden tot elektrischeschok of brand. • Werk slechts als alles goed verlicht is. Hetis noodzakelijk om derden op afstand tehouden. • Controleer het apparaat regelmatig encontroleer voor elk gebruik of alle start-vergrendelingen en drukknoppen goedwerken. • Wees voorzichtig bij instelwerkzaamhe-den aan het product en voorkom dat uwvingers bekneld raken tussen het bewe-gende mes en het stijve deel van het ap-paraat. • VOORZICHTIG. De grasmaaier magniet worden gebruikt zonder dat de com-.
NLBE73plete grasopvanginrichting of de zelfslui-tende scheidingsbeveiliging voor de uit-worpopening is gemonteerd. • Het is noodzakelijk de grasmaaier in goe-de staat te houden. Restrisico'sZelfs als u dit apparaat volgens de instructiesgebruikt, zijn er altijd restrisico's. De volgen-de gevaren kunnen ontstaan in verband methet ontwerp en de constructie van dit appa-raat:• Oogletsel, indien geen geschikte oogbe-scherming wordt gedragen. • Gehoorschade indien geen passende ge-hoorbescherming wordt gedragen. • Schade aan de gezondheid als gevolgvan trillingen van hand en arm als het ap-paraat gedurende langere tijd wordt ge-bruikt of niet naar behoren wordt bewo-gen en onderhouden. • Snijwonden• Verwondingen door bewegende onderde-len of hete oppervlakken. WAARSCHUWING. Gevaar door elektro-magnetisch veld dat wordt gegenereerd tij-dens het bedrijf van het apparaat.
Dit veldkan onder bepaalde omstandigheden actie-ve of passieve medische implantaten nega-tief beïnvloeden. Om het risico op ernstigeof dodelijke letsels te reduceren, adviserenwij personen met medische implantaten omhun arts en de fabrikant van het medischeimplantaat te raadplegen voordat zij het ap-paraat bedienen. VoorbereidingWAARSCHUWING. Gevaar voor letseldoor onbedoeld aanlopen van het appa-raat. Instellingen aan het apparaat mogenalleen worden uitgevoerd als de motor is uit-geschakeld en het mes niet meer beweegt. Start de motor niet voordat het apparaat vol-ledig gebruiksklaar is. Verricht alleen die werkzaamheden waarvanu zeker weet dat u ze correct kunt uitvoeren. Bent u niet zeker, richt u dan tot een vakmanof direct tot onze klantendienst.
VeiligheidsvoorzieningenDe volgende veiligheidsvoorzieningen zijnaangebracht om de gebruiker en het appa-raat te beschermen:Startbeugel (2)Bij het loslaten van de veiligheidsbeugelstopt het apparaat. Uitlaatbescherming (10)Deze verhindert dat handen of brandbarematerialen met de hete uitlaat in contact ko-men.
Stootbeveiliging (17)Het beschermt de gebruiker tegen wegslin-gerende delen en tegen onopzettelijk con-tact met de messen wanneer zonder grasop-vanginrichting (14) wordt gemaaid. BedieningselementenMaak u vóór het eerste gebruik van het ap-paraat vertrouwd met de bedieningselemen-ten van het apparaat. MessenstopsysteemInstructies• Controleer regelmatig het messenstop-systeem. • Het mes moet binnen 7 seconden stop-pen. Procedure1. Laat de startbeugel (2) los. De motorwordt uitgeschakeld en het mes wordtgeremd. Stang monterenInstructies• Zorg ervoor dat bij de montage van destang de bowdenkabel (3) niet wordt in-geklemd. Onderste stang monteren(Fig. A)1. Steek de onderste stangen (15) in desokkels op de apparaatbehuizing (12).
Inrijrichting gezien moet de onderste stang(15) met de voorgemonteerde startkabel-geleider (18) in de rechter houder op debehuizing van het apparaat (12) wordengeplaatst. 2. Bevestig de onderste stangen (15) meteen respectievelijke kruiskopschroef (26). Hiertoe kunt u de meegeleverde schroe-vendraaier (22) gebruiken.
NLBE74Bovenste stang monteren(Fig. B)1. Plaats de bovenste stang (1) op de on-derste stang (15). 2. Schuif aan beide kanten een schroef (28)door de boorgaten in de stangen, zodatze naar buiten steken. 3. Draai telkens de vleugelmoer (29) op deschroef (28) en de dichtingsring (30). 4. De startergreep met starterkabel (19)moet bevestigd worden aan de geleidingvan de starterkabel (18) aan de rechter-kant van het apparaat gezien in de rijrich-ting. 5. Bevestig de apparaatkabel (4) met behulpvan de kabelhouder (5) aan de onderstestang (15). Startbeugel monteren1. Steek eerst het dubbelgebogen uiteindevan de startbeugel (2) in de houder vande bovenste stang (1). Gebruik hiervoorde tweede houder van boven. 2. Hang de bowdenkabel (3) in de houdervan de startbeugel (2). 3. Steek nu de andere kant van de startbeu-gel (2) in de respectieve houder van debovenste stang (1).
Zorg ervoor dat de-zelfde positie wordt gebruikt als aan deandere kant. Starterkabel-geleiding monterenBenodigde gereedschappen• Schroevendraaier (niet meegeleverd)Procedure1. Steek de starterkabel-geleiding (18) doorde voorzien opname aan de bovenstestang (1). De schroefdraad van de starter-kabel-geleiding (18) moet naar buiten ste-ken. 2. Schroef de bijgeleverde dopmoer op destarterkabel-geleiding (18). 3. Draai de dopmoer met schroevendraaiervast. 4. Controleer of de starterkabel-geleiding(18) goed vastzit en juist uitgelijnd is. Startergreep monteren1. Trek langzaam de startergreep met star-terkabel (19) in de richting van de boven-ste stang (1). 2. Hang de startergreep met starterkabel(19) in de geleiding van de starterkabel(18). Maaihoogte instellenGazononderhoudRegelmatig maaien stimuleert de bladvor-ming van het gras en doet tegelijkertijd on-kruid afsterven.
In de groeiperiode wordt het gras min-stens eenmaal per week gemaaid. Juiste maaihoogte kiezenVoor de eerste maaibeurt van het seizoenmoet een lange maaihoogte worden inge-steld. De juiste maaihoogte voor een sierga-zon is ongeveer 25 - 40 mm, voor een com-mercieel gazon ongeveer 40 - 60 mm. • Het apparaat heeft 3 maaihoogtes:30 - 66 mm• De maaihoogte wordt bij dit apparaat be-paald door de wielmontage (zie Wielenmonteren, Pag. 74). Wielen monterenInstructies• Monteer eerst de stangen (1+15), aange-zien de toegang tot de kruiskopschroef(26) voor de montage van de stangenwordt bemoeilijkt door een gemonteerdwiel. • Door de wielen te positioneren kiest u demaaihoogte. Procedure (Fig. C)1. Kies voor alle vier de wielen dezelfdehouder (33), zie Maaihoogte instellen,Pag. 74. 2.
Let er bij het monteren van het wiel opdat de wielbouten (31) met de markering“R” in de rijrichting rechts worden ge-bruikt en de wielbouten met de markering“L” in de rijrichting links. 3. Bevestig de vier wielen (11) elk met dewielschroef (31) en de onderliggendedichtingsring (32) op de gewenste houder(33). 4. De wielbouten (31) aan de linkerkant(“L”) op de maaier zijn tegen de klok in↺ vastgezet zodat ze tijdens het gebruikniet vanzelf loskomen. Grasopvanginrichting monterenWAARSCHUWING. Gevaar voor verwon-dingen. Het apparaat mag niet zonder stoot-.
NLBE75bescherming of grasopvanginrichting wor-den gebruikt. Procedure (Fig. D)1. Hef de stootbeveiliging (17) op. 2. Houd de grasopvanginrichting (14) vastaan de handgreep (16). 3. Hang de grasopvanginrichting (14) in deophanging op de apparaatbehuizing (12). 4. Klap de stootbeveiliging (17) op de gras-opvanginrichting (14). Hij houdt de gras-opvanginrichting (14) op de juiste plaats. Grasopvanginrichtingdemonteren(Fig. D)1. Hef de stootbeveiliging (17) op. 2. Houd de grasopvanginrichting (14) vastaan de handgreep (16). 3. Maak de grasopvanginrichting (14) los. 4. Klap de stootbescherming (17) terug te-gen de apparaatbehuizing (12). Grasopvanginrichting legen(Fig. A/D)1. Zie Grasopvanginrichting demonteren,Pag. 75. 2. Pak de grasopvanginrichting (14) vastaan de handgreep (16) en aan het extrahandvat (13) voor een betere grip. 3. Stort het gemaaide gras in een geschiktebak. 4.
Zie Grasopvanginrichting monteren,Pag. 74. MulchkitVerschil tussen grasmaaien en gazonmul-chenBij gebruik van de mulchkit (20) wordt hetgemaaide gras niet opgevangen in een op-vanginrichting, maar versnipperd en over hetgazon verdeeld. De voedingsstoffen in hetmaaisel worden afgebroken door bodemor-ganismen en vormen een voedingscyclus. Een gemulcht gazon hoeft daarom veel min-der vaak te worden bemest. In principe moethet gazon relatief vaak worden gemaaid, zo-dat er slechts kleine hoeveelheden mulch ophet gazon achterblijven. Het is daarom hetbeste om het gazon minstens één keer perweek te mulchen en de maaier zo af te stel-len dat slechts ongeveer 40% van de totalehoogte van het gazon gemulcht wordt. Alsde mulch zichtbaar blijft op het gazon (bv. tij-dens de eerste grasmaaibeurt van het jaar oftijdens zware groei), moet de grasopvangin-richting (14) worden gebruikt.
Klap de stootbeveiliging (17) terug op demulchkit (20). Mulchkit verwijderen(Fig. E)1. Hef de stootbeveiliging (17) op. 2. Verwijder de mulchkit (20). 3. Klap de stootbeveiliging (17) terug op deapparaatbehuizing (12). Benzine bijtankenLicht ontvlambaarGiftigSchadelijk voor het milieuWAARSCHUWING. Gevaar voor verwon-dingen. Benzine is ontvlambaar en schade-lijk voor gezondheid en milieu. Instructies• Bewaar benzine enkel in daartoe voorzie-ne tank. • Tank alleen in de openlucht en nooit bijlopende motor of hete machine. • Open het deksel van de tank langzaam,zodat de overdruk kan ontsnappen. • Rook niet tijdens het tanken. • Vermijd direct huidcontact en inademingvan dampen. • Verwijder gemorste benzine. • Houd de benzine uit de buurt van vonken,open vlammen en ander ontstekingsbron-nen. • Voer restjes benzine af volgens demilieuvoorschriften (zie Afvoeren/milieubescherming, Pag. 82).
NLBE76• Gebruik uitsluitend loodvrije normale ben-zine of superbenzine. Bij het gebruik vanbiobrandstof mag die met niet meer dan10% ethanol gemengd zijn. • Gebruik uitsluitend schone, verse benzi-ne. • Bewaar benzine niet langer dan éénmaand, want daarna neemt de kwaliteitaf. Procedure (Fig. G)1. Schroef de tankdop (25) af. 2. Vul de benzine tot aan de onderkant vande vulbuis (35). Giet de benzinetank niethelemaal vol, zodat de benzine nog ruim-te heeft om uit te zetten. 3. Veeg benzineresten rond de tankdop (25)weg. 4. Sluit de tankdop (25) weer. Motorolie bijvullenAanwijzingZet het apparaat op een effen bodem. Procedure (Fig. F)1. Draai de olietankdop met meetstok eraf(34). 2. Vul de olietank met motorolie. De olietankbevat 0,4 l (400 ml) motorolie. Gebruikmerkolie. 3. Draai de olietankdop met meetstok eraf(34) er weer op.
Het oliepeil controlerenAanwijzingControleer het oliepeil telkens voordat u hetapparaat gebruikt, en giet olie bij voordat hetminimumpeil is bereikt. Procedure (Fig. F)1. Draai de olietankdop met oliepeilstok eraf(34). 2. Veeg de olietankdop met oliepeilstok (34)met een zuivere doek af. 3. Draai de olietanddop met de oliepeilstok(34) weer volledig vast. 4. Draai de olietankdop met oliepeilstok (34)los en lees na het uittrekken de oliestandaf op de oliepeilstok. Het oliepeil moet zich in hetgemarkeerde gebied (maxi-mum: 0,4 l (400 ml) motoroliein de olietank) bevinden. 5. Veeg eventueel gemorste motorolie weg. 6. Draai de olietankdop met oliepeilstok (34)er weer op. BedrijfVoor het bedrijfVoer de volgende stappen uit voordat uhet apparaat gebruikt:• Verwijder de transportbeveiligingen• Stang monteren, Pag. 73• Startergreep monteren, Pag. 74• Grasopvanginrichting monteren,Pag.
Nadat het apparaat is uitgescha-keld, draait het mes nog enkele secondenverder. Raak het draaiende mes niet aan. WAARSCHUWING. Gevaar voor verwon-dingen. Het apparaat mag niet zonder stoot-bescherming of grasopvanginrichting wor-den gebruikt. Instructies• Controleer voordat u het apparaat ge-bruikt altijd of alle schroeven, moeren,bouten en andere bevestigingen goedvastzitten en of de afschermingen en be-schermkappen op hun plaats zitten. Ver-sleten of beschadigde stickers moetenworden vervangen. • Houd rekening met de geluidshinder ende lokale voorschriften. • Beweeg het apparaat in wandeltempo inzo recht mogelijke banen. Om naadlozebanen te maaien, moeten de banen elkaartelkens enkele centimeters overlappen. • Werk op een helling steeds in dwarsrich-ting. • Beweeg het apparaat niet achteruit. • Komen de messen in contact met eenvreemd voorwerp, schakel de motor danonmiddellijk uit.
Wacht tot de messen totstilstand zijn gekomen en controleer hetapparaat op schade. Hervat het werk al-leen als het apparaat niet beschadigd is. • Maai het gras indien mogelijk als hetdroog is, om de grasnerf te behoeden.
NLBE77• Kies een gepaste maaihoogte, zodat hetapparaat niet wordt overbelast. Anderskan de motor beschadigd raken. • Schakel voordat u een werkpauze neemtof het apparaat vervoert, het apparaat uiten wacht tot de messen tot stilstand zijngekomen. • Reinig het apparaat na elk gebruik(Reiniging, onderhoud en opslag,Pag. 78). In- en uitschakelenWAARSCHUWING. Gevaar voor verwon-dingen. Benzine is ontvlambaar. Start demotor op minstens 3 meter afstand van deplaats waar u de benzine hebt getankt. Erbestaat brandgevaar. VOORZICHTIG. Gevaar voor verwon-dingen. Sta bij het apparaat wanneer u hetstart. Opmerking• Zet het apparaat op een stevige, vlakkeondergrond, het liefst niet in hoog gras. Verzeker u ervan dat het snijwerktuiggeen voorwerpen of de grond raakt. • Sta voor uw veiligheid achter het appa-raat wanneer u het start.
• Controleer regelmatig het benzine- enoliepeil (zie Het oliepeil controleren,Pag. 76) en vul het tijdig bij. Koude startAanwijzingAls de benzinepomp (23) te vaak wordt inge-drukt, komt er te veel benzine in de carbura-tor en kan de motor moeilijk starten. Procedure1. Druk 3x op de benzinepomp (primer) (23). 2. Trek de startbeugel (2) naar de bovenstestang (1) en houd deze vast. 3. Trek meermaals aan de startergreep metstarterkabel (19). 4. Als de motor start, laat de startergreepdan langzaam in de geleiding van destarterkabel (18) terugglijden. Warme startAanwijzingBij een warme start hoeft u de benzinepomp(23) niet in te drukken. Procedure1. Zie Koude start, Pag. 77, vanaf 2. Handelingsstap. Motor stoppen1. Laat de startbeugel (2) los. De motorwordt uitgeschakeld en het mes wordtgeremd. Maaien1. Start de motor (zie In- en uitschakelen,Pag. 77). 2.
• Vervoer het apparaat niet onderstebovenen kantel het apparaat niet om uitlopenvan de brandstof te voorkomen. • Houd bij verplaatsingen met het apparaateen veilige afstand tot andere personenaan. • Om brandstofverlies, schade of letsel tevoorkomen, moet het apparaat wordenbeveiligd tegen kantelen en wegglijden tij-dens transport in voertuigen. • Let bij het vervoeren op het gewicht vanhet apparaat en vertil u niet. • Leeg de benzinetank met een benzineaf-zuigpomp voordat u hem tussen twee lo-caties vervoert. Leeg de benzinetank nietin gesloten ruimtes, in de buurt van vuurof tijdens het roken. Gasdampen kunnenexplosies of brand veroorzaken. • Draag tijdens het transport handschoenenen vermijd contact met gevaarlijke onder-delen (bijv. hete motor, messen). • Zorg ervoor dat het apparaat geen obsta-kels raakt tijdens transport of dat dezeniet op het apparaat kunnen vallen.
NLBE78Reiniging, onderhoud enopslagWAARSCHUWING. Elektrische schok. Gevaar voor letsel door onbedoeld aanlopenvan het apparaat. Voer onderhouds- en reini-gingswerkzaamheden altijd bij uitgeschakel-de motor en uitgetrokken bougiestekker (37)uit. Laat reparatiewerkzaamheden en onder-houd, die niet zijn beschreven in deze hand-leiding, uitvoeren door een gespecialiseerdservice-center. Gebruik uitsluitend origineleonderdelen. WAARSCHUWING. Gevaar voor verbran-dingen. Laat het apparaat afkoelen voor alleonderhouds- en reinigingswerken. Sommigedelen van de motor zijn heet. Algemene instructiesVeiligheidshandschoenen dragen• Leg een steun onder het apparaat. • Zorg ervoor dat een tweede persoon hetapparaat vasthoudt, omdat het risico be-staat dat het terugkantelt. • Kantel het apparaat nooit opzij of naar vo-ren met een volle benzine- of olietank.
Ditleidt tot schade aan de motor en doet degarantie vervallen. Algemene reiniging en onderhoud aan deonderkant van het apparaat1. Vouw de bovenste stang (1) in. 2. Kantel het apparaat naar achteren zodatde bougie (36) naar boven steekt. ReinigingWAARSCHUWING. Elektrische schok. Spuit het apparaat nooit schoon met water. AanwijzingBeschadigingsgevaar. Chemische substan-ties kunnen de plastieken delen van het ap-paraat aantasten. Gebruik geen reinigings- ofoplosmiddelen. Reinigen na gebruik• Gebruik voor het reinigen van de motorgeen water, want dit kan het brandstof-systeem verontreinigen. • Houd ventilatiesleuven, de motorbehui-zing en grepen van het apparaat schoon. Gebruik daartoe een vochtige doek of eenborstel. • Reinig in het bijzonder de motorkap metventilatieopeningen (vingerbescherming)(6).
• Gebruik een stuk hout of plastic om aan-hangend plantenresten te verwijderen vande wielen, de ventilatieopeningen, de uit-blaasopening en het mes. OnderhoudWAARSCHUWING. Gevaar voor verwon-dingen. Een verkeerd onderhoud kan leidentot ernstige verwondingen. Instructies• Controleer het apparaat voor elk gebruikop duidelijke gebreken zoals losse, ver-sleten of beschadigde onderdelen. Con-troleer of alle moeren, bouten en schroe-ven goed vastzitten. • Controleer de afdekkingen en veiligheids-voorzieningen op schade en losse zit. Vervang ze indien nodig. We nemen geen aansprakelijkheid op voorschade die voortvloeit uit onze apparaten alsdeze schade is veroorzaakt door ondeskun-dige reparaties of het gebruik van niet-origi-nele reserveonderdelen of door oneigenlijkgebruik van het apparaat. Motorolie vervangenInstructies• Vervang de motorolie bij lege benzinetanken warme motor.
NLBE79Ontstekingsbougie onderhoudenAanwijzingVersleten bougies of een te grote ontste-kingsafstand tasten het vermogen van demotor aan. Benodigde gereedschappen en hulpmid-delen (niet meegeleverd)• Draadborstel• Voelermaat (verkrijgbaar bij de vakhandel)Benodigd toebehoren• Bougiesleutel (21)Procedure (Fig. H)1. Verwijder de bougiestekker (37) van debougie (36) door er tegelijkertijd aan tetrekken en te draaien. 2. Draai ⭯ de bougie (36) met de bougie-sleutel (21) eruit. 3. Controleer de ontstekingsafstand metbehulp van een voelermaat. De ontste-kingsafstand moet 0,7-0,8 mm bedragen. 4. Stel de afstand eventueel in, waarbij u demassa-elektrode van de ontstekingsbou-gie voorzichtig buigt. 5. Reinig de bougie (36) met een zachtedraadborstel. 6. Schroef ⭮ de gereinigde en afgesteldebougie er weer in (aanbevolen aandraai-moment 20 Nm). 7.
Vervang een beschadigde bougie dooreen reservebougie. Luchtfilter reinigenAanwijzingDe tweedelige luchtfilter bestaat uit• Luchtfilter fijn(38)• Luchtfilter grof(39)Gebruik het apparaat nooit zonder luchtfilter. Anders kan stof en vuil in de motor dringenen schade veroorzaken. Luchtfilter verwijderen (Fig. I)1. Open de luchtfilterbehuizing (8) door deontgrendeling ingedrukt te houden en hetluchtfilterdeksel (7) open te klappen. 2. Verwijder beide luchtfilters (38/39). Luchtfilter reinigen/vervangen1. Reinig beide luchtfilters (38/39) in eensopje. 2. Laat de luchtfilters(38/39) drogen. Kneedenkele druppels verse motorolie in deluchtfilters (38/39). 3. Vervang een defecte luchtfilter (38/39)door een nieuwe tweedelige luchtfilter. Luchtfilter monteren (Fig. I)1. Plaats beide luchtfilters (38/39) in deluchtfilterbehuizing (8). 2.
Sluit de luchtfilterbehuizing (8) weer doorhet luchtfilterdeksel (7) dicht te klappen. Dit klikt hoorbaar vast. Messen vervangenAls het mes niet meer scherp is, kan hetdoor een vakbedrijf worden geslepen. Als hetmes beschadigd of vervormd is, dan moethet worden vervangen.
WAARSCHUWING. Letselgevaar doormessen. Draag handschoenen als u het meshanteert. Instructies• Olie- en benzinetank moeten geleegd zijn. • Wanneer u de messchroef (42) hebt los-gemaakt, moet de spanflens (41) wordenvervangen. • Aanhaalmoment (messen): 45 NmBenodigde gereedschappen (niet meege-leverd)• SchroevendraaierToegestane messen• RATO 73101-G20Procedure (Fig. J)1. Trek de bougiestekker (37) eraf. 2. Kantel het apparaat naar achteren zodatde bougie (36) naar boven steekt. 3. Draai het apparaat op zijn zijde. AANWIJZING. Het apparaat mag alleenop zijn kant worden gezet als de benzine-en olietanks leeg zijn. 4. Doe stevige handschoenen aan en houdhet mes (40) vast. 5. Draai de messchroef (42) tegen de klok in↺ met behulp van een schroevendraaierlos van de motoras (43). 6. Bouw het nieuwe mes (40) in omgekeer-de volgorde weer in.
Zorg ervoor dat hetmes (40) juist is gepositioneerd en vlaktegen de motoras (43) ligt. Tussen demesschroef (42) en het mes (40) moet despanflens (41) worden geplaatst. 7. Draai het mes (45 Nm) vast. Carburator instellenDe carburator is fabrieksmatig ingesteld vooroptimale resultaten. Als de instellingen moe-.
NLBE80ten worden aangepast, laat dit dan doendoor een gespecialiseerd bedrijf. OnderhoudsintervallenVoer de in de onderstaande tabel vermeldeonderhoudswerkzaamheden regelmatig uit. Regelmatig onderhoud van uw apparaat ver-lengt de levensduur van het apparaat. Dit ga-randeert optimale maairesultaten en voor-komt ongevallen. Onderhoudswer-kenVóór elkgebruikNa elk ge-bruikNa 5 be-drijfsurenNa 8 be-drijfsurenNa 50 be-drijfsurenJaarlijksSchroeven, moe-ren, bouten contro-leren en vastdraai-en✓Het oliepeilcontroleren,Pag. 76✓ ✓Bedieningselemen-ten/gebied rondgeluidsdemper rei-nigen✓ ✓Motorolievervangen,Pag. 78✓ ✓ ✓Luchtfilter reinigen,Pag. 79*✓Ontstekingsbougieonderhouden,Pag. 79✓ ✓Mes reinigen/con-troleren/slijpen✓Luchtkoelingssys-teem reinigen*✓*Vaker vervangen bij veel stof of zware ver-vuilingOpslagWAARSCHUWING. Brandgevaar.
Berghet apparaat niet op met een gevulde gras-opvanginrichting. Bij warm weer begint hetgras namelijk te gisten. Opmerking• Reinig het apparaat alvorens het op tebergen. • Houd het apparaat altijd schoon, droogen buiten bereik van kinderen. • Laat de motor afkoelen voordat u het ap-paraat in een gesloten ruimte opbergt. • Bewaar het apparaat nooit met benzine inde tank in een gebouw waar benzinedam-pen in contact kunnen komen met openvuur of vonken en kunnen ontbranden. • Gebruik geschikte en goedgekeurde con-tainers om de brandstof in op te slaan. • Berg het apparaat niet in een nylon zakop, want daar kan zich vocht en schim-mel opstapelen. Apparaat dichtklappenHoud rekening met het volgende om het ap-paraat ruimtebesparend op te bergen:Procedure1. Maak de startergreep met starterkabel(19) los. 2.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Parkside PBRM 39 D3 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grasmaaier Parkside
Handleiding Grasmaaier
Nieuwste handleidingen voor Grasmaaier