Parkside PBRM 51 B2 Handleiding

Parkside Grasmaaier PBRM 51 B2

Bekijk gratis de handleiding van Parkside PBRM 51 B2 (308 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Parkside PBRM 51 B2 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/308
PDF ONLINE
parkside-diy.com
BE
FR
DE
NL
CZ
SK
PL
ONLINE
.com
Benzin-Rasenher / Petrol Lawnmower /
Tondeuse thermique PBRM 51 B2
FR
BE
Tondeuse thermique
Traduction des instructions d‘origine
ES
Cortasped de gasolina
Traduccn del manual de instrucciones original
AT
CH
DE
Benzin-Rasenher
Originalbetriebsanleitung
HU
Benzinmotoros fűnyíró
Az originál használati utas fordítása
CZ
Benzinová sekačka na trávu
Překlad originálho provozního návodu
DK
Benzindreven pneklipper
Overttelse af den originale driftsvejledning
PL
Kosiarka spalinowa
umaczenie oryginalnej instrukcji obsługi
SK
Benzínová kosačka
Preklad originálneho návodu na obsluhu
NL
BE
Benzine grasmaaier
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
MT
IT
Tosaerba a benzina
Traduzione delle istruzioni d’uso originali
MT
GB
Petrol Lawnmower
Translation of the original instructions
IAN 473867_2407

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Parkside
Categorie: Grasmaaier
Model: PBRM 51 B2

Handleiding Parkside PBRM 51 B2 – volledige tekst

108Probleemopsporing. 109Afvoeren/milieubescherming. 110Instructies voor het verwijderenvan groenafval. 110Service. 110Garantie. 110Reparatie-service. 112Service-Center. 112Importeur. 112Reserveonderdelen entoebehoren. 113Vertaling van de origineleEU-conformiteitsverklaring. 114Explosietekening. 307InleidingHartelijk gefeliciteerd met de aan-koop van uw nieuwe benzine-gras-maaier (hierna product of apparaatgenoemd). U hebt voor een hoogwaardig pro-duct gekozen. Dit apparaat werd tij-dens de productie op kwaliteit ge-controleerd en aan een eindcontro-le onderworpen. Een goede werkingvan uw apparaat is daarom gegaran-deerd. Deze gebruiksaanwijzing maakt deeluit van dit apparaat. Ze bevat belang-rijke instructies over de veiligheid, hetgebruik en de afvoer van het appa-raat. Lees zorgvuldig de gebruiksaan-wijzing.

Maak u vertrouwd met de be-dieningselementen en het juiste ge-bruik van het apparaat. Gebruik hetapparaat alleen zoals beschreven enalleen voor de vermelde doeleinden. Bewaar de gebruiksaanwijzing zorg-vuldig en geef alle documentatie mee.

NLBE89wanneer u het apparaat aan derdendoorgeeft. Reglementair gebruikHet apparaat is uitsluitend bedoeldvoor het volgende gebruik:• Het maaien van gazons en gras inhuiselijke context. Het is verboden het appraat in een re-genachtige of vochtige omgeving tegebruiken. Het apparaat is bedoeld voor gebruikdoor volwassenen. Jongeren ouderdan 16 jaar mogen het apparaat al-leen onder toezicht gebruiken. Elk ander gebruik dat in deze handlei-ding niet expliciet wordt toegestaan,kan leiden tot schade aan het appa-raat en kan een ernstig risico voorde gebruiker inhouden. De bedienerof gebruiker van het apparaat is ver-antwoordelijk voor letsel- of materië-le schade aan derde partijen of huneigendom. Het apparaat is bedoeldvoor huishoudelijk gebruik. Het is nietontworpen voor continu commercieelgebruik. Bij commercieel gebruik ver-valt de garantie.

De fabrikant is nietaansprakelijk voor schade die voort-vloeit uit oneigenlijk gebruik of uit eenfoute bediening. Inhoud van het pakket/accessoiresPak het apparaat uit en controleer deinhoud van het pakket. Voer het verpakkingsmateriaal af zo-als reglementair voorgeschreven. • Benzine grasmaaier• Onderste stang• 4x Vleugelmoer• 2x Sluitring• 2x Schroef (Bovenste stang)• 2x Schroef (Onderste stang)• 2x Afstandshouder• Bougiesleutel• Kabelklem• Zijdelings uitworpkanaal• Mulchkit• Grasopvanginrichting• vertaling van de oorspronkelijkegebruiksaanwijzingOverzichtDe afbeeldingen van hetapparaat vindt u op devoorste en achterste uit-vouwpagina. (Fig.

NLBE9025 Stootbeveiliging26 Geleiding van starterkabel27 Startergreep met starterkabel28 Benzinepomp (primer)29 Benzinetank30 Tankdeksel31 Wateraansluitkoppeling32 Mulchkit33 Bougiesleutel49 Afstandshouder(Fig. B)34 Schroef (Grasopvanginrichting)(Fig. C)35 Behuizing van het apparaat(Fig. D)36 Vergrendeling (Mulchkit)(Fig. F)37 Vergrendeling (Zijdelingse uit-worpklep)(Fig. G)38 Vulstop(Fig. H)39 Oliepeilstok(Fig. I)40 Bougie41 Bougiestekker(Fig. J)42 Luchtfilter fijn43 Luchtfilter grof44 Luchtfilterbehuizing(Fig. K)45 Mes46 Spanflens47 Mesbout48 MotorasFunctiebeschrijvingHet apparaat heeft een kunststof be-huizing met een benzinemotor en eengrasopvanginrichting. Het snijgereed-schap roteert parallel aan het 7-ge-trapte snijvlak. De werking van de verschillende be-dieningselementen is hieronder be-schreven. Technische gegevensBenzine grasmaaier. PBRM 51 B2Cilinderinhoud.

NLBE91kunnen worden gebruikt om het eneapparaat met het andere te vergelij-ken. De vermelde totale trillingswaar-den en geluidsemissiewaarden kun-nen ook worden gebruikt voor eenvoorlopige inschatting van de belas-ting. WAARSCHUWING. de trillings-en geluidsemissies kunnen tijdenshet werkelijke gebruik van het appa-raat afwijken van de opgegeven waar-de, afhankelijk van de manier waar-op het apparaat wordt gebruikt. Hetis noodzakelijk om veiligheidsmaat-regelen te definiëren om de gebrui-ker te beschermen, gebaseerd op eenschatting van de trillingsbelasting tij-dens de werkelijke gebruiksomstan-digheden (rekening houdend met al-le delen van de gebruikscyclus, zo-als momenten waarop het apparaat isuitgeschakeld en momenten waarophet is ingeschakeld maar niet wordtbelast). Beperk lawaai en trillingen tot een mi-nimum. • Gebruik alleen apparaten die per-fect werken.

• Onderhoud en reinig het apparaatregelmatig. • Pas uw werkwijze aan het apparaataan. • Overbelast het apparaat niet. • Laat het apparaat indien nodigcontroleren. • Schakel het apparaat uit als hetniet in gebruik is. • Draag handschoenen. WAARSCHUWING. Bij langdurigwerk kunnen de trillingen in de han-den van de machinist leiden tot door-bloedingsstoornissen (wittevinger-syndroom). Het wittevingersyndroomis een vaatziekte waarbij de kleinebloedvaten in de vingers en tenen invlagen verkrampen. De getroffen ge-bieden worden niet meer voldoendevan bloed voorzien en zien er daar-door extreem bleek uit. Frequent ge-bruik van trillende producten kan ze-nuwschade veroorzaken bij mensenmet een verminderde bloedcirculatie(bijv. rokers, diabetici). Als u ongewo-ne effecten opmerkt, stop dan onmid-dellijk met werken en zoek medischehulp.

• Houd de trillingen van het appa-raat zo laag mogelijk door regelma-tig onderhoud en vaste onderdelenaan het apparaat. • Houd u aan rusttijden en beperk deduur van de werkzaamheden toteen minimum. Veiligheidsaan-wijzingenDit gedeelte behandelt de basisveilig-heidsmaatregelen bij het gebruik vanhet apparaat. Betekenis van deveiligheidsaanwijzingenGEVAAR. Als u deze veiligheids-aanwijzing niet volgt, gebeurt er eenongeval. Het gevolg is ernstig licha-melijk letsel of de dood. WAARSCHUWING. Als u deze vei-ligheidsaanwijzing niet volgt, gebeurter eventueel een ongeval. Het gevolgis eventueel ernstig lichamelijk letselof de dood. VOORZICHTIG. Als u deze veilig-heidsaanwijzing niet volgt, gebeurt er.

NLBE92een ongeval. Het gevolg is eventueellichte of matig lichamelijk letsel.AANWIJZING! Als u deze veiligheids-aanwijzing niet volgt, gebeurt er eenongeval. Het gevolg is eventueel ma-teriële schade.Pictogrammen en symbolenPictogrammen op het apparaatLet op! Lees de gebruiksaan-wijzing98Gegarandeerd geluidsvermo-gensniveau LWA in dB(A)Letselgevaar door weggeslin-gerde onderdelen!Houd omstanders uit de buurtvan het apparaatScherpe snij-inrichting!

Houdvoeten en handen uit de buurt.Voordat u onderhoudswerk-zaamheden uitvoert, moet u demotor uitschakelen en de bou-giestekker eruit trekken.Opgelet - hete oppervlakken!Gevaar voor brandwondenHoud omstanders uit de buurtvan het apparaatOpgelet - giftige dampen!Gebruik het apparaat niet ingesloten ruimten.Opgelet - benzine is brand-baar!Tank niet als de motor draait.Het is verboden het appraat ineen regenachtige of vochtigeomgeving te gebruiken.Let op! Nalopen van de snij-in-richtingSchakel de motor uit als u hetapparaat zonder toezicht ach-terlaat.Houd omstanders en kinderenuit de buurt van het apparaat.Geen open vlammen; vuur,open ontstekingbronnen en ro-ken verboden.Opgelet - hete oppervlakken!Gevaar voor brandwondenGevaar!

NLBE93Pictogrammen op het tankdekselmax. 10% ethanolVulpeilindicator op de grasopvang-inrichtingGOVulpeilindicator open: Grasop-vanginrichting leegSTOPVulpeilindicator gesloten: Gras-opvanginrichting volPictogrammen op hetaanhangetiketDruk op de brandstofpompSTARTApparaat inschakelen (ON): Startbeugel aantrekken3-4xTrek aan de starterkabelPictogrammen in degebruiksaanwijzingLicht ontvlambaarGiftigSchadelijk voor het milieuVeiligheidshandschoenen dra-genVeiligheidsinstructies voorgrasmaaierWAARSCHUWING. Gevaar voorverwondingen. Het negeren van deveiligheidsinstructies en aanwijzin-gen kan leiden tot elektrische schok,brand en/of ernstig letsel. Lees alleveiligheidsinstructies en aanwijzingen. Instructies1. Lees zorgvuldig de gebruiksaan-wijzing. Maak u vertrouwd met deinstelmogelijkheden en het juistegebruik van het apparaat. 2.

Informeer u passend indien u on-zeker bent over hoe u het apparaatmoet gebruiken en welke bedie-ningen verboden zijn. 3. Wees aandachtig, let op wat udoet en ga verstandig te werk. Ge-bruik het apparaat niet als u moeof ziek bent of onder invloed bentvan drugs, alcohol of medicatie. Eén moment van onoplettendheidtijdens het gebruik van het appa-raat kan leiden tot ernstige letsels. 4. Dit apparaat is niet bedoeld voorgebruik door personen met be-perkte fysieke, sensorische ofmentale vermogens of met gebrekaan ervaring en/of gebrek aan ken-nis over dit apparaat, tenzij ze on-der toezicht staan van een per-soon die verantwoordelijk is voorhun veiligheid of instructies ont-vangen van deze persoon over hetgebruik van het apparaat. 5. Houd kinderen onder toezicht omervoor te zorgen dat ze niet methet apparaat spelen. 6.

Het apparaat mag niet worden ge-bruikt door kinderen of door per-sonen die niet vertrouwd zijn metde gebruiksaanwijzing. De plaatse-lijke wet- of regelgeving legt mo-gelijk een minimumleeftijd voor ge-bruikers op. 7. Gebruik de maaier nooit wanneerer andere mensen, vooral kinde-ren, of huisdieren in de buurt zijn.

NLBE94Voorbereiding1. Draag tijdens het maaien steedsschoenen met antislipzool en eenlange broek. Maai nooit op blotevoeten of met lichte sandalen. Los-se kleding, juwelen of lange harenkunnen door de bewegende on-derdelen worden gegrepen. Hetdragen van gepaste kleding ver-laagt het risico op letsels. 2. Controleer het terrein waarop u hetapparaat wilt gebruiken en verwij-der alle voorwerpen (bijv. stenen,stokken, draden of speelgoed) diedoor het apparaat kunnen wordenvastgegrepen en weggeslingerd. 3. Waarschuwing. Benzine is lichtontvlambaar. Brand of explosiekan ernstige brandwonden veroor-zaken:• bewaar benzine in de daarvoorvoorziene vaten;• tank alleen buiten en rook niettijdens het tanken;• benzine moet worden getanktvóórdat de motor wordt gestart.

Als de motor loopt of als het ap-paraat heet is, mag de tankdopniet worden geopend en geenbenzine worden toegevoegd;• probeer nooit de motor op testarten als er benzine overgelo-pen is. Verwijder in plaats daar-van het apparaat uit de buurtvan de met benzine bevuildeplek. Wacht eerst totdat allebenzinedampen vervlogen zijnvoordat u de motor opnieuwprobeert op te starten;• een beschadigd deksel vande benzinetank of andere tankmoet om veiligheidsredenenworden vervangen. 4. Vervang defecte geluidsdempers. 5. Controleer vóór elk gebruik desnijgereedschappen, de bevesti-gingsbouten en het volledige mes-sensamenstel visueel op slijtageof schade. Om een onevenwichti-ge belasting te voorkomen, moe-ten beschadigde gereedschappenen bouten altijd set per set wordenvervangen. 6.

Wees voorzichtig bij het hanterenvan apparaten met meerdere snij-gereedschappen, want de bewe-ging van het ene mes kan leidentot rotatie van een ander mes. 7. Gebruik alleen reserveonderdelenen toebehoren die door de fabri-kant zijn geleverd en aanbevolen. Het gebruik van andere reserveon-derdelen kan leiden tot letsels endoet de garantie onmiddellijk ver-vallen. Bedrijf1.

Laat de verbrandingsmotor nietdraaien in gesloten ruimtes waargevaarlijke koolmonoxide zich kanverzamelen. 2. Gebruik de grasmaaier uitsluitendbij daglicht of bij een goede kunst-matige verlichting. Onverlichtewerkgebieden kunnen leiden totongevallen. 3. Werk niet met het apparaat als ereen risico is op blikseminslag. Ge-vaar door elektrische schok. 4. Let op. De uitlaatgassen van degrasmaaier bevat giftige stoffen. 5. Gebruik de machine niet in slechteweersomstandigheden, vooral nietbij kans op bliksem. 6. Voorkom zoveel mogelijk het ge-bruik van het apparaat op nat gras. 7. Let steeds op een veilige stand,vooral op hellingen, nabije vuilnis-terreinen, putten of dijken. Op diemanier kunt u het apparaat in on-verwachte situaties beter ondercontrole houden.

NLBE95• Werk op een helling steeds indwarsrichting, nooit omhoog ofomlaag. • Ga altijd uiterst voorzichtig tewerk wanneer u op een hellingde maairichting verandert. • Maai niet op te steile hellingen(max. 10-15°). 8. Beweeg het apparaat altijd in stap-tempo. 9. Ga altijd uiterst voorzichtig te werkwanneer u het apparaat omkeert ofnaar u toe trekt. 10. Zet het snijgereedschap stop wan-neer u het apparaat kantelt om hetover een andere ondergrond dangras te transporteren, en wanneeru de machine naar en van het temaaien gebied verplaatst. 11. Gebruik het apparaat nooit als deveiligheidsvoorzieningen of veilig-heidsroosters beschadigd zijn ofals veiligheidsvoorzieningen zoalsde stootbeveiliging en/of de gras-opvanginrichtingen niet gemon-teerd zijn. Zo wordt gegarandeerddat de veiligheid van het apparaatbehouden blijft. 12. Modificeer nooit de motorregelaarof draai er nooit te hard aan.

Datkan namelijk leiden tot schade aanhet apparaat. 13. Ontkoppel eerst alle messen enaandrijvingen voordat u de motorstart. Schakel het apparaat voor-zichtig en volgens de instructiesvan de gebruiksaanwijzingen vande fabrikant in. Bewaar voldoendeafstand tussen uw voeten en hetsnijgereedschap. Er bestaat een ri-sico op verwondingen. 14. Bij het starten of aanzwengelenvan de motor mag het apparaatniet gekanteld zijn, tenzij het nood-zakelijk is om het apparaat tijdenshet proces op te tillen. In dat ge-val kantelt u het apparaat slechtszover als absoluut noodzakelijk isen tilt u alleen die kant omhoog dieweg van u wijst. 15. Start de motor niet op terwijl uvoor de uitworpopening staat. 16. Zorg ervoor dat uw voeten zich opeen veilige afstand van de roteren-de onderdelen van het apparaatbevinden en schakel dan pas demotor volgens de instructies in. 17.

Hef of draag het apparaat nooitterwijl de motor nog draait. 19. Zet de motor af en verwijder debougiestekker. Zorg ervoor dat allebewegende delen volledig stilstaanen verwijder de contactsleutel, in-dien aanwezig:• voordat u blokkades of verstop-pingen in de uitworpopeningverwijdert;• voordat u het apparaat contro-leert, reinigt of eraan werkt;• wanneer het apparaat tegen eenvreemd voorwerp stoot. Con-troleer het apparaat op schadeen voer de nodige reparaties uitvoordat u het apparaat opnieuwopstart en gebruikt;• als het apparaat ongewoonsterk begint te vibreren, is eenonmiddellijke controle nodig. • als u het apparaat achterlaat;• voordat u tankt. 20. Laat het apparaat nooit zondertoezicht achter op de werkplek. 21. Werk niet met een beschadigd,onvolledig of zonder toestemmingvan de fabrikant omgebouwd ap-.

NLBE96paraat. Het gebruiken van appa-raten voor andere dan de bedoel-de toepassingen kan leiden tot ge-vaarlijke situaties. 22. Bij het uitlopen van de motor moetde gasklep gesloten zijn. Als demotor een benzineafsluitklep heeft,moet deze na het maaien wordengesloten. Reiniging, onderhoud en opslag1. Zorg ervoor dat alle moeren, bou-ten en schroeven goed zijn vast-gedraaid en dat het apparaat zichin een veilige bedrijfstoestand be-vindt. Veel ongevallen zijn te wijtenaan slecht onderhouden appara-ten. 2. Bewaar het apparaat nooit metbenzine in de benzinetank in eengebouw waarin eventueel benzine-dampen met open vuur of vonkenkunnen in contact komen. 3. Laat de motor afkoelen voordat uhet apparaat in een gesloten ruim-te opbergt. Er bestaat brandge-vaar. 4.

Houd, om brandgevaar te voorko-men, de motor, uitlaat en het ge-bied rond de brandstoftank vrij vangras, bladeren of lekkend vet (mo-torolie). 5. Controleer de grasbak regelmatigop slijtage of defecten. 6. Vervang om veiligheidsredenenversleten of beschadigde onderde-len. Vervang defecte geluidsdem-pers. 7. Als de brandstoftank moet wordengeledigd, moet dit in de openluchtgebeuren. 8. Behandel uw apparaat met zorg. Houd het gereedschap scherp enschoon, om beter en veiliger tekunnen werken. Volg de onder-houdsvoorschriften. 9. Probeer nooit het apparaat zelf terepareren, tenzij u hiervoor opge-leid bent. Alle werkzaamheden dieniet in deze gebruiksaanwijzing zijnvermeld, mogen alleen worden uit-gevoerd door serviceaanbiedersdie door ons zijn goedgekeurd. 10. Bewaar het apparaat op een drogeplek en buiten het bereik van kin-deren.

Apparaten zijn gevaarlijk alsze door onervaren personen wor-den gebruikt. 11. De veiligheidssystemen of -voor-zieningen van de grasmaaier mo-gen niet worden gemanipuleerd ofgedeactiveerd. De gebruiker maggeen verzegelde instellingen voorde motortoerentalregeling wijzigenof ze manipuleren. Verdere veiligheidsmaatregelen• Gebruik enkel toebehoren datdoor PARKSIDEaanbevolen is.

Ongeschikte toebehoren kunnenleiden tot elektrische schok ofbrand. • Werk slechts als alles goed verlichtis. Het is noodzakelijk om derdenop afstand te houden. • Controleer het apparaat regelmatigen controleer voor elk gebruik ofalle startvergrendelingen en druk-knoppen goed werken. • Wees voorzichtig bij instelwerk-zaamheden aan het product envoorkom dat uw vingers bekneldraken tussen het bewegende mesen het stijve deel van het apparaat. • VOORZICHTIG. De grasmaaiermag niet worden gebruikt zonderdat de complete grasopvanginrich-ting of de zelfsluitende scheidings-beveiliging voor de uitworpopeningis gemonteerd. • Het is noodzakelijk de grasmaaierin goede staat te houden.

NLBE97Restrisico'sZelfs als u dit apparaat volgens deinstructies gebruikt, zijn er altijdrestrisico's. De volgende gevarenkunnen ontstaan in verband met hetontwerp en de constructie van dit ap-paraat:• Oogletsel, indien geen geschikteoogbescherming wordt gedragen. • Gehoorschade indien geen pas-sende gehoorbescherming wordtgedragen. • Schade aan de gezondheid als ge-volg van trillingen van hand en armals het apparaat gedurende lange-re tijd wordt gebruikt of niet naarbehoren wordt bewogen en onder-houden. • Snijwonden• Verwondingen door bewegendeonderdelen of hete oppervlakken. WAARSCHUWING. Gevaar doorelektromagnetisch veld dat wordt ge-genereerd tijdens het bedrijf van hetapparaat. Dit veld kan onder bepaal-de omstandigheden actieve of pas-sieve medische implantaten negatiefbeïnvloeden.

Om het risico op ernsti-ge of dodelijke letsels te reduceren,adviseren wij personen met medischeimplantaten om hun arts en de fabri-kant van het medische implantaat teraadplegen voordat zij het apparaatbedienen. VoorbereidingWAARSCHUWING. Gevaar voorletsel door onbedoeld aanlopen vanhet apparaat. Instellingen aan het ap-paraat mogen alleen worden uitge-voerd als de motor is uitgeschakelden het mes niet meer beweegt. Startde motor niet voordat het apparaatvolledig gebruiksklaar is. Verricht alleen die werkzaamhedenwaarvan u zeker weet dat u ze correctkunt uitvoeren. Bent u niet zeker, richtu dan tot een vakman of direct tot on-ze klantendienst. VeiligheidsvoorzieningenDe volgende veiligheidsvoorzieningenzijn aangebracht om de gebruiker enhet apparaat te beschermen:Startbeugel (2)Bij het loslaten van de veiligheidsbeu-gel stopt het apparaat.

BedieningselementenMaak u vóór het eerste gebruik vanhet apparaat vertrouwd met de bedie-ningselementen van het apparaat. MessenstopsysteemInstructies• Controleer regelmatig het messen-stopsysteem. • Het mes moet binnen 7 secondenstoppen. Procedure (Fig. A)1. Laat de startbeugel (2) los. De mo-tor wordt uitgeschakeld en hetmes wordt geremd. VulpeilindicatorAan de bovenkant van de grasop-vanginrichting (22) is een vulpeilindi-cator (23) bevestigd.

Hang de bowdenkabel (start) (5) inde houder van de startbeugel (2)en de bowdenkabel (aandrijving)(6) in de houder aan de aandrijf-beugel (3). 6. Maak de startbeuggel (2) en deaandrijfbeugel (3) weer vast. 7. De startergreep met starterkabel(27) moet bevestigd worden aande geleiding van de starterkabel(26) aan de rechterkant van het ap-paraat gezien in de rijrichting. 8.

NLBE99Handgreep monterenAanwijzingMonteer de handgreep voordat u degrasopvanginrichting inhangt. Benodigde gereedschappen (nietmeegeleverd)• SchroevendraaierProcedure (Fig. B)1. Verwijder de schroeven (34) die inde handgreep (24) zijn gestoken. 2. Bevestig de handgreep (24) aan degrasopvanginrichting (22). 3. Draai de grasopvanginrichting (22)zodat de handgreep (24) op degrond ligt. 4. Steek de schroeven (34) door deboorgaten in de grasopvanginrich-ting (22) in de handgreep (24) endraai ze met een schroevendraaiervast. Om er beter bij te kunnen, tiltu het net van de grasopvanginrich-ting op (22). GrasopvanginrichtingmonterenWAARSCHUWING. Gevaar voorverwondingen. Het apparaat magniet zonder stootbescherming ofgrasopvanginrichting worden ge-bruikt. Procedure (Fig. C)1. Hef de stootbeveiliging (25) op. 2. Houd de grasopvanginrichting (22)vast aan de handgreep (24). 3.

Hang de grasopvanginrichting (22)in de ophanging op de apparaat-behuizing (35). 4. Klap de stootbeveiliging (25) opde grasopvanginrichting (22). Hijhoudt de grasopvanginrichting (22)op de juiste plaats. Grasopvanginrichtingdemonteren(Fig. C)1. Hef de stootbeveiliging (25) op. 2. Houd de grasopvanginrichting (22)vast aan de handgreep (24). 3. Maak de grasopvanginrichting (22)los. 4. Klap de stootbescherming (25) te-rug tegen de apparaatbehuizing(35). Grasopvanginrichting legen(Fig. A/C)1. Zie Grasopvanginrichtingdemonteren, Pag. 99. 2. Pak de grasopvanginrichting (22)vast aan de handgreep (24) en aanhet extra handvat (21) voor een be-tere grip. 3. Stort het gemaaide gras in een ge-schikte bak. 4. Zie Grasopvanginrichtingmonteren, Pag. 99.

MulchkitVerschil tussen grasmaaien en ga-zonmulchenBij gebruik van de mulchkit (32) wordthet gemaaide gras niet opgevangenin een opvanginrichting, maar ver-snipperd en over het gazon verdeeld. De voedingsstoffen in het maaiselworden afgebroken door bodemorga-nismen en vormen een voedingscy-clus.

Een gemulcht gazon hoeft daar-om veel minder vaak te worden be-mest. In principe moet het gazon re-latief vaak worden gemaaid, zodat erslechts kleine hoeveelheden mulch ophet gazon achterblijven. Het is daar-om het beste om het gazon minstenséén keer per week te mulchen en demaaier zo af te stellen dat slechts on-geveer 40% van de totale hoogte van.

NLBE100het gazon gemulcht wordt. Als demulch zichtbaar blijft op het gazon(bv. tijdens de eerste grasmaaibeurtvan het jaar of tijdens zware groei),moet de grasopvanginrichting (22)worden gebruikt. Mulchkit aanbrengenProcedure (Fig. D)1. Verwijder de grasopvanginrichting(22), indien gemonteerd. 2. Hef de stootbeveiliging (25) op. 3. Schuif de mulchkit (32) erin. Devergrendeling (36) op de mulchkit(32) klikt vast. 4. Klap de stootbeveiliging (25) terugop de mulchkit (32). Mulchkit verwijderen(Fig. D)1. Hef de stootbeveiliging (25) op. 2. Druk de vergrendeling (36) op demulchkit (32). 3. Verwijder de mulchkit (32). 4. Klap de stootbeveiliging (25) terugop de apparaatbehuizing (35). Maaihoogte instellenGazononderhoudRegelmatig maaien stimuleert debladvorming van het gras en doet te-gelijkertijd onkruid afsterven.

Zo krijgthet gazon na elke maaibeurt groteredensiteit en ontstaat een gazon datgelijkmatig tegen belasting bestandis. De eerste maaibeurt gebeurt on-geveer in april bij een grashoogte van70-80 mm. In de groeiperiode wordthet gras minstens eenmaal per weekgemaaid. Juiste maaihoogte kiezenVoor de eerste maaibeurt van hetseizoen moet een lange maaihoog-te worden ingesteld. De juiste maai-hoogte voor een siergazon is onge-veer 25 - 40 mm, voor een commerci-eel gazon ongeveer 40 - 60 mm. Het apparaat heeft 7 maaihoogtes:• 25/35 mm - geringe maaihoogte• 45/55/65 mm - gemiddelde maai-hoogte• 70/75 mm - grote maaihoogteProcedure (Fig. E)1. Pak de hendel voor maaihoog-te-instelling (19) vast en duw hemopzij. 2. Beweeg de hendel voor maai-hoogte-instelling (19) voorbij devergrendeling naar de gewenstemaaihoogte. 3. Druk de hendel voor maaihoog-te-instelling (19) opzij om vast teklikken.

Zijdelings uitworpkanaalmonterenInstructies• Bij gebruik van het zijdelingse uit-worpkanaal valt het gemaaide graszijdelings op het gazon. Procedure (Fig. F)1. Demonteer de grasopvanginrich-ting (22) (zie Grasopvanginrichtingdemonteren, Pag. 99). 2.

Plaats de mulchkit (32) erin (zieMulchkit aanbrengen, Pag. 100). Dit voorkomt dat het maaisel zichophoopt in het uitworpkanaal. 3. Druk op de vergrendeling (37) en tilde zijdelingse uitworpklep (17) op. 4. Hang het zijdelingse uitworpkanaal(18) in. 5. Plaats de zijdelingse uitworpklep(17) op het zijdelingse uitworpka-naal (18). De zijdelingse uitworp-klep (17) houdt het zijdelingse uit-worpkanaal (18) in positie.

NLBE101Zijdelings uitworpkanaaldemonteren(Fig. F)1. Til de zijdelingse uitworpklep (17)op. 2. Haak het zijdelingse uitworpkanaal(18) los. 3. Leg de zijklep (17) op de behuizingvan het apparaat (35). De vergrendeling (37) klikt hoor-baar vast. Benzine bijtankenLicht ontvlambaarGiftigSchadelijk voor het milieuWAARSCHUWING. Gevaar voorverwondingen. Benzine is ontvlam-baar en schadelijk voor gezondheiden milieu. Instructies• Bewaar benzine enkel in daartoevoorziene tank. • Tank alleen in de openlucht ennooit bij lopende motor of hete ma-chine. • Open het deksel van de tank lang-zaam, zodat de overdruk kan ont-snappen. • Rook niet tijdens het tanken. • Vermijd direct huidcontact en ina-deming van dampen. • Verwijder gemorste benzine. • Houd de benzine uit de buurt vanvonken, open vlammen en anderontstekingsbronnen.

• Voer restjes benzine af volgens demilieuvoorschriften (zie Afvoeren/milieubescherming, Pag. 110). • Gebruik geen benzine-/oliemeng-sel. • Gebruik uitsluitend loodvrije nor-male benzine of superbenzine. Bijhet gebruik van biobrandstof magdie met niet meer dan 10% ethanolgemengd zijn. • Gebruik uitsluitend schone, versebenzine. • Bewaar benzine niet langer danéén maand, want daarna neemt dekwaliteit af. Procedure (Fig. G)1. Schroef de tankdop (30) af. 2. Vul de benzine tot aan de onder-kant van de vulbuis (38). Giet debenzinetank (29) niet helemaal vol,zodat de benzine nog ruimte heeftom uit te zetten. 3. Veeg benzineresten rond de tank-dop (30) weg. 4. Sluit de tankdop (30) weer. Motorolie bijvullenAanwijzingZet het apparaat op een effen bodem. Procedure (Fig. H)1. Draai de olietankdop met meetstokeraf (39). 2. Vul de olietank met motorolie. Deolietank bevat 0,5 l (500 ml) motor-olie.

Gebruik merkolie. 3. Draai de olietankdop met meetstokeraf (39) er weer op. Het oliepeil controlerenAanwijzingControleer het oliepeil telkens voordatu het apparaat gebruikt, en giet oliebij voordat het minimumpeil is bereikt.

NLBE1023. Draai de olietanddop met de olie-peilstok (39) weer volledig vast. 4. Draai de olietankdop met oliepeil-stok (39) los en lees na het uittrek-ken de oliestand af op de oliepeil-stok. Het oliepeil moet zichin het gemarkeerde ge-bied tussen de minimum-en maximummarkering(maximum: 0,5 l (500 ml)motorolie in de olietank)bevinden. 5. Veeg eventueel gemorste motor-olie weg. 6. Draai de olietankdop met meetstok(39) er weer op. BedrijfVoor het bedrijfVoer de volgende stappen uit voor-dat u het apparaat gebruikt:• Verwijder de transportbeveiligingen• Stang monteren, Pag. 98• Startergreep monteren, Pag. 98• Handgreep monteren, Pag. 99• Grasopvanginrichting monteren,Pag. 99• Maaihoogte instellen, Pag. 100• Benzine bijtanken, Pag. 101• Motorolie bijvullen, Pag. 101WerkinstructiesWAARSCHUWING. Gevaar voorverwondingen.

Nadat het apparaat isuitgeschakeld, draait het mes nog en-kele seconden verder. Raak het draai-ende mes niet aan. WAARSCHUWING. Gevaar voorverwondingen. Het apparaat magniet zonder stootbescherming ofgrasopvanginrichting worden ge-bruikt. Instructies• Controleer voordat u het apparaatgebruikt altijd of alle schroeven,moeren, bouten en andere bevesti-gingen goed vastzitten en of de af-schermingen en beschermkappenop hun plaats zitten. Versleten ofbeschadigde stickers moeten wor-den vervangen. • Houd rekening met de geluidshin-der en de lokale voorschriften. • Beweeg het apparaat in wandel-tempo in zo recht mogelijke ba-nen. Om naadloze banen te maai-en, moeten de banen elkaar tel-kens enkele centimeters overlap-pen. • Werk op een helling steeds indwarsrichting. • Beweeg het apparaat niet achter-uit. • Komen de messen in contact meteen vreemd voorwerp, schakel demotor dan onmiddellijk uit.

• Maai het gras indien mogelijk alshet droog is, om de grasnerf te be-hoeden. • Kies een gepaste maaihoogte, zo-dat het apparaat niet wordt over-belast. Anders kan de motor be-schadigd raken. • Schakel voordat u een werkpauzeneemt of het apparaat vervoert, hetapparaat uit en wacht tot de mes-sen tot stilstand zijn gekomen. • Reinig het apparaat na elk gebruik(Reiniging, onderhoud en opslag,Pag. 104). In- en uitschakelenWAARSCHUWING. Gevaar voorverwondingen. Benzine is ontvlam-.

NLBE103baar. Start de motor op minstens 3meter afstand van de plaats waar ude benzine hebt getankt. Er bestaatbrandgevaar. VOORZICHTIG. Gevaar voor ver-wondingen. Sta bij het apparaatwanneer u het start. Opmerking• Zet het apparaat op een stevige,vlakke ondergrond, het liefst nietin hoog gras. Verzeker u ervan dathet snijwerktuig geen voorwerpenof de grond raakt. • Sta voor uw veiligheid achter hetapparaat wanneer u het start. • Controleer regelmatig het ben-zine- en oliepeil (zie Het oliepeilcontroleren, Pag. 101) en vul hettijdig bij. Koude startAanwijzingAls de benzinepomp (28) te vaakwordt ingedrukt, komt er te veel ben-zine in de carburator en kan de motormoeilijk starten. Procedure (Fig. A)1. Druk 3x op de benzinepomp (pri-mer) (28). 2. Trek de startbeugel (2) naar debovenste stang (1) en houd dezevast. 3. Trek meermaals aan de starter-greep met starterkabel (27). 4.

Als de motor start, laat de starter-greep dan langzaam in de gelei-ding van de starterkabel (26) terug-glijden. Warme startAanwijzingBij een warme start hoeft u de benzi-nepomp (28) niet in te drukken. Procedure (Fig. A)1. Zie Koude start, Pag. 103, vanaf2. Handelingsstap. Motor stoppen(Fig. A)1. Laat de startbeugel (2) los. De mo-tor wordt uitgeschakeld en hetmes wordt geremd. AchterwielaandrijvingInstructiesGebruik de aandrijfbeugel (3) alleenwanneer• u het apparaat reeds gestart hebt;• de grasmaaier zelfstandig moet rij-den en u hem alleen wil begelei-den. (Fig. A)1. Schakel het apparaat in (zie Koudestart, Pag. 103). 2. Achterwielaandrijving aan: Trekde aandrijvingsbeugel (3) in derichting van de bovenste stang (1). Het apparaat start. 3. Achterwielaandrijving uit: Laatde aandrijfbeugel (3) los. Het ap-paraat blijft staan. Maaien(Fig. A)1.

NLBE104niet om uitlopen van de brandstofte voorkomen. • Houd bij verplaatsingen met hetapparaat een veilige afstand tot an-dere personen aan. • Om brandstofverlies, schade of let-sel te voorkomen, moet het appa-raat worden beveiligd tegen kante-len en wegglijden tijdens transportin voertuigen. • Let bij het vervoeren op het ge-wicht van het apparaat en vertil uniet. • Leeg de benzinetank met een ben-zineafzuigpomp voordat u hemtussen twee locaties vervoert. Leegde benzinetank niet in geslotenruimtes, in de buurt van vuur of tij-dens het roken. Gasdampen kun-nen explosies of brand veroorza-ken. • Draag tijdens het transport hand-schoenen en vermijd contact metgevaarlijke onderdelen (bijv. hetemotor, messen). • Zorg ervoor dat het apparaat geenobstakels raakt tijdens transport ofdat deze niet op het apparaat kun-nen vallen.

Plaats geen voorwer-pen op het apparaat en leun niettegen het apparaat. Reiniging, onderhouden opslagWAARSCHUWING. Elektrischeschok. Gevaar voor letsel door on-bedoeld aanlopen van het apparaat. Voer onderhouds- en reinigingswerk-zaamheden altijd bij uitgeschakeldemotor en uitgetrokken bougiestekker(41) uit. Laat reparatiewerkzaamheden en on-derhoud, die niet zijn beschreven indeze handleiding, uitvoeren door eengespecialiseerd service-center. Ge-bruik uitsluitend originele onderdelen. WAARSCHUWING. Gevaar voorverbrandingen. Laat het apparaat af-koelen voor alle onderhouds- en reini-gingswerken. Sommige delen van demotor zijn heet. Algemene instructiesVeiligheidshandschoenen dra-gen• Leg een steun onder het apparaat. • Zorg ervoor dat een tweede per-soon het apparaat vasthoudt, om-dat het risico bestaat dat het terug-kantelt.

• Kantel het apparaat nooit opzij ofnaar voren met een volle benzine-of olietank. Dit leidt tot schade aande motor en doet de garantie ver-vallen. Algemene reiniging en onderhoudaan de onderkant van het apparaat(Fig. A)1. Vouw de bovenste stang (1) in. 2.

Kantel het apparaat naar achterenzodat de bougie (40) naar bovensteekt. ReinigingWAARSCHUWING. Elektrischeschok. Spuit het apparaat nooitschoon met water. AanwijzingBeschadigingsgevaar. Chemischesubstanties kunnen de plastieken de-len van het apparaat aantasten. Ge-bruik geen reinigings- of oplosmidde-len. Reinigen na gebruik (Fig. A)• Gebruik voor het reinigen van demotor geen water, want dit kan hetbrandstofsysteem verontreinigen. • Houd ventilatiesleuven, de motor-behuizing en grepen van het appa-.

NLBE105raat schoon. Gebruik daartoe eenvochtige doek of een borstel. • Reinig in het bijzonder de motor-kap met ventilatieopeningen (vin-gerbescherming) (12). • Houd de motor en de uitlaat vrijvan plantenresten of lekkendesmeermiddelen om brandgevaar tevoorkomen. • Gebruik geen harde of puntigevoorwerpen om schoon te maken. Dat kan namelijk leiden tot schadeaan het apparaat. • Er kan een slang worden aangeslo-ten op de wateraansluitkoppeling(31) om de maaier schoon te ma-ken. Stel hiervoor de laagste maai-hoogte in (Maaihoogte instellen,Pag. 100). • Gebruik een stuk hout of plasticom aanhangend plantenresten teverwijderen van de wielen, de ven-tilatieopeningen, de uitblaasope-ning en het mes. OnderhoudWAARSCHUWING. Gevaar voorverwondingen. Een verkeerd onder-houd kan leiden tot ernstige verwon-dingen.

Instructies• Controleer het apparaat voor elkgebruik op duidelijke gebreken zo-als losse, versleten of beschadig-de onderdelen. Controleer of al-le moeren, bouten en schroevengoed vastzitten. • Controleer de afdekkingen en vei-ligheidsvoorzieningen op schadeen losse zit. Vervang ze indien no-dig. We nemen geen aansprakelijkheid opvoor schade die voortvloeit uit onzeapparaten als deze schade is veroor-zaakt door ondeskundige reparatiesof het gebruik van niet-originele reser-veonderdelen of door oneigenlijk ge-bruik van het apparaat. Motorolie vervangenInstructies• Vervang de motorolie bij lege ben-zinetank en warme motor. • Ververs de motorolie voor de eer-ste keer na ongeveer de eerste 5bedrijfsuren, daarna na elke 50 be-drijfsuren of jaarlijks. • Voer de oude olie op een milieu-vriendelijke wijze af (zie Afvoeren/milieubescherming, Pag. 110). Procedure (Fig. H)1.

NLBE1063. Controleer de ontstekingsaf-stand met behulp van een voeler-maat. De ontstekingsafstand moet0,7-0,8 mm bedragen. 4. Stel de afstand eventueel in, waar-bij u de massa-elektrode van deontstekingsbougie voorzichtigbuigt. 5. Reinig de bougie (40) met eenzachte draadborstel. 6. Schroef ⭮ de gereinigde en afge-stelde bougie er weer in (aanbevo-len aandraaimoment 20 Nm). 7. Vervang een beschadigde bougiedoor een reservebougie. Luchtfilter reinigenAanwijzingDe tweedelige luchtfilter bestaat uit• Luchtfilter fijn(42)• Luchtfilter grof(43)Gebruik het apparaat nooit zonderluchtfilter. Anders kan stof en vuil inde motor dringen en schade veroor-zaken. Luchtfilter verwijderen (Fig. J)1. Open de luchtfilterbehuizing (44)door de ontgrendeling ingedrukt tehouden en het luchtfilterdeksel (13)open te klappen. 2. Verwijder beide luchtfilters (42/43). Luchtfilter reinigen/vervangen1.

Reinig beide luchtfilters (42/43) ineen sopje. 2. Laat de luchtfilters(42/43) drogen. Kneed enkele druppels verse mo-torolie in de luchtfilters (42/43). 3. Vervang een defecte luchtfilter (42/43) door een nieuwe tweedeligeluchtfilter. Luchtfilter monteren (Fig. J)1. Plaats beide luchtfilters (42/43) inde luchtfilterbehuizing (44). 2. Sluit de luchtfilterbehuizing (44)weer door het luchtfilterdeksel (13)dicht te klappen. Dit klikt hoorbaarvast. Messen vervangenAls het mes niet meer scherp is, kanhet door een vakbedrijf worden gesle-pen. Als het mes beschadigd of ver-vormd is, dan moet het worden ver-vangen. WAARSCHUWING. Letselgevaardoor messen. Draag handschoenenals u het mes hanteert. Instructies• Olie- en benzinetank moeten ge-leegd zijn. • Wanneer u de messchroef (47)hebt losgemaakt, moet de span-flens (46) worden vervangen.

Kantel het apparaat naar achterenzodat de bougie (40) naar bovensteekt. 3. Draai het apparaat op zijn zijde. AANWIJZING. Het apparaat magalleen op zijn kant worden gezetals de benzine- en olietanks leegzijn. 4. Doe stevige handschoenen aan enhoud het mes (45) vast. 5. Draai de messchroef (47) tegende klok in ↺ met behulp van eenschroevendraaier los van de moto-ras (48). 6. Bouw het nieuwe mes (45) in om-gekeerde volgorde weer in. Zorgervoor dat het mes (45) juist isgepositioneerd en vlak tegen demotoras (48) ligt. Tussen de mes-schroef (47) en het mes (45) moet.

NLBE107de spanflens (46) worden ge-plaatst.7. Draai het mes (45 Nm) vast.Carburator instellenDe carburator is fabrieksmatig inge-steld voor optimale resultaten. Als deinstellingen moeten worden aange-past, laat dit dan doen door een ge-specialiseerd bedrijf.OnderhoudsintervallenVoer de in de onderstaande tabel ver-melde onderhoudswerkzaamhedenregelmatig uit. Regelmatig onderhoudvan uw apparaat verlengt de levens-duur van het apparaat.

NLBE108*Vaker vervangen bij veel stof of zwa-re vervuilingOpslagWAARSCHUWING. Brandgevaar. Berg het apparaat niet op met eengevulde grasopvanginrichting. Bijwarm weer begint het gras namelijk tegisten. Opmerking• Reinig het apparaat alvorens hetop te bergen. • Houd het apparaat altijd schoon,droog en buiten bereik van kinde-ren. • Laat de motor afkoelen voordat uhet apparaat in een gesloten ruimteopbergt. • Bewaar het apparaat nooit metbenzine in de tank in een gebouwwaar benzinedampen in contactkunnen komen met open vuur ofvonken en kunnen ontbranden. • Gebruik geschikte en goedgekeur-de containers om de brandstof inop te slaan. • Berg het apparaat niet in een nylonzak op, want daar kan zich vochten schimmel opstapelen. Apparaat dichtklappenHoud rekening met het volgende omhet apparaat ruimtebesparend op tebergen:Procedure (Fig. L)1. Maak de startergreep met starter-kabel (27) los. 2.

Draai de vleugelmoeren (10) los diede bovenste stang (1) met de on-derste stang (4) verbinden. 3. Klap de bovenste stang (1) naaronder. Zorg ervoor dat de bow-denkabel (6/5) niet bekneld raakt inhet proces. Opslag tijdens de winterpauzeInstructies• Het negeren van de opslaginstruc-ties kan door brandstofresten in decarburator leiden tot startproble-men of permanente schade. • De benzinetank moet niet wordenleeggemaakt als u aan de benzineeen additief toevoegt. • Maak de tank altijd leeg in openlucht. Procedure1. Start de motor en laat de motorlopen tot alle resterende benzineverbruikt is en de motor stilvalt. 2. Vervang de olie (zie Motorolievervangen, Pag. 105). 3. Verwijder de oude olie en ben-zineresten op een milieuvrien-delijke wijze (zie Afvoeren/milieubescherming, Pag. 110). De motor conserveren (Fig. A/G)1. Draai de bougie (40) eruit (zieOntstekingsbougie onderhouden,Pag.

NLBE110Problem Mögliche Ursache FehlerbehebungVervuild luchtfilter (42/43)Luchtfilter (42/43) ver-vangen (zie Luchtfilterreinigen, Pag.106)Motor rooktTe weinig motorolie inmotorMotorolie bijvullen (zieMotorolie bijvullen,Pag.101)Maaihoogte te laagGrotere maaihoogte in-stellenMes (45) stompMessen (45) laten slijpenof vervangenMaairesultaat niet goed ofmotor draait zwaarMesruimte verstopt Apparaat reinigenMes (45) door gras ge-blokkeerdGras verwijderenMes (45) draait nietMes (45) slecht gemon-teerdMessen (45) correct mon-terenMes (45) slecht gemon-teerdMessen (45) correct mon-terenAbnormale geluiden,klepperen of trillenMes (45) beschadigd Messen (45) vervangenAfvoeren/milieube-schermingVoer het apparaat na afdanking afvolgens de plaatselijke voorschriften.Neem voor meer informatie contactop met de bevoegde instantie.• Gooi afgewerkte olie en benzine-resten niet in het riool of de afvoer.Voer de oude olie- en benzineres-ten milieuvriendelijk af - geef dezeaf op een afvoerpunt.• Voer afgedankte apparaten, toebe-horen en verpakkingsmaterialen opmilieuvriendelijke manier af.• Machines horen niet bij het huis-houdelijk afval.• Leeg de olietank en de benzine-tank zorgvuldig en lever uw appa-raat in bij een recyclingcentrum.• Voer de lege olietank en de legebenzinetank op milieuvriendelijkewijze af.• De gebruikte kunststoffen en me-talen delen kunnen naar soort wor-den gescheiden voor recycling.• Bij andere vragen neemt u contactop met het "servicecenter".Instructies voor hetverwijderen van groenafvalDeponeer gemaaid gras niet in bij hethuisvuil maar verwerkt het als com-post of verdeel het als een laag mulchonder struiken en bomen.ServiceGarantieBeste klant,U krijgt op dit product een garantievan 3 jaar vanaf datum van aankoop.In geval van defecten aan dit producthebt u tegenover de verkoper van hetproduct wettelijke rechten.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Parkside PBRM 51 B2 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden