Parkside PDS 120 B3 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Parkside PDS 120 B3 (64 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 41 mensen. Heb je een vraag over Parkside PDS 120 B3 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Parkside |
| Categorie: | Zaagmachine |
| Model: | PDS 120 B3 |
Handleiding Parkside PDS 120 B3 – volledige tekst
20 NL/BE1. Verklaring van de symbolen op het productLees voorafgaand aan de ingebruik-name de gebruikshandleiding en de veiligheidsvoorschriften!Draag een stofmasker. Tijdens het bewerken van hout en andere materialen kan stof ontstaan die schadelijk is voor de gezondheid. Asbesthoudend materiaal mag niet worden bewerkt!Draag gehoorbescherming. Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn.Draag een veiligheidsbril. Vonken die tijdens het werk ontstaan of vrijkomende houtsplinters, hout-krullen en stof uit het apparaat kunnen leiden tot verlies van het gezichtsvermogen.Let op! Gevaar voor letsel! Raak het draaiende zaagblad niet aan!Schakelaar voor het schakelen tussen handmatige besturing (M), “Stop” positie en voetpedaalbestu-ring (F) (zie 12.4 en 12.5)Het werken met lang haar is verboden. Draag bij lang haar een haarnetje.Het gebruik van handschoenen is verboden.Zaaghoogte max.
bij 45°Aan/uit-schakelaar werklamp slagregelaarm Let op!In deze gebruikshandleiding hebben wij punten, die uw veiligheid betreffen van dit teken voorzienHet product voldoet aan de geldende EU-bepalingen.GEVAARSignaalwoord voor aanduiding van een direct aanwezige, gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft.WAARSCHUW-INGSignaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot de dood of ernstige verwondingen kan leiden.VOORZICHTIGSignaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, tot geringe of matige verwondingen kan leiden.AANWIJZINGSignaalwoord voor aanduiding van een mogelijke gevaarlijke situatie die, indien deze niet wordt vermeden, materiële schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.
21NL/BE2. InleidingFabrikant:Scheppach GmbHGünzburger Straße 69D-89335 IchenhausenGeachte klant,Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uw nieuwe product. Aanwijzing:De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit product of door dit product ontstaan bij:• ondeskundige behandeling,• Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding• Reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen• Inbouw en vervanging van niet-originele reserveonderde-len• Niet-beoogd gebruik• Uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in acht nemen van de elektrische voorschriften en VDE-voorschrif-ten 0100, DIN 57113 / VDE 0113Let op:Lees voor de montage en voor de ingebruikname de complete tekst van de gebruikshandleiding door.
De gebruikshandleiding is bedoeld om het gemakkelijker te maken, uw product te leren kennen en de beoogde toepas-singsmogelijkheden te benutten. De gebruikshandleiding bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het product veilig, vakkundig en economisch werkt en hoe u gevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de betrouwbaarheid en levensduur van het pro-duct verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruiks-handleiding moet u absoluut de voor de werking van het pro-duct geldende voorschriften van uw land in acht nemen. Bewaar de gebruiksaanwijzing bij het product in een plastic hoes, beschermd tegen vuil en vocht. De gebruikshandleiding moet door elke bediener van de machine voor aanvang van de werkzaamheden worden gelezen en zorgvuldig worden nageleefd.
Aan het product mogen alleen personen werken, die voor het gebruik van het product geïnstrueerd en over de daarmee ver-bonden gevaren geïnformeerd zijn. De vereiste minimumleeftijd moet in acht worden genomen.
Naast de in deze gebruikshandleiding opgenomen veilig-heidsvoorschriften en de bijzondere voorschriften van uw land moet u de algemeen erkende technische voorschriften in acht nemen voor de werking van producten van hetzelfde type. Wij kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor ongeval-len of schade, veroorzaakt door niet-naleving van deze hand-leiding of de veiligheidsvoorschriften. 3. Productbeschrijving (afb. 1 - 16)1. afblaasinrichting2. houder (afblaasinrichting)3. Kartelschroef4. bevestiging (zaagbladbescherming)5. Zaagbladbescherming6. Zaagtafel7. Voetpedaal8. Deksel links9. Bewaarbox10. opslagplekken11. Spanhendel12. draagarm13. gradenverdeling14. Kartelmoer15. Afzuigaansluiting16. Aan/uit-schakelaar17. Keuzeschakelaar werkmodus18. slagregelaar19. Montagepunten (rubbervoeten voorgemonteerd)20. werklamp21. Aan/uit-schakelaar werklamp22. Zaagblad23. Inbussleutel 3 mm24.
22 NL/BE4. Inhoud van de levering (afb. 5. 1, 5. 2, 6)Pos. Aantal AanduidingA 1x decoupeerzaag5 / 24 1x Zaagbladbescherming met neerhouder 25 1x Schroef (neerhouder)1 1x afblaasinrichting22 4x Zaagblad voor hout en kunst-stoffen31 1x hoek1x Boorsjabloon23 1x Inbussleutel 3 mmE 4x Zeskantbout M8 x 50D 4x Zeskantmoer M8C 8x Onderlegringen1x Originele gebruikshandleiding5. Beoogd gebruikDe decoupeerzaag wordt gebruikt voor het zagen van kan-tige houtblokken of andere materialen zoals bijv. plexiglas, GFK, schuimstof, rubber, leer en kurk. Gebruik de zaag niet voor het zagen van rond materiaal. Rond materiaal kan snel kantelen. Het product mag uitsluitend voor het beoogde doel worden gebruikt. Elk ander of verdergaand gebruik is niet volgens de voorschriften. De gebruiker/bediener en niet de fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel.
Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de monta-gehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleiding maken deel uit van het beoogd gebruik. Personen die het product gebruiken of onderhoud aan het pro-duct verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren. Bovendien moeten de van kracht zijnde voorschriften ter voor-koming van ongevallen strikt worden nageleefd. Andere algemene arbo-, gezondheids- en veiligheidsvoor-schriften moeten in acht worden genomen. De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan het product worden aangebracht en de hieruit voortvloeiende schade. Het product mag uitsluitend met de originele onderdelen en originele accessoires van de fabrikant worden gebruikt.
De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van de fabrikant alsook de in de technische gegevens aangegeven afmetingen moeten in acht worden genomen. Let erop dat onze producten volgens het beoogd gebruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepassin-gen zijn ontworpen.
Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid wanneer het product in bedrijfsmatige, ambachtelijke of in-dustriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden worden ingezet. • Er mogen uitsluitend voor de machine geschikte zaagbla-den worden gebruikt. • Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de mon-tagehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshand-leiding maken deel uit van het beoogd gebruik. • Personen die de machine bedienen of die onderhoud aan de machine verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op de hoogte zijn van de mogelijke gevaren. • Bovendien moeten de van kracht zijnde voorschriften ter voorkoming van ongevallen strikt worden nageleefd. • Andere algemene arbo-, gezondheids- en veiligheidsvoor-schriften moeten in acht worden genomen. • De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aan de machine worden aangebracht en de hieruit voortvloei-ende schade. 6.
Algemene veiligheidsvoorschrif-tenAlgemene veiligheidsvoorschriften voor elektri-sche apparatenm WAARSCHUWING. Lees alle veiligheidsvoor-schriften, aanwijzingen, afbeeldingen en techni-sche gegevens die bij dit elektrische gereedschap zijn meegeleverd. Nalatigheden bij het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kunnen elektrische schok, brand en/of ernstige verwondingen veroorzaken. Bewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwij-zingen voor toekomstig gebruik. Het in de veiligheidsvoorschriften gebruikte begrip „Elektrisch gereedschap“ is van toepassing op netgevoed elektrisch gereedschap (met netsnoer) of op accugevoed elektrisch ge-reedschap (zonder netsnoer).
23NL/BEf) Als het gebruik van het elektrische gereed-schap in een vochtige omgeving niet kan worden vermeden, gebruik dan een aardlek-schakelaar. Het gebruik van een aardlekschakelaar voorkomt het risico op een elektrische schok. Veiligheid van personena) Wees altijd voorzichtig, let op waar u mee bezig bent en ga verstandig te werk bij werk-zaamheden met elektrisch gereedschap. Maak geen gebruik van elektrisch gereed-schap als u moe bent of onder invloed bent van drugs, alcohol of medicamenten. Een mo-ment van onachtzaamheid bij gebruik van het elektri-sche gereedschap kan leiden tot ernstig letsel. b) Draag persoonlijke beschermingsmiddelen en ook altijd een veiligheidsbril.
Het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals een stofmas-ker, antislip-veiligheidsschoenen, een veiligheidshelm of gehoorbescherming, al naar gelang het soort gereed-schap en de toepassing ervan, verkleint het risico op verwondingen. c) Vermijd ingebruikname zonder toezicht. Con-troleer of het elektrisch gereedschap is uitge-schakeld voordat u het op de stroomvoorzie-ning en/of de accu aansluit, het gereedschap oppakt of draagt. Als u tijdens het dragen van het elektrische gereedschap uw vinger op de schakelaar hebt of het reeds ingeschakelde elektrische apparaat op de stroomvoorziening aansluit, kan dit tot letsel en ongevallen leiden. d) Verwijder instelgereedschap of de moersleu-tel, voordat u het elektrische gereedschap inschakelt. Een gereedschap of sleutel dat/die zich in een draaiend onderdeel van het elektrische gereed-schap bevindt, kan verwondingen veroorzaken.
e) Voorkom een onnatuurlijke lichaamshou-ding. Zorg voor een stabiele positie en zorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Daardoor kunt u het elektrische gereedschap in onverwachte situaties beter onder controle houden. f) Draag geschikte kleding. Draag geen wijde kleding of sieraden. Houd haren en kleding uit de buurt van bewegende delen.
Loszittende kleding, sieraden of lange haren kunnen worden vastge-grepen door bewegende delen. Veiligheid op de werkpleka) Houd uw werkomgeving schoon en goed ver-licht. Rommel of slecht verlichte werkplaatsen kunnen leiden tot ongevallen. b) Werk met het elektrisch gereedschap niet in een explosiegevaarlijke omgeving, waarin zich brandbare vloeistoffen, gas of stof be-vinden. Elektrisch apparaat produceert vonken, waar-door stof of dampen kunnen ontbranden. c) Houd kinderen en andere personen tijdens het gebruik uit de buurt van het elektrische gereedschap. Bij afbuiging kunt u de controle over het elektrische apparaat verliezen. Elektrische veiligheida) De aansluitstekker van het elektrische ge-reedschap moet in het stopcontact passen. De stekker mag op geen enkele wijze worden gewijzigd. Gebruik geen adapterstekker samen met geaard elektrisch gereedschap.
Ongewijzigde stekkers en passende stopcontacten ver-minderen het risico op elektrische schok. b) Let op dat u geen fysiek contact maakt met geaarde onderdelen zoals bijv. buizen, radi-atoren, elektrische haarden, koelkasten. Er bestaat een verhoogd risico op een elektrische schok als uw lichaam geaard is. c) Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regen of vocht. Het indringen van water in een elek-trisch apparaat vergroot het risico op een elektrische schok. d) Gebruik het netsnoer niet om het elektrische gereedschap te dragen, aan op te hangen of om de stekker uit het stopcontact te trek-ken. Houd het netsnoer uit de buurt van hitte, scherpe randen of bewegende van het appa-raat. Beschadigde of opgewikkelde snoeren verhogen het risico op een elektrische schok.
e) Als u met een elektrisch gereedschap in de open lucht werkt, gebruik dan alleen een ver-lengsnoer dat ook geschikt is voor gebruik buitenshuis. De toepassing van een voor buitenshuis gebruik geschikt verlengsnoer vermindert het risico op een elektrische schok.
24 NL/BEf) Houd snijgereedschap scherp en schoon. Zorgvuldig onderhouden snijgereedschap met scherpe snijranden klemt minder snel vast en is makkelijker te gebruiken. g) Gebruik elektrische apparaten, inzetstuk, inzetstukken etc. overeenkomstig deze aan-wijzingen. Houd daarbij rekening met de omstandigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werkzaamheden. Het gebruik van elektrisch gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan leiden tot gevaar-lijke situaties. h) Houd grepen en greepoppervlakken droog, schoon en vrij van olie en vet. Als grepen en greepoppervlakken glad zijn, kan het elektrisch gereed-schap in onvoorziene situaties niet veilig bediend en onder controle gehouden worden. Servicea) Laat uw elektrisch gereedschap uitsluitend door gekwalificeerd deskundig personeel repareren met uitsluitend originele reserve-onderdelen.
Hiermee wordt de veiligheid van het elektrische gereedschap gewaarborgd. Speciale veiligheidsvoorschriften voor decou-peerzagen• In een noodgeval de machine direct uitschakelen en de voedingsstekker loskoppelen. • Neem deze aanwijzingen in acht, voor en terwijl u met de zaag werkt. • Gebruik de zaag niet voor het zagen van brandhout. • De machine is voorzien van een veiligheidsschakelaar te-gen herinschakelen van de machine na spanningsuitval. • Controleer bij toepassing van een verlengsnoer, of de dia-meter voldoende is voor de stroomopname van de zaag. Minimale diameter 1,5 mm2. • Kabeltrommel alleen in afgerolde toestand gebruiken. • Personen die aan of met de machine werken, mogen niet worden afgeleid. • De zaagbladen mogen na het uitschakelen van de aan-drijving niet worden afgeremd door er zijdelings tegenaan te drukken.
g) Als stofafzuig- en -opvanginrichtingen kunnen worden gemonteerd, moeten deze worden aangesloten en juist worden toegepast. Het ge-bruik van een stofafzuiging kan gevaar door stof verminde-ren. h) Voorkom een vals gevoel van zekerheid en houd u altijd aan de veiligheidsvoorschriften voor elektrische apparaten, ook als u erva-ren bent met het elektrisch apparaat. Achte-loos handelen kan in een fractie van een seconde tot ernstige verwondingen leiden. Gebruik en behandeling van het elektrische ge-reedschapa) Zorg dat het elektrische gereedschap niet overbelast raakt. Gebruik voor de werkzaam-heden het daarvoor bedoelde elektrische ge-reedschap. Met het juiste elektrische apparaat werkt u beter en veiliger in het aangegeven vermogensbereik. b) Gebruik geen elektrisch apparaat, waarvan de schakelaar defect is.
Een elektrisch gereed-schap, dat niet meer in- of uitgeschakeld kan worden, is gevaarlijk en moet gerepareerd worden. c) Trek de stekker uit het stopcontact en/of ver-wijder de uitneembare accu voordat u de ap-paraatinstellingen wijzigt, inzetstukken ver-vangt of het elektrische apparaat weglegt. Deze voorzorgsmaatregel voorkomt dat het elektrische gereedschap per ongeluk wordt gestart. d) Bewaar niet-gebruikte elektrische apparaten buiten bereik van kinderen. Laat het elektrisch apparaat niet gebruiken door personen die er niet mee vertrouwd zijn of deze aanwijzin-gen niet hebben gelezen. Elektrische apparaten zijn gevaarlijk als deze door onervaren personen worden gebruikt. e) Voer zorgvuldig onderhoud uit aan elektri-sche apparaten en inzetstukken.
Controleer of bewegende delen probleemloos functio-neren en niet klemmen, of onderdelen gebro-ken of beschadigd zijn, waardoor de functie van het elektrische gereedschap wordt be-invloed. Laat beschadigde onderdelen voor gebruik van het elektrische apparaat eerst repareren. Veel ongevallen ontstaan door slecht on-derhouden elektrische apparaten.
25NL/BE• Plaats het zaagblad altijd dusdanig dat de tanden omlaag richting de zaagtafel wijzen. • Neem altijd een juiste bladspanning in om het scheuren van de zaagbladen te vermijden. • Ga altijd bijzonder voorzichtig te werk bij het zagen van materiaal met onregelmatige zaagprofielen. • Bij het terugtrekken van het werkstuk kunnen de tanden in de zaagsnede vasthaken, met name als het zaagsel de zaagsnede blokkeren. In dit geval moet u de zaag afstel-len, de stekker loskoppelen, met een wig de zaagsnede openen en het werkstuk wegtrekken. • Verlaat de werkplek nooit zonder de zaag eerst uit te scha-kelen. Wacht tot de zaag tot stilstand is gekomen. • Plaats, lijm of bouw geen onderdelen op de werktafel sa-men als de zaag draait. • Zaag pas na het vrijmaken van de werktafel van materi-aalresten en gereedschap inschakelen.
Laat alleen het te bewerken werkstuk en eventuele werkmiddelen (wiggen) op de werktafel. • Draag altijd een veiligheidsbril. • Houd de vingers op een veilige afstand van het zaagblad. • Geleid het werkstuk veilig en stevig en laat het op geen enkel moment losser. • Verlaat de werkplek nooit zonder eerst de zaag uit te schakelen. • Laat het feit dat u vertrouwd bent met de zaag niet tot on-achtzaamheid leiden. Door onachtzaamheid kan er reeds in een fractie van een seconde ernstig letsel ontstaan. Waarschuwing. Dit elektrisch apparaat genereert een elektromagnetisch veld als het is ingeschakeld. Dit veld kan onder bepaalde omstandigheden interfereren met actieve of passieve medische implantaten.
Om het risico op ernstig of dodelijk letsel te beperken, raden we personen met medische implantaten aan om hun arts en de fabrikant van het medische implantaat te raadplegen voordat het elektrische apparaat wordt gebruikt. Bewaar de veiligheidsvoorschriften zorgvuldig. 7. Restrisico‘sHet product is vervaardigd volgens de stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels.
Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn van enkele restrisico‘s. • Gevaar voor de gezondheid, veroorzaakt door elektriciteit bij gebruik van onjuiste snoeren. • Bovendien kunnen er ondanks alle getroffen voorzienin-gen verborgen restrisico‘s bestaan. • Gebruik geen zaagbladen die niet overeenkomen met de in deze gebruikshandleiding aangegeven specificaties. • Controleer of alle voorzieningen die het zaagblad afdek-ken correct werken. • De veiligheidsvoorzieningen van de machine mogen niet worden gedemonteerd of onbruikbaar worden gemaakt. • Beschadigde of defecte veiligheidsvoorzieningen dienen onverwijld te worden vervangen. • Zaag geen werkstukken die te klein zijn om ze nog goed met uw hand vast te kunnen houden. • Belast de machine niet zodanig dat ze stil komt te staan. • Druk het werkstuk altijd stevig tegen het werkblad aan.
• Verwijder nooit losse houtsplinters, spaanders of vastzit-tende houtstukken als het zaagblad draait. • Voor het oplossen van storingen aan het geblokkeerde inzetstuk moet de machine inzetstuk de machine worden uitgeschakeld. Netstekker loskoppelen. Verwijder de blok-kade. Let op. Gevaar voor letsel door zaagblad. Draag veiligheidshandschoenen. Voer een testrun zonder werk-stuk uit. Let op dat er geen ongewone geluiden of schom-melingen optreden. Als dit het geval is, moet het apparaat worden uitgeschakeld en moet contact worden opgeno-men met de fabrikant. • Voer ombouw-, instellings-, meet- en reinigingswerkzaam-heden uitsluitend bij uitgeschakelde motor uit. Netstekker loskoppelen. • Controleer voor het inschakelen of de sleutel en het instel-gereedschap zijn verwijderd.
• Bij het verlaten van de werkplek moet de motor altijd wor-den uitgeschakeld en de stekker uit het contact getrokken. • Elektrische installaties, reparaties en onderhoudswerk-zaamheden mogen uitsluitend door bevoegde technici worden uitgevoerd.
• Alle beschermings- en veiligheidsvoorzieningen moeten direct worden teruggeplaatst nadat de reparatie of het onderhoud is voltooid. • De veiligheids-, werk- en onderhoudsinstructies van de fabrikant en de in de technische gegevens aangegeven afmetingen moeten in acht worden genomen. • De relevante ongevallenpreventievoorschriften en alle ove-rige algemeen erkende veiligheidstechnische voorschriften moeten in acht worden genomen. • De zaag is uitsluitend bestemd voor opstelling binnenshuis. • Werkstukken die kleiner zijn dan de zaagbladbescher-ming, kunnen tot letsel aan handen en vingers leiden. Ge-bruik geschikte hulpmiddelen. • Vermijd verkrampte handposities bij het geleiden van het werkstuk en posities waarbij het wegglijden van de hand direct in het zaagblad zou leiden.
26 NL/BEOm de motor niet ontoelaatbaar te verwarmen, mag de motor 30% van de cyclusduur met het aangegeven nominale vermo-gen worden gebruikt en moet vervolgens 70% van de cyclus-door zonder last doorlopen. GeluidsemissiewaardenGeluidDe geluidswaarden zijn overeenkomstig EN 62841 bepaald. Draag gehoorbescherming. Het effect van lawaai kan gehoorverlies zijn. Geluidsdrukniveau LpA. 66,9 dBOnzekerheid KpA. 3 dBGeluidsvermogensniveau LWA. 79,9 dBOnzekerheid KWA. 3 dB• De opgegeven totale trillingswaarde en de opgegeven geluidsemissiewaarde zijn gemeten volgens een standaard-testmethode en kunnen worden gebruikt om elektrische ap-paraten met elkaar te vergelijken. • De opgegeven totale trillingswaarde en de opgegeven ge-luidsemissiewaarde kunnen ook worden gebruikt als eerste indicatie van de belasting.
• De trillings- en geluidsemissies kunnen van de opgegeven waarde afwijken wanneer de machine daadwerkelijk wordt gebruikt. Dit is afhankelijk van de wijze waarop het elek-trisch apparaat wordt gebruikt en de aard van het werkstuk dat wordt bewerkt. • Het is noodzakelijk om veiligheidsmaatregelen vast te stel-len om de gebruiker te beschermen, op basis van een eerste indicatie van de trillingsbelasting tijdens de gebruiksomstan-digheden (hierbij moeten alle onderdelen van de bedrijfscy-clus in aanmerking worden genomen (zoals de tijd dat de machine uitgeschakeld is en de tijd waarin deze ingescha-keld is, maar onbelast draait). Neem bij de betreffende werkplekwaarden ook mogelijke afwijkingen van land tot land in acht. De vermelde informatie stelt de gebruiker echter in staat, een betere inschatting van gevaren en risico‘s te maken. Beperk de geluidsproductie tot een minimum.
• Gebruik uitsluitend goed functionerende apparaten. • Onderhoud en reinig het apparaat regelmatig. • Pas uw werkwijze aan het apparaat aan. • Zorg dat het apparaat niet overbelast raakt. • Laat het apparaat eventueel controleren.
• Schakel het apparaat uit als deze niet in bedrijf is. • Restrisico‘s kunnen worden geminimaliseerd als de veilig-heidsvoorschriften en het gebruik conform de voorschriften alsook de gebruikshandleiding in acht worden genomen. • Voorkom het onvoorzien opstarten van het product: Bij het insteken van de stekker in het stopcontact, mag de start-knop niet worden ingedrukt. Gebruik het inzetstuk dat in deze gebruikshandleiding wordt aanbevolen. U verkrijgt dan optimale prestaties met uw product. • Houd uw handen buiten de werkomgeving, wanneer het product in bedrijf is. • Longschade, als geen geschikt stofmasker wordt gedra-gen. • Gehoorschade, als de voorgeschreven gehoorbescher-ming niet wordt gedragen. • Gevaar voor ongevallen door contact met de handen in het niet-afgeschermde zaaggebied van het werkstuk. • Gevaar voor letsel bij gereedschapswissel (gevaar voor snijwonden).
• Beknellen van de vingers. • Gevaar door terugslag. • Kantelen van het werkstuk door een te klein oplegopper-vlak van het werkstuk. • Aanraken van het snijwerktuig. • Wegslingeren van takken en werkstukdelen. 8. Technische gegevensNetspanning. 220-240 V~/50 HzOpgenomen vermogen. 80 Watt (S1*). 120 Watt (S6 30%**)Aantal slagen. 500-1700 min-1Hefbeweging. 12 mmStandvlak. 630 x 295 mmTafel zwenkbaar. 0° tot 45° naar linksTafelgrootte. 415 x 255 mmZaagbladlengte ca. 134 mmReikwijdte. 406 mmZaaghoogte max. bij 0°. 50 mmZaaghoogte max. bij 45°. 22 mmmin. maat werkstuk B x H. 100 x 22 mmmax. maat werkstuk B x H. 400 x 50 mmBeschermingsgraad. IP X0Gewicht. 13,3 kg*Bedrijfsmodus S1:Continubedrijf bij constante belasting** Bedrijfsmodus S6 30%:Ononderbroken periodieke bedrijf (cyclusduur 10 min).
27NL/BE10. 2 Montage van de zaagbladbescherming (5) (afb. 1 + 7)1. Draai de kartelschroef (3) tegen de klok in totdat de draad niet meer in het boorgat steekt. 2. Verwijder de schroef (neerhouder) (25) en neem de neerhouder (24) eruit. Gebruik hiertoe een kruiskop-schroevendraaier (niet bij de levering inbegrepen). 3. Steek de bevestiging (zaagbladbescherming) (4) in het boorgat. 4. Klem de bevestiging (zaagbladbescherming) (4) vast door de kartelschroef (3) aan te draaien. 5. Verwijder het zaagblad zoals beschreven onder 11. 1. 4. 6. Bevestig de neerhouder (25) met behulp van de schroef (neerhouder) (25) aan de bevestiging (zaagbladbe-scherming) (4). Gebruik hiertoe een kruiskopschroeven-draaier (niet bij de levering inbegrepen)7. Plaats het zaagblad, zoals beschreven onder 11. 1. 5,. 10.
3 Montage van de decoupeerzaag op een werkbankVoor de montage heb je nodig:Inhoud van de levering:• Zeskantbout M8 (4x) (E)• Zeskantmoer M8 (4x) (D)• Onderlegring Ø 8,4 mm (8x) (C)• Boorsjabloon De lengte van de te gebruiken schroeven varieert met de dikte van de tafelplaat. WAARSCHUWINGGevaar voor letsel. Trek bij alle montagewerkzaamheden aan de decoupeerzaag altijd de stekker uit het stopcontact. 1. Monteer de decoupeerzaag (A) op een massieve werk-tafel van hout. Hierdoor kan een sterke geluidsproductie door trillingen worden vermeden. 2. Markeer de boorgaten (zie afb. 5. 2) met behulp van het bijgevoegde boorsjabloon. 3. Boor 4 gaten (diameter 8 mm) in de werktafel (B). 4. Schroef de decoupeerzaag met de werktafel (B) met de zeskantbout (E) door de montagepunten (afb. 3 pos. 19) in de onderstaande volgorde (afb. 5.
1) vast: - D Zeskantmoer - C Onderlegring - A Decoupeerzaag - B Werktafel - C Onderlegring - E ZeskantboutGeschikte zaagbladenEr kunnen in de handel verkrijgbare zaagbladen met een mini-mumlengte van 127 mm met en zonder stift worden gebruikt. 9. Uitpakken• Open de verpakking en verwijder het product voorzichtig.
• Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpak-kings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden). • Controleer of de inhoud van de levering volledig is. • Controleer het product en de hulpstukken op transport-schade. Bij klachten moet direct contact worden opgeno-men met de expediteur. Reclamaties op een later tijdstip worden niet erkend. • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrij-ken van de garantietijd. • Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met het product aan de hand van de gebruikshandleiding. • Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveonder-delen uitsluitend originele onderdelen. Reserveonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier. • Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsook type en bouwjaar van het product aan. m WAARSCHUWING. Het product en verpakkingsmateriaal zijn geen kinderspeelgoed.
Kinderen mogen niet met plas-tic zakken, folies en kleine onderdelen spelen. Er bestaat gevaar voor inslikken en verstikkingsge-vaar. 10. Voor de ingebruikname10. 1 Algemene aanwijzingen• Voor ingebruikname moeten alle afdekkingen en veilig-heidsvoorzieningen conform de voorschriften zijn gemon-teerd. • Het zaagblad moet vrij kunnen draaien. • Let bij al bewerkt hout op vreemde voorwerpen, zoals bijv. spijkers of schroeven enz. • Controleer, voordat u op de aan/uit-schakelaar drukt, of het zaagblad correct gemonteerd is en of de bewegende delen soepel lopen. • Overtuig u voor het aansluiten van de machine, dat de gegevens op het typeplaatje overeenkomen met de gege-vens van het stroomnet. • Sluit de machine alleen aan op een correct geïnstalleerd geaard stopcontact dat met minimaal 10A is gezekerd.
28 NL/BE11. 1. 3 Plaatsen van het zaagblad zonder pen-nen (optioneel)De tanden van het zaagblad moeten altijd omlaag wijzen. 1. Bevestig eerst het zaagblad (22) in de onderste zaag-bladhouder (30). Om het zaagblad (22) vast te zetten, draai de onderste zaagbladklemschroef (29) met de inbussleutel (23) vast. 2. Druk de draagarm (12) iets omlaag. Fixeer het andere einde van het zaagblad (22) in de bovenste zaagblad-houder (27) (zie afb. 9). 3. Fixeer het zaagblad (22) met de bovenste zaagblad-klemschroef (28) (zie afb. 10). 4. Span het zaagblad (22) met de spanhendel (11) door deze weer naar beneden te drukken. Controleer de spanning van het zaagblad (22). Als de spanning te gering is, kunt u deze door rechtsom draaien van de spanhendel (11) verhogen. Ontspan hierbij eerst weer de spanhendel (11). 5. Plaats het tafelinzetstuk (26) weer terug. (zie 11. 1. 1)11. 1.
4 Verwijderen van het zaagblad met pennen1. Om het zaagblad (22) te verwijderen, verwijder het ta-felinzetstuk (26) naar boven. (zie 11. 1. 1)2. Haal eerst de spanning er af door de spanhendel (11) omhoog te klappen. Verminder de spanning verder door rechtsom te draaien. 3. Houd het zaagblad goed vast en druk de draagarm (12) iets omlaag (zie afb. 9). 4. Trek het zaagblad uit de bovenste en onderste zaag-bladhouder (27/30). 11. 1. 5 Plaatsen van het zaagblad met pennenDe tanden van het zaagblad moeten altijd omlaag wijzen. 1. Breng het einde van het zaagblad (22) door het boorgat in de tafel. Breng de pennen van het zaagblad (22) in de overeenkomstige uitsparingen van de bovenste en onderste zaagbladhouder (27/30). 2. Plaats eerst het zaagblad (22) in de onderste zaagblad-houder (30). 3. Druk de draagarm (12) iets omlaag (zie afb. 9).
Plaats eerst het zaagblad (22) in de onderste zaagbladhouder (27). 4. Controleer de positie van de zaagbladpinnen in de zaagbladhouders (27/30). 5. Span het zaagblad (22) met de spanhendel (11) door deze weer naar beneden te drukken. Controleer de spanning van het zaagblad (22).
Als de spanning te gering is, kunt u deze door rechtsom draaien verhogen. Ontspan hierbij eerst weer de spanhendel (11). 6. Plaats het tafelinzetstuk (26) weer terug. (zie 11. 1. 1)5. Haal de zeskantmoeren (D) goed aan. 11. MontageWAARSCHUWINGGevaar voor letsel. Trek bij alle montagewerkzaamheden aan de decoupeerzaag altijd de stekker uit het stopcontact. 11. 1 Montage/vervanging van het zaagblad (afb. 1, 8-11)WAARSCHUWINGOm letsel door onbedoeld starten te voorkomen: Druk voor het verwijderen of vervangen van het zaagblad altijd de toets “0” in en trek de stekker uit het stopcontact. 11. 1. 1 Tafelinzetstuk verwijderen/plaatsen1. Draai de kartelschroef (3) los. 2. Stel de zaagbladbescherming (5) geheel naar boven. 3. Reik onder de zaagtafel (6) en duw het tafelinzetstuk (26) naar boven. 4. Nu kan het tafelinzetstuk (26) worden verwijderd.
Let bij het plaatsen van het tafelinzetstuk (26) op de positie van de zaagsnede. Het tafelinzetstuk (26) moet worden ge-plaatst zoals in afb. 8 weergegeven. Anders kan de machine bij versteksnedes beschadigd raken. 11. 1. 2 Verwijderen van het zaagblad zonder pennen (optioneel)1. Om het zaagblad (22) te verwijderen, verwijder het ta-felinzetstuk (26) naar boven. (zie 11. 1. 1)2. Haal eerst de spanning er af door de spanhendel (11) omhoog te klappen. Door het draaien van de spanhen-del (11) rechtsom kan de spanning, indien nodig, verder worden gereduceerd. 3. Druk de draagarm (12) iets omlaag (zie afb. 9). 4. Draai de bovenste zaagbladklemschroef (28) los. 5. Houd nu het zaagblad vast, omdat deze anders in het apparaat valt (zie afb. 10). 6. Draai de onderste zaagbladklemschroef (29) los met de inbussleutel (23) (zie afb. 11). 7. Verwijder het zaagblad van bovenaf.
29NL/BE11. 4 Montage van de neerhouder (afb. 6, 7)AANWIJZING:Voor de montage van de neerhouder (24) moet de af fabriek voorgemonteerde zaagblad (22) worden verwijderd (zie 11. 1). 1. Verwijder het zaagblad (22), zoals beschreven onder 11. 1. 2. Verwijder de neerhouder (24) van de bevestiging (4). Draai de schroef (25) volledig los met behulp van een kruiskopschroevendraaier (niet bij de levering inbegre-pen) (zie afb. 6). 3. Breng de houder (4) in de opening (zie afb. 7). 4. Fixeer de houder (4) met de kartelschroef (3). 5. Monteer de neerhouder (24) op de bevestiging (4). Steek de schroef (25) op de bevestiging (4). Haal de schroef (25) met een kruiskopschroevendraaier (niet bij de leve-ring inbegrepen) aan. 6. Plaats het zaagblad (22) weer terug, zoals onder 11. 1 beschreven. 7. Let op dat de neerhouder (24) het zaagblad (22) niet aanraakt. 11. 4.
1 Instellen van de neerhouderAANWIJZING: De neerhouder (24) moet altijd overeen-komstig de werkstukhoogte worden aangepast. Het werkstuk mag hierbij niet worden vastgeklemd, maar moet vrij beweeg-baar zijn. De neerhouder (24) dient als borging, dat het werk-stuk niet naar boven kan worden getrokken en daarbij het zaagblad (22) vernield. 1. Draai voor het instellen van het neerhouder (24) de kar-telschroef (3) los. 2. Stel de neerhouder (24) in op de hoogte van het werk-stuk. 3. Haal de kartelschroef (3) weer vast. 11. 5 Montage van de afblaasinrichting (afb. 8)1. Controleer of de zaagbladbescherming (5) omlaag is geklapt. 2. Schroef de afblaasinrichting (1) rechtsom op de houder (2), zoals in afb. 8 weergegeven. 11. 6 Spanenafzuiging (afb. 13)LET OP: Bedien het product alleen met een geschikte spa-nenafzuiginstallatie. Gebruik geen huishoudstofzuiger.
2 Controle van de spanning van het zaagbladWAARSCHUWINGControleer de bladspanning regelmatig en ook na het plaatsen van een zaagblad. Span het zaagblad na montage, door de spanhendel (11) omlaag te drukken. Mocht de bladspanning te laag of te hoog zijn, gaat u als volgt te werk:1. Klap de spanhendel (11) omhoog. 2. Draai de spanhendel (11) rechtsom om de spanning te verhogen en linksom om deze te verlagen. 3. Druk de spanhendel (11) weer omlaag, om de instelling te fixeren. Het zaagblad moet, bij een juiste spanning, een zachte toon geven bij het “aantikken”, net als bij een snaar. 11. 3 Fijninstelling van de hoekschaal (afb. 12; 12. 1)LET OPControleer de instelling van de hoekschaal, voordat u met het apparaat werkt. 1. Draai de borgmoer van de stelschroef (37) met behulp van een beksleutel SW8 (niet bij de levering inbegre-pen) los. 2.
Gebruik voor het instellen van de zaagtafel een 90°-hoek (31). Leg deze op de zaagtafel en tegen het zaag-blad (afb. 12). 3. Draai de kartelmoer (14) los. De stelschroef (37) zover verstellen, tot de hoek tussen zaagblad (22) en zaagta-fel (6) 90° bedraagt. 4. Draai de kartelmoer (14) en de borgmoer van de stel-schroef (37) weer vast. 5. Draai de schroef (32) los en draai de aanwijzer (33) op de 0°-markering. 6. Voer een testsnede uit. Controleer de hoek op het werk-stuk met een winkelhaak. Stel eventueel de aanwijzer (33) af.
30 NL/BE12. 5 Werkmodi (afb. 1, 2)De decoupeerzaag kan met de hand of met het voetpedaal worden bediend. 12. 5. 1 Handmatige bediening1. Controleer of de machine is ingeschakeld. 2. Zet de keuzeschakelaar werkmodus (17) op de positie “M” om de zaag met de hand te bedienen. 3. Stel de slagregelaar (18) in op een voor het materiaal geschikte aantal slagen (zie 12. 4). 12. 5. 2 Besturing met het voetpedaal1. Controleer of de machine is ingeschakeld. 2. Zet de keuzeschakelaar werkmodus (17) op de positie “F” om de zaag met het voetpedaal (7) te bedienen. 3. Het aantal slagen kan nu worden geregeld met de pedaalstand. Als u het voetpedaal (7) volledig intrapt, heeft u het maximaal aantal slagen. VOORZICHTIGBij het omzetten van besturing met het voetpedaal naar be-sturing met de hand start de machine automatisch.
Het aantal slagen komt overeen met het op de slagregelaar (18) inge-stelde aantal slagen. 12. 5. 3 Stop-positieAls de keuzeschakelaar Werkmodus (17) in positie Stop (mid-delste stand) wordt gezet, stopt de machine. VOORZICHTIGDe machine is in deze positie niet uitgeschakeld. Bij het omzet-ten van besturing met het voetpedaal naar besturing met de hand start de machine automatisch. Het aantal slagen komt overeen met het op de slagregelaar (18) ingestelde aantal slagen. 12. 6 Uitvoeren van uitsparingenMet deze decoupeerzaag zijn uitsparingen in werkstukken mogelijk, zonder dat de buitenzijde of de omvang van het werkstuk beschadigd wordt. Sluit een geschikte spanenafzuiginstallatie (niet bij de leve-ring inbegrepen) op de afzuigmof (15) aan (zie afb. 13, af-beelding dient als voorbeeld). LET OP: Controleer en reinig regelmatig de afzuigkanalen. 12. Bediening12.
1 Algemene aanwijzingen• De zaag snijdt het hout niet zelfstandig. De gebruiker maakt het zagen mogelijk door geleiding van het hout in het bewegende zaagblad. • De tanden zagen het hout alleen bij neerwaartse slag.
• Het hout moet langzaam in het zaagblad worden ge-voerd, omdat de tanden van het zaagblad zeer klein zijn. • Elke persoon die met de zaag wil werken, heeft een be-paalde leertijd nodig. Tijdens deze periode zullen gega-randeerd enkele bladen breken. • Tijdens het zagen van dikke houtblokken moet met name in acht worden genomen dat het zaagblad niet wordt verbo-gen of verdraaid. • Door een voorzichtige werkwijze wordt de levensduur van het zaagblad verhoogd. 12. 2 Aan/uit-schakelaar (16) (afb. 2)• Inschakelen: Druk op de toets “I”. • Uitschakelen: Druk op de toets “0”. LET OPDe machine is voorzien van een veiligheidsschakelaar tegen herinschakelen van de machine na spanningsuitval. Als de decoupeerzaag is ingeschakeld en de stroomvoorzie-ning wordt onderbroken, blijft de decoupeerzaag uitgescha-keld, ook als de stroomvoorziening weer wordt hersteld.
Voor het inschakelen drukt u opnieuw op toets “I”. 12. 3 Bedrijf werklamp (afb. 4)1. Bedien de aan/uit-schakelaar (21) om de werklamp (20) aan en uit te schakelen. 12. 4 Regelaar aantal slagen (afb. 2)Met de regelaar aantal slagen (18) kunt u het aantal slagen overeenkomstig het te zagen materiaal instellen. Voor zacht materiaal adviseren wij een hoger aantal slagen, voor hard materiaal een lager aantal slagen. Draai de regelaar aantal slagen (18) rechtsom om het aantal slagen te verhogen. Draai de slagregelaar linksom om het aantal slagen te verlagen.
31NL/BEDergelijke defecte elektrische aansluitkabels mogen niet worden gebruikt en zijn levensgevaarlijk als de isolatie is beschadigd. Controleer de elektrische aansluitkabels regelmatig op scha-de. Let erop dat bij het controleren het netsnoer niet op het stroomnet is aangesloten. Elektrische aansluitkabels moeten aan de relevante VDE- en DIN-voorschriften voldoen. Gebruik uitsluitend aansluitkabels met de aanduiding H 05 VV- F. Op de aansluitkabel moet de type-aanduiding vermeld staan. Aansluittype YAls het netsnoer van dit apparaat beschadigd is, moet dit door de fabrikant, diens servicedienst of door een soortge-lijk gekwalificeerde persoon vervangen worden om gevaar te vermijden. WisselstroommotorDe netspanning moet 220 - 240 V~ zijn. Verlengsnoeren moeten tot een lengte van 25 m een door-snede hebben van 1,5 vierkante millimeter. 14.
Transport• Transporteer het elektrisch gereedschap door deze aan de hiervoor aangebrachte uitsparingen op het onderstel en de motorafdekking op te tillen. • Gebruik nooit de veiligheidsvoorzieningen om het appa-raat te hanteren of te transporteren. • Let op dat tijdens het transport van het vrijliggende deel van het zaagblad is afgedekt, bijvoorbeeld door de vei-ligheidsvoorziening. 15. OpslagBewaar het product en de bijbehorende accessoires op een donkere, droge en vorstvrije en voor kinderen ontoeganke-lijke plaats. De optimale opslagtemperatuur ligt tussen 5 en 30˚C. Bewaar het product in de originele verpakking. Dek het pro-duct af om het te beschermen tegen stof of vocht. Bewaar de gebruikshandleiding bij het product. 16. Reiniging & onderhoudWAARSCHUWINGSchakel de zaag altijd uit en trek de stekker uit het stopcontact voor alle onderhouds- en reinigingswerkzaamheden. 1.
Verwijder het zaagblad (22) zoals onder 11. 1 beschre-ven. 2. Boor een gat in het werkstuk. 3. Leg het werkstuk met het boorgat over de opening van het tafelinzetstuk (26) op de zaagtafel (6). 4. Plaats het zaagblad (22) (zoals onder 11.
1 beschreven) door het boorgat in het werkstuk en stel de bladspan-ning in. 5. Verwijder na het beëindigen van de uitsparing het zaag-blad (22) uit de bladhouder (zoals onder 11. 1 beschre-ven). 6. Neem het werkstuk van de tafel. 12. 7 Uitvoeren van versteksnedes (afb. 14)WAARSCHUWINGWees bij het uitvoeren van versteksnedes uitzonderlijk voor-zichtig. Door het kantelen van de zaagtafel wordt de kans op wegglijden groter. Er bestaat gevaar voor letsel. 1. Voor het maken van verstekzaagsneden moet de af-stand tussen de op de houder (24) gemonteerde zaag-bladbeschermer (5) en de werktafel dienovereenkom-stig worden ingesteld. 2. Zwenk de tafel, door de kartelmoer (14) los te maken en de zaagtafel (6) in de gewenste positie te kantelen. 3. Haal de kartelmoer (14) aan. 13. Elektrische aansluitingDe geïnstalleerde elektromotor is bedrijfsklaar aangesloten.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Parkside PDS 120 B3 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden