Parkside PBKS 53 C3 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Parkside PBKS 53 C3 (68 pagina’s), behorend tot de categorie Zaagmachine. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 36 mensen. Heb je een vraag over Parkside PBKS 53 C3 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Parkside |
| Categorie: | Zaagmachine |
| Model: | PBKS 53 C3 |
Handleiding Parkside PBKS 53 C3 – volledige tekst
22 NL/BE1. Verklaring van de symbolen op het apparaatLees de volledige gebruikshand-leiding voor het eerste gebruik goed door en bewaar de hand-leiding, om deze later te kunnenraadplegen.Benzine:RON95/RON98Waarschuwing! Bij werkzaamhe-den met de kettingzaag moeten er speciale veiligheidsmaatregelen worden genomen. Lees alle waar-schuwingenenneemdezeinacht!2-takt-motorolie:ISO-L-EGD/JASOFDDraag nauw aansluitende be-schermende kleding met zaagbe-schermingslaag.Een open vlam of roken in de na-bijheid van het apparaat is streng verboden!Draag een veiligheidshelm met gelaatbescherming, resp. eenveiligheidsbril en gehoorbescher-ming.Gegarandeerd geluidsvermogens-niveau van het apparaat.Draag veiligheidshandschoenen.Waarschuwing voor hete opper-vlakken.Draag antislip veiligheidsschoe-nen!PULLStarthendel(choke)“koudestart”WAARSCHUWING! Gevaar voorterugslag.
Pas op voor de terug-slag van de kettingzaag en voor-kom contact met het uiteinde van het zaagblad.Het apparaat mag niet bij regen of in vochtige omgevingen worden gebruikt.Bedien de kettingzaag altijd met beide handen tegelijk.Werknietmetmaaréénhandaande kettingzaag.Looprichting van de zaagketting.Druk 6x op brandstofpomp “Pri-mer”.Kettingrem(geopend/gesloten)Brandstoftank;Mengverhouding: 40 delen ben-zine op 1 deel olieLengte geleidebladInstelling kettingsmering Groefbreedte
23NL/BESnijlengte Aantal aandrijfschakels.Kettingsteek Kettingrem activeren.Kettingrem losmaken.Het product voldoet aan de gel-dendeEU-bepalingen.Beknopte verklaringKoude start warme startVerwijder hetdeksel(30)vanhetgeleideblad(16).Drukdevoorstehandbescherming (1) naar vorentot deze vastklikt.Verwijder hetdeksel(30) van hetgeleideblad(16).Drukdevoorstehandbescherming (1) naar vorentot deze vastklikt.Zet de aan/uithendel (6) in destand“I”.Zet de aan/uithendel (6) in destand“I”.x6Druk 6x op de brandstofpomp “Primer”(7).x6Druk 6x op de brandstofpomp “Primer”(7).Trek de koudstarthendel (choke)(8)aan.Houd de kettingzaag bij de voor-stehandgreep(2)vastentrekhetstarterkoord (4) er langzaam totaan de eerste weerstand uit, totde motor kort start.Houd de kettingzaag bij de voor-stehandgreep(2)vastentrekhetstarterkoord (4) er langzaam totaan de eerste weerstand uit, totde motor kort start.Trek de voorste handbescherming (1)naarachteren.Zodrademotorisuitgegaan,druktu de gashendelblokkering (9) endegashendel(10)gelijktijdigin.Trek nu opnieuw snel aan het star-terkoord(4)totdemotor start.Trek de voorste handbescherming (1)naarachteren.
24 NL/BEVerklaring van de signaalwoorden in de gebruikshandleidingGEVAARSignaalwoordvooraanduidingvaneendirectaanwezige,gevaarlijkesituatiedie,indiendezenietwordtvermeden,de dood of ernstige verwondingen tot gevolgd heeft.WAAR-SCHUWINGSignaalwoordvooraanduidingvaneenmogelijkegevaarlijkesituatiedie,indiendezenietwordtvermeden,totdedood of ernstige verwondingen kan leiden.VOORZICH-TIGSignaalwoordvooraanduidingvaneenmogelijkegevaarlijkesituatiedie,indiendezenietwordtvermeden,totge-ringe of matige verwondingen kan leiden.LET OPSignaalwoordvooraanduidingvaneenmogelijkegevaarlijkesituatiedie,indiendezenietwordtvermeden,materi-ele schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.AANWIJ-ZINGSignaalwoordvooraanduidingvaneenmogelijkegevaarlijkesituatiedie,indiendezenietwordtvermeden,materi-ele schade aan producten of eigendommen tot gevolg kan hebben.LET OP!Lees deze gebruikshandleiding voorafgaand aan het eerste gebruik grondig door en volg altijd de vei-ligheidsvoorschriften!Het wordt aanbevolen dat u een professionele veiligheidscursus “Deelnamecerticaat kettingzaagcur-sus” met een nationale trainingsnorm over het gebruik en onderhoud van kettingzagen en een EHBO-cursus volgt.
Als u de kettingzaag gedurende langere tijd niet gebruikt en om te oefenen, dient u voor aanvang altijd een aantal eenvoudige zaagsnedes in veilig ondersteund hout te maken om weer ver-trouwd te raken met de kettingzaag.Bewaar de gebruikshandleiding zorgvuldig!Aanwijzing:Houd er rekening mee dat bepaalde nationale voorschriften, zoals bijv. werkveiligheid, milieu, het ge-bruik van de machine kunnen beperken.
25NL/BE20. Bevestigingsmoeren21. Kettingspanschroef22. Kettingwielafdekking23. Kettingspanstift24. Kettingvanger25. Boorgat voor de kettingspanstift26. Kettingwiel27. Bio-kettingzaagolie28. Mengvat29. Bougiesleutel/sleufschroevendraaier30. Deksel van het geleideblad31. Bougiestekker32. Valmarkering4. Inhoud van de levering (afb. 2)Pos. Aantal Aanduiding1x kettingzaag16 1x Geleideblad(voorgemonteerd)17 1x Zaagketting(voorgemonteerd)27 1x Bio-kettingzaagolie28 1x Mengvat29 1x Bougiesleutel/sleufschroevendraaier30 1x Afdekking voor het geleideblad (kettingbeveiliging)1x Gebruiksaanwijzing5. Beoogd gebruikDe kettingzaag mag uitsluitend worden gebruikt om hout in de buitenlucht mee te zagen. Voor andere doeleinden mag de ket-tingzaag niet worden gebruikt. Gebruik de kettingzaag niet voor werkzaamheden waarvoor deze niet geschikt is.
Voorbeeld: Gebruik de kettingzaag niet voorhetzagenvanmetaal,kunststof,metselwerkofbouwma-terialen die niet van hout zijn. Voer geen wijzigingen uit aan de kettingzaag. De veiligheid loopthierdooreventueelgevaar. Degebruiker/bedienerennietde fabrikant is aansprakelijk voor ontstane schade of elke vorm van letsel. Let erop dat het apparaat volgens de voorschriften niet voor bedrijfsmatige toepassingen is ontworpen. Beginnende gebruikers moeten zich de eigenschappen en het gebruik van het apparaat laten uitleggen. Bezoek voor uw eigen veiligheid een door de overheid georganiseerde motor-zaagcursus. De kettingzaag mag uitsluitend door personen worden gebruikt diedeleeftijdvan18jaarhebbenbereikt.
Aanwijzing:De fabrikant van dit apparaat is volgens de van kracht zijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voor schade die aan dit apparaat of door dit apparaat ontstaan bij: • ondeskundigebehandeling, • veronachtzamingvandegebruikshandleiding, • reparatiesdoorderden,nietgeautoriseerdevakmensen, • inbouwenvervangingvanniet-originelereserveonderdelen, • Dat niet conform de voorschriften is. Let op:De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product. Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het productveilig,vakkundigeneconomischwerkt,hoeugevarenvermijdt,reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en de be-trouwbaarheid en levensduur van het product verhoogt.
Aan-vullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruikshand-leiding moet u absoluut de voor de werking van het product geldende voorschriften van uw land in acht nemen. Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend met alle bedienings-enveiligheidsinstructies. Gebruikhetproductuit-sluitend als beschreven en voor de aangegeven toepassingen. Bewaardegebruikshandleidingdaaromgoed,enverstrekalledocumentatie als het product wordt doorgegeven aan derden. 3.
26 NL/BE • Bij onvakkundig gebruik kunnen onvoldoende geïnformeerde gebruikers zichzelf en anderen in gevaar brengen. De gebrui-ker is verantwoordelijk voor derden. • Let bijzonder goed op bij de omgang met het apparaat. Ga verstandigtewerkenletpreciesop,watudoet. • Werknietlangerdan10minutenachterelkaar. Wijadviseren,omtussendebewerkingensteedseenpauzevan10tot20minuten te nemen. • Leen het apparaat alleen uit aan gebruikers die ervaring heb-benmethetapparaat. Overhandigdaarbijdegebruikshand-leiding. • Bepaald zaagwerk vraagt om een speciale training en vaar-digheden. Raadpleeg eenspecialistalsutwijfelt ofvragenheeft. • Beginnende gebruikers moeten zich de eigenschappen en het gebruik van het apparaat laten uitleggen. Bezoek voor uw eigen veiligheid een door de overheid georganiseerde motor-zaagcursus.
• Wanneerhetapparaatnietwordtgebruikt,moethetzowor-den bewaard dat niemand in gevaar wordt gebracht. Zorgdat onbevoegden er niet bij kunnen. • De gebruiker is verantwoordelijk voor alle ongevallen en ge-varen waarbij andere personen of hun eigendommen betrok-ken zijn. • Kinderen,jongerenenpersonenmetverminderdelichame-lijke, zintuiglijke of geestelijke vermogens mogen de ket-tingzaag niet gebruiken. Er kan een uitzondering worden gemaakt voor jongeren vanaf 16 jaar in het kader van een opleiding en onder toezicht van een beroepsbeoefenaar. • De elektrische ontsteking van het apparaat genereert een laag elektromagnetisch veld. Als u een pacemaker of een soortgelijkimplantaatdraagt,raadpleegdanuwartsvoordatu het apparaat gebruikt om gezondheidsrisico’s te voorko-men.
• Let op: onjuist onderhoud, het gebruik van niet-conformereserveonderdelen of het verwijderen of wijzigen van veilig-heidsvoorzieningen kan materiële schade aan het apparaat en lichamelijk letsel van de persoon die ermee werkt tot ge-volg hebben. 6. 2 Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)m GEVAARDraagaltijdpersoonlijkebeschermingsmiddelen(PBM). - Draageenveiligheidshelmmetgelaatbescherming,resp. eenveiligheidsbril en gehoorbescherming. • Draag nauw aansluitende beschermende kleding met zaag-beschermingslaag. • Voorkomhetdragenvanwijdekleding,dezekanverstriktra-ken. • Draaggeensjaal,halsdoekofdasenookgeensieraden. • Draag antislip veiligheidsschoenen. • Draag veiligheidshandschoenen. • Maakbijlanghaargebruikvaneenhaarnetje. • Draag bij alle soorten werkzaamheden in het bos een veilig-heidshelm. Deze geeft bescherming tegen vallende takken.
Controleer de veiligheidshelm regelmatig op beschadigin-gen. Deze uiterlijk na 5 jaar te worden vervangen. Gebruik uitsluitend goedgekeurde veiligheidshelmen. Nationale regelgeving kan het gebruik van het apparaat beper-ken. Let erop dat onze apparaten volgens het beoogd gebruik niet voorbedrijfsmatige,ambachtelijkeofindustriëletoepassingenzijn ontworpen. Wijaanvaarden geenaansprakelijkheid wan-neerhetapparaatinbedrijfsmatige,ambachtelijkeofindustri-ele ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamheden wordt ingezet. 6. VeiligheidsvoorschriftenBELANGRIJK. VOOR GEBRUIK ZORGVULDIG DOORLEZEN EN GOED BE-WAREN VOOR LATER GEBRUIK. De gebruikshandleiding bevat belangrijke informatie over hoe u veilig en vakkundig met de kettingzaag kunt werken en hoe u gevaren kunt voorkomen. m GEVAARVoor een direct dreigend gevaar dat tot ernstig of dodelijk letsel kan leiden.
m WAARSCHUWINGVoor een mogelijk gevaarlijke situatie die tot ernstig of dodelijk letsel kan leiden. m VOORZICHTIGGeeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan die tot licht letsel kan leiden. m LET OPGeeft een mogelijk gevaarlijke situatie aan die tot materiële schade kan leiden. 6. 1 Algemene veiligheidsvoorschriftenm WAARSCHUWINGWeesaltijdvoorzichtig,letopwaarumeebezigbentengametgezond verstand te werk bij werkzaamheden met het apparaat. Gebruik het apparaat niet als u ziek of moe bent of onder in-vloedbentvandrugs,alcoholofmedicamenten. Eenmomentvan onachtzaamheid bij het gebruik van het apparaat kan lei-den tot ernstig letsel. Voorkom verkeerd gebruik en pas de machine uitsluitend toe voorwerkgenoemdonder“Beoogdgebruik”. • Lees voor de ingebruikname de gebruikshandleiding van uw apparaat en neem hierbij met name de veiligheidsvoorschrif-ten in acht.
27NL/BE6. 5 Voor de ingebruiknamem WAARSCHUWINGVoer inspecties altijd voor het in bedrijf stellen uit en alleen als de motor uitgeschakeld is. Controleer altijd of het apparaat veilig kan worden gebruikt voordat u ermee gaat werken of wanneer het op de grond is gevallen. Controleer of alle bewegende delen goed werken. Veel ongeval-len ontstaan door slecht onderhouden gereedschap. Laat be-schadigde onderdelen repareren door een bevoegde specialist. Gebruik de kettingzaag en de accessoires alleen overeenkom-stig deze aanwijzingen. Houd daarbij rekening met de om-standigheden waarin gewerkt wordt en de uit te voeren werk-zaamheden. Het gebruik van gemotoriseerd gereedschap voor andere toepassingen dan het voorgeschreven gebruik kan lei-den tot gevaarlijke situaties. • Controleer regelmatig of de kettingrem naar behoren functio-neert(voorstehandbescherming(1),zieafb. 6).
• Controleer of het geleideblad goed gemonteerd is. • Controleer deinbouw-/looprichtingenofdezaagkettinginperfectestaat(scherp)is. • Controleer of de zaagketting goed gespannen is. Neem de aanwijzingeninzakehetsmeren,dekettingspanningenhetvervangen van accessoires in acht. Een ondeskundig ge-spannen of gesmeerde ketting kan breken of meer kans op terugslag opleveren. • Een nieuwe zaagketting rekt uit en moet vaker worden ge-spannen;controleer de kettingspanning regelmatig en steldeze bij. • Controleer de functie van de koppeling. De zaagketting mag tijdens stationair niet draaien. • Houd snijgereedschap scherp en schoon. Slijp regelmatig bij envervangversletenonderdelenoptijd. Zorgvuldigonder-houden snijgereedschap met scherpe snijranden klemt min-der snel vast en is makkelijker te gebruiken.
• Controleer of er voldoende brandstof en kettingsmeerolie in de tank zitten. • Leteropdatdehandgrependroog,schoonenvrijvanolieen vuil zijn. • Werk nooit helemaal alleen. Ingeval van noodmoet erie-mand in de buurt zijn. • Gebruik de kettingzaag alleen als u op veilige, stabiele envlakke grond staat. Voorkom een onnatuurlijke lichaamshou-ding. Een gladde of een onstabiele ondergrond (bijv. op een ladder)kanleidentotevenwichtsverliesofverliesvandecon-troleoverdekettingzaag. Zorgvooreenstabielepositieenzorg ervoor dat u altijd stabiel staat. Hierdoor kunt u de ket-tingzaag in onverwachte situaties beter controleren. • Werknietopeenboommetdekettingzaag. Bijgebruikopeen boom bestaat gevaar voor letsel. • Zaagnooitbovenschouderhoogte.
• Houd de kettingzaag altijd vast met uw rechterhand op de achterste handgreep en uw linkerhand op de voorste hand-greep(zieafb. 7). Hetvasthoudenvandekettingzaagineenomgekeerde werkpositie verhoogt het risico op letsel en mag niet worden gebruikt. • Degelaatbeschermingen/ofdeveiligheidsbrilbiedtbescher-mingtegenzaagselenhoutsplinters. Omoogletseltevoor-komen,dientbijhetwerkenmethetapparaataltijdeenge-laatbescherming of veiligheidsbril te worden gedragen. • Draag altijd gehoorbescherming. Het door het apparaat voortgebrachte geluid kan gehoorschade veroorzaken. • Draag stevige veiligheidshandschoenen van robuust materi-aal,zoalsleer. • Draag een stofmasker bij het zagen van droog hout. Er kan zaagstof vrijkomen. 6.
Vraag uw lokale overheid hiernaar. • Het apparaat mag niet in binnenruimten of andere slecht ge-ventileerde ruimten worden gebruikt. Er bestaat gevaar voor verstikkingdoordegiftigeuitlaatgassen/smeeroliedampen. • Ingevalvanmisselijkheid,hoofdpijn,visuelestoornissenofduizeligheid moet het werk onmiddellijk worden gestopt. Deze symptomen kunnen onder andere door hoge uitlaat-gasconcentraties worden veroorzaakt. Tijdens het zagen kan ook stof, bijv. houtstof, dampen enrook ontstaan. Hierbij moet voor een betere ventilatie worden gezorgd en er moet een stofmasker worden gedragen. • Voer werkzaamheden alleen uit bij daglicht. • Werkooknietbijongunstigeweersomstandigheden,zoalsbijv. regen of wind. Dat geeft een verhoogd risico op ongelukken. • Houd uw werkomgeving schoon en opgeruimd.
• Houd niet-betrokken personen (vooral kinderen en dieren)ten minste 15 meter uit de buurt van het werkgebied wanneer u de kettingzaag gebruikt. Bij aeiding kunt u de controleover het apparaat verliezen. • Controleer vóór het begin van de werkzaamheden of zich geenpersonen,dierenofvoorwerpenindegevarenzonebe-vinden. • Werknietindebuurtvandraadafrasteringenofingebiedenmet losse oude draad. • Houd een brandblusser gereed wanneer u werkt in een licht ontvlambare omgeving, zoals droog gras, enz. Er bestaatbrandgevaar. 6. 4 Brandstof bijvullen • Benzine is zeer licht ontvlambaar. Houd bij het tanken afstand vanopenvuurenrookniettegelijk. Erbestaatbrandgevaar. • Let erop dat u geen benzine morst. Benzine of kettingzaa-goliemagnietindegrondterechtkomen. Zorgvooreenge-schikte onderlegger.
Ben-zinedampen kunnen gemakkelijk ontvlammen of exploderen. • Schakel de motor uit voordat u gaat tanken en laat het ap-paraatafkoelen. Alserbenzineisgemorst,dientudebetref-fende plekken direct te reinigen. Laat ook geen brandstof op uwkledingkomen. Wisseldezeandersdirect. • Voorkomookhuid-enoogcontactmetbenzineofsmeerstof-fen(olie). • Adembenzinedampen/smeeroliedampennietin. • Let op voor ondichte plekken. Start de motor niet als er ben-zine uitloopt. Er bestaat gevaar door verbranding. • Openhettankdeksel voorzichtig, zodat eventueleoverdruklangzaam kan ontsnappen en er geen benzine uitspat.
28 NL/BE • De achterstehandbescherming (12)beschermt de rechter-hand tegen contact met een gevallen of gebroken zaagket-ting(17). • De kettingrem is een veiligheidsfunctie om letsel te beperken alsgevolgvanterugslagen,doordateendraaiendezaagket-ting (17) in milliseconden kan worden gestopt. Deze wordtdoor de voorste handbescherming (1) bij terugslag geacti-veerd. • Degashendelblokkering (9) voorkomt een onvoorziene ac-celeratievandemotor. Degashendel(10)kanalleenwordeningedrukt,alsdegashendelblokkering(9)isingedrukt. • De klauwaanslag (15) ondersteunt de kettingzaag op hethouttijdenshetwerk. Werknooitzonderklauwaanslag(15),de kettingzaag kan de bediener naar voren trekken. Gebruik deklauwaanslag(15)voorhetzagenvanboomstammenofdikketakken.
Hetgebruikvandeklauwaanslag(15)verhoogtdearbeidsveiligheid,vermindertdepersoonlijkebelastingtij-dens het werk en vermindert ook de trillingen. Deklauwaanslag(15)moetaltijdtegendeboomstambeves-tigd zijn wanneer u de kettingzaag gebruikt. Gebruik de ach-terstehandgreep(11)omdeklauwaanslag(15)tegendeboom-stamtedrukken. Omtezagendruktudevoorstehandgreep(2) in de richting van de zaaglijn. Het kan nodig zijn om deklauwaanslag(15)teverplaatsenomverdertekunnenzagen. 6. 8 Voorzorgsmaatregelen tegen terugslagm WAARSCHUWINGLet bij het werken op de terugslag van het apparaat. Er bestaat gevaar voor letsel. U voorkomt terugslag door voorzichtig en met de juiste zaagtechniek te werk te gaan.
• In sommige gevallen kan contact met het uiteinde van het zaagblad een onverwachte, naar achteren gerichte reactieveroorzaken, waarbij het geleideblad in de richting van degebruikeromhoogwordtgeslagen(afb. 12). • Terugslag kan optreden als het uiteinde van het geleideblad een voorwerp raakt of als de zaagketting in de snede wordt vastgeklemd door ombuigend hout. • Voordat de zaagketting in de verwerkingszone wordt ge-plaatst,kandezezijwaartswegslippenofkandemotorzaaggaan stuiteren. • (Letop. Verhoogdeterugslagrisico. ) • Wanneerdezaagkettingaandebovenrandvanhetgeleide-bladisvastgelopen,kandekettingzaagalsnelonverwachtterugslaaninderichtingvandegebruiker(zieafb12). • Als de zaagketting aan de onderkant van het geleideblad vastloopt,kandekettingzaagsnelenongecontroleerduitdewerkrichtingwordengetrokken(zieafb. 13).
• Wees uiterst voorzichtig wanneer u de zaagketting van dekettingzaag gebruikt om verder te zagen in een zaagsnede die al is begonnen. • Zaaggeentakkenofstukkenhoutdietijdenshetzagenvanpositie kunnen veranderen of waarbij de zaagsnede zich tij-dens het zagen sluit. • Elk van deze reacties kan ertoe leiden dat u de controle over de zaag verliest en mogelijk ernstig gewond raakt. Vertrouw niet uitsluitend op de veiligheidsvoorzieningen die in de ket-tingzaag zijn ingebouwd. Tref als gebruiker van de ketting-zaag diverse maatregelen om zonder gevaar voor ongevallen of letsel te kunnen werken. • Houd u bij een draaiende kettingzaag alle lichaamsdelen uit de buurt van de zaagketting. Controleer voor het starten van de kettingzaag of de zaagketting niets raakt.
Tijdens werk-zaamheden met een kettingzaag kan een moment onoplet-tendheid er toe leiden dat bekleding of lichaamsdelen door de zaagketting worden vastgegrepen. • Schakel de kettingzaag direct uit bij merkbare veranderingen in het gedrag van het apparaat. • Alsdekettingzaagstenen,spijkersofanderehardevoorwer-penheeftgeraakt,moetudemotoronmiddellijkuitschakelenen zowel de zaagketting als het geleideblad op beschadigin-gen controleren. • Laatdekettingzaagnietvallen,stoothemniettegenobsta-kels en gebruik het geleideblad nooit als hefboom. • Zaagalleeninhoutmetdekettingzaag. • Let er tijdens het zagen op dat een onder spanning staande tak, zal terugveren. Als de spanning in de houtvezels vrij-komt,kandeonderspanningstaandetakdegebruikerrakenen/ofdecontroleoverdekettingzaaglatenverliezen.
• Weesmetnamevoorzichtigbijhetzagenvankreupelhoutenjonge boompjes. Het dunne materiaal kan in de zaagketting verstrikt raken en op u slaan of u uit evenwicht brengen. 6. 6 Trillingenm WAARSCHUWINGHet witte vinger syndroom is een vaatziekte waarbij kleine bloedvaten in de vingers en tenen acuut verkrampen. Sympto-menzijnonderandere:Verliesvangevoel,verliesvangevoelig-heid,tintelingen,jeuk,pijn,krachtverlies,veranderinginkleurofconditievandehuid. Dedesbetreendelichaamsdelenwor-den dan niet meer voldoende van bloed voorzien waardoor ze een bleke kleur krijgen. Het frequente gebruik van trillende gereedschappen kan ze-nuwbeschadigingen veroorzaken bij personen met een vermin-derde doorbloeding (bijv. rokers, diabetici). Als u ongewonebeperkingen bespeurt, stopt u direct de werkzaamheden enraadpleegt u een arts.
Voor langdurige en regelmatige gebrui-kers is het daarom aan te raden om de conditie van uw handen en vingers goed in de gaten te houden. Neem de volgende aan-wijzingen in acht om de gevaren te beperken: • Houduwlichaamwarm,vooraluwhanden,metnamebijkoelweer. • Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de handen om de doorbloeding te bevorderen. • Beperk het gebruik van gereedschap met hoge trillingen per dag en verdeel het over meerdere dagen. Maak een werksche-ma dat de blootstelling aan trillingen beperkt. • Houd de trillingen van het apparaat zo laag mogelijk door regelmatig onderhoud en vaste onderdelen op het apparaat. Vervang versleten componenten onmiddellijk. • Wisselregelmatigvanwerkpositie. • Alsdemachinevaakwordtgebruikt,moetucontactopne-men met uw leverancier en eventueel antitrilingsaccessoires (grepen)aanschaen. 6.
In dit geval zijn geluidbeschermingsmaatregelen voor de gebrui-ker vereist (bijvoorbeeld het dragen van geschikte en aangewe-zengehoorbeschermingenhetnemenvanregelmatigepauzes). DetrillingswaardenzijnbepaaldvolgensENISO22867. TrillingTrillingswaardeaandeachterstehandgreep6,4m/s2Trillingswaardeaandevoorstehandgreep6,69m/s2OnzekerheidK1,5m/s2m WAARSCHUWINGVoorkomde risico’svantrillingen,bijvoorbeeldhetrisicovanwittevingerziekte (doorbloedingsstoornissen) door frequentewerkpauzes in te lassen waarbij u bijvoorbeeld uw handen te-gen elkaar wrijft. m WAARSCHUWINGDe werkelijke trillingsemissiewaarde tijdens het gebruik van de machine kan verschillen van de waarde die in de gebruikshand-leiding of door de fabrikant wordt vermeld.
Dit kan worden ver-oorzaaktdoordevolgendebeïnvloedendefactoren,waarmeevoor en tijdens het gebruik rekening moet worden gehouden: • Wordtdemachinecorrectgebruikt.
• Is het type snijden van het materiaal of de manier waarop het verwerkt wordt correct. • Is de conditie van de machine in orde. • Is het snijgereedschap scherp of juist. • Zijndehandgrepenofoptioneletrillingsgrepengemonteerden zijn ze stevig aan de behuizing van de machine bevestigd. Een terugslag is het gevolg van een onjuist of verkeerd gebruik. Dit kan door passende voorzorgsmaatregelen worden voorko-men,zoalshieronderbeschreven: • Houd de kettingzaag met beide handen vast, waarbij deduimen en vingers de grepen van de kettingzaag omslui-ten. Breng lichaam en armen in een houding waarbij u de terugslagkrachten kunt opvangen. Als de juiste maatregelen wordengetroen,kandegebruikerdeterugslagkrachtenbe-heersen. Laatdekettingzaagnooitlos(zieafb. 7). • Neem geen onnatuurlijke lichaamshouding aan en zaag niet boven schouderhoogte.
Dit voorkomt onopzettelijk contact met het uiteinde van het zaagblad en zorgt voor een betere controle van de kettingzaag in onverwachte situaties. • Gebruik ter vervanging altijd geleidebladen en zaagkettingen diedoordefabrikantzijnvoorgeschreven. Onjuistevervan-gende geleidebladen en zaagkettingen kunnen breuk van de zaagkettingen/ofterugslagtotgevolghebben. • Volg de aanwijzingen van de fabrikant voor het slijpen en onderhouden van de zaagketting. Te lage dieptebegrenzers verhogen de kans op terugslag. • Zaagnietmethetuiteindevanhetzaagblad. Erbestaatge-vaar voor terugslag. • Controleer of er zich geen spijkers of metalen delen in het zaag-ofsnoeigebiedbevinden. Letgoedopvoormetnamespijkersof ijzeren delen rondomhetzaag-of snoeigebied. Weesookvoorzichtigbijhetzagenvanhardhoutwaarbijdezaagketting vast kan komen te zitten.
• Begin op vol vermogen te zagen en houd de kettingzaag al-tijd op maximum snelheid tijdens het zagen. • Zorg ervoor dat er geen voorwerpen op de grond liggen,waar u over kunt struikelen. 6. 9 Restrisico‘sm GEVAARGEVAAR VOOR LETSEL. Aanraking met de zaagketting kan leiden tot dodelijk snijletsel. Nooit met de handen in een draaiende zaagketting grijpen. GEVAAR VOOR TERUGSLAG. Terugslag kan leiden tot dodelijk snijletsel. GEVAAR VOOR BRANDWONDEN. De ketting en het geleideblad worden warm tijdens het gebruik. 7. Technische gegevensGewichtzonderbrandstof,zonder zaagblad en zaagkettingset. ca. 5,6kgGewichtzondertankvulling,met zaagblad en zaagkettingset. ca. 6,8kgBrandstoftank. ca. 550 cm3(0,55l)Tank voor kettingsmeerolie. ca. 260 cm3(0,26liter)Bruikbare zaaglengte*. 44 cmGeleideblad. 45cm(18”)Max. kettingsnelheid. 22,1m/sKettingverdeling.
30 NL/BEAANWIJZINGControleer elke keer na het bijvullen van brandstof ook de ket-tingzaagolie. 9. 3 Kettingzaagolie bijvullen (afb. 1)m WAARSCHUWINGVul de kettingzaagolie alleen bij als de motor is uitgeschakeld enafgekoeld. Erbestaatbrandgevaar. Werknooitzonderkettingsmering. Bijeendrooglopendezaag-ketting wordt de zaagblad en zaagkettingset in korte tijd onher-stelbaar beschadigd. Controleer voor het werk altijd de kettingsmering. AANWIJZINGGebruik uitsluitend kettingzaagolie. Liefst een biologisch af-breekbaresoort. Gebruikgeenafgewerkteolie,motorolieenz. Controleer ook tijdens het werken of de kettingsmering goed werkt. 1. Reinigaltijdhetgebiedrondomdedopvandekettingolie-tank(14)voorhetbijvullen,zodatergeenviezigheidindekettingolietank terecht kan komen. Gebruik hiervoor een droge,niet-pluizendedoek. 2.
1. Voor het spannen moet u de twee bevestigingsmoeren (20)ietslosdraaienmetdebougiesleutel(29). 2. Draaidekettingspanschroef(21)metdesleufschroeven-draaier(29)rechtsomvooreenhogerespanning. 3. Draai beide bevestigingsmoeren(20) stevig vast met debougiesleutel(29). 4. De zaagketting(17)moetook aandeonderkantvanhetbladgoedaansluiten. Controleerofdezaagketting(17)(bijontgrendelde kettingrem, trek de voorste handbescher-ming(1)naarachter)metdehandoverhetgeleideblad(16)kan worden getrokken. AANWIJZINGEennieuwezaagketting(17)rektopenmoetvakerwordenop-gespannen. 8. Uitpakken • Opendeverpakkingenhaalhetapparaatervoorzichtiguit. • Verwijderhetverpakkingsmateriaalevenalsdeverpakkings-entransportbeveiligingen(indienvoorhanden). • Controleer of de inhoud van de levering volledig is.
• Controleer het apparaat en de hulpstukken op transport-schade. • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrijken van de garantietijd. • Verwijderdebeknoptehandleidingvanhetstarterkoord(4)LET OPHet apparaat en de verpakkingsmaterialen zijn geen kinder-speelgoed. Kinderenmogennietmetplasticzakken,foliesenkleineonderdelenspelen. Erbestaatgevaarvoorinslikkenenverstikkingsgevaar. 9. Voor de ingebruikname9. 1 Brandstof mengen (afb. 2)Der motor moet met een brandstofmengsel van benzine en mo-torolie worden gebruikt. m WAARSCHUWINGVoorkom direct contact van brandstof met de huid en adem geen brandstofdamp in. Gebruik uitsluitend een mengsel van loodvrije benzine (min. RON95)enspeciale2-taktmotorolie(JASOFD/ISO-L-EGD). Meng het brandstofmengsel volgens de brandstofmengtabel.
Ingebruiknamem VOORZICHTIGNeem de wettelijke voorschriften inzake geluidsbescherming in acht. WerkinstructiesMaakt u zich voor het gebruik vertrouwd met de omgang met de kettingzaag. Het is verplicht om de kettingzaag voor elk gebruik of na het laten vallen zorgvuldig te controleren op eventuele schade. Alserschadewordtgevonden,moetdezeonmiddellijkdooruof een erkend servicecentrum worden gerepareerd.
Het zagen en kappen van bomen en alle daarmee verbonden werkzaamheden mogen alleen door speciaal hiervoor opge-leide en getrainde personen worden uitgevoerd. AanwijzingNeemdebetreendenationalevoorschriftenvoorkapwerkzaam-heden in acht en win informatie in bij de bevoegde instantie. • Let op dat de vallende takken en bomen niemand kunnen raken. • In de werkomgeving mogen zich alleen de voor het kappen benodigde personen ophouden. • Houddewerkomgevingrondomdestamvrijenopgeruimd,zodat iedereen die er werkt veilig kan staan. • Houd vluchtwegen vrij en opgeruimd om de werkomgeving snel te kunnen verlaten. • Voergeenkapwerkzaamhedenuitbijhardewind,slechtweerof slecht zicht. • Houd steeds een afstand tot de dichtstbijzijnde werkplek van tenminste21/2boomlengteaan. 11.
• Snijd geen hout dat op de grond ligt en probeer geen wor-tels door te snijden die uit de grond steken. Voorkom in ieder gevaldatdezaagketting(17)indegrondwordtgestoken,an-derswordtdezaagketting(17)onmiddellijkbot. • Alsuperongelukeenhardvoorwerpraaktmethetapparaat,schakel dan onmiddellijk de motor uit en controleer het ap-paraat op eventuele schade. • Onderhoud het apparaat zorgvuldig. Controleer of bewe-gendedelenprobleemloosfunctionerenennietklemmen,ofonderdelengebrokenofbeschadigdzijn,waardoordefunc-tie van het apparaat wordt beïnvloed. Laat beschadigde on-derdelen voor gebruik van het apparaat eerst repareren. Veel ongevallen ontstaan door slecht onderhouden apparatuur. 10. 2. 2 Normaal uitschakelen1. Laatdegashendel(10)los. Demotorlooptnustationair. 2.
Nahernieuwdebedieningvandegashendel(10)looptdemotor bij stationair toerental. 5. Laat de motor kort warmlopen. 10. 4 Kettingsmering controleren en instellenm LET OP • Werk nooit zonder kettingsmering. Bij een droog lopendezaagketting wordt de zaagblad en zaagkettingset in korte tijd onherstelbaar beschadigd. • Controleer voor het werk altijd de kettingsmering. AanwijzingGebruikuitsluitendkettingzaagolie,bijvoorkeurbiologischaf-breekbaar. Gebruikgeenafgewerkteolie,motorolieenz. Controleer ook tijdens het werken of de kettingsmering goed werkt. Houddekettingzaagterwijlhijloopt,bijgemiddeldesnelheid,bo-ven een afgezaagde boomstronk of een geschikte ondergrond. Alsdesmeringvoldoendeis,vormtzicheenlichteolielmopdeboomstronkofopdeondergrond(zieafb. 8).
• Indien nodig kan de kettingsmering worden verhoogd of ver-laagddoormiddelvandeolieregelschroef(19). • Gebruik de meegeleverde sleufschroevendraaier (29) hier-voor als volgt: - Drukeerstendraaidandeolieregelschroef(19)rechtsomvoor minder kettingsmering. - Druk eerst en draai dan de olieregelschroef (19) linksomvoor meer kettingsmering. 10. 5 Kettingrem controlerenm WAARSCHUWINGDe kettingrem moet elke ingebruikname worden gecon-troleerd.
33NL/BEWeeseropvoorbereid,datdeboombijhetvallenongecontro-leerdkangaan“glijden”overdesnede. Wees erop voorbereid, dat de boom bij het tegen de grondslaanongecontroleerdineenrichtingkan“springen”. • Omtevoorkomendatdekettingzaagvastkomttezitteninvel-snedeB,drijftuoptijdwiggenvanaluminiumofkunststofinvelsnede B. Gebruik geen wiggen van ijzer. m LET OP Materiële schade. Let erop dat de wig niet in aanraking komt met de zaagketting. Deze kan hierdoor ernstig beschadigd raken. 11. 4 Snoeien • Pas er altijd voor op dat takken kunnen terugspringen. • Sta niet op de stam bij het verwijderen van takken. • Zaagnietmethetuiteindevanhetzaagblad. • Zaagnooitmeerderetakkentegelijk. • Ondersteundekettingzaagbijhetverwijderenvantakkenzo-veelmogelijkmetdeklauwaanslag(15).
• Denk eraan dat de kettingzaag aan het einde van de zaagsne-de onder zijn eigen gewicht kan doorzwaaien. De zaag onder-vindt geen steun meer in de snede. Houd de zaag goed vast en zorg voor tegendruk. • Zorg ervoor dat u zelf stevig, stabiel en veilig staat bij hetsnoeien en verwijderen van takken. 11. 4. 1 Snoeien in deelstukkenMaak lange of dikke takken korter voordat u ze volledig van de boomscheidtmeteeneindsnede(zieafb. 16). Dezaagketting(17)kanandersgemakkelijkvastgeklemdraken. 12. Onder spanning staand hout bewerkenHet is zeer belangrijk dat de juiste volgorde wordt aangehou-den bij het bewerken van hout dat onder spanning staat. An-derskandezaagketting(17)vastklemmenofkanereenterug-slag optreden. Hout waar spanning op staat moet altijd eerst worden inge-zaagd aan de zijde waar drukkrachten op staan.
Daarna kan pas de eindsnede worden gemaakt aan de zijde waar trek-krachten op staan. Zowordtvoorkomendatdezaagketting(17)vastklemt. m LET OP Materiële schade. Liggend hout mag de grond aan de onderkant van de zaag-snedenietraken,anderskandezaagketting(17)beschadigdraken. Terugstoot (afb. 17) • Alsdezaagketting(17)aandebovenrandvanhetgeleideblad(16)isvastgeklemd,kandekettingzaagalsnelonverwachtterugslaan in de richting van de gebruiker. • Houdsnijgereedschapscherpenschoon. Zorgvuldigonder-houden snijgereedschap met scherpe snijranden klemt min-der snel vast en is makkelijker te gebruiken. • Als er toch een verstopping optreedt tussen het snoeimate-riaalendezaagketting(17),dientudemachineonmiddellijkuitteschakelen. Wachttotdezaagketting(17)totstilstandisgekomen.
Verwijderdebougiestekker(31)entreksnijbesten-dige handschoenen aan om de verstopping te verwijderen. • Als het geleideblad (16) moet worden verwijderd, volgdan de aanwijzingen zoals beschreven in het hoofdstuk 14. 8. Na het verwijderen van de verstopping en het op-nieuw monteren, moet een testrun worden gemaakt. Indien tijdens dit proces trillingen of mechanische geluiden wordenwaargenomen,stopdanmetdewerkzaamhedenenneem contact op met een erkend servicecentrum. Mocht dit gevaarzichvakervoordoen,danadviserenwijeeninstructie. • Laathetapparaatonderhoudendoorgekwaliceerdperso-neel. Gebruik uitsluitend door de fabrikant aanbevolen origi-nele reserveonderdelen. 11. 2 Een valkerf makenAanwijzingDe valkerf bepaalt de valrichting van de te kappen boom. Zetdevalkerfineenrechtehoekopdevalrichtingaan.
2-3cmhogeraandandehorizon-tale snede voor valkerf A. Let erop dat velsnede B exact horizontaal wordt uitgevoerd. 2. Laat ca. 1/10 van de doorsnee van de boom staan, debreuklijst C voor velsnede B. Breuklijst C geleidt de boom als een scharnier naar de grond en zorgt ervoor dat hij niet te vroeg omvalt. m WAARSCHUWINGGevaar voor ongevallen. ZaagnietinbreuklijstCalsubezigbentmetvelsnedeB,an-derskandeboomineenonvoorzienevalrichtingvallen.
34 NL/BEm WAARSCHUWINGGevaar voor letsel. Schakel het apparaat voor reinigingswerkzaamheden altijd uit entrekdebougiestekker(31)eruit. (ziehoofdstuk14. 4Onder-houdvandebougie). AanwijzingNa elk gebruik moet het apparaat grondig worden gereinigd. Voerdereinigings-enonderhoudswerkzaamhedenalleenuit,zoals in deze gebruikshandleiding is aangegeven. Overigewerkzaamheden mogen uitsluitend worden uitgevoerd door deskundig vakpersoneel. Onderhoudswerkzaamhedenmoetenregelmatigwordenuitge-voerd(ziehethoofdstuk14. 10“Onderhoudsintervallen”). 14. 1 Reinigen van de motoreenheidm WAARSCHUWINGGevaar voor brandwonden. Raakgeenhetegeluiddempers,cilindersofkoelribbenaan. • Houd de veiligheidsvoorzieningen, ventilatiesleuven en demotorbehuizingzostof-envuilvrijmogelijk. Blaasdezedelenmet perslucht onder lage druk uit.
• Reinig het apparaat regelmatig met een vochtige doek enwat afwasmiddel. Let op dat er geen water in het apparaat terecht komt. 14. 2 Reiniging van het luchtlterVervuilde luchtlters (3b) verminderen het motorvermogendoor een te geringe luchttoevoer naar de carburateur. Regelmatige controle is daarom absoluut noodzakelijk. Hetluchtlter(3b)moetregelmatigwordengecontroleerdenindiennodig worden gereinigd. Bijergstogeluchtmoethetluchtlter(3b)vakerwordenge-controleerd. 1. Opendeclipsluitingvoorhetluchtlterdeksel(5). 2. Verwijderhetluchtlterdeksel(3). 3. Schroefdeluchtlterschroef(3a)eruit. 4. Haalhetluchtlter(3b)eruit. 5. Reinighetluchtlter(3b)doorhetuittekloppenofuitteblazen(metlagedruk). 6. De assemblage volgt in omgekeerde volgorde.
m LET OP Luchtlternooitmetbenzineofbrandbareoplosmiddelenrei-nigen. 14. 3 Reinigen van de kettingaandrijvingm WAARSCHUWINGGevaar voor letsel. Draagaltijdveiligheidshandschoenenalsudezaagketting(17)aanraakt. Letselgevaardoordescherpesnijtanden. AanwijzingReinigdeaandrijvingvandekettingnaelkgebruik. 1. Leg de kettingzaag op een vlakke en stabiele ondergrond neer. Intrekken (afb. 13) • Alsdezaagketting(17)aandeonderkantvanhetgeleideblad(16)vastgeklemd,kandekettingzaagalsnelongecontroleerduit de werkrichting en het hout in worden getrokken. Veilig werken • Houd het apparaat in goede staat om verwondingen te voor-komen. • Controleer het apparaat als het is gevallen op signicanteschade of defecten. • Gebruik het apparaat niet als u op een ladder staat of op een bewegende ondergrond.
• Laatuniettoteenspontane,ondoordachtesnedeverleiden. Daarmee kunt u zichzelf en anderen in gevaar brengen. • Wissel regelmatig van werkpositie. Door de trillingen kanlangdurig gebruik van het apparaat leiden tot problemen met de bloedsomloop in de handen. U kunt de gebruiksduur echter door geschikte handschoenen of regelmatige pauzes verlengen. Denk er ook aan dat een persoonlijke aanleg tot slechtedoorbloeding;lagebuitentemperaturenofgrotegrijp-krachten bij het werken de gebruiksduur verkorten. 12. 1 Houten stam is naar beneden gebogen (afb. 14) • Zaageerstontlastingssnede1(ca. 1/3vandestamdiameter)aandezijdewaardrukkrachtenopstaan(zieafb. 14). • Voervervolgenseindsnede2uit(ca. 2/3vandestamdiame-ter)aandetrekzijde(zieafb. 14). 12. 2 Houten stam is naar boven gebogen (afb. 14) • Zaageerstontlastingssnede1(ca.
1/3vandestamdiameter)aandezijdewaardrukkrachtenopstaan(zieafb. 14). • Voervervolgenseindsnede2uit(ca. 2/3vandestamdiame-ter)aandetrekzijde(zieafb. 14). 13. Transport • Gebruik steeds de beschermkap van het geleideblad (30)voor transport. • Schakel de kettingzaag vóór elk transport uit, ook bij kor-te afstanden. Beveilig het apparaat tegen omvallen tijdens transport(ookinvoertuigen)ombrandstofverlies,schadeofletsel te voorkomen. • Draaghetapparaatalleenaandevoorstehandgreep(2). Hetgeleideblad(16)wijstdaarbijnaarachteren,wegvanuwli-chaam(zieafb. 15). • Houd de hete geluiddemper uit de buurt van uw lichaam. Er bestaatgevaarvoorbrandwonden. 14. Reiniging en onderhoudAlle instructies met betrekking tot onderhoud en reiniging moe-ten regelmatig of dagelijks en voor elk gebruik worden uitge-voerd.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Parkside PBKS 53 C3 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden