Parkside PBRM 46 A1 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Parkside PBRM 46 A1 (224 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 41 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Parkside PBRM 46 A1 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Parkside |
| Categorie: | Grasmaaier |
| Model: | PBRM 46 A1 |
Handleiding Parkside PBRM 46 A1 – volledige tekst
1 Verklaring van de symbolen op het productHet gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De veiligheids-symbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomen geen risico's en kun-nen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet vervangen.Let op! Het niet in acht nemen van de ophet product aangebrachte veiligheidste-kens en waarschuwingen alsook het niet inacht nemen van de veiligheids- en bedie-ningsaanwijzingen kan tot ernstig of zelfsdodelijk letsel leiden.De motor wordt tijdens gebruik zeer heet,niet aanraken!Lees voorafgaand aan de ingebruiknamede gebruikshandleiding en de veiligheids-voorschriften!LET OP! Bedrijfsmiddelen zijn brandge-vaarlijk en explosief - gevaar voor brand-wonden. Niet bij een hete of draaiendemotor tanken.Draag gehoorbescherming.
Draag een vei-ligheidsbril.MotorolieZorg ervoor dat andere personen voldoen-de veiligheidsafstand aanhouden.Oliepeil controleren.Maai op hellingen nooit omhoog of om-laag.TankinhoudGevaar door wegslingerende onderdelenbij een draaiende motor.Lange messen. Max. zaagbreedte.Houd uw handen en voeten uit de buurtvan de roterende messen.DRIVE - Beugel rijaandrijvingSTOP - MotorremhendelVerwijder voor het bedrijf van de gras-maaier de omliggende kleine onderdelen,die rondgeslingerd kunnen worden.Transportbeveiliging verwijderen.Gevaar voor vergiftiging! Gebruik het pro-duct alleen buitenshuis en nooit in geslo-ten of slecht geventileerde ruimten.Gegarandeerd geluidsvermogensniveauvan het product.Haal altijd de bougiestekker eruit, voordatu onderhoudswerkzaamheden gaat uitvoe-ren.Het product voldoet aan de geldende EU-bepalingen.60 | NL / BE
2 InleidingFabrikant:Scheppach GmbHGünzburger Straße 69D-89335 IchenhausenGeachte klant,Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken met uwnieuwe product. Aanwijzing:De fabrikant van dit product is volgens de van kracht zijndewet inzake productaansprakelijkheid niet aansprakelijk voorschade die aan dit product of door dit product ontstaan bij:• Ondeskundige behandeling• Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding• Reparaties door derden, niet geautoriseerde vakmensen• Inbouw en vervanging van niet-originele reserveonder-delen• Gebruik dat niet conform de voorschriften is• uitvallen van de elektrische installatie bij het niet in achtnemen van de elektrische voorschriften en VDE-voor-schriften 0100, DIN 57113 / VDE0113. Let op:De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product.
Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met het productveilig, vakkundig en economisch werkt, hoe u gevaren ver-mijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijden vermindert en debetrouwbaarheid en levensduur van het product verhoogt. Aanvullend op de veiligheidsbepalingen van deze gebruiks-handleiding moet u absoluut de voor de werking van hetproduct geldende voorschriften van uw land in acht nemen. Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekend metalle bedienings- en veiligheidsinstructies. Gebruik het pro-duct uitsluitend als beschreven en voor de aangegeven toe-passingen. Bewaar de gebruikshandleiding daarom goed,en verstrek alle documentatie als het product wordt doorge-geven aan derden. 3 Productbeschrijving (afb. 1-28)1. Stuur2. Beugel rijaandrijving2a. Bowdenkabel3. Motorremhendel3a. Gaskabel4. Elektrische start5. Bovenste duwbeugel6. Elektrische starterunit7. Quickrelease7a.
2 x Bout M8 (vleugelmoer)21b. 2 x Afstandhouder (vleugelmoer)24. 1 x Grasopvangzak27. 1 x Mulchinzetstuk28. 1 x Accu29. 1 x Accu-opladerA. 4 x BoutenB. 1 x BougiesleutelC. 2 x Klittenband2 x Gebruikshandleiding (grasmaaier, accu + oplader)5 Beoogd gebruikDe benzine grasmaaier is geschikt voor particulier gebruik inde tuin of hobbytuin. Grasmaaier voor de particuliere tuin ofhobbytuin zijn machines waarvan het jaarlijks gebruik inprincipe niet meer is dan 50 uur en voornamelijk voor hetonderhoud van gras- of gazonoppervlakken wordt gebruikt,echter niet in openbare installaties, parken, sportvelden, als-ook in de land- en bosbouw. Het product mag uitsluitend worden gebruikt waarvoor hetbedoeld is. Elk ander of verdergaand- is niet volgens de voor-schriften. Voor hieruit ontstane schade of verwondingen, vanwelke soort dan ook, is de gebruiker en niet de fabrikant aan-sprakelijk.
Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, de monta-gehandleiding en de aanwijzingen in de gebruikshandleidingmaken deel uit van het beoogd gebruik. Personen, die het product bedienen of onderhoud aan hetproduct verrichten, moeten hiermee bekend zijn en op dehoogte zijn van de mogelijke gevaren. De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen die aanhet product worden aangebracht en de hieruit voortvloeien-de schade. Het product mag uitsluitend met de originele onderdelen enoriginele accessoires van de fabrikant worden gebruikt. De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften van defabrikant alsook de in de technische gegevens aangegevenafmetingen moeten in acht worden genomen. Let erop dat onze producten volgens het beoogd gebruikniet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of industriële toepas-singen zijn ontworpen.
Wij aanvaarden geen aansprakelijk-heid wanneer het product in bedrijfsmatige, ambachtelijke ofindustriële ondernemingen of bij soortgelijke werkzaamhe-den worden ingezet. Vanwege gevaar voor lichamelijk letsel van de gebruiker,mag de grasmaaier niet voor de volgende werkzaamhedenworden gebruikt (onvolledige opsomming):• voor het snoeien van bosjes, heggen en struiken,• voor snoeien van klimplanten,• voor gazononderhoud op dakbeplantingen en in balkon-bakken,• voor hakselen en verkleinen van snoeiafval van bomenen heggen,• voor het reinigen van voetpaden (afzuigen, blazen),• voor het effenen van bodemverhogingen, zoals bijv. molshopen. • voor het transporteren van snoeimateriaal anders dan inde daarvoor aanwezige grasopvangzak. WAARSCHUWINGLees voor de ingebruikname van het product deze handlei-ding voor uw eigen veiligheid en de algemene veiligheids-voorschriften grondig door.
Als u het product aan derdengeeft om te gebruiken, dient u deze gebruikshandleidingaltijd mee te leveren. Het product maakt deel uit van de serie Parkside X 20 VTEAM en kan met accu's van de serie Parkside X 20 VTEAM worden gebruikt.
De accu’s mogen alleen met opla-ders van de serie Parkside X 20 V TEAM worden opgeladen. Verklaring van de signaalwoorden in degebruikshandleiding GEVAARSignaalwoord voor aanduiding van een directaanwezige, gevaarlijke situatie die, indien dezeniet wordt vermeden, de dood of ernstige ver-wondingen tot gevolgd heeft. WAARSCHUWINGSignaalwoord voor aanduiding van een mogelijkegevaarlijke situatie die, indien deze niet wordtvermeden, tot de dood of ernstige verwondingenkan leiden. VOORZICHTIGSignaalwoord voor aanduiding van een mogelijkegevaarlijke situatie die, indien deze niet wordtvermeden, tot geringe of matige verwondingenkan leiden. LET OPSignaalwoord voor aanduiding van een mogelijkegevaarlijke situatie die, indien deze niet wordtvermeden, materiële schade aan producten of ei-gendommen tot gevolg kan hebben.
6 VeiligheidsvoorschriftenBewaar alle veiligheidsvoorschriften en -aanwijzingenvoor toekomstig gebruik. WAARSCHUWINGLees alle veiligheidsvoorschriften, aanwijzingen,afbeeldingen en technische gegevens die bij ditproduct zijn meegeleverd. Het niet naleven van de onderstaande aanwijzingen kun-nen ernstige verwondingen veroorzaken. Wie mogen het product niet gebruiken:• Kinderen en andere personen, die niet bekend zijn metde gebruikshandleiding (plaatselijke voorschriften kun-nen de minimumleeftijd van de gebruiker bepalen). • Personen die onder invloed zijn van alcohol, drugs, me-dicijnen, moe of ziek zijn. 6. 1 Veiligheidsvoorschriften voorhandgevoerde grasmaaier• Lees de gebruikshandleiding zorgvuldig door. Zorg er-voor dat u bekend bent met de instellingen en het cor-recte gebruik van het product.
Denk eraan dat de bestuurder of de ge-bruiker van de machine verantwoordelijk is voor onge-vallen met andere personen of hun eigendommen. • Maai alleen bij voldoende zicht. Zorg dat derden uit debuurt blijven. • Als u het product aan een andere persoon overdraagt,moet deze gebruikshandleiding eveneens worden ver-strekt. • Draag altijd stevig schoeisel met anti-slip zolen en eenlange broek tijdens het maaien. Maai nooit op blote voe-ten of in lichte sandalen. 62 | NL / BE.
• Controleer het terrein, waarop het product wordt ge-bruikt en verwijder alle voorwerpen, zoals stenen, speel-goed, stokken en draden, enz. , die vastgegrepen enweggeslingerd kunnen worden. • Zet de motor uit, wacht tot deze volledig stil staat enkoppel de bougiestekker los als– Als u het product verlaat. – u blokkades of verstoppingen verwijdert. – Het product in aanraking komt met vreemde voor-werpen. – storingen en ongewone trillingen aan het product op-treden. WAARSCHUWINGBrandstof is zeer ontvlambaar:• Bewaar brandstof alleen in daarvoor bedoelde contai-ners (jerrycans). • Vul de tank uitsluitend bij in de buitenlucht en rook niettijdens het tanken. • Brandstof moet voor het starten de motor worden bijge-vuld. Open de tankdop niet terwijl de motor loopt of on-middellijk na het uitschakelen van het product en vulgeen brandstof bij.
• Indien er brandstof is overgelopen mag er in geen gevalgepoogd worden om de motor te starten. In plaatsdaarvan moet het product uit de buurt van met brand-stof vervuilde oppervlakken worden gehouden. Elkeontstekingspoging moet worden vermeden totdat debrandstofdampen zijn verdampt. • Vanwege veiligheidsredenen moeten brandstoftank entankdeksel bij beschadiging worden vervangen. • Brandstof mag nooit in de buurt van ontstekingsbron-nen worden bewaard. Gebruik altijd een gecontroleerdecontainer. Houd brandstof uit de buurt van kinderen. • Vervang defecte geluiddempers. • Voor gebruik moet door een visuele controle altijd wor-den gecontroleerd of het mes en de bevestigingsboutenversleten of beschadigd zijn. Om eventueel onbalans tevermijden, moeten versleten of beschadigde messen enbevestigingsbouten altijd per set worden vervangen. 6.
2 Elektrische veiligheid• De aansluitstekker van het elektrische gereedschapmoet in het stopcontact passen. De stekker mag opgeen enkele wijze worden gewijzigd. Gebruik geenadapterstekker samen met geaard elektrisch ge-reedschap.
Ongewijzigde stekkers en passende stop-contacten verminderen het risico op elektrische schok. •Let op dat uw lichaam geen contact maakt met geaar-de onderdelen zoals bijv. buizen, radiatoren, elektri-sche haarden, koelkasten. Er bestaat een verhoogd risi-co op een elektrische schok als uw lichaam geaard is. • Houd elektrisch gereedschap uit de buurt van regenof vocht. Het indringen van water in een elektrisch ap-paraat vergroot het risico op een elektrische schok. Neem de veiligheidsvoorschriften en aanwijzingen voor hetopladen en het juiste gebruik in acht zoals in de gebruiks-handleiding van uw accu en oplader van de serie Parkside X20 V Team aangegeven. Een gedetailleerde beschrijving voor het laadproces en overigeinformatie vindt u in deze afzonderlijke gebruikshandleiding. Onjuist gebruik van de accu en de oplader kan een elek-trische schok of brand veroorzaken. 6.
3 GebruikGebruik:• Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven zijn vastge-draaid om er zeker van te zijn dat het product zich ineen veilige werktoestand bevindt. • Bewaar het product nooit met brandstof in de tank bin-nen een gebouw, waarin mogelijke brandstofdampenmet open vuur of vonken in contact kunnen komen. • Laat de motor afkoelen, voordat u het product in geslo-ten ruimtes plaatst. • Om brandgevaar te vermijden, dient u de motor, uitlaaten het bereik rond de brandstoftank vrij het houden vangras, bladeren en uittredend vet (olie). • Controleer regelmatig de grasvanginrichting op slijtageof verlies van de functies. • Vervang vanwege veiligheidsredenen versleten of be-schadigde onderdelen. • Als de brandstoftank moet worden geleegd, moet dit inde buitenlucht gebeuren. • Laat de verbrandingsmotor niet in gesloten ruimtes lo-pen, waarin zich gevaarlijke koolmonoxide kan vormen.
• Het gebruik van het product bij onweer is verboden -Bliksemgevaar. • Let altijd op een goede positie op hellingen. • Geleid het product alleen in looppas. • Bij producten op wielen geldt: Maai dwars op de helling,nooit op- en neerwaarts. Wees met name voorzichtig alsu uw rijrichting op de helling verandert. • Maai nooit op overmatig steile hellingen en op aangren-zende stortplaatsen, groeven of dijken. Wees met namevoorzichtig als het product moet worden gekeerd of alsu deze naar u toe trekt. • Stop de messen indien de grasmaaier moet worden ge-kanteld, bij transport of op andere oppervlakken alsgras en indien de grasmaaier voor en naar het te maaienoppervlak wordt verplaatst. VOORZICHTIGDe grasmaaier mag niet worden gebruikt, zonder dat devolledige grasopvanginrichting of de zelfsluitende veilig-heidsvoorziening voor de uitwerpopening is aangebracht.
• Gebruik de grasmaaier nooit met beschadigde veilig-heidsvoorzieningen of veiligheidsroosters of zonderaangebouwde veiligheidsvoorzieningen bijv. stootplaaten/of inrichtingen om het gras op te vangen. • Verander nooit de regelinstellingen van de motor enzorg ervoor dat deze niet te zwaar wordt belast. • Activeer de motorrem en koppel alle snijgereedschap-pen en aandrijvingen los, voordat u de motor start. • Start de motor voorzichtig, overeenkomstig de aanwij-zingen van de fabrikant. Let op voldoende afstand vande voeten tot de messen. NL / BE | 63.
• Bij het starten van de motor mag de grasmaaier nietworden gekanteld, alleen indien de grasmaaier bij hetproces moet worden opgetild. In dit geval kantelt u degrasmaaier slechts zo ver, als absoluut noodzakelijk, entilt u uitsluitend de zijde op die richting de bediener isgekeerd. • Start de motor niet indien u voor het uitwerpkanaalstaat. • Breng handen of voeten nooit tegen of over de draaien-de delen. Houd u altijd buiten het bereik van de uitwer-popening. • Til of draag een grasmaaier nooit terwijl de motor loopt. • Zet de motor uit en controleer of alle bewegende onder-delen tot stilstand zijn gekomen en de contactsleutel, in-dien voorhanden, is geactiveerd:– Voordat u blokkades verwijdert of verstoppingen inhet uitwerpkanaal oplost. – Voordat u het product controleert, reinigt of er werk-zaamheden aan uitvoert. – Indien een vreemd voorwerp is geraakt.
Controleerhet product op beschadigingen en voer de noodza-kelijke reparaties uit voordat u het product opnieuwstart en ermee gaat werken. Indien het product bijhet starten ongewoon sterk trilt, moet deze directworden onderzocht. – Indien u zich van het product verwijdert. – Voor het bijtanken. • Bij het nalopen van de motor moet de smoorklep wor-den gesloten. Als de motor over een benzineafsluitklepbeschikt, moet deze na het gebruik worden gesloten. • Het gebruik van het product met overmatige snelheidkan het risico op ongevallen verhogen. • Wees voorzichtig bij instelwerkzaamheden aan het pro-duct en voorkom het inklemmen van vingers tussen debewegende messen en stijve apparaatdelen. • Wees bijzonder voorzichtig bij het maaien op oneffenondergrond, op aangrenzende stortplaatsen, groeven ofdijken. • Vermijd plaatsen waarbij de wielen niet meer grijpen ofhet maaien niet stabiel is.
• Let in de buurt van straten op het wegverkeer. GEVAARStruikelgevaar. Wees met name voorzichtig bij het achterwaarts verplaat-sen en bij het trekken van het product.
Controleer voor een achterwaartse beweging of er geenkinderen achter u aanwezig zijn. • De gebruiker moet voldoende zijn geschoold in het toe-passen, instellen en bedienen van de machine (inclusiefverboden handelingen). • Controleer het product regelmatig en zorg ervoor dat al-le startvergrendelingen en drukknoppen goed werkenvoor elk gebruik. • Let op: onjuist onderhoud, het gebruik van niet-confor-me reserveonderdelen of het verwijderen of wijzigen vanveiligheidsvoorzieningen kan schade aan het product enlichamelijk letsel van de persoon die ermee werkt tot ge-volg hebben. • Let erop dat de veiligheidssystemen of inrichtingen vanhet product niet gemanipuleerd of gedeactiveerd mogenworden. Verwijder nooit delen die voor de veiligheid die-nen. • Let op dat de gebruiker geen verzegelde instellingenvoor motortoerentalregeling mag wijzigen of manipule-ren.
• Gebruik alleen messen en accessoires die door de fabri-kant worden aanbevolen. Bij gebruik van andere inzet-stukken en accessoires bestaat gevaar voor verwon-ding. • Houd het product altijd in een goede bedrijfstoestand. • Het is noodzakelijk om voldoende pauzes te nemen omlawaai en trillingen te verminderen. 6. 4 Restgevaar en voorzorgsmaatregelenHet niet naleven van de ergonomische basisprincipesNalatig gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen(PBM's)Nalatig gebruik of het weglaten van persoonlijke bescher-mingsmiddelen kan ernstige verwondingen tot gevolg heb-ben. • Voorgeschreven beschermende uitrusting dragen. Menselijk gedrag, incorrect gedrag• Wees tijdens alle werkzaamheden altijd volledig gecon-centreerd. Restgevaar• Kan niet worden uitgeslotenGevaar door lawaaiGehoorschadeLangere werkzaamheden met het product zonder gehoorbe-scherming kan leiden tot gehoorschade.
• Altijd gehoorbescherming dragen. Gedrag bij noodgevallenBij een eventueel ongeval moet u direct de noodzakelijkeEHBO-maatregelen nemen en zo snel mogelijk hulp vragenaan een gekwalificeerde arts. 6.
5 Restrisico'sHet product is vervaardigd volgens de stand van detechniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprake zijn vanenkele restrisico's. • Bovendien kunnen er ondanks alle getroffen voorzienin-gen verborgen restrisico's bestaan. • Restrisico's kunnen worden geminimaliseerd als de“veiligheidsvoorschriften” en het “gebruik conform devoorschriften” alsook de bedieningshandleiding wordenopgevolgd. • Vermijd onvoorziene ingebruikname van het product. • Houd uw handen buiten de werkomgeving, wanneer hetproduct in bedrijf is. • Onopzettelijk inschakelen van het product. • Volg de in de gebruikshandleiding voorgeschreven on-derhouds- en veiligheidsvoorschriften op. 64 | NL / BE.
7 Technische gegevensMotortype 4-takt motor/luchtgekoeldCilinderinhoud 150 cm³Werktoerental 2800 min-1Max. toerental 3600 min-1Motorvermogen 2,6 kW/3,5 PS (3600 min-1)Brandstof Normale benzine/loodvrijmax. 10% bio-ethanolTankinhoud 1 lMotorolie SAE 10W-30/SAE 10W-40Tankinhoud/Olie 0,4 lMaaihoogteverstelling 25-75 mm/8-voudigMaaihoogtes 25 (1) / 35 (2) / 45 (3) / 50 (4) /55 (5) / 65 (6) / 70 (7) / 75 (8)(+ / - 5) mmInhoud grasopvangzak 50 lzaagbreedte 46 cmGewicht (met lege tank envolledig gemonteerd)28,7 kgTechnische wijzigingen voorbehouden. Accu/opladerDe technische gegevens van de accu en de oplader kunt uin de meegeleverde gebruikshandleiding vinden. LET OPHet product maakt deel uit van de serie Parkside X 20 VTEAM en kan met accu's van de serie Parkside X 20 VTEAM worden gebruikt. De accu’s mogen alleen met opla-ders van de serie Parkside X 20 V TEAM worden opgela-den.
Geluid en trilling WAARSCHUWINGLawaai kan ernstige gezondheidsklachten tot gevolg heb-ben. Als het geluid van de machine hoger is dan 85 dB,draag dan geschikte gehoorbescherming voor u en perso-nen in de omgeving. GeluidswaardenGeluidsdrukniveau LpA74,6 dBMeetonnauwkeurigheid KpA1,81 dBGemeten geluidsvermogensniveau LwA94,6 dBGegarandeerd geluidsvermogensniveau LwA96 dBMeetonzekerheid KwA1,81 dBHoud u zo nodig aan rustperiodes en beperk de duur vanhet werk tot het absolute noodzakelijke. Trillingskenwaarden (hand-arm-trilling)Trilling ahv5,7 m/s²Meetonnauwkeurigheid Kh2,3 m/s²Beperk de geluidsproductie en trilling tot een minimum. • Gebruik alleen optimale producten. • Onderhoud en reinig het product regelmatig. • Pas uw werkwijze aan het product aan. • Zorg dat het product niet overbelast raakt. • Laat het product eventueel controleren.
• Schakel het product uit als deze niet in bedrijf is. • Draag handschoenen. WAARSCHUWINGBij langdurige werkzaamheden kunnen door de trillingenstoornissen in de doorbloeding in de handen van de ge-bruiker optreden (witte vinger syndroom).
Raynaud-syndroom (dove vingers) is een vaatziekte, waar-bij kleine bloedvaten in de vingers en tenen acuut verkram-pen. De desbetreffende lichaamsdelen worden dan nietmeer voldoende van bloed voorzien waardoor ze een blekekleur krijgen. Het frequente gebruik van trillende productenkan zenuwbeschadigingen veroorzaken bij personen meteen verminderde doorbloeding (bijv. rokers, diabetici). Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u direct dewerkzaamheden en raadpleegt u een arts. Neem de volgende aanwijzingen in acht om de risico's tebeperken:• Houd uw lichaam en met name uw handen bij koudweer warm. • Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de handenom de doorbloeding te bevorderen. • Houd de trillingen van het product zo laag mogelijk doorregelmatig onderhoud aan vaste onderdelen op het pro-duct. 8 Uitpakken WAARSCHUWINGHet product en de verpakkingsmaterialen zijn geenkinderspeelgoed.
Kinderen mogen niet met plastic zakken, folies en klei-ne onderdelen spelen. Er bestaat gevaar voor inslikkenen verstikkingsgevaar. • Open de verpakking en haal het product er voorzichtiguit. • Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de verpak-kings- en transportbeveiligingen (indien voorhanden). • Controleer of de inhoud van de levering volledig is. • Controleer het product en de hulpstukken op transport-schade. Meld eventuele schade direct bij het transport-bedrijf dat het product heeft bezorgd. Reclamaties opeen later tijdstip worden niet erkend. • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na het verstrij-ken van de garantietijd. • Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekendmet het product aan de hand van de gebruikshandlei-ding. • Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserveon-derdelen uitsluitend originele onderdelen.
9 Montage VOORZICHTIGGevaar voor verwonding door draaiend mes. Voer dewerkzaamheden aan het product uitsluitend uit bij een uit-geschakeld en stilstaand mes. LET OPLet op dat bij de montage van de duwbeugels de gaskabelniet bekneld raakt. Plaats het product op een vlak, recht oppervlak. Benodigd gereedschap:• Kruiskopschroevendraaier** = niet altijd meegeleverd. 9. 1 Montage van de onderste duwbeugel(8) (afb. 3, 4)1. Demonteer het onderdeel van de bout M8 (21a), af-standhouder (21b) en vleugelmoer (21). 2. Schuif telkens een geleiding (10) op de bout aan de on-derste duwbeugel (8). 3. Plaats de onderste duwbeugel (8) op de geleidingen(10). Let op dat de onderste duwbeugel (8) in de bout zit ende bevestigingsgaten overeenkomen. 4. Breng telkens een bout M8 (21a) door de bevestigings-gaten van de onderste duwbeugel (8) aan. 5.
Plaats een afstandhouder (21b) op elke bout M8 (21a)en borg deze met telkens een vleugelmoer (21). 9. 2 Montage van de bovenste duwbeugel(5) (afb. 1, 5, 6)1. Schroef de stergreepschroeven (7b) inclusief afstand-houder (7a) en afstandsschijf (7d) uit de draadbus (7c). 2. Lijn de bovenste duwbeugel (5) uit met de overeenkomsti-ge bevestigingspunten van de onderste duwbeugel (8). 3. Plaats een afstandsschijf (7d) op de stergreepschroeven(7b) en breng deze door de bevestigingsgaten van debovenste en onderste duwbeugel (5+8) aan. 4. Plaats een afstandhouder (7a) op elke stergreepschroef(7b). 5. Borg de stergreepschroeven (7b) met de quickreleases(7). Let er daarbij op dat de gaskabel (3a) en de Bowdenka-bel (2a), die later met een kabelklem (9) worden beves-tigd, niet in de weg zitten. 9. 3 Montage van de elektrische starterunit(6) (afb. 1, 7-11)1.
Borg de elektrische starterunit (6) met behulp van debouten (A). Let er daarbij op dat de gaskabel (3a) en de Bowdenka-bel (2a), die later met een kabelklem (9) worden beves-tigd, niet in de weg zitten. 5. Draai de bouten (A) met behulp van een kruiskop-schroevendraaier aan. 6. Bevestig de kabel van de elektrische starterunit (6) metde klittenbandjes (C) op de onderste duwbeugel (8). 7. Trek de gaskabel (3a) door de elektrische starterunit (6),zoals in afb. 8 weergegeven. 8. Plaats de gaskabel (3a) in de motorremhendel (3) endruk de rechterzijde van de motorremhendel (3) weer inde kunststofhouder op de bovenste duwbeugel (5). 9. Fixeer de gaskabel (3a) en de Bowdenkabel (2a) met demeegeleverde kabelklem (9) op de onderste duwbeugel(8). 10. Hang de greep van het starterkoord (26) in de kabelhaak(25).
10 Voor de ingebruiknameLET OPHet product voor de ingebruikstelling in ieder gevalvolledig monteren. WAARSCHUWINGGevaar voor de gezondheid. Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen en uit-laatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewuste-loosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot dedood leiden. – Adem geen brandstof-/smeeroliedampen en uitlaat-gassen in. – Gebruik het product alleen in de open lucht. LET OPProductbeschadiging. Als het product zonder of met te weinig motor- of trans-missieolie wordt gebruikt, kan dit tot motorschade leiden. –Vul voor de ingebruikname brandstof en olie in. Het pro-duct wordt zonder motor- of transmissieolie geleverd. LET OPMilieuschade. Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. Devloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterverontreinigingleiden. – Olie alleen op een vlakke, verharde ondergrond vullen/aftappen.
– Gebruik een vulpijp of trechter. – Vang afgetapte olie in een geschikte container op. – Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en verwijderde doek conform de lokale voorschriften. – Verwijder olie conform de lokale voorschriften. 66 | NL / BE.
LET OPRisico op materiële schade. Indien incorrect opgeslagen of niet afgetapte brandstoffenworden gebruikt, kan de carburateur verstoppen of dewerking van de motor beïnvloeden. – Giet de niet benodigde brandstof in een luchtdicht re-servoir en bewaar dit in een donkere, koele ruimte. Plaats het product op een vlak, recht oppervlak. Benodigd gereedschap:• Maatbeker 1 liter (olie-/brandstoftest)*• Trechter*• Doek** = niet altijd meegeleverd. 10. 1 Motorolie bijvullen (afb. 12)LET OPHet product wordt geleverd zonder motorolie. Voor in-gebruikname daarom altijd olie bijvullen. Gebruik hier-toe multifunctionele olie (SAE 10W-30 of SAE 10W-40). Controleer regelmatig voor elke ingebruikname het oliepeil. Een te laag oliepeil kan de motor beschadigen. 1. Schroef de oliepeilstok (18) los. 2. Vul de tank met behulp van een trechter met motorolie. Let op de max. vulhoeveelheid van 0,4 l.
Vul de olievoorzichtig bij tot aan de onderkant van de vulpijp. 3. Veeg de oliepeilstok (18) met een schone, pluisvrijedoek schoon. 4. Plaats de oliepeilstok (18) weer terug en er weer uit. Controleer het oliepeil, zonder de oliepeilstok (18) weerer in te schroeven. 5. Het oliepeil moet binnen de middelste markering op deoliepeilstok (18) staan. 6. Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolen hoe-veelheid olie toe (max. 0,4 l). 7. Schroef de oliepeilstok (18) vervolgens weer vast. 10. 2 Brandstof bijvullen (afb. 13) GEVAARBrand- en explosiegevaar. Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en eventueelexploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingen of zelfs dedood. • Schakel de motor uit en laat deze afkoelen. • Houd uit de buurt van hitte, vlammen en vonken. • Vul brandstof alleen in de open lucht bij. • Draag veiligheidshandschoenen. • Vermijd huid- en oogcontact.
• Start het product met een afstand van min. 3 m tot devullocatie van de brandstof. • Let op voor ondichte plekken. Start de motor niet als erbrandstof uitloopt.
LET OPHet product wordt geleverd zonder brandstof. Voor ingebruikname daarom altijd brandstof bij-vullen. Gebruik hiervoor Super E10 benzine. 1. Reinig de omgeving van het vulgedeelte. Verontreinigin-gen in de brandstoftank (12) veroorzaken bedrijfsstorin-gen. 2. Open voorzichtig de tankdop (11) zodat eventuele over-druk kan ontsnappen. 3. Vul de brandstoftank (12) met behulp van een trechtermet brandstof. Let op de max. vulhoeveelheid van 1 l. Vul de brandstof voorzichtig bij tot aan de onderkantvan de vulpijp. 4. Sluit de tankdop (11) weer. Controleer of de tankdop(11) goed sluit. 5. Reinig de tankdop (11) en de omgeving. 10. 3 Laadstatus van de accu (28) (afb. 1, 14)De grasmaaier is voorzien van een elektrische starter (4). Alsstartaccu wordt een lithium-ionen accu (28) gebruikt. Hetgebruik van de accu (28) en de oplader (29) wordt beschre-ven in de meegeleverde gebruikshandleiding. 1.
Ter controle van de laadstatus drukt u op de toets voorde laadindicator (28c) op de accu (28). De accu-laadin-dicator (28b) geeft de laadstatus van de accu (28) weer. 2. De accu (28) mag alleen met de meegeleverde oplader(29) worden opgeladen. Tijdens het gebruik van degrasmaaier wordt de accu (28) niet opgeladen. 11 In gebruik nemenAANWIJZINGEnige geluidsoverlast van dit product is onvermij-delijk. Stel werkzaamheden met lawaai uit totgoedgekeurde en aangewezen tijden. Houd u zonodig aan rustperiodes en beperk de duur vanhet werk tot het absolute noodzakelijke. Voor uw persoonlijke bescherming en de be-scherming van personen in de buurt, dient u ge-schikte gehoorbescherming te dragen. 11. 1 Instellen van de maaihoogte (afb. 15)LET OPHet verstellen van de maaihoogte mag alleen bijuitgeschakelde motor en verwijderde bougiestek-ker worden uitgevoerd.
• In dicht, hoog gras, stelt u de hoogste snijhoogte in enmaait u langzamer. Voor de eerste keer maaien in hetseizoen, stelt u een hoge snijhoogte in. Stel de maai-hoogte zo in dat het product niet overbelast raakt.
Het instellen van de maaihoogte gebeurt via de hendel voorde maaihoogteverstelling (22). Er kunnen verschillendemaaihoogten worden ingesteld. 1. Trek de hendel voor de maaihoogteverstelling (22) naarbuiten. 2. Verschuif de hendel voor de maaihoogteverstelling (22)in de gewenste maaihoogtepositie. 3. Laat de hendel voor de maaihoogteverstelling (22) weerlos. De hendel klikt vast in de gewenste positie. 11. 2 Accu (28) plaatsen/verwijderen (afb. 16)1. Om de accu (28) uit het product te halen, drukt u op deontgrendelingsknop (28a) van de accu (28) en trekt deaccu (28) eruit. 2. Om de accu (28) te plaatsen, schuift u de accu (28)langs het geleideblad in de elektrische starterunit (6). Hijklikt hoorbaar vast. 11. 3 Messtopinrichting (afb. 1, 24)Voor elke ingebruikname moet u de messtopinrichting con-troleren. Start de motor zoals onder 12. 4 beschreven. 1. Laat de motorremhendel (3) los.
De motor schakelt uiten het mes (30) wordt afgeremd. 2. Het mes (30) moet binnen 7 seconden stoppen. 11. 4 Maaivlak voorbereiden1. Onderzoek het te maaien oppervlak zorgvuldig vooraf-gaand aan het maaien. 2. Verwijder stenen, stokken, botten, draden, speelgoeden andere voorwerpen, die door het product weggeslin-gerd kunnen worden. 3. Let erop dat er geen personen op het te maaien opper-vlak aanwezig zijn. 12 BedrijfDe grasmaaier wordt met een krachtige, luchtgekoelde 4-taktmotor aangedreven. Het product kan worden gestart met of zonder elektrischestarterunit en is uitgerust met een 8-voudige maaihoogtever-stelling, een grasopvangbak en een inklapbare duwbeugel. De werking van de bedieningsonderdelen vindt u in de vol-gende beschrijvingen. Controle voor gebruik• Controleer alle zijdes van de motor op olie of brandstof-lekken. • Controleer het motoroliepeil.
• Controleer of de bougiestekker aan de bougie is beves-tigd. • Let op tekenen van schade. • Controleer of alle veiligheidsafdekkingen zijn aange-bracht en of alle schroeven, moeren en pennen zijn aan-gedraaid. 12. 1 Maaien met grasopvangzakLET OPGebruik het product niet zonder volledig aangebrachtegrasopvangbak of zonder mulchinzetstuk. LET OPGrasopvangbak alleen bij een uitgeschakelde motor enstilstaand mes wegnemen of aanbrengen. 12. 1. 1 Plaatsen van de grasopvangzak (24) (afb. 17)1. Til de achterste uitwerpklep (23) op. 2. Grijp de grasopvangzak (24) vast aan de handgreep. 3. Hang de grasopvangzak (24) in de daarvoor bestemdeophanging van de grasopvangzak aan de achterkantvan het product. 4. Verwijder de achterste uitwerpklep (23), hierdoor wordtde grasopvangzak (24) in positie gehouden. 12. 1. 2 Vulpeilindicator (24a) op degrasopvangzak (24) (afb.
17)De door het mes (30) gegenereerde luchtstroom laat de vul-peilindicator (24a) stijgen. Als de grasopvangzak (24) is ge-vuld, stopt de luchtstroom. Als de luchtstroom te laag is,daalt de vulpeilindicator (24a). Dit is een aanwijzing dat degrasopvangzak (24) moet worden geleegd. De onbegrensde werking van de vulpeilindicator (24a) is uit-sluitend mogelijk bij een optimale luchtstroom. Externe in-vloeden zoals nat, dicht of hoog gras, lage maainiveaus, ver-ontreiniging of dergelijke kunnen de luchtstroom en de wer-king van de vulpeilindicator (24a) beïnvloeden. • Klep openen: Grasopvangzak (24) wordt gevuld• Klep dicht: Grasopvangzak (24) is gevuld12. 1. 3 Legen van de grasopvangzak (24) (afb. 1, 17) WAARSCHUWINGVoor het wegnemen van de grasopvangbak de motoruitschakelen en de stilstand van het mes afwachten. LET OPGevaar voor letsel.
Grasopvangbak alleen bij een uitgeschakelde motor enstilstaand mes wegnemen. Zodra tijdens het maaien grasresten blijven liggen, moetde grasopvangbak worden geleegd. 1. Om de grasopvangzak (24) weg te nemen, tilt u de ach-terste uitwerpklep (23) op. 2.
Neem de grasopvangzak (24) aan de handgreep er uit. Overeenkomstig het veiligheidsvoorschrift valt de uit-werpklep (23) bij het uithangen van de grasopvangzak(24) dicht en sluit de achterste uitwerpopeningen af. Als er daarbij grasresten in de opening blijven hangen, danis het voor het makkelijker starten van de motor doelmatigom de grasmaaier ongeveer 1m terug te trekken. 68 | NL / BE.
LET OPResten snijgoed in de maaierbehuizing en op het werkge-reedschap niet met de hand of met de voeten verwijderen,maar met geschikte hulpmiddelen, bijv. borstels of een ve-ger. Om een goede verzameling te garanderen, moeten de gras-opvangzak (24) en in het specifiek het luchtfilter (13a) na ge-bruik worden gereinigd. 12. 2 Maaien met zij-uitworpMet de zij-uitwerp (19a) kunt u ook hoog en wild gras, datslechts zelden wordt gemaaid, maaien. 12. 2. 1 Zij-uitwerp (19a) plaatsen (afb. 18)1. Verwijder eerst de grasopvangzak (24) en plaats hetmulchinzetstuk (27) (zie 12. 3). 2. Klap de zij-uitwerpklep (19) omhoog en houd deze vast. 3. Plaats de zij-uitworp (19a) er in. 4. Sluit langzaam de zij-uitwerpklep (19). De zij-uitwerp-klep (19) borgt de zij-uitwerp (19a) tegen er uit vallen. 12. 2. 2 Zij-uitworp (19a) verwijderen (afb. 18)1. Klap de zij-uitwerpklep (19) omhoog en houd deze vast. 2.
Verwijder de zij-uitworp (19a) en sluit de zij-uitworpklep(19). 12. 3 Maaien met mulchinzetstukBij het mulchen wordt het snijgoed in de gesloten maaierbe-huizing verkleind en weer over het gras verdeeld. Het opne-men van gras en de verwijdering vervallen. Het fijne groenemaaisel valt als een natuurlijke meststof terug in de grasmaten brengt vocht in het gazon en voorziet het van belangrijkevoedingsstoffen. AANWIJZINGMulchen is alleen mogelijk bij relatief kort gras. 12. 3. 1 Mulchinzet (27) plaatsen (afb. 19)1. Til de achterste uitwerpklep (23) op. 2. Neem de grasopvangzak (24) (indien geplaatst) aan dehandgreep er uit. 3. Til de uitwerpklep (23) op en plaats het mulchinzetstuk(27). 4. Stel de maaihoogte in (zie 11. 1). Tips voor het mulchen:• Maai het gras ca. 2 cm terug bij een grashoogte van 4-6cm. 12. 4 Motor startenAANWIJZINGHet mes draait, als de motor wordt gestart.
Product niet starten, als het uitwerpkanaal niet door een vande volgende onderdelen is afgedekt:• Grasopvangzak• Mulchinzetstuk12. 4. 1 Motor starten met E-start (afb. 1, 20)1.
Controleer de laadstatus van de accu (28) (zie 10. 3) enlaad deze eventueel op. 2. Controleer voor elke start het brandstof- en motorolie-peil (zie hoofdstuk 10. 1 en 10. 2). Controleer of de bou-giestekker (16) op de bougie (16a) is aangesloten. 3. Schuif de opgeladen accu (28) langs het geleideblad inhet apparaat. De accu (28) klikt hoorbaar vast. 4. Sta achter de grasmaaier. 5. Druk de motorremhendel (3) richting het stuur (1) in enhoud deze ingedrukt. 6. Druk de elektrische starter (4) op de elektrische starte-runit (6) in en houd deze ingedrukt. 7. De motor start. 8. Zodra het product is opgestart, kunt u de elektrischestarter (4) weer loslaten. 12. 4. 2 Motor starten zonder elektrische starter(afb. 1, 21)1. Controleer voor elke start het brandstof- en motorolie-peil (zie hoofdstuk 10. 1 en 10. 2). Controleer of de bou-giestekker (16) op de bougie (16a) is aangesloten. 2.
Sta achter de grasmaaier. Druk met één hand de motor-remhendel (3) naar het stuur (1), de andere hand moetop het starterkoord (26) liggen. 3. Start de motor met starterkoord (26). Trek hiertoe degreep ca. 10-15 cm (tot een weerstand voelbaar is) eruit. En trek hier vervolgens krachtig met een ruk aan. Alsde motor niet is gestart, nogmaals aan starterkoord (26)trekken. 4. Op basis van een beschermplaat op de motor kan ereen lichte rookvorming ontstaan, indien u het productvoor de eerste keer gebruikt. Dit is een normaal proces. LET OP– Laat het starterkoord niet terugschieten. Dit kan totschade leiden. – Bij koel weer kan het noodzakelijk zijn om het startpro-ces meerdere te herhalen. 12. 5 Rijaandrijving (afb. 1)De grasmaaier is voorzien van een achterwielaandrijving. 12. 5. 1 Rijaandrijving inschakelen1. Start de grasmaaier (zie 12. 4). 2.
12. 6 De motor uitzetten WAARSCHUWINGGevaar voor letsel. Na het uitschakelen van de motor draait het mes nog en-kele seconden door. Als u de roterende delen aanraakt,kunnen snijwonden het gevolg zijn. – Wacht tot de stilstand van het messen. – Rem het mes niet af met de hand. – Draag veiligheidshandschoenen. – Houd het mes uit de buurt van uw voeten. 1. Um den Motor abzustellen, lassen Sie zuerst den BügelFahrantrieb (2) und anschließend den Motorbremshebel(3) los. Warten Sie, bis das Messer (30) stillsteht. 2. Ziehen Sie den Zündkerzenstecker (16) von der Zünd-kerze (16a) ab, um ein unbeabsichtigtes Starten desMotors zu vermeiden. 3. Entnehmen Sie den Akku (28) (siehe Abschnitt 11. 2). 13 Werkinstructies• Maai alleen met scherpe, optimale messen, zodat degrassprieten niet gaan rafelen en het gazon niet geelwordt.
• Om een net snijbeeld te bereiken moet de grasmaaier inzo recht mogelijke banen worden geleid. Hierbij moetendeze banen altijd enkele centimeters overlappen zodater geen stroken overblijven. • Houd de onderzijde van de maaibehuizing schoon enverwijder direct grasafzettingen. Afzettingen verzwarenhet starten, beïnvloeden de snijkwaliteit en het uitwer-pen van het gras. • Op hellingen moet de snijbaan dwars op de helling wor-den gemaakt. Het wegglijden van de grasmaaier wordtdoor de schuine stand naar boven voorkomen. 13. 1 Na het maaien• Laat de motor altijd eerst afkoelen, voordat u de gras-maaier in een gesloten ruime parkeert. Verwijder gras, gebladerte. Voor opslag smeren en oli-en. Geen andere voorwerpen op de grasmaaier bewa-ren. • Controleer voor hernieuwd gebruik alle schroeven enmoeren. Haal losse schroeven aan. • Leeg de grasopvangbak voor het hernieuwde gebruik.
• Neem ook het hoofdstuk “Opslag” in acht. 14 Reiniging WAARSCHUWINGGevaar voor verwondingen en brandwonden. Het product kan onverwacht starten en kan daardoor ver-wondingen veroorzaken.
– Schakel voor alle reinigings- en onderhoudswerk-zaamheden de motor uit. – Laat de motor afkoelen. – Trek de bougiestekker van de bougie. – Verwijder de accu. WAARSCHUWINGGevaar voor de gezondheid. Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampen en uit-laatgassen kan er ernstige gezondheidsschade, bewuste-loosheid ontstaan en dit in extreme gevallen zelfs tot dedood leiden. – Adem geen brandstof-/smeeroliedampen en uitlaat-gassen in. – Gebruik het product alleen in de open lucht. Benodigd gereedschap:• Spatel*• Handvegertje*• Perslucht** = niet altijd meegeleverd. 14. 1 Grasmaaier reinigen (afb. 1)• Een reiniging met de tuinslang is alleen aan te bevelenmet een lage druk. Een hogedrukreiniger is niet geschiktom het product te reinigen. • Hang de grasopvangbak uit en borstel deze met eenhandborstel schoon. De behuizing van de grasmaaierkunt u ook grof met een bezem reinigen.
• Bij grotere verontreinigingen kunt u het product met eenvochtige doek schoonmaken. AANWIJZINGVoordat u de grasmaaier kantelt, leegt u de brandstoftankvolledig met een brandstof-afzuigpomp (niet meegeleverd). De grasmaaier mag niet meer dan 90 graden worden ge-kanteld. 1. U kunt de grasmaaier het beste naar achteren kantelen. Let er op dat de bougie (16a) hierbij naar boven wijst. Als de bougie (16a) naar onderen wijst, kan er olie weg-lekken en grote schade aan de motor en carburateurveroorzaken. 2. U kunt het product als alternatief ook op de zijkant kan-telen. Hierbij moet u er op letten dat de luchtfilterafdek-king (13) zich aan de bovenzijde bevindt. 3. Reinig de onderkant van de grasmaaier met een spatelen handveger. De spatel helpt om grove en grotereplantenresten uit het bereik van het mes (30) te verwij-deren.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Parkside PBRM 46 A1 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Grasmaaier Parkside
Handleiding Grasmaaier
Nieuwste handleidingen voor Grasmaaier