Parkside PBRM 43 B2 Handleiding

Parkside Grasmaaier PBRM 43 B2

Bekijk gratis de handleiding van Parkside PBRM 43 B2 (168 pagina’s), behorend tot de categorie Grasmaaier. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 39 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Parkside PBRM 43 B2 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/168
IAN 495488_2504
PETROL LAWNMOWER PBRM 43 B2
BENZIN-RASENMÄHER PBRM 43 B2
TONDEUSE THERMIQUE PBRM 43 B2
GBIENIMT
Petrol Lawnmower
Operating and Safety Instructions
Translation of the original operating instructions
FRBECH
Tondeuse thermique
Consignes d'utilisation et de sécurité
Traduction du mode d’emploi original
ITMTCH
Tosaerba a benzina
Indicazioni sul funzionamento e la sicurezza
Traduzione delle istruzioni per l'uso originali
PT
Corta-relva a gasolina
Indicações de operação e segurança
Tradução do manual de operação original
DEATBECH
Benzin-Rasenmäher
Bedienungs- und Sicherheitshinweise
Originalbetriebsanleitung
NLBE
Benzine grasmaaier
Gebruiks- en veiligheidsvoorschriften
Vertaling van de originele gebruiksaanwijzing
ES
Cortacésped de gasolina
Instrucciones de servicio y seguridad
Traducción del manual de instrucciones original
1

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Parkside
Categorie: Grasmaaier
Model: PBRM 43 B2

Handleiding Parkside PBRM 43 B2 – volledige tekst

Inhoudsopgave1 Verklaring van de symbolen op het product. 702 Inleiding. 723 Productbeschrijving (afb. 1-19). 724 Meegeleverd (afb. 1-2). 725 Beoogd gebruik. 726 Gebruik dat niet conform de voorschriften is. 737 Veiligheidsvoorschriften. 738 Technische gegevens. 769 Uitpakken. 7710 Montage. 7711 Voor de ingebruikname. 7812 Bedrijf. 8013 Werkinstructies. 8214 Reiniging en onderhoud. 8215 Transport. 8616 Opslag. 8617 Reparatie en reserveonderdelen bestellen. 8718 Afvalverwerking en hergebruik. 8719 Verhelpen van storingen. 8720 EU-conformiteitsverklaring. 8821 Garantiebewijs. 8922 Explosietekening. 160NL / BE | 69.

1 Verklaring van de symbolen op het productHet gebruik van symbolen in deze handleiding is bedoeld om uw aandacht te vestigen op eventuele risico's. De vei-ligheidssymbolen en de bijbehorende uitleg moeten goed worden begrepen. De waarschuwingen zelf voorkomengeen risico's en kunnen de juiste maatregelen betreffende ongevallenpreventie niet vervangen.Let op! Het niet in acht nemen vande op het product aangebrachteveiligheidstekens en waarschuwin-gen alsook het niet in acht nemenvan de veiligheids- en bedienings-aanwijzingen kan tot ernstig of zelfsdodelijk letsel leiden.Let op! De uitlaat en andere delenvan de motor worden tijdens hetbedrijf zeer heet, niet aanraken!Lees voorafgaand aan de ingebruik-name de gebruikshandleiding en deveiligheidsvoorschriften!LET OP! Bedrijfsmiddelen zijnbrandgevaarlijk en explosief - ge-vaar voor brandwonden.

Niet bijeen hete of draaiende motor tan-ken.Draag gehoorbescherming. Draageen veiligheidsbril.TankinhoudZorg ervoor dat andere personenvoldoende veiligheidsafstand aan-houden.Druk 3x op brandstofpomp “Pri-mer”.Maai op hellingen nooit omhoog ofomlaag.MotorolieGevaar door wegslingerende onder-delen bij een draaiende motor.Oliepeil controleren.Houd uw handen en voeten uit debuurt van de roterende messen.Lange messen. Max. zaagbreedte.Verwijder voor het bedrijf van degrasmaaier de omliggende kleineonderdelen, die rondgeslingerdkunnen worden.STOP - motorremhendel70 | NL / BE

Gevaar voor vergiftiging! Gebruikhet product alleen buitenshuis ennooit in gesloten of slecht geventi-leerde ruimten.Transportbeveiliging verwijderen.Haal altijd de bougiestekker eruit,voordat u onderhoudswerkzaamhe-den gaat uitvoeren.Gegarandeerd geluidsvermogensni-veau van het product.De motor wordt tijdens gebruik zeerheet, niet aanraken!Het product voldoet aan de gelden-de EU-bepalingen.NL / BE | 71

2 InleidingFabrikant:Scheppach GmbHGünzburger Straße 69D-89335 IchenhausenGeachte klant,Wij wensen u veel plezier en succes bij het werken metuw nieuwe product. Aanwijzing:De fabrikant van dit product is volgens de van krachtzijnde wet inzake productaansprakelijkheid niet aan-sprakelijk voor schade die aan dit product of door ditproduct ontstaan bij:• Ondeskundige behandeling• Het niet in acht nemen van de gebruikshandleiding• Reparaties door derden, niet geautoriseerde vak-mensen• Inbouw en vervanging van niet-originele reserveon-derdelen• Gebruik dat niet conform de voorschriften isLet op:De gebruikshandleiding maakt deel uit van dit product. Deze bevat belangrijke aanwijzingen, hoe u met hetproduct veilig, vakkundig en economisch werkt, hoe ugevaren vermijdt, reparatiekosten uitspaart, uitvaltijdenvermindert en de betrouwbaarheid en levensduur vanhet product verhoogt.

Aanvullend op de veiligheidsbe-palingen van deze gebruikshandleiding moet u abso-luut de voor de werking van het product geldendevoorschriften van uw land in acht nemen. Maak u voor aanvang van de werkzaamheden bekendmet alle bedienings- en veiligheidsinstructies. Gebruikhet product uitsluitend als beschreven en voor de aan-gegeven toepassingen. Bewaar de gebruikshandlei-ding daarom goed, en verstrek alle documentatie alshet product wordt doorgegeven aan derden. 3 Productbeschrijving (afb. 1-19)1. Stuur2. Motorremhendel3. Bovenste duwbeugel4. Startmotor met trekkabel5. Kabelhaak6. Onderste duwbeugel7. Quickrelease7a. Afstandhouder7b. Stergreepschroef7c. Draadbus7d. Afstandsschijf8. Kabelklem9. Tankdop10. Brandstoftank11. Luchtfilterdeksel11a. Luchtfilter12. Brandstofpomp “Primer”13. Wateraansluiting14. Wiel15. Bougiestekker15a. Bougie16. Uitlaat17. Oliepeilstok18. Maaihoogteverstelling19.

Messchroef26. Volgring27. Motorspil28. Carburateurschroef29. Montagesleutel4 Meegeleverd (afb. 1-2)Pos. Aantal Aanduiding3. 1 x Bovenste duwbeugel6. 1 x Onderste duwbeugel7. 2 x Quickrelease7a. 2 x Afstandhouder7b. 2 x Stergreepschroef7c. 2 x Draadbus7d. 2 x Afstandsschijf8. 1 x Kabelklem19. 2 x Vleugelmoer19a. 2 x Afstandsschijf19b. 2 x Bout M822. 1 x Grasopvangbak23. 1 x Mulchinzetstuk29. 1 x Montagesleutel1 x Gebruiksaanwijzing5 Beoogd gebruikDe benzine grasmaaier is geschikt voor particulier ge-bruik in de tuin of hobbytuin. Grasmaaier voor de parti-culiere tuin of hobbytuin zijn machines waarvan hetjaarlijks gebruik in principe niet meer is dan 50 uur envoornamelijk voor het onderhoud van gras- of ga-zonoppervlakken wordt gebruikt, echter niet in open-bare installaties, parken, sportvelden, alsook in deland- en bosbouw.

Het product mag uitsluitend worden gebruikt waarvoorhet bedoeld is. Elk ander of verdergaand- is niet vol-gens de voorschriften. Voor hieruit ontstane schade ofverwondingen, van welke soort dan ook, is de gebrui-ker en niet de fabrikant aansprakelijk. 72 | NL / BE.

Ook de naleving van de veiligheidsvoorschriften, demontagehandleiding en de aanwijzingen in de ge-bruikshandleiding maken deel uit van het beoogd ge-bruik. Personen, die het product bedienen of onderhoud aanhet product verrichten, moeten hiermee bekend zijn enop de hoogte zijn van de mogelijke gevaren. De fabrikant is niet aansprakelijk voor wijzigingen dieaan het product worden aangebracht en de hieruitvoortvloeiende schade. Het product mag uitsluitend met de originele onderde-len en originele accessoires van de fabrikant wordengebruikt. De veiligheids-, werk- en onderhoudsvoorschriften vande fabrikant alsook de in de technische gegevens aan-gegeven afmetingen moeten in acht worden genomen. WAARSCHUWINGLees voor de ingebruikname van het product dezehandleiding voor uw eigen veiligheid en de algemeneveiligheidsvoorschriften grondig door.

Als u het pro-duct aan derden geeft om te gebruiken, dient u dezegebruikshandleiding altijd mee te leveren. 6 Gebruik dat niet conform devoorschriften isLet erop dat onze producten volgens het beoogd ge-bruik niet voor bedrijfsmatige, ambachtelijke of indus-triële toepassingen zijn ontworpen. Wij aanvaardengeen aansprakelijkheid wanneer het product in be-drijfsmatige, ambachtelijke of industriële ondernemin-gen of bij soortgelijke werkzaamheden worden ingezet.

WAARSCHUWINGVanwege gevaar voor lichamelijk letsel vande gebruiker, mag de grasmaaier niet voorde volgende werkzaamheden worden ge-bruikt (onvolledige opsomming):– voor het snoeien van bosjes, heggen en struiken,– voor snoeien van klimplanten,– voor gazononderhoud op dakbeplantingen en inbalkonbakken,– voor hakselen en verkleinen van snoeiafval vanbomen en heggen,– voor het reinigen van voetpaden (afzuigen, bla-zen),– voor het effenen van bodemverhogingen, zoalsbijv. molshopen,– voor het transporteren van snoeimateriaal andersdan in de daarvoor aanwezige grasopvangbak.

Verklaring van de signaalwoordenin de gebruikershandleiding GEVAARSignaalwoord voor aanduiding van een di-rect aanwezige, gevaarlijke situatie die, in-dien deze niet wordt vermeden, de dood ofernstige verwondingen tot gevolgd heeft. WAARSCHUWINGSignaalwoord voor aanduiding van een mo-gelijke gevaarlijke situatie die, indien dezeniet wordt vermeden, tot de dood of ernsti-ge verwondingen kan leiden. VOORZICHTIGSignaalwoord voor aanduiding van een mo-gelijke gevaarlijke situatie die, indien dezeniet wordt vermeden, tot geringe of matigeverwondingen kan leiden. LET OPSignaalwoord voor aanduiding van een mo-gelijke gevaarlijke situatie die, indien dezeniet wordt vermeden, materiële schade aanproducten of eigendommen tot gevolg kanhebben. 7 VeiligheidsvoorschriftenBewaar alle veiligheidsvoorschriften en-aanwijzingen voor toekomstig gebruik.

WAARSCHUWINGVoordat u met het product gaat werken, moet u zichvertrouwd maken met alle bedieningsonderdelen. – Oefen het gebruik van het product en laat u dewerking, het werkingsmechanisme en de werk-technieken uitleggen door een ervaren gebruikerof specialist. – Zorg ervoor dat u het product onmiddellijk kuntstoppen in geval van nood. – Ondeskundig onderhoud van het product kan lei-den tot ernstig letsel. – Als er zich tijdens het gebruik een ongeluk of sto-ring voordoet, schakelt u het product onmiddellijkuit. Behandel verwondingen op de juiste manier ofzoek medische hulp. Wie mogen het product niet gebruiken:• Kinderen en andere personen, die niet bekend zijnmet de gebruikshandleiding (plaatselijke voorschrif-ten kunnen de minimumleeftijd van de gebruikerbepalen). • Personen die onder invloed zijn van alcohol, drugs,medicijnen, moe of ziek zijn. 7.

1 Veiligheidsvoorschriften voorhandgevoerde grasmaaier• Lees de gebruikshandleiding zorgvuldig door. Zorgervoor dat u bekend bent met de instellingen en hetcorrecte gebruik van het product. • Laat de grasmaaier niet gebruiken door kinderen ofandere personen die de gebruikshandleiding nietkennen. Lokale voorschriften kunnen de minimum-leeftijd van de gebruiker definiëren. • Maai nooit wanneer er personen, kinderen of dierenin de buurt zijn. Denk eraan dat de bestuurder of degebruiker van de machine verantwoordelijk is voorongevallen met andere personen of hun eigendom-men. • Maai alleen bij voldoende zicht. Zorg dat derden uitde buurt blijven. • Als u het product aan een andere persoon over-draagt, moet deze gebruikshandleiding eveneensworden verstrekt. • Draag altijd stevig schoeisel met anti-slip zolen eneen lange broek tijdens het maaien. Maai nooit opblote voeten of in lichte sandalen.

• Zet de motor uit, wacht tot deze volledig stil staaten koppel de bougiestekker los als– Als u het product verlaat. – u blokkades of verstoppingen verwijdert. – Het product in aanraking komt met vreemdevoorwerpen. – storingen en ongewone trillingen aan het pro-duct optreden. WAARSCHUWINGBrandstof is zeer ontvlambaar:• Bewaar brandstof alleen in daarvoor bedoelde con-tainers (jerrycans). • Vul de tank uitsluitend bij in de buitenlucht en rookniet tijdens het tanken. • Brandstof moet voor het starten de motor wordenbijgevuld. Open de tankdop niet terwijl de motorloopt of onmiddellijk na het uitschakelen van hetproduct en vul geen brandstof bij. • Indien er brandstof is overgelopen mag er in geengeval gepoogd worden om de motor te starten. Inplaats daarvan moet het product uit de buurt vanmet brandstof vervuilde oppervlakken worden ge-houden.

Elke ontstekingspoging moet worden ver-meden totdat de brandstofdampen zijn verdampt. • Vanwege veiligheidsredenen moeten brandstoftanken tankdeksel bij beschadiging worden vervangen. • Brandstof mag nooit in de buurt van ontstekings-bronnen worden bewaard. Gebruik altijd een ge-controleerde container. Houd brandstof uit de buurtvan kinderen. • Vervang defecte geluiddempers. • Voor gebruik moet door een visuele controle altijdworden gecontroleerd of het mes en de bevesti-gingsbouten versleten of beschadigd zijn. Omeventueel onbalans te vermijden, moeten versletenof beschadigde messen en bevestigingsbouten al-tijd per set worden vervangen. 7. 2 GebruikGebruik:• Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven zijnvastgedraaid om er zeker van te zijn dat het pro-duct zich in een veilige werktoestand bevindt.

• Bewaar het product nooit met brandstof in de tankbinnen een gebouw, waarin mogelijke brandstofd-ampen met open vuur of vonken in contact kunnenkomen. • Laat de motor afkoelen, voordat u het product ingesloten ruimtes plaatst.

• Vervang vanwege veiligheidsredenen versleten ofbeschadigde onderdelen. • Als de brandstoftank moet worden geleegd, moetdit in de buitenlucht gebeuren. • Laat de verbrandingsmotor niet in gesloten ruimteslopen, waarin zich gevaarlijke koolmonoxide kanvormen. • Maai alleen bij daglicht of bij geschikt kunstlicht. • Indien mogelijk moet het gebruik van het productbij nat gras worden vermeden. • Het gebruik van het product bij onweer is verboden- Bliksemgevaar. • Let altijd op een goede positie op hellingen. • Geleid het product alleen in looppas. • Bij producten op wielen geldt: Maai dwars op dehelling, nooit op- en neerwaarts. Wees met namevoorzichtig als u uw rijrichting op de helling veran-dert. • Maai nooit op overmatig steile hellingen en op aan-grenzende stortplaatsen, groeven of dijken. Weesmet name voorzichtig als het product moet wordengekeerd of als u deze naar u toe trekt.

WAARSCHUWINGTijdens de werkzaamheden en veranderin-gen van de rijrichting bij struikgewassen enhellingen moet uiterst voorzichtig te werkworden gegaan:– Zorg voor een veilige stand. – Draag schoenen met antislipzolen en geschiktekleding. – Maai altijd dwars op een helling. – Hellingen van meer dan 15 graden mogen methet product om wille van veiligheidsredenen nietworden gemaaid. – Wees met name voorzichtig bij het achterwaartsverplaatsen en bij het trekken van het product. Struikelgevaar. • Stop de messen indien de grasmaaier moet wor-den gekanteld, bij transport of op andere opper-vlakken als gras en indien de grasmaaier voor ennaar het te maaien oppervlak wordt verplaatst. VOORZICHTIGDe grasmaaier mag niet worden gebruikt, zonder datde volledige grasopvanginrichting of de zelfsluitendeveiligheidsvoorziening voor de uitwerpopening isaangebracht.

• Verander nooit de regelinstellingen van de motor enzorg ervoor dat deze niet te zwaar wordt belast. • Activeer de motorrem en koppel alle snijgereed-schappen en aandrijvingen los, voordat u de motorstart. • Start de motor voorzichtig, overeenkomstig de aan-wijzingen van de fabrikant. Let op voldoende af-stand van de voeten tot de messen. • Bij het starten van de motor mag de grasmaaierniet worden gekanteld, alleen indien de grasmaaierbij het proces moet worden opgetild. In dit gevalkantelt u de grasmaaier slechts zo ver, als absoluutnoodzakelijk, en tilt u uitsluitend de zijde op dierichting de bediener is gekeerd. • Start de motor niet indien u voor het uitwerpkanaalstaat. • Breng handen of voeten nooit tegen of over dedraaiende delen. Houd u altijd buiten het bereik vande uitwerpopening. • Til of draag een grasmaaier nooit terwijl de motorloopt.

• Zet de motor uit en controleer of alle bewegendeonderdelen tot stilstand zijn gekomen en de con-tactsleutel, indien voorhanden, is geactiveerd:– Voordat u blokkades verwijdert of verstoppin-gen in het uitwerpkanaal oplost. – Voordat u het product controleert, reinigt of erwerkzaamheden aan uitvoert. – Indien een vreemd voorwerp is geraakt. Contro-leer het product op beschadigingen en voer denoodzakelijke reparaties uit voordat u het pro-duct opnieuw start en ermee gaat werken. In-dien het product bij het starten ongewoon sterktrilt, moet deze direct worden onderzocht. – Indien u zich van het product verwijdert. – Voor het bijtanken. • Bij het nalopen van de motor moet de smoorklepworden gesloten. Als de motor over een benzineaf-sluitklep beschikt, moet deze na het gebruik wor-den gesloten. • Het gebruik van het product met overmatige snel-heid kan het risico op ongevallen verhogen.

• Vermijd plaatsen waarbij de wielen niet meer grij-pen of het maaien niet stabiel is. • Let in de buurt van straten op het wegverkeer. GEVAARStruikelgevaar. Wees met name voorzichtig bij het achterwaarts ver-plaatsen en bij het trekken van het product. Controleer voor een achterwaartse beweging of ergeen kinderen achter u aanwezig zijn. • De gebruiker moet voldoende zijn geschoold in hettoepassen, instellen en bedienen van de machine(inclusief verboden handelingen). • Controleer het product regelmatig en zorg ervoordat alle startvergrendelingen en drukknoppen goedwerken voor elk gebruik. • Let op: onjuist onderhoud, het gebruik van niet-conforme reserveonderdelen of het verwijderen ofwijzigen van veiligheidsvoorzieningen kan schadeaan het product en lichamelijk letsel van de per-soon die ermee werkt tot gevolg hebben.

• Let erop dat de veiligheidssystemen of inrichtingenvan het product niet gemanipuleerd of gedeacti-veerd mogen worden. Verwijder nooit delen dievoor de veiligheid dienen. • Let op dat de gebruiker geen verzegelde instellin-gen voor motortoerentalregeling mag wijzigen ofmanipuleren. • Gebruik alleen messen en accessoires die door defabrikant worden aanbevolen. Bij gebruik van ande-re inzetstukken en accessoires bestaat gevaar voorverwonding. • Houd het product altijd in een goede bedrijfstoe-stand. • Het is noodzakelijk om voldoende pauzes te nemenom lawaai en trillingen te verminderen. 7. 3 Restgevaar envoorzorgsmaatregelenHet niet naleven van de ergonomische basisprinci-pesNalatig gebruik van persoonlijke beschermingsmid-delen (PBM's)Nalatig gebruik of het weglaten van persoonlijke be-schermingsmiddelen kan ernstige verwondingen totgevolg hebben.

Restgevaar• Kan niet worden uitgeslotenGevaar door lawaaiGehoorschadeLangere werkzaamheden met het product zonder ge-hoorbescherming kan leiden tot gehoorschade. • Altijd gehoorbescherming dragen. Gedrag bij noodgevallenBij een eventueel ongeval moet u direct de noodzake-lijke EHBO-maatregelen nemen en zo snel mogelijkhulp vragen aan een gekwalificeerde arts. Restrisico'sHet product is vervaardigd volgens de stand van detechniek en de erkende veiligheidstechnischeregels. Toch kan tijdens de werkzaamheden sprakezijn van enkele restrisico's. • Bovendien kunnen er ondanks alle getroffen voor-zieningen verborgen restrisico's bestaan. • Restrisico's kunnen worden geminimaliseerd als de“veiligheidsvoorschriften” en het “gebruik conformde voorschriften” alsook de bedieningshandleidingworden opgevolgd. • Vermijd onvoorziene ingebruikname van het pro-duct.

• Houd uw handen buiten de werkomgeving, wan-neer het product in bedrijf is. • Onopzettelijk inschakelen van het product. • Volg de in de gebruikshandleiding voorgeschrevenonderhouds- en veiligheidsvoorschriften op. WAARSCHUWINGBij langdurige werkzaamheden kunnen door de trillin-gen stoornissen in de doorbloeding in de handen vande gebruiker optreden (witte vinger syndroom). Raynaud-syndroom (dove vingers) is een vaatziekte,waarbij kleine bloedvaten in de vingers en tenenacuut verkrampen. De desbetreffende lichaamsdelenworden dan niet meer voldoende van bloed voorzienwaardoor ze een bleke kleur krijgen. Het frequentegebruik van trillende producten kan zenuwbeschadi-gingen veroorzaken bij personen met een verminder-de doorbloeding (bijv. rokers, diabetici). Als u ongewone beperkingen bespeurt, stopt u directde werkzaamheden en raadpleegt u een arts.

Brandstof Normale benzine/loodvrijmax. 10% bio-ethanolTankinhoud 0,9 lMotorolie SAE 10W-30/SAE 10W-40Tankinhoud/Olie 0,4 lMaaihoogteverstelling 25-75 mm/8-voudigMaaihoogtes 25 (1) / 35 (2) / 45 (3) / 50(4) / 55 (5) / 65 (6) / 70 (7) /75 (8) (+ / - 3) mmInhoud grasopvangbak 45 lzaagbreedte 43 cmCO2-uitstoot 1033 g/kWhGewicht (met lege tank envolledig gemonteerd)21,5 kgTechnische wijzigingen voorbehouden. Geluid en trilling WAARSCHUWINGLawaai kan ernstige gezondheidsklachten tot gevolghebben. Als het geluid van de machine hoger is dan85 dB, draag dan geschikte gehoorbescherming vooru en personen in de omgeving. GeluidswaardenGeluidsdrukniveau LpA73,6 dBMeetonnauwkeurigheid KpA1,92 dBGegarandeerd geluidsvermogensniveau LwA96 dBGemeten geluidsvermogensniveau LwA93,6 dBMeetonzekerheid KwA1,92 dBHoud u zo nodig aan rustperiodes en beperk de duurvan het werk tot het absolute noodzakelijke.

Trillingskenwaarden (hand-arm-trilling)Trilling ahv5,7 m/s²Meetonnauwkeurigheid Kh2,3 m/s²Beperk de geluidsproductie en trilling tot een mini-mum. • Gebruik alleen optimale producten. • Onderhoud en reinig het product regelmatig. • Pas uw werkwijze aan het product aan. • Zorg dat het product niet overbelast raakt. • Laat het product eventueel controleren. • Schakel het product uit als deze niet in bedrijf is. • Draag handschoenen. Neem de volgende aanwijzingen in acht om de risico'ste beperken:• Houd uw lichaam en met name uw handen bij koudweer warm. • Las regelmatig pauzes in en beweeg hierbij de han-den om de doorbloeding te bevorderen. • Houd de trillingen van het product zo laag mogelijkdoor regelmatig onderhoud aan vaste onderdelenop het product. 9 Uitpakken WAARSCHUWINGHet product en de verpakkingsmaterialen zijngeen kinderspeelgoed.

• Verwijder het verpakkingsmateriaal evenals de ver-pakkings- en transportbeveiligingen (indien voor-handen). • Controleer of de inhoud van de levering volledig is. • Controleer het product en de hulpstukken op trans-portschade. Meld eventuele schade direct bij hettransportbedrijf dat het product heeft bezorgd. Re-clamaties op een later tijdstip worden niet erkend. • Bewaar de verpakking indien mogelijk tot na hetverstrijken van de garantietijd. • Maak u voor aanvang van de werkzaamheden be-kend met het product aan de hand van de ge-bruikshandleiding. • Gebruik bij accessoires alsook slijtage- en reserve-onderdelen uitsluitend originele onderdelen. Reser-veonderdelen zijn verkrijgbaar bij de leverancier. • Geef bij bestellingen onze artikelnummers alsooktype en bouwjaar van het product aan. 10 Montage VOORZICHTIGGevaar voor verwonding door draaiend mes.

Voer dewerkzaamheden aan het product uitsluitend uit bijeen uitgeschakeld en stilstaand mes. LET OPLet op dat bij de montage van de duwbeugels degaskabel niet bekneld raakt. Aanwijzing:Plaats het product op een vlak, recht oppervlak. NL / BE | 77.

10. 1 Montage van de ondersteduwbeugel (6) (afb. 3)1. Demonteer het onderdeel van de bout M8 (19b), af-standhouder (19a) en vleugelmoer (19)2. Lijn de onderste duwbeugel (6) uit met de overeen-komstige bevestigingspunten van de grasmaaier. 3. Breng telkens een bout M8 (19b) door de bevesti-gingsgaten van de onderste duwbeugel (6) aan. 4. Plaats een afstandhouder (19a) op elke bout M8(19b) en borg deze met telkens een vleugelmoer(19). 5. Zorg ervoor dat de nokjes van de duwbeugelhoog-teverstelling (20) correct in de daarvoor bestemdeuitsparingen zijn geplaatst. 10. 2 Montage van de bovensteduwbeugel (3) (afb. 4, 6)1. Schroef de stergreepschroeven (7b) inclusief af-standhouder (7a) en afstandsschijf (7d) uit dedraadbus (7c). 2. Lijn de bovenste duwbeugel (3) uit met de overeen-komstige bevestigingspunten van de ondersteduwbeugel (6). 3.

Plaats een afstandsschijf (7d) op de stergreep-schroeven (7b) en breng deze door de bevesti-gingsgaten van de bovenste en onderste duwbeu-gel (3+6) aan. 4. Plaats een afstandhouder (7a) op elke stergreep-schroef (7b). 5. Borg de stergreepschroeven (7b) met de quickre-leases (7). Let er daarbij op dat de kabel van de motorrem-hendel (2), die later met een kabelklem (8) wordtbevestigd, niet in de weg zit. 10. 3 Aanbrengen van de hetstarterkoord(4) (afb. 5)1. Hang de greep van het starterkoord (4) in de kabel-haak (5). 11 Voor de ingebruiknameLET OPHet product voor de ingebruikstelling in ieder ge-val volledig monteren. WAARSCHUWINGGevaar voor de gezondheid. Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampenen uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade,bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallenzelfs tot de dood leiden. – Adem geen brandstof-/smeeroliedampen en uit-laatgassen in.

– Gebruik het product alleen in de open lucht. LET OPProductbeschadiging. Als het product zonder of met te weinig motor- oftransmissieolie wordt gebruikt, kan dit tot motor-schade leiden. – Vul voor de ingebruikname brandstof en olie in.

Het product wordt zonder motor- of transmissie-olie geleverd. LET OPMilieuschade. Uitgelopen olie kan het milieu ernstig verontreinigen. De vloeistof is zeer giftig en kan snel tot waterveront-reiniging leiden. – Olie uitsluitend vullen/aftappen op vlakke, stevigeondergronden. – Gebruik een vulpijp of trechter. – Vang afgetapte olie in een geschikte containerop. – Veeg gemorste olie direct zorgvuldig weg en ver-wijder de doek conform de lokale voorschriften. – Verwijder olie conform de lokale voorschriften. LET OPRisico op materiële schade. Indien incorrect opgeslagen of niet afgetapte brand-stoffen worden gebruikt, kan de carburateur verstop-pen of de werking van de motor beïnvloeden. – Giet de niet benodigde brandstof in een lucht-dicht reservoir en bewaar dit in een donkere, koe-le ruimte. 78 | NL / BE.

LET OPEnige geluidsoverlast van dit product is on-vermijdelijk. Stel werkzaamheden met la-waai uit tot goedgekeurde en aangewezentijden. Houd u zo nodig aan rustperiodes enbeperk de duur van het werk tot het abso-lute noodzakelijke. Voor uw persoonlijke bescherming en debescherming van personen in de buurt,dient u geschikte gehoorbescherming tedragen. Plaats het product op een vlak, recht oppervlak. Benodigd gereedschap:• Maatbeker 1 liter (olie-/brandstoftest)*• Trechter*• Lap/doek** = niet altijd meegeleverd. 11. 1 Motorolie bijvullen (afb. 7)LET OPHet product wordt geleverd zonder motorolie. Voor ingebruikname daarom altijd olie bijvullen. Gebruik hiertoe multifunctionele olie (SAE 10W-30of SAE 10W-40). Controleer regelmatig voor elke ingebruikname hetoliepeil. Een te laag oliepeil kan de motor beschadigen. 1. Schroef de oliepeilstok (17) los. 2.

Vul de tank met behulp van een trechter met mo-torolie. Let op de max. vulhoeveelheid van 0,4 l. Vulde olie voorzichtig bij tot aan de onderkant van devulpijp. 3. Veeg de oliepeilstok (17) met een schone, pluisvrijedoek schoon. 4. Plaats de oliepeilstok (17) weer terug en er weer uit. Controleer het oliepeil, zonder de oliepeilstok (17)weer er in te schroeven. 5. Het oliepeil moet binnen de middelste markering opde oliepeilstok (17) staan. 6. Als het oliepeil te laag is, voeg dan de aanbevolenhoeveelheid olie toe (max. 0,4 l). 7. Schroef de oliepeilstok (17) vervolgens weer vast. 11. 2 Brandstof bijvullen (afb. 8) GEVAARBrand- en explosiegevaar. Brandstof kan zich bij het vullen ontsteken en even-tueel exploderen. Dit leidt tot ernstige verbrandingenof zelfs de dood. • Schakel de motor uit en laat deze afkoelen. • Houd uit de buurt van hitte, vlammen en vonken.

Start de motor nietals er brandstof uitloopt. LET OPHet product wordt geleverd zonder brand-stof. Voor ingebruikname daarom altijdbrandstof bijvullen. Gebruik hiervoor SuperE10 benzine. 1. Reinig de omgeving van het vulgedeelte. Verontrei-nigingen in de brandstoftank (10) veroorzaken be-drijfsstoringen. 2. Open voorzichtig de tankdop (9) zodat eventueleoverdruk kan ontsnappen. 3. Vul de brandstoftank (10) met behulp van eentrechter met brandstof. Let op de max. vulhoeveel-heid van 0,9 l. Vul de brandstof voorzichtig bij totaan de onderkant van de vulpijp. 4. Sluit de tankdop (9) weer. Controleer of de tankdopgoed is afgesloten. 5. Reinig de tankdop (9) en de omgeving. 11. 3 Duwbeugelhoogte instellen (afb. 9)De duwbeugel (3 + 6) kan in twee verschillende posi-ties worden ingesteld om de stuurpositie ergonomischen praktisch vorm te geven. 1.

11. 4 Instellen van de maaihoogte (afb. 10)LET OPHet verstellen van de maaihoogte mag al-leen bij uitgeschakelde motor en verwijder-de bougiestekker worden uitgevoerd. • In dicht, hoog gras, stelt u de hoogste snijhoogte inen maait u langzamer. Voor de eerste keer maaienin het seizoen, stelt u een hoge snijhoogte in. Stelde maaihoogte zo in dat het product niet overbe-last raakt. • Selecteer de maaihoogte, afhankelijk van de werke-lijk graslengte. • Voer meerdere passages uit, zodat er maximaal 4cm gras in één keer wordt afgehaald. • De juiste maaihoogte is bij– een siergazon ca. 30 mm - 45 mm– een gebruiksgazon ca. 40 mm - 65 mm. Het instellen van de maaihoogte gebeurt via de hendelvoor de maaihoogteverstelling (18). Er kunnen verschil-lende maaihoogtes worden ingesteld. 1. Trek de hendel voor de maaihoogteverstelling (18)naar buiten. 2.

Verschuif de hendel voor de snijhoogteverstelling(18) in de gewenste positie. 3. Laat de hendel voor de maaihoogteverstelling (18)weer los. De hendel klikt vast in de gewenste posi-tie. 11. 5 MesstopinrichtingVoor elke ingebruikname moet u de messtopinrichtingcontroleren. Start de motor zoals onder 12. 3 beschre-ven. 1. Laat de motorremhendel (2) los. De motor schakeltuit en het mes (24) wordt afgeremd. 2. Het mes (24) moet binnen 7 seconden stoppen. 11. 6 Maaivlak voorbereiden1. Onderzoek het te maaien oppervlak zorgvuldigvoorafgaand aan het maaien. 2. Verwijder stenen, stokken, botten, draden, speel-goed en andere voorwerpen, die door het productweggeslingerd kunnen worden. 3. Let erop dat er geen personen op het te maaienoppervlak aanwezig zijn. 12 BedrijfDe grasmaaier wordt met een krachtige, luchtgekoelde4-taktmotor aangedreven.

Het product is uitgerust met een 8-voudige maaihoog-teverstelling, een grasopvangbak en een inklapbareduwbeugel. De werking van de bedieningsonderdelen vindt u in devolgende beschrijvingen. Controle voor gebruik• Controleer alle zijdes van de motor op olie ofbrandstoflekken.

• Controleer het motoroliepeil. • Controleer het brandstofpeil – de brandstoftankmoet minstens halfvol zijn. • Controleer de conditie van het luchtfilter. • Controleer de conditie van de brandstofleidingen. • Controleer of de bougiestekker aan de bougie isbevestigd. • Let op tekenen van schade. • Controleer of alle veiligheidsafdekkingen zijn aan-gebracht en of alle schroeven, moeren en pennenzijn aangedraaid. 12. 1 Maaien met grasopvangbakLET OPGebruik het product niet zonder volledig aange-brachte grasopvangbak of zonder mulchinzetstuk. LET OPGrasopvangbak alleen bij een uitgeschakelde motoren stilstaand mes wegnemen of aanbrengen. 12. 1. 1 Plaatsen van de grasopvangzak (22)(afb. 11)1. Til de achterste uitwerpklep (21) op. 2. Grijp de grasopvangzak (22) vast aan de hand-greep. 3.

Hang de grasopvangzak (22) in de daarvoor be-stemde ophanging van de grasopvangzak aan deachterkant van het product. 4. Verwijder de achterste uitwerpklep (21), hierdoorwordt de grasopvangzak (22) in positie gehouden. 12. 1. 2 Vulpeilindicator (22a) op degrasopvangzak (22) (afb. 12, 16)De door het mes (24) gegenereerde luchtstroom laatde vulpeilindicator (22a) stijgen. Als de grasopvangzak(22) is gevuld, stopt de luchtstroom. Als de lucht-stroom te laag is, daalt de vulpeilindicator (22a). Dit iseen aanwijzing dat de grasopvangzak (22) moet wor-den geleegd. De onbegrensde werking van de vulpeilindicator (22a)is uitsluitend mogelijk bij een optimale luchtstroom. Ex-terne invloeden zoals nat, dicht of hoog gras, lage80 | NL / BE.

maainiveaus, verontreiniging of dergelijke kunnen deluchtstroom en de werking van de vulpeilindicator (22a)beïnvloeden. • Klep openen: Grasopvangzak (22) wordt gevuld• Klep dicht: Grasopvangzak (22) is gevuld12. 1. 3 Legen van de grasopvangzak (22)(afb. 11) WAARSCHUWINGVoor het wegnemen van de grasopvangbak demotor uitschakelen en de stilstand van het mesafwachten. LET OPGevaar voor letsel. Grasopvangbak alleen bij een uitgeschakelde motoren stilstaand mes wegnemen. Zodra tijdens het maaien grasresten blijven liggen,moet de grasopvangbak worden geleegd. 1. Om de grasopvangzak (22) weg te nemen, tilt u deachterste uitwerpklep (21) op. 2. Neem de grasopvangzak (22) aan de handgreep eruit. Overeenkomstig het veiligheidsvoorschrift valtde uitwerpklep (21) bij het uithangen van de gras-opvangzak (22) dicht en sluit de achterste uitwer-popeningen af.

Als er daarbij grasresten in de opening blijven hangen,dan is het voor het makkelijker starten van de motordoelmatig om de grasmaaier ongeveer een meter terugte trekken. LET OPResten snijgoed in de maaierbehuizing en op hetwerkgereedschap niet met de hand of met de voetenverwijderen, maar met geschikte hulpmiddelen, bijv. borstels of een veger. Om een goede verzameling te garanderen, moeten degrasopvangzak (22) en in het specifiek het luchtfilter(11a) na gebruik worden gereinigd. 12. 2 Maaien met mulchinzetstukBij het mulchen wordt het snijgoed in de geslotenmaaierbehuizing verkleind en weer over het gras ver-deeld. Het opnemen van gras en de verwijdering ver-vallen. Het fijne groene maaisel valt als een natuurlijkemeststof terug in de grasmat en brengt vocht in hetgazon en voorziet het van belangrijke voedingsstoffen. LET OPMulchen is alleen mogelijk bij relatief kort gras. 12. 2.

Stel de maaihoogte in (zie 11. 4). Tips voor het mulchen:• Maai het gras ca. 2 cm terug bij een grashoogtevan 4-6 cm. 12. 3 Motor startenAANWIJZINGHet mes draait, als de motor wordt gestart. Product niet starten, als het uitwerpkanaal niet dooreen van de volgende onderdelen is afgedekt:• Grasopvangzak• Mulchinzetstuk12. 3. 1 Motor starten (afb. 1,14, 18, 19)1. Controleer voor elke start het brandstof- en mo-toroliepeil (zie hoofdstuk 11. 1 en 11. 2). Controleerof de bougiestekker (15) op de bougie (15a) is aan-gesloten. 2. Druk bij koudere temperaturen de brandstofpomp“Primer” (12) drie keer in. Dit vereenvoudigt hetstarten van het product. 3. Sta achter de grasmaaier. Druk met één hand demotorremhendel (2) naar het stuur (1), de anderehand moet op het starterkoord (4) liggen. 4. Start de motor met starterkoord (4). Trek hiertoe degreep ca.

10-15 cm (tot een weerstand voelbaar is)er uit. En trek hier vervolgens krachtig met een rukaan. Als de motor niet is gestart, nogmaals aanstarterkoord (4) trekken. 5. Op basis van een beschermplaat op de motor kaner een lichte rookvorming ontstaan, indien u hetproduct voor de eerste keer gebruikt. Dit is eennormaal proces. AANWIJZINGGebruik de brandstofpomp “Primer” alleenbij een koude machine. LET OP– Laat het starterkoord niet terugschieten. Dit kantot schade leiden. – Bij koel weer kan het noodzakelijk zijn om hetstartproces meerdere te herhalen. NL / BE | 81.

12. 4 De motor uitzetten WAARSCHUWINGGevaar voor letsel. Na het uitschakelen van de motor draait het mes nogenkele seconden door. Als u de roterende delen aan-raakt, kunnen snijwonden het gevolg zijn. – Wacht tot de stilstand van het messen. – Rem het mes niet af met de hand. – Draag veiligheidshandschoenen. – Houd het mes uit de buurt van uw voeten. 1. Om de motor uit te schakelen, laat u de motorrem-hendel (2) los. Wacht tot het mes (24) stilstaat. 2. Verwijder de bougiestekker (15) uit de bougie (15a)om ongewenst starten van de motor te voorkomen. 13 Werkinstructies• Maai alleen met scherpe, optimale messen, zodatde grassprieten niet gaan rafelen en het gazon nietgeel wordt. • Om een net snijbeeld te bereiken moet de gras-maaier in zo recht mogelijke banen worden geleid. Hierbij moeten deze banen altijd enkele centimetersoverlappen zodat er geen stroken overblijven.

• Houd de onderzijde van de maaibehuizing schoonen verwijder direct grasafzettingen. Afzettingen ver-zwaren het starten, beïnvloeden de snijkwaliteit enhet uitwerpen van het gras. • Op hellingen moet de snijbaan dwars op de hellingworden gemaakt. Het wegglijden van de grasmaai-er wordt door de schuine stand naar boven voorko-men. WAARSCHUWINGZorg dat derden uit de buurt blijven. 13. 1 Na het maaien• Laat de motor altijd eerst afkoelen, voordat u degrasmaaier in een gesloten ruime parkeert. Verwijder gras, gebladerte. Voor opslag smeren enoliën. Geen andere voorwerpen op de grasmaaierbewaren. • Controleer voor hernieuwd gebruik alle schroevenen moeren. Haal losse schroeven aan. • Leeg de grasopvangbak voor het hernieuwde ge-bruik. • Neem ook het hoofdstuk “Opslag” in acht.

14 Reiniging en onderhoud WAARSCHUWINGLaat reparatie- en onderhoudswerkzaam-heden, die niet in deze gebruikshandleidingbeschreven staan, uitvoeren door onze ge-specialiseerde werkplaats. Gebruik uitslui-tend originele reserveonderdelen.

WAARSCHUWINGOnjuist onderhoud of onjuiste reiniging kanletsel veroorzaken. WAARSCHUWINGTijdens reinigings-, reparatie- en onderhouds-werkzaamheden kan het product onverwachtstarten en letsel en brandwonden veroorzaken. – Schakel het product uit. – Verwijder de voedingsstekker van de bougie. – Laat het product afkoelen. WAARSCHUWINGVoer regelmatig/dagelijks en vóór gebruikeen visuele en functionele controle/onder-houd uit om ervoor te zorgen dat het pro-duct in goede staat verkeert. – Onjuist onderhoud, het gebruik van niet-confor-me reserveonderdelen of het verwijderen of wijzi-gen van veiligheidsvoorzieningen kan ernstigemateriële schade of lichamelijk letsel tot gevolghebben. – Als de gebruiker deze werkzaamheden niet zelfkan uitvoeren, moet een gespecialiseerde dealerworden geraadpleegd. 14. 1 Reiniging WAARSCHUWINGGevaar voor de gezondheid.

Bij het inademen van brandstof-/smeeroliedampenen uitlaatgassen kan er ernstige gezondheidsschade,bewusteloosheid ontstaan en dit in extreme gevallenzelfs tot de dood leiden. – Adem geen brandstof-/smeeroliedampen en uit-laatgassen in. – Gebruik het product alleen in de open lucht. Benodigd gereedschap:82 | NL / BE.

• Spatel*• Handvegertje*• Perslucht** = niet altijd meegeleverd. 14. 1. 1 Grasmaaier reinigen (afb. 1)• Een reiniging met de tuinslang is alleen aan te be-velen met een lage druk. Een hogedrukreiniger isniet geschikt om het product te reinigen. • Hang de grasopvangbak uit en borstel deze meteen handborstel schoon. De behuizing van de gras-maaier kunt u ook grof met een bezem reinigen. • Bij grotere verontreinigingen kunt u het productmet een vochtige doek schoonmaken. LET OPVoordat u de grasmaaier kantelt, leegt u de brand-stoftank volledig met een brandstof-afzuigpomp (nietmeegeleverd). De grasmaaier mag niet meer dan 90 graden wordengekanteld. 1. U kunt de grasmaaier het beste naar achteren kan-telen. Let er op dat de bougie (15a) hierbij naar bo-ven wijst. Als de bougie (15a) naar onderen wijst,kan er olie weglekken en grote schade aan de mo-tor en carburateur veroorzaken. 2.

U kunt het product als alternatief ook op de zijkantkantelen. Hierbij moet u er op letten dat de luchtfil-terafdekking (11) zich aan de bovenzijde bevindt. 3. Reinig de onderkant van de grasmaaier met eenspatel en handveger. De spatel helpt om grove engrotere plantenresten uit het bereik van het mes(24) te verwijderen. De reiniging van de onderkantis eenvoudiger direct na gebruik en kan daardoorgrondiger worden uitgevoerd. Dan is het vuil en deplantenresten nog vers en laat dan eenvoudigerlos. 4. Indien nodig en bij moeilijk te verwijderen vuil, kuntu ook een speciale reiniging gebruiken. Agressievereinigingsmiddelen zoals koudreiniger of wasbenzi-ne mogen niet worden gebruikt. 5. Controleer of het uitwerpen van gras vrij is vangrasresten en verwijder deze indien nodig. 14. 1. 2 Grasmaaier middels dewateraansluiting (13) reinigen (afb.

Draai het water open en start de grasmaaier ( 12. 3). 4. Met het draaiende mes (24) wordt het water ver-spreid. 5. Na enkele minuten is de grasmaaier vrij van allehechtende vuil- en grasresten. 6. Laat de grasmaaier aansluitend nog enige tijd zon-der water nadraaien, om door de circulerende luchtvan het mes (24) een groot gedeelte van het vochtte verwijderen. 14. 2 Onderhoud• Regelmatig, zorgvuldig onderhoud is noodzakelijkom het veiligheidsniveau en het vermogen van hetproduct ongewijzigd te garanderen. • Zorg dat alle moeren, bouten en schroeven zijnvastgedraaid om er zeker van te zijn dat het pro-duct zich in een veilige werktoestand bevindt. • Controleer regelmatig de grasopvangzak op slijtageof verlies van werking. • Vervang vanwege veiligheidsredenen versleten ofbeschadigde onderdelen. • Controleer de veilige bevestiging van de voor- enachterwielen.

• Om de soepelheid van de wielen te garanderen, ra-den wij aan om de wielassen en de wielnaven mini-maal eenmaal per seizoen te reinigen. • Werkzaamheden die in deze gebruikshandleidingniet zijn beschreven, mogen alleen worden uitge-voerd door een gespecialiseerde werkplaats. • Plaats het product op een vlak, recht oppervlak. Benodigd gereedschap:• Montagesleutel (29)• Brandstof-afzuigpomp*• Lap/doek*• Steeksleutel / moersleutel SW 17 mm*• Steeksleutel / moersleutel SW 10 mm*• Oliepomp*• Olieopvangcarter plat (voor olieverversing)*• Opvangbak*• Koperdraadborstel** = niet altijd meegeleverd. NL / BE | 83.

14. 2. 1 Vervangen van de messen (24) (afb 16) WAARSCHUWINGBij het werken met een beschadigd mesbestaat er gevaar voor persoonlijk letsel. – Draag veiligheidshandschoenen. – Laat het mes vanwege veiligheidsredenen alleendoor een gespecialiseerde werkplaats slijpen enafstellen. Om een optimaal werkresultaat te be-reiken, is het raadzaam om het mes eenmaal perjaar te laten controleren. – Bij het vervangen van het mes mogen alleen ori-ginele reserveonderdelen worden gebruikt. 1. Leeg de brandstoftank (10) met een brandstof-af-zuigpomp, voordat u het zaagblad verwijdert. Kan-tel de grasmaaier nooit met een volle brandstof- ofolietank naar de zijkant of naar voren. De motor wordt daardoor beschadigd waardoor degarantie vervalt. 2. Houd het mes (24) met één hand vast. 3. Draai de messchroef (25) linksom met behulp vaneen steeksleutel SW17 van de motorspil (27). Ver-wijder de volgring (26). 4.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Parkside PBRM 43 B2 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden