Opel Rocks-e (2022) Handleiding

Opel Auto Rocks-e (2022)

Bekijk gratis de handleiding van Opel Rocks-e (2022) (39 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 69 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Opel Rocks-e (2022) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/39
Kort en bondig

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Opel
Categorie: Auto
Model: Rocks-e (2022)

Handleiding Opel Rocks-e (2022) – volledige tekst

33333InleidingInleidingInleidingInleidingInleidingIn deze gebruikershandleiding vindt ualle informatie die u nodig hebt om uwauto veilig en efficiënt te kunnenbedienen. Sommige functies werken alleenwanneer het contact wordt ingescha‐keld of wanneer de elektromotorgereed is. Zorg ervoor dat uw passagier ervanop de hoogte is dat onjuist gebruikvan de auto een ongeval tot gevolgkan hebben en dat er risico bestaatvoor persoonlijk letsel. Houd u altijd aan de specifieke wetge‐ving van het land waarin u zichbevindt. Deze wetgeving kan afwijkenvan de informatie in deze gebruikers‐handleiding. Als u de beschrijving in deze handlei‐ding negeert, kan dit van invloed zijnop de garantie. Wanneer wij u in deze gebruikers‐handleiding adviseren de hulp vaneen werkplaats in te roepen, raden wijuw Opel Service Partner aan. Elke Opel Service Partner biedt ueersteklas service tegen redelijke prij‐zen.

Ervaren, door Opel geschooldespecialisten werken volgens specialerichtlijnen van Opel. Gevaar, Waarschuwing enGevaar, Waarschuwing enGevaar, Waarschuwing enGevaar, Waarschuwing enGevaar, Waarschuwing enVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtig 99999 GevaarGevaarGevaarGevaarGevaarTeksten met de vermelding9 wijzen op een mogelijkGevaarGevaarGevaarGevaarGevaarlevensgevaar. Het niet nalevenvan deze richtlijnen kan levensge‐vaar inhouden. 99999 WaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingTeksten met de vermelding9 wijzen op eenWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingmogelijk gevaar voor ongelukkenof verwondingen. Het niet nalevenvan deze richtlijnen kan totverwondingen leiden.

44444SleutelsSleutelsSleutelsSleutelsSleutels1 : Sleutel voor het vergrendelen/ontgrendelen van portieren2 : Sleutel voor het in-/uitschakelenvan de motorVoorportierenVoorportierenVoorportierenVoorportierenVoorportierenVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigOpen het portier niet tijdens hetrijden.Ontgrendelen/vergrendelenOntgrendelen/vergrendelenOntgrendelen/vergrendelenOntgrendelen/vergrendelenOntgrendelen/vergrendelenOm de auto te ontgrendelen/vergren‐delen, steekt u de sleutel in het slot endraai deze rechtsom/linksom.Let opLet opLet opLet opLet opDe auto kan alleen van buitenafworden ontgrendeld of vergrendeld.OpenenOpenenOpenenOpenenOpenenDruk na het ontgrendelen op hetportierslot om het portier te openen.

55555Om het portier van binnenuit teopenen, trekt u aan de openings‐band.SluitenSluitenSluitenSluitenSluitenOm de portieren van binnenuit te slui‐ten, trekt u aan de sluitband van hetbetreffende portier.SpiegelsSpiegelsSpiegelsSpiegelsSpiegelsDe portierspiegels worden handmatigafgesteld en ingeklapt.Beweeg de portierspiegels inverschillende richtingen om het bestezicht te krijgen.RuitenRuitenRuitenRuitenRuitenDe ruiten bestaan uit een vastebovenste deel en een beweegbareonderste deel.OpenenOpenenOpenenOpenenOpenenVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigWanneer de ruit opent, moet uervoor zorgen dat deze goedvergrendeld is voordat u wegrijdtomdat deze tijdens het rijden kanontgrendelen of omlaag vallen.

Ervoor zorgendat niets of niemand bekneldraakt.Om de ruit te ontgrendelen, trekt u deruit vanaf de buitenkant en laat u hemzakken totdat deze op zijn plaatswordt vergrendeld.Duw tegen de ruit om te controlerenof hij vergrendeld is.StoelverstellingStoelverstellingStoelverstellingStoelverstellingStoelverstellingLet opLet opLet opLet opLet opAlleen de bestuurdersstoel isverstelbaar.Aan handgreep trekken, stoelverschuiven, handgreep loslaten.Probeer de stoel heen en weer teschuiven om er zeker van te zijn datde stoel vergrendeld is.VeiligheidsgordelsVeiligheidsgordelsVeiligheidsgordelsVeiligheidsgordelsVeiligheidsgordels 99999 WaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingHet onderste deel van de riemmoet zo laag mogelijk over hetbekken lopen.Het bovenste deel moet in de holtevan de schouder wordengeplaatst.Om effectief te zijn, moet eenveiligheidsgordel:● zo strak mogelijk langs hetlichaam lopen.● in een soepele beweging naarvoren worden getrokken om tecontroleren dat hij nietverdraaid is.● alleen om één persoon heenworden bevestigd.● geen tekenen vertonen vanscheuren of rafelen.● niet worden vervangen ofgewijzigd om te voorkomen datde prestaties afnemen.

99999 WaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingLaat de veiligheidsgordels regel‐matig door een erkende werk‐plaats controleren, met namewanneer de riemen tekenen vanslijtage vertonen.Reinig de riem van de veiligheids‐gordels met zeepwater of eentextielreinigingsproduct dat wordtverkocht door dealers of erkendewerkplaatsen.De veiligheidsgordels zijn uitgerustmet een inertieoprolautomaat die hetmogelijk maakt om het gordellengteautomatisch aan te passen aan devorm van uw lichaam.Wanneer de veiligheidsgordel niet ingebruik is, wordt deze automatischopgerold in zijn opberglocatie.Controleer vóór en na gebruik of deveiligheidsgordel correct is opgerold.OmdoenOmdoenOmdoenOmdoenOmdoenGordel uit de oprolautomaat trekken,zonder te verdraaien voor u langshalen en de gesp in het slot steken.Controleer of de gordel onderwegstrak tegen het lichaam zit.

99999 WaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingDe gordel niet over harde of breek‐bare voorwerpen in de zakken vanuw kleding laten lopen.LosmakenLosmakenLosmakenLosmakenLosmakenOm de gordel los te maken, drukt u opde rode knop van het gordelslot.Begeleid de veiligheidsgordel tijdenshet oprollen.Gebruik van veiligheidsgordelsGebruik van veiligheidsgordelsGebruik van veiligheidsgordelsGebruik van veiligheidsgordelsGebruik van veiligheidsgordelstijdens de zwangerschaptijdens de zwangerschaptijdens de zwangerschaptijdens de zwangerschaptijdens de zwangerschap 99999 WaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingDe heupgordel moet zo laagmogelijk over het bekken lopenom druk op de buik te voorkomen.KinderveiligheidssystemenKinderveiligheidssystemenKinderveiligheidssystemenKinderveiligheidssystemenKinderveiligheidssystemenLet opLet opLet opLet opLet opDe regelgeving omtrent vervoerenvan kinderen zijn anders in elk land.Raadpleeg de wetgeving die vankracht is in uw land.

99999 99999 WaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingEen verkeerd in de auto aange‐bracht kinderzitje brengt de veilig‐heid van het kind in gevaar bij eenongeval.Verzeker u ervan dat er geenveiligheidsgordel of veiligheidsslotonder het kinderzitje ligt omdat hethierdoor instabiel wordt.Vergeet niet om de veiligheidsgor‐del of de riempjes het kinderzitjevast te maken om de lengte tot eenminimum te beperken afhankelijkvan het lichaam van het kind, zelfsvoor korte ritten.Controleer of de veiligheidsgordelcorrect om het kinderzitje isgedaan en dat deze het kinderzitjestevig tegen de autostoel gedrukthoudt. Voor kinderzitjes met eensteunpoot verzekert u zich ervandat de steunpoot stevig en stabielcontact maakt met de vloer.

99999 WaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingDe deel van de veiligheidsgordeldat over de borst loopt moet overde schouder van het kind lopenzonder de nek aan te raken.Controleer of het deel van deveiligheidsgordel dat over deheupen loopt correct over de dijenvan het kind loopt.Gebruik een stoelverhoger meteen rugleuning uitgerust met eengordelgeleider op schouder‐hoogte.

99999 WaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingUit veiligheidsoverwegingen magu niet:● Een kind alleen en zondertoezicht in de auto achterlaten.● Een kind of een dier achterlatenin een auto in de volle zon metde ruiten gesloten.● De sleutels in de auto latenliggen.Voor maximale veiligheid, houdt uzich aan de volgende aanbevelingen:● Conform de Europese richtlijnen,moeten alle kinderen tot een leef‐tijd van 12 jaar of een lengte vanminder dan 1,5 m wordenvervoerd in goedgekeurdekinderzitjes die geschikt zijn voorhun gewicht op stoelen voorzienvan een veiligheidsgordel.● Gebruik geen naar vorengerichte kinderveiligheidssyste‐men wanneer het gewicht vanhet king lager is dan 13 kg.

1010101010Inbouwposities kinderveiligheidssystemenInbouwposities kinderveiligheidssystemenInbouwposities kinderveiligheidssystemenInbouwposities kinderveiligheidssystemenInbouwposities kinderveiligheidssystemenConform de Europese richtlijnen, vermeldt deze tabel de opties voor het bevestigen van kinderveiligheidssystemen diemet behulp van de veiligheidsgordel worden vastgezet en universeel zijn goedgekeurd op basis van het gewicht van hetkind.

Gewicht van het kind / leeftijd bij benaderingGewicht van het kind / leeftijd bij benaderingGewicht van het kind / leeftijd bij benaderingGewicht van het kind / leeftijd bij benaderingGewicht van het kind / leeftijd bij benaderingKinderveiligheidssysteemcategorieënKinderveiligheidssysteemcategorieënKinderveiligheidssysteemcategorieënKinderveiligheidssysteemcategorieënKinderveiligheidssysteemcategorieënTot 13 kg (groepen 0 Tot 13 kg (groepen 0 Tot 13 kg (groepen 0 Tot 13 kg (groepen 0 Tot 13 kg (groepen 0 1)1)1)1)1) en en enen en0+): ongeveer 1 jaar oud0+): ongeveer 1 jaar oud0+): ongeveer 1 jaar oud0+): ongeveer 1 jaar oud0+): ongeveer 1 jaar oudVan 9 tot 18 kgVan 9 tot 18 kgVan 9 tot 18 kgVan 9 tot 18 kgVan 9 tot 18 kg(groep 1): van(groep 1): van(groep 1): van(groep 1): van(groep 1): vanongeveer ongeveer ongeveer ongeveer ongeveer 1 1 1 1 1 tot tot tot tot tot 33333jaar oudjaar oudjaar oudjaar oudjaar oudVan Van Van Van Van 15 tot 15 tot 15 tot 15 tot 15 tot 25 25 25 25 25 kgkgkgkgkg(groep 2): van(groep 2): van(groep 2): van(groep 2): van(groep 2): vanongeveer ongeveer ongeveer ongeveer ongeveer 3 tot 3 tot 3 tot 3 tot 3 tot 66666jaar oudjaar oudjaar oudjaar oudjaar oudVan Van Van Van Van 22 tot 22 tot 22 tot 22 tot 22 tot 36 36 36 36 36 kgkgkgkgkg(groep 3): van(groep 3): van(groep 3): van(groep 3): van(groep 3): vanongeveer 6 totongeveer 6 totongeveer 6 totongeveer 6 totongeveer 6 tot10 jaar oud10 jaar oud10 jaar oud10 jaar oud10 jaar oudUniverseel kinderveiligheidssysteemvoor met veiligheidsgordel 2)U UF UF UF1)Groep 0: geboorte tot 10 kg.

Reiswiegen en kinderzitjes kunnen niet op de voorpassagiersstoel worden bevestigd. 2)Universeel kinderzitje: kinderzitje dat met behulp van de veiligheidsgordel in alle auto's kan worden gemonteerd. U : Zitplaats geschikt voor het bevestigen van een kinderveiligheidssysteem dat is vastgezet met behulp van de veilig‐heidsgordel en universeel is goedgekeurd voor naar achteren gericht en / of naar voren gericht gebruik.

1010101010 Hefboom zonder functie 1111111111 Elektrische aandrijving 21.........OpbergvakkenOpbergvakkenOpbergvakkenOpbergvakkenOpbergvakken1 : Opbergvak voor2 : Opbergruimte van bestuurder /behuizing voor Bluetooth-spea‐ker3 : Mobieleapparaathouder4 : Haak voor handtassen5 : Opbergvakken portierbekleding6 : Opbergruimte van passagierModulaire laadruimteModulaire laadruimteModulaire laadruimteModulaire laadruimteModulaire laadruimte(bestelversie)(bestelversie)(bestelversie)(bestelversie)(bestelversie)De modulaire laadruimte is een multi‐functionele bagageruimte naast debestuurdersstoel met een beweeg‐bare plank bovenaan en een inklap‐bare plank in het midden.Ook omvat deze een geslotenopbergvak voor kleine voorwerpen eneen documenthouder.Beweegbare plankBeweegbare plankBeweegbare plankBeweegbare plankBeweegbare plank 99999 WaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingRij niet met volumineuze voorwer‐pen op de beweegbare plank.Kans op vallende voorwerpen enslecht zicht.De maximale belasting van debeweegbare plank is 40 kg.De beweegbare plank kan aan beidelange zijden worden opgeklapt.

1313131313 99999 WaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingRij niet wanneer de beweegbareplank opgeklapt is. Kans op vallenvan de beweegbare plank enslecht zicht.U verwijdert de beweegbare plankdoor deze omhoog te trekken.Na het verwijderen kan de beweeg‐bare plank verticaal naast de bestuur‐dersstoel worden bewaard.Inklapbare plankInklapbare plankInklapbare plankInklapbare plankInklapbare plankPlatte voorwerpen met een lengtevan max. 1,2 m kunnen op de inklap‐bare plank worden bewaard.Zet de lading in het midden van deinklapbare plank met geschiktebevestigingsmiddelen vast.Voor een grotere capaciteit van delaadruimte kan de inklapbare plankomhoog worden geklapt.Gesloten opbergvakGesloten opbergvakGesloten opbergvakGesloten opbergvakGesloten opbergvak

1515151515VoorruitsproeiersVoorruitsproeiersVoorruitsproeiersVoorruitsproeiersVoorruitsproeiersHendel naar u toe trekken. Er wordtsproeiervloeistof op de voorruitgespoten en de ruitenwisser maaktenkele slagen.Sproeiervloeistof 27.3Elektrische aansluitingenElektrische aansluitingenElektrische aansluitingenElektrische aansluitingenElektrische aansluitingenDe USB-poort kan worden gebruiktvoor het opladen van een draagbaarapparaat.

1616161616Driver Information CenterDriver Information CenterDriver Information CenterDriver Information CenterDriver Information Center 11111 ladingniveau van dehoogspanningsaccu 22222 snelheidsmeter 33333 geselecteerde rijmodus 44444 kilometerteller 55555 actieradius of resterendeoplaadtijdDe connectiviteitsbox op de boorddi‐agnosestekker (OBD-II) onder hetstuurwiel verzendt boordgegevensvia Bluetooth. Daarna kunt u dezegegevens bijv. op een smartphoneweergeven en analyseren.De overzichtstabel geeft aan wat umoet doen wanneer er een controle‐lamp brandt of knippert.Sommige controlelampjes wordenvergezeld door een geluidssignaal.

1717171717Waarschuwingslampen, meters en controlelampenWaarschuwingslampen, meters en controlelampenWaarschuwingslampen, meters en controlelampenWaarschuwingslampen, meters en controlelampenWaarschuwingslampen, meters en controlelampen+ STOPPENSTOPPENSTOPPENSTOPPENSTOPPEN De auto moet worden gestopt. Er is een ernstige storing gedetecteerd. Schakel hetcontact uit en roep de hulp van een werkplaats in.jHandrem De handrem is aangetrokken of niet goed losgezet.jAHandrem De oplaadkabel is aangesloten en de handrem is losgezet. Opladen of starten vande auto is niet mogelijk. Trek de handrem aan en koppel de oplaadkabel los.hRemmen De auto moet worden gestopt. Het remvloeistofpeil is aanzienlijk gedaald. Schakelhet contact uit, controleer op eventuele lekkage en roep de hulp van een werkplaatsin.CService Een of meer grote storingen zijn gedetecteerd.

De hulp van een werkplaats inroepen.NHoogspanningsaccu De hoogspanningsaccu heeft de drempelwaarde voor de eerste waarschuwingbereikt. Laad de auto zo snel mogelijk op.NMcHoogspanningsaccu De hoogspanningsaccu heeft de drempelwaarde voor de tweede waarschuwingbereikt. Het vermogen van de auto neemt snel af. De auto moet worden opgeladen.MCBeperkt vermogen Een afname van de prestaties in de aandrijflijn als gevolg van een storing isgedetecteerd. De hulp van een werkplaats inroepen.aMHoogspanningsaccu De temperatuur van de hoogspanningsaccu is te hoog. De hulp van een werkplaatsinroepen.; : / Richtingaanwijzers De linker of rechter richtingaanwijzers zijn ingeschakeld.; : Alarmknipperlichten De alarmknipperlichten zijn ingeschakeld.

1818181818bRempedaal Onvoldoende druk of geen druk gedetecteerd op het rempedaal voor het veranderenvan de rijrichting. Trap het rempedaal in de rijrichting te selecteren of te veranderen. READYREADYREADYREADYREADY Auto ingeschakeld Het lampje blijft branden en gaat uit wanneer de auto wordt uitgeschakeld en depassagiers zijn uitgestapt.AOplaadkabel aangesloten De oplaadkabel is aangesloten op een stopcontact.

1919191919Automatische verlichtingAutomatische verlichtingAutomatische verlichtingAutomatische verlichtingAutomatische verlichtingWanneer het contact wordt ingescha‐keld, gaan alle lampen aan (zijmarke‐ringslichten, dimlicht en kentekenver‐lichting).Wanneer het contact wordt uitge‐schakeld, gaan alle lampen uit.AlarmknipperlichtenAlarmknipperlichtenAlarmknipperlichtenAlarmknipperlichtenAlarmknipperlichtenOm in te schakelen c indrukken.De alarmknipperlichten werken ookmet het contact uit.RichtingaanwijzersRichtingaanwijzersRichtingaanwijzersRichtingaanwijzersRichtingaanwijzersomhoog : richtingaanwijzer rechtsomlaag : richtingaanwijzer rechtsBij het verplaatsen van de rich‐tingaanwijzerhendel voelt u eenweerstandspunt.De richtingaanwijzer knippert onon‐derbroken wanneer de richtingaan‐wijzerhendel tot voorbij het weer‐standspunt wordt verplaatst.

Hetknipperen stopt wanneer het stuur‐wiel in tegengestelde richting wordtgedraaid of wanneer de richtingaan‐wijzerhendel met de hand wordtteruggezet in de middelste stand.Druk kort op de richtingaanwijzerhen‐del zonder het weerstandspunt tepasseren om drie knippersignalen tegeven.Verwarmings- enVerwarmings- enVerwarmings- enVerwarmings- enVerwarmings- enventilatiesysteemventilatiesysteemventilatiesysteemventilatiesysteemventilatiesysteemOm de verwarming/ontwaseming inof uit te schakelen, drukt u op .hHet ontwasemingssysteem vermin‐dert condensvorming op de voorruit.Als de zijruiten zijn beslagen, veegt udeze af met een schone, zachte doek.Het ontwasemen van de voorruit kanzo'n 15 minuten of meer duren.

2020202020Om de ventilatie in of uit te schakelen,drukt u op .ERijden op natte wegenRijden op natte wegenRijden op natte wegenRijden op natte wegenRijden op natte wegenVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigRijd niet op ondergelopen wegenomdat dit de motor en het elektri‐sche systeem van de auto ernstigkan beschadigen.Als rijden op een ondergelopenweg niet kan worden vermeden:● Controleer of het water nietdieper is dan 10 cm, rekening‐houdend met golven die moge‐lijk door andere auto's wordenveroorzaakt.● Rijd zo langzaam mogelijkzonder te stoppen. Overschrijdin geen geval 10 km/u.● Stop niet en schakel de motorniet uit.Na het verlaten van de ondergelo‐pen weg, voert u zodra dit veiligkan enkele lichte rembedieningenuit om de remschijven en -blokkente drogen.

Bij enige twijfel over destaat van de auto, neemt u contactop met een dealer of erkendewerkplaats.Motor startenMotor startenMotor startenMotor startenMotor starten1. Steek de sleutel in het contact endraai de sleutel naar stand 2 omhet contact in te schakelen.Wanneer het contact wordt inge‐schakeld, wordt het Driver Infor‐mation Center verlicht, gaan allelampen aan en wordt de stuurko‐lom ontgrendeld.2. Trap het rempedaal in.Bedien het gaspedaal niet.3. Draai de sleutel naar stand 3.NNNNN READYREADYREADYREADYREADY is ingeschakeld en brandt op het Driver InformationCenter.

2121212121Als er gedurende 5 seconden zonderenige druk op de pedalen een rijstandis geselecteerd, klinkt er een geluids‐signaal. Druk op of op de rijmodusselec‐DDDDD RRRRRtor, en accelereer of rem daarna. Let opLet opLet opLet opLet opOm de aandrijflijn te beschermen,kan een lichte afname van de pres‐taties worden opgemerkt bij lagetemperaturen of tijdens langduriggebruik op maximaal vermogen. UitschakelenUitschakelenUitschakelenUitschakelenUitschakelen1. Trap het rempedaal in. 2. Trek de handrem aan. 3. Draai de sleutel naar stand 1. 4. Laat het rempedaal los. Enkele seconden nadat het contact isuitgeschakeld, gaat het Driver Infor‐mation Center uit, gaan alle lampenuit en wordt de stuurkolom automa‐tisch vergrendeld.

Elektrische aandrijfeenheidElektrische aandrijfeenheidElektrische aandrijfeenheidElektrische aandrijfeenheidElektrische aandrijfeenheidDe auto heeft een elektrische aandrij‐ving met 1 versnelling. De rijmodus, de neutrale stand en deachteruitversnelling kunnen wordengeselecteerd met behulp van knop‐pen naast de bestuurdersstoel. DDDDD : rijmodus NNNNN : neutrale stand RRRRR : achteruitversnelling, alleeninschakelen wanneer de autostilstaatRijmodus DRijmodus DRijmodus DRijmodus DRijmodus DOm over te schakelen naar DDDDD, moet uhet rempedaal ingetrapt houden. VoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigAls de auto langzaam lijkt te acce‐lereren of niet reageert wanneer usneller wilt rijden, rijd dan nietverder. De elektrische aandrijvingkan beschadigd zijn. Neem zosnel mogelijk contact op met eenwerkplaats.

Neutrale stand NNeutrale stand NNeutrale stand NNeutrale stand NNeutrale stand NIn deze stand brengt het aandrijvings‐systeem geen koppel over op dewielen. Alleen met kunt u hetDDDDDaandrijvingssysteem opnieuw startenwanneer de auto al in beweging is.

99999 WaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingHandrem altijd zonder indrukkenvan de ontgrendelingsknop stevigaantrekken, op op- of aflopendehellingen altijd zo stevig mogelijk.Draai bij parkeren op een hellingde voorwielen naar de stoeprandtoe.Om de handrem los te zetten, dehandremhendel iets optillen, deontgrendelingsknop indrukken ende hendel helemaal omlaagzet‐ten.Om minder kracht te hoeven uitoe‐fenen bij het aantrekken van dehandrem, tegelijkertijd het rempe‐daal intrappen.OpladenOpladenOpladenOpladenOpladenDe hoogspanningsaccu slaat deenergie op die nodig is voor dewerking van de elektromotor en deelektrische onderdelen in de cabinevan de auto. Hij raakt ontladen tijdensgebruik en moet daarom regelmatigworden opgeladen.

Het is niet nodigom te wachten tot de hoogspannings‐accu terugvalt op zijn reserveniveaualvorens hem op te laden.De actieradius kan variëren afhanke‐lijk van het gebruik van de elektrischeonderdelen in de cabine, de rijstijl, deroute en de leeftijd van de onderde‐len.De oplaadcapaciteit hangt af van detemperatuur van de hoogspannings‐accu.Wanneer de temperatuur van dehoogspanningsaccu hoger is dan5 °C, duurt het opladen zo'n 4 uur.

2323232323Wanneer de temperatuur van dehoogspanningsaccu lager is dan5 °C, kan het opladen wel 6 uur duren.VoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigOpladen is niet mogelijk als detemperatuur van de hoogspan‐ningsaccu lager is dan -5 °C.Het ladingniveau van de hoogspan‐ningsaccu en de resterende actiera‐dius worden aangegeven op hetDriver Information Center.Voorafgaand aan het opladenparkeert u de auto zo dicht mogelijkbij een huishoudstopcontact, trekt ude handrem aan en zet u de motor uit.VoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigGebruik geen verlengkabel,connector met meerdere stekkers,omvormeradapter of beschadigdeelektrische aansluiting.De oplaadkabel is permanent aange‐sloten op de auto.

2424242424Sluit het passagiersportier en zorgervoor dat de oplaadkabel door hetgeleidingsgat in het portierframe naarde uitsparing van de handgreep loopt.VoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigDe stekker is spatwaterdichtconform IPX6. Gebruik de stekkerniet na onderdompeling in wateren neem contact op met een werk‐plaats.Sluit de oplaadkabel aan op een huis‐houdstopcontact.Versie Versie Versie Versie Versie met met met met met stekker stekker stekker stekker stekker met met met met met randaardebe‐randaardebe‐randaardebe‐randaardebe‐randaardebe‐veiligingveiligingveiligingveiligingveiliging● Druk op om het opladenRESETRESETRESETRESETRESETte starten. De led licht rood op omaan te geven dat de accu wordtopgeladen.● Druk voor het onderbreken vanhet opladen op .

De ledTESTTESTTESTTESTTESTdooft.Start en onderbreek het opladen tweeof drie keer om te controleren of destekker het randaardebeveiliginggoed werkt.De oplaadprocedure stopt automa‐tisch wanneer de hoogspannings‐accu volledig is opgeladen.De oplaadprocedure kan op elkmoment worden onderbroken.De resterende oplaadtijd wordt weer‐gegeven op het Driver InformationCenter. Nadat de oplaadprocedurevoltooid is, wordt weergegeven0:000:000:000:000:00op het Driver Information Center ofwordt het Driver Information Centeruitgeschakeld.Koppel na het opladen de oplaadka‐bel los, open het passagiersportier enberg de kabel op in zijn behuizing.

2525252525Auto stallenAuto stallenAuto stallenAuto stallenAuto stallenVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigParkeer om de auto meer dan eenmaand te stallen de auto op eenweersbestendige locatie waar eentemperatuur tussen 0 °C en40 °C heerst.Het oplaadniveau van de hoog‐spanningsaccu moet zo'n 50%zijn.Ontkoppel de connectormodule.Trek zekering F7 in zekeringen‐kast 1 eruit.Ontkoppel de accu.Accu 28.3Zekeringen 32.3Werkzaamheden uitvoerenWerkzaamheden uitvoerenWerkzaamheden uitvoerenWerkzaamheden uitvoerenWerkzaamheden uitvoeren 99999 WaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingAlvorens enige werkzaamhedenuitte voeren, schakel het contactuit, trek de handrem aan, contro‐leer of het Driver InformationCenter uit is en dat de oplaadkabelniet aangesloten is.De voor- of achterbumperDe voor- of achterbumperDe voor- of achterbumperDe voor- of achterbumperDe voor- of achterbumperverwijderenverwijderenverwijderenverwijderenverwijderenVoordat de achterbumper kanworden verwijderd, moet de kente‐kenverlichting worden verwijderdzoals onderstaand beschreven.1.

2727272727Om de kentekenverlichting weer temonteren, sluit u de lamp weer aan opde los hangende kabelboom enplaatst u de lamp terug in zijn behui‐zing door ertegen te drukken totdat hijop zijn plaats vastklemt.SproeiervloeistofSproeiervloeistofSproeiervloeistofSproeiervloeistofSproeiervloeistofHet sproeiervloeistofreservoir bevindtzich achter de stoelen.Draai beide bevestigingsschroeveneen kwartslag en verwijder de afdek‐kap.Verwijder de dop vanaf het reservoirom bij te vullen.Het reservoir heeft een inhoud vanmaximaal 1 liter.Schoon water vermengd met eenpassende hoeveelheid goedge‐keurde sproeiervloeistof en antivriesbijvullen.VoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigAlleen sproeiervloeistof metvoldoende antivries biedtvoldoende bescherming bij lagetemperaturen of een plotselingedaling van de temperatuur.Sproeiervloeistof 35.3RemvloeistofRemvloeistofRemvloeistofRemvloeistofRemvloeistof 99999 WaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingRemvloeistof is giftig en bijtend.Contact met ogen, huid, textiel enlakwerk vermijden.Voor toegang tot het remvloeistofre‐servoir moet de voorbumper wordenverwijderd 25.3VoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigAlvorens bij te vullen is het nodigom de elektrische motor tebeschermen om elk risico tevermijden dat er remvloeistof opspettert.

2828282828De remvloeistof moet tussen demerktekens en staan.MINMINMINMINMIN MAXMAXMAXMAXMAXRoep de hulp in van een werkplaatsals het vloeistofpeil lager dan is.MINMINMINMINMINRemvloeistof 35.3AccuAccuAccuAccuAccuDe accu van de auto is onderhouds‐vrij als het rijgedrag zodanig is datdeze voldoende wordt opgeladen.Vermijd het gebruik van onnodigeelektrische verbruikers.Batterijen horen niet in het huisvuilthuis. Ze moeten via speciale inza‐melpunten gerecycled worden.Wanneer de auto meer dan vierweken achtereen stilstaat, kan deaccu ontladen raken.

Poolklem vande minpool van de accu loskoppelen.Verzeker u ervan dat het contact isuitgeschakeld voordat u de accuaansluit of loskoppelt.De accu uit de auto verwijderenDe accu uit de auto verwijderenDe accu uit de auto verwijderenDe accu uit de auto verwijderenDe accu uit de auto verwijderen 99999 WaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingAlvorens enige werkzaamhedenuitte voeren, schakel het contactuit, trek de handrem aan, contro‐leer of het Driver InformationCenter uit is en dat de oplaadkabelniet aangesloten is.Voor toegang tot de accu moet deachterbumper worden verwijderd3 25.Versie AVersie B

Sluit eerst depluspool weer aan.Nadat de pluspool weer is aangeslo‐ten, sluit u de minuspool weer aan.Sluit een pool als volgt aan:1. Plaats de moer horizontaal in devierkante behuizing van de pool.2. Plaats de klem (2) bovenop depool.3. Steek de bout (1) in de pool enmoer en draai hem vast.Starten met behulp van eenStarten met behulp van eenStarten met behulp van eenStarten met behulp van eenStarten met behulp van eenandere accuandere accuandere accuandere accuandere accuAls de accu leeg is, kan de elektro‐motor worden gestart met behulp vaneen reserveaccu (een losse accu ofde accu van een andere auto) enstartkabels, of met behulp van eenstartbooster.

99999 WaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwing● Nooit de elektrische motor star‐ten door een acculader aan tesluiten.● Gebruik nooit een startboostervan 24 V of hoger.● Controleer van tevoren of dereserveaccu een nominalespanning heeft van 12 V en eencapaciteit die ten minste gelijkis aan die van de lege accu.● De twee auto's mogen elkaarniet raken.

3030303030● Koppel alle elektrische appara‐tuur in beide auto's los of scha‐kel deze uit (draagbare appa‐raten, ruitenwissers, lampen,enz.).● Koppel de pluspool niet losterwijl de elektrische motor isingeschakeld.Versie AVersie B1. Sluit de rode kabel eerst aan opde pluspool van de lege accu (2)en daarna op de pluspool van dereserveaccu (1) of startbooster.2. Sluit een uiteinde van de zwartekabel aan op de minuspool van dereserveaccu (3) of startbooster (ofop een massapunt van de hulp‐auto).3. Sluit het andere uiteinde van dezwarte kabel aan op de minuspoolvan de lege accu (4).4. Indien aangesloten op een hulp‐auto, start u de motor om de hulp‐auto en laat deze enkele minutendraaien.5. Draai de contactsleutel van degestrande auto.De hoogspanningsaccu geeft devoeding door aan het 12V-circuit.6. Wacht tot de hulpauto weer stati‐onair draait.7.

Koppel de startkabels in omge‐keerde volgorde los.8. Laat de auto gedurende tenminste 30 minuten ingeschakeldom de hoogspanningsaccu de tijdte geven om de accu op te laden.Als het ladingniveau van de hoog‐spanningsaccu te laag is, sluit ude oplaadkabel van de auto aan.De accu opladen met behulp vanDe accu opladen met behulp vanDe accu opladen met behulp vanDe accu opladen met behulp vanDe accu opladen met behulp vaneen acculadereen acculadereen acculadereen acculadereen acculaderVoor een optimale levensduur van deaccu is het essentieel om eenvoldoende ladingniveau te handha‐ven.

3131313131In sommige gevallen kan het noodza‐kelijk zijn om de accu op te laden:● Wanneer de auto voornamelijkwordt gebruikt voor korte ritten.● Wanneer de auto gedurendemeerdere weken niet wordtgebruikt. 99999 WaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwingWaarschuwing● Gebruik alleen een oplader diecompatibel is met loodzuurac‐cu's en met een nominale span‐ning van 12 V.● Ga te werk volgens de instruc‐ties van de fabrikant van deoplader.● Nooit de polen verwisselen.● Koppel de accu los van de auto.● Zorg ervoor dat de oplaadkabelvan de auto niet tegelijkertijdaangesloten is.Versie AVersie BVoordat u de accu oplaadt met behulpvan een acculader, moet de accuworden losgekoppeld van de auto.Om de accu op te laden met behulpvan een acculader, gaat u als volgt tewerk:1. Schakelaar de oplader uit voordatu de kabels aansluit op de accuom gevaarlijke vonken te voorko‐men.2.

3232323232Wisserblad vervangenWisserblad vervangenWisserblad vervangenWisserblad vervangenWisserblad vervangenVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtig● Let erop dat u de armen nietbeetpakt op de plaats van desproeiermond.● Ontgrendel ze niet tijdens hetbewegen. Kans op schade aande voorruit.1. Pak het wisserblad vast aan hetonbuigzame deel ervan en trek ditzo ver mogelijk naar u toe.2. Terwijl u de wisserarm omhooghoudt, maakt u de klem van hetversleten wisserblad (1) los enverwijdert u het (2).3. Terwijl u de wisserarm omhooghoudt, monteert u het nieuwewisserblad en klemt u het op zijnplaats.4.

Laat de ruitenwisserarm voorzich‐tig zakken en ondersteun hem tothij op de voorruit staat.Gloeilamp vervangenGloeilamp vervangenGloeilamp vervangenGloeilamp vervangenGloeilamp vervangenAlle lampen zijn uitgevoerd met led-lampen en kunnen niet wordenvervangen.Laat lichten bij eventuele storingendoor een werkplaats vervangen.ZekeringenZekeringenZekeringenZekeringenZekeringenControleren of het opschrift op devervangende zekering overeenkomtmet dat op de defecte zekering.Alvorens een zekering te vervangen,de desbetreffende schakelaar en deontsteking uitschakelen.Een defecte zekering is te herkennenaan de doorgebrande smeltdraad.VoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVervang de zekering niet totdat deoorzaak van de storing is verhol‐pen.De zekeringenkasten bevinden zichachter de stoelen.

3434343434 Nr. Nr. Nr. Nr. Nr. StroomkringStroomkringStroomkringStroomkringStroomkring 99999 USB-voedingsaansluiting /verlichting van knoppen voorventilatie/verwarming/ontwa‐semen / rijmodusselector 1010101010 – 1111111111 Diagnoseaansluiting 1212121212 Ruitenwissermotor 1313131313 Toerentalsensor wiel linksachter 1414141414 Zijmarkeringslicht linksvoor enrechtsachter / kentekenverlich‐ting 1515151515 Zijmarkeringslicht linksachter enrechtsvoor 1616161616 Dimlicht rechts 1717171717 Dimlicht links 1818181818 RuitenwissermotorBandenspanningBandenspanningBandenspanningBandenspanningBandenspanningDe bandenspanningen wordenaangegeven op een sticker op hetonderstel van de bestuurdersstoel. Een onjuiste bandenspanning beïn‐vloedt de veiligheid, het weggedragen het rijcomfort negatief en verhoogtde bandenslijtage.

Voor de voor uw auto goedgekeurdebanden kunt u de EEG-conformiteits‐verklaring die bij uw auto is geleverd,of andere landelijke registratiedocu‐menten raadplegen. De bestuurder is verantwoordelijkvoor het gebruik van de bandenspan‐ning. Afhankelijkheid van temperatuurAfhankelijkheid van temperatuurAfhankelijkheid van temperatuurAfhankelijkheid van temperatuurAfhankelijkheid van temperatuurDe bandenspanning hangt af van detemperatuur van de band. Onderweglopen de temperatuur en de spanningvan de band op. De bandenspan‐ningswaarden op de bandinformatie‐sticker gelden bij koude banden, dusbij een temperatuur van 20 °C. De druk neemt iedere temperatuur‐stijging van 10 °C bijna 10 kPa toe. Houd hier rekening mee wanneer uwarme banden controleert.

Wiel verwisselenWiel verwisselenWiel verwisselenWiel verwisselenWiel verwisselenDe auto niet is uitgerust met boord‐gereedschappen, zoals een krik ofeen kruissleutel. Roep bij een lekke band de hulp vaneen werkplaats in. Om winterbanden te monteren of debanden te vervangen, neemt ucontact op met een dealer of erkendewerkplaats.

3535353535Gebruik het sleepoog alleen om deauto te bergen of om deze voorvervoer vast te zetten. Verzorging exterieurVerzorging exterieurVerzorging exterieurVerzorging exterieurVerzorging exterieurVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigVoorzichtigGebruik geen automatischewasstraat of hogedrukreinigings‐apparatuur. Sluit de portieren en de ruiten voordatu de auto reinigt. Was de auto niet in de volle zon of bijextreem lage temperaturen. Gebruik een tuinslang of een sponsmet water en zeep om de auto te reini‐gen. Gebruik alleen pH-neutrale zeep. Service-informatieService-informatieService-informatieService-informatieService-informatieHet is voor de bedrijfs- en verkeers‐veiligheid en voor het behoud van dewaarde van uw auto belangrijk datalle servicewerkzaamheden met devoorgeschreven intervallen wordenuitgevoerd.

Neem voor het gedetailleerde, bijge‐werkte onderhoudsschema contactop met uw werkplaats. Het onderhoudsinterval is om de tweejaar of 20. 000 km, wat het eerst komt. RegistratiesRegistratiesRegistratiesRegistratiesRegistratiesUitgevoerde service wordt geregi‐streerd op de daarvoor bestemdeplaatsen in het service- en garantie‐boekje. De datum en afgelezen kilo‐meterstand worden bevestigd metstempel en handtekening van deuitvoerende werkplaats. Zorg ervoor dat het service- en garan‐tieboekje correct wordt ingevuld,omdat een sluitend bewijs vanservice essentieel is bij aansprakenop garantie of goodwill en tevens eenpluspunt is bij verkoop van de auto.

3636363636RemvloeistofRemvloeistofRemvloeistofRemvloeistofRemvloeistofRemvloeistof absorbeert na verloopvan tijd vocht waardoor de remmenminder efficiënt werken. De remvloei‐stof moet daarom na het aangegeveninterval worden ververst.Gebruik uitsluitend DOT4-remvloei‐stof uit een ongeopende fles. De hulpvan een werkplaats inroepen.TypeplaatjeTypeplaatjeTypeplaatjeTypeplaatjeTypeplaatjeHet typeplaatje is aangebracht op hetonderstel van de passagiersstoel. 11111 fabrikant, typegoedkeu‐ringsnummer 22222 voertuigidentificatienummer 33333 geluidsniveau/nominaaltoerental 44444 maximumvermogen,maximumsnelheid,maximaal toelaatbaarvoertuiggewichtConformiteitsverklaringConformiteitsverklaringConformiteitsverklaringConformiteitsverklaringConformiteitsverklaringVoor de conformiteitsverklaring enandere klantinformatie, zie online.

www.opel.comCopyright by Opel Automobile GmbH, Rüsselsheim, Germany.De gegevens in deze publicatie waren correct op de onderstaande uitgiftedatum. Wijzigingen in de techniek, uitrusting of vorm van de auto's ten opzichte van de gegevensin deze publicatie, alsmede wijzigingen van deze publicatie zelf blijven Opel Automobile GmbH voorbehouden.Uitgave: mei 2022, Opel Automobile GmbH, Rüsselsheim.Gedrukt op chloorvrij gebleekt papier.*ID-OROAOLSE2205-NL*ID-OROAOLSE2205-nl

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Opel Rocks-e (2022) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden