Opel Combo-e (2025) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Opel Combo-e (2025) (320 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 28 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Opel Combo-e (2025) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Opel |
| Categorie: | Auto |
| Model: | Combo-e (2025) |
Handleiding Opel Combo-e (2025) – volledige tekst
4Accu elektrisch voertuig (BEV)...........4InleidingUw auto is de intelligente combinatie vanvernieuwende techniek, overtuigendeveiligheid, milieuvriendelijkheid enzuinigheid.In dit Instructieboek vindt u alle informatiedie u nodig hebt om uw auto veilig enefficiënt te kunnen bedienen.Verder kunt u voor bepaalde functies vande auto videotutorials bekijken op hetInfo-Display.Bepaalde functies functioneren alleenbij ingeschakeld contact, draaiendeverbrandingsmotor of elektrische motorgereed.Zorg ervoor dat uw passagiers ervan opde hoogte zijn dat onjuist gebruik van deauto een ongeval tot gevolg kan hebbenen dat er risico bestaat voor persoonlijkletsel.U moet de specifieke wetten envoorschriften van het land waar u zichbevindt altijd in acht nemen.
Deze wettenverschillen mogelijk van de informatieopgenomen in dit Instructieboek.Als u de beschrijving in dit Instructieboeknegeert, kan dit gevolgen hebben voorde garantie.Wanneer wij u in dit Instructieboekadviseren de hulp van een garage inte roepen, raden wij uw Opel ServicePartner aan.Houd het informatiepakket voor degebruiker altijd onder handbereik in deauto.Autospecifieke gegevensRaadpleeg de hoofdstukken "Serviceen onderhoud", "Technische gegevens",het typeplaatje en het nationalekentekenbewijs van de auto.Link naar app en websitefabrikant Installatie van de app met de volgendeQR-code:2 Inleiding
Dit Instructieboekgebruiken ● Dit Instructieboek beschrijft allevoor dit model beschikbare optiesen functies. Mogelijk zijn bepaaldeomschrijvingen, waaronder die voordisplay- en menufuncties, niet opuw auto van toepassing wanneerer sprake is van een modelvariant,afwijkende landenspecificaties ofspeciale uitrustingen of accessoires.● De inhoudsopgave aan het begin vanhet Instructieboek geeft aan waar u degezochte informatie kunt vinden.● Met behulp van het trefwoordenregisterkunt u specifieke informatie zoeken.● In dit Instructieboek worden auto’s metstuur links beschreven.
De werking vanauto's met stuur rechts is vergelijkbaar.● In het Instructieboek wordt eenidentificatiecode van de motor gebruikt.De overeenkomstige marktaanduidingen productiecode staan vermeld inparagraaf "Technische gegevens".● Aanduidingen met betrekking totrichtingen in de beschrijvingen, zoalslinks, rechts, voor of achter verwijzenaltijd naar de rijrichting.● Displays ondersteunen uw specifieketaal mogelijk niet.● Berichten op het display en labels inhet interieur worden in vetgedrukteletters aangegeven.Codes Symbolen Locatie van apparatuur/toets, aangeduid met eenzwart gebiedDeze legenda geeft de specifiekekenmerken van uw type voertuig aan:BestelwagenVolledige bus met dubbelecabine5 zitplaatsen7 zitplaatsenVeiligheidsberichten GevaarDe met Gevaar gemarkeerde tekstgeeft informatie over het risico opdodelijk letsel.
Soorten aandrijving Interne VerbrandingsmotorAuto (ICE)Een ICE-auto wordt enkel aangedrevendoor een interne verbrandingsmotor -diesel of benzine.Accu Elektrisch Voertuig (BEV)Een BEV wordt alleen aangedrevendoor een elektrische motor. Dehoogspanningsaccu wordt geladen metbehulp van een laadkabel en ook doorafremmen van de motor.4 Inleiding
Om de volledigeefficiëntie van de elektronica in desleutelhouder te verzekeren, moet desleutel nooit worden blootgesteld aandirect zonlicht. Let OpBevestig geen zware of grotevoorwerpen aan de contactsleutel. Reservesleutels Het sleutelnummer staat vermeld op eenverwijderbaar label. Bij het bestellen van reservesleutelsmoet het sleutelnummer worden vermeldaangezien de sleutels deel uitmaken vanhet systeem van de startonderbreking. Het codenummer van de adapter voorde wielslotmoeren vindt u op een kaart. Vermeld het wanneer u een nieuweadapter bestelt. Sleutel met uitklapbare baard WaarschuwingVerwijder tijdens het rijden nooit desleutel uit het contactslot omdat dit,afhankelijk van de versie, het stuurwielzal vergrendelen. Om uit te klappen knop indrukken. Om inte klappen eerst knop indrukken. 6 Kennismaking met uw auto.
Functies Van De Radio-Af‐standsbediening De auto vergrendelenDe auto ontgrendelenOp afstand inschakelen van deverlichtingDe laadruimte vergrendelen /ontgrendelenAfhankelijk van de versie kunt u metde handzender de volgende functiesbedienen:● centraal vergrendelingssysteem● vergrendelingssysteem● diefstalalarmsysteem● ontgrendeling achterklep● elektrisch bediende ruiten● in-/uitklappen van de buitenspiegels● autozoekverlichtingDe afstandsbediening heeft een bereikvan enkele meters, maar dat kan ookveel minder zijn door invloeden vanbuitenaf.Brandende alarmknipperlichten dienenals bevestiging.Behandel de afstandsbediening metzorg, bescherm hem tegen vocht enhoge temperaturen en voorkom eenonnodige werking.TipDe elektronische onderdelen inde sleutelhouder kunnen beschadigdworden als de sleutelhouderonderworpen wordt aan harde schokken.Om de volledige efficiëntie van deelektronica in de sleutelhouder teverzekeren, mag hij nooit wordenblootgesteld aan direct zonlicht.Elektronisch Sleutelsysteem WaarschuwingDe elektronische sleutel kan eenpacemaker verstoren.Houd de elektronische sleutel uit debuurt van de borst.Afhankelijk van de versie is met deelektronische sleutel het gebruik van devolgende functies zonder contactsleutelmogelijk:● centraal vergrendelingssysteem● ontgrendeling achterklep● inschakeling contact en starten motor● inschakeling koplampenDe elektronische sleutel aanwezig zijn ophet lichaam van de bestuurder.Bovendien omvat de elektronischesleutel de functie voor de bediening opafstand van de radioKennismaking met uw auto 7
Behandel de afstandsbediening metzorg, bescherm hem tegen vocht enhoge temperaturen en voorkom eenonnodige werking.OpmerkingOm het laadniveau van de batterij tebesparen, worden de sleutelloze functiesna 21 dagen van niet-gebruik in stand-bygezet. Om de functies weer te activeren,moet gedrukt worden op een knop op deelektronische sleutel.Batterij elektronische sleutelvervangen Batterij meteen vervangen zodra hetsysteem niet meer goed werkt of hetbereik ervan afneemt.Batterijen horen niet in het huisvuil thuis.Ze moeten via speciale inzamelpuntengerecycled worden.1. Verwijder het deksel.2.Verwijder de lege batterij.3. Vervang de batterij door een batterijvan hetzelfde type. Let op deinstallatiepositie.4.
Klik het achterste klepje terug op zijnplaats.StoringAls de centrale vergrendeling niet kanworden vergrendeld of ontgrendeld of alsde motor niet kan worden gestart, kan ditde volgende oorzaken hebben:● Storing in elektronische sleutel.● De elektronische sleutel is buitenontvangstbereik.● De accuspanning is te laag.● Overbelasting van het systeem voorcentrale vergrendeling door frequentgebruik, de voeding wordt voor kortetijd onderbroken.● Storing door radiogolven afkomstigvan externe zenders met een hoogvermogen.Om de storing te verhelpen, de positievan de elektronische sleutel veranderen.Systeem CentraleVergrendeling Ontgrendelen en vergrendelen vanportieren, bagageruimte en tankklepje.Door aan de binnenste portiergreep tetrekken wordt het betreffende portierontgrendeld en geopend.OpmerkingIn het geval van een ongevalwaarbij airbags of gordelspannersworden geactiveerd, wordt het voertuigautomatisch ontgrendeld.OpmerkingWanneer na ontgrendeling met deafstandsbediening geen van de portierenword geopend, worden deze na kortetijd automatisch opnieuw vergrendeld.Een voorwaarde is dat de instellingis geactiveerd in de persoonlijkeinstellingen van het voertuig.8 Kennismaking met uw auto
Selectief ontgrendelen van interieuren bagageruimteMet selectief ontgrendelen kunt ude deuren van het interieur en detankklep of de bagageruimte, d.w.z.schuifdeuren, achterdeuren/achterklepopenen. Selectief ontgrendelen moetworden geconfigureerd.Voor de activering: schakel het contactin en houd dan langer dan tweeseconden ingedrukt. De led brandt.Er klinkt een geluidssignaal enafhankelijk van de configuratie van deauto verschijnt er een bericht op het Info-Display.Om te deactiveren: schakel het contactin en houd dan langer dan tweeseconden ingedrukt. De led gaat uit.Selectieve ontgrendeling/vergrendelingOntgrendelingDruk op .De modus ontgrendeling kan wordeningesteld.
Er kunnen twee instellingengeselecteerd worden:● Alle portieren en de bagageruimteworden ontgrendeld door te drukken op.● het portier aan de passagierszijdewordt ontgrendeld door te drukken op.De bagageruimte ontgrendelenDruk op of druk twee keer op om alleen de bagageruimte teontgrendelen, d.w.z. de schuifdeuren ende achterdeuren of de achterklep.VergrendelenSluit de portieren en de bagageruimte.Druk op .BevestigingDe werking van de centralevergrendeling wordt bevestigd door dealarmknipperlichten. Een voorwaarde isdat de instelling is geactiveerd in depersoonlijke instellingen van het voertuig.Werking elektronisch sleutelsysteemDit systeem biedt de mogelijkheid omde auto automatisch eenvoudig tevergrendelen en te ontgrendelen doordetectie van de elektronische sleutel.
Deelektronische sleutel moet zich buiten deauto bevinden.OpmerkingAls de auto niet goed gesloten is of deelektronische sleutel nog in de auto ligt,kan de auto niet worden vergrendeld.Als de auto is uitgerust met eenalarmsysteem voor diefstalbeveiliging,klinkt er na enkele seconden eengeluidssignaal.OpmerkingDe elektronische sleutel werkt mogelijkniet als deze in de buurt vanKennismaking met uw auto 9
elektronische apparaten zoals mobieletelefoons of laptops wordt gelegd. OpmerkingDe scheiding van de ontgrendeling vande passagiersruimte en het laadgebied iseen veiligheidsmaatregel. Dit systeem wordt gebruikt om detoegang uit te sluiten tot het gedeelte vande auto waarin u niet aanwezig bent. De elektronische sleutel moet zichbinnen een bereik van ongeveer éénmeter van het desbetreffende portierbuiten de auto bevinden. OntgrendelingOpmerkingAfhankelijk van de versie worden debuitenspiegels uitgeklapt en wordt hetalarm uitgeschakeld. Steek een hand achter de deurgreep vaneen van de voordeuren of de achterdeurom de auto te ontgrendelen of druk op demiddelste knop van de achterklep. Houd uw hand achter de deurgreepof houd de knop van de achterklepingedrukt om de ruiten te openen. De modus ontgrendeling kan wordeningesteld in het menu Persoonlijkeinstellingen op het Info-Display.
Erkunnen twee instellingen geselecteerdworden:● U ontgrendelt alle portieren, debagageruimte en de tankklep door eenhand achter een van de grepen vande voorportieren of de greep van deachterdeur te steken. Druk als de autois uitgerust met een achterklep op deknop van de achterklep. ● Wanneer u een hand achter een vande grepen van de voorportieren steekt,worden alleen de voordeuren en detankklep ontgrendeld. De bagageruimte ontgrendelenU ontgrendelt alleen de bagageruimte(dat wil zeggen de achterklep) dooruw hand achter de greep van depassagiersdeur te steken of door op deknop van de achterklep te drukken. VergrendelenDruk met een vinger of duim op eenvan de deurgrepen (in de gemarkeerdegebieden) of druk op de achterklepknop. Alle portieren, de achterklep/kofferklepen de tankvulklep worden vergrendeld.
Als de auto niet goed gesloten is, deelektronische sleutel in de auto blijft ofhet contact niet uit is, is vergrendelingniet toegestaan. BevestigingDe werking van de centralevergrendeling wordt bevestigd door dealarmknipperlichten.
Als de auto is uitgerust met eenelektronisch sleutelsysteem, wordt detankklep ook vergrendeld of ontgrendeld.Druk op om te vergrendelen(controlelampje gaat aan) /ontgrendelen(controlelampje gaat uit).Bediening met de sleutel bij eenstoring in de centrale vergrendelingBij een storing, bijvoorbeeld omdat deaccu of de batterij van de handzender /elektronische sleutel leeg is, kunt u hetbestuurdersportier met de mechanischesleutel vergrendelen en ontgrendelen.Handmatige ontgrendelingElektronische sleutel: houd de palingedrukt om de geïntegreerde sleutelte voorschijn te halen. U ontgrendelthet bestuurdersportier handmatig door desleutel in de slotcilinder te steken ente draaien.
Bij een werkende centralevergrendeling wordt de auto ontgrendeld.Zonder een werkende centralevergrendeling kunnen de andereportieren worden geopend door aan debinnenhandgreep te trekken.De bagageruimte en het tankklepjeworden mogelijk niet ontgrendeld.Als u het contact aanzet, wordt hetvergrendelingssysteem uitgeschakeld.Handmatige vergrendelingVergrendel het linker portier handmatigdoor de sleutel in de slotcilinder te stekenen te draaien. Bij een werkende centralevergrendeling wordt de auto vergrendeld.Om de overige portieren te vergrendelenals de centrale vergrendeling niet werkt:● Ga na of het kinderslot niet isingeschakeld● Verwijder het zwarte kapje door eensleutel te gebruiken en rechtsom tedraaien.● Plaats de sleutel voorzichtig enbeweeg deze naar de binnenkantKennismaking met uw auto 11
van het portier zonder de sleutel teverdraaien.● Verwijder de sleutel en breng dezwarte afdekking aan.De tankvulklep en de achterklep wordenmogelijk niet vergrendeld.WaarschuwingWanneer de deuren onder het rijdenzijn vergrendeld, kunnen hulpdienstenin noodgevallen lastig in de autokomen.Batterij VervangenZodra het bereik afneemt, de batterijmeteen vervangen.Batterijen horen niet in het huisvuil thuis.Ze moeten via speciale inzamelpuntengerecycled worden.1. Haal de achterafdekking van deafstandsbediening.2.Verwijder de lege batterij.3. Breng de nieuwe batterij aan opzijn plaats en let goed op depolariteit. Begin met de batterij teplaatsen in de contacten in de hoek.Druk het deksel vast. Herinitialiseerde afstandsbediening.
Zie hetbetreffende hoofdstuk voor meerinformatie over het synchroniserenvan de afstandsbediening.StoringAls de centrale vergrendeling nietbediend kan worden met deafstandsbediening, kan dit te wijten zijnaan het volgende:● Storing van de afstandsbediening.● De elektronische sleutel is buitenontvangstbereik.● De accuspanning is te laag.● Overbelasting van het systeem voorcentrale vergrendeling door frequentgebruik, de voeding wordt voor kortetijd onderbroken.● Storing door radiogolven afkomstigvan externe zenders met een hoogvermogen.Akoestisch waarschu‐wingssysteem voorvoetgangers Het geluidssignaal van devoetgangersbeveiliging wordtgegenereerd om voetgangers tewaarschuwen voor de aanwezigheid vanhet voertuig. Het systeem is actief tot 30km/uur.12 Kennismaking met uw auto
Beveiliging van de autoVergrendelingssysteem WaarschuwingGebruik het systeem niet als erpersonen in de auto aanwezig zijn. De portieren kunnen niet van binnenuitontgrendeld worden. Alle portieren worden tegen openenbeveiligd. Voor activering van het systeem moetenalle portieren gesloten zijn. Bij ontgrendeling van de auto wordtde mechanische diefstalbeveiliginguitgeschakeld. Dit is niet mogelijk met de knop voorcentrale vergrendeling. InschakelenFysieke sleutel: Steek de sleutel erin endraai deze twee keer binnen 5 secondenrechtsom. Afstandsbediening: Druk binnen 5seconden tweemaal op N van deafstandsbediening. Elektronische sleutel: Druk binnen vijfseconden tweemaal met een vinger ofduim op één van de portiergrepen (op demarkeringen). Alarmsysteem Diefstalbeveili‐ging Het alarmsysteem is gecombineerd methet vergrendelingssysteem.
Het bewaakt:● portieren, achterklep, motorkap● interieur en aangrenzendebagageruimteActiveringContact moet uitgeschakeld zijn. Alleportieren moeten gesloten zijn en deelektronische sleutel mag niet in de autoblijven. Anders kan het systeem nietworden geactiveerd. ● Afstandsbediening: De bewaking vande portieren, achterklep en motorkapwordt geactiveerd nadat er vijfseconden zijn verstreken na devergrendeling van de auto metdruk op. De bewaking van depassagiersruimte en de aangrenzendebagageruimte wordt geactiveerd nadater 45 seconden zijn verstreken na devergrendeling van de auto met druk op. ● Elektronisch sleutelsysteem: Debewaking van de portieren, achterklepen motorkap wordt geactiveerdwanneer er 5 seconden zijn verstrekennadat de auto is vergrendeld door tedrukken op de markeringen op een vande grepen van de voorportieren.
De activering wordt bevestigd door hetknipperen van de status-led en het kortoplichten van de richtingaanwijzers. Als een deur of de achterklep nietcorrect is gesloten en de auto isvergrendeld via de bediening op afstandof het elektronische sleutelsysteem,blijft de auto ontgrendeld. Echter,het diefstalalarmsysteem wordt na 45seconden geactiveerd. OpmerkingWijzigingen van het interieur van de auto,zoals het gebruik van stoelhoezen, enopenstaande ruiten kunnen afbreuk doenaan de functie voor de bewaking van depassagiersruimte. Kennismaking met uw auto 13.
Inschakelen zonder bewaking vanpassagiersruimteSchakel de bewaking van het interieur uitals u dieren in de auto achterlaat, om tevoorkomen dat hoge ultrasone tonen ofbewegingen het alarm activeren. Schakeldeze ook uit wanneer de auto zich opeen veerboot of een trein bevindt.1.Ontsteking uitschakelen.2. Druk binnen de volgende 10seconden op , tot de led in de knoppermanent brandt.3.Stap uit de auto.4.
Vergrendel de auto onmiddellijk metde bediening op afstand, door meteen vinger of duim op een vande portiergrepen (in de gemarkeerdegebieden) of op de achterklepknop tedrukken.De activering wordt aangegeven door hetknipperen van de status-led.MeldingHet led-lampje in de knop voorcentrale vergrendeling knippert, als hetdiefstalalarmsysteem geactiveerd is.Neem in geval van storingen contact opmet een garage.DeactiveringAfstandsbediening: Als de auto wordtontgrendeld met druk op , wordt hetdiefstalalarmsysteem uitgeschakeld.Elektronisch sleutelsysteem: Bijontgrendeling van de auto door met eenvinger of duim het gemarkeerde gebiedvan een van de voorportiergrepen aante raken wordt het diefstalalarmsysteemgedeactiveerd.De elektronische sleutel moet zich buitende auto bevinden, binnen een bereik vanongeveer één meter tot het portier aande betreffende zijde.Het systeem wordt niet gedeactiveerddoor het bestuurdersportier teontgrendelen met de sleutel of metde centrale-vergrendelingstoets in hetinterieur.OpmerkingAls de auto ontgrendeld is en ergeen portier geopend is, wordt de autona 30 seconden automatisch opnieuwvergrendeld.
In dat geval wordt ook hetdiefstalalarm weer geactiveerd.Vergrendelen van de auto met alleende omtrekbeveiliging ingeschakeldSchakel de interieurbeveiliging en dewegsleepbeveiliging uit om vals alarm tevoorkomen, bijvoorbeeld in de volgendegevallen:● Aanwezigheid van een inzittende ofeen huisdier.● Het raam of schuif-/kanteldak staat eenklein stukje open.● De auto wordt gewassen.● Er wordt een wiel verwisseld.14 Kennismaking met uw auto
● Als de auto wordt gesleept. ● De auto staat op een schip of veerboot. Uitschakelen van de interieur- enwegsleepbeveiliging1. Zet het contact af en druk binnen 10seconden op de alarmtoets totdat hetrode controlelampje blijft branden. 2. Verlaat de auto. 3. Vergrendel het voertuig onmiddellijkmet de afstandsbediening of met hetsysteem voor sleutelloze toegang enstart. Alleen de omtrekbeveiliging wordtingeschakeld: het rode controlelampje inde toets knippert één keer per seconde. OpmerkingDe interieur- en wegsleepbeveiligingworden uitsluitend uitgeschakeld alsdeze procedure elke keer na het afzettenvan het contact wordt uitgevoerd. Opnieuw inschakelen van de interieur- enwegsleepbeveiliging1. Deactiveer de omtrekbeveiligingdoor het voertuig met deafstandsbediening of met het systeemvoor sleutelloze toegang en start teontgrendelen. Het controlelampje inde knop gaat uit. 2.
Heractiveer alle beveiligingssystemendoor het voertuig te vergrendelenmet de afstandsbediening of met hetsysteem voor sleutelloze toegang enstart. Het rode controlelampje in detoets knippert weer één keer perseconde. Auto vergrendelen zonder hetdiefstalalarm te activerenVergrendel de auto door degeïntegreerde sleutel van de bedieningop afstand of het elektronischesleutelsysteem in het cilinderslot vanhet bestuurdersportier te steken en tedraaien. Bediening op afstand defectOntgrendel de auto door degeïntegreerde sleutel van de bedieningop afstand of het elektronischesleutelsysteem in het cilinderslot vanhet bestuurdersportier te steken en tedraaien. Open het bestuurdersportier. De claxon van het diefstalalarmsysteemklinkt. Plaats het contactslot op aan. De claxon klinkt niet meer en de status-led dooft.
Het diefstalalarmsysteem kan wordengedeactiveerd door te drukken op ,door het gemarkeerde gebied van eenvan de grepen van de voorportierenmet elektronisch sleutelsysteem aan teraken. De led van gaat uit en derichtingaanwijzers knipperen kort. Een geactiveerd alarm, dat niet isonderbroken door de bestuurder, wordtaangegeven door het snel knipperen vande led van de knop. Als het contactwordt ingeschakeld en als de accu vande auto moet worden losgekoppeld (bijv. voor onderhoudswerkzaamheden), moetde alarmsirene als volgt gedeactiveerdworden: schakel het contact in en weeruit en koppel dan binnen 15 secondende accu van de auto los. Wacht na hetopnieuw aansluiten van de accu (bijv. na de onderhoudswerkzaamheden) 10minuten voordat u de motor weer start. Startonderbreking Het systeem is onderdeel van hetcontactslot en controleert of de auto metde gebruikte sleutel mag worden gestart.
OpmerkingTags met Radiofrequentie-identificatie(RFID) kunnen de werking van de sleutelverstoren. Zorg ervoor dat deze zich bijhet starten van de auto niet in de buurtvan de sleutel bevinden. OpmerkingDe functie startonderbreking vergrendeltde portieren niet. Na het verlaten van deauto moet hij altijd vergrendeld worden. Schakel het antidiefstalalarmsysteem in. Portieren Automatische DeurslotenAutomatische vergrendeling nawegrijdenDoor middel van dit systeem is deautomatische vergrendeling van deportieren en de achterklep mogelijk,zodra het voertuig de snelheid van 10km/uur overschrijdt. Als een van de portieren of deachterklep open staat, vindt geenautomatische centrale vergrendelingplaats. Dit wordt gesignaleerd doorhet geluid van opnieuw ontgrendelendesloten, samen met het gaan brandenvan op het instrumentenpaneel, eengeluidssignaal en de weergave van eenwaarschuwingsbericht.
Deze functies is op ieder gewenstmoment te activeren of te deactiveren. Druk, bij ingeschakeld contact, op , toter een akoestisch signaal klinkt en hetbijbehorende bericht verschijnt. De stand van het systeem wordt bijuitschakeling van het contact in hetgeheugen opgeslagen. Automatische hervergrendeling naontgrendelingDeze functie vergrendelt automatischalle portieren, de bagageruimte en detankvulklep kort nadat u deze met dehandzender of elektronische sleutel heeftontgrendeld, vooropgesteld dat er geenportier openstaat. OpmerkingVervoeren van lange of grote voorwerpenAls u bij open bagageruimte wenstte rijden, moet u drukken op deknop voor centrale vergrendeling omde portieren te vergrendelen. Anderzullen de sloten, elke keer dat hetvoertuig de snelheid van 10 km/uuroverschrijdt, weer vergrendeld worden enzullen de bovenstaande waarschuwingenverschijnen.
Met druk op de knop voorcentrale vergrendeling wordt het voertuigontgrendeld. Achterdeuren Ontgrendel de achterdeuren met deafstandsbediening of door aan de sleutelin het achterdeurcilinderslot te draaien.
Om de achterdeur links te openen aan debuitenkruk trekken.De deur wordt van de binnenkantgeopend door aan de binnenstehandgreep te trekken.De rechter achterdeur wordt ontgrendeldmet de hendel.WaarschuwingDe achterlichten kunnen afgedektworden wanneer de achterportierengeopend zijn en het voertuig langs deweg geparkeerd is.Attendeer andere weggebruikers ophet voertuig door gebruik te makenvan een gevarendriehoek of andereapparatuur die wordt voorgeschreven inde verkeersregels.De deuren worden met deurvangers ineen hoek van 90º gehouden.
Om dedeuren 180° te openen, moet op degrendel geduwd worden, om vervolgensde deuren naar de gewenste stand opente duwen.Controleer vóór het sluiten van de deurendat de deurvangers in de stand 90ºstaan.WaarschuwingZorg dat langdurig geopende portierenbij volledig openen goed zijn vastgezet.Geopende portieren kunnen door dekracht van de wind dichtslaan!Sluit altijd eerst de rechter deur endaarna de linker deur.Rijden met een open laadruimteAlleen in uitzonderlijke gevallen kunt umet de rechterachterdeur open rijden,bijv. als u lange voorwerpen moetvervoeren. Open eerst de linker- endan de rechterdeur. Sluit daarna delinkerdeur en vergrendel deze.Kennismaking met uw auto 17
De linkerdeur wordt gesloten gehoudendoor het kenmerkende "gele" slot datzich onderaan de deur bevindt.GevaarUitlaatgassen bevatten giftigekoolmonoxide, dat kleurloos engeurloos is en fataal kan zijn bijinhaleren.Tijdens het rijden met een openlaadruimte zouden de uitlaatgassen hetvoertuig kunnen binnengaan. Open deruiten.OpmerkingGebruik de linkerachterdeur niet omvoorwerpen op hun plaats te houden.Zet voorwerpen, indien mogelijk, vastmet banden bevestigd aan de sjorogenLet OpZorg er altijd voor dat de lading in hetvoertuig veilig wordt geplaatst tijdenshet rijden met een open laadruimte.Verwijs voor meer informatie naar“Beladingsinformatie”.Neem altijd de plaatselijke of nationalevoorschriften in acht.Kinderslot Achterportieren WaarschuwingGebruik de kindersloten als er kinderenop de achterbank aanwezig zijn.Mechanische kinderslotenDraai het kinderslot in het achterportierin de verticale stand.
Het portier kan nietmeer van binnen worden geopend.Om de functie te deactiveren, draait u hetkinderslot in de horizontale stand.Elektrische kinderslotenAfhankelijk van de versie, zal de knop zich op het bestuurdersportier of onderde lichtschakelaar bevinden.Op afstand bediend systeem datvoorkomt dat de achterportieren viade binnenportiergrepen te openen deachterste zijruiten te bedienen zijn.18 Kennismaking met uw auto
InschakelenDruk op . Het controlelampje vande knop gaat branden en er verschijnteen bevestigingsbericht. Het lampje blijftbranden totdat het kinderslot wordtuitgeschakeld.UitschakelenDruk nogmaals op . Het controlelampjein de knop dooft en verschijnt eenbevestigingsbericht. Het controlelampjeblijft branden terwijl het kinderslot wordtingeschakeld.Werking Van De Schuifdeur OpenenTrek na het ontgrendelen aan dedeurhandgreep buiten en schuif dedeur naar achteren tot voorbij hetweerstandspunt.U opent de deur van binnen door tegende handgreep te duwen en de deur naarachteren tot voorbij het weerstandspuntte schuiven.SluitenOm van buitenaf te sluiten, moet aande greep getrokken worden en moet dedeur vooruit naar de vergrendelde standworden verschoven.Om de deur van binnenuit te sluiten,moet de greep geduwd worden en moetde deur voorbij het punt van weerstandverschoven worden.
Gebruik daarna degevormde uitsparing aan de bovenkantvan de deurstijl om de deur naar voren teschuiven totdat deze vergrendelt.WaarschuwingOp een steile helling kan het gewichtvan het portier tot gevolg hebbendat het portier beweegt, waardoor hetonverwacht opent of sluit.Laat de auto niet onbeheerd achterop een steile helling terwijl een ofmeerdere portieren open staan.Let OpZorg ervoor dat de schuifdeur goed enveilig gesloten is voordat u gaat rijden.Let OpOm schade te voorkomen, mag nietgeprobeerd worden om de schuifdeurte bedienen bij geopend tankklepje.GevaarGa niet rijden met een schuifdeurdie geopend is of op een kier staat,bijv. bij het vervoeren van groteobjecten: de giftige uitlaatgassen, dieonzichtbaar en geurloos zijn, zoudende auto kunnen binnendringen. Dit kanbewusteloosheid en zelf de dood totgevolg hebben.Kennismaking met uw auto 19
Deuren en ruimte voor de deurenEen geopende deur steekt uit.Zorg dat er voldoende ruimte iswanneer u bijvoorbeeld naast muren,straatlantaarns of hoge stoepen parkeert.TipDe achterzijde van een geopendeschuifdeur zal nooit voorbij deachterbumper van de auto komen.Werking Achterklep AchterklepOpeningDruk, afhankelijk van de versie, op ' omde achterklep te ontgrendelen.Druk, na ontgrendeling, op de middelsteachterklepknop en open de achterklep.SluitingDruk op het midden van de achterstezijruit totdat deze volledig gesloten is.Binnenste handgreep gebruiken.Duw niet op de middelste achterklepknoptijdens het sluiten, omdat de achterklepdan weer wordt ontgrendeld.Algemene tips voor de achterklepbe‐dieningGevaarGa niet rijden met een achterklepdie geopend is of op een kier staat,bijv.
OpmerkingBij zeer lage temperaturen kan het zijndat de automatische opening van deachterklep niet volledig is.In dit geval moet de achterklep metde hand naar de normale eindstandbegeleid worden.Achterklep in noodsituaties vanbinnenuit openenVia een toegangsopening tussenhet portier en de vloer kan deachterklepgrendel met een geschiktgereedschap worden ontgrendeld.Druk op de hendel links om de achterklepte ontgrendelen en te openen.Achterruit De achterste zijruit kan worden geopendvoor toegang tot de bagageruimte zonderde achterklep te openen. De achterklepen de achterste zijruit kunnen niettegelijkertijd worden geopend.OpenenDruk, na ontgrendeling, op derechterachterklepknop en open deachterste zijruit.SluitenDruk op het midden van de achterstezijruit totdat deze volledig gesloten is.Ruiten Elektrisch Bediende Ruiten WaarschuwingLet op bij de bediening van deelektrisch bediende ruiten.
Risico opletsel, vooraf voor kinderen.Als de achterbank wordt gebruikt doorkinderen, moet de kinderbeveiliging vande elektrisch bediende ruiten wordeningeschakeld.Houd de ruiten nauwlettend in de gatenwanneer u ze sluit.Zorg ervoor dat er niets tussen deruiten bekneld raakt terwijl ze bewegen.Schakel het contact in om de elektrischbediende ruiten te bedienen.Druk de schakelaar van dedesbetreffende ruit in om de ruit teopenen of trek aan de schakelaar om deruit te sluiten.Knop een stukje indrukken of uittrekken:ruit gaat omhoog of omlaag zolang u deschakelaar bedient.Knop zover mogelijk indrukken ofuittrekken en loslaten: ruit gaatKennismaking met uw auto 21
automatisch omhoog of omlaag metgeactiveerde beveiligingsfunctie. U stoptde ruit door de schakelaar nogmaals indezelfde richting te bedienen.BeveiligingsfunctieDeze functie is versiespecifiek.Als de ruit tijdens de automatischesluiting een hogere dan gemiddeldeweerstand ontmoet, wordt de bewegingonmiddellijk gestopt en de ruit weergeopend.Omzeilen beveiligingsfunctieIn geval van problemen van de sluitingdoor vorst en dergelijke, moet het contactworden ingeschakeld, om vervolgens deschakelaar naar de eerste klikstand tetrekken en hem daar te houden. Deruit beweegt omhoog, zonder actievebeveiligingsfunctie.Om de beweging te stoppen, moet deschakelaar worden losgelaten.Kinderbeveiliging voor achtersteruiten1.
Druk op om de elektrisch bediendeachterste zijruiten te deactiveren; hetledlampje gaat branden.2.Druk voor de activering nogmaals op.De ruiten van buitenaf bedienenDe ruiten kunnen op afstand, vanbuitenaf de auto, bediend worden.1. Houd ingedrukt om de ruiten teopenen.2. Houd ingedrukt om de ruiten tesluitenLaat de toets los om de ruit te stoppen.OverbelastingDoor herhaalde, snel opeenvolgendebediening wordt de stroomvoorzieningvan de ruitbediening enige tijdonderbroken.De elektrische ruitbedieninginitialiserenAls u de ruiten niet automatischkunt sluiten (bijv. na het loskoppelenvan de accu), verschijnt er eenwaarschuwingstekst op het DriverInformation Center.22 Kennismaking met uw auto
Herhaal deze handeling voor elke ruit.Achterste ZijruitenKantel om de achterste zijruiten deels teopenen de hendel en duw deze helemaalin om de ruiten in de open stand teblokkeren.RolschermenOm het zonlicht op de tweede zitrij teverminderen, trekt u het scherm aan dehandgreep omhoog en haakt u het vastaan de bovenkant van de portieropening.Verwarmde AchterruitWordt bediend door te drukkenop , samen met de verwarmdebuitenspiegels.Na een bepaalde tijd en afhankelijk vande buitentemperatuur zal de verwarmingautomatisch uitschakelen.Afhankelijk van de klimaatregeling,bevindt zich mogelijk op een andereplek.Voorruit Stickers op de voorruitPlak op de voorruit in het gebied rondde achteruitkijkspiegel geen stickers,zoals bijvoorbeeld tolvignetten. Houd desensor vrij van stof, vuil en ijs.
Anderskunnen het detectiegebied van de licht-/schemersensor en het gezichtsveld vande camera in de spiegelbehuizing kleinerworden.Vervanging van voorruitWaarschuwingAls de auto is uitgerust met eenvoorwaarts gerichte camerasensorvoor de rijhulpsystemen, is hetuiterst belangrijk dat een eventuelevervanging van de voorruit strikt inKennismaking met uw auto 23
overeenstemming met de specificatiesvan Vauxhall wordt uitgevoerd. Anderskan het zijn dat deze systemen nietgoed functioneren en bestaat er hetrisico op onverwacht gedrag en/ofberichten van deze systemen.Voorruitverwarming Deze functie verwarmt de voorruitlangs de onderkant en langs debestuurderszijde van de voorruit.Zo komen eventueel aan de voorruitvastgevroren ruitenwisserbladen metdeze functie snel los van de voorruit.De functie gaat tevens sneeuwophopingtegen bij gebruik van de voorruitwissers.De verwarming wordt bediend door tedrukken op .De led van de knop gaat branden.De verwarming functioneert alleenbij temperaturen rond/onder hetvriespunt en wordt, afhankelijk van debuitentemperatuur, na een bepaaldeperiode automatisch uitgeschakeld.Wanneer nogmaals op wordt gedrukt,wordt de werking van de verwarminguitgeschakeld.
De led van de knop gaatuit.Zonnekleppen Om verblinding te vermijden kunnen dezonnekleppen worden neergeklapt enopzij worden gedraaid.Afdekkingen van eventueel inde zonnekleppen aanwezige make-upspiegels tijdens het rijden geslotenhouden.Aan de achterkant van de zonneklep ziteen kaartjeshouder.Spiegels Elektrisch BediendeBuitenspiegelsKies de desbetreffende buitenspiegeldoor de knop van de spiegel naarlinks of naar rechts te duwen.Verstel de betreffende spiegel met devierwegknop.24 Kennismaking met uw auto
Selecteer de betreffende buitenspiegeldoor de knop naar het symbool van delinker of rechter spiegel D te draaien.Pas de betreffende spiegel aan met devierwegknop.Inklapbare SpiegelsVoor de veiligheid van voetgangersdraaien de buitenspiegels bij aanstotenmet een bepaalde kracht weg uitde normale stand. Plaats de spiegelvervolgens terug door een licht op despiegelkap te drukken.Elektrisch inklappenTrek de knip van de spiegel achteruit.Beide buitenspiegels klappen nu in.Druk de spiegelknop nogmaals naarachteren om de buitenspiegels weer inhun oorspronkelijke stand te zetten.Als u een elektrisch ingeklapte spiegelmet de hand uitklapt, wordt bij het naarachteren trekken van de spiegelknopalleen de andere spiegel elektrischuitgeklapt.Automatisch uit-/inklappenBij het ontgrendelen van de autozwenken de spiegels naar hun normalestand.
Bij het vergrendelen van de autoworden de spiegels ingeklapt.Verwarmde Spiegels Afhankelijk van de versie wordt deverwarming bediend door op of tedrukkenNa een bepaalde tijd en afhankelijk vande buitentemperatuur zal de verwarmingautomatisch uitschakelen.Bolle VormDoor de vorm van de spiegel lijkenvoorwerpen kleiner dan ze zijn, waardoorafstanden moeilijker zijn in te schatten.Kennismaking met uw auto 25
Achteruitkijkspiegel Handmatige anti-verblindingsfunctieOm verblinding te verminderen, dehendel aan de onderkant van despiegelbehuizing verstellen.Automatische anti-verblindingsfunctieVerblinding 's nachts doorachteropkomend verkeer wordtautomatisch verminderd.Achteruitkijkspiegel Indien uitgeschakeld, functioneert hetdisplay van de achteruitrijcamera als eenstandaardspiegel.Indien ingeschakeld, kan het display vande achteruitrijcamera twee verschillendebeelden geven:● achteraanzicht● achteraanzicht en zicht passagierszijdeKindertoezichtspiegel Via de kindertoezichtspiegel kunt u dezitplaatsen achterin in de gaten houden.De spiegel is verstelbaar.Stand hoofdsteunen StandWaarschuwingRijd alleen als de hoofdsteun op decorrecte positie is ingesteld.De bovenzijde van de hoofdsteunmoet op gelijke hoogte zijn als debovenzijde van het hoofd.
VerstellenHoofdsteunen van voorstoelenHoogteverstellingTrek de hoofdsteun omhoog of duw dezeomlaag.VerwijderenDruk de pal in en trek de betreffendehoofdsteun naar boven en verwijder hem.Hoofdsteunen van achterbankHoogteverstellingTrek de hoofdsteun omhoog of duw dezeomlaag.VerwijderenDruk de pal in en trek de betreffendehoofdsteun naar boven en verwijder hem.Stoelen Positie Voorstoelen Stand stoelWaarschuwingRijd uitsluitend met een goedafgestelde stoel.WaarschuwingVerstel stoelen nooit tijdens hetrijden om ongewilde bewegingen tevoorkomen.GevaarGa niet dichter dan 25 cm bij hetstuurwiel zitten, zodat een veiligeactivering van de airbag mogelijk is.WaarschuwingBerg nooit voorwerpen op onder destoelen.Kennismaking met uw auto 27
Verricht, voordat u de weg opgaat enom de ergonomische lay-out van deinstrumenten en bedieningselementenoptimaal te benutten, de volgendeafstellingen met de volgende volgorde:– hoogte hoofdsteun.– hoek rugleuning.– hoogte zitting.– stand lengterichting stoel.– hoogte en diepte stuurwiel.– achteruitkijkspiegel en buitenspiegels.Controleer na deze aanpassingen of hetinstrumentenpaneel vanaf uw zitpositiegoed zichtbaar is.● Uw zitvlak zo dicht mogelijk naar derugleuning schuiven.De afstand tot de pedalen zo instellendat de benen bij het intrappen vande pedalen licht gebogen zijn. Depassagiersstoel voor zo ver mogelijknaar achteren schuiven.● Zithoogte zo instellen, dat u rondomeen goed zicht hebt en alleinstrumenten goed kunt aflezen.Tussen hoofd en dakframe moetminstens een handbreedte ruimtezitten.
Uw dijen dienen licht op dezitting rusten, zonder druk uit teoefenen.● Met schouders zo ver mogelijk tegende rugleuning zitten. Stel de hoek vande rugleuning zo in dat u het stuurwielgemakkelijk met licht gebogenarmen kunt vastpakken. Bij hetverdraaien van het stuurwiel, contactblijven houden tussen schoudersen rugleuning. De rugleuning magniet te ver achteroverhellen. Deaanbevolen hellingshoek bedraagtmaximaal ca.25.● Stel de stoel en het stuur zodanigop elkaar af dat wanneer uw polsbovenop het stuur rust, uw armvolledig is gestrekt en uw schouders derugleuning raken.● Lendensteun zo instellen dat deze denatuurlijke vorm van de wervelkolomondersteunt.Handmatig VerstelbareVoorstoelen Zorg ervoor dat de stoelen enrugleuningen tijdens het rijden altijdvergrendeld zijn.In lengterichting verstellen1. Trek aan de hendel, verschuif destoel en laat de hendel los.
bij de bestuurdersstoel worden in- enuitgeschakeld.BeperkingGebruik de functie niet als de stoel nietwordt gebruikt.Verlaag de verwarmingsstand zo snelmogelijk.Als de stoel en het interieur een prettigetemperatuur hebben bereikt, schakel defunctie uit; als het stroomverbruik daalt,daalt ook het energieverbruik.WaarschuwingLangdurig gebruik van destoelverwarming wordt afgeraden voorpersonen met een gevoelige huid.Er bestaat een risico op brandwondenvoor personen die niet goed in staat zijnhitte waar te nemen (bijv.
door ziekte ofmedicijnengebruik).Voorkom als volgt schade aan hetverwarmingselement en kortsluiting:● Plaats geen zware voorwerpen op destoel.● Ga niet op uw knieën op de stoelzitten of op de stoel staan.● Mors geen vloeistoffen op de stoel.● Gebruik de stoelverwarming nooit alsde stoel vochtig is.Neerklapbare Voorstoelen Afhankelijk van de versie kan derugleuning van de passagiersstoel voorin de tafelstand worden neergeklapt.Enkele stoel passagierszijde voorinneerklappenSchuif de passagiersstoel voor zover mogelijk naar achteren, opdatdeze tijdens het neerklappen hetinstrumentenpaneel niet raakt.Duw de hoofdsteun omlaag of verwijderdeze voordat u de rugleuning neerklapt.Afhankelijk van de versie, moet ook dearmleuning verwijderd worden1. Duw de hendel, klap de rugleuninggeheel naar voren en laat de hendellos.
Zitbank passagierszijde voorinneerklappen1. Klap de rugleuning in door aan de luste trekken.2. Klap de buitenste rugleuning in dooraan de lus te trekken.3. Zwenk de rugleuning naar vorentotdat de stoel op de vloer van deauto ligt.In deze positie kunt u lange ladingenin de auto met de deuren geslotenvervoeren. In teruggetrokken standis het maximale gewicht op derugleuning 50 kg.4.
U verwijdert de armsteun door deze opte klappen en in de afgebeelde stand tedraaien.Trek daarna de armsteun uit derugleuning.Breng de armsteun aan door deze inde rugleuning vast te klikken. Duw enklap de armsteun recht omhoog. Trek dearmsteun iets eruit en klap deze omlaag.Achterste Zitplaats Stoelen van de tweede zitrijAfhankelijk van de uitrusting is deachterbank in twee of drie delenverdeeld.U kunt alle delen neerklappen.Voer zo nodig onderstaande stappenuit voordat u de rugleuning van deachterbank neerklapt:1.Voorstoelen naar voren verplaatsen.2.
Is deze handleiding geldig voor een opel combo turbo electrisch uit 2020?
A.B. Bosscher - 26 Oktober 2025Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Opel Combo-e (2025) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Opel
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto