Opel GT (2007) Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Opel GT (2007) (266 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 19 mensen. Heb je een vraag over Opel GT (2007) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Opel |
| Categorie: | Auto |
| Model: | GT (2007) |
Handleiding Opel GT (2007) – volledige tekst
1Geachte cliënt,Hartelijk dank dat u voor een Alfa Romeo hebt gekozen.Uw Alfa GT is ontworpen om maximale veiligheid, comfort en rijplezier te garanderen.Dit instructieboekje helpt u snel vertrouwd te raken met de eigenschappen en de werking van uw auto.De volgende pagina’s bevatten de volledige informatie waarmee u maximaal kunt profiteren van uw . Bovendien zult u belang-Alfa GTrijke aanwijzingen vinden voor uw veiligheid, het in conditie houden van de auto en milieubewust autorijden.In het boekje “Alfa tot uw dienst” vindt u het garantiecertificaat, de bijbehorende voorwaarden en een overzicht van de speciale aanvullen-de service voor Alfa Romeo-cliënten.Belangrijke en waardevolle dienstverlening.
Want wie een Alfa Romeo koopt, koopt niet alleen een auto, maar ook de rust van een uitge-breide ondersteuning en een efficiënte, snelle en wijdvertakte organisatie.Wij herinneren u er bovendien aan dat Alfa Romeo hard heeft gewerkt een zeer ambitieus doel te bereiken: 100% recycling. Als uw AlfaGT buiten gebruik moet worden gesteld, zorgt Alfa Romeo ervoor dat dit op milieuvriendelijke wijze gebeurt en dat alle materialen gerecy-cleerd worden (volgens de wettelijke normen).Voor het milieu heeft dat grote voordelen: niets gaat verloren, niets wordt gestort en er zijn minder nieuwe grondstoffen nodig.Veel leesplezier. En goede reis.In dit instructieboekje worden alle uitvoeringen van de beschreven. U dient zich aan de informatie teAlfa GThouden met betrekking tot de uitrusting, de motoruitvoering en het model van de auto die u gekocht hebt.
Het gebruik van ande-re producten of mengsels kan de motor onherstelbaar beschadigen en het vervallen van de garantie tot gevolg hebben.MOTOR STARTENBenzinemotoren met handgeschakelde versnellingsbak: controleer of de handrem is aangetrokken; zet deversnellingspook in vrij; trap het koppelingspedaal volledig in, maar trap het gaspedaal niet in; draai vervolgens de start-/contactsleutel in stand AVV en laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.Benzinemotoren met Selespeed versnellingsbak: trap het rempedaal volledig in; draai vervolgens de start-/con-tactsleutel in stand AVV en laat de sleutel los zodra de motor aanslaat; de versnellingsbak staat automatisch in de vrij-stand (op het display wordt N aangegeven).JTD-motoren: MARDraai de start-/contactsleutel in stand en wacht tot de waarschuwingslampjes Yen mdoven;draai de start-/contactsleutel in stand AVV en laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.PARKEREN BOVEN BRANDBARE MATERIALENOnder normale bedrijfsomstandigheden bereikt de katalysator hoge temperaturen.
3ELEKTRISCHE APPARATUURAls u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren die stroom verbruiken (waardoor de accu langzaam kan ontla-den), wendt u dan tot de Alfa Romeo-dealer. Deze kan controleren of de elektrische installatie van de auto geschikt is voorhet extra stroomverbruik.쇵CODE-CARDBewaar de CODE-card op een veilige plaats, maar niet in de auto. Wij raden u aan de elektronische code van de CODE-card te noteren en altijd bij u te hebben, omdat deze onmisbaar is voor het uitvoeren van een noodstart.GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDBedenk dat een goed onderhoud van de auto de beste manier is om de prestaties en de veiligheid van de auto geduren-de langere tijd te garanderen.
Daarbij wordt ook het milieu ontzien en blijven de exploitatiekosten laag.IN HET INSTRUCTIEBOEKJE....…vindt u informatie, tips en belangrijke waarschuwingen voor het juiste gebruik, veilig rijden en het onderhoud van uwauto. Let vooral op de symbolen "(veiligheid van de inzittenden) #(bescherming van het milieu) â(conditie van deauto).BESCHERMING VAN HET MILIEUDe auto is uitgerust met een diagnosesysteem, dat continu controles uitvoert op de componenten die van invloed zijn opde uitlaatgasemissie zodat overmatige vervuiling van het milieu wordt voorkomen.U
4Bij vragen of problemen op servicegebied dient u zich bij voorkeur te wenden tot de dealer die de auto heeft verkocht, hoewel u voor onder-houd of reparatie natuurlijk op ieder erkend Alfa Romeo-servicepunt een beroep kunt doen.Service- en garantiehandleidingBij elke nieuwe auto ontvangt de eigenaar het boekje “Alfa tot uw dienst”, waarin alle diensten zijn omschreven waar u recht op hebt. In hetboekje is ook het garantiecertificaat opgenomen met een complete vermelding van de bijbehorende voorwaarden. Verder treft u in dit boek-je een schema aan voor het registreren van de uitgevoerde onderhoudsbeurten.Wij adviseren u de voorgeschreven onderhoudsbeurten tijdig door een Alfa Romeo-dealer te laten uitvoeren.
Regelmatig onderhoud is eenessentiële voorwaarde voor een lange levensduur van de diverse mechanische componenten en zorgt ervoor dat uw Alfa Romeo voortdurendoptimale prestaties levert bij een laag brandstofverbruik. Naleving van de onderhoudsvoorschriften is ook vereist om aanspraak op garan-tie te kunnen maken.ServicegidsDeze bevat de lijst met Alfa Romeo-dealers. De officiële dealers zijn te herkennen aan borden met het embleem en de naam van Alfa Romeo.De Alfa Romeo-organisatie in Italië kan ook worden gevonden onder de “A” van Alfa Romeo in het telefoonboek.Niet alle uitvoeringen, die in dit instructieboekje worden beschreven, worden in alle landen verkocht. Slechts enkele hier beschreven acces-soires worden standaard op de auto gemonteerd. Controleer bij uw dealer de lijst met beschikbare accessoires.
5DE SYMBOLEN IN DIT BOEKOp deze pagina zijn de symbolen afgebeeld die in dit boekje worden gebruikt om de aandacht te richten op een bepaald onderwerp.Aanwijzing voor het juiste gedrag, zodat het gebruik van de auto zo min mogelijk schade aan het milieu oplevert.Let op. Het niet of gedeeltelijk opvolgen van deze instructies kan gevaaropleveren voor de inzittenden.Let op.
Het niet of gedeeltelijk opvolgenvan deze instructies schaadt de conditievan de auto en zal in veel gevallen ookde garantie doen vervallen.VEILIGHEID VAN DE INZITTENDENBESCHERMING VANHET MILIEUCONDITIE VAN DE AUTODe teksten, afbeeldingen en technische gegevens in dit boekje zijn gebaseerd op de stand van zaken bij het ter perse gaan.In het voortdurende streven de kwaliteit van haar producten te verbeteren, behoudt Alfa Romeo zich het recht voor te allen tijde, zonder voorafgaande kennisgeving, wijzigingen in de technische specificatie en de uitrusting door te voeren. Wendt u voor meer informatie tot een Alfa Romeo-dealer.
WEGWIJS IN UW AUTO6ALFA ROMEO CODEVoor een nog betere bescherming tegendiefstal is de auto uitgerust met een elek-tronische startblokkering (Alfa RomeoCODE). Het systeem schakelt automatischin als de start-/contactsleutel wordt uitge-nomen. In de handgreep van de sleutelsbevindt zich een elektronisch component,die bij het starten van de motor een sig-naal ontvangt via een speciale antennedie in het start-/contactslot is ingebouwd.Dit signaal wordt omgezet in een geco-deerd signaal en vervolgens aan de regel-eenheid van de Alfa Romeo CODE gezon-den, die, als de code wordt herkend, hetstarten van de motor mogelijk maakt.DE SLEUTELSBij de auto worden de twee sleutels (A-fig.
2) geleverd met metalen baard enafstandsbediening.De afstandsbediening van de sleuteldient voor:– het centraal ont-/vergrendelen van deportieren– het openen van de achterklep– het uit-/inschakelen van het elektro-nische diefstalalarm (indien aanwezig)– het openen/sluiten van de ruiten(voor bepaalde uitvoeringen/markten).WWWWWWWWWWEEEEEEEEEEGGGGGGGGGGWWWWWWWWWWIIIIIIIIIIJJJJJJJJJJSSSSSSSSSS IIIIIIIIIINNNNNNNNNN UUUUUUUUUUWWWWWWWWWW AAAAAAAAAAUUUUUUUUUUTTTTTTTTTTOOOOOOOOOOfig. 2A0A0002bfig. 1A0A00621bSYMBOLENOp of in de nabijheid van enkele onderdelenvan uw Alfa GTzijn plaatjes met eenbepaalde kleur aangebracht met daarop sym-bolen die uw aandacht vragen en die voor-zorgsmaatregelen aangeven die u in achtmoet nemen als u met het betreffende onder-deel te maken krijgt.Onder de motorkap bevindt zich een plaatjemet een korte samenvatting van de symbo-len (fig.1).
WEGWIJS IN UW AUTO7De metalen baard van de sleutel dientvoor:– het start-/contactslot– het slot in het bestuurdersportier en(optional voor bepaalde uitvoeringen/markten) het slot van het passagierspor-tier– de uitschakeling van de frontairbagaan passagierszijdeBELANGRIJK Om schade aan de elek-tronische schakelingen in de sleutels tevoorkomen, mogen de sleutels niet aandirecte zonnestraling worden blootgesteld.Bij de sleutels wordt een CODE-card(fig.
3) geleverd waarop de codes vande sleutels staan aangegeven (zowel demechanische als de elektronische voor hetuitvoeren van een noodstart).De codes op de CODE-card moeten opeen veilige plaats worden opgeborgen,maar niet in de auto.Wij raden u aan de elektronische codevan de CODE-card te noteren en altijd bij ute hebben, omdat deze onmisbaar is voorhet uitvoeren van een noodstart.SLEUTEL MET AFSTANDSBEDIE-NINGDe sleutel met afstandsbediening (fig.4) is uitgerust met:– metalen baard ( ) die in de hand-Agreep van de sleutel kan worden opgebor-gen– knopje (B) voor het uitklappen van demetalen baard– knopje (C) voor het op afstand ont-grendelen van de portieren en het uitscha-kelen van het diefstalalarm– knopje (D) voor het op afstand ver-grendelen van de portieren en het inscha-kelen van het diefstalalarm– knopje ( ) voor het openen opEafstand van de achterklep– uittrekbare bevestigingsring (F).fig.
WEGWIJS IN UW AUTO8Druk de knop B alleen inals de sleutel ver genoegvan het lichaam (speciaalde ogen) en van voorwerpen diesnel beschadigen (bijvoorbeeldkledingstukken) is verwijderd. Laat de sleutel nooit onbeheerdachter. Hiermee voorkomt u datiemand (dit geldt in het bijzondervoor kinderen) per ongeluk op deknop drukt. ACHTERKLEP OPENENDe achterklep kan van buitenaf wordengeopend met de afstandsbediening door hetknopje (E) op de sleutel in te drukken, ookals het diefstalalarm is ingeschakeld. Als deachterklep wordt ontgrendeld, knipperen derichtingaanwijzers twee keer; bij vergrende-ling knipperen de richtingaanwijzers éénkeer. Als bij auto’s met diefstalalarm de ach-terklep wordt geopend, dan worden deomtrekbeveiliging en de achterklepsensoruitgeschakeld en het systeem geeft(behalve bij sommige uitvoeringen inenkele landen) twee geluidssignalen(“BIEP”).
Als de achterklep weer wordt gesloten,dan worden de functies hersteld en geefthet systeem (behalve bij sommige uitvoe-ringen in enkele landen) twee geluidssig-nalen (“BIEP”). De metalen baard ( ) van de sleutel dientAvoor:– het start-/contactslot– het slot in het bestuurdersportier en(optional voor bepaalde uitvoeringen/-markten) het slot van het passagiersportier– de sleutelschakelaar voor uitschakelingvan de airbag aan passagierszijdeDruk voor het uitklappen van de metalenbaard in de handgreep op knop (B). Gebruik voor het uittrekken van de beves-tigingsring ( ) een dunne stift (bijv: een bal-Fpen) en verplaats de ring in de richting vande pijl.
Voor het inklappen van de metalenbaard in de handgreep moet u:– het knopje (B) indrukken en inge-drukt houden– de metalen baard (A) bewegen– het knopje (B) loslaten en de metalenbaard ( ) draaien totdat hij op de juisteAwijze is ingeklapt en vergrendeld. Druk voor het op afstand ontgrendelenvan de portieren op het knopje ( ), waar-Cna de portieren ontgrendelen en de rich-tingaanwijzers twee keer knipperen.
Drukvoor het op afstand vergrendelen van deportieren op het knopje ( ), waarna deDportieren vergrendelen en de richtingaan-wijzers één keer knipperen. Als na hetindrukken van knop (C) de portieren ont-grendeld zijn en binnen 60 seconden éénvan de portieren of de achterklep niet ge-opend wordt, dan worden alle sloten doorhet systeem automatisch opnieuw vergren-deld. Bij auto’s met elektronisch diefstalalarmwordt dit alarm door het indrukken vanknop ( ) uitgeschakeld en door hetCindrukken van knop (D) ingeschakeld.
WEGWIJS IN UW AUTO9Als tijdens het opslaanvan een nieuwe sleutelco-de de reeds opgeslagensleutelcodes niet opnieuw wor-den ingevoerd, worden ze uit hetgeheugen gewist, zodat eventu-eel verloren of gestolen sleutelsniet meer gebruikt kunnen wor-den voor het starten van demotor. WERKINGIedere keer als u de contactsleutel instand STOP zet, dan schakelt de AlfaRomeo CODE de functies van de elektroni-sche regeleenheid van de motor uit. Als u bij het starten van de motor desleutel in stand draait, dan stuurtMARhet Alfa Romeo CODE-systeem een codenaar de regeleenheid van de motor die,als de code wordt herkend, de blokkeringvan de functies opheft. De geheime, ver-sleutelde en variabele code wordt door desleutel verzonden en heeft meer dan 4miljard combinaties.
De code wordt alleenverzonden als de regeleenheid van hetsysteem de code heeft herkend via een inhet start-/contactslot ingebouwde anten-ne. BELANGRIJK Het Alfa Romeo CODE-controlelampje (Y) kan tijdens het rijdengaan branden als de contactsleutel instand staat:MAR 1) Als het lampje gaat branden, dan con-troleert het systeem zichzelf (bijv. bij eenvermindering van de spanning). Zodra deauto stilstaat kan de systeemtest wordenuitgevoerd: zet de motor uit, draai de con-tactsleutel in stand STOP en vervolgensweer in stand : het lampje gaatMARbranden en moet na ongeveer 1 secondedoven. Als het controlelampje blijft bran-den, dan moet de gehele procedure her-haald worden, waarbij de contactsleutelten minste 30 seconden in stand STOPmoet blijven. Als de storing blijft bestaan,dan moet u zich tot de Alfa Romeo-dealerwenden.
Als bij het starten de code niet wordt her-kend, gaat op het instrumentenpaneel hetAlfa Romeo CODE-lampje (Y) branden. In dit geval raden wij u aan de sleutel instand STOP en vervolgens weer in standMAR te draaien; als het lampje nogsteeds blijft branden, probeer het dan metde andere geleverde sleutel.
Als de motornog niet aanslaat, voer dan zelf een nood-start uit (zie “Noodstart” in het hoofdstuk“Noodgevallen”) en wendt u tot de AlfaRomeo-dealer. BELANGRIJK Elke sleutel heeft eeneigen code die in de regeleenheid van hetsysteem moet worden opgeslagen. Voorhet opslaan van nieuwe sleutels (maxi-maal acht) moet u zich tot de Alfa Romeo-dealer wenden. Hierbij moeten alle in uwbezit zijnde sleutels, de CODE-card, eenidentiteitsbewijs en het kentekenbewijsworden meegenomen.
WEGWIJS IN UW AUTO102) Als bij uitvoeringen zonder instelbaarmultifunctioneel display, het lampje knip-pert, dan wordt de auto niet beveiligddoor het startblokkeringssysteem. Dezesituatie wordt bij auto’s met instelbaarmultifunctioneel display aangegeven dooreen brandend lampje in combinatie metde boodschap: “CODESYSTEEM NIET GEPRO-GRAMMEERD”. Wendt u direct tot de AlfaRomeo-dealer om alle sleutels in hetgeheugen te laten opslaan.Als de sleutel circa 2seconden in stand MARstaat en het CODE-con-trolelampje (Y) gaat knipperenbij uitvoeringen zonder instelbaarmultifunctioneel display of ditcontrolelampje gaat knipperen incombinatie met de boodschap“ -CODESYSTEEM NIET GEPROGRAMMEERD” bij uitvoeringen metinstelbaar multifunctioneel dis-play, dan zijn de sleutelcodes nietopgeslagen en wordt de auto nietdoor de Alfa Romeo CODE tegendiefstal beschermd.
Wendt udirect tot een Alfa Romeo-dealerom de sleutelcodes te latenopslaan.BATTERIJ VAN DE SLEUTEL VERVANGENAls u knop (Bof C-fig. 6) indrukt ende afstandsbediening voert geen enkeleactie uit, dan moet de batterij worden ver-vangen door een nieuw exemplaar datnormaal in de handel verkrijgbaar is.Lege batterijen zijnschadelijk voor het milieu.Ze moeten in daarvoorbestemde containers wordengedeponeerd. Vermijd blootstel-ling aan open vuur en hoge tem-peraturen. Houd ze buiten hetbereik van kinderen.fig. 5A0A0603bGa voor het vervangen van de batterij alsvolgt te werk:– druk op knop ( ) en klap deA-fig. 5metalen baard ( ) uit;B– draai het sluitmechanisme (C) m.b.v.een kleine schroevendraaier en verwijderde batterijhouder (D);– vervang de batterij ( ) en let daarbijEop de juiste polariteit;– plaats de batterijhouder in de sleutelen draai de sluiting ( ) vast.C
WEGWIJS IN UW AUTO11DIEFSTALALARMBESCHRIJVINGHet systeem bestaat uit: een zender,een ontvanger, een regeleenheid met sire-ne en bewegingssensoren. Het diefstal-alarm wordt bediend door een ontvangerin de auto en wordt in- en uitgeschakeldmet de in de sleutel ingebouwde afstands-bediening die een versleutelde, variabelecode verzendt. Het diefstalalarm contro-leert: het onbevoegd openen van de por-tieren, de achterklep en de motorkap(omtrekbeveiliging), de bediening van hetstart-/contactslot, het onderbreken vande accukabels, het doorknippen van deaccukabels, de aanwezigheid van bewe-gende objecten in het interieur (volumetri-sche beveiliging) en het eventueel optil-len/kantelen van de auto (bepaalde uitvoeringen/markten). Het systeembedient ook de centrale portiervergrende-ling. Bovendien kan de volumetrischebeveiliging worden uitgeschakeld.
BELANGRIJK De startblokkeringwordt uitgevoerd door de Alfa RomeoCODE en wordt automatisch ingeschakeldals de contactsleutel uit het start-/con-tactslot wordt genomen. De afstandsbediening is ingebouwd in desleutel en voorzien van de knoppen (B-C-D-fig. 6) voor het uitvoeren van debijbehorende commando’s door het ver-zenden van een code naar de ontvanger. Deze code (rolling code) wijzigt telkensals de zender wordt gebruikt. EXTRA SLEUTELS METAFSTANDSBEDIENING BESTEL-LENDe ontvanger kan in totaal 5 sleutelsmet ingebouwde afstandsbediening her-kennen. Als u om welke reden dan ookeen nieuwe sleutel met afstandsbedieningnodig hebt, moet u zich tot de AlfaRomeo-dealer wenden. Hierbij moeten deCODE-card, een identiteitsbewijs en hetkentekenbewijs worden meegenomen.
WEGWIJS IN UW AUTO12– als het lampje blijft knipperen, maarmet een andere interval dan die bij eennormale signalering, dan is geprobeerd deauto open te breken, waarbij het aantalkeren knipperen de reden van het alarmaangeeft:1 x knipperen: één of meer portieren2 x knipperen: achterklep3 x knipperen: motorkap4 x knipperen: bewegingssensoren5 x knipperen: optillen/kantelenvan de auto(bepaalde uitvoe-ringen/markten)6 x knipperen: losmaken kabelsvoor het starten vande auto 7 x knipperen: losmaken accu-kabels of doorknip-pen kabels van desleutelschakelaar8 x knipperen: verbindingscircuitnaar sensoren ensirene9 x knipperen: ten minste driealarmoorzaken. BewakingAls na het inschakelen het lampje (A-fig. 7) op het dashboard gaat knipperen,dan geeft dit aan dat het systeem de autobewaakt. Het lampje knippert zolang alshet systeem de auto bewaakt.
BELANGRIJK De werking van hetdiefstalalarm verschilt per land. Zelfdiagnose en controle vanportieren, achterklep en motor-kapAls u na het inschakelen van het alarmeen tweede “BIEP” hoort, moet u het sys-teem uitschakelen door op knop (B-fig. 6) te drukken en controleren of de portie-ren, de motorkap en de achterklep geslo-ten zijn en vervolgens het systeem weerinschakelen door knop (C) in te drukken. Als de portieren, de motorkap en de ach-terklep niet goed gesloten zijn, worden zeniet door het diefstalalarm gecontroleerd. Als bij goed gesloten portieren, motor-kap en achterklep het geluidssignaalwordt herhaald, dan is door de zelfdiag-nose van het systeem een storing gesig-naleerd in de werking van het systeem. Wendt u tot de Alfa Romeo-dealer. DIEFSTALALARM UITSCHAKE-LENU schakelt het alarm uit door knopje (B-fig. 6) van de sleutel met afstandsbedie-ning in te drukken.
WEGWIJS IN UW AUTO13WANNEER GAAT HET ALARMAFBij ingeschakeld systeem wordt het alarmin de volgende gevallen geactiveerd:– als een van de portieren, de motorkapof de achterklep wordt geopend;– als de accu wordt losgekoppeld of deelektrische bedrading wordt doorgesneden;– als iets in het interieur komt, bijv. bijhet breken van de ruiten (volumetrischebeveiliging);– bij een startpoging (contactsleutel instand MAR);– optillen/kantelen van de auto (bepaal-de uitvoeringen/markten). Als het alarm in werking treedt, wordt,afhankelijk van het land, de sirene geacti-veerd en gaan de richtingaanwijzers knip-peren (ongeveer 26 seconden). De wijzewaarop het systeem werkt en het aantalcycli kunnen per land verschillen. Toch is een maximum aantal cycli voor-zien voor de akoestische en zichtbare sig-nalen. Na een alarmsignalering schakelt het sys-teem over naar de normale bewakings-functie.
VOLUMETRISCHE BEVEILIGINGVoor een correcte werking van de beveili-ging moeten de ruiten en het eventueleopendak geheel gesloten zijn. De volumetrische beveiliging kan wordenuitgeschakeld (als er bijvoorbeeld dierenaan boord blijven) door de volgende han-delingen snel achter elkaar uit te voeren:draai de contactsleutel van stand MAR instand STOP en direct daarna weer instand MAR en vervolgens opnieuw instand STOP. Neem vervolgens de sleuteluit het slot. Het lampje ( ) in de auto gaatA-fig. 7ongeveer 2 seconden branden om de uit-schakeling van de functie te bevestigen. U schakelt de volumetrische beveiligingweer in door de sleutel in stand MAR tedraaien en de sleutel langer dan 30 secon-den in deze stand te houden. Als u bij uitgeschakelde volumetrischebewaking een elektrische installatie wiltgebruiken die werkt met de contactsleutelin stand MAR (bijv.
Op dezeSTOPmanier wordt de volumetrische beveiligingniet opnieuw ingeschakeld. ALARM BUITEN WERKING STELLENOm het elektronische diefstalalarm bui-ten werking te stellen (bijvoorbeeld als deauto lange tijd wordt gestald), sluit dan deauto volledig af door enkel de sleutel inhet slot te draaien. MINISTERIËLE GOEDKEURINGIn overeenstemming met de wetgevingin ieder land ten aanzien van radiozend-apparatuur staat, voor de landen waareen zendmachtiging verplicht is, het toe-latingsnummer op de component vermeld. Afhankelijk van de uitvoering/markt kande code ook zijn aangebracht op de zen-der en/of ontvanger.
WEGWIJS IN UW AUTO14START-/CONTACTSLOTCONTACTSLOT (fig. 8)De sleutel kan in de volgende vier stan-den worden gezet:– STOP: motor uit, sleutel uitneem-baar, startblokkering ingeschakeld, stuur-slot vergrendeld en alle verbruikers, behal-ve die met voeding niet via het contactslot(bijv. waarschuwingsknipperlichten), uit-geschakeld.– MAR: contact aan. Startblokkeringuitgeschakeld en alle elektrische systemenworden van voedingsspanning voorzien.fig. 8A0A0016bNeem altijd de sleutel uithet contactslot als deauto wordt verlaten, omonvoorzichtig gebruik van debedieningsknoppen door andereinzittenden te voorkomen. Laatkinderen nooit alleen achter in deauto. Vergeet niet de handremaan te trekken en schakel de eer-ste versnelling in bij een hellingomhoog of de achteruit bij eenhelling omlaag.Als het start-/contact-slot is geforceerd (bijv.
bijeen poging tot diefstal)moet u, voordat u weer met deauto gaat rijden, de werking vanhet slot laten controleren bij eenAlfa Romeo-dealer.BELANGRIJK Laat het slot niet in dezestand staan als de motor is uitgeschakeld.– AVV: stand zonder vergrendeling voorhet starten van de motor.BELANGRIJKAls de motor niet aanslaat,dan moet de sleutel eerst in stand STOPworden gezet en vervolgens opnieuw eenstartpoging worden ondernomen.Het start-/contactslot is voorzien van eenbeveiligingsmechanisme, waardoor het slotniet in stand AVV kan worden gezet bij eendraaiende motor.– PARK: motor uit, sleutel uitneembaar,startblokkering ingeschakeld, stuurslot ver-grendeld en buitenverlichting automatischingeschakeld.BELANGRIJK Om de sleutel in standPARK te zetten, moet de knop (A) op hetcontactslot worden ingedrukt.
Het is streng verbodenom de-/montagewerk-zaamheden uit te voeren,waarvoor wijzigingen in destuurinrichting of de stuurkolomvereist zijn (bijv. bij montage vaneen diefstalbeveiliging). Hierdoorkunnen de prestaties van hetsysteem, de garantie en de vei-ligheid in gevaar wordengebracht en voldoet de auto nietmeer aan de typegoedkeuring.WEGWIJS IN UW AUTO15STUURSLOTInschakelen:– zet de sleutel in stand STOP ofPARK, trek de sleutel uit het start-/con-tactslot en draai het stuur totdat het ver-grendelt.Uitschakelen: – draai het stuur iets heen en weer, ter-wijl u de sleutel in stand MAR draait.Verwijder de sleutelnooit uit het contactslotals de auto nog in bewe-ging is.
Bij de eerste stuuruitslagblokkeert het stuur automatisch.Dit geldt in alle gevallen, ook alsde auto gesleept wordt.PORTIERENControleer voordat u eenportier opent of u dit opeen veilige manier kuntdoen.VAN BUITENAF ONT-/VER-GRENDELENVoorportieren– Draai, om het portier te ontgrendelen,de sleutel rechtsom bij het bestuurderspor-tier en (indien van toepassing op bepaal-de uitvoeringen/markten) linksom bij hetpassagiersportier, verwijder de sleutel entrek aan de hendel (A-fig. 9).– Draai, om het portier te vergrendelen,de sleutel in de andere richting.fig. 9A0A0017bfig. 10A0A0018bVAN BINNENUITOPENEN/SLUITENVoorportieren– Trek, voor het openen van het portier,aan de handgreep (A-fig. 10).– Trek, voor het sluiten van het portier,het portier dicht; druk vervolgens, om tevoorkomen dat het portier van buitenafwordt geopend, de knop (A-fig.
De stoffen bekleding vanuw auto is langdurigbestand tegen slijtage dieontstaat bij een normaal gebruikvan de auto. Hevig en/of langdurigwrijven met kledingaccessoireszoals metalen gespen, sierknopenen klittenbandsluitingen, moet ech-ter absoluut worden vermedenomdat hierdoor grote druk ontstaatop een bepaalde plek op de bekle-ding, waardoor deze plek kan slij-ten en de bekleding beschadigdwordt.WEGWIJS IN UW AUTO16ZITPLAATSEN VOORCENTRALE PORTIERVERGREN-DELINGMet de portiervergrendeling kunnen deportieren gelijktijdig worden ver- en ont-grendeld.De centrale portiervergrendeling werktalleen als de portieren volledig zijn geslo-ten.
Als dat niet het geval is, dan wordt devergrendeling niet uitgevoerd.BELANGRIJK Als de portieren centraalzijn vergrendeld en een van de voorportie-ren wordt van binnenuit geopend met dehandgreep, dan worden alle portieren ont-grendeld.Bij een onderbreking in de elektrischevoeding (doorgebrande zekering, losge-koppelde accu enz.), kunnen de slotenaltijd met de hand worden vergrendeld.fig. 11A0A0019bAlle afstellingen mogenuitsluitend bij een stil-staande auto worden uit-gevoerd.VERSTELLEN IN LENGTERICH-TING (fig. 12)Trek de hendel (A) omhoog en schuif destoel naar voren of naar achteren: als urijdt, moeten de armen licht gebogen zijnen de handen op het stuurwiel steunen.fig. 12A0A0602bLaat de hendel los encontroleer of de stoelgoed geblokkeerd is doordeze naar voren en naar achterente schuiven.
WEGWIJS IN UW AUTO17CENTRALE ARMSTEUN (fig. 13)De armsteun, waarmee enige uitvoerin-gen zijn uitgerust, kan omhoog of omlaagin de gewenste stand worden afgesteld.Til voor het afstellen de armsteun iets open druk vervolgens op de ontgrendeling(A).De armsteun is voorzien van een inwen-dig opbergvak. Open het deksel door opvergrendeling ( ) te drukken om het vakBte gebruiken.RUGLEUNING OMKLAPPEN(fig. 12)Trek voor toegang tot de zitplaatsen ach-ter aan handgreep (E), kantel de rugleu-ning naar voren, waarbij tevens de stoelvrij naar voren kan schuiven.Door een stelmechanisme met geheugenkan de stoel automatisch weer wordenteruggezet in de oorspronkelijke stand.Als de rugleuning is teruggeklapt in denormale gebruiksstand, controleer dan ofdeze goed vergrendeld is, door te contro-leren of de “rode band” op het bovenstegedeelte van de handgreep (E) onzicht-baar is.
Als de “rode band” zichtbaar is, isde rugleuning niet goed vergrendeld.Controleer bovendien of de stoel goedgeblokkeerd is door deze naar voren ennaar achteren te duwen.RUGLEUNINGVERSTELLING (fig.12)Draai aan de knop ( ) totdat deCgewenste stand is bereikt.fig. 13A0A0023bLENDENSTEUNVERSTELLINGBESTUURDERSSTOEL (fig. 12)Draai aan de knop ( ) totdat deDgewenste stand is bereikt.HOOGTEVERSTELLINGBESTUURDERSSTOEL (fig. 12)Trek, voor het omhoog verplaatsen vande stoel, de hendel ( ) omhoog. BeweegBde hendel vervolgens op en neer, totdatde gewenste zithoogte is bereikt en laatde hendel los. Duw, voor het omlaag ver-plaatsen van de stoel, de hendel (B)omlaag. Beweeg de hendel vervolgens open neer, totdat de gewenste zithoogte isbereikt en laat de hendel los.BELANGRIJK De hoogte kan alleenworden ingesteld als u op de bestuurders-stoel zit.
WEGWIJS IN UW AUTO18OPBERGVAKKEN ACHTER (fig. 16) (bij bepaalde uitvoeringen/markten)De rugleuningen van de voorstoelen zijnaan de achterzijde voorzien van eenopbergvak.HOOFDSTEUNVERSTELLING (fig. 15)Om de veiligheid van de inzittenden tevergroten, zijn de hoofdsteunen in hoogteverstelbaar.Verstellen: druk op knop ( ) en ver-Aplaats de hoofdsteun omhoog of omlaagtotdat hij hoorbaar vergrendelt.BELANGRIJK De uitvoering van dehoofdsteun kan afwijken, afhankelijk vande uitvoering en het land. Het afgebeeldemodel is alleen bedoeld om het afstellente illustreren.fig. 15A0A0604bLet erop dat de hoofd-steunen zo zijn ingestelddat ze het hoofd steunenen niet de nek. Alleen in dezepositie bieden ze bescherming,wanneer de auto van achterenwordt aangereden.fig. 16A0A0026bSTOELVERWARMING (fig.
14)U kunt de stoelverwarming, die opbepaalde uitvoeringen aanwezig is, in- enuitschakelen met de schakelaar ( ) aanAde buitenzijde van de stoel.Het lampje (B) op de knop gaat bran-den als deze functie wordt ingeschakeld.fig. 14A0A0024b
17rugleuning naar voren kantelt en de stoelvrij naar voren kan schuiven door tegen derugleuning te duwen.Als de rugleuning wordt teruggeklapt,dan schuift de stoel in de oorspronkelijkestand terug (geheugenmechanisme).Controleer of de stoel goed geblokkeerdis door hem naar voren en naar achterente schuiven.BAGAGERUIMTE VERGROTENDe achterbank is in delen neerklapbaar,zodat de bagageruimte volledig of gedeel-telijk kan worden vergroot door één vande delen afzonderlijk om te klappen,waardoor diverse beladingsmogelijkhedenontstaan aangepast aan het aantal inzit-tenden op de achterbank.De stoffen bekleding vanuw auto is langdurigbestand tegen slijtage dieontstaat bij een normaal gebruikvan de auto.
Hevig en/of langdu-rig wrijven met kledingaccessoi-res zoals metalen gespen, sier-knopen en klittenbandsluitingen,moet echter absoluut worden ver-meden omdat hierdoor grote drukontstaat op een bepaalde plek opde bekleding, waardoor deze plekkan slijten en de bekledingbeschadigd wordt.
Alleen in dezepositie bieden ze bescherming,wanneer de auto van achterenwordt aangereden.Gedeeltelijke vergrotingGa voor het gedeeltelijk neerklappen alsvolgt te werk:– klap de gewenste zitting naar vorenmet behulp van de lus in het midden vande zitting;– plaats de veiligheidsgordel opzij encontroleer of de gordel niet gespannen isof gedraaid zit;– trek de borghendel van de rugleuningomhoog en kantel de rugleuning naarvoren.Achterbank in de stand voor nor-maal gebruik zettenGa als volgt te werk:– plaats de veiligheidsgordels opzij encontroleer of de gordels niet gespannenzijn of gedraaid zitten;– plaats de rugleuningen omhoog endruk de leuningen naar achteren, totdatbeide borgmechanismen hoorbaar inklik-ken;– houd de veiligheidsgordel voor de mid-delste zitplaats omhoog en zet de zittin-gen horizontaal.HOOFDSTEUNEN VERSTELLEN(fig.
24)De auto kan zijn uitgerust met tweehoofdsteunen voor de zijzitplaatsen achteren, afhankelijk van de uitvoering, ook meteen derde hoofdsteun voor de middelstezitplaats.Voor het gebruik van de laatste moet dehoofdsteun omhoog worden getrokkenvanuit stand (2) “niet gebruiken” totdatstand ( ) “geheel uitgetrokken” is1bereikt. Druk voor het terugplaatsen opknop (A-fig. 21) en duw de hoofdsteunomlaag in de stand “niet gebruiken”.Alle hoofdsteunen achter kunnen wordenweggenomen.fig. 24A0A0610bDe bijzondere constructie van de hoofd-steun verhindert dat de passagier achterop de juiste wijze tegen de rugleuning kansteunen; deze constructie is nuttig omdatde passagier gedwongen wordt de hoofd-steun voor gebruik omhoog te trekken.BELANGRIJK Tijdens het gebruik vande zitplaatsen achter moeten de hoofd-steunen altijd in de stand “geheel uitge-trokken” staan.
WEGWIJS IN UW AUTO22STUURWIELDe stand van het stuurwiel kan door debestuurder zowel axiaal als verticaal wor-den versteld.Ontgrendel hiervoor de hendel (A-fig.27) door de hendel in de richting van hetstuurwiel te trekken. Zet het stuurwiel in de gewenste standen druk de hendel geheel naar voren.BAGAGENET(optional)Het bagagenet ( ) is op bepaal-fig. 26de uitvoeringen beschikbaar en dient voorhet vastzetten van lading en/of het trans-port van lichte voorwerpen.fig. 27A0A0706bHet stuurwiel magalleen worden versteld bijeen stilstaande auto.CENTRALE ARMSTEUN (fig. 25)De armsteun ( ) (aanwezig op enkeleAuitvoeringen) kan omlaag worden gezet,zoals in de afbeelding is aangegeven. fig. 26A0A0624bfig. 25A0A0611b
WEGWIJS IN UW AUTO23SPIEGELS VERSTELLENBINNENSPIEGELDe spiegel is voorzien van een beveili-gingsmechanisme, waardoor de spiegel bijeen krachtige botsing losschiet. Met hethendeltje ( ) kan de spiegel inA-fig. 28twee standen worden gezet: normaal ofanti-verblindingsstand.fig. 28A0A0039bInklappen (fig. 30)– De spiegel kan (bijv. bij nauwe door-gangen) worden ingeklapt van stand (A)naar stand (B).fig. 30A0A0041bAls u rijdt, moeten despiegels altijd in stand (A)staan.De spiegel aan debestuurderszijde is bol,waardoor de afstands-waarneming iets wordt beïn-vloed.BUITENSPIEGELSElektrische verstelling (fig.
WEGWIJS IN UW AUTO24fig. 33A0A0043bELEKTRISCHE RUITBE-DIENINGBELANGRIJK Als de contactsleutel inde stand staat of is uitgenomen,STOPdan kunnen de ruiten nog ongeveer 3minuten worden bediend. Als een portierwordt geopend, dan wordt het systeemechter onmiddellijk uitgeschakeld.Bestuurderszijde (fig. 33)Op het portierpaneel aan bestuur-derszijde zijn de bedieningsschakelaarsgemonteerd waarmee u, als de contact-sleutel in stand staat, de zijruitenMARbedient:A - zijruit linksvoorB - zijruit rechtsvoor.Druk op de schakelaar om de ruit teopenen. Trek aan de schakelaar om de ruitte sluiten.Ontwaseming/ontdooiing (fig. 31-32)De elektrisch verstelbare buitenspiegelszijn voorzien van verwarmingselementen,die worden ingeschakeld als de achter-ruitverwarming met de knop (A) wordtingeschakeld.
WEGWIJS IN UW AUTO25fig. 34A0A0044bPassagierszijde (fig. 34)Met de schakelaar ( ) kan de ruit aanAde passagierszijde worden bediend.De werking van de schakelaar en hetruitmechanisme is gelijk aan de werkingvan de ruit aan de bestuurderszijde.Onzorgvuldig gebruikvan de elektrische ruitbe-diening kan gevaarlijkzijn. Controleer voor en tijdenshet bedienen van de ruit altijd ofde passagiers niet verwond kun-nen worden door de bewegenderuiten, hetzij direct door contactmet de ruit, hetzij door voorwer-pen die door de ruit worden mee-gesleept of geraakt.
Verwijder altijd de sleuteluit het contactslot als u deauto verlaat, om te voor-komen dat een onverwachtseinschakeling van de elektrischeruitbediening gevaar oplevert voorde achtergebleven passagiers.Houd de schakelaar nietingedrukt als de ruit vol-ledig is geopend of geslo-ten.BELANGRIJK De ruit aan de bestuur-derszijde kan “automatisch” worden ge-opend en gesloten. Hiervoor hoeft u deboven- of onderzijde van de schakelaarslechts kort in te drukken om de ruitgeheel te openen of te sluiten: de ruit stoptin de gewenste stand als u de schakelaarnogmaals kort aan de boven- of onderzijdeindrukt. De ruit aan passagierszijde kanalleen “automatisch” worden geopend.
WEGWIJS IN UW AUTO26VEILIGHEIDSGORDELSVEILIGHEIDSGORDELSGEBRUIK VAN DE VEILIG-HEIDSGORDELSGa goed rechtop zitten, steun tegen derugleuning en leg dan de gordel om.Gordel vastmaken: druk de gesp(A-fig. 35) in de sluiting (B) totdat hijhoorbaar blokkeert. Als tijdens het uittrek-ken van de gordel de rolautomaat blok-keert, laat dan de gordel een stukje terug-lopen en trek de gordel vervolgens weergeleidelijk uit.fig. 35A0A0045bDe herstelprocedure moet op de volgen-de wijze worden uitgevoerd bij geslotenportieren:1. open de ruit aan de bestuurderszijdevolledig door de bedieningsschakelaar nog3 seconden ingedrukt te houden nadat deuiterste stand (onderste aanslag) van deruit is bereikt;2. sluit de ruit aan de bestuurderszijdevolledig door de bedieningsschakelaar nog3 seconden ingedrukt te houden nadat deuiterste stand (bovenste aanslag) van deruit is bereikt;3.
herhaal punt 1 en 2 ook bij de ruitaan de passagierszijde;4. controleer of de initialisatie correct isuitgevoerd door te controleren of de auto-matische werking van de ruiten goedwerkt.Bij alle uitvoeringen kunt u, nadat de por-tieren zijn ontgrendeld, de betreffende druk-toets op de afstandsbediening ongeveer 2seconden ingedrukt houden. Hierdoor ope-nen de ruiten.BELANGRIJK Als de voedingsspanningvan de regeleenheden onderbroken is ge-weest (loskoppelen of vervangen van de ac-cu en vervangen van de zekeringen voor deelektrische ruitbediening), dan moet de au-tomatische werking van de ruiten wordenhersteld (bepaalde uitvoeringen/markten).
WEGWIJS IN UW AUTO27Controleer na het afstel-len altijd of de beugel ineen van de vaste positiesis geblokkeerd. Laat hiervoor deknop (A) los en trek de gordelomlaag, zodat het bevestigings-punt blokkeert, als dit nog nietheeft plaatsgevonden.Druk tijdens het rijdenniet op de knop (C).Gordel losmaken: druk op knop (C-fig. 35). Begeleid de gordel tijdens hetteruglopen om te voorkomen dat de gor-delband draait. Via de rolautomaat wordtde lengte van de gordel automatisch aan-gepast aan het postuur van de drager,waarbij voldoende bewegingsruimte over-blijft.Als de auto op een steile helling staat,kan de rolautomaat blokkeren; dit is eennormaal verschijnsel. Bovendien blokkeertde rolautomaat als u de gordel snel uit-trekt. Hij blokkeert ook bij hard remmen,botsingen en bij hoge snelheden in boch-ten.De veiligheidsgordelsmogen alleen wordenversteld als de auto stil-staat.
HOOGTEVERSTELLING VAN DEVEILIGHEIDSGORDELS VOORDe hoogte van de gordel moet altijd wor-den aangepast aan het postuur van deinzittende: zo wordt de kans op letsel bijeen ongeval verkleind.De gordel is goed afgesteld als hij overde schouder halverwege tussen nek en uit-einde van de schouder ligt.De geleidebeugel kan in 4 standen wor-den gezet. Druk om de hoogte in te stellen op deknop (A-fig. 36) en schuif de beugel(B) omhoog of omlaag. fig. 36A0A0685b
WEGWIJS IN UW AUTO28De veiligheidsgordels achter moetenworden omgelegd zoals is aangegeven inhet schema van fig. 38. Het fig. 39geeft onjuist omgelegde gordels weer. Zievoor het omklappen van de rugleuning debeschrijvingen in de paragraaf “Bagage-ruimte vergroten”.BELANGRIJK Bedenk dat achterpas-sagiers die geen gordel dragen, tijdenseen ernstig ongeval niet alleen zelf aangevaar worden blootgesteld maar ookgevaar opleveren voor de inzittendenvoor.GORDELSPANNERSVoor een nog effectievere beschermingzijn de veiligheidsgordels voor van de autovoorzien van gordelspanners. Dit systeemtrekt bij een heftige botsing de gordelenige centimeters aan.
Op deze wijzeworden de inzittenden veel beter op hunplaats gehouden en wordt de voorwaartsebeweging beperkt.Het blokkeren van de veiligheidsgordelgeeft aan dat de gordelspanner in werkingis geweest; de gordel wordt niet meeropgerold, ook niet als hij wordt begeleid.BELANGRIJK Voor een maximalebescherming door de gordelspanners moetde veiligheidsgordel zo worden omgelegddat hij goed aansluit op borst en bekken.fig. 39A0A0387bfig. 38A0A0386bfig. 37A0A0686bVeiligheidsgordels achterGordel vastmaken: trek de gordel zonderte forceren uit de rolautomaat, zodatwordt voorkomen dat de gordelbanddraait, en steek vervolgens gesp (A-fig.37 B) in sluiting ( ).Gordel losmaken: druk op knop (E).
WEGWIJS IN UW AUTO29De gordelspanner werktslechts een maal. Als degordelspanners hebbengewerkt, moet u zich tot de AlfaRomeo-dealer wenden om despanners te laten vervangen. Degeldigheid van het systeem staatvermeld op een plaatje dat zich ophet linker voorportier ter hoogtevan het slot bevindt: laat voor hetverstrijken van deze termijn hetsysteem door de Alfa Romeo-dealer vervangen. Werkzaamheden waar-bij stoten, sterke trillin-gen of verhitting (maxi-maal 100°C gedurende ten hoog-ste 6 uur) optreden, kunnen degordelspanners beschadigen ofactiveren: bij die omstandighedenhoren niet trillingen die voortge-bracht worden door een slechtwegdek of door contacten metkleine obstakels zoals trottoirs. Wendt u altijd tot de Alfa Romeo-dealer. fig.
40A0A0675bTREKKRACHTBEGRENZERSOm de bescherming van de inzittendenbij een ongeval te vergroten, zijn de oprol-automaten van de gordels voor en achter(indien aanwezig) voorzien van trek-krachtbegrenzers die tijdens een frontaleaanrijding de piekbelasting op de borst enschouders beperken. ALGEMENE OPMERKINGEN OVER HET GEBRUIK VAN VEI-LIGHEIDSGORDELSDe bestuurder is verplicht zich te houdenaan de wettelijke voorschriften metbetrekking tot het verplichte gebruik vande veiligheidsgordels (en de inzittendenerop attent te maken). Leg de veiligheidsgordel altijd om voor-dat u vertrekt. Ook vrouwen die in verwachting zijn moe-ten een gordel dragen: ook voor hen(zowel voor de aanstaande moeder als hetkind) is de kans op letsel bij een ernstigongeval kleiner als ze een gordel dragen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Opel GT (2007) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Auto Opel
Handleiding Auto
Nieuwste handleidingen voor Auto