Opel Frontera (2024) Handleiding

Opel Auto Frontera (2024)

Bekijk gratis de handleiding van Opel Frontera (2024) (206 pagina’s), behorend tot de categorie Auto. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 131 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over Opel Frontera (2024) of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/206
OPEL FRONTERA
Gebruikershandleiding

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Opel
Categorie: Auto
Model: Frontera (2024)

Handleiding Opel Frontera (2024) – volledige tekst

InleidingUw auto is de intelligente combinatie vanvernieuwende techniek, overtuigendeveiligheid, milieuvriendelijkheid enzuinigheid. In deze gebruikershandleiding vindt u alleinformatie die u nodig hebt om uw autoveilig en efficiënt te kunnen bedienen. Bepaalde functies functioneren alleenbij ingeschakeld contact, draaiendeverbrandingsmotor of elektrische motorgereed. Zorg ervoor dat uw passagiers ervan opde hoogte zijn dat onjuist gebruik van deauto een ongeval tot gevolg kan hebbenen dat er risico bestaat voor persoonlijkletsel. U moet de specifieke wetten envoorschriften van het land waar u zichbevindt altijd in acht nemen. Deze wettenverschillen mogelijk van de informatieopgenomen in dit Instructieboek. Als u de beschrijving in deze handleidingnegeert, kan dit van invloed zijn op degarantie. Wanneer deze gebruikershandleidingverwijst naar een bezoek aan de garage.

dient u contact op te nemen met eengekwalificeerde garage die over devereiste technische informatie beschikt,en de vaardigheden en apparatuur heeft. Wij adviseren uw Opel Service Partner. Houd het informatiepakket voor degebruiker altijd onder handbereik in deauto. We wensen u vele uren autorijplezier. Uw Opel-teamUw autogegevensRaadpleeg de delen "Onderhouden verzorging voertuig", "Technischegegevens", het typeplaatje en denationale registratiedocumenten van deauto. Gebruik van deze handleiding● Deze handleiding geeft eenomschrijving van alle voor ditmodel beschikbare opties enfuncties. Mogelijk zijn bepaaldeomschrijvingen, waaronder die voordisplay- en menufuncties, niet opuw auto van toepassing wanneerer sprake is van een modelvariant,afwijkende landenspecificaties ofspeciale uitrustingen of accessoires.

●De inhoudsopgave aan het begin vande handleiding en in de afzonderlijkeparagrafen geeft aan waar u deinformatie die u zoekt, kunt vinden. ●Met behulp van het trefwoordenregisterkunt u specifieke informatie zoeken.

● In dit instructieboek worden auto’smet linkse besturing beschreven Dewerking van auto's met rechtsebesturing is vergelijkbaar. ● In de gebruikershandleiding wordtde motoraanduiding gehanteerd. Debijbehorende marktaanduiding enproductiecode vindt u in de paragraaf"Technische gegevens". ● Richtingaanduidingen in debeschrijvingen, zoals links, rechts, voorof achter moeten altijd met de blik in derijrichting worden gezien. ● Displays ondersteunen mogelijk uwspecifieke taal niet. ● Displayteksten en opschriften in hetinterieur zijn vet gedrukt. Gevaar, Waarschuwing enVoorzichtigGevaar. De met Gevaar gemarkeerde tekstgeeft informatie over het risico opdodelijk letsel. Veronachtzaming vandeze informatie kan een levensgevaarvormen. 2 Inleiding.

AttentieDe met Waarschuwing gemarkeerdetekst geeft informatie over risico’s opongevallen of letsel. Het niet in achtnemen kan tot letsel leiden.Let op!Tekst gemarkeerd als Let op biedtinformatie over mogelijke schade aande auto. Veronachtzaming van dezeinformatie kan leiden tot beschadigingvan de auto.SymbolenMilieubeschermingsfunctieVerwijzingen naar pagina’s wordenaangegeven met ⇨.⇨ betekent "zie pagina".Paginaverwijzingen en lemma's in deindex verwijzen naar de ingesprongenkoppen in de inhoudsopgave.AandrijvingstypenVoertuig met interne verbrandingsmotor(ICE)Een ICE-voertuig wordt alleen door eenmotor met inwendige verbranding - dieselof benzine - aangedreven.Voertuig 48V HybridEen 48V Hybrid-voertuig wordtaangedreven door een combinatie vaneen ICE- en een elektromotor Deelektromotor ondersteunt de ICE maarkan de auto ook zelf aandrijven.

De 48V-accu wordt voornamelijk geladen doorremmen op de motor.Batterijaangedreven elektrisch voertuig(BEV)Een BEV wordt alleen door eenelektrische motor aangedreven.De hoogspanningsaccu wordt geladenmet behulp van een laadkabel en ookdoor afremmen van de motor.Inleiding 3

Bij het bestellen van reservesleutelsmoet het sleutelnummer worden vermeldaangezien de sleutels deel uitmaken vanhet systeem van de startonderbreking. Sloten ð pagina 180. De motor starten ð pagina 100. Werking afstandsbediening ð. Het codenummer van de adapter voorde wielslotmoeren vindt u op een kaart. Vermeld het wanneer u een nieuweadapter bestelt. Wiel vervangen ð pagina 173. Sleutel met uitklapbare baardLet op. Verwijder tijdens het rijden nooit desleutel uit het contactslot omdat dit,afhankelijk van de versie, het stuurwielzal vergrendelen. Om uit te klappen knop indrukken. Om inte klappen eerst knop indrukken. FUNCTIES VAN DEAFSTANDSBEDIENING: ontgrendelt de auto: vergrendelt de auto4 Kennismaking met uw auto.

Let op!De elektronische onderdelen in desleutel kunnen beschadigd worden alsde sleutel onderworpen wordt aanharde schokken. Om de volledigeefficiëntie van de elektronica in desleutelhouder te verzekeren, moet desleutel nooit worden blootgesteld aandirect zonlicht.● systeem centrale vergrendeling ðpagina 6.● vergrendelingssysteemdiefstalbeveiliging ð pagina 9.● diefstalalarmsysteem ð pagina 9.● ontgrendeling achterklep ð pagina6.● elektrische ruitbediening ð pagina 14.● in-/uitklappen spiegels ð pagina 11.Batterij in afstandsbediening vervangenBatterij meteen vervangen zodra hetsysteem niet meer goed werkt of hetbereik ervan afneemt.Batterijen horen niet in het huisvuil thuis.Ze moeten via speciale inzamelpuntengerecycled worden.1. Steek, om het klepje te openen,een kleine schroevendraaier tussenhet achterste klepje en deafstandsbediening.2. Verwijder het achterste deksel.3.

Verwijder de lege batterij.4. Vervang de batterij door een batterijvan hetzelfde type. Let op deinstallatiepositie.5. Klik het achterste klepje terug op zijnplaats.StoringAls de centrale vergrendeling nietbediend kan worden met deafstandsbediening, kan dit te wijten zijnaan het volgende:● Storing van de afstandsbediening.● De elektronische sleutel is buitenontvangstbereik.● De accuspanning is te laag.● De accuspanning is te hoog.● Frequente, herhaalde bediening van deafstandsbediening terwijl deze zich nietbinnen het bereik bevindt.● Overbelasting van het systeem voorcentrale vergrendeling door frequentgebruik, de voeding wordt voor kortetijd onderbroken.●Storing door radiogolven afkomstigvan externe zenders met een hoogvermogen.Handmatige ontgrendeling ð pagina 6.Kennismaking met uw auto 5

SYSTEEM CENTRALEVERGRENDELINGToets centrale vergrendelingAlle portieren, de achterklep enhet tankklepje zijn vanuit depassagiersruimte te vergrendelen ofontgrendelen.Druk op voor de vergrendeling. Hetledje in de knop gaat branden.Druk nogmaals op om teontgrendelen. Het ledje in de knop gaatuit.Automatisch vergrendelen nawegrijdenDoor middel van dit systeem is deautomatische vergrendeling mogelijk,zodra de auto een snelheid van 10km/uur overschrijdt.Als de auto niet goed is afgesloten,zal de automatische vergrendeling nietplaatsvinden.

Dit wordt gesignaleerd doorhet geluid van opnieuw ontgrendelendesloten, samen met het gaan brandenvan op het instrumentenpaneel, eengeluidssignaal en de weergave van eenwaarschuwingsbericht.Activering of deactiveringDruk bij ingeschakeld contact op en een overeenkomstig bericht wordtweergegeven.De stand van het systeem wordt bijuitschakeling van het contact in hetgeheugen opgeslagen.Automatischehervergrendeling naontgrendelingDeze functie zal de auto korte tijd na deontgrendeling met de afstandsbedieningof de elektronische sleutel automatischweer vergrendelen, mits de auto nietgeopend is.Bediening met de sleutel bijeen storing in de centralevergrendelingIn geval van een storing, bijvoorbeeld deaccu van de auto of de batterij van deafstandsbediening/elektronische sleutelis leeg, kan het voertuig vergrendeld ofontgrendeld worden met de mechanischesleutel.6 Kennismaking met uw auto

Handmatige ontgrendelingOntgrendel het linker portier handmatigdoor de sleutel in de slotcilinder te stekenen linksom te draaien.Als u het contact aanzet, wordthet vergrendelingssysteem voordiefstalbeveiliging uitgeschakeld.De andere portieren kunnen wordengeopend door aan de binnenhandgreepte trekken. De bagageruimte enhet tankklepje worden mogelijk nietontgrendeld.Handmatig vergrendelenVergrendel het linker portier handmatigdoor de sleutel in de slotcilinder te stekenen te draaien. Bij functionerend systeemvoor centrale vergrendeling wordt deauto vergrendeldKINDERSLOTAttentieGebruik de kindersloten als er kinderenop de achterbank aanwezig zijn.Draai het rode kinderslot in deachterportieren met een sleutel naar dehorizontale stand.

Het portier kan nietmeer van binnen worden geopend.Om de functie te deactiveren, draait u hetkinderslot in de verticale stand.PortierenLet op!De instaplijst mag niet als opstapjegebruikt worden.Kennismaking met uw auto 7

AchterklepOpening1. Druk op de knop van de achterklep.2. Open de achterklep.SluitingBinnenste handgreep gebruiken.Duw niet op de achterklepknop tijdenshet sluiten, omdat de achterklep danweer wordt geopend.Systeem centrale vergrendeling ðpagina 6Algemene tips voor deachterklepbedieningGevaar!Ga niet rijden met een achterklepdie geopend is of op een kier staat,bijv. bij grote objecten, aangeziengiftige uitlaatgassen, die onzichtbaarof geurloos zijn, de auto kunnenbinnendringen.Dit kan bewusteloosheid en zelf dedood tot gevolg hebben.Let op!Controleer, voordat u de achterklepopent, de aanwezigheid vanhooggeplaatste obstakels, zoalsbijvoorbeeld een garagedeur, ombeschadiging van de achterklep tevoorkomen.

OpmerkingBij zeer lage temperaturen kan het zijndat de automatische opening van deachterklep niet volledig is.In dit geval moet de achterklep metde hand naar de normale eindstandbegeleid worden.Beveiliging van de autoVERGRENDELINGSSYSTEEMAttentieGebruik het systeem niet als erpersonen in de auto aanwezig zijn!De portieren kunnen niet van binnenuitontgrendeld worden.Alle portieren worden tegen openenbeveiligd.Voor activering van het systeem moetenalle portieren gesloten zijn.Bij ontgrendeling van de auto wordtde mechanische diefstalbeveiliginguitgeschakeld.Dit is niet mogelijk met decentralevergrendelingsknop.InschakelenDruk binnen vijf seconden tweemaal op op de afstandsbediening.DIEFSTALALARMSYSTEEMHet alarmsysteem is gecombineerd methet vergrendelingssysteem.Het bewaakt:●portieren, achterklep, motorkap●interieur en aangrenzendebagageruimte●hellingshoek van de auto, zoals bij hetwegslepen●contactActiveringAlle portieren, de bagageruimte en demotorkap moeten gesloten zijn.Het systeem gaat 45 seconden na hetvergrendelen van de auto werken.Als een portier, de achterklep ofde motorkap niet goed dichtstaat,wordt de auto niet vergrendeld.

Hetdiefstalalarmsysteem wordt echter na 45seconden automatisch ingeschakeld.OpmerkingDe functie voor de automatischevergrendeling van de auto activeert niethet diefstalalarmsysteem.Om het diefstalalarmsysteem teactiveren, moet de auto met deafstandsbediening vergrendeld worden.Systeem centrale vergrendeling ðpagina 6OpmerkingWijzigingen van het interieur van de auto,zoals het gebruik van stoelhoezen, enopenstaande ruiten kunnen afbreuk doenaan de functie voor de bewaking van depassagiersruimte.Kennismaking met uw auto 9

Inschakelen zonder bewakingpassagiersruimte enhellingshoek autoSchakel de bewaking van depassagiersruimte en van de hellingshoekvan de auto uit in geval er dieren in deauto worden achtergelaten, in verbandmet het hoge volume van de ultrasonesignalen en omdat bewegingen het alarmkunnen activeren. Schakel deze ook uitwanneer de auto zich op een veerboot ofeen trein bevindt.1. Sluit de achterklep, motorkap, ruiten.2. Druk op . De led van de knop gaat gedurende maximaal 10 minutenbranden.3. Portieren sluiten.4.

Diefstalalarmsysteem inschakelen.MeldingDe led van de knop knippert als hetdiefstalalarmsysteem geactiveerd is.Neem in geval van storingen contact opmet een garage.DeactiveringAfstandsbediening: Als de auto wordtontgrendeld met druk op , wordt hetdiefstalalarmsysteem uitgeschakeld.Het systeem wordt niet gedeactiveerddoor het bestuurdersportier teontgrendelen met de sleutel of metde centrale-vergrendelingstoets in hetinterieur.AlarmBij het activeren klinkt de alarmsirene engaan de alarmknipperlichten tegelijkertijdknipperen. Het aantal en de duur van dealarmsignalen zijn voorgeschreven doorde wetgever.Het antidiefstalalarmsysteem kan wordenuitgeschakeld door te drukken op c ofdoor het contact in te schakelen.Een geactiveerd alarm dat nietdoor de bestuurder is uitgeschakeld,wordt gesignaleerd door dealarmknipperlichten.

Deze lichten zullen,bij de eerstvolgende ontgrendeling vande auto met de afstandsbediening, vierkeer snel knipperen.Als de accu van de auto moetworden losgekoppeld (bijv. vooronderhoudswerkzaamheden), moet dealarmsirene als volgt gedeactiveerdworden: schakel het contact in en weeruit en koppel dan binnen 15 seconden deaccu van de auto los.Als de accu (bijv. na deonderhoudswerkzaamheden) weer wordtaangesloten, moet er tien minutengewacht worden alvorens de motor weerte starten.10 Kennismaking met uw auto

StoringAls de led van de knop bij deinschakeling van het contact continu blijftbranden, moet de hulp van een garageworden ingeroepen.Vergrendel de auto door het voorportiermet de sleutel te vergrendelen.StartonderbrekingHet systeem is onderdeel van hetcontactslot en controleert of de auto metde gebruikte sleutel mag worden gestart.De startonderbreking wordt automatischgeactiveerd.OpmerkingTags met Radiofrequentie-identificatie(RFID) kunnen de werking van de sleutelverstoren. Zorg ervoor dat deze zich bijhet starten van de auto niet in de buurtvan de sleutel bevinden.OpmerkingDe functie startonderbreking vergrendeltde portieren niet.

Na het verlaten van deauto moet hij altijd vergrendeld worden.Systeem centrale vergrendeling ðpagina 6Schakelhet antidiefstalalarmsysteem inð pagina 9BuitenspiegelsBOLLE VORMDoor de vorm van de spiegel lijkenvoorwerpen kleiner dan ze zijn, waardoorafstanden moeilijker zijn in te schatten.Waarschuwing zijdelingse dode hoek ðpagina 138ELEKTRISCHE VERSTELLINGKies de betreffende buitenspiegel doorde schakelaar naar links of naar rechtste duwen.Gebruik vervolgens de vierwegbedieningom de spiegel af te stellen.INKLAPBARE SPIEGELSVoor de veiligheid van voetgangersdraaien de buitenspiegels bij aanstotenmet een bepaalde kracht weg uitde normale stand. Plaats de spiegelvervolgens terug door een licht op despiegelkap te drukken.Kennismaking met uw auto 11

Handmatig elektrischinklappenVerplaats de schakelaar naar demiddelste stand.Trek de schakelaar naar achteren. Beidebuitenspiegels worden ingeklapt.Trek de schakelaar nogmaals naarachteren. Beide buitenspiegels nemenhun uitgangspositie weer in.Als een elektrisch ingeklapte spiegelmet de hand wordt uitgeklapt, zal hetnaar achteren trekken van de schakelaaralleen de andere spiegel elektrischuitklappen.Automatisch elektrischinklappenBij het ontgrendelen van de autozwenken de spiegels naar hun normalestand.

Bij het vergrendelen van de autoworden de spiegels ingeklapt.Neem voor de activering of deactiveringvan het automatisch inklappen vande buitenspiegels contact op met eengarage.VERWARMDE SPIEGELSDruk op de knop om de verwarming vande buitenspiegels in te schakelen.Na een bepaalde tijd en afhankelijk vande buitentemperatuur zal de verwarmingautomatisch uitschakelen.Achterruitverwarming ð pagina 16.AchteruitkijkspiegelACHTERUITKIJKSPIEGEL VERSTELLENVoor de verstelling moet de spiegel in degewenste richting verplaatst worden.12 Kennismaking met uw auto

HANDMATIGE ANTI-VERBLINDINGSFUNCTIEOm verblinding te verminderen, kan dehendel onderaan de spiegel versteldworden.AUTOMATISCHE ANTI-VERBLINDINGSFUNCTIEVerblinding 's nachts doorachteropkomend verkeer wordtautomatisch verminderd.RuitenVOORRUITVoorruitstickersPlak op de voorruit, in het gebied rondde achteruitkijkspiegel, geen stickers,zoals bijvoorbeeld tolvignetten. Houd desensor vrij van stof, vuil en ijs. Anderskunnen het detectiegebied van de licht-/schemersensor en het gezichtsveld vande camera in de spiegelbehuizing kleinerworden.Kennismaking met uw auto 13

Vervanging van voorruitLet op!Als de auto is uitgerust met eenvoorwaarts gerichte camerasensorvoor de rijhulpsystemen, is hetuiterst belangrijk dat een eventuelevervanging van de voorruit strikt inovereenstemming met de specificatiesvan Opel wordt uitgevoerd. Anders kanhet zijn dat deze systemen niet goedfunctioneren en bestaat er het risico oponverwacht gedrag en/of berichten vandeze systemen.VOORRUITVERWARMINGDruk op de knop om de functie teactiveren.De verwarming functioneert alleenbij temperaturen rond/onder hetvriespunt en wordt, afhankelijk van debuitentemperatuur, na een bepaaldeperiode automatisch uitgeschakeld.Afhankelijk van het systeem voorklimaatregeling kan deze knop zich opverschillende posities bevinden.ELEKTRISCH BEDIENDE RUITENAttentieLet op bij de bediening van deelektrisch bediende ruiten.

Risico opletsel, vooraf voor kinderen.Als de achterbank wordt gebruikt doorkinderen, moet de kinderbeveiliging vande elektrisch bediende ruiten wordeningeschakeld.Houd de ruiten nauwlettend in de gatenwanneer u ze sluit.Zorg ervoor dat er niets tussen deruiten bekneld raakt terwijl ze bewegen.Schakel het contact in om de elektrischeruitbediening te gebruiken.Druk de schakelaar van dedesbetreffende ruit in om de ruit teopenen of trek aan de schakelaar om deruit te sluiten.Knop een stukje indrukken of uittrekken:ruit gaat omhoog of omlaag zolang u deschakelaar bedient.Knop zover mogelijk indrukken ofuittrekken en loslaten: ruit gaatautomatisch omhoog of omlaag metgeactiveerde beveiligingsfunctie.

Omzeilen beveiligingsfunctieIn geval van problemen van de sluitingdoor vorst en dergelijke, moet het contactworden ingeschakeld, om vervolgens deschakelaar naar de eerste klikstand tetrekken en hem daar te houden. Deruit beweegt omhoog, zonder actievebeveiligingsfunctie.Om de beweging te stoppen, moet deschakelaar worden losgelaten.Kinderbeveiliging voorachterste ruitenDruk op de knop om de elektrischebediening van de achterruiten tedeactiveren; de led gaat branden.

Drukopnieuw op de knop om de functie weerte activeren.De ruiten van buitenafbedienenDe ruiten kunnen op afstand, vanbuitenaf de auto, bediend worden.Houd ingedrukt om de ruiten tesluiten.Laat de knop los om de beweging van deruit te stoppen.Als de ruiten volledig gesloten zijn,lichten de alarmknipperlichten tweemaalop.OverbelastingDoor herhaalde, snel opeenvolgendebediening wordt de stroomvoorzieningvan de ruitbediening enige tijdonderbroken.Elektrisch bediende ruiteninitialiserenAls de ruiten niet automatisch geslotenkunnen worden (bijv. na de loskoppelingvan de accu van de auto), wordter op het instrumentenpaneel eenwaarschuwingsbericht weergegevenActiveer de elektronica van de ruiten alsvolgt:1. Sluit de portieren.2. Schakel het contact in.3. Trek aan de schakelaar, tot de ruitsluit, en blijf dan nog eens tweeseconden trekken.4.

Duw op de schakelaar, tot de ruitvolledig geopend is, en blijf dan nogeens twee seconden duwen.5. Herhaal deze handeling voor elke ruit.StoringIn sommige gevallen worden deelektrisch bediende ruiten herhaaldelijkgeopend of werken ze mogelijk nietcorrect.Ga als volgt te werk:1. Sluit de portieren.2. Schakel het contact in.Kennismaking met uw auto 15

Na een bepaalde tijd enafhankelijk van de buitentemperatuur zalde verwarming automatisch uitschakelen.Afhankelijk van het systeem voorklimaatregeling kan de knop zich opverschillende posities bevinden.Verwarde buitenspiegels ð pagina 64.ZONNEKLEPPENOm verblinding te vermijden kunnen dezonnekleppen worden neergeklapt enopzij worden gedraaid.Afdekkingen van eventueel inde zonnekleppen aanwezige make-upspiegels tijdens het rijden geslotenhouden.Aan de achterkant van de zonneklep ziteen kaartjeshouder.16 Kennismaking met uw auto

bij het gebruik van een kinderzitje ðpagina 28.Trek de hoofdsteun omhoog, druk opgrendelpal om vrij te geven en trek dehoofdsteun weg.Een hoofdsteun terugplaatsen●Steek de pennen van de hoofdsteunin de geleiders van de betreffenderugleuning.Stoelen, veiligheidssystemen 17

● Duw de hoofdsteun omlaag tot aan deaanslag.● Stel de hoogte van de hoofdsteun af.VoorstoelenSTAND STOELAttentieRijd uitsluitend met een goedafgestelde stoel.Gevaar!Ga niet dichter dan 25 cm van hetstuurwiel af zitten, om een veiligeactivering van de airbag mogelijk temaken.AttentieVerstel stoelen nooit tijdens hetrijden om ongewilde bewegingen tevoorkomen.AttentieBerg nooit voorwerpen op onder destoelen.● Uw zitvlak zo dicht mogelijk naar derugleuning schuiven.De afstand tot de pedalen zo instellendat de benen bij het volledig intrappenvan de pedalen licht gebogen zijn. Depassagiersstoel voor zo ver mogelijknaar achteren schuiven.● Stel de hoogte van de stoel voldoendehoog in voor een goed zicht aan allezijden en op het instrumentenpaneel.Tussen hoofd en dakframe moetminstens een handbreedte ruimtezitten.

De dijen zouden licht op destoel moeten rusten zonder dat ze erindrukken.●Met schouders zo ver mogelijk tegende rugleuning zitten.Stel de hoek van de rugleuning zoin dat u het stuurwiel gemakkelijkmet licht gebogen armen kuntvastpakken. Bij het verdraaien vanhet stuurwiel, contact blijven houdentussen schouders en rugleuning.De rugleuning mag niet te verachteroverhellen. De aanbevolenhellingshoek bedraagt maximaalca.25.● Stel de stoel en het stuur zodanigaf dat uw polsen zich, bij vollediggestrekte armen en schouders tegende rugleuning, bovenop het stuurwielbevinden.● Het stuurwiel afstellen ð pagina 47.● De hoofdsteun afstellen ð pagina 17.● De instelbare dijbeensteun zo instellendat de afstand tussen de rand van dezitting en de knieholte ca. twee vingersbreed is.● Lendensteun zo instellen dat deze denatuurlijke vorm van de wervelkolomondersteunt.18 Stoelen, veiligheidssystemen

Het lampje van de knopde toets geeft de instelling aan.De verwarming functioneert alleen bij eenbuitentemperatuur onder de 20°C.Langdurig gebruik van de hoogsteinstelling wordt afgeraden voor personenmet een gevoelige huid.De stoelverwarming functioneert bijdraaiende motor.Ook tijdens een Autostop is destoelverwarming operationeel.Stoelen, veiligheidssystemen 19HANDMATIGE STOELVERSTELLINGZorg bij het rijden dat de stoelen enrugleuningen altijd vastgeklikt zijn.

Leun tijdens de verstelling niettegen de rugleuning.De rugleuningen inde oorspronkelijke standterugzettenAttentieControleer eerst of de buitensteveiligheidsgordels goed verticaal langsde vergrendelingsogen van derugleuningen zijn geplaatst.● Plaats de rugleuning rechtop en duwhem stevig naar de vergrendeldestand.● Controleer of de riem voorontgrendeling correct naar zijn stand isteruggekeerd.● Controleer dat de buitensteveiligheidsgordels niet beklemd zijngeraakt tijdens de handeling.AttentieLet op: als de rugleuning niet goedis vergrendeld, komt de veiligheid vande passagiers bij een noodstop of eenaanrijding in gevaar.Voorwerpen in de bagageruimtekunnen naar voren worden geslingerd- kans op ernstig letsel!VeiligheidsgordelsDe veiligheidsgordels worden bijstevig optrekken of krachtig remmengeblokkeerd om de inzittenden op hunstoel te houden.

Kinderzitje ð pagina 28. Controleer regelmatig alle onderdelenvan het veiligheidsgordelsysteem opschade, vervuiling en goede werking. Beschadigde onderdelen latenvervangen. Na een aanrijding moetende geactiveerde veiligheidsgordels engordelspanners door een garage wordenvervangen. OpmerkingControleer dat de veiligheidsgordelsniet zijn beschadigd door schoenenof scherpe voorwerpen, of bekneldzijn geraakt. Voorkom dat er vuilin de oprolautomaten van deveiligheidsgordels binnendringt. OpmerkingGebruik voor de bevestiging de gesp vande betreffende veiligheidsgordel, om eengoede werking te garanderen. GordelverklikkerElke stoel is voorzien van eengordelverklikker, bestaande uit eencontrolelampje voor de betreffende stoelop de dakconsole. Gordelverklikker ð pagina 52.

GordelkrachtbegrenzersDe op het lichaam uitgeoefende krachtwordt verminderd door de geleidelijkevrijgave van de veiligheidsgordel tijdenseen botsing. GordelspannersIn geval van een frontale, achtersteof zijdelingse botsing van een zekereomvang worden de veiligheidsgordelsvan de voorstoelen en van de buitensteachterste zitplaatsen aangespannen doorde gordelspanners. AttentieEen onjuiste hantering (bijv. verwijdering of montage vanveiligheidsgordels) kan degordelspanners activeren. De inwerkingtreding van degordelspanners wordt gesignaleerd doorhet continu gaan branden van hetcontrolelampje. Airbags en gordelspanners ð pagina52. Geactiveerde gordelspanners moetendoor een garage worden vervangen. Gordelspanners mogen slechte eenmaalgeactiveerd worden. OpmerkingBevestig of installeer geen accessoires ofandere voorwerpen die de werking vande gordelspanners kunnen verstoren.

Loshangende of volumineuze kledingbelemmert de strakke plaatsingvan de veiligheidsgordel. Plaatsgeen voorwerpen, zoals handtassenof mobiele telefoons, tussen deveiligheidsgordel en uw lichaam.AttentieDe veiligheidsgordel mag niet geplaatstzijn tegen harde of kwetsbarevoorwerpen in de zakken van uwkleding.Gordelverklikkerð pagina 52.LosmakenDruk om de veiligheidsgordel loste maken op de rode knop vanhet veiligheidsgordelslot en geleid deveiligheidsgordel naar achteren.Gebruik van veiligheidsgordelstijdens de zwangerschapAttentieDe heupgordel moet zo laag mogelijkover het bekken worden geplaatst omdruk op de buik te voorkomen.AirbagsysteemHet airbagsysteem bestaat uit meerdereafzonderlijke systemen afhankelijk vande omvang van de uitrusting.Bij het activeren worden de airbagsbinnen enkele milliseconden gevuld.

Ookhet leeglopen van de airbags verloopt zosnel, dat dit tijdens een aanrijding vaakniet eens wordt opgemerkt.AttentieHet airbagsysteem wordt op eenexplosieve manier ingeschakeld,reparaties mogen enkel door bekwaampersoneen uitgevoerd worden.22 Stoelen, veiligheidssystemen

AttentieDoor accessoires toe te voegen diehet onderstel, het bumpersysteem,de hoogte, de voorkant of hetplaatwerk aan de zijkant van de autoveranderen, kan het airbagsysteemmogelijk niet goed werken. De werkingvan het airbagsysteem kan ook wordenbeïnvloed door een wijziging van éénvan de onderdelen van de voorstoelen,veiligheidsgordels, airbagdetectie-en diagnosemodule, stuurwiel,instrumentenpaneel, binnenstedeurrubbers inclusief de luidsprekers,een van de airbagmodules, plafond-of stijlbekleding, frontsensoren,zijbotsingsensoren of airbagbedrading.AttentieHoud het gebied waar de airbag wordtopgeblazen vrij van obstructies.OpmerkingDe besturingselektronica van deairbagsystemen en gordelspannersbevinden zich in het gebied van detunnelconsole.

Plaats in dit gebied geenmagnetische voorwerpen.Breng geen voorwerpen aan op deafdekkingen van de airbags en dekze niet af met andere materialen.Beschadigde afdekkingen moeten dooreen garage worden vervangen.Elke airbag treedt slechts één keer inwerking.Laat in werking getreden airbagsvervangen door een garage.

Het airbaglabel is aangebracht aanbeide zijden van de zonneklep aan depassagierszijde. Deactivering airbag ð pagina 27. FRONTAIRBAGSYSTEEMHet frontairbagsysteem bestaan uit eenairbag in het stuurwiel en een airbagop het dashboard aan de zijde van devoorpassagier. Deze zijn te herkennenaan het opschrift AIRBAG. Het frontairbagsysteem treedt in werkingbij een voldoende krachtige aanrijdingaan de voorzijde. Het contact moetingeschakeld zijn. Stoelen, veiligheidssystemen 25.

De opgeblazen airbags vangen de schokop waardoor het gevaar voor letselaan het bovenlichaam en hoofd van deinzittenden voorin de auto aanzienlijkafneemt.AttentieOptimale bescherming wordt alleengeboden als de stoel in de juiste standstaat.Stand stoel ð pagina 18Houd het gebied waar de airbag wordtopgeblazen vrij van belemmeringen.Leg de veiligheidsgordel op correctewijze om en bevestig hem goed. Pasdan is de airbag in staat beschermingte bieden.ZIJAIRBAGSYSTEEMHet zijairbagsysteem bestaat uit eenairbag in de rugleuning van elkevoorstoel.Deze kan geïdentificeerd worden aan dehand van het opschrift AIRBAG.Het zijairbagsysteem treedt in werkingin geval van een zijdelingse botsing vaneen bepaalde omvang.

Het contact moetingeschakeld zijn.De opgeblazen airbags vangen de schokop waardoor het gevaar voor letsel aanhet bovenlichaam en de heupen bij eenzijdelingse aanrijding aanzienlijk afneemt.OpmerkingGebruik uitsluitend beschermendestoelhoezen die voor de auto zijngoedgekeurd.Zorg ervoor dat de airbags niet wordenafgedekt.GORDIJNAIRBAGSYSTEEMHet gordijnairbagsysteem bestaat uit eenairbag aan weerszijden in het dakframe.Ze zijn te herkennen aan het opschriftAIRBAG op de dakstijlen.Het gordijnairbagsysteem treedt inwerking in geval van een zijdelingseaanrijding van een bepaalde omvang.Het contact moet ingeschakeld zijn.De opgeblazen airbags vangen de schokop waardoor het gevaar voor letsel aan26 Stoelen, veiligheidssystemen

het hoofd bij een zijdelingse aanrijdingaanzienlijk afneemt.AttentieDe haken op de steungrepen vanhet dakframe zijn alleen geschikt voorhet ophangen van lichte artikelen ofkledingstukken, zonder kleerhangers.De opgehangen kledingstukken mogengeen voorwerpen bevatten.AIRBAG DEACTIVERENHet frontairbagsysteem van devoorpassagier moet in geval van eenop de passagiersstoel gemonteerdkinderzitje gedeactiveerd worden volgensde instructies van de tabel.Het zijairbag- en hetgordijnairbagsysteem, de gordelspannersen alle airbagsystemen vande bestuurder blijven actief.Het frontairbagsysteem aan depassagierszijde kan gedeactiveerdworden met een sleutelbediendeschakelaar op het dashboard aan depassagierszijde.Posities installatie kinderzitjes ð pagina32Gebruik de contactsleutel om de stand tekiezen:OFFairbag voorpassagier isuitgeschakeld en zal ingeval van een botsingniet worden opgeblazen.Het controlelampje opde middenconsole brandtcontinu.ONairbag voorpassagier is actiefGevaar!Deactiveer de passagiersairbag alleenin combinatie met het gebruik van eenkinderzitje, in overeenstemming met deinstructies en beperkingen van de tabelKinderzitjes.Anders is er een risico op een fataalletsel voor een persoon die in de stoelzit met een gedeactiveerde airbag vande voorpassagier.Als het controlelampje ON na deinschakeling van het contact ongeveer 60seconden brandt, zal de airbag van devoorpassagier in geval van een botsingworden opgeblazen.Als het controlelampje OFF na deinschakeling van het contact gaartStoelen, veiligheidssystemen 27

branden, is het airbagsysteem van devoorpassagier uitgeschakeld. Het blijftaan terwijl de airbag gedeactiveerd is. Indien beide controlelampjes tegelijkertijdbranden zit er een storing in het systeem. De systeemstatus wordt niet aangeduid;er mag niemand op de stoel van devoorpassagier vervoerd worden. Neemonmiddellijk contact op met een garage. Neem onmiddellijk contact op meteen garage als geen van beidecontrolelampjes brandt. Wijzig de status alleen bij gestopte autoen uitgeschakeld contact. Controlelampje voor deactivering airbagð pagina 52. KinderzitjesKINDERZITJESGevaar. Zorg ervoor dat te kleine en telichte kinderen beschermd zijn meteen geschikt kindbeveiligingssysteem. Plaats een kind nooit op de schoot. Gevaar. Als er op de stoel van de voorpassagiereen tegen de rijrichting in geplaatstkinderzitje wordt gebruikt, moet hetairbagsysteem van de stoel van devoorpassagier gedeactiveerd worden.

Dit is ook van toepassing voorbepaalde kinderzitjes die in derijrichting worden geplaatst, zoalsaangegeven in de tabel Kinderzitjes. Deactivering airbag ð pagina 27. Airbaglabel ð pagina 22. Wij raden het gebruik van een kinderzitjeaan dat specifiek voor de auto isontworpen. Neem contact op met uwgarage voor meer informatie. In geval verstoring tussen het kinderzitjede hoofdsteun van de auto, moetde betreffende hoofdsteun wordenaangepast of verwijderd ð pagina 17. Als er een kinderzitje wordt gebruikt,moet aandacht worden besteed aande volgende instructies voor gebruiken installatie, naast ook de bij hetkinderzitje verstrekte instructies. De in detabel aangegeven beperkingen verwijzennaar een testlichaam dat overeenkomtmet de maximale ontwikkeling vanalle bestaande kindbeveiligingssystemen. Zorg ervoor dat de voorstoelen hetgebruikte kinderzitje niet verstoren.

Rijd alleen met een correct afgesteldebestuurdersstoel ð pagina 18. Gevaar. Zeer gevaarlijk. Gebruik geen tegen de rijrichting ingeplaatst kinderzitje op een stoel meteen airbag ervoor. Kinderzitjes kunnen worden vastgezetmet:● Driepuntsgordel● ISOFIX-steunen● ToptetherverankeringDriepuntsgordelKinderzitjes kunnen worden vastgezetmet een driepuntsgordel. Na debevestiging van het kinderzitje moet deveiligheidsgordel worden aangespannenð pagina 32. 28 Stoelen, veiligheidssystemen.

129.Alle i-Size kinderzitjes kunnen gebruiktworden op alle stoelen die geschikt zijnvoor i-Size kinderzitjes; zie de tabel ðpagina 32.Bij de bevestiging van een ISOFIX-kinderzitje op een verstelbarepassagiersstoel, moet eerst derugleuning zo ver als nodig is naarachteren worden gekanteld, om deISOFIX-beugels te kunnen bereiken.Na de correcte bevestiging van hetISOFIX-kinderzitje moet de rugleuningweer naar voren worden verplaats.Er moet naast de ISOFIX-beugels eentoptetherriem of een steunpoot wordengebruikt.i-Size kinderzitjes en autostoelen met i-Size keurmerk zijn voor zien van het i-Size symbool, zie afbeelding.ToptetherverankeringenToptetherverankeringen zijn gemarkeerdmet een symbool voor kinderzitjes.Maak naast de ISOFIX-beugelsook de bevestigingsriem aan debovenkant vast aan de desbetreffendetoptetherverankeringen.De posities van ISOFIX-kinderzitjes vande universele categorie worden in detabel gemarkeerd.

Gebruik op geen van de stoelen eenvoorwaarts gericht kinderzitje wanneerhet gewicht van het kind lager is dan 13kg of het kind korter is dan 76 cm enjonger is dan 15 maanden. Geschikt zijn kinderzitjes die voldoenaan de geldende UN ECE-regelgeving. Raadpleeg de plaatselijke wetgeving enrichtlijnen voor het verplichte gebruik vankindbeveiligingssystemen. De volgende kindbeveiligingssystemenworden aanbevolen voor de volgendegewichtsklassen:● Römer Baby-Safe 3 i-SizeMaat: 40 - 83 cmLeeftijd: Van geboorte tot 15 maandenGewicht: maximaal 13 kgAanbevolen met zijn ISOFIX-base. Alleen geschikt voor installatie “tegende rijrichting in”. ●RömerTriFix 2 i-SizeMaat: 76 - 105 cmLeeftijd: van 15 maanden tot 4 jaarGewicht: van 9 tot 22 kgGeïnstalleerd met ISOFIX- enToptetherverankeringen. Alleen geschikt voor installatie in derijrichting.

● Römer Kidfix i-SizeMaat: 100 - 150 cmLeeftijd: van 3,5 tot 12 jaarGewicht: van 15 tot 36 kgmet of zonder ISOFIX-bevestigingenHet kind wordt beschermd door deveiligheidsgordel. Aangeschaft in Stellantis & You, Salesand Services. We raden het gebruik van hetkinderzitje met de rugleuning aan. Als de rugleuning voor een kind groterdan 138 cm wordt verwijderd, moet ookde afscherming verwijderd worden. Controleer of het te monteren kinderzitjecompatibel is met het type voertuig. Kinderzitje voorin: Zet de passagiersstoelin de hoogste en in de lengterichting inde achterste stand met de rugleuningrechtop. Kinderzitje achterin: Zet de voorstoel vande auto naar voren en zet de rugleuningrechtop zodat de benen van het kind inhet in de rijrichting of tegen de rijrichtingin geplaatste kinderzitje de voorstoel vande auto niet raken.

Zie voor semi-universeleof modelspecifiekekindbeveiligingssystemen (ISOFIX-kinderzitjes of versie voorveiligheidsgordel), de lijst inde gebruikershandleiding van hetkindbeveiligingssysteem. Het kinderzitje moet op de correcteplaats in de auto worden gemonteerd, ziede volgende tabel. Laat kinderen alleen aan de trottoirkantvan de auto uit- en instappen. Wanneer het kinderzitje niet wordtgebruikt, moet het met eenveiligheidsgordel worden vastgezet ofmoet het uit de auto verwijderd worden. OpmerkingMaak niets vast aan dekindbeveiligingssystemen en dek ze nietaf met andere materialen. Een kinderzitje30 Stoelen, veiligheidssystemen.

Plaatsen waar geen kinderzitje mag worden geïnstalleerd.Airbag vóór aan passagierszijde uitgeschakeld.Airbag vóór aan passagierszijde ingeschakeld.Zitplaats geschikt voor de installatie van een met de veiligheidsgordel bevestigd, universeel goedgekeurd "tegen de rijrichtingin" en/of "in de rijrichting" (U) geplaatst kinderzitje, voor groepen 0, 0+, 1, 2 of 3, of voor kinderen met een lengte tussen 40 en150 cm.Zitplaats geschikt voor de installatie van een kinderzitje bevestigd met de veiligheidsgordel en universeel goedgekeurd als “inde rijrichting" (UF) voor de groepen 1, 2 en 3, of alleen voor kinderen met een lengte tussen 76 en 150 cm.Zitplaats goedgekeurd voor het plaatsen van een i-Size kinderzitje.Plaatsen waar geen kinderzitje met steun kan worden geplaatst.Aanwezigheid van een Toptetherverankeringspunt op de achterzijde van de rugleuning zodat een universeel ISOFIX-kinderzitje gemonteerd kan worden.”Rug in de rijrichting" ISOFIX kinderzitje:● R1: ISOFIX-kinderzitje voor een baby● R2: ISOFIX kinderzitje met kleiner formaat.● R3: ISOFIX groot formaat kinderzitjeStoelen, veiligheidssystemen 33Legenda

”Gezicht in de rijrichting" ISOFIX kinderzitje:● F2X: ISOFIX kinderzitje voor kleuters.● F2: ISOFIX kinderzitje met lager hoogte.● F3: ISOFIX volledige hoogte kinderzitje.Zitverhoger kinderzitje, via veiligheidsgordel of ISOFIX bevestigingen:● B2: lage zitverhoger.● B3: hoge zitverhoger.Plaats waar geen ISOFIX-kinderzitje mag worden geplaatst.Zie voor het afstellen van de stoel de samenvattingstabel "Universele, ISOFIX and i-Size kinderzitjes installeren".ISOFIX-kinderzitje type ”reiswieg”:● L1: naar links gericht.● L2: naar rechts gericht.Zoals vereist door de Europese voorschriften, vindt u in deze tabel de opties voor het monteren van kinderzitjes met behulp van deveiligheidsgordel en universeel goedgekeurde alsmede de grotere ISOFIX- en i-Size-kinderzitjes op zitplaatsen die zijn uitgerust metISOFIX-montagepunten in de auto.Ja: Geschikt voor montage van de betreffende categorie van kinderzitjes.Nee : Niet geschikt voor montage van de betreffende categorie van kinderzitjes.34 Stoelen, veiligheidssystemen

StoelnummersVoorstoelen (b)Stoelen achter (b) rij 21 2 3 4 5Airbag voorpassagier Gedeactiveerd"OFF" (c)Geactiveerd"ON" (d)Zitplaats compatibel met een universeel(a) kin‐derzitje, tegen de rijrichting in geplaatst(e)neeja(h)nee jaja(i)jaZitplaats compatibel met een universeel(a) kin‐derzitje, in de rijrichting geplaatst(f)neeja(h)jaja(i)jaZitplaats compatibel met een i-Size-kinderzitje,tegen de rijrichting in geplaatstnee nee ja nee jaZitplaats compatibel met een i-Size-kinderzitje,in de rijrichting geplaatstnee nee ja nee jaZitplaats compatibel met een TOPTETHER-haaknee nee ja nee jaKinderzitje type "Carrycot" (L1 / L2) nee neeL2(g)neeL1(g)"Tegen de rijrichting in geplaatst" ISOFIX-kin‐derzitje (R1/R2/R3)nee neeR3(k)neeR3(k)"In de rijrichting geplaatst" ISOFIX-kinderzitje(F1/F2X/F3)nee neeF3(k)neeF3(k)"Zitverhoger" (B2 / B3)(n)neeB3(h) (l) (k) (m)B3(k)B3(i) (j) (l) (k)B3(k)(a) Universeel kinderzitje: kinderzitje dat in alle auto's met de veiligheidsgordel kan worden bevestigd.Stoelen, veiligheidssystemen 35Overzichtstabel voor de installatie van universele, ISOFIX- of i-Size-kinderzitjes.

(b) Raadpleeg afhankelijk van de uitvoering de wetgeving in uw land voordat u een kinderzitje op deze zitplaats bevestigt. (c) Wanneer u een kinderzitje met de ”rug in de rijrichting” op deze plaats wilt installeren, dan moet de airbag van devoorpassagier worden uitgeschakeld en dus op "OFF" worden gezet. (d) Op deze zitplaats mag alleen een ”in de rijrichting geplaatst” kinderzitje geïnstalleerd worden, met airbag voorpassagier "ON". (e) Voor een "tegen de rijrichting in geplaatst" en of "in de rijrichting geplaatst" universeel kinderzitje (U) voor groepen 0, 0+, 1, 2 of3 of voor kinderen met een lengte tussen 40 en 150 cm. (f) Alleen voor een "in de rijrichting geplaatst" universeel kinderzitje (UF) voor groepen 1, 2 of 3, of bestemd voor kinderen meteen lengte tussen 76 en 150 cm.

(g) Als een zijdelings gericht kinderzitje wordt geïnstalleerd op de buitenste zitplaatsen van de 2e rij, is het gebruik van de anderezitplaatsen van deze rij uitgesloten. (h) Verstel de voorstoel aan de passagierszijde naar de volledig achterste stand. (i) Een kinderzitje met steun mag nooit op de middelste zitplaats achter worden bevestigd. (j) Als er op de middelste zitplaats een kindbeveiligingssysteem met zitverhoger wordt geïnstalleerd, mag de linker zitplaats 4 nietgebruikt worden. (k) Pas de hoofdsteun aan naar de maximaal hoge stand of verwijder hem, indien nodig. (l) Zitplaatsen niet voorzien van ISOFIX-bevestigingen. (m) Voor stoelen met een geïntegreerde hoofdsteun: in geval van verstoring tussen het kinderzitje en de geïntegreerde hoofdsteun,moet de rugleuning naar een minder rechtop geplaatste stand worden versteld.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Opel Frontera (2024) stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden